Berichten

Heel de aarde is je vaderland

De zomervakantie is weer voorbij. Ik merk het aan alles. De toeristen hebben plaats gemaakt voor de vele schreeuwende scholieren op de fiets, met grote tassen op hun rug of zoals tegenwoordig erg hip is: in hun fietskrat.

Het zonnetje schijnt lekker en ik ben blij dat ik nog geen jas aan heb gedaan, ondanks dat de weerapp op mijn telefoon vanmorgen 14 graden aangaf en ik normaal gesproken nogal een koukleum ben.

Genietend van de mooie stad om me heen word ik opgeschrikt door een man die onverwachts het fietspad opspringt. Met piepende remmen kom ik tot stilstand. Op de stoep staat nog een groepje mannen. De man op het fietspad vraagt me iets in het Turks en het groepje op de stoep kijkt me vragend aan. Ik haal mijn schouders op als teken dat ik hem niet begrijp. ‘I don’t speak Turkish,’ zeg ik hem.

Glimlachend schakelt hij over in accentloos Nederlands. ‘Vergeef me, ik dacht dat u Turkse was,’ en zegt lachend iets in het Turks tegen de groep die daarop ook allemaal moeten lachen. ‘Wij zijn op zoek naar het Turkse consulaat, kunt u ons helpen?’ Vraagt de man vervolgens. Toevallig weet ik waar het Turkse consulaat in Rotterdam zit en wijs de man hoe ze moeten lopen.

‘Dank u wel, en nogmaals sorry dat ik er van uit ging dat u Turkse was,’ zegt de man, en maakt aanstalten zich weer bij de groep te voegen. Lachend kijk ik hem aan en zeg: ‘U bent niet de eerste hoor. Ik word vaker in een voor mij vreemde taal aangesproken. Blijkbaar kan ik voor veel nationaliteiten door’. Waarop de man antwoord met: ‘Heel de aarde is je vaderland,’ en wijst achter mij. Ik draai me om en zie dezelfde tekst op de gevel van de bibliotheek staan.

De man wenst me een prettige dag toe en ik wens hem hetzelfde. Ik zwaai naar de groep en stap weer op de fiets, glimlachend om de toevalligheid van deze ontmoeting.

In Rotterdam leven zo’n 174 verschillende nationaliteiten in vrede en op een positieve manier naast elkaar. Ik ben trots op ‘mijn’ stad en ik ben dankbaar (afgezien van de weersomstandigheden soms 😉 ) dat ik in Nederland geboren ben. De beelden en verhalen op het nieuws over de vluchtelingen doen pijn aan mijn hart. Zoveel mensen die niet in vrede leven, die heel hun bestaan achterlaten omdat het land waarin ze wonen niet veilig is.

Mensen die niks meer hebben, hun leven wagen om hun kinderen een betere toekomst te bieden. Ik word daar verdrietig van. Maar het ergste nog, vind ik de mensen die op social media roepen dat het gelukszoekers zijn, dat die hulpbehoevende mensen wat hen betreft niet welkom zijn. Als er 700 mensen omkomen op zee, zeggen: ‘Zo, dat scheelt weer 700 uitkeringen’. Daar word ik pas echt verdrietig en een beetje misselijk van. Nu weet ik wel dat de mensen die dit roepen niet de slimste zijn, het raakt me wel.

Daarom vond ik het zo mooi dat die meneer vanmorgen zei: Heel de aarde is je vaderland. Ik zou willen dat iedereen daar zo over denkt!

Sylvia Niemantsverdriet

Stichting De Bomenridders

Bomen in de straat, in het park en op het plein, we staan er zelden bij stil omdat ze zo vanzelfsprekend lijken. Toch verdienen ze aandacht bij herinrichting, als bomen ziek worden, vernield worden of het wegdek beschadigen. Pas als bomen plotseling omgezaagd worden besef je hoe belangrijk ze zijn. Ze zorgen voor een mooi straatbeeld, schaduw in de zomer, woonplaats voor vogels, schone lucht en demping van verkeerslawaai. Stichting De Bomenridders zet zich in voor bescherming van stadsbomen in heel Rotterdam. Dat is nodig omdat er regelmatig bomen gekapt worden die gespaard hadden kunnen worden als er creatiever was nagedacht over andere oplossingen.

Onze actieve kern bestaat uit 5 mensen. Deze voeren alle voorkomende activiteiten uit, van het publiceren van artikelen op de website tot het voeren van procedures, het ontwikkelen van een nieuwsbrief en het inventariseren van alle bijzondere tuinbomen in onze stad. Wij overleggen met de gemeentelijke beheerders van de buitenruimte, woningcorporaties en beantwoorden vragen van Rotterdammers die zich zorgen maken over hun bomen. Wat dat zijn het: uw bomen.

Toch worden omwonenden vaak niet betrokken bij het maken van plannen. Bomenkap voor rioolwerkzaamheden of ophoging wordt bijvoorbeeld als onvermijdelijk gepresenteerd, terwijl dat soms niet zo is! De Bomenridders willen u graag informeren en ondersteunen bij bomenkap in de wijk. Wat kunt u zelf doen?

