Berichten

Larmoyant

Het woord larmoyant zie ik de laatste tijd steeds vaker. Dat komt niet omdat ik een nieuw abonnement heb op een krant met veel moeilijke woorden of ineens veel literatuur lees. Nee, mijn leesvoer is hetzelfde gebleven. Het woord larmoyant is met een gestage opmars bezig en dat is frappant. Ik zag het nota bene in het Algemeen Dagblad, niet bepaald een krant voor hoogopgeleiden die in Frankrijk hun vakantie doorbrengen of voor snobs met een tweede huis in de Provenc
Larmoyant is namelijk Frans. Frappant trouwens ook. Je hoort larmoyant niet veel. Soms, laat op de avond na een intiem etentje aan een Kralingse borreltafel, als iemand zeurt over de culinaire kwaliteit. Larmoyant komt nogal kakkineus over, maar dat kan veranderen. Als het maar genoeg gebruikt wordt, dan wordt het woord vanzelf minder elitair. Larmoyant betekent huilerig, klagend of sentimenteel. Niet iets om mee te koop te lopen.

Vandaar de vraag of de groeiende populariteit van het woord is te verklaren door de opbloei van het sentiment om ons heen en of de gemiddelde Nederlander daardoor zelf sentimenteler is geworden? Het zou zomaar kunnen. Met de komst van de commerciële radio en televisie ontstond de behoefte aan herkenbare emoties. Janken op de buis werkt namelijk omzet verhogend. Huilen is makkelijk, goedkoop en dus winst bevorderend. En daar gaat het om bij de commerciëlen.

De verdebielisering van de samenleving nemen zij voor lief. Sterker nog, der Volksverblötung, zoals de Duitsers het zo mooi noemen, lijkt opzettelijk de bedoeling van de mediamaffia. Huilen is normaal en van alledag. Tussen de reclames moeten we onze gevoelens ongebreideld kunnen uiten. Reclameboodschappen zijn ingeblikte sprookjes. Geanimeerde poppetjes die de onderkant van een toiletrand schoonspuiten, brandend maagzuur blussen, badkamertegels ontschimmelen, hardnekkige tandplak verwijderen en het nationale probleem van de kalkteennagel tot een goed einde weten te brengen. Zij leefden nog lang en gelukkig.

Onzin! We schaffen spullen aan die we helemaal niet nodig hebben. De drassige pulp waarmee de bevolking dag in en dag uit geïndoctrineerd wordt, leidt tot een toenemende frustratie, die op zich zelf weer tot gevolg heeft dat gevaarlijke sentimenten opbloeien. Terwijl onze samenleving feitelijk op een intellectueel en materieel hoogtepunt verkeert, wordt er momenteel meer geklaagd dan ooit.

Over zwarte Piet, over negers, over blanken, over de banken, over Griekenland, over Rusland, over China, over Amerika, over vluchtelingen, over het spoor, over moslims, over de regering, over links, over rechts, over de huizenmarkt, over de zorg, over de belastingen, over het onderwijs, over het voetbal en zelfs over het weer. Het is allemaal te veel om op te noemen en het is daarom niet vreemd dat men zoekt naar moeilijke woorden, maar toch komt het veelvuldig gebruik van larmoyant nogal pathetisch over.

Het woord pathetisch is van Franse oorsprong en betekent aandoenlijk. Ik voorspel het een grote toekomst.

© IJsbrand Flamminga

de draaischijf

Draaischijf

Dit is een ik verhaal. U bent gewaarschuwd. Als u niet van opschepperij houdt moet u niet verder lezen. Ik klop mij namelijk nu even flink op de borst voor iets wat ik vroeger heel erg goed kon. Ik zou nu geen seconde meer op dat ding willen en/of durven staan, maar toen… Tjonge jonge wat kon ik dat goed zeg. Ik zwelg nog van trots als ik er aan terug denk. En wel hierom: Als jochie van 12 was ik erg klein voor mijn leeftijd en niet goed in gymnastiek. Ik werd dan ook meestal als laatste gekozen bij verschillende balspelen zoals trefbal en bij de edele voetbalsport lag ik of op de grond te dweilen of kon je me zien wegduiken voor de aan suizende ballen. Touwklimmen, daar was ik wel goed in omdat ik bijna niks woog. In de tijd van een scheet zat ik dan tegen het plafond van de gymzaal, vanwaar je een goed uitzicht had. Ringen, rekstok en paard was niet aan mij besteed. En toch was ik een druk en bewegelijk ventje. De clown uithangen en af en toe een mooie tekening maken was niet voldoende om echt aanzien te verwerven.                                                                                                                                    In die tijd ging ik elke dag direct vanuit school naar de dierentuin, liet mijn abonnement zien, spoedde mij langs de dieren om bij mijn einddoel te geraken: de speeltuin met mijn favoriete speeltuig. In een uithoek van het speelterrein, waar de treinen langs raasden stond hij. De draaischijf. In een soort zandbak stond een vier meter brede schijf, vervaardigd van houten latten en voorzien van een metalen rand om het geheel stevig bij elkaar te houden. Het had wel iets van een middeleeuws martelwerktuig en alsof deze indruk versterkt moest worden, stond er een paal achter het speeltuig met daaraan een rechthoekig bord dat de waarschuwing bevatte: LET OP, kom niet met uw vingers aan de rand van de draaiende schijf! Deze mededeling sprak ernstig tot de verbeelding , want wat zou er gebeuren als je toch aan de rand van de in volle vaart draaiende schijf zou komen? Ik kon het wel vermoeden omdat er een  reeks ronde paaltjes, met schuin afgesneden toppen, vlak langs de metalen rand van de schijf geplaatst waren. Dus als je met je poten tussen rand en paaltjes kwam, dan lagen ze er onherroepelijk af. De paaltjes stonden er waarschijnlijk om te voorkomen dat er kindertjes onder het speeltuig zouden kruipen. De houten schijf stond in een hoek van ongeveer 30 graden, zodat hij met een beetje gewichtsverplaatsing makkelijk zou draaien en daar ging ik mee oefenen. Ik oefende en oefende elke keer als ik in de gelegenheid was en werd een meester in het beheerst laten draaien van de schijf. Ik kon hem met weinig moeite tot grote snelheid laten draaien door op een bepaald punt rustig omhoog te lopen en ook weer af te remmen als ik aan de andere kant liep. Als het druk was in de speeltuin kon ik een hele groep kinderen, die op de stilstaande schijf waren gestapt binnen dertig seconden in het zand laten bijten, door de draaisnelheid hoog op te laten lopen zodat iedereen van de schijf geslingerd werd. Ik lette wel op dat ik al rennend over de hardnekkige achterblijvers heen sprong terwijl ze zittend en gillend naar de rand gleden. En al deze toeren haalde ik uit met een uitgestreken gezicht, alsof niets mij deren kon. Ik genoot vooral als er van die sportieve jongens hun handigheid wilden etaleren en vol bravoure op de schijf sprongen. Je zag hen denken: O, dat doe ik wel even. Maar na amper 10 seconden dachten ze er liggend in het zand ineens heel anders over. Een enkeling kwam dan prachtig op zijn smoelwerk terecht en kon afdruipen richting EHBO, om een verzameling schrammen en verstuikte ledematen te laten verzorgen.

