Berichten

Op Zuid

Samen met een vriend die nu in Breda woont zijn we aan het brainstormen over mogelijke plekken om te wonen in Rotterdam. M wil graag samen met zijn vriendin een huis kopen in Rotterdam omdat dat qua werk handiger is. Budget genoeg, eisen hoog. Zo willen ze heel graag een tuin en moet je makkelijk bij Kralingse Zoom kunnen komen (auto/fiets/openbaar vervoer). 

Ze willen wel echt in Rotterdam wonen. Richting Alexander en Capelle a/d IJssel is al te ver, evenals Barendrecht, Hoogvliet of Spijkenisse. Kralingen staat nu hoog op het lijstje, maar daar heb je volgens hen enkel benedenwoningen of woningen ver boven hun budget.

‘Tja.. en op Zuid wonen?’ vroeg ik uiteindelijk. Zuid is super hip tegenwoordig. Zeer betaalbaar, je hebt fijne horecagelegenheden, genoeg winkelmogelijkheden, je zit zo op de snelweg en op de fiets of met de RET (het openbaarvervoer) zit je ook binnen 10 minuten op Beurs. 

Voor de mensen die niet uit Rotterdam komen: zo praten wij Rotterdammers. In metrohaltes. Soms geven die de naam van een wijk of gebied aan, maar heel vaak lijkt de naam (tegenwoordig) ook totaal random te zijn. Beurs is een algemeen begrip voor het centrum als je bijvoorbeeld wilt winkelen, omdat het o.a. de Koopgoot, Lijnbaan(plein) en Coolsingel kruist.

‘Zuid..’ verzucht vriend M. ‘Maar dan moet je elke keer die brug over,’ zegt hij op een erg zielige toon. Mijn vriend en ik beginnen keihard te lachen: héél die brug over! 

foto ondergaande zon Erasmusburg credit Sylvia Niemantsverdriet

Geschreven door Sylvia Niemantsverdriet

Meer van haar lezen? Check http://keepmovingforward.nl

Afbetaling

Tegenwoordig kan bijna iedereen wel geld lenen. Tegen hoge rente vaak.  Wehkamp, Otto en Neckerman verkopen goed. Vroeger hadden we ook niet veel geld, wij kochten op de pof.
In Rotterdam hadden we de Faam, Rodago, Scheffers, Schuller, De Condor, Bep en Rob van Gent. Er waren er dus genoeg. Je kan bijna alles kopen, het was vaak duurder als dat je het contact kocht en je betaalde redelijk wat rente.  Voor je geld kon je dus naar de winkel en daar betalen en er waren ook mensen die aan de deur geld kwamen halen.
Vaak riepen ze dan “Bode” en dat betekende betalen.

Toen ik op mijn zestiende voor de zoveelste keer van school was getrapt kwam ik op een gegeven moment ook bij een van die winkels te werken. Schuller; een winkel op de Riederlaan, op Rotterdam Zuid.  Er kwamen niet heel veel klanten op een dag, maar er was altijd wat te doen. Zomers stonden we uren voor de deur te kijken naar de mooie meiden die voorbij kwamen. Dat mocht nooit lang achter elkaar, omdat de andere winkels anders dachten dat we geen klanten hadden. En soms werd ik de bode, twee jaar lang vanaf mijn 16e moest ik dus geld halen bij de mensen thuis. Ik kwam ook in andere steden en wijken om geld op te halen. De Staart in Dordrecht, De Gorse in Schiedam en ook nog de Schilderswijk in Den Haag, waar je nog niet dood gevonden wilde worden.

Zo ook op de Kaap, de hoerenbuurt in Rotterdam. Dat was echt lachen, die meiden kochten ook op de reut, en als ik dan op mijn fietsje geld kwam halen en ze hadden iets verdient; dan kreeg je geen cent, je kon ook alle ziektes kregen die ze konden uitspreken, en dat waren er heel wat. En als je pech had en de pooier had een rot bui, kon je ook nog een schop onder je reet krijgen. Maar de week erop, hadden ze bijvoorbeeld goed verdient, dan was het 5 gulden voor de baas en voor mij ook een knaak, een drankje en een knuffel, en daarbij stikte je bijna in de rijkbedeelde dames van de Kaap.

 

Ja, mooie tijden! Kochten jullie vroeger ook op de Lat?

