Berichten

de draaischijf

Draaischijf

Dit is een ik verhaal. U bent gewaarschuwd. Als u niet van opschepperij houdt moet u niet verder lezen. Ik klop mij namelijk nu even flink op de borst voor iets wat ik vroeger heel erg goed kon. Ik zou nu geen seconde meer op dat ding willen en/of durven staan, maar toen… Tjonge jonge wat kon ik dat goed zeg. Ik zwelg nog van trots als ik er aan terug denk. En wel hierom: Als jochie van 12 was ik erg klein voor mijn leeftijd en niet goed in gymnastiek. Ik werd dan ook meestal als laatste gekozen bij verschillende balspelen zoals trefbal en bij de edele voetbalsport lag ik of op de grond te dweilen of kon je me zien wegduiken voor de aan suizende ballen. Touwklimmen, daar was ik wel goed in omdat ik bijna niks woog. In de tijd van een scheet zat ik dan tegen het plafond van de gymzaal, vanwaar je een goed uitzicht had. Ringen, rekstok en paard was niet aan mij besteed. En toch was ik een druk en bewegelijk ventje. De clown uithangen en af en toe een mooie tekening maken was niet voldoende om echt aanzien te verwerven.                                                                                                                                    In die tijd ging ik elke dag direct vanuit school naar de dierentuin, liet mijn abonnement zien, spoedde mij langs de dieren om bij mijn einddoel te geraken: de speeltuin met mijn favoriete speeltuig. In een uithoek van het speelterrein, waar de treinen langs raasden stond hij. De draaischijf. In een soort zandbak stond een vier meter brede schijf, vervaardigd van houten latten en voorzien van een metalen rand om het geheel stevig bij elkaar te houden. Het had wel iets van een middeleeuws martelwerktuig en alsof deze indruk versterkt moest worden, stond er een paal achter het speeltuig met daaraan een rechthoekig bord dat de waarschuwing bevatte: LET OP, kom niet met uw vingers aan de rand van de draaiende schijf! Deze mededeling sprak ernstig tot de verbeelding , want wat zou er gebeuren als je toch aan de rand van de in volle vaart draaiende schijf zou komen? Ik kon het wel vermoeden omdat er een  reeks ronde paaltjes, met schuin afgesneden toppen, vlak langs de metalen rand van de schijf geplaatst waren. Dus als je met je poten tussen rand en paaltjes kwam, dan lagen ze er onherroepelijk af. De paaltjes stonden er waarschijnlijk om te voorkomen dat er kindertjes onder het speeltuig zouden kruipen. De houten schijf stond in een hoek van ongeveer 30 graden, zodat hij met een beetje gewichtsverplaatsing makkelijk zou draaien en daar ging ik mee oefenen. Ik oefende en oefende elke keer als ik in de gelegenheid was en werd een meester in het beheerst laten draaien van de schijf. Ik kon hem met weinig moeite tot grote snelheid laten draaien door op een bepaald punt rustig omhoog te lopen en ook weer af te remmen als ik aan de andere kant liep. Als het druk was in de speeltuin kon ik een hele groep kinderen, die op de stilstaande schijf waren gestapt binnen dertig seconden in het zand laten bijten, door de draaisnelheid hoog op te laten lopen zodat iedereen van de schijf geslingerd werd. Ik lette wel op dat ik al rennend over de hardnekkige achterblijvers heen sprong terwijl ze zittend en gillend naar de rand gleden. En al deze toeren haalde ik uit met een uitgestreken gezicht, alsof niets mij deren kon. Ik genoot vooral als er van die sportieve jongens hun handigheid wilden etaleren en vol bravoure op de schijf sprongen. Je zag hen denken: O, dat doe ik wel even. Maar na amper 10 seconden dachten ze er liggend in het zand ineens heel anders over. Een enkeling kwam dan prachtig op zijn smoelwerk terecht en kon afdruipen richting EHBO, om een verzameling schrammen en verstuikte ledematen te laten verzorgen.

Later, toen ik al een jaar op het voortgezet onderwijs zat kon ik nog 1 keer mijn gram halen tijdens de driedaagse schoolreis. U weet dat pubers meedogenloos zijn in hun onderlinge kritiek. Mijn nietige gestalte en klunzige gymnastische toeren waren een prachtig doelwit voor de “populaire” sportjongens die ook nog gesteund werden door die klootzak van een  gymmeester. Totdat! In de buurt van het huis waar het schoolreisje gevierd werd was een verlaten speeltuin. In een hoekje stond tot mijn vreugde zo ’n zelfde draaischijf als het exemplaar uit Blijdorp. Nadat ik hem voorzichtig had uitgeprobeerd wist ik: Ik kan het nog! Deze schijf was goed gesmeerd en daardoor sneller dan die andere. Toen de groep de tweede dag al klierende en stoeiende in het speeltuintje terecht kwam stond ik te stuntelen op de draaischijf. Ik speelde de stuntel door wankel op de schijf te staan en er ook nog klunzig af te donderen en daar trapten de opscheppers mooi in. Gedrieën stapten ze nietsvermoedend op de schijf en zochten naar hun evenwicht, dat ze onmiddellijk en spectaculair verloren op het moment dat ik ook op de schijf sprong en er de vaart in zette en me enige tijd virtuoos amuseerde met het toestel, ondertussen achteloos naar de gevallen snoevers kijkend, die onder hoongelach van hun klasgenoten het terrein verlieten. Geen last meer van gehad. Over dit voorval is nooit een woord gesproken. Waarom zouden we ook.