Laat u niet verrassen door bomenkap en lees elke week de bekendmakingen van verleende vergunningen in de wijkkrant of online op: http://www.rotterdam.nl/rotterdambericht

Je kunt namelijk alleen bezwaar maken tegen bomenkap als je daar op tijd van weet! We merken heel vaak dat mensen pas gaan klagen als de bomen al om zijn. We zijn op zoek naar betrokken mensen die contactpersoon voor ons willen zijn in hun wijk. Want hoe groter het groene netwerk, hoe effectiever onnodige kap voorkomen kan worden.

Voor meer info over wat de bomenridders doen, ga naar www.debomenridders.nl.

We zijn te bereiken via info@debomenridders.nl.

Volg ons op twitter via @DeBomenridders en op Facebook: https://www.facebook.com/De.Bomenridders

 

Art Zegelaar School voor Piano

Wereldberoemd in Rotterdam-Zuid…

 Dat is onze ambitie. En we spannen al heel de globe op dit moment, want we geven ook lessen online. En onze verste muziek studenten zitten in … Nieuw Zeeland!

Art Zegelaar School voor Muziek geeft les aan studenten voor elk niveau. Of je nu een Beginner bent of wilt voorbereiden voor een Diploma of Auditie. Je wilt aandacht besteden aan een bepaalde stijl.. Je hebt misschien last van een verkeerde speeltechniek…

 Je kunt in veel opzichten terecht bij Art Zegelaar School voor Piano.

 Je kunt er ook veel meer leren dan alleen Piano, want niet alleen zijn er smanewerkingsverbanden met docenten voor bijvoorbeeld gitaar of zang of blaas- en strijk instrumenten, maar er is ook ruimte voor workshops, lunch concerten of gewoon samen muziek maken.

 Bel voor een gratis proefles 010-7955575 (06 189 63647)

 

Bekijk de website voor meer informatie: www.jouwpiano.nl

Vraag het programma aan voor evenementen en lunch concerten.

Huur ruimte met een uitstekende vleugel en microfoons voor het maken van die waardevolle auditie opname.

Vraag om een begeleider.

Zoek samenspel of samenwerking als instrumentaal docent.

Piano lessen zijn open! Men kan ze bijwonen! 

Feyenoord – Tottenham Hotspur 29 mei 1974.

Zestien jaar was ik en ik mocht met mijn grote broer mee naar de Kuip. Mijn broer was toen sportjournalist bij het Algemeen Dagblad en had kaartjes gekregen om deze UEFA Cup wedstrijd bij te wonen. Natuurlijk was ik opgetogen dat ik mee mocht.

Eenmaal in de Kuip gearriveerd ontdekten wij al heel snel dat wij in het vak met alleen maar Engelsen zaten. De Tottenham supporters waren al duidelijk flink onder de invloed van drank, want zij hadden in de middag al de horeca in het centrum van Rotterdam getrakteerd op een leuke extra omzet. Zelf durfden wij amper iets te zeggen, want we waren een soort van ‘als de dood’ dat zij zouden ‘ontdekken’ dat wij Feyenoord supporters waren.

Toch was het in eerste instantie wel een gezellige boel en ik vond het wel een aparte belevenis om tussen die Engelsen te zitten.
Voor ons zagen wij nog een Feyenoord supporter. Deze man stond driftig met een grote vlag te zwaaien, maar de Engels vonden dat geen probleem.

Uiteindelijk sloeg de vlam in de pan. Stalen hekken werden omver geduwd alsof het luciferhoutjes waren, stoelen werden losgerukt en alles wat los en vast zat werd gebruikt als wapen. De Engelsen klommen over de omheining richting vak GG. Het veranderde in een oorlogstafereel.

Tot mijn verbijstering zag ik hoe met ijzeren staven op mensen werd ingehakt en hoe mensen gewoon van de eerste ring naar beneden werden gegooid. De situatie was allesbehalve veilig en wij moesten z.s.m. een veilig heenkomen zien te vinden. Nederlands praten durfden wij amper.

Doodsbang was ik, want wat ik allemaal om mij heen zag, zag je niet eens in een film. Wij baanden ons een weg en van alles vloog om mijn oren en ik hoorde geschreeuw en zag bebloede mensen om mij heen. Uiteindelijk stonden we voor een hek en mijn broer heeft mij daar een
soort van over heen gegooid. Het ergste gevaar was voorlopig geweken. Opeens hoorden we de stadionspeaker mijn broer omroepen. Hij moest zich melden in de radiokamer. Ik kan je verzekeren dat het heel, heel raar klinkt, als je opeens je naam door de luidsprekers in de Kuip hoort.

Voorzichtig probeerden wij ons een weg naar beneden te banen. Om ons heen was een veldslag aan de gang. ‘Supporters’ gingen niet met elkaar op de vuist, maar belaagden elkaar met alle mogelijke attributen die enigszins als wapen konden dienen. Terwijl wij probeerden via de trappen naar beneden te komen, baande de politie zich voorzichtig een weg naar boven.