Een hekel aan Jules Deelder?!

Ari Deelder heeft 25 januari ( geloof ik )  de première van haar regie debuut; toegetakeld door de liefde.

Vriend en vijand vroeg ik naar de verwachtingen en regelmatig kreeg ik te horen “wat maak jou dat nou uit, jij hebt toch een hekel aan de Deelders?”

Tot aan een paar maanden geleden had ik dat nog nooit gehoord en was nu een eigen leven gaan leiden.

Ik vroeg me af waar dat vandaan kwam? In de stad ik kwam Jules wel eens ergens tegen.

Hij was dan meestal heel stil en naam een drankje. Echt praten heb ik nog nooit met hem gedaan. Dus ruzie krijgen of hebben……

Dat verhaal moet toch ergens vandaan komen. Toen viel opeens het kwartje.

Jules kankerde altijd op die boeren van Zuid. En ik ben trots op mijn roots in Rotterdam Zuid

Januari 1994 ( geloof ik ), première in het Zuidplein theater, in Rotterdam Zuid van het stuk Little Voice. Een meesterlijke vertaling van Jules Deelder en wie was daar op zijn eigen première; Jules Deelder.

Ik heb hem toen wel gevraagd, waarom als hij zo’n hekel aan Rotterdam Zuid heeft zijn stuk wel in premiere ging op de boerenzijde?

Een echt antwoord kreeg ik niet…. Of hij me niet begreep, geen antwoord had of gewoon niet goed verstaan heeft. Dan weet ik niet.

Ik was het kwijt en voor de rest niets. Ik heb enorm genoten van het stuk.

Op dat verhaal ben ik wel een paar keer aangesproken door andere mensen die er bij waren. En heb altijd gezegd dat ik dat altijd raar heb gevonden.
Die mensen hebben het onthouden en het verhaal groter gemaakt dan ik het me kan herinneren en ik weet zeker dat Jules dat hele verhaal niet ( meer ) weet.

Mooi dat verhalen na 20 jaar terug komen.

Jules zal er niet wakker van liggen, maar ik heb geen hekel aan Deelder, integendeel ik ben een groot fan.

Het mooiste wat hij ooit geschreven heeft is het gedicht voor zijn dochter.

Lieve Ari
Wees niet bang
De wereld is rond
en dat istie al lang

De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht
Maar ze gaan allen
dezelfde weg

Hoe langer je leeft
hoe korter het duurt
Je komt uit het water
en gaat door het vuur

Daarom lieve Ari
Wees niet bang
De wereld draait rond
en dat doettie nog lang

Ik hoop dat de Ari me net zoveel plezier geeft als haar vader deed

 

Polder Perikelen

Nee…geen Alexander POLDER…

Ik wil iets anders met u delen. Namelijk mijn ongeveer drie jaar in de Polderbuurt op Rotterdam Zuid.

Ik woonde op de Noordpolderstraat 9a, een benedenwoninkje dat nu is gesloopt en herbouwd. De nummering in de straat klopt ook niet meer.

Het was een soort van Poppenhuisje. Altijd fijn om bij me te komen eten, want afwassen hoefde niet, in je eentje kon je er de kont niet eens keren.

Wel beschikte ik part-time over een hele grote tuin, met de buren hadden we de schutting eruit gehaald en in het midden een vijver geplaatst. Ook gebruikten we één heel lange waslijn saampjes, de buurvrouw en ik. Hilarische momenten wanneer we allebei de spijkerbroekenwas hadden gedaan. Stond je ‘s ochtends vroeg jezelf in een te kleine jeans te frommelen. Had je de broek van de tiener-buurjongen ook van de lijn gehaald.

Om 06:00u in de ochtend is dat niet iets dat je begrijpt hoor, neem dat maar van me aan! En maar afvragen waar die overnight kilo’s vandaan kwamen…

 

Het was wel een hele rare tijd. En een gekke buurt, op het leuke af dan. Nou ja, meestal.

Recht tegenover me, vanaf de voordeur gezien, stond het alco-huis. Op de eerste etage woonde een man, die zichzelf elke dag thuis onder zijn eigen tafel dronk. Overdag reed hij op de ziekentaxi.

Er boven woonde een jonge meid, met rode koontjes en een fris gezichtje. En een stiekeme drinkster. Ze zei eens tegen mij dat dat onschuldige uiterlijk haar geheim goed in stand hield. Ik had zo mijn visioenen dat die twee elkaar dagelijks de trap op en af hielpen.

