Berichten

Toerist in eigen stad

Toerist in eigen stad Nou leef ik m’n hele leven al in deze mooie stad, en soms moet je jezelf eens dwingen om met andere ogen naar je stad te kijken.
Dat heb ik dus geprobeerd. Opmerkelijk toch wel. Zaterdag naar de centrummarkt gegaan, met vrienden uit 020, ja, ook dat kan, maak je geen zorgen, prachtige dag van gemaakt. Lopend over de markt begint het waarnemen.
Ik verraadde mijn afkomst doordat ik een trui aan had waar vrij prominent opstaat dat ik Rotterdam Gers! vind. Dus weer leuke commentaren ook. Maar kijkend naar de Rotterdammers op de markt zag ik weinig opvallends, gewoon een normale marktdag, luide marktkoopmannen, chagrijnige mensen met haast, winkelkarretjes voortslepende dames, vrouwen met net aangeschafte mooie bossen bloemen, vissen, groenten en fruit, kortom, een gewone marktdag in 010.
Tot het moment gekomen was dat we besloten de markthal eens te bezoeken. Op dat moment waan je je toerist in eigen stad. En dat had ik niet verwacht. Die hal staat er al even, wat me het meeste eraan opvalt is het aantal mensen wat apatisch naar het plafond staart als ze binnen komen, smartphone of fotocamera bij de hand, om hun bezoek vooral niet te vergeten.
Dat heeft iets weg van mensen die bij je thuis komen en ipv te groeten of om zich heen te kijken je schilderijen beginnen te fotograferen. Heel apart. En dan word je naar binnen gezogen door de shops, waar vriendelijk personeel groetend hoopt dat je iets wilt kopen. En eerlijk, er is veel, voornamelijk eten, te koop.
Het was de tweede keer sinds de hal er staat dat ik binnen was, maar veel zul je me er verder denk ik niet zien, het is een goede trekpleister voor toeristen, zag en hoorde veel nationaliteiten, maar voor Rotterdammers is het, wat mij betreft, buiten op de markt veel gezelliger. En delicatessen, die je er veel vindt, koop ik zelf ook liever in een delicatessenwinkel. Maar dat is persoonlijk, ieder voor zich in deze.

markthal 2

Toedeledokie.