Uiteindelijk arriveerden wij in de catacomben van de Kuip en hier ontvouwde zich een schouwspel dat ik mij tot op de dag van vandaag glashelder kan herinneren. Gewonde mannen, vrouwen en kinderen werden achter elkaar naar binnengebracht. Mijn broer moest contact opnemen met de redactie van het Algemeen Dagblad, want zij wisten dat hij in het stadion was. Ze wilden dat hij verslag zou doen van deze rellen. Ook gingen er al spoedig geruchten dat de boot, die de Tottenham Hotspur fans naar Engeland zou terugbrengen, niet van plan was om uit te varen. Mijn broer moest naar Hoek van Holland, want men verwachtte daar ook nog problemen.

Geregeld werd dat ik met een collega van mijn broer, Van Hemert van het ANP, thuis gebracht zou worden. Deze journalist moest echter ook eerst nog even zijn ‘werk’ doen en ik werd ‘gedropt’ bij de ingang van de EHBO en hier moest ik wachten. Met ontzetting sloeg ik alles gade. Kermende en bebloede mensen zouden mijn netvlies een lange tijd beheersen. Opeens vroeg een journalist iets aan mij, want ik stond daar, zonder kleerscheuren, keurig voor de deur te wachten. Ik vertelde dat ik op de desbetreffende tribune zat en dat ik alles van zeer dichtbij had meegemaakt. Binnen de kortste keren had ik tal van journalisten om mij heen. Keer op keer moest ik mijn verhaal vertellen.

Ondertussen kwam er geen einde aan de stroom van gewonden. Ik zag de meest verschrikkelijke verwondingen. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen Nederlanders en de Engelsen. Zo lagen opeens ‘fans’, die eerder geprobeerd hadden om elkaar hersens in te slaan, nu gebroederlijk naast elkaar. Het was een enorme chaos. Uiteindelijk kwam van Hemert van het ANP mij halen. Het was tijd om te gaan. Inmiddels was de Kuip grotendeels verlaten, maar buiten was het nog een pandemonium van opstootjes en geweld. De Rolls Royce, met Engels kenteken, die wij bij het betreden van het stadion eerder die avond, in volle glorie hadden mogen aanschouwen, stond er nu bij als een schroothoop. Totaal vernield.

’s Avonds laat kwam ik totaal onthutst thuis en ik wist eigenlijk niet wat ik nu daadwerkelijk had meegemaakt.
Ik had de schrik goed te pakken en het zou jaren duren, eer ik weer de weg naar de Kuip wist te vinden.
Saillant detail is dat in de documentaire over Feyenoord vanzelfsprekend deze schokkende gebeurtenis getoond wordt en je kan dan ook duidelijk horen dat mijn broer wordt omgeroepen.
In 1974 had de wereld voor het eerst daadwerkelijk kennis gemaakt met ‘hooligans’ en vandalisme.
Het is een negatieve rol voor de Kuip, maar valt helaas niet meer terug te draaien.

Jeroen Noppen

Kracht van de Stad

Ik loop wel eens door de stad en voel dan de kracht van Rotterdam. Klinkt gek, immers is onze stad maar een locatie in Zuid Holland en valt er volgens velen niet echt iets te voelen. Misschien ligt het wel aan mij, kan ook natuurlijk. Lees meer

Verhalen gezocht over Overschiese buurtschappen Zweth en Kandelaar

Als het uit 1853 daterende pand ‘De Hoop’ van voormalige bierbrouwerij ‘W’(ijnaendts) in buurtschap de Zweth aan de Delftweg kon praten, zou er een boekwerk van te maken zijn. Maar een pand, hoe fraai gerestaureerd ook, kan dat niet. Willemina Suzanna (Ineke) de Hoog – Deurloo (65)) echter wel. Ze heeft levendige herinneringen aan het pand, waar ze sinds haar vierde jaar een deel van bewoont. Eerst als kind en tiener en vervolgens getrouwd met Pieter Antonie (Piet) Deurloo én moeder van dochters Monique en Suzanna, nu 38 en 35 jaar.

In begin 1900  kochten de gebroeders Cornelis ( Cees) en Willem de Hoog ‘De Hoop’ en vestigden er hun timmerbedrijf in wat later uitgroeide tot een aannemersbedrijf. Vanwege tegenstrijdige karakters hielden ze het samen niet uit. Willem vertrok naar de Ludolf de Jonghstraat elders in Overschie en begon daar zijn eigen bedrijf. Onderling hielden ze elkaar wel aan het werk.

Opa Cees de Hoog ontwierp als architect/aannemer woningen, onder meer voor de Rotterdamse Rijweg. Ook het ontwerp voor een rijtje panden aan het Saenredamplein kwam uit zijn koker en toen dat gereed was betrok het gezin Johannes de Hoog – zoon van Cees de Hoog – er een van en daar werd dochter Ineke geboren. Maar ze groeide er niet op, want dat gebeurde aan de Delftweg in Zweth, samen met haar oudere broers Cornelis (Cok) en Willem Arie (Aad). Ineke bezocht vanuit Zweth de Emma-kleuterschool in de Rodenburgstraat en aansluitend de lagere Wilhelminaschool. Haar vervolgopleidingen deed ze in Delft en Rotterdam.

,,Ik heb een heerlijke jeugd gehad,’’ vertelt ze aan een grote tafel in de voormalige bierkelder van de brouwerij waar alleen de geur van verschaald bier en vaten ontbreken om je er helemaal in sferen van 150 jaar geleden te wanen. De ruimte is prachtig strak gerestaureerd zonder de contouren van toen geweld aan te doen. Dat geldt trouwens ook voor de rest van het pand, waar door vlijtige vakmensen ooit ook doodskisten en houten wielen voor koetsen en sleperswagens werden gemaakt.