Schuin tegenover me, in de Zuidpolderstraat, woonde destijds Rudy Koopmans, ja, de beroemde bokser. Hij woonde daar met zijn vriendin, ik meen dat haar naam Eunice was, een Miss Holland. Ik kwam haar wel eens tegen bij de slager op de hoek. Of bij de kruidenier/groenteboer, Kooren. Je kon daar nog ‘poffen’, ik heb het over de jaren 80, dat was uniek. En in mijn geval, ook soms wel zo handig.

Op de ‘knik’ van de Noordpolderstraat, nummer 3 of 5, was een hoekpandje. Daar verbleef een tijdje een groep Rastavrienden en met mooi weer gingen de stoeltjes naar buiten en de drums en trommels ook en hadden we in de straat een heerlijk ritmisch en gratis concert.

En op de hoek die de Noord- en Zuidpolderstraat in tweeën deelde woonde een meneer, die een oogje had op mijn vriend. Hij woonde alleen, met zijn drie honden, allemaal collies. Aramis en Athos zijn twee van de namen van de honden die ik me nog herinner.

Ik was zo jong en, jaja, onbevangen,  dat ik dacht dat ze naar herenparfums waren genoemd…

Mijn toenmalige vriend kwam niet verder dan Blue Stratos after shave, dus neem me niet kwalijk.

 

Het mooiste pandje was verderop in de straat, op de volgende hoek. De Winkel en Werkplaats van Ferry Ferbrache.

In de etalage stond een spierwitte Harley, een fatboy of lowrider, customized in ieder geval, en als de winkel dicht ging, ging in de etalage de blacklightspot aan… Zoiets moois heb ik later nooit meer gezien.

Op een gegeven moment had ik een ‘jongens-‘ brommer, een Kreidler. ‘Rood’ stond op het verzekeringspapiertje bij kleur. Nou, ik denk, dat als je echt ging zoeken je misschien 5 cm² rood ergens onder het zadel kon vinden, verder was ‘ie helemaal verchroomd. Mijn schakelpook was afgezaagd, zodat je lekker plat ‘boggies kon trekken’… en mijn stuur was plat en zo breed, dat ik niet zonder zig-zaggen tussen 2 rood/witte fietspad paaltjes door kon. Opgevoerd was ‘ie ook, maar niet harder dan 90 km/u, want anders zou het frame krom trekken.
Ik had nog nooit een schakelbrommer gereden, dus eerst rondjes Noordpolderstraat-Polderlaan maken. Eerst met één kick starten dan gas geven en dan op het hoekkie stond Ferry in de deuropening. Wanneer ik daar langs reed riep hij heel hard: “NU schakelen!!!”.

Zo heeft Assie brommer leren rijden. Met dank aan Ferry.

Het was een leuk huisje, klein, maar knus. Slapen aan de straatkant. Een douche ruimte als een pijpenla, tegenwoordig is dat trendy, een inloopdouche. In de woonkamer rieten platen aan de ene muur, houten schrootjes aan de andere. Blacklightposters aan de muur. Gatenplanten en citroengras, als het maar groot en groen was.

Nadat krakers het benedenhuis ernaast in de brand hadden gestoken, zijn we verhuisd. Naar de Aelbrechtskade. Uitzicht op Delfshaven. Back to my roots!

Rotterdam Zuid

Een vriendin van mij krijgt binnenkort een gast over uit Gelderland. Ze vertelde mij dat ze het leuk zou vinden om de gast een tour door Rotterdam te geven. Deze vriendin  ken ik goed en ik weet dat zij vanuit Zuid niet vaak de brug over gaat naar het centrum, laat staan naar de rest van Rotterdam.  Ken je Rotterdam wel goed genoeg om hem een tour door Rotterdam te geven, vraag ik haar. Nee, zegt ze eerlijk, eigenlijk helemaal niet zo goed, ze grinnikt en jij? Ja, ik ken Rotterdam goed, zeg ik. Je hoeft niet meteen naar het centrum, op Zuid is al genoeg te doen. Laten we daar beginnen.