Aad Wieman, Rotterdam, 30-11-2015. Met dank aan Jolanthe van Dongen die mijn teksten redigeert.

Ernst.

Heeft u wel eens een aap een hand gegeven? Ik wel. In Diergaarde Blijdorp. Het was eigenlijk andersom. De aap gaf mij een hand en samen liepen we met de optocht mee in de richting van de speeltuin, waar ze hun dagelijkse show moesten opvoeren.

Om bij het begin te beginnen ging ik omstreeks 1960, elke dag vanuit school direct naar de Dierentuin, alwaar ik dezelfde soort jongetjes ontmoette met het zelfde enigszins lullige voorkomen als ikzelf. Gevieren vermaakten we ons voornamelijk in de speeltuin, maar bekeken wonderlijk genoeg de dieren los van elkaar alsof het om iets ging wat je nou eenmaal in je eentje doet. Men komt tenslotte in een dierentuin voor de dieren en Blijdorp was in die tijd een tuin met veel kooien en veel verschillende diersoorten, waardoor het meer een tentoonstelling van dieren was dan een diervriendelijk park, zoals het er tegenwoordig is. Je kon de dieren wel beter bekijken dan nu. De verzorgers werden vroeger dan ook oppassers genoemd. Een titel die meer bij een gevangenis hoort dan bij een moderne dierentuin. Ik spoedde mij eerst langs alle dieren alsof ik een opdracht uitvoerde, om dan uiteindelijk in het apenhuis te belanden, want die bewoners vindt men toch de leukste dieren en de mooiste attractie was wel het voederen der mensapen, die in de zomer als een circusact werd opgevoerd in een verhoogde, ronde kooi in de speeltuin. De voorstelling trok veel volk en werd erg bedreven uitgevoerd door de toenmalige verzorger, die zeer populair was. Een man, die ook zijn apen wel mee naar huis nam als ze iets mankeerde. De voorstelling bestond voornamelijk uit de etende primaten, die met een lepel pap van een bordje schepten, terwijl ze netjes op kleine stoeltjes aan een tafel zaten. Althans, dat was de bedoeling. De lethargische Orang oetans bleven meestal rustig zitten en verorberden behendig de eerste twee happen brei, om daarna het bord traag naar de mond te brengen en de rest, veel effectiever, met de tong naar binnen te werken, terwijl ze ondertussen een tafelpoot met hun voet vast hielden. Als het bord schoongelikt was, plaatsten de roodharige primaten de borden op hun hoofd, als een heel gewone afsluiting van de maaltijd. Zo rustig als de Orangs, zo druk en “ondeugend” waren de chimpansees. Ze sprongen rond, gooiden met de borden en klommen in het gaas van de kooi. Kortom: ze maakten er een kolerezooitje van. Tot groot plezier van het jeugdige deel van het publiek, die waarschijnlijk een heimelijk verlangen hadden om deze handelingen de volgende keer op school ook te gaan doen. Als de verzorger de orde in deze chaos had herstelt en ze allemaal netjes aan tafel zaten en rustig gingen eten, steeg er een bewonderend applaus op.      Er was een scene waarin een jonge “ongehoorzame” chimpansee op een, op de tafel staand stoeltje moest blijven zitten totdat alle apen na afsluiting van het programma de kooi hadden verlaten, hij als enige overbleef en de spanning ondragelijk werd tot hij eindelijk de verlossende sprong mocht maken in de gespreide armen van de verzorger, die hem ook nog knuffelde. Dit onder luid gejuich van het publiek, dat mee draafde met de door vrijwilligers geduwde oude kinderwagen, waarin de apen gedeponeerd werden om ze als de sodemieter naar het apenhuis te vervoeren, waar ze bij konden komen van hun belevenissen. Het apenvervoer van en naar de speeltuin was voor veel jonge abonnee ’s het spannendst van het dierentuinbezoek. Hele hordes kinderen, waaronder ik, liepen elke keer mee met de kinderwagen, om te kijken hoe de jonge mensapen er van zeer dicht bij uitzagen en om te proberen ze aan te raken. De oudste orang oetan, Ernst, paste niet meer in de kinderwagen en moest derhalve meelopen aan de hand van een vrijwilligster/er. Op een dag had ik me voor de zoveelste keer op tijd bij het apenhuis opgesteld om weer mee te lopen met de kinderwagen caravaan. Er was op dat moment bij de verzorging een lichte verwarring wie wat moest doen en voor dat ik het wist pakte aap Ernst geroutineerd de dichtstbijzijnde hand en dat was per ongeluk mijn hand, terwijl hij eigenlijk iemand anders moest hebben en liep stoïcijns doch haastig achter de kinderwagen aan, waarbij hij voornamelijk op de zijkanten van zijn voeten sloften en met een hand op de grond steunde. Zijn ruwe kromme vingers klemden als een schroef om de mijne en alsof het de gewoonste zaak van de wereld was liepen Ersnt en ik door de dierentuin, aangegaapt door het publiek. Dit was een echt Kees de Jongen moment: “kijk, daar lopen ze. De aap en die jongen. Ze schijnen onafscheidelijk te zijn”. Iets om nooit te vergeten. Zeker niet toen ik later in het natuurhistorisch museum, waar de opgezette dieren staan, plotseling geconfronteerd werd met een opgezette orang oetan, die verdacht veel op Ernst leek. Ik schrok me het leplazarus, verliet het pand en heb nooit meer een voet in dat educatieve etablissement gezet.