,,Met buurtkinderen  als Yvonne Lam, Nel Otting en Dirja Zandbergen struinden we door de polder en sprongen over slootjes. Soms er ook in en dan kwam je boven met bloedzuigers op je arm of been. Het gaf allemaal niks, we genoten van vrijheid en blijheid.’’ En: ,,Ook had ik een vlot in de Delftse Schie en roeide – zonder gevaar te zien – tussen de passerende schepen door. Ook klommen we in een roeiboot die achter een binnenvaartschip hing en voeren een stukje mee naar Delft. Op een keer verloor ik mijn badpak en moest terug in mijn blote billen.’’

Over de Delftse Schie voeren ook de (roei)veerpontjes van Willem Bijl (Kandelaar-Zweth) en Jan Groenenwegen van der Weijden (Ketelsekade-Schouwgat-Overschie). Vele voetgangers en fietsers hebben er vele decennia – tot in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw – gebruik van gemaakt.

Vrijwel altijd is het overvaren in goede harmonie gegaan met de toch wel drukke scheepvaart op de Delftse Schie. Maar niet in 1927 toen de veerboot door een hoge golfslag van een passerende binnenvaarder omsloeg en alle passagiers in het water vielen. Wonder boven wonder hield niemand er iets aan over, behalve dan het natte pak.

Wim Kerkhof van de Amazing Stroopwafels brengt een ode aan de veerman van de Kandelaar op zijn cd ‘Strooptocht’, uitgebracht in januari 2007.

De buurtschap in het noordoosten van Schiedam is een samenraapsel van huizen en boerderijen en is in de loop van eeuwen ontstaan. De eerste groep huizen ligt tegenover de Oude Hofweg, waar nu de begraafplaats en het crematorium Hofwijk in Overschie zijn. De eerste indruk is dat het leven er eeuwen stil heeft gestaan, maar dat rustieke beeld gaat verloren door veel te snel langsrazende auto’s over de geasfalteerde Kandelaarweg tussen Schiedam en Delft. De andere straat in het gehucht is de Kethelsekade, het voormalige jaagpad langs de Delftse Schie.

Verderop was er bij de Lage Brug – in het centrum van het oude Overschie – ook de veerverbinding van Jan Groenewegen van der Weijden en zijn vrouw Jaan tussen het Schouwgat en hun in 1767 gebouwde Veerhuis aan de Kethelsekade. Tot 1923 was het een veerdienst van Delft en na het afstoten van de voorziening door die gemeente werd het een particulier veer dat op afroep passagiers overzette.

Het ouderlijk huis van Eric, de in 1938 geboren zoon van Johannes Adriaan Augusteijn, staat aan de Schiekade tegenover de voormalige Scheepswerf ‘De Hoop’, zo’n vijfhonderd meter ten westen van het monumentale Veerhuis. Vanaf het Veerhuis passeerde men in westelijke richting de in de jaren zestig van de 20ste eeuw gesloopte boerderij en café ’s Gravenhuize. Dan was men overigens de grens met Schiedam al gepasseerd en heette de weg verder Schiekade. Café ’s Gravenhuize is nog een tijd gepacht door Augusteijn senior, die er ‘Hof van Cyrene’ als naam aan gaf.

De gemeente Rotterdam had voortschrijdende plannen met die hoek van de Oost-Abtspolder. Er moest een verbindingsweg komen vanaf het viaduct naar het nieuwe industrieterrein, dwars door het oude dorp en over het Veerhuis, dat Johannes Adriaan Augusteijn in 1949 voor 8500 gulden had gekocht. Rotterdam bood in 1962 aan om het Veerhuis van hem te kopen voor hetzelfde bedrag dat er voor was betaald, door inflatie inmiddels opgelopen tot 12.000 gulden.