Later, toen ik al een jaar op het voortgezet onderwijs zat kon ik nog 1 keer mijn gram halen tijdens de driedaagse schoolreis. U weet dat pubers meedogenloos zijn in hun onderlinge kritiek. Mijn nietige gestalte en klunzige gymnastische toeren waren een prachtig doelwit voor de “populaire” sportjongens die ook nog gesteund werden door die klootzak van een  gymmeester. Totdat! In de buurt van het huis waar het schoolreisje gevierd werd was een verlaten speeltuin. In een hoekje stond tot mijn vreugde zo ’n zelfde draaischijf als het exemplaar uit Blijdorp. Nadat ik hem voorzichtig had uitgeprobeerd wist ik: Ik kan het nog! Deze schijf was goed gesmeerd en daardoor sneller dan die andere. Toen de groep de tweede dag al klierende en stoeiende in het speeltuintje terecht kwam stond ik te stuntelen op de draaischijf. Ik speelde de stuntel door wankel op de schijf te staan en er ook nog klunzig af te donderen en daar trapten de opscheppers mooi in. Gedrieën stapten ze nietsvermoedend op de schijf en zochten naar hun evenwicht, dat ze onmiddellijk en spectaculair verloren op het moment dat ik ook op de schijf sprong en er de vaart in zette en me enige tijd virtuoos amuseerde met het toestel, ondertussen achteloos naar de gevallen snoevers kijkend, die onder hoongelach van hun klasgenoten het terrein verlieten. Geen last meer van gehad. Over dit voorval is nooit een woord gesproken. Waarom zouden we ook.

Aad Wieman, Rotterdam, 30-11-2015. Met dank aan Jolanthe van Dongen die mijn teksten redigeert.

Ik ben een bofkont!

Maandagochtend 10:00u. Ik heb een kop koffie gezet en ga ermee op mijn bank zitten. In stilte geniet ik van het zonnetje dat tegen de gevel van het gebouw aan de overkant schijnt. Op een paar fluitende vogeltjes en het zachte monotone geruis van een ventilatiesysteem van het Hulstkampgebouw na, hoor ik verder niks. Het is stil op het Noordereiland. Dit vind ik het fijnste moment van de dag. Mijn buik wordt gemasseerd door de scherpe nageltjes van Dodo, die alle tijd neemt om het beste plekje op mijn schoot te vinden. De bomen wuiven zachtjes met hun takken op het lichte briesje dat door de straat waait. Ik woon midden in een wereldstad, maar zo voelt het niet. De serene sfeer doet me meer aan het platteland denken en ik realiseer me dat ik een bofkont ben.

Terwijl ik met kleine slokjes mijn hete, sterke koffie op drink overdenk ik afgelopen weekend. De prachtige, roze zonsondergang die ik met mijn voeten in het lichtblauwe zeewater mocht aanschouwen was absoluut het hoogtepunt. Die vijftien minuten voelde als vakantie in een ver tropisch oord, maar was gewoon op de plek waar ik ben opgegroeid. De zaterdagochtend was ook fijn. Koffie en taart met mijn twee Zeeuwse vriendinnen, waar ik al sinds de brugklas bevriend mee ben. De meiden waarmee ik jong ben geweest en volwassen mee ben geworden. Ik zie ze veel te weinig en heb ter plekke besloten dat ik hen veel vaker wil zien.

W. had haar 7 maanden oude zoontje meegenomen. Ik mocht hem ook even vasthouden zodat zijn mama rustig haar taartje op kon eten, voordat het aangevallen werd door de vele wespen die rond onze tafel zwermden. Stoer en stevig stond hij op mijn schoot, ik ondersteunde hem enkel onder zijn armpjes. We moeten lachen om het feit dat twintig (!) jaar geleden de eerste Flippo’s in de zakken chips te vinden waren en dat we dat nog weten als de dag van gisteren. Als tieners waren we altijd bang om ouder te worden, de gedachte om ooit dertig te worden beangstigde ons. Maar daar op het terrasje, de dertig reeds gepasseerd, maakte ons dat helemaal niet meer uit.

Ik denk aan de autorit naar Breda, zaterdagmiddag. Waarbij ik op blote voeten reed en keihard meezong met de popliedjes op de radio. Ik was op weg naar mijn vriend, die de avond daarvoor met veel bier en vrienden de opening van het nieuwe voetbalseizoen had gevierd. De gedachten aan de lach op zijn gezicht toen ik zijn appartement binnenstapte en de kus die hij me als begroeting gaf, zorgen voor een warm gevoel in mijn lijf.

De koffie is inmiddels op en buiten hoor ik weer wat meer geluiden. Kinderen die lachend voorbij rennen op weg naar het speelveldje aan het eind van de straat en een bestelbusje dat belanden wordt. De zon is achter de wolken verdwenen en Dodo staat langzaam op van mijn schoot, rekt zich uit en kijkt vervolgens naar me met zijn ‘wanneer gaan we eten?’ blik. Ik sta op en rek mezelf ook even goed uit. Drie paar kattenogen staren me nu verwachtingsvol aan. ‘Kom jongens, we gaan eten’ roep ik vrolijk en mijn drie katten rennen voor me uit richting de keuken. ‘En ik moet ook maar eens wat gaan doen,’ mompel ik zachtjes tegen mezelf. De week is weer begonnen!

noordereiland 2

 

Sylvia Niemantsverdriet

Eindelijk weer eens thuis gewonnen van Heerenveen!

Beste Feyenoord-vrienden,

Vanmiddag weer eens de jaarlijkse ontmoeting met de ‘Fryske pompebled’, waarbij ik het accent circonflexe (het dakje) niet op de laatste ‘e’ kan zetten ten einde vervorming van de tekst te voorkomen.

In het wat verdere verleden ging ons die partijtjes met Heerenveen, zeker in thuiswedstrijden, meestal bijzonder goed af. We trokken vaak aan het langste eind, soms zelfs met redelijk grote uitslagen zoals 5-0, 5-1 en 6-2. De eerste keer dat Feyenoord in eigen huis onderuit ging tegen de Friese trots was op 1 mei 2005, toen wij nota bene de verjaardag van mijn vrouw vierden (2 mei jarig). In aanwezigheid van een fervente PSV-supporter keek ik met lede ogen naar de dramatische verrichtingen van mijn favorieten, inclusief de onvolprezen Dirk Kuyt. De eerste nederlaag in Friesland was al een aantal jaren eerder geleden: op 12 maart 1997 ging Feyenoord in bekerverband in het Friese Haagje met 2-1 onderuit.

Heerenveen is voor Friese begrippen een roemruchte club, die ooit een van de grootste Nederlandse voetballers aller tijden heeft voortgebracht en waar ook het huidige stadion van Heerenveen naar is vernoemd: Abe Lenstra.

Men memoreert in Heerenveen graag de beroemde zege op Ajax, waarbij Abe het na een schier kansloze ruststand van 1-5 in het voordeel van de Mokummers plotseling op zijn heupen kreeg en zo’n beetje in zijn eentje zijn club naar een 6-5 triomf leidde. Zelf herinner ik mij hoe Abe, die behalve als briljant ook bekend stond als superlui, op 14 maart 1956 met twee goals in het Rheinstadion te Duesseldorf wereldkampioen West-Duitsland vloerde. ‘Der ehemalige Weltmeister’ (WK Zwitserland 1954) kwam dankzij een eigen doelpunt van Cor van der Hart nog tot 1-2 terug, maar weken nadien had men het in Nederland op euforische wijze nog over die onwaarschijnlijke zege, die zich pas in 1988 zou laten herhalen tijdens het voor Oranje zo roemrijke EK in Duitsland. Tot dan zouden de wedstrijden tegen de oostelijke rivaal gekenmerkt zijn door louter nederlagen (zelfs een keer met 7-0), af en toe onderbroken door een gelijk spel. Wel waren we op 18 juni 1978 de morele winnaar toen Rene van de Kerkhof tijdens het beruchte ‘Argentijnse’ WK  de 2-2 binnenschoot, waardoor de Duitsers werden uitgeschakeld voor de wereldbeker en wij de finale zouden bereiken, na eerst ook nog te hebben afgerekend met de Italianen (1-2). De Duitsers verloren overigens toen ook het laatste duel tegen hun Oostenrijkse broeders (3-2), waarvan wij eerder in de poule nog met 5-1 hadden gewonnen.