Aad Wieman. Rotterdam, 9-9-2015.

Art Zegelaar School voor Piano

Wereldberoemd in Rotterdam-Zuid…

 Dat is onze ambitie. En we spannen al heel de globe op dit moment, want we geven ook lessen online. En onze verste muziek studenten zitten in … Nieuw Zeeland!

Art Zegelaar School voor Muziek geeft les aan studenten voor elk niveau. Of je nu een Beginner bent of wilt voorbereiden voor een Diploma of Auditie. Je wilt aandacht besteden aan een bepaalde stijl.. Je hebt misschien last van een verkeerde speeltechniek…

 Je kunt in veel opzichten terecht bij Art Zegelaar School voor Piano.

 Je kunt er ook veel meer leren dan alleen Piano, want niet alleen zijn er smanewerkingsverbanden met docenten voor bijvoorbeeld gitaar of zang of blaas- en strijk instrumenten, maar er is ook ruimte voor workshops, lunch concerten of gewoon samen muziek maken.

 Bel voor een gratis proefles 010-7955575 (06 189 63647)

 

Bekijk de website voor meer informatie: www.jouwpiano.nl

Vraag het programma aan voor evenementen en lunch concerten.

Huur ruimte met een uitstekende vleugel en microfoons voor het maken van die waardevolle auditie opname.

Vraag om een begeleider.

Zoek samenspel of samenwerking als instrumentaal docent.

Piano lessen zijn open! Men kan ze bijwonen! 

Spido Rotterdam

Zie en bewonder de Rotterdamse haven!

Spido laat u op een bijzondere manier kennismaken met de Rotterdamse haven. Middenin het drukke verkeer van zee- en binnenvaartschepen beleeft u een memorabele vaartocht door de grootste zeehaven van Europa. U ziet de indrukwekkende skyline met imposante gebouwen aan u voorbij glijden, gevolgd door een uniek uitzicht op werven, dokken en de hypermoderne overslag van duizenden containers. Tot slot vaart u langs het stoomschip Rotterdam, het voormalige vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn. Een 75 minuten durende, boeiende havenrondvaart met heldere uitleg. Indien u uw rondvaart wilt combineren met een bezoek aan een andere attractie in Rotterdam kunt u aan de kassa bij Spido uw entreekaartjes tegen een aantrekkelijk tarief verkrijgen.

In de maanden juli en augustus kunt u inschepen voor een uitgebreide havenrondvaart of een zomeravondtour.

Als u meer wilt zien van de vaarwegen van de provincie Zuid-Holland kunt u het hele jaar door ook mee met de verschillende dagtochten.

Voor groepen biedt Spido daarnaast een aantrekkelijk en ruim aanbod aan mogelijkheden. Speciaal voor scholen in het basisonderwijs biedt Spido diverse mogelijkheden voor een geslaagd schoolreisje

SPIDO – Willemsplein 85 – 3016 DR Rotterdam – Tel. (010) 275 99 88 – Fax (010) 412 47 88 – spido@spido.nl – www.spido.nl

Website:          www.spido.nl

Facebook:      https://www.facebook.com/spidorotterdam

YOGA SACHI ROTTERDAM

YogaSachi is een plek van rust en tijd voor jezelf. Hier ben je welkom voor wekelijkse yogalessen
en workshops in Rotterdam en yoga vakantie naar Julische Alpen in Slovenie.

Yoga Sachi betekent harmonie, geluk en zegen. Het is geschikt voor iedereen, zowel beginners als gevorderden van 15-70 jaar.
Tijdens een yoga les bij YogaSachi laat je los waar je wel zonder kunt (stress, drukte in je hoofd, vermoeidheid…) zodat je ontspannen, opgeladen en vol nieuwe energie weer verder kan. Het is goed om je af en toe terug te trekken en de dagelijkse beslommeringen los te laten. Wat voor klachten je ook hebt: hier ben je op het juiste adres.