,,Mijn vader weigerde, maar na lange procedures werd het Veerhuis in 1966 toch eigendom van de gemeente Rotterdam. Tot aan de sloop zou hij het mogen huren.’’ En legt uit: ,,Toen ons huis in 1949 werd onteigend ten behoeve van plannen voor de Oost-Abtspolder, kocht mijn vader noodgedwongen het Veerhuis. Dat was uit voorzorg om toch te kunnen wonen als onze eigen woning ontruimd zou moeten worden. Dit is echter nooit gebeurd, ons oude huis staat er nog altijd. Mijn ouders zijn er tot hun dood (vader in 1972, moeder in 1992) blijven wonen.’’
Nadat Augusteijn in 1949 het Veerhuis had gekocht, mochten de oorspronkelijke huurders er blijven wonen. Eric Augusteijn: ,,Dat was veerman Jan Groenewegen van der Weijden (iedereen kende hem als Jan van der Weijden) met zijn vrouw Jaan in het linker deel van het pand en Aart Beijer met zijn vrouw in het rechter gedeelte. Dagelijks werden wij door Van der Weijden of Beijer in een roeiboot overgezet om in Overschie naar school te gaan, samen met de kinderen Bijl van de in 1632 gebouwde boerderij ‘s Gravenhuize, de kinderen Klein Hesselink van scheepswerf De Hoop en de kinderen Beijer, neefjes en nichtje van Aart Beijer, die woonden op een schip naast ‘De Hoop’.
Na het overlijden van veervrouw Jaan Groenewegen van der Weijden trok de weduwe T.C. (‘tante’ Truus) Havelaar-Ouwerkerk bij weduwnaar Jan in huis, eerst als huishoudster en later als zijn partner. Na Jan’s overlijden in 1956 werd ‘tante’ Truus hoofdbewoonster van het linker deel van het Veerhuis en Arie Helsemans trok bij haar in. ‘Tante’ Truus bleef huurster tot haar dood in 1972, het rechter deel werd na het vertrek van de Beijers door diverse huurders bewoond. Na hun vertrek gebruikte Augusteijn het Veerhuis als cultureel centrum/streekmuseum.’’
Zijn zoon Eric herinnert zich: ,,In het rechter deel werden recepties, concerten en tentoonstellingen georganiseerd. Vader deed al het mogelijke om ervoor te zorgen dat de sloop niet zou doorgaan. Na zijn dood werd zijn initiatief overgenomen door stichting Het Veerhuis, waar ik voorzitter van was, met Overschieënaars Jan Vleesenbeek als secretaris en Piet Snaathorst als penningmeester. In 1974 besloot de gemeente dat het Veerhuis toch niet gesloopt zou worden. De weg ging niet door en een strook woningen in Overschie aan Voorom, De Lugt en Overschiese Dorpsstraat was voor niets gesloopt. Uiteindelijk is de stichting opgegaan in museum Oud-Overschie ‘De Hoop doet Leven’, toen geleid door John van den Berg. Die heeft het Veerhuis voor een symbolisch bedrag kunnen verwerven. Het is in 2008 gerestaureerd door de bekende Overschiese aannemer Ouwendijk en kort geleden aan een particulier verkocht.’’

In de toekomst is, binnen plannen voor bochtafsnijding van de Delftse Schie, wellicht een nieuwe culturele en recreatieve functie voor het Veerhuis weggelegd. Deze en nog meer verhalen over Zweth en De Zweth komen in deel 4 van ‘Momenten uit de Overschiese samenleving’. Reacties, aanvullingen en of foto’s zijn welkom via overschieboek@telfort.nl

Rotterdam Charlois

Als vrijwilliger van het WNF ging ik naar een stand in het Zuiderpark, waar het WNF stond omdat Charlois 550 jaar bestaat en dit uitgebreid viert. Als je op zuid woont, hoort Charlois daarbij, zodat ook ik daar soms kom. Vroeger kwam ik er regelmatiger, omdat mijn toenmalige vriend daar woonde en omdat ik een blauwe maandag op Taekwondo zat op de Katendrechtse Lagendijk. Vreemd eigenlijk dat je bijna niet komt in een wijk die vlak naast de jouwe ligt. Hoewel ik er, eerlijk is eerlijk, ook niets te zoeken heb en er niet wil wonen.

Hoe komt dat toch, dat we zo plek gebonden zijn? Zou dat ook zo met de dieren zijn? Hebben dieren ook hun voorkeur? Ik was er van overtuigd dat Charlois iets bijzonders moet hebben en misschien wel meer dan ik dacht. Dus ben ik gaan zoeken. Ik laat me informeren op het internet en zoek naar 550 jaar Charlois. Karel de Stoute heeft in het jaar 1462, dus 550 jaar geleden, het grondgebied ‘het land van Charollais’ overgedragen aan vijf grondheren. De namen van deze grondheren zijn tot op de dag van vandaag terug te vinden in straatnamen van Oud-Charlois. Zo ook Karel de Stouteplantsoen in Oud Charlois. Charlois is vernoemd naar het graafschap Charlorois in het hertogdom Bourgondië. In 1458 kreeg de graaf van Charolois, Karel van Bourgondië, ook wel Karel de Stoute (= Dappere) genoemd, van zijn vader Filips de Goede het Land van Putten te leen. Om zijn grondbezit te vermeerderen gaf Karel in 1460 een stuk rietland, Ryerwaert geheten, aan enkele grondheren (Matteys de Huyzer, IJsbrand Uyt ten Hage, Arend van der Woude en Anthony Michelsz. van Eversdijck) in eigendom om het te bedijken. Voorwaarde was dat het land Charolois zou heten, naar de graaf van Charolois, en dat er een kerk gesticht zou worden gewijd aan de heilige martelaar Sint Clement. Op 14 april 1462 bevestigde Karel de voorwaarden en daarmee was de stichting van Charlois een feit. Charlois was tot 1895 een zelfstandig, voornamelijk agrarisch dorp, totdat het in dat jaar werd geannexeerd door Rotterdam. Deelgemeente Charlois bestaat sinds 1973, is een van de drie eerste deelgemeenten van Rotterdam en telt (op 1 oktober 2011) 64.566 inwoners. Dit is leuk om als feit te weten. Maar wat kan ik er mee? Dus zoek ik verder op het internet naar iets wat mij aanspreekt waar ik wel wat mee kan.