Om het grijs van zijn kleding, zijn kleine gestalte en de natgeregende stad te compenseren, had hij voor een fel gele paraplu gekozen, met als grootste voordeel dat hij duidelijk opviel in het drukke verkeer. Zeker als je bedacht dat hij de laatste tijd wat moeilijk liep. Je moet dat speciale technische tekenpapier wel heel erg nodig hebben om, door dit pleuresweer deze reis te maken naar die goede winkel. In deze winkel verkopen ze alles wat voor de uitvoerende kunstenaar van belang is. Namelijk: goed materiaal. Hij schudde zijn kleurige regenscherm uit, terwijl hij de winkel binnen drentelde en om zich heen keek op zoek naar de paraplubak. Nergens was de gewenste bak te vinden en dus richtte hij het woord tot een lange jongeman die bezig was een winkelstelling te vullen met tekenmateriaal. Met een hese oude mannenstem vroeg hij: ”Is die paraplubak er niet meer?” De jongen keek op: “Paraplubak? Nee, die hebben we niet” en ging snel verder met zijn werk. “ Ik kan me toch zoiets herinneren, er stond hier vroeger echt wel een paraplubak” mompelde het mannetje bij zichzelf, terwijl hij naar de papier afdeling scharrelde en onhandig manoeuvreerde met de natte paraplu, die hij uiteindelijk met een nijdig gebaar ergens neerpootte.
Na deze ferme daad stapte hij op de stelling af waar het begeerde papier moest liggen en keek zoekend rond. Ha, daar lag het: een A4 tekenblock met technisch tekenpapier van hoge kwaliteit. Er lag maar 1 block, verdomme. Terwijl hij de rekken afspeurde om te kijken of er toch nog ergens zo ’n block lag, hoorde hij een uiterst directieve vrouwenstem iemand op luide toon de mantel uitvegen, over een zojuist afgesloten telefoon gesprek, gevoerd door de jonge verkoper, die hij daarnet nog had gesproken. De cheffin sprak docerend, met zinnen als: “Je zegt eerst de naam van het bedrijf en dan je eigen naam en dan goedemiddag. En niet Hallo, met Tim, alsof je bij de klant op school hebt gezeten. Dat doe je niet. En ook niet roepen: Ja, ja het komt voor het bakkertje, jòh. Nooit popiejopie tegen klanten doen en vooral nooit een gesprek beëindigen met: toedeledokie!!!” Bij de laatste kreet moest de cheffin zelfs een beetje kokhalzen. Ondertussen was de lange jongen met gebogen hoofd naar zijn plekje teruggekeerd en de cheffin hurkte weer bij de kast met de dure viltstiften. Het mannetje bij de papierkast had alles met toenemende belangstelling afgeluisterd en kreeg een boosaardige uitdrukking in de spotlustige oogjes, nam zijn grijze hoedje af, woelde even door de schaarse witte haartjes, krabde krachtig in het witte baardje en rechte zijn rug om de aanval in te zetten. Hij stapte kloek tussen de schappen door tot vlakbij de cheffin, die inmiddels op de knieën ongemakkelijk rondkroop met haar prijzige viltstiften, waardoor het mannetje streng op haar neer kon kijken en haar op bestraffende toon kon toespreken: “Mevrouw!” “Meneer!” riep de cheffin op dezelfde toon, terwijl ze moeizaam overeind kwam en hem strijdlustig aankeek. Ze herkenden elkaar van vorige confrontaties. Oei, zag je haar denken. De oude wees op het block in zijn hand en sprak met honingzoete stem: “Is dit het enige zeichenblock von schoellershammer wat u in huis heeft of is er…”. “Nee, dit is het laatste, denk ik. We kijken even” viel ze hem in de rede en troonde hem haastig mee naar de papierkast, waar bleek dat er inderdaad geen andere zeichenblöcker meer waren. “Het spijt me.. Het is op.. Het is besteld.. sorry”
Het mannetje had enige tijd met de armen over elkaar naar haar geluisterd en keek haar minachtend aan. Zijn volgende tekst kwam er hees fluisterend uit en naar mate zijn betoog vorderde werd zijn stem luider en de toon hoger. De cheffin kromp bij elk woord verder in elkaar: “Dit is een hele slechte zaak.” Begon hij ” In zo ’n bedrijf als dit, mag dit geweldige papier niet ontbreken, vooral omdat dit het beste is wat men krijgen kan” Hij ging nog enige tijd pesterig door met het afsteken van de loftrompet over dit geweldige artikel, alsof het een reclamespot betrof en sprak verder op hoge toon: “En met sorry zeggen, heb ik nog geen papier. Ik had natuurlijk eerst even moeten bellen, voordat ik door dit kutweer hier naar toe kwam en moeten vragen of het er was. Hoewel ik net heb begrepen dat ik dan een of andere vlegel aan de telefoon had gekregen en dan was ik echt in de aap gelogeerd geweest. Maar, voordat ik vertrek, rest mij nog 1 woord en dat ga ik nu zeggen. En niet 1 keer maar wel 12 keer.” Hierbij stelde hij zich op alsof hij een duizendkoppige menigte toe ging spreken en riep: “Toedeledokie, toedeledokie en toedeledokie. Dat zijn er al vast drie.” En aldoor toedeledokie zeggend liep hij, zonder om te kijken naar de kassa, rekende zwijgend af met een erg lief uitziend meisje, die er duidelijk niets van begreep en beende naar de deur, draaide zich om en riep: “En met een welgemeend toedeledokie verlaat ik nu het pand” en stapte door de dubbele deur naar buiten, kwam daar tot de ontdekking dat het nog regende, keerde op zijn schreden terug en liep met afgemeten pasjes gehaast de winkel door tot bij de gele paraplu, die hij weggriste en vervolgens weer naar buiten snelde. Hij had zich zijn triomfantelijke aftocht duidelijk anders voorgesteld.

Aad Wieman. Rotterdam, 1-10-2015.

Eierkoek.