Hoe het vanmiddag zal aflopen is op dit moment natuurlijk koffiedik kijken. De prestatiecurve van ons dierbare Feyenoord is dit seizoen grilliger dan ooit en eigenlijk best wel teleurstellend, aangezien dit jaar de kans groter dan ooit was om eindelijk weer eens massaal naar de Goalsingel op te trekken (maar dan graag zonder de kennelijk onuitroeibare rellen en vernielingen). Er is veel over gediscussieerd, met name ook door aangeven van Raymond Verheijen, over de titelkansen die Feyenoord het nu langzaam aflopende seizoen heeft laten liggen, zodat ik daar nauwelijks meer iets aan heb toe te voegen.  Het onwankelbaar trouwe Legioen (dat was in de jaren tachtig wel anders) is er helaas weer eens mee te kort gedaan, maar ook Ronald Koeman miste daardoor een unieke kans om op de valreep van zijn 5-jarige verblijf bij Feyenoord (in twee termijnen) alsnog een prijs te pakken. Wat dat betreft is zijn reactie (‘Dat is achteraf praten’) wel erg laconiek op de vraag waarom hij niet eerder van tactiek is veranderd dan pas tegen FC Groningen in de Euroborg. Hoe dan ook, ik ben benieuwd welk strijdplan de rossige Zaankanter voor dit duel heeft uitgebroed. Hopelijk zit er meer in dan de drie gelijke spelen welke de afgelopen drie jaar in eigen huis tegen de Friese fierljeppers het hoogst haalbare bleken.

Dat laatste bleek vanmiddag in de volledig uitverkochte Kuip inderdaad het geval. De eerste helft was van beide kanten eigenlijk bar en boos, maar in de tweede helft liet Ruud Vormer het Legioen al rap juichend opveren door uit een vrije trap net buiten de zestien de bal in de voor hem linker hoek te krullen (1-0). De Friese doelman stak er geen hand naar uit. Later liet hij zich op vergelijkbare wijze verrassen door de immer zwoegende Lex Immers (wat een kolossale inzet!!), alvorens wel een slecht ingeschoten penalty van Vilhena uit het doel te ranselen. De rode kaart die aan die pingel werd toegevoegd (en die Van Basten ‘over de rooie’ hielp) haalde het kleine restje venijn uit de wedstrijd voor zover dat nog aanwezig was. Feyenoord passeerde PSV daardoor voor de tweede maal in successie voor een directe plaats in de voorronde van de EL of wellicht zelfs voor de CL. De laatste jaren zijn beide hindernissen voor Feyenoord evenwel te hoog gebleken, dus al te veel waarde moeten we maar niet hechten aan de onderlinge strijd tussen Twente, Vitesse, Feyenoord en PSV om het zilver, het brons, en de eervolle vermelding van de vierde plaats.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

Beste Feyenoord-vrienden,

‘De teerling is geworpen! (Alea iacta est)’ riep Julius Ceasar uit toen hij het riviertje de Rubicon overstak om vervolgens aan het hoofd van zijn legioen de macht te grijpen in het destijds nog republikeinse Rome.

Voor hem was er geen weg terug, het was erop of eronder. Voor zo’n apocalyptische keuze stond Martin van Geel uiteraard niet toen hij het eens werd met de second best trainer Fred Rutten. Maar een cruciale beslissing heeft onze technisch directeur natuurlijk wel genomen door vooralsnog voor een jaar in zee te gaan met deze uit het Gelderse Wijchen afkomstige coach. Ik denk vanuit mijn beperkte kennis van zaken dat Fred Rutten naar omstandigheden de beste optie voor ons immer nog armlastige Feyenoord is. Zeker, hij heeft als voetbaltrainer slechts 1 miezerig KNVB-bekertje op zijn naam staan, maar Ronald Koeman zou wensen tijdens zijn vijfjarige loopbaan als Feyenoorder (twee jaar als voetballer en drie jaar als hoofdcoach) deze tweede nationale hoofdprijs met onze club gewonnen te hebben. Dan had hij zich kunnen laten toejuichen vanaf het stadhuisbalkon op de Goalsingel en zich blijmoedig kunnen vergapen aan de gigantische menigte die zo’n heuglijk feit alsdan ten deel was gevallen.

Maar prijzenpakker Ronald Koeman won in al die jaren helemaal niets met Feyenoord, noch in de periode 1995-1997, noch in de jaren 2011-2014.

Feyenoord kan helemaal geen pretenties koesteren wat het winnen van prijzen betreft. Alleen bij een heel gelukkige loting met het liefst allemaal thuiswedstrijden tegen middenmoters, laag geklasseerde clubs  of amateurs zou het veroveren van de KNVB-beker tot de haalbare mogelijkheden behoren. Zoals Bert van Marwijk die dus won in 2008, met thuiswedstrijden tegen FC Utrecht (3-0), FC Groningen (3-1), PEC Zwolle (2-1)en NAC (2-0) en alleen een uitwedstrijd tegen mijn plaatsgenoot SV Deurne (0-4).  Met als apotheose de finale tegen Roda JC (2-0). Vooral Ajax moet Feyenoord daarbij niet tegen komen, want de statistieken ten aanzien van onze voormalige aartsrivaal zijn dramatisch, stel ik met bloedend hart vast.

Fred Rutten past volgens mij qua persoonlijkheidsstructuur heel goed bij het huidige Feyenoord. Niet alleen omdat hij in staat moet worden geacht jonge spelers beter te maken, maar ook omdat het gewoon een heel aardige en sociale man is. Enkele jaren geleden hadden mijn dierbare echtgenote en ik een arrangement in een Fletcher hotel in Paterswolde. Het was tijdens het laatste competitieweekend van het seizoen 20010-2011. Feyenoord had in de voorlaatste wedstrijd op honingzoete wijze wraak genomen voor het eerdere 10-0 debacle in Eindhoven door PSV in De Kuip met een 3-1 revanche een zeer riante kans op de landstitel 2011 te ontnemen en ook die laatste wedstrijd tegen FC Groningen (heel toevallig onze tegenstander van hedenmiddag) zou PSV overigens niet meer winnen (0-0). Terwijl wij in het restaurant van ons diner zaten te genieten reed tot mijn verrassing opeens de spelersbus van de Zwartrokken langszij het restaurant. Toen mijn vrouw een halfuur later even naar onze hotelkamer wandelde kwam zij eerst de chauffeur van de bus en even later Fred Rutten tegen in de gang. Terwijl de chauffeur met zijn neus in de lucht mijn vrouw passeerde zonder haar een blik waardig te keuren groette juist de qua status veel hoger op de maatschappelijke ladder gepositioneerde Fred Rutten mijn echtgenote uiterst hoffelijk. Het is maar een eenvoudig voorbeeld en een momentopname, maar ik zal die simpele metafoor van mijn lief in dat Fletcher hotel nooit vergeten. Fred Rutten gaf daarmee wat mij betreft zijn visitekaartje af als gentleman die zich niet te groot voelde om een voor hem volkomen onbekende en anonieme passante in die hotelgang op beleefde en vriendelijke wijze te groeten, waar de buschauffeur dwars door haar heen keek. Het sympathieke beeld dat de media altijd van de Gelderlander hebben geschetst past daar als gegoten bij.