Ik lees dat van donderdagavond 21 t/m zondag 24 juni het Kunstweekend Charlois 2012 is gehouden en dat het historisch hart van Oud-Charlois op zaterdag 23 juni het toneel was van Bazar Bizar; het leukste kleinschalige festival van Rotterdam. Het is inmiddels juli, dus dat schiet ook niet op…

Voor de buitenwereld werd Charlois ook wel saarloos genoemd en dit gevoel blijft nu zeker voor mij bestaan. Daarom ook kwam ik er niet vaak of graag. Daarbij weet ik en lees ik ook dat er problemen in de wijk zijn. Logisch, de wijk heeft niet zo veel leuks te bieden. Wel geniet het van een prachtig park en een mooi gebouw de Olifant en de Molen. Maar goed, hoe vaak kom je daar nou? Met slecht weer ga je niet het park in, behalve dan dat je de hond moet uitlaten! En in de Olifant kom je als er een feest is of als er getrouwd wordt en ook dat is niet iets wat je dagelijks mee maakt. In de Molen kocht ik weleens bloem om heerlijke cake te bakken, echt een succes!

Ik vraag me wel gelijk af, wat is er daar voor de kinderen? Want het blijkt als ik googel dat Charlois een probleem wijk is een zogenaamde  ‘achterstandswijk’. Treurig. Hier moet toch iets aan gedaan worden, zeker voor de jeugd!

Omdat ik afdwaal en terug ga naar mijn jeugd komt gelijk  jeugdland weer in mijn herinnering. Een van de dingen die je kon doen, in de weken dat je vakantie had. Heerlijk knutselen of kanoën in het Zuiderpark. Ook kan ik me herinneren dat naast Ahoy vele stands waren waar ik me als kind helemaal kon laten gaan met mijn fantasie. Eten en drinken genoeg, dat kreeg je volop van de bonnen, maar ook vanuit huis werd ik vol gepropt. Dagen kon ik daar verblijven, naar mijn gevoel nu. Later toen ik ouder werd ging ik naar de Plompert samen met mijn vriendin. Wat hebben we daar genoten! Zo leuk met de badmeesters Aad, Pije en een andere badgast ene Hamsa die van de 5 meter mooie salto’s maakte. Wij lagen altijd op de tribune, dat wil zeggen, mijn vriendin, ik was super actief en zwom, dook, leerde salto’s en probeerde, toen ik bezig was met mijn zesde diploma, de vlinderslag. Jammer genoeg is dit zwembad weg. Jammer voor de kinderen van nu, althans dat denk ik, misschien zouden zij dit niet zo beleven. Waar heeft een kind behoefte aan? Een kind van nu, deze tijd, tijd van Mobiele telefoon en Ipod of BB. Een park?

Charlois heeft het Zuiderpark en wat kan dan de jeugd met name aangeboden worden? Een park op zich, speelt niet in de fantasie bij een kind! Wel als er activiteiten zijn, zoals de bewuste dag in juni waarbij het WNF aanwezig was. Het WNF wil problemen onder de aandacht brengen met bijvoorbeeld de Panda beer, er is dan een spel met onder ander deze vraag, ‘hoeveel Panda’s leven er nog?’ Of ‘weet je dat de tijger met uitsterven bedreigd word?’ En Waarop moet je letten als je een fout souvenir mee zou kunnen nemen uit het buitenland’?’ (Olifant) Ivoor of (krokodil) tassen om maar wat te noemen. Deze informatie kan spelenderwijs aangeboden worden, wat het WNF ook deed. Kinderen vinden dit leuk en leren dit snel.

Wat mij opviel is de houding van sommige  ouders en dat ze helemaal niet zo met het WNF bezig zijn of de natuur in het algemeen. Dat er nog 1600 pandas zijn… en dat de tijger… wie ook al weer? met uitsterven…. O ja! Nou we gaan weer snel verder en het kind moet soms mee. Gelukkig mochten er ook kinderen wél mee doen, of het spel zag er zo leuk uit dat het kind per se zelf wil meespelen. Ik was één van de mensen die kinderen ging halen of proberen over te halen om mee te doen. Ouders geven dan antwoord voor hun kind, terwijl ik het kind juist met name aansprak! Willen ouders niet dat ze mee doen? Willen ze geen tijd er aan besteden? Ze zeggen dat ze later terug komen maar helaas dan nooit meer gezien, op een enkeling na. Andere WNF vrijwilligers schreven kinderen in, of deden make up van Panda op of deden een spel met ze en een van ons liep in een Panda pak, wat bijna ieder kind zo leuk vind. Toch het was niet druk en het liep bij het WNF zeker niet storm. Het weer speelde mee, beetje te veel wind en te weinig zon. Toch, als ik dit vergelijk met bijvoorbeeld Jeugdland zegt dit veel over de plek, de mensen en hun persoonlijke doelen. Problemen worden zo niet goed onder de aandacht gebracht, ook niet van henzelf. Ze leren niet naar waardevolle zaken te kijken en gaan er dan ook anders mee om.

Er ligt nog een hoop werk voor Charlois! Ook voor het WNF die juist ook met de kinderen bezig is, de toekomst en bewustwording van wat er allemaal gebeurt in jouw leven, jouw wijk, jouw wereld. Waar we zo bewust van moeten zijn en moeten koesteren!

Rotterdams Avondje Uit.