De bedwelmende geur van vers gebakken brood, drong vanuit de grote bakkerij het winkeltje binnen, waar de huisvrouwen, die met de portemonnee in de hand, de tas aan hun arm, op hun beurt stonden te wachten. Ze babbelden er intussen lustig op los over allerhande belangrijke onderwerpen zoals het weer, hun man of zaken als: “ik zag dat Riet een nieuwe jas heb, waar doet ze het toch van” of “Kraaig jaaj auk oltijd zo honger van die luch? O, het doet gewaun zeer, joh. Ik mot gauw wa-tebbe, eh koekie of zo, want Ik valt toch ech baaina van de graat, daaluk. En dan een lekkere kom zuipe d ‘r baaj. Weetjenie?” Of “Maaid, ik seg-nog-tege-me-man-ik-zeg. Ik-weenie-wak-heb-mareeehh….”enz. enz. Zulk gezellig gekout hoorde men meestal elke morgen in deze nering en de gemiddelde clientèle genoot hiervan. Vooraan bij de toonbank met de smakelijk gevulde vitrine stond een moeder met een wandelwagentje waarin een brabbelende baby lag. Naast haar hipte en danste een jongetje van een jaar of acht, die behept was met een opmerkelijk woeste, vlammend rode kuif. Water, brilcream, borstel en kam hadden duidelijk geen vat op zijn haardos, dit tot ergernis van zijn moeder die telkens met haar vrije hand zijn stugge pruik probeerde te temmen. Ze was duidelijk zeer moe, wat niet direct aan het haar van haar zoontje hoefde te liggen natuurlijk. Het jongetje liet zich de ruwe liefkozingen van zijn moeder welgevallen alsof het een noodzakelijk kwaad betrof en had zich inmiddels zuchtend op de vitrine gestort om de daarin opgetaste lekkernijen likkebaardend te bewonderen. Aan de beweging in zijn rug zag je een idee ontstaan, want hij knikte blij en wees naar iets in de vitrine. Zijn moeder had geen oog voor hem omdat ze hier, in deze winkel scherp op haar beurt moest letten. Met een aandoenlijk hees stemmetje sprak het jochie snel: “ Mam, maggik een eierkoek?.” “Wat? Nee” “Ma-ham, maggik een eierkoehoek?” “Nee, Roel. Je krijgt geen eierkoek” Sprak de vrouw beslist. Je kon aan haar toon horen dat ze dit al vaker aan de hand had gehad en dat zwichten voor zijn smekende blik op de loer lag en dat was vandaag niet de bedoeling. Hij was toch al zo verwend. Hij pakte haar hand en richtte nu zijn beruchte smekende blik op haar, met de bedoeling haar van binnen te doen smelten. Ze rechte haar rug en werd gered door het winkelmeisje dat haar vragend aankeek. Ze was gelukkig aan de beurt en begon duidelijk en ferm haar bestellingen te plaatsen. Het jongetje zag dat zijn methode niet werkte en wierp zich theatraal voor de vitrinekast, keek verlangend naar binnen, stak zijn handen hemelwaarts en zuchtte met verstikte stem: “Ik krijg ook nooooit een eierkoek” Hij slikte want hij wist dat huilen geen zin had. Dat was meer iets voor zijn zusje. Hij besloot tot een andere strategie. Als zijn moeder een bestelling had uitgesproken siste hij er gauw “en een eierkoek” achteraan. “Een heel wit en een halfje knipkrop..” “En een eierkoek” Na de derde kreet om de eierkoek schreeuwde moeder “Hou op, Roel. Nee, Je krijgt geen eierkoek.” Roel stak nu boos zijn handen in de zakken van zijn spijkerbroek en zweeg verbeten. Al die tijd had een grote zware man met een forse, lichtgroen geruite pet op het hoofd, op een afstandje geamuseerd staan toekijken. De lachrimpels naast zijn ogen verrieden hem, terwijl hij probeerde zo ernstig mogelijk naar eierkoekenstrijd te kijken. Toen hij aan de beurt was bestelde hij: “Een halfje volkoren en O, ja. Geef mij al die eierkoeken” Het effect op roodharige Roeltje was adembenemend. Het anders zo kleurige gezichtje werd spierwit, zijn lichtgroene ogen veranderden in donkere poelen van woede. Hij draaide zich langzaam en met gebalde vuisten naar de verachtelijke figuur die zo laaghartig al zijn eierkoeken inkocht en verhief zich om de onverlaat van repliek te dienen, toen zijn moeder op tijd ingreep met de corrigerende kreet: “Roehoel!!! Je houdt je mond, hoor. Die meneer moet zelf weten of hij 1 of 16 eierkoeken koopt. Daar heb jij niks mee te maken.” De jongen liep leeg en kon zijn tranen nauwelijks bedwingen. De man met de groene pet stapte op het teleurgestelde ventje af en diepte uit de zak een eierkoek op en hield het de jongen voor, die verbaasd opkeek en met een triomfantelijke blik op zijn moeder de koek aannam. “Ach, dat hoeft helemaal niet hoor meneer. Hij hoeft niet altijd zijn zin te hebben” en tegen haar zoon: “Wat zeg je nou?” “Hij hoeft niks te zeggen hoor, mevrouw. Ik ben jarig vandaag en dit is voor mij collega ‘s. Jullie hoeven me niet te feliciteren en een goede morgen nog allemaal” Hij nam met een zwierig gebaar zijn pet af en daar onder bleek hij het zelfde weerbarstig rode haar te dragen als Roeltje. De aanwezige klanten keken allemaal verbaasd zwijgend de groetende man na en begrepen: ze waren getuigen van een staaltje solidariteit van roodharigen onder elkaar. Daar ga je niet tussen komen