Voor vragen en aanmeldingen kun je bellen met Maja: 06-52697252 of mailen naar: info@yogasachi.com

Website: www.yogasachi.com

Maja Miklic (1975) is sinds 2000 actief bezig met yoga. Drie  jaar later kwam ook de wens om yoga kennis met anderen te delen. Vanaf het jaar 2002 heeft ze diverse yoga cursussen en meditatie trainingen gevolgd via Art of Living in Europa, Canada en India. Link:http://www.srisriyoga.org
Maja is een gecertificeerde sri sri yoga docente en ook geschoold door de Saswitha, 3-jarige erkende basisopleiding voor Wijsbegeerte en Yoga in Bilthoven. Link: http://www.yoga-saswitha.nl
Haar lessen bestaan uit hatha yoga houdingen en ademhalingsoefeningen, eventueel gecombineerd met meditatie aan het eind van de les. Maja geeft les met veel plezier en deskundigheid. Maja organiseert ook jaarlijks yoga vakantie in haar geboorteland Slovenië. Slovenië is een republiek gelegen ten zuiden van de Alpen en staat bekend als land van bergen, meren, rivieren en watervallen. Meer over die vakantie kun je lezen via: http://www.yogasachi.com/reizen/

Afbetaling

Tegenwoordig kan bijna iedereen wel geld lenen. Tegen hoge rente vaak.  Wehkamp, Otto en Neckerman verkopen goed. Vroeger hadden we ook niet veel geld, wij kochten op de pof.
In Rotterdam hadden we de Faam, Rodago, Scheffers, Schuller, De Condor, Bep en Rob van Gent. Er waren er dus genoeg. Je kan bijna alles kopen, het was vaak duurder als dat je het contact kocht en je betaalde redelijk wat rente.  Voor je geld kon je dus naar de winkel en daar betalen en er waren ook mensen die aan de deur geld kwamen halen.
Vaak riepen ze dan “Bode” en dat betekende betalen.

Toen ik op mijn zestiende voor de zoveelste keer van school was getrapt kwam ik op een gegeven moment ook bij een van die winkels te werken. Schuller; een winkel op de Riederlaan, op Rotterdam Zuid.  Er kwamen niet heel veel klanten op een dag, maar er was altijd wat te doen. Zomers stonden we uren voor de deur te kijken naar de mooie meiden die voorbij kwamen. Dat mocht nooit lang achter elkaar, omdat de andere winkels anders dachten dat we geen klanten hadden. En soms werd ik de bode, twee jaar lang vanaf mijn 16e moest ik dus geld halen bij de mensen thuis. Ik kwam ook in andere steden en wijken om geld op te halen. De Staart in Dordrecht, De Gorse in Schiedam en ook nog de Schilderswijk in Den Haag, waar je nog niet dood gevonden wilde worden.

Zo ook op de Kaap, de hoerenbuurt in Rotterdam. Dat was echt lachen, die meiden kochten ook op de reut, en als ik dan op mijn fietsje geld kwam halen en ze hadden iets verdient; dan kreeg je geen cent, je kon ook alle ziektes kregen die ze konden uitspreken, en dat waren er heel wat. En als je pech had en de pooier had een rot bui, kon je ook nog een schop onder je reet krijgen. Maar de week erop, hadden ze bijvoorbeeld goed verdient, dan was het 5 gulden voor de baas en voor mij ook een knaak, een drankje en een knuffel, en daarbij stikte je bijna in de rijkbedeelde dames van de Kaap.

 

Ja, mooie tijden! Kochten jullie vroeger ook op de Lat?

Just a Perfect Day

Ik loop door de glazen schuifdeuren van het Medisch Centrum Ommoord naar buiten. En kabammmm! Flashback!
Gewoon de juiste temperatuur, windsnelheid, herfstgeur, najaarszonnetje en ik ben bijna 40 jaar terug in de tijd.

Ik geloof zelfs dat deze formule van Medisch Centrum de eerste in Nederland was. Huisartsen, Fysiotherapeuten, Diëtist, Consultatiebureau, Maatschappelijk Werk.. allemaal in één gebouw.

Ik herinner me zelfs nog wat namen van huisartsen daar, dr. Brahms, dr. van Dam, dr. van Dijk.. wat is een brein toch een vreemd ding. De wachtruimte toen was een centrale ruimte met ‘vakken’, maar dat was eigenlijk niet nodig. Aan de muur hing een blok met gekleurde lampjes met de namen van de huisartsen op elk van het blokje. Als het lampje van je eigen huisarts ging branden, en jij was aan de beurt, dan ging je bij de dokter naar binnen. Sommige artsen gebruikten de intercom en hoorde je je naam door de speaker. De mijne deed dat ook gelukkig, want ik was nogal onzeker en faalangstig als kind (of toen al perfectionistisch?) en het horen van mijn naam was zeer geruststellend, zodat ik niet per ongeluk voor mijn beurt op zou staan.

In die tijd hadden we wel meer moderne dingen in de wijk. Leuke en minder leuke.
Minder leuk: de schooltandarts. Naar de tandarts gaan, oké, maar onder toezicht van 2 klasgenoten in de open wachtruimte, nadat jij eerst zelf een klasgenootje krampachtig in de stoel had zien zitten, was niet bevorderlijk om van je tandartsangst af te komen.
Elke keer probeerde ik weer te doen of ik mijn naam niet hoorde, wanneer de assistente in de klas de patientjes op kwam halen. En je wist dat je aan de beurt kwam, want de witte bus stond pontificaal midden op het schoolplein.