Weet je, in een van mijn gedichten schreef ik over dat er in Rotterdam niet zoveel uitgaansgelegenheden zijn. Dit klopt ook best wel. Als ik rondkijk dan is het meeste echt centraal bij elkaar gepakt in het centrum en zo af en toe eens een gezellige kroeg in de stad. Lees meer

Vreewijk

Rotterdam. Mijn stad. Mijn leven. Ik heb op diverse plekken gewoond in Rotterdam en overal is het goed. Ik werd geboren in de Rosestraat, vervolgens verhuisde mijn ouders naar de Vaan, al waar ik mijn gehele jeugd met heel veel plezier heb door gebracht. Vanaf het ouderlijk huis verhuisde ik naar Vreewijk om in de Berkendaal mijn eerste huis te huren. Over deze bijzonder mooie omgeving kan ik het nodige schrijven.

Vreewijk is door van der Mandele, Mees en van Ravesteijn opgericht in 1913.
Mijn opa en oma kwamen er in 1932 wonen, in de Rozengaarde. Ze mochten een huis huren als ze netjes genoeg waren en als de man werk had. Mijn opa had werk en ze waren netjes, volgens de inspectie van toen stichting Vreewijk. De inspectie had het recht om zelfs in de linnenkast te kijken of alles er wel netjes genoeg op stapeltjes bij lag, vertelde mijn oma. Immers in Vreewijk was het netjes en kwam je niet zomaar. Dit beeld was er nog toen ik een huis mocht huren. Iedereen die in Vreewijk wilde wonen wist ook, daar kom je niet zomaar.
Vreewijk is opgezet als een dorp en wordt gekenmerkt door veel groen. Wie door Vreewijk wandelt ziet nu niet meer de prachtige en verzorgde tuinen als vroeger toen ik er woonde.

Helaas is er sinds de renovatie in de jaren 80 anders om gesprongen met het beheer van huizen verhuren. Het strenge beleid dat Vreewijk ooit voerde en wat Vreewijk zo bijzonder maakte en zo mooi hield, verzorgde huizen, straten en tuinen werd niet meer gebezigd. Tegenwoordig lijkt het wel of alles kan. Bijna iedereen heeft nu zijn tuin afgeschermd met een schutting vaak ook nog lelijk. Tuinen worden over het algemeen niet meer zo netjes bij gehouden. Het is niet overal zo, maar het gezellige – keurige Vreewijk is nu niet meer, met de lage heggen zodat je bij de buren in de tuin kan kijken en de sociale controle groot was. Wel is nog een gedeelte van de oorspronkelijke bouw in tact. Dit omdat niet iedereen mee heeft gewerkt aan de lelijke renovatie, o.a. ik zelf. Sommige bomen zijn ziek in Vreewijk maar ondanks dat, is er nog steeds veel groen. Oude bomen, struiken zijn gelukkig niet weggehaald.
Uit Vreewijk komen ook bekende namen zoals Jos Brink, die er zelfs een liedje over schreef.

Jos Brink: Tuindorp Vreewijk songtekst
Tuindorp Vreewijk, Tuindorp Vreewijk
Op de Voorde, waar ik woon
Loop ik, als m’n broertjes deden
Via de Vonder en de Leede
Naar de Frankendaal
Haartjes nat en handjes schoon
Loop ik langs de Lange Welle
En m’n moeder maar vertellen
Hoe het allemaal zou gaan
Die eerste dag, grote school, zes jaar pas
Lieve juf, jij bent Jos, jij zit daar
En m’n moeder wijst, terwijl ik angstig meekijk
Dat is allemaal allang voorbij

Tuindorp Vreewijk
Een auto in de straat, een zwarte met veel chroom
Het eindpunt van lijn 3 was op de Groene Zoom
Het Zuiderziekenhuis, de Groene Hilledijk
Die gekke namen van die lieve, lage wijk
De Vonder en de Wed, de Voorde
De Voordonk en de Achterdonk
De Kreek, de Lange Geer, de Lange Welle
Met de Olmendaal, de Iependaal
Willem van Iependaal, nou ja, ja… en De Brink

Tuindorp Vreewijk (Waar woon je?) Tuindorp Vreewijk
Pas een nieuwe koningin
Met de prins en de prinsesjes
En ik lik met smaak de restjes
Uit de puddingschaal
Tuindorp Vreewijk, mijn begin
Aarzelende eerste stappen
Ik ben niet zo’n hele knappe
Op die Frankendaal
En elke dag ga ik twee keer heen en terug weer
Deutekom heeft zoethout voor twee cent
Ze zijn er zeven kerken en maar een cafe rijk
En dat is allemaal allang voorbij

Tuindorp Vreewijk
Maar mijn straatje is er nog
Ach, die kleine smalle Voorde
Die uitstekend bij mij hoorde
Toen, maar nu niet meer
Misschien loopt er weer zo’n joch
Op de Voorde langs de Leede
Net zoals wij dat vroeger deden
Langs de Lange Geer
En ik zit op ‘t terras van m’n huis met zeezicht
Het is zo ruim en zo riant en zo royaal
En ik denk, terwijl ik naar de zee kijk
Wat was het klein en lief en lang voorbij
Tuindorp Vreewijk, Vreewijk, Vreewijk

Dan was er het Hotel Restaurant ‘Het Witte Paard’ wat werkelijk wereldberoemd was. In 1980 is dit helaas zo mooie gebouw afgebrand. Vele toeristen vanuit de hele wereld kwamen kijken. De architectuur van de woningen en het hotel – restaurant het Witte Paard, tuinen het ‘nieuwe wonen voor de arbeiders’ trok vele aan. Zelfs Japanners kwamen er kijken. Na de brand werd ‘Het Witte Paard’ een dienstencentrum. Dit is inmiddels ook al weer passé.