Even een Brammetje halen.

 1966 het jaar dat ik geboren ben, mijn naam is Arie van der Es, geboren in Ridderkerk maar getogen in Rotterdam. 1967 het jaar dat een Brammetje geboren werd, in het begin heette hij een zak patat maar een aantal jaren later ging hij door het leven als een Brammetje.

31 jaar geleden maakte ik kennis met Bram, ik zat op de LTS IJsselmonde aan de Sportlaan en ik woonde achter het Prinsenplein. Elke donderdagmiddag ging ik met een omweg naar huis, ik ging via de Huniadijk want daar was de markt en op die markt kwam ik Bram tegen. Op de kop van de markt stond die witte met blauw gestreepte verkoopwagen waar ze voor mij de lekkerste patat van Rotterdam verkochte. Voor mij maakte het niet uit wat voor weer het was want ik had er wel natte kleren voor over voor die lekkere zak patat.

Als ik zo aan die tijd terug denk loopt het water me in de mond, tjonge wat een feest was het iedere donderdagmiddag. 4 jaar lang leefde ik volgens dit ritueel totdat het moment kwam dat ik slaagde voor mijn eind examen en ik op zoek moest naar een andere school, ik heb nog geprobeerd te zakken om mijn donderdagmiddagen niet te missen maar helaas, het was tijd. Tijd om afscheid te nemen van school, van Bram en van mijn donderdagmiddag ritueel, de vervolg opleiding die ik ging doen was helaas niet in de buurt van een markt.

Jaren kwam ik niet meer bij Bram, we verloren elkaar uit het oog. Totdat ik een vijftal jaren later Bram weer tegen kwam, ik zocht een baan en iemand vertelde mij dat ze bij Bram nog iemand zochten die van aanpakken wist, ik solliciteerde en mocht op zaterdag een dagje komen proef draaien, die zaterdag werd nog een dag en nog een dag tot ik een vaste aanstelling kreeg. Mijn oude donderdagmiddag ritueel werd mijn werk, wauw ik voelde me de koning te rijk, ik werd een onderdeel van Bram, werken op de markt, de Rotterdamse markt aan de Mariniersweg.

De markt waar het voor Bram in 1967 allemaal begon en waar het voor mij jaren later ook allemaal begon. 25 jaar later ben ik nog steeds onderdeel van Bram, uitgegroeid tot franchisenemer en de trotse eigenaar van een winkel op winkelcentrum Hoogvliet aan de Binnenban. Mijn ritueel van vroeger is mijn levensstijl geworden, maar het is niet meer zoals 25 jaar geleden, toen waren er 2  verkoopwagens en inmiddels zijn er bijna 30 Bram winkels.

Bram is door de jaren heen flink gegroeid en met die groei is er ook veel veranderd binnen het bedrijf maar wat nooit mee veranderd is, dat is de patat, die is vandaag de dag nog net zo vers en nog net zo lekker als 43 jaar geleden. De patat van Bram Ladage is authentiek en ik ben er trots op dat ik daar een onderdeel van mag zijn. Ja deze patat is goudgeel, knapperend vers en in de zuivere soja olie gebakken, ik hoop dat je net als ik na het lezen van het verhaal trek heb gekregen in een Bram, dus spoed je snel naar de dichtstbijzijnde vestiging.