Fred Rutten past met zijn staat van dienst natuurlijk ook veel beter bij Feyenoord dan Louis van Gaal of Co Adriaanse, hoe graag ik die beide trainers omwille van hun profiel en palmares ook bij Feyenoord zou hebben willen zien werken. De kwaliteiten van beide heren zijn boven elke twijfel verheven, maar wellicht meer nog dan het Legioen zagen zij in niet bijster te passen bij onze club. Mijn vaste reismaatje naar en van de Kuip, afkomstig uit Helmond en ook de meeste uitwedstrijden van Feyenoord bezoekend, had overigens al aangekondigd geen seizoenkaart meer te zullen nemen indien Van Gaal  zou zijn ingegaan op het aanbod van Martin van Geel. Hij zal daar niet alleen in hebben gestaan. Bij Co Adriaanse was die weerstand iets minder groot, maar gelet op deze negatieve bijverschijnselen is met de komst van Fred Rutten dat gevoelsmatige probleem meteen opgelost. Er zijn nu nog wel de nodige reserves ten aanzien van ‘Graaf Slis’, maar ik schat in dat die bedenkingen als sneeuw voor de zon zullen verdwijnen door de ontwapenende innemendheid van Gelderse Fred, maar vooral ook door zijn kundigheid als coach jegens in het bijzonder de jonge spelers, waar volgens mij de rek nog lang niet uit hoeft te zijn. Een mens kan zijn grenzen nu eenmaal vaak veel meer verleggen dan wat hij zelf voordien mogelijk achtte. Ronald Koeman was als voetballer en als trainer een prijzenpakker, maar won er in beide rollen niet eentje bij Feyenoord. Fred Rutten won als trainer behalve die ene beker (2001) en overigens de Intertoto Cup (2006) met FC Twente nog helemaal niets (wel ‘Trainer van het jaar 2008’) en wie weet gaat hem dat als speling van het lot nu juist wel lukken met ons dierbare Feyenoord. En als hij daar niet in slaagt – en die kans is levensgroot– dan nog past hij dus heel goed bij het eigentijdse Feyenoord, dat zelden meer prijzen pakt. Die laatste conclusie is niet gespeend van enig cynisme, maar is tegelijkertijd ook ter relativering van de hele situatie bedoeld. Wat mij betreft is Fred Rutten dus van harte welkom en ik wens hem dan ook heel veel succes toe bij de uiterst complexe en loodzware klus die hem in De Kuip te wachten staat.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.

Seizoen definitief over en uit

Beste Feyenoord-vrienden,

Terwijl heel de wereld de adem inhoudt omdat op de Krim de klok dreigt ruim anderhalve eeuw te worden teruggedraaid naar de episode 1853-1856

(Krim-oorlog) waarin ‘The lady with the lamp’ (Florence Nightingale) met haar gedreven naastenliefde geschiedenis schreef maken wij ons op voor een wedstrijd die ooit tot ‘De Klassieker’ werd betiteld. Dat was in een tijd dat Feyenoord en Ajax de absolute hegemonie in Nederland deelden en die heerschappij zelfs enige tijd over Europa en de hele verdere wereld betwistten. Helaas, die Klassieker is anno 2014 verworden tot een duelletje in de marge van de Europese krachtsverhoudingen, waar Feyenoord al jaren niet meer thuis geeft en Ajax drie dagen geleden een tweede afstraffing in successie kreeg die nog maar enkele jaren terug zeer onwaarschijnlijk zou zijn geweest. Maar waar Ajax op nationaal niveau op weg lijkt naar zijn vierde achtereenvolgende landstitel is ons dierbare Feyenoord van de twee voetbalgiganten van weleer tot mijn diepe leedwezen het verst terug gevallen. Het nu zijn einde naderende seizoen is het vijftiende van een lange reeks waarin Feyenoord definitief heeft afgehaakt voor de blinkende schaal die vele tienduizenden in vervoering had kunnen brengen op de hoofdslagader van de Rotterdamse binnenstad welke in betere tijden tot Goalsingel werd omgedoopt.

Er is de afgelopen weken veel te doen gewest om het arbitrale onrecht dat Feyenoord werd aangedaan. Ronald Koeman kon zich niet langer in toom houden, Graziano Pelle botvierde zijn frustraties op wat elektronica in de spelerstunnel van de Grolsch Veste en de Legionairs waren hevig verontwaardigd over zoveel scheidsrechterlijke benadeling van hun favorieten. Alleen de pers meesmuilde naar hartenlust. Vrij vertaald schamperde Sjoerd Mossou, naar aanleiding van Koemans verwijt dat het Rotterdamse AD het wel eens wat nadrukkelijker voor de plaatselijke trots zou mogen opnemen, dat Feyenoord vooral de hand in eigen boezem moest steken met onder meer een verwijzing naar het Italiaanse wangedrag en NAC-supporter Chris van Nijnatten vond dat er helemaal niets aan de hand was met de arbitrage. Nu kan ik mij voorstellen dat hij als NAC-fan aan de penalty die Feyenoord in Breda door Nijhuis in de slotminuut door de neus werd geboord daarbij schielijk voorbij wilde gaan, maar in en tegen Twente werd de Rotterdamse ploeg twee geheide strafschoppen onthouden, de tegenstander al in de beginfase een rode kaart bespaard en in de slotseconden een uiterst omstreden buitenspeldoelpunt in ons nadeel toegekend. Als je dan doodleuk neerkrabbelt dat er feitelijk niets aan de hand is ben je als sportjournalist toch echt de weg kwijt en zou je als krantenlezer zo je abonnement van het AD kunnen opzeggen. Mossou vindt dat zijn journalistieke neutraliteit waar het zijn stadgenoot Feyenoord betreft gewaarborgd moet blijven, maar veronachtzaamt het feit dat de Amsterdamse media, door Gerard Cox in de Feyenoord-krant destijds de Ajax-maffia genoemd al sinds jaar en dag hun clubvoorkeur op onverhulde en ongegeneerde wijze laten blijken. De volkskrant loopt daarbij als gedoodverfde kwaliteitskrant voorop, samen met de Telegraaf en treinkrant Spits, waar Ajacied Jaap Visser wekelijks zijn Ajax gezinde teksten uitkraamt. Een beetje tegengas van de kant van het in Rotterdam gevestigde AD zou dus geen kwaad kunnen, maar helaas.

Natuurlijk heeft Feyenoord onvoldoende kwaliteit in huis om op overtuigende wijze een greep naar de titel te doen, maar juist onder die omstandigheden is het niet nodig dat non-valeurs als Liesveld, Nijhuis en Serdar Gozubuyuk (de trema’s laat ik om technische redenen achterwege) de concurrentie een handje helpen. Want Feyenoord was zowel tegen NAC als tegen FC Twente veruit de betere ploeg en de overwinning werd de club niet alleen onthouden door eigen onvermogen bij de afronding, maar ook door vooringenomenheid en lafhartigheid van de arbitrage. Scheidsrechter dienen integer te zijn, ook jegens de uitspelende ploeg en dienen zich niet te laten leiden door hun onderhuidse clubvoorkeur, zoals bij Liesveld op onverholen wijze het geval is. 