Wel leuk was de bibliobus. Die stond wekelijks tussen de middag op een vaste plek in de wijk, ik meen aan de Kelloggplaats, In de vierde klas (nu groep 6) had ik bijna alle B-boeken al gelezen. Ik kreeg een briefje mee van de bibliothecaresse, tevens chauffeuse van de bus, voor mijn ouders. Of zij toestemming wilden geven dat ik al uit de C-boeken kast mocht lezen. Daar stonden de Thea Beckman en Hartman boeken. En boeken uit de regenboogserie, elke kleur was een ander niveau. Toen al boeken voor grotere kinderen met leesproblemen… Ook stonden in die wand de wetenschappelijke boeken. Over het weer en het heelal en over andere volkeren en culturen.
Nog steeds ben ik een fervent lezer.

Hebben jullie wel eens gehoord van de WNF-Rangers? Nou, ik was er eentje! Al heette het toen ‘lid van de Jeugd Natuur Club’ en was het allesbehalve cool of wreed om daarbij te horen.
Met echt slecht weer zaten we in de aula van de Fridtjof Nansen school, te knippen, te lezen en te plakken. Op andere dagen gingen we eropuit. Naar de Rhoonse Grienden, een wijkwandeling met als thema: bomen, of naar het Kralingse Bos, naar de blindentuin.

En eens per jaar naar de Hortus Botanicus bij de tuinbouwschool tegenover het Rotterdamse Kralingse bos.

Zo in het zonnetje komt dit allemaal in mij naar boven. Wat ben ik blij dat ik in die tijd ben opgegroeid. Jammer dat zoveel is weggesijpeld in de 80’s en 90’s, maar wat mooi dat veel weer wordt herontdekt of opnieuw uitgevonden, op een manier die in dit tijdbeeld past. Want één ding is zeker, van lezen en kennis van de natuur en buiten zijn, wordt een mens al vroeg veel slimmer dan van Wikipedia.

Ja, ik heb in het gezondheidscentrum nog steeds een vaste huisarts! Fijn!
Ik stap in mijn auto en neurie..

Just a perfect day
Feed animals in the zoo
Then later a movie too, and then home

MUZIKAAL MISLUKT IN ROTTERDAM

Muziek zit in de genen!Ja Ik voelde t al bij de eerste muziekles op de Zuider Mavo.
Of t nou toen al aan mijn rebelse hoofd lag weet ik niet maar iedereen kreeg een normaal instrument behalve.. ik kreeg namelijk een triangel!ja en dan rock n roll bloed in je donder hebben!
Een Surinaamse leraar had ik die met zijn gitaar altijd een gevoelig nummer zat te brabbelen.Ik was al overtuigd dat hij niet mn kruiwagen op weg naar muzikant zou gaan worden dus druk bezig met triangel.Ooit tijdens zo n slaapverwekkend nummer viel er een stilte en iedereen in de klas keek me aan..Ik moest een ting geven! ff stemmen riep ik nog…ondertussen had ik de triangel haast recht gekregen tot ie uit mn handen vloog richting leraar..vak muziekles kon worden geschrapt..
Als vechter tegen onrecht moest ik gelijk aan mijn allereerste lagere school vriendinnetje Anja denken die verplicht accordion moest leren spelen van haar ouders.
We hadden allebei een voorliefde voor piano en zij had ook iets beters voor ogen dan op de kermis staan met haar tante en n zware joekel van n accordion.
Ja ik moet zeggen altijd een zwak voor toetsen gehad,alleen niet die van school.