 

Met smakelijke groeten,

Arie van der Es

WAAR

WAAR is bij uitstek de cadeauwinkel voor bijzondere duurzame producten. De productgroepen die WAAR voert variëren van woonaccessoires en sieraden tot food en boeken. Het brede assortiment bestaat naast fairtrade producten ook uit biologische, ecologische en gerecyclede artikelen met bijzonder design. WAAR heeft leuke en inspirerende cadeaus met een bijzonder verhaal, voor een ander of gewoon voor jezelf.

Zoek je nou een origineel Rotterdams cadeautje, dan moet je zeker ook even bij WAAR aan de Oude Binnenweg binnenlopen.

Het Rotterdamse aardmannetje van Jos van der Meulen heeft sinds enige tijd een vrouwtje en je vindt ze bij WAAR.

In de bakkerij van Rotterdams Handwerk (Pameijer) worden de echte Rotterdamse koekjes gebakken en WAAR verkoopt ze.

Wil je weten waar Rotterdammers goed in zijn? Zoek het op in het boekje Rotterdamse Records & Primeurs van Herco Kruik.

Originele ansichtkaarten of een geinig T-shirt. Bij WAAR moet je zijn.

WAAR

Oude Binnenweg 144a

3012 JH Rotterdam

http://www.ditiswaar.nl/

7th Street Pop & Rockkoor

Het 7th Street Pop & Rockkoor is afkomstig uit Rotterdam – IJsselmonde.

In 2009 zijn wij gestart met ons koor, en op zoek gegaan naar een geschikte locatie, dit is de Wendeldijk 25 in IJsselmonde geworden, wijkgebouw de Rank, waar ook rocktempel L’Esprit gevestigd is.

Om ons te onderscheiden van andere koren hebben we een ervaren dirigent/muzikaal leider aan getrokken, te weten: Chris Hermans.   

De nummers die wij ten gehore brengen worden door hem persoonlijk gearrangeerd zodat wij altijd een eigen geluid hebben.

Inmiddels zijn wij uitgegroeid tot een koor met zo’n veertig enthousiaste zangers en zangeressen.

Wij hebben gekozen voor het genre pop en rock, voornamelijk Engelstalig, en een enkel Nederlandstalig nummer.

Het zijn lekker in het gehoor liggende, voor jong en oud herkenbare songs, zoals Bad Romance – Lady Gaga, Rolling in the deep – Adele, Viva la Vida – Coldplay, You can’t always get what you want – The Rolling  Stones, Beter – Bløf, River Deep Mountain High – Ike en Tina Turner, When the lady smiles – Golden Earring, en nog veel meer!

De eerste twee jaar hebben we verschillende try-outs gehad om wat ervaring op te doen, en hebben hier zo veel positieve reacties op mogen ontvangen dat we ons nu alweer twee jaar wat meer op de echte optredens hebben toegelegd.

Zo werken wij komend jaar alweer voor de derde keer mee met het benefietconcert ‘Voices4Life’, waren we twee jaar achtereen bij het korenfestival ‘Vólkoren’ in Middelburg en tijdens de Rotterdamse Operadagen in 2012 hebben wij twee optredens mogen verzorgen in de Rotterdamse Schouwburg.

Verder zijn wij regelmatig te vinden in verschillende winkelcentra en op festivals en jaarmarkten.

Bij interesse vertellen wij u graag meer over de mogelijkheden.

Ook als je een nieuwe muzikale hobby zoekt ben je bij ons aan het juiste adres.

Ons koor oefent elke donderdagavond van 20.00 uur tot 22.00 uur in de Rank aan de Wendeldijk 25 in IJsselmonde. Is zingen je hobby en wil je met plezier je zangkwaliteiten verbeteren en eens proberen hoe het is om in een stoer koor te zingen?  Dan zijn wij op zoek naar jou!