Vreewijk is een bijzondere wijk en dat levert bijzondere weetjes op. Wist u bijvoorbeeld dat de wortels van de televisieserie ‘De Fabeltjeskrant’ in Vreewijk liggen? Ed en Willem Bever, juffrouw Ooievaar, Bor de Wolf, Lowieke de Vos, Momfer de Mol en de Gezusters Hamster: allen zijn geënt op bewoners van Tuindorp Vreewijk. Wijkbewoner Leen Valkenier schreef de teksten voor de populaire kinderserie, die ook door volwassenen goed werd bekeken. Hij maakte deel uit van een Vreewijks theatergroepje. De serie verscheen in 1968 op televisie. Medeleden van het theatergroepje herkenden verschillende bewoners in de personages in de serie. Leen Valkenier bevestigde later zelf dat hij personages baseerde op mensen in zijn omgeving. In 2005 werd de serie uitgeroepen tot het beste Nederlands kinderprogramma van de afgelopen eeuw. Meer kunt hierover lezen www.museumvreewijk.nl.
Wat ook nog leuk is, op de Lede kan je een huis – museum woning – waar je Vreewijk door de tijden heen ziet. Ook Vreewijkers zelf komen langs omdat het zo leuk is om te zien.

Op 16 februari 2012 kwam het navolgende bericht : De wijk Tuindorp Vreewijk in Rotterdam wordt aangewezen als beschermd stadsgezicht. Daarnaast worden tweehonderd woningen in de wijk beschermd monument. http://www.rijnmond.nl/nieuws/16-02-2012/tuindorp-vreewijk-wordt-monument
Dit alles zegt hoe bijzonder Vreewijk is!

De Perzik

Beste lezer, deze keer wil ik het hebben over een zeer speciale Rotterdammer, helaas is hij er niet meer, maar hij was jaren de smoel, de porum, van de Schiedamseweg.
Ja, ik kende de man via Opa. Wanneer Opa en ik voor een boodschap op de Schiedamseweg moesten zijn, of op de ‘Mart’ op het Visserijplein, zat er voor mij altijd een versnapering in. Soms een ijsje van Jamin, een andere keer een, wat men in die tijd dacht, gezondere snack. Fruit.
Het lekkerste vond ik het wanneer Opa een hele grote, rijpe, perzik kocht. Zo eentje die het sap over je kin laat lopen. Gelukkig had Opa altijd een grote zakdoek bij zich en zijn zakmes. Dan zochten we een bankje uit en sneed Opa de perzik in parten. Na het verorberen kon indien nodig mijn snoet worden gepoetst. Niet met moderne vochtige doekjes…nee… gewoon met een door Opa bespuugde punt van de betreffende zakdoek. Zo ging dat vroeger..
De man waar ik het over wil hebben is de eigenaar van de fruitstal. Algemeen bekend onder de naam Japie. Altijd vrolijk en zonnig, niks leek hem te veel. Ik vond het nooit erg daar op onze beurt te wachten. En dat duurde vrij lang, want: druk en…voor iedereen had hij een praatje klaar. Wat een gezellige man vond ik dat!
Jaren later wist ik dat Japie ‘meneer Querido’ heette. Hij kwam te wonen in dezelfde flat als waar ik woonde met mijn ouders en zussen. Ook hoorde ik zijn ‘verhaal’, niet van hem, van anderen, onder andere van mijn moeder. Een naar verhaal. Een 2e Wereld Oorlog verhaal. Een Kampgeschiedenis verhaal. Een ‘zoveel meegemaakt verhaal’ dat Japie onder de medicatie zat. Wegens een KZ-syndroom. Hij had geen fruitstal meer, maar praatjes nog wel. Wanneer men uit de flat kwam beneden en hij stond op de parkeerplaats, dan duurde het uren eer je boodschappen in huis waren. En nog steeds, altijd even opgewekt. Nou ja, eigenlijk medicinaal opgepept. Hij was altijd samen met zijn hondje. Die twee waren onafscheidelijk.
Nog steeds krijg ik een glimlach om mijn lippen wanneer ik denk aan zonnige dagen, lang wachten, vrolijk gekakel aan de fruitstal en het oppeuzelen van de sappige perzik op een bankje aan het Heemraadsplein.
Een glimlach om de zomer, om het samenzijn met Opa en de herinnering aan Japie Querido.
Ondertussen weet ik heel veel over de oorlog, de razzia’s in Rotterdam, het bombardement één dag voor mijn moeders’ verjaardag en wat er in de kampen is gebeurd.
Een postuum petje af voor Japie. De oorlog heeft hem op zijn knieën gekregen, maar hij is weer overeind gekomen en, al was het niet hard, door gegaan met lopen.