Rotterdam Zuid.
Rotterdammers hebben een raar iets, zij die komen van de rechtermaasoever  hebben niets met Zuid (de boerenzij) en  visa versa. Veel mensen van de rechter maasoever, die ik gesproken heb in de afgelopen jaren, zijn zelfs nooit op Zuid geweest, iets wat voor mij bijna onmogelijk lijkt. Natuurlijk dwingt mijn nieuwsgierigheid me om te vragen waarom ze nooit naar de Linkeroever oftewel de boerenzij zijn gegaan. ‘Ze’ zeggen dan dat ze daar niets te zoeken hebben, ze kennen er niemand of wat dan ook. Een aantal belangrijke punten die ze naar Zuid kunnen laten gaan zijn het Feyenoordstadion, het  Zuiderziekenhuis (wat nu Maasstadziekenhuis is)  en eventueel een collega of geliefde die er woont. Dan houdt het een beetje op, waarom zouden ze anders op Zuid komen? Andersom is het ook zo; vele mensen van Zuid gaan niet regelmatig over de brug. Dit zijn er wel meer omdat je in het centrum kan winkelen en uitgaan. Toch heeft een doorsnee persoon van Zuid niet veel met het centrum, al helemaal niet om er te gaan wonen.

Mensen uit het centrum komen liever niet naar Zuid en er gaan wonen doen ze al helemaal niet. Een paar eeuwen geleden werd Zuid verbonden met Rotterdam. De eerste stap van Rotterdam naar Zuid werd gezet in 1591. Rotterdam kocht toen een groot deel van het Feyenoord (het gebied tussen het Zwanegat en de Nieuwe Maas). In 1658 werd het restant van Feyenoord gekocht. Feyenoord werd gebruikt om zaken onder te brengen die men liever niet in de stad had, zoals het pesthuis, een traankokerij en de galg van de Admiraliteit. De voorgeschiedenis van Rotterdam Zuid is dat er boeren kwamen wonen. Veel Zeeuwse maar ook Brabantse boeren kwamen toen naar Rotterdam om onder andere in de haven werk te zoeken. Zij hadden het geld niet, geen vervoer en waarschijnlijk ook gewoon niet de puf om even naar de andere kant van de Maasoever te gaan.

De zeer lange dagen die gewerkt werden, en de zware arbeid maakten dat de mensen vroeg naar bed gingen. Mogelijk is hierdoor in het prille begin al een kloof ontstaan. De boeren kregen kinderen en kleinkinderen  en tradities worden voortgezet… naar het centrum gaan doe je niet zomaar! En de mensen uit het centrum doen exact zo, met de mensen van de boerenzij hadden zij niets. Klopt als een bus, toendertijd, lang geleden!

Vroeger (in mijn jonge jaren ) was  op zuid ook niet veel te doen. Uitgaan kon alleen maar in het Centrum, behalve in de discotheek Mallegat die erg gezellig was.
Wij, diezelfde vriendin en ik, gingen zodra we konden, maar vooral mochten, naar het centrum – Hofplein waar op de hoek de sensationele Bristol – discotheek stond. Dit was spannender! Wat een herinneringen, zo mooi! Naar mijn gevoel is er later nooit meer zo’n discotheek gekomen. Dat was het! Of dat werkelijk zo is, valt te betwijfelen, dat was mijn herinnering en dat gaat niet meer weg, tenzij er iets is wat overtreft. Bristol viel niet te overtreffen, voor mijn gevoel, met zijn spannende verhalen. Een portier die in een Rolls Royce reed, er is ooit iemand dood geschoten, het publiek dat anders gekleed ging, mooi en vooral apart. De waanzinnige ronde koepel. Binnen de ronde zitjes en waanzinnige dansvloer, waar je ook vanaf boven kon kijken. Dit alles maakte het zo ALLES.

Immers er gebeurde in de tijd dat ik jong was weinig tot niets. Er was meer, Studio 54 om maar wat te noemen. Le Bateau onder het Hilton. The Pup onderin, op het Stadhuisplein. Maar geen enkele disco had het zoals Bristol. Op Zuid had je wat zaken restaurants en kroegen, waar je niet wilde komen om te dansen en gezellig met je (aanstaande) geliefde te eten.

Nu anno 2012 is er veel te doen op Zuid. Een prachtige haven bij de Cargadoor kade waar privé jachten en mooie sloepen liggen, leuk om te winkelen en te wandelen want het is omringd door o.a. mooie winkels en gezellige restaurants.

