Berichten

MAYADESIGN

MAYADESIGN is een bureau voor grafische vormgeving in Rotterdam.

Specialisatie
Mayadesign is gespecialiseerd in vormgeving op het gebied van uitgaan,
gezondheid, reizen en spiritualiteit. Is uw bedrijf op een ander thema gericht?
Ook dan bent u van harte welkom.

Creatief proces
Wat wilt u uitstralen en hoe wilt u dat vormgeven en naar buiten communiceren?
Alles gaat in overleg en u kunt altijd op mijn advies en expertise rekenen.
Van idee naar uitvoering en het eindresultaat. Samen maken we een mooie huisstijl,
drukwerk, webdesign en alles wat nodig is om de in uw ogen benodigde uitstraling
van uw bedrijf te creëren. Met een uitgebreide kennis van en ervaring met print- en
webdesign kan ik u goed van dienst zijn.

Diensten

– Huisstijl: Restyling, logos, visitekaartjes, briefpapier, envelop & meer.
– Drukwerk: Brochures, kranten lay-outs, advertenties, flyers,  nieuwsbrieven, folders & meer.
– Webdesign: Pop-up banners, CMS & Flash, Webdesign & redesign,  nieuwsbrieven & meer.

Website: www.mayadesign.nl

De metro van vrijdagavond

Het gaat best goed, dat reizen met bus en metro. Behalve op vrijdagavond. Op