Wij zijn een hechte warme groep dames en heren van uiteenlopende leeftijden, waar ook nieuwelingen een warm welkom te wachten staat. De repetitie avonden, geleid door onze muzikaal leider Chris Hermans, zijn gebaseerd op een goede zangtechniek, ademhaling, ademsteun, klankvorming, en natuurlijk vooral dat waar we éigenlijk voor komen.. Lekker zingen.

Door de gerichte aanpak van Chris wordt een zo goed mogelijk resultaat behaald. Ook voor de beginner of hem/haar die geen noten kan lezen is zijn manier van lesgeven goed te volgen.

Wil je nog meer informatie over het 7th Street Pop & Rockkoor, of wil je eens komen kijken?
Bel dan even met onze voorzitter: Leo de Groes (06-19178480)

Tot snel!

 https://www.facebook.com/7thStreetPopenRockkoor?fref=ts

 http://www.7th-street.nl/

 

Henk de marktkoopman

Mensen in mijn leven waar ik echt de slappe lach van kreeg blijven altijd in mijn geheugen, zo ook Henk mijn oude
buurman.

Henk was regelmatig gast in de huisbarpub van mijn ouderlijk huis in de Thomas a kempisstraat,wat steeds meer weg kreeg van een buurthuis.
Met een aardige slok op zorgde hij meestal voor een nog vrolijker tintje van de feestavond.
Zoals het uitdelen van een klapsigaar aan degene met het mooiste overhemd met als resultaat brandgaten!
Henk was een kei in het oplossen van de verkeerde grappen dus bij deze kreeg het slachtoffer 3 nieuwe overhemden die al 5 jaar onverkocht in zijn kraam hingen!
De grote glazen Heineken laars waar als je probeerde een slok te nemen 2 liter bier over je heen kreeg deed het ook altijd goed!
En niet te vergeten het cognacglas van mn vader dat regelmatig vervangen werd door een nepglas uit de feestwinkel maar sprekend echt met dubbel glas en als je een slok nam er niks uit kwam.
Het hoogtepunt van de avond was meestal wel als de tamboerijn te voorschijn kwam.
Een keiharde schorre markt, rook en drank stem schreeuwde dan:”AAT!”DAVE BERRY!STRANGE EFFECT!!!!!
Ik zette de plaat op en daar kwam Henk!,eerst een hand om de deur,tamboerijn sissend,en dan het prethoofd met de felblauwe hagedissenogen van Henk! de playbackshow kon beginnen!
Na dit nummer zette ik meestal wat rustiger muziek op om Henk wat af te laten koelen want vaak had ie een optreden van een uurtje of twee in gedachten!.

Henk stond op de Rijnhavenmarkt met een kraam die niet echt meer zo liep.
Mijn moeder had een gouden oplossing ze stelde voor zomerjurkjes als parttimer te gaan naaien met een meer moderner stof,en het liep!parttimers volgden.
Het ging zelfs zo goed dat Henk besloot een winkeltje nabij de Maashaven te gaan beginnen in marktkleding in combinatie met tweede hands spullen!
Ik ging een keer langs..De paskamer sloot maar voor de helft..Jahaha het oog wil ook wat als dames een jurkje gaan passen!,twee klanten komen binnen..”meneer dit servies mooi maar 2 kopjes zonder oor” Nou dan naai je er twee een oor aan!hahaha weg klanten,weer een klant “hoeveel kost dit kruis?” hetzelfde als wat erop staat! te veel dan oprotte!dag en weg klanten..schaterend van de lach laat hij mij een kolenkachel zien,Hey Aatje omdat jij mijn grootse vriend ben mag je m nu voor 1 gulden meenemen!maar wel binnen twee minuten want we sluiten die zooi hier en gaan nu saampies naar de kroeg hiernaast!!!O Wacht ff Aat! ik heb nog wat lp s in de uitverkoop zoek snel uit! Henk het zijn alleen maar hoezen zonder lp ! Oh? vandaar dat ik ze niet verkoop! schiet op ik ga de zaak dichtgooie!!!,mn buurvrouw Nel kwam ook nog de kroeg in maar niet al te vrolijk..