De wedstrijd tegen Ajax is gespeeld en voor de zoveelste maal had de toch niet al te indrukwekkende ploeg uit het Mokumse een verlammende uitwerking op de Feyenoorders. Ondanks het grote verloop onder de spelers door de jaren heen wordt die negatieve clubcultuur (slap spelen tegen Ajax) op een of andere manier zorgvuldig in stand gehouden. Scheidsrechter Kuipers heeft in tegenstelling tot zijn collega’s Nijhuis en Gozubuyuk geen doorslaggevende rol bij de uitslag gespeeld, maar leek zich evenzeer niet aan de indruk te kunnen onttrekken niet bijster veel met Feyenoord op te hebben. Zo kende hij al in de beginfase een lachwekkende vrije schop dicht bij de zestien toe aan de spelers met de rossige outfit. Die was voor de volle 100 % onterecht toegekend en de bal had er zo maar in kunnen vliegen. Verder weigerde hij geel te trekken bij twee pittige overtredingen van Ajacieden, maar was hij er even later als de kippen bij om Clasie geel te geven voor een vergelijkbare overtreding. Ach, het maakt allemaal niet zo veel uit, ik schreef vorige week als dat dit een wedstrijdje om des keizers baard was en het had er alle schijn van dat de Feyenoorders er net zo over dachten, gezien de bitter weinige inspiratie die de ploeg ondanks de schitterende ambiance van een stampvolle Kuip kon opbrengen.

 Voor mij was vorige week het seizoen al over, de overige wedstrijden kunnen dienen ter voorbereiding van de volgende competitiejaargang.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

Scheidsrechters en feyenoord

Normaal gesproken zal ik niet zo snel klagen
Maar dit is nu de tweede week achter elkaar

Dan begint het toch wel wat te knagen
Want weer is de scheidsrechter de winnaar…

Weer worden we door de KNVB benadeeld
Dat heb ik toch goed geconcludeerd?

Als je bewust elke week tegen ons oordeelt
Kan ik alleen maar zeggen: KNVB gefeliciteerd

JJO

httpv://www.voetbalflitsen.nl/wtf/17139/beelden-pell-vernielt-alles-wat-hij-op-zijn-pad-tegenkomt/

Wie volgt Ronald Koeman op?

Beste Feyenoord-vrienden,

Nu definitief bekend is dat Ronald Koeman aan zijn derde en laatste seizoen als clubcoach van Feyenoord bezig is zijn de speculaties omtrent diens opvolging natuurlijk niet van de lucht. Iedereen heeft zo zijn voorkeuren en de eerste berichten luidden dat Lowietje en Cootje op de twee bovenste plaatsen van Martins lijstje zouden staan. Zou zo maar kunnen, maar ik hoop in ieder geval vurig dat het NIET Bert van Marwijk gaat worden. Die man heb ik als integer, door en door fatsoenlijk mens heel hoog zitten, maar als trainer heb ik nooit zo’n hoge pet van hem op gehad. Dat negatieve beeld kreeg ik al in het eerste seizoen (2000-2001) dat de geboren Deventer bij ons aan de slag ging. Meteen aan het begin al kon hij niet voorkomen dat Feyenoord tegen Sturm Graz uit het Oostenrijkse Steiermark aan het kortste eind trok in de tweestrijd om een plaatsje in de Champions League. En dat terwijl er in het voorgaande seizoen zo veel moeite was gedaan om de derde plaats op de nationale ranglijst en dus de voorronde CL veilig te stellen. Dat gebeurde in een sleutelwedstrijd tegen FC Twente, een dag na die afgrijselijke vuurwerkramp in de Enschedese wijk Roombeek, waarbij 23 doden vielen, 950 mensen gewond raakten en 200 woningen totaal werden vernietigd. Zowel financieel als sportief was de ‘Oostenrijkse’ misser meteen al een forse tegenslag, maar nog dramatischer vond ik de vrije val waar Feyenoord na de winterstop in terecht kwam, waarbij het aantal competitienederlagen opliep van twee VOOR de winterse onderbreking tot tien zeperds NA de competitiebreak. Van Marwijk bleek toen geenszins in staat het tij te keren, maar eindigde toch nog wonder boven wonder boven Ajax en op de tweede plaats door in Amsterdam met 3-4 van de oude aartsrivaal te winnen. We eindigden echter
17 punten achter PSV, terwijl we bij de winterstop nog 5 punten voorsprong op de Eindhovenaren hadden. Zelfs toen Feyenoord over de sterkste selectie sinds de roemruchte periode 1968-1974 beschikte slaagde Bert er niet in de titel te pakken. Uiteraard mag hij de UEFA Cup van 8 mei 2002 wel op zijn conto schrijven, maar het hoeft geen betoog dat bij die ongelofelijke triomf van na het Bosman-arrest neiemand anders dan Pierre van Hooijdonk het verschil maakte. De inbreng van Bertje was destijds te vergelijken met die van Thijs Libregts gedurende het seizoen 1983-1984, het onvergetelijke Cruijff/Gullit jaar. De voormalige Excelsior captain had toentertijd nauwelijks toegevoegde waarde, die kwam voor het leeuwendeel van twee van de beste Nederlandse voetballers aller tijden.

Maar wie moet dan wel de trainer van Feyenoord worden? Van Gaal zal het vrijwel zeker niet doen en Co Adriaanse heeft al eens bedankt. Bovendien brengt het in dienst nemen van deze analytische scherpslijper het nodige risico met zich mee vanwege het bovenmeestergedrag dat hij in het verleden meerdere malen ten toon heeft gespreid. Bovendien vertrekt hij steevast voortijdig bij een club. Wel is het zo dat Co Adriaanse in tegenstelling tot Van Marwijk wel in staat is spelers beter te maken, een competentie welke Louis van Gaal in optima forma bezit. De optie JP van Gastel en Gio van Bronckhorst schijnt niet im Frage te zijn bij de technisch directeur, hetgeen toch wellicht de goedkoopste oplossing zou zijn. Bovendien is het argument van gebrek aan ervaring als hoofdtrainer (ervaring is een
profielvereiste) in het betaalde voetbal maar heel betrekkelijk. Frank de Boer is het levende bewijs van het tegendeel. We wachten het verder maar af, het is hoe dan ook een ondankbare taak om hoofdtrainer van Feyenoord te zijn, ook de charismatische Ronald Koeman heeft het moeten ondervinden, na eerder reeds als voetballer prijsloos te zijn vertrokken uit De Kuip.

Dan de wedstrijd van vandaag. Het werd dus 1-1 in Breda, helaas een normale uitslag voor Feyenoord anno 2014. Maar Feyenoord heeft ditmaal ondanks het falen bij de legio kansen die zich hebben voorgedaan de teleurstellende remise niet helemaal aan zichzelf te wijten. Andermaal was het de Tukker Nijhuis die ons benadeelde en dat dus niet voor het eerst.
Nijhuis is een draak van een arbiter, die Feyenoord allang had moeten wraken. Misschien kan er een klachtbrief naar de (K)NVB worden gestuurd, net als ooit jegens die vreselijke Dick van Egmond is gebeurd naar aanleiding van het in successie benadelen van Feyenoord in een uitwedstrijd tegen AZ. Nijhuis naaide Feyenoord in uitwedstrijden eerder een oor aan tegen stadgenoot Sparta (twee rode kaarten) en in die dramatische wedstrijd tegen PSV (10-0), die de bloeddorstige Zwartrokken naderhand alsnog de titel kostte doordat Feyenoord in De Kuip met 3-1 revanche nam en Ajax de lachende derde was. Toen diskwalificeerde Van Hanegem in zijn AD-column Nijhuis tot een ‘nare man’ om zijn omstreden rol in het Philips-stadion (onder andere een veel te zwaar gestrafte rode kaart voor Leerdam). Vanmiddag kende Nijhuis aan de thuisploeg een wel heel gemakkelijk gegeven strafschop toe en onthield in de slotfase een glaszuivere pingel aan Feyenoord.