Ga je naar de Wilhelminapier dan ga je wat bijzonders beleven! We beginnen bij het Nieuwe Luxor, daarnaast New Orleans waar o.a. het Theater Lantaren /Venster is gevestigd  en dat ook is omringd door restaurants. De Montevideo aan de Maas, Hotel New York, mijn persoonlijke aanbeveling! Geweldige locatie, daar moet je zijn!

Als je op de Wilhelminapier bent  word je direct geconfronteerd met de bouw van het prachtige gebouw van Remco Koolhaas ‘De Rotterdam’ dat het grootste gebouw van Nederland gaat worden. Loop of rij je wat verder dan zie je het Nederlands Fotomuseum, gevestigd in voormalig pakhuis Las Palmas waar prachtige tentoonstellingen te zien zijn!

Momenteel is er een prachtige tentoonstelling JULIAN GERMAIN THE FUTURE IS OURS CLASSROOM PORTRAITS 2004-2012 Van 2 juni  tot 2 september 2012
Voor zijn serie Classroom Portraits fotografeert de Britse fotograaf Julian Germain schoolklassen van over de hele wereld. De gedetailleerde kleurenfoto’s vertellen het verhaal van de leerlingen, de school en hun leefomgeving.

De Rijnhavenbrug in Rotterdam Katendrecht is met de Wilhelminapier verbonden. De nieuwe 160 meterlange voetgangers- en fietsbrug landt op het Landverhuizersplein aan de zijde van de Wilhelminapier en op het plein tussen de twee Fenixloodsen aan de zijde van Katendrecht. De verbinding vergroot de aantrekkelijkheid van zowel Katendrecht als de Wilhelminapier. Ook vormt de brug voor bezoekers van de ss Rotterdam een aantrekkelijke alternatieve route.

Na jaren varen over de wereldzeeën, ligt de SS Rotterdam permanent in de Rotterdamse haven. Het schip heeft een lange en rijke historie. Dat is te zien en te voelen! Vandaag is de ss Rotterdam een bijzondere plek waar u kunt eten, drinken, feesten, trouwen, overnachten, uitgaan, vergaderen, toeren en werken. Beleef de ss Rotterdam!

Katendrecht is een plek waar Chinezen al 100 jaar wonen en er is op de Kaap dan ook een Chinees Handelscentrum op komst. De realisatie van het ECC (European Chinese Center), kost 100 miljoen euro. Het complex in het Rotterdamse Rijnhavengebied omvat kantoorruimten voor Chinese en op China georiënteerde Nederlandse bedrijven, woningen, winkels, restaurants en een Chinees hotel.

Er is nog veel meer over Rotterdam Zuid te vertellen, bijvoorbeeld de mentaliteit! Rotterdam onderscheidt zich door haar nuchtere en no-nonsense instelling en de behoefte aan efficiëntie en daadkracht. Een karakterschets van Rotterdam luidt: ‘Nuchter, zelfbewust, internationaal georiënteerd, technologisch, open, individualistisch, ondernemend en ambitieus’.

Als laatste de Trots van Zuid. Uiteraard het Feyenoordstadion! Op zaterdag 27 maart 1937 werd het Feyenoordstadion feestelijk geopend. Leden van de atletiekafdeling van Feyenoord droegen in een estafette vanaf de Kromme Zandweg de clubvlag het nieuwe stadion binnen, waar alle spelende leden van Feyenoord een levend lint rondom het veld vormden.

Bijna iedereen op Zuid heeft iets met Feyenoord en zijn Legioen. Velen hebben een seizoenskaart en gaan naar iedere (thuis) wedstrijd. Dit seizoen is Feyenoord uit een dal geklommen. Ron Vlaar kijkt met een trots gevoel terug op de prestatie die Feyenoord het afgelopen seizoen heeft geleverd. De verdediger, die momenteel met het Nederlands elftal in voorbereiding is op het EK, stelt deze maand in Feyenoord Magazine dat niet alleen de ploeg een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar ook hijzelf. ‘Goed is niet langer goed genoeg.’

Naast het Feyenoord stadion ligt de Bioscoop Pathé waar de nieuwste films worden getoond. Het is een mooi groot gebouw met een gezellige accommodatie waar je naast de film ook een stukje uitgaan op z’n Amerikaans kan beleven. Cola, Popcorn, de nieuwste film en een leuke date bij je; ingrediënten voor een super avond!