Het ging slechter met Henk zijn zaken,hij moest zelfs bijklussen in de nachtdienst ,zelfs een schilderij een erfstuk uit de familie genaamd de “Rijsteter”moest hij noodgedwongen verkopen.
Die kan jij zo namaken Aatje! Tuurlijk Henk alleen dan doe ik wel bamie ipv rijst scheelt me wel wat werk!
Henk zijn gezondheid ging achteruit.
Ik heb hem nog wel een leuke grap bezorgd door een oude dia van het barretje waar hij opstond heel groot op de zijkant van het flat waar hij op uitkeek te projecteren.
Toen ik hem belde het eerste wat hij zei: “Goeie reclame dit zeg!!!!”.

Afbetaling

Tegenwoordig kan bijna iedereen wel geld lenen. Tegen hoge rente vaak.  Wehkamp, Otto en Neckerman verkopen goed. Vroeger hadden we ook niet veel geld, wij kochten op de pof.
In Rotterdam hadden we de Faam, Rodago, Scheffers, Schuller, De Condor, Bep en Rob van Gent. Er waren er dus genoeg. Je kan bijna alles kopen, het was vaak duurder als dat je het contact kocht en je betaalde redelijk wat rente.  Voor je geld kon je dus naar de winkel en daar betalen en er waren ook mensen die aan de deur geld kwamen halen.
Vaak riepen ze dan “Bode” en dat betekende betalen.

Toen ik op mijn zestiende voor de zoveelste keer van school was getrapt kwam ik op een gegeven moment ook bij een van die winkels te werken. Schuller; een winkel op de Riederlaan, op Rotterdam Zuid.  Er kwamen niet heel veel klanten op een dag, maar er was altijd wat te doen. Zomers stonden we uren voor de deur te kijken naar de mooie meiden die voorbij kwamen. Dat mocht nooit lang achter elkaar, omdat de andere winkels anders dachten dat we geen klanten hadden. En soms werd ik de bode, twee jaar lang vanaf mijn 16e moest ik dus geld halen bij de mensen thuis. Ik kwam ook in andere steden en wijken om geld op te halen. De Staart in Dordrecht, De Gorse in Schiedam en ook nog de Schilderswijk in Den Haag, waar je nog niet dood gevonden wilde worden.

Zo ook op de Kaap, de hoerenbuurt in Rotterdam. Dat was echt lachen, die meiden kochten ook op de reut, en als ik dan op mijn fietsje geld kwam halen en ze hadden iets verdient; dan kreeg je geen cent, je kon ook alle ziektes kregen die ze konden uitspreken, en dat waren er heel wat. En als je pech had en de pooier had een rot bui, kon je ook nog een schop onder je reet krijgen. Maar de week erop, hadden ze bijvoorbeeld goed verdient, dan was het 5 gulden voor de baas en voor mij ook een knaak, een drankje en een knuffel, en daarbij stikte je bijna in de rijkbedeelde dames van de Kaap.

 

Ja, mooie tijden! Kochten jullie vroeger ook op de Lat?

Te koop boek “ode aan de vader”

De Kunsthal viert Moederdag (zondag 12 mei) met een ode aan vaders. Aanleiding vormt het fotoboek ‘Ode aan de Vader’ van Kees Spruijt waarin hij 23 vaders van tussen de 25 en 54 jaar oud portretteert. De portretten vormen een persoonlijk relaas van deze vaders, met een knipoog naar de moeders. Spruijt verbaast zich “over de manier waarop vrouwen het moederschap uitdragen”, mannen staan veel minder bekend om hun vaderschap. De Kunsthal toont bovenaan het Auditorium een tiental portretten van deze bijzondere serie.

De ondergewaardeerde rol van vaders begint volgens Spruijt al tijdens de zwangerschap. “Vanaf het moment dat vrouwen zwanger raken, lijkt er nog maar één gespreksonderwerp mogelijk: het kind”. Spruijt portretteert de vaders daarom in ‘zwangere pose’, de mannen geven zich letterlijk bloot. Ze houden hun, soms grote, vaderlijke buiken vast tegen een fel baby-roze of blauwe achtergrond. De foto’s doen daarmee denken aan zogenoemde ‘pixi photos’, cliché (familie)portretten die sinds de jaren ’50 veel gemaakt werden in warenhuizen. De neutrale setting van de foto’s geeft weinig vrij over de geportretteerden, enkel hun lichamen geven iets van hun identiteit prijs. In begeleidende interviews vertellen ze openhartig over hun vaderschap en de band die zij zelf hebben met hun vader. Hoezeer de mannen ook van elkaar verschillen, de liefde voor hun kinderen staat voorop. “Stiekem verheug ik me al op de dag dat ik opa word” (Paul).