Voor de titel maakt het allemaal niets uit. De kans daarop heeft Feyenoord allang verspeeld, eigenlijk al in het prille begin van deze competitiejaargang. Maar ook daarna bleef de ploeg bij herhaling in de fout gaan, heel vaak tegen laag geklasseerde tegenstanders. Ook werd bijvoorbeeld thuis verloren van Twente en Heracles, terwijl in diezelfde Kuip niet kon worden gewonnen van AZ en Vitesse. Ons rest nog een aantal loodzware uitwedstrijden, te beginnen volgende week. Inmiddels lijkt PSV ook enigszins op stoom te geraken, zodat het nog een hele klus zal worden om zelfs de Eindhovenaren onder ons te houden, te meer daar we nog moeten afreizen naar de Mathildelaan.
Afgezien van de koppositie is er nog altijd veel mogelijk, maar de eerlijkheid gebiedt mij de kansen op een hoge eindrangschikking niet al te hoog in te schatten. Daarvoor worden met name in uitwedstrijden structureel te veel punten verloren. Zoals ik al opmerkte, de opvolger van Koeman zal het evenmin gemakkelijk krijgen als zijn illustere voorganger, die er vermoedelijk wel het maximale uitsleepte. Meer zit er gewoon niet in, al zouden we dat nog zo graag willen.

ForLife en ForEver
Rood-wit-zwart
Feyenoord-hart

De Kuip, sentiment of ratio (slot)

Beste Feyenoord-vrienden,

De jaren tachtig verliepen, met uitzondering van de periode 1982-1984, dramatisch voor Feyenoord, hetgeen zijn weerslag had op het Kuipbezoek. Het eens zo trotse voetbalbolwerk was bij thuiswedstrijden verworden tot een akelig lege, kille, desolate bak . Het geduld en incasseringsvermogen van de  immer hondstrouw geachte supportersscharen die als enige in Nederland met de eervolle bijnaam ‘Het Legioen’ worden aangeduid, waren nu uitgeput en verdampt. In de vette eerste helft van de zeventiger jaren werd nog geroepen dat indien Coen Moulijn samen met Ernst Happel een kaartje zou leggen op de middenstip dat al voldoende zou zijn om 40.000 toeschouwers naar De Kuip te lokken.  Maar het eerst zo door en door verwende publiek kon het op het laatst toch niet meer opbrengen. Het substantieel inboeten aan kwaliteit en klasse op het veld en het daarmee samenhangende  stelselmatige afbrokkelen van de prestatiecurve waren fnuikend gebleken voor het Kuipbezoek. De dominantie van Ajax, ook nadat wereldsterren  als Cruijff, Keizer, Neeskens, Suurbier en Krol waren verdwenen, nam geleidelijk toe. Daarnaast was er de tomeloze opkomst van PSV, dat met behulp van de grote elektronische suikeroom vanaf het seizoen 1985-1986 voor lange tijd de hegemonie greep in de vaderlandse competitie en naast vier achtereenvolgende landstitels in 1988 zelfs de treble (kampioen, beker en Europacup I) won.

Alleen de seizoenen 1982-1983 en 1983-1984 waren voor de Feyenoord-supporters nog een revelatie, welke appelleerden aan vervlogen triomfantelijke tijden. In 1983 werd Feyenoord met zijn gevreesde luchtmacht (Ruud Gullit, Peter Houtman en de Bulgaarse Andrej Jeliazkov) net geen kampioen en kopte het AD: ‘Ajax kampioen van de regelmaat, Feyenoord kampioen van de topwedstrijden’. Zo werd PSV  in Eindhoven met 1-3 verslagen (ter vergelijking: Ajax verloor dat seizoen met 4-0 in de Lichtstad), werd tegen Ajax twee maal een gelijk spel geboekt (2-2 thuis en 3-3 uit) en werd AZ, destijds nog gesponsord door de gebroeders Molenaar, twee maal verslagen. Toen na dat succesvolle maar toch ‘net niet’ seizoen ook nog een jegens zijn oude club rancuneuze Johan Cruijff aan de – landelijk gezien –  reeds kwaliteitsrijke selectie kon worden  toegevoegd en waarvan ook verloren zoon Michiel van de Korput weer deel  ging uitmaken, was dat net voldoende om in 1984 een glorieuze ‘dubbel’ (titel + beker) in de wacht te slepen. Johan Cruijff, inmiddels 37 jaar oud, weigerde er vervolgens nog een seizoen aan vast te plakken, tot grote teleurstelling van trainer Thijs Libregts. Nu ging het snel bergafwaarts met de club. Ik herinner mij uit die tijd, die zeker tot 1990 duurde, de verhalen over supporters die na weer een verloren wedstrijd uit frustratie hun seizoenkaart (toen nog geen plastic pasje) verscheurden. De toeschouwersaantallen slonken tot minder dan 10.000 in thuiswedstrijden en Feyenoord speelde nog slechts een figurantenrol in de vaderlandse competitie.

Het tij keerde nadat Jorien van den Herik de macht greep binnen de Feyenoord-top, naar eigen zeggen om zijn in Feyenoord gestoken geld zelf te kunnen blijven bewaken. Als cruciaal keerpunt wordt wel beschouwd de bekerzege van Feyenoord op PSV in Eindhoven op 11 april 1991. John de Wolf, kort daarvoor (op 3 maart) nog verketterd na de kansloze 6-0 zeperd in datzelfde Philips-stadion, speelde nu een glansrol. Romario, bij de 6-0 nog goed voor vier goals, werd door de robuuste verdediger ditmaal helemaal uitgeschakeld. Zijn maatje in het centrum van de verdediging, Henk Fraeser, scoorde het enige en beslissende doelpunt in die gedenkwaardige en historische wedstrijd.  Feyenoord bloeide weer op, in vijf seizoenen werden 4 bekers,  1 landstitel en 1 supercup gewonnen. Het elftal straalde behalve degelijkheid vooral strijdlust uit welke bij veel supporters anno 2013 nog steeds tot de verbeelding spreekt en de selectie met Regi Blinker, Gaston Taument en Robbie Witsche zong zelfs datFeyenoord van muis weer olifant was geworden. De Kuip begon weer vol te stromen, de crisisjaren tachtig waren behalve voor  de vaderlandse en wereldeconomie nu ook voor Feyenoord eindelijk voorbij.

In 1994 volgde een ingrijpende renovatie van De Kuip, die in totaal meer dan 100 miljoen gulden zou kosten. Er kwam een dak, maar helaas wat aan de korte kant, zodat nog steeds veel  supporters de regen moesten trotseren, hetgeen nog werd verergerd door lekkage die bij hoospartijen heuse watervallen te weeg bracht. De renovatie was eigenlijk niet veel meer dan een tafel die over de bestaande Kuip werd geschoven, al werd ook de grasmat vernieuwd en uit veiligheidsoverwegingen een gracht rond het veld gegraven. Verder werd in het fonkelnieuwe Maasgebouw ook een home of history gerealiseerd aan de hand waarvan jong en oud zich kon vergapen aan het glorierijke verleden van de nationale volksclub bij uitstek. En op de tribunes verdwenen alle staanplaatsen en verschenen er nieuwe blauwe en rode kunststof  Kuipstoeltjes.