Wat jaartjes later na afloop een bezoek cafe “melief bender” werd ik me toch geraakt door een prachtig orgelgeluid op het doelenplein!eropaf!,bleek de in Rotterdam heel bekende Janine Wegman te zijn !. Ik zag iets vreemds maar kon t niet plaatsen.Muziek klonk te gek alleen die stem klopte niet..Later hoorde ik dat zij vroeger door t leven ging als Jan en zich had laten ombouwen tot vrouw,achternaam kon niet beter!”Weg man”.
De toegift van t optreden, ja ik vergeet t mn leven niet meer hete:”brilletje op brilletje af”.
Janine had n pruik en een bril voor best wel slechte ogen,maar tijdens dit laatste nummer deed ze elke keer bij de tekst “brilletje af” haar bril op haar pruik! met als resultaat de stekkers werden uit haar orgel getrokken door wat feestvierders en Janine zag niet wie t deed tot brilletje weer op neus..
Ik dacht toen dat t bij de act hoorde en lachte spontaan mee totdat Janine weer haar nummer hervatte en mij maar streng aan bleef kijken zonder haar brilletje af te zetten..
Op naar de “double diamond” k heb t nu wel gezien zeg ik nog tegen mn maat,nee!! blijf ik met mn puntschoen aan een snoer hangen die t orgel weer uitschakelt!
Krijg ik me toch een kwade Janine achter me aan!Best wel een boom van een vrouw!Gelukkig had hij een strakke lange rok aan en kon daardoor niet zo hard lopen..
Na wat uitgeraasde puberjaartjes kwam de synthesizer pop op in de jaren 80.Toch maar weer eens wat gaan proberen in de muziek,met Herman Brood in mn achterhoofd achter de toetsen!.
Ik kwam na 2 maanden oefenen niet verder dan 1 minuut foutloos het begin van “just can t get enough” van Depeche mode….
Maar desalnietemin wel ooit n succesje geboekt in een soort van voorprogamma van de britse band XTC tijdens een optreden in Eksit.
Ik stond vooraan bij de synthesizer en toen alle zaallichten doofden kon ik het niet laten..ja ik kon er net bij..de eerste noten van “just can t get..depeche mode” ik kreeg me een applaus!wel de zaal uitgezet en t concert gemist..
Als zanger ook best wel niet al te ver geschopt!Nieuwe binnenweg Rotown een optreden van Steve Mariott ooit zanger van de small faces mijn grote helden!.
Ik stond vooraan en zag dat Steve best wel trek had in nog wat biertjes die ik dan ook aangaf.Resultaat Aat mocht het nummer “All or nothing” op t podium meebrullen!,na 6 keer “all or nothing” zingschreeuwen moest ik van Steve het podium verlaten..
Toch gaf ik het niet op!.

Inmiddels had ik in Eksit best wel vrienden gemaakt die ook t zelfde doel voor ogen hadden namelijk:”money for nothing chicks for free!”.
Ik was er niet meer weg te slaan en sloeg geen optreden over,zeker de in engeland al doorgebroken bands niet.
De samehorigheid van de Rotterdammers tijdens die optredens was te gek!je voelde ondermekaar t gevoel van kom op jongens wat ze in London doen kenne wij ook hoor!!!
Zo begon er een Rotterdamse muziekscene op te komen.
Eerst opvaIlen wat uiterlijk betreft daar was ik snel achter!,muziek maken kon altijd nog later..
Bij Krokus een trendy kledingpunkzaak die alles uit engeland importeerde had ik een tweede hands glimmend jaren 60 pak aangeschaft en splinternieuwe zwart witte “mod”puntschoenen,bij Monroe nog ff n spierwitte “straycats kuif'”laten doen kortom ik was er ready for!!!!!

Bij veel platenzaken was ik inmiddels ook geen onbekende,ja je babbelt wat af zo over muziek.
Zo kwam ik in contact met muzikanten die op zoek waren een band te vormen.
Tijdens een concert van “THE JAM” in Eksit kwam ik in gesprek met Peter.
Hij wilde net zo n soort band gaan vormen en vond mij uitermate geschikt!, voor n prikkie mocht ik dan ook een hele dure basgitaar van zijn broer overnemen maar wel zo snel mogelijk aan de slag! echter wel vergeten te vragen of ik wel kon spelen..
De eerste repetitie verliep dan ook niet helemaal vlekkeloos.
Mn maat die al mijn gepruts in t leven altijd met veel plezier volgt voelde dat ie erbij aanwezig moest zijn,dus mijn chauffeur.
Ervoor nog eventjes een biertje gedaan in “Melief Bender” Ik had me een succes!!! en nog geen noot gespeeld!ja een gitaarkoffer doet wonderen!
Sta ik met Ger Sax te praten de saxofonist van Jules Deelder vergeet ik me toch..snel!!!
Peter zat al n aardig tijdje achter zijn drumstel met geluiddimdoekjes over de trommels.
Plug maar in Aat! Wat waar in ? Ik heb alleen maar n gitaar!
Peter..zat ie niet in de koffer?Snel naar mn broer!ja en ik snel achter de drums!doekjes eraf en gaan!!!te gek dat drummen klonk best wel aardig!Na een politiebezoek vanwege geluidsoverlast voordat t snoer met Peter arriveerde gelukkig alles nog met een sisser afgelopen. De band met Peter was einde verhaal.
Grappig genoeg werd ik een week later gevraagd als gitarist voor de Rotterdamse band “CHATTERBOX”,die al een optreden achter de rug hadden in Eksit dus ik was best wel vereerd!Ik kende al wat bandleden maar na wat nachtmerries vanwege t niet kunnen gitaar spelen toch maar de knoop doorgehakt.
Ja joh je kan t beste maar gewoon eerlijk zijn…Jammer!,net bezig met een eigen band en nu te stoppen en met jullie verder te gaan kan ik niet maken tegenover mijn andere bandleden……
Af en toe nog wel succes in een karaokie bar ver weg van Rotterdam dat dan wel weer…..

Dank U Sinterklaasje !!!!

Eén van de spannendste dingen in een kinderleven is het Sinterklaasfeest.
Natuurlijk is 5 december zelf de apotheose van de voorpret, maar nog voor de aankomst van Sinterklaas loopt de spanning hoog op.