Dit alles vertel ik mijn vriendin. Ze is enthousiast maar ook enigszins verrast omdat ze er nooit zo bij stil heeft gestaan dat er nu zo veel is op Zuid. Genoeg om iets leuks te doen, om ergens heen te gaan om je gast rond te leiden.

Op dit moment word er heel veel geld geïnvesteerd in Rotterdam Zuid om over een periode Zuid geweldig te laten zijn in wonen en werken. Wat het nu al is! Zuid is volwassen geworden, daar moet je zijn!

Opa Henk

Daar zat hij in zijn stoel voor het raam. Het knusse huis aan de Walchersestraat in Rotterdam Zuid zat, zoals elke zondag, vol met bezoek en de sfeer van nostalgie hing in de lucht. Met zijn vinger in de lucht zat hij voorovergebogen een verhaal te vertellen. Hij vond het prachtig. Zijn vrouw rolde met haar ogen en maakte een sarcastische opmerking. Hij keek niet op of om en ging verder met zijn verhaal. Ik luisterde aandachtig en genoot van de beleving die hij in zijn verhaal lag. De verhalen raakten mij. Het ging vaak over de oorlog, over de gure tijden waarin hij had geleefd. Hij nam mij mee naar die tijd en liet me de dagelijkse beslommeringen even vergeten.

Even later nam hij plaats in de stoel aan de andere kant van de kamer voor de tv. Feyenoord moest spelen dus hij zat klaar. Zijn koptelefoon stond op maximale volume, want hij werd een beetje doof. Hij was Feyenoorder in hart en nieren. Ruim 80 jaar lang ging hij naar elke wedstrijd van Feyenoord aan de kromme zandweg in Charlois en in de Kuip. Hij was er bij in 1924 toen Feyenoord voor het eerst landskampioen werd. Drie stuivers telde hij voor die legendarische wedstrijd neer. Het spel van Puck van Heel en Adriaan Koonings had zijn liefde voor de ‘arbeidersclub’ uit Rotterdam voor altijd aangewakkerd. Met zijn broer en zijn vrienden zwierf hij over straat als Feyenoord moest spelen. Ze verzamelden zich voor de etalage van de sigarenhandel Van Twist, die bij elke goal de tussenstand op het krijtbord schreef, maar die tweede pinksterdag in 1924 móesten ze erbij zijn.

Hendrikus Johannes Lutgerus Geurtz, ofwel opa Henk. Mijn overgrootopa. Hij was een bijzonder mens met een passie voor zijn club Feyenoord. Op 5 november 2007 overleed hij op 95-jarige leeftijd. Tot een jaar voor zijn dood bezocht hij nog trouw elke wedstrijd van Feyenoord in de Kuip vanuit zijn eigen stoeltje. De eerste wedstrijd na zijn overlijden werd zijn stoel vrij gehouden. Iedereen in het vak kon Henk en Henk kon iedereen.

De beelden van de Feyenoord rellen deden mij aan hem denken. Hij zou voor altijd achter zijn club zijn blijven staan. Ik zie hem zo weer voor me, zijn ongeloof uitsprekend over de rellende jongeren. Met zijn vinger in de lucht zou hij dan zeggen: ‘Ik blijf voor altijd Feyenoorder!’ Ik ben trots dat ik lang heb mogen genieten van deze bijzondere man en met elke overwinning die Feyenoord behaalt, denk ik even aan hem met mijn vinger in de lucht.

In 2008 kwam het boek ‘Legioen!’ uit. Dit boek gaat over de eeuwige liefde voor Feyenoord 1908-2008. Een heel hoofdstuk is er aan opa Henk gewijd. Dit hoofdstuk gaat over die bewuste tweede pinksterdag in 1924. Hij vond het prachtig dat hij werd geïnterviewd, omdat hij niets liever deed dan praten over ‘zijn’ Feyenoord. Helaas heeft hij het boek nooit overhandigd gekregen. Hij was toen al overleden, maar ik weet zeker dat hij trots was geweest. Dit boek is een mooie nagedachtenis aan hem en brengt mooi in beeld wat Feyenoord voor hem betekende.

 

Hendrikus Johannes Lutgerus Guertz 5 februari 1912 – 5 november 2007