Maar bijna twintig jaar later raakt de Heilige Kuip nu toch steeds meer gedateerd. Popgroepen willen er geen concerten meer geven en verkiezen de overdekte accommodaties als de Arena en het Gelredome. Een groot stadion zoals De Kuip valt nauwelijks te exploiteren als de inkomsten uitsluitend  door het voetbal moeten worden gegenereerd, laat staan als dat bijna alleen nog door de thuiswedstrijden van Feyenoord moet gebeuren. De (K)NVB haakt steeds meer af waar het wedstrijden van Oranje betreft en Europacupwedstrijden zijn anno 2013 een zeldzaamheid geworden. De kans dat ook de bekerfinale op termijn uit de Kuip zal verdwijnen is levensgroot. Ook de UEFA zal De verouderde Kuip niet snel meer aanwijzen voor een finale. De plannen voor nieuwbouw hebben geleid tot heftige en zelfs grimmige discussies tussen voor- en tegenstanders, waarbij alternatieve plannen tot een tweede renovatie inclusief  uitbreiding worden aangevoerd.

Als oude supporter, die vanaf zijn prille jeugd emotioneel onverbrekelijk met Feyenoord en met De Kuip is versmolten, ben ik persoonlijk van mening dat nieuwbouw hoe dan ook de voorkeur verdient. Of het er van komt ondanks de het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders al een garantiebesluit heeft genomen (dat overigens nog naar de gemeenteraadmoet) is nog steeds moeilijk te zeggen. Maar ik hoop vurig van wel. Het oude stadion voldoet gewoon niet meer  aan de moderne eisen voor een multifunctionele accommodatie die dus uit oogpunt van exploitatie ook voor andere doeleinden gebruikt moet kunnen worden. De vorige ingrijpende renovatie heeft geleerd dat ondanks alle aanpassingen veel bij het oude blijft, zoals de oude betonnen bak, de betrekkelijk krappe zitplaatsen, zeker in vergelijking met de Arena en het Philips- stadion, waar de zitplaatsen veel royaler en dus gerieflijker zijn en het ontbreken van ruimte voor eigentijdse megaschermen, waarop bijvoorbeeld wedstrijdmomenten kunnen worden herhaald. Gevoelsmatig, los van alle al dan niet aanvechtbare voorcalculaties, ben ik ervan overtuigd dat de volksclub Feyenoord, die structureel terug wil naar de absolute top van Nederland en die af wil van de decennia lange ‘net niet-status’, alleen gebaat is met een fonkelnieuw stadion, waarmee een mooie toekomst voor Feyenoord weer jarenlang geborgd is.

Bij mij wint dus de ratio het in dit geval van het sentiment. De oude Kuip zit ook bij mij heel diep, maar terugblikkend op het roemruchte verleden kan ik niet anders concluderen dan dat Feyenoord al veel te lang aan het sukkelen is en dat de renovatie van 1994 niet heeft gezorgd voor een blijvende terugkeer van ons dierbare Feyenoord aan de top. Wat wel heel wezenlijk zal zijn is de locatie. Die moet vooral goed blijven aansluiten bij de infrastructuur, ook die van het openbare vervoer, in het bijzonder het hoogwaardige railvervoer. Als dat wordt gerealiseerd en dat in samenhang met een weloverwogen, opnieuw  ontwikkelde omgeving, dan zijn de randvoorwaarden voor een mooie toekomst van onze club weer voor lange tijd gewaarborgd. Ik hoop zelf die nieuwe toekomst nog een poosje te mogen meemaken, nu de jaren voor mij gaan tellen. Ik heb dankzij een bypass-operatie in 2003 al extra levenstijd gekregen en op 12 augustus aanstaande hoop ik 66 jaar te worden.  Afgelopen vrijdag beleefde ik bij toeval een deel van de indrukwekkende uitvaart aan de Langenhorst van supporter Rooie Marck, toen ik vanuit Zuid-Oost-Brabant op weg was naar mijn hoogbejaarde moeder aan de Schoonegge om haar 94ste verjaardag te vieren. Zo werd ik op heel bijzondere wijze weer bepaald bij de vergankelijkheid van het leven. Voor ons allen wacht ooit het bordje ‘einde’ en niemand weet waar dat precies wordt geplaatst. Voor Feyenoord ligt dat anders, de club is in beginsel ‘eeuwig’, de individuele supporter echter tijdelijk. Daarom is het rationele belang van de club toch net iets groter dan het sentiment van de individuele supporter, hoe waarachtig en oprecht die gevoelens jegens de club ook mogen zijn en hoezeer die de club ontegenzeglijk groot hebben helpen maken.

Ik wens dan ook alle autoriteiten die er in dit verband toe doen, zowel de publiek- als privaatrechtelijke, veel wijsheid toe bij de uiteindelijk te nemen en dan onomkeerbare besluitvorming omtrent de toekomst van ons aller zeer dierbare Feyenoord. Diezelfde wijsheid zal ook in het Legioen rijkelijk aanwezig dienen te zijn ter voorkoming dat de uiteindelijke keuze tussen nieuwbouw en renovatie niet blijvend als een splijtzwam zal werken, zowel onderling in de supportersscharen als wel tussen (delen van) Het Legioen en het clubbestuur.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.

De Kuip, sentiment of ratio (2)

Beste Feyenoord-vrienden,

Een bijzondere belevenis was het juichende stadion nadat Feyenoord een goal had gescoord. De eerste keer dat ik mij daar als jongetje naast de vele andere indrukken van bewust werd was in een op 15 mei 1958 gespeelde wedstrijd tegen Fortuna ’54 uit Geleen, dat toentertijd nog absolute topspelers als goalgetter Bram Appel, Cor van der Hart (beste voetballer van Nederland) en verdediger Jan Notermans in de ploeg had. Frans de Munck, de onbetwiste nationale doelman met de exotische bijnaam Zwarte Panter was toen al naar DOS verhuisd, dat met hem in datzelfde seizoen de landstitel zou pakken. Kees Rijvers, die bij Feyenoord rechtsbinnen speelde, had met een dropkick gescoord (1-0) en het stadion ontplofte! Ik zat aan de zijkant van ‘de put’ (X noord) en zag al die juichende, springende, zwaaiende, elkaar omhelzende toeschouwers op de eerste en tweede ring en die aanblik maakte mij dubbel enthousiast om mee te delen in de tomeloze vreugde, waarmee die schitterende voetbaltempel seconden lang bezwangerd was. De domper kwam niet lang daarna en nog voor de rust toen Henk Angenent (een ver familielid van vooralsnog de laatste winnaar van de Elfstedentocht) tegen scoorde (1-1). Met name Coen Moulijn trachtte na rust met wervelende acties het pleit alsnog in het voordeel van de thuisclub te beslechten, maar helaas vond de droomvoorhoede van Feyenoord bij goede doelpogingen doelman Ed Belski van de Limburgers op zijn weg. Op een of andere manier heeft Fortuna ’54, ook als latere fusieclub Fortuna Sittard, ons vaker danig dwars gezeten. In 1957 verloren we na een  2-1 voorsprong bij de rust alsnog de bekerfinale in De Kuip tegen de Zuid-Limburgse topclub van weleer (2-4). In latere jaren verslikten we ons met 1-3 tegen het toen veel bescheidener Fortuna Sittard met de gevaarlijke sluipschutter Ronald Hamming in de ploeg. Tijdens het seizoen 1996-1997 zette de zuidelijke ploeg ons de voet dwars met 4-4 na een spectaculaire wedstrijd in De Kuip waarbij wij drie keer hadden achter gestaan en Ronald Koeman eerst een strafschop miste alvorens een tweede elfmetertrap feilloos te benutten. Mede door deze onverwachte remise werd PSV dat seizoen kampioen met uiteindelijk 4 punten voorsprong.