Op de scholen worden in, wat nu geheten,  groepen 1 en 2 en de onderbouw van het basisonderwijs al liedjes geoefend om luidkeels Sint en zijn Pieten te kunnen verwelkomen en strakjes bij de schoen te kunnen zingen, natuurlijk uit volle overtuiging.

Zelf was ik het type kind, en nog steeds wel,  van: een kinderhand is snel gevuld. Dat was ook zo met mijn schoentje. Ik ben snel tevreden.

Wij hadden al een gashaard in Delfshaven terwijl oma en opa nog een kolenkachel hadden.
De gashaard was handig voor meer dan verwarmen. Zo ‘streek’ mijn vader op de ronde hoeken mijn satijnen haarlinten op de kachel en kon de soep erop warm gehouden worden. Ook was het een mooi apparaat om bovenin je kleurpotloden in de kachel te laten vallen om daarna naar het verbrandingsproces te kijken achter de ruitjes.
Mijn moeder vond dat niet zo leuk en eigenlijk heeft het verbieden ervan mijn ontwikkeling in Bèta-vakken gestagneerd.

Maar wij, mijn zusjes en ik, zongen uit volle borst naast onze schoenen, voor de kachel, met een wortel en een glaasje water voor het Paard.
In pyjama en pantoffels. Buiten al donker, dus daarna naar bed .. naar bed.

We sliepen met zijn drietjes op de ‘halve’ zolder. De andere helft was van de buren en Jenny en Cocky sliepen daar.
Helaas hadden mijn ouders gedacht aan een babyfoon.. een intercomsysteem destijds… waar regelmatig uit klonk “Slapen, NU!” wanneer er weer eens een wedstrijdje trampolinespringen op de spiralen bed bodems aan de gang was.
Ook in de weekenden hadden wij veel lol wanneer we wakker werden en speelden we uitgelaten, wachtend op mama die ons zou roepen. Aangezien wij luiken voor de ramen hadden (enkel glas daar en op de 3e etage)  hadden we geen idee of het 4 uur in de ochtend was of ‘al weer’ 8 uur….

Maar ik dwaal af….

Schoen gezet.. de volgende ochtend was erg spannend. Wachten op mama, dan mochten we mee naar beneden. – probeer dat nu eens als ouder, met kids die in het weekend al om 6 uur voor de televisie zitten, stilletjes, kijkend naar Cartoon Network of Zappelin-. Mijn ouders hadden alle tijd om een verdieping lager de wortel te doen verdwijnen en het glas leeg te gooien.

In onze schoen zat altijd iets leuks. Of lekkers. Of allebei. Ik was blij met wat ik kreeg van Sinterklaas. Hij kon niet weten dat ik misselijk werd van grote suikerbeesten en gevulde chocomuizen. Maar een mandarijntje was al goed.

En je schoen vol betekende dat je lief bent geweest.

Op een dag was het die avond weer ‘schoenzetten’.
Het was een druilerige dag, maar dat hoort bij Sinterklaas.
Mijn twee jaar jongere zus en ik gingen buiten spelen. ( bij gebrek aan PC, 399 televisiezenders, Wii’s, Playstations, DS’sen etc., etc.)

Wij konden heel goed buiten spelen daar, want we konden heel ver weg op straat, zonder over te hoeven steken.
Hoe we op het idee kwamen… ik kan het me niet meer herinneren, maar we gingen ‘een rondje doen’.

De deur uit lopen, rechtsaf langs van der Ven groenten en fruit, hoekkie om de Coolhavenstraat in en dan langs de Piet Heijn school, de poort van de kleuterschool voorbij, nog een stukje doorlopen en dan de Schoonderloostraat in, op de hoek van de Coloniastraat.

Aan het einde van de Schoonderloostraat kon je de Willem Buytewechstraat weer op.
Maar dat ging niet zomaar… De Havenstraat en de Schoonderloostraat lagen aanzienlijk lager dan de Willem Buytewechstraat en de 1e IJzerstraat.
Om weer boven te komen was er aan het eind van de Schoonderloostraat ,die dus dood liep, een straatbrede stenen trap met heel veel treden met – -voor een kind-  erg grote ‘stappen’.
En zwaar verboden voor mijn zus en ik. Dus… terug of.. op avontuur.

Wij kozen voor het laatste.
En begonnen de trap te bestijgen. Met kriebels in onze buik omdat we wisten dat we iets deden wat niet mocht.

We waren al halverwege, het ging niet snel, want de ijzeren leuning was wel erg hoog en moeilijk vast te houden en we moesten hele grote stappen nemen. Ik weet niet meer wie van ons twee het eerst alarm sloeg, maar aan het begin van de Schoonderloostraat zagen wij onze vader naderen… dát was niet goed!! Snel draaiden we om, en probeerden snel, voor hij ons zag, verder naar boven te klimmen, maar tot onze ontzetting keken wij in het gezicht van Opa Bram, die boven aan de trap stond..
Ingesloten! Be’trapt’…

Moeder en Oma in paniek.. overstuur en de mannen eropuit gestuurd.