Kees Spruijt
Werk van Spruijt (1964) was al eerder te zien in de Kunsthal, met de fotoserie ‘Kameraden’ (2008), een serie portretten van de harde kern supporters van Feijenoord. Spruijt is sinds 1990 freelance fotojournalist en won in 2004 de tweede prijs bij de Zilveren Camera in de categorie dagelijks leven. Hij heeft een voorliefde voor sociale fotografie, waarin onder andere de zelfkant van de maatschappij centraal staat.

Binnenkort kunt U dit boek bestellen in onze webwinkel, kunt U niet wachten en wilt U dit boek nu bestellen, stort 19.50 inclusief verzending op bankrekening 97.11.62.123 t.n.v. ROPE theater op maat.
Vergeet niet uw adres te vermelden.

De metro van vrijdagavond

Het gaat best goed, dat reizen met bus en metro. Behalve op vrijdagavond. Op vrijdag hebben wij koopavond in Rotterdam en dat betekent dus een lange dag voor mij. Om negen uur ’s avonds doe ik de deur op slot en tel ik mijn centen. Als het een flink bedrag is, wandel ik daarna moe maar voldaan naar de metro. Valt het bedrag tegen, dan wandel ik ook naar de metro, maar dan met een chagrijnige kop. In beide gevallen zakt mijn humeur sowieso onder nul, als de metro arriveert. Het kan niet anders of de baas van de metro heeft een gruwelijke hekel aan winkelen. Hij stelt de winkeliers en hun medewerkers verantwoordelijk voor het leed dat hij elke zaterdag en/of zondag meemaakt als hij met zijn vrouw gezellig de stad in moet. Rijden er de hele week lange metro’s van wel drie wagons aan elkaar, op vrijdagavond moeten we het doen met één schamel metrostelletje. Wij winkelwerkers staan dan samen met onze klanten samengepakt in de veel te kleine metrowagon. U zult begrijpen, dat ik mij nogal erger aan deze situatie en omdat ik assertief ben ingesteld, heb ik onlangs een mailtje gestuurd naar de RET. Ik heb hierin mijn verbazing uitgesproken over het feit, dat er op zaterdag- en zondagochtend metro’s ingezet worden van wel drie metrostellen lang, terwijl er dan bijna geen reizigers zijn en dat er op vrijdagavond, na een koopavond de kortst mogelijke metro over het spoor rijdt. Een paar weken later was het resultaat van mijn mailtje al merkbaar. Fijn zult u denken, dan kan je op vrijdagavond tenminste lekker zitten na zo’n lange werkdag. Mis! Op zaterdag- en zondagochtend zijn nu, net als op vrijdagavond, het tweede en derde metrostel afgekoppeld. Voor mij is het duidelijk. Mijn mailtje is terecht gekomen op het bureau van de baas van de metro, een krachtig leider die wel raad weet met zeikerdjes die altijd maar klagen. Zeker als blijkt dat het om een winkelier gaat. Hij twijfelt nog even om als wraakactie de vrijdagavondrit van kwart over negen uit de dienstregeling te schrappen. Zijn secretaresse weet hem nog net van dit onzalige plan te weerhouden, door hem snel iets lekkers in te schenken. Als de baas van de RET weer een beetje tot bedaren is gekomen, weet hij wat hij moet doen. Hij heeft namelijk tijdens zijn opleiding geleerd om altijd naar de klant te luisteren. “Die vent vertelt mij dat de metro op zaterdag- en zondagochtend leeg is? Mooi, dan rijden we op die dagen voortaan ook met één treinstel.” En zo is het gekomen. Namens alle reizigers van de vrijdagavond richt ik mij tot de vrouw van de metrobaas: “Lieve mevrouw, wilt u de komende tijd lekker met een vriendin gaan winkelen en uw man een poosje rust geven. Verwen hem bij thuiskomst een beetje met een lekker glas whisky en vraag over een paar weken eens, zomaar langs uw neus weg, of er op vrijdagavond niet eens een metrostelletje bij gehangen kan worden.” Alvast bedankt.