Waar Feyenoord in vroegere jaren in de eigen Kuip ook veel moeite mee had was stadgenoot Sparta. Er is zelfs een seizoen geweest dat Feyenoord in Spangen met 0-4 had gewonnen met koningsschutter Cor van der Gijp als scorende uitblinker (op 2 december 1956), waarna in De Kuip met 0-3 werd verloren. Het enige wapenfeit was een buitenspelgoal van Toontje Meerman die prompt werd afgekeurd. Historisch is natuurlijk de bizarre en onverdiende 0-1 nederlaag die Feyenoord op 23 augustus 1959 tegen Sparta leed na een uiterst omstreden strafschop die de Amsterdamse (!) Leo Horn kort voor tijd aan Sparta had geschonken nadat EddY Pieters Graafland de hinderende Wim van der Gijp een vriendelijk schopje onder het Dordtse achterwerk had gegeven na het wegtrappen van de bal. Tinus Bosselaar benutte de idiote strafschop en toen beleefde ik voor het eerst in mijn nog zeer jeugdige leven ongeregeldheden in Neerlands mooiste en meest traditionele voetbalstadion. De spelers en arbitrage moest toen nog over een onbeschermde sintelbaan naar de kleedkamers lopen. Een regen van gehuurde kussentjes daalde neer op Leo Horn  en een haag van agenten kon niet verhinderen dat de belaagde leidsman  van een woeste toeschouwer een schop moest incasseren. De eigenzinnige Mokummer zou een seizoen lang niet in De Kuip mogen fluiten en na zijn terugkeer in een wedstrijd tegen GVAV op 13 november 1960 was het eerste wat hij deed aan Feyenoord een pingel geven bij een 0-0 stand. De penalty werd benut, maar Feyenoord verloor wel met 1-3. Naar aanleiding van eerder genoemde gewelddadigheden werd het Leo Hornpad aangelegd. Veel stelde het niet voor, het was een looppad van de kleedkamers over de sintelbaan naar het hoofdveld, slechts afgezet met dranghekken die geen enkele bescherming boden tegen eventueel kwaadwillende toeschouwers.  Naderhand werd ter meerdere beveiliging (als gevolg van een verdere verruwing van de samenleving?) de spelerstunnel aangelegd.

In het in 1937 opgeleverde stadion zijn vele historische wedstrijden gespeeld. Nederland won er een keer de derby der Lage Landen met 9-1 van de Belgische zuiderburen en Feyenoord won er met 7-3, 9-5 en 9-4 van Ajax.

Een kleinere stadsgenoot van de Mokumse aartsrivaal (De Volewijckers) werd ooit op een nederlaag van 11-4 getrakteerd. NAC werd een keer met 10-0 verslagen na een 1-0 ruststand. Geschiedenis werd natuurlijk ook geschreven met de 12-2 walk over tegen de IJslandse tegenstander KR Reykjavik en dan waren er de 2-0 triomf op wereldbekerhouder AC Milan en de latere identieke zege op die andere Italiaanse grootheid, afkomstig uit Turijn (Juventus). En al was het resultaat tegen AC Milan toernooitechnisch gezien van veel groter belang dan dat tegen De Oude Dame, juist die laatste zege was wellicht nog spectaculairder dan die tegen AC Milan, gelet op de toen al drastisch gewijzigde internationale verhoudingen bij het clubvoetbal. De Kuip ontplofte bij die beide goals van Julio Ricardo Cruz en voor mijn gevoel juichten de uitzinnige supporters minutenlang om die schitterende voltreffers van de Argentijnse centrumspits welke doelman Angelo Peruzzi kansloos maakten.

Maar het mooiste uit de relatief recente tijd moest nog komen. Dat geweldige, onvergetelijke, onnavolgbare en onovertrefbare UEFA Cup toernooi 2001-2002. We waren al verwend geweest met een verdienstelijke derde plaats in de CL poule waarbij wij Spartak Moskou achter ons lieten.

Het grote Bayern Muenchen werd met 2-2 bedwongen (na een 2-1 voorsprong) en zonder de geschorste Pi-air werd van de Russische topper met 2-1 gewonnen nadat in Moskou de tegenstander met 2-2 was geneutraliseerd!!

Daarna volgden een serie uiterst spectaculaire dubbelconfrontaties waarbij thuis tegen FC Freiburg met 1-0 werd gewonnen, daarna met 3-2 van Glasgow Rangers, vervolgens na strafschoppen de bloedstollende thriller tegen landgenoot PSV (my finest hour). Internazionale werd in de halve finale op 2-2 gehouden nadat in San Siro met 0-1 was gewonnen (Winnen in San Siro doen wij alleen hiero). Ja, en toen volgde de apotheose, twee dagen na de afgrijselijke en brute moord op de arme Pim Fortuyn. Borussia Dortmund was de naam, de Duitse kampioen van dat jaar 2002.  De historische finale is de enige Europese wedstrijd van het roemruchte seizoen 2001-2002 geweest waarvoor ik geen kaartje kon bemachtigen. Hoe slordig gaat ons dierbare Feyenoord soms met zijn supporters om door trouw stadionbezoek geenszins te belonen. Als je maar een silvercard had die even duur was als een gewone seizoenkaart maar destijds nog nauwelijks verplichtingen oplegde, had je met voorrang toegang tot de finale, ook al had je geen enkele Europacupwedstrijd eerder dat seizoen bijgewoond. Maar voor mijn gezondheid was het ongetwijfeld beter om de eindstrijd op zekere afstand te volgen, in mijn geval op ongeveer 140 kilometer. Nadat Jan Koller de achterstand tot 3-2 had verkleind hield ik het voor de buis niet meer uit en fietste ik de doodstille Peel in, weg van de stress, waarbij ik met mijn mobieltje een vriend uit het Noord-Limburgse Beringe had verzocht om mij na afloop van de wedstrijd alleen te bellen als Feyenoord had gewonnen. Aldus geschiedde en uit pure vreugde gaf ik een rondje weg in de plaatselijke dorpskroeg aan mijn jongste zoon (Feyenoorder in hart en nieren) en zijn vrienden die als geboren Zuid-Oost Brabanders uiteraard in meerderheid voor PSV waren. Ruim een jaar later onderging ik een open hart operatie voor drie omleidingen. Hoe zou het mij zijn vergaan als ik die hyperventilerende finale in De Heilige Kuip had moeten ondergaan? Nu, ruim 11 jaar later, heb ik het voorrecht er nog steeds met grote voldoening op terug te kijken. We zijn na al die tijd nog steeds de eerste EN laatste Nederlandse Europacupwinnaar. En daar tussendoor wonnen wij in 1974 ook als eerste Nederlandse club de UEFA Cup (tegen Tottenham Hotspur), waarbij horden gefrustreerde en gewelddadige Engelsen zich schandelijk gedroegen en hun vakken sloopten.

Qua resultaat is eigenlijk de meest historische wedstrijd in De Kuip de zege op Estudiantes de la Plata op 9 september 1970 geweest. Het was een draak van een duel, waarbij de maffiose Argentijnen het veld heel klein hielden door telkens de buitenspelval te laten dichtklappen. Maar invaller en eigen kweek Joop van Deale scoorde het enige doelpunt van de wedstrijd met een ziedend afstandschot en sindsdien mag Feyenoord zich erop beroepen als het eerste uit Nederland afkomstig voetbalelftal wereldkampioen te zijn geworden, hetgeen Oranje ondanks drie WK finales tot op heden niet is gelukt! De Wereldbeker is ook nog eens de hoogste prijs die een clubteam op deze aardbol kan winnen.

Wordt vervolgd.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.