Die avond zongen wij extra hard. Om Sinterklaas te laten geloven dat wij héle lieve kindertjes waren.
En ja, de volgende ochtend waren ook onze schoenen gevuld….
De één had een roe… de ander een zakje zout…

Dank U Sinterklaasje !!!

Hoe mama kon toveren

Ja, ik ben er weer. Deze Juf had even een schrijfvakantie. Veel regen, beetje zon, maar lekker uitgerust.

Vandaag wil ik het hebben over een toverkunstje van mijn moeder. Haar vader is Opa Bram, dus ze heeft het niet van een vreemde.

Jullie moeten weten dat ik dan wel goed gebekt ben, maar mijn oogjes doen het niet zo goed. Ik denk dat het de schoolarts was die daar achter kwam net voor ik naar de basisschool zou gaan. Ik bleek een brilletje met niet al te veel sterkte nodig te hebben om goed mee te kunnen komen op school ‘strakjes’. Voornamelijk voor TV kijken, lezen en borduren. Dat laatste is nooit een talent van mij geweest en ik heb me erbij neergelegd dat het zelfs geen verborgen talent is. Maar goed, dan kan ik ook niet met een naald in mijn oog steken, ik draag sinds mijn 13e al contactlenzen namelijk. En het stadium van dunne glazen ben ik al een eeuwigheid gepasseerd. Elk oog -12,5 is behoorlijk kippig!

Nu is dit alles wel leuk om te lezen, maar heeft niks met de toverkunsten van mijn moeder te maken, ik ben de enige met zulke slechte ogen in de familie, dus misschien kon mijn moeder ook niet zo goed borduren. Joost mag het weten!
Wanneer ik al wandelend en huppelend door Rotterdam doolde met Opa Bram, kwam het eens in de zoveel tijd voor, dat ik wel erg vaak zwikte, struikelde, dan wel tijdens het balanceren op een smal muurtje er vanaf duvelde. Met een kapotte maillot en bloedende knieën tot gevolg.  Dan was het tijd voor… sterkere glazen. Daar kon je de stationsklok op gelijk zetten.

Dus, mijn moeder maakte een afspraak met de Poli van het Oogziekenhuis.  De wachtlijst was enorm. Soms wel een half jaar. De wachttijden ook, maar daarover straks meer.

Ik vond het verschrikkelijk om daarheen te gaan. Aan de ene kant van de straat was het daadwerkelijke ziekenhuis en aan de andere kant de polikliniek. Een paar traptreden op -hoe kóm je erop!- en dan kwam je in een portiek met posters aan de muren. Die kon ik dan weer wel goed zien. Traumatische affiches over vuurwerk en oogletsel waar nog net geen vuurpijl uit een oog stak.
Dan kwam je in de grote hal. In die hal waren allemaal hokjes. In elk hokje zat een oogarts ‘verstopt’ en bij elk hokje waren wachtkamer-stoeltjes geplaatst.
Het was er altijd erg druk. Je kreeg te horen bij welk hokje, ze hadden allemaal een nummer, je plaats kon nemen. Sommige mensen wachtten op hun beurt, anderen hadden druppels in hun ogen gekregen en moesten dat laten inwerken.

Of de duvel ermee speelde, altijd wanneer ik bijna aan de beurt was, werd er niemand meer opgeroepen. Ja hoor, de dokters hadden koffiepauze! Of lunchpauze. Altijd, echt altijd, als ik bijna aan de beurt was.  En allemaal tegelijk. Uitgestorven!

Dan, eindelijk, was ik aan de beurt. Ik mocht het hokje binnen en trof er altijd een soort van darkroom aan. Tegenwoordig weet ik dat ik lichtelijk nachtblind ben, maar toen nog niet, dus ik was mijn oriëntatie compleet kwijt en was blij als ik in de stoel zat. In al die jaren heb ik veel leeskaarten voorbij zien komen, eerst die met het autootje, dan met alleen de letter ‘O’ en mocht ik zeggen aan welke kant er een opening zat, later de letterkaart.
Daarna begon het feest van de wel, écht waar, 50 kilo wegende ijzeren bril op je neus en de veel te snel wisselende glaasjes. Eén..of Twee? Eén of Twee..? Soms wist ik het echt niet meer. Maar maillot-technisch gezien was het handig wanneer ik juist antwoordde.  Anders zat ik er over een jaar weer!

Kortom… enorm frustrerend, veel hoofdpijn en lang wachten. En stilzitten…als kind. In die tijd waren er geen ballenbakken of legotafels in wachtkamers.

Maar.. dan ging mama toveren. Op het moment dat we weer buiten waren, liepen we richting de Coolsingel, om, daar waar nu een hoog flatgebouw op de hoek staat, een lunchroom in te lopen en samen een broodje te eten.
Dat was Feest! Zomaar, alleen met mama, aan een tafeltje, samen een broodje eten. Met een glaasje melk. Mijn hoofdpijn was weg, alles wat daarvoor gebeurde, was vergeten. Met de tram terug naar Delfshaven, of met Bus 37 later naar  Ommoord. Huppelend.

Want mama kan toveren. Zij maakt van een nare dag een fijne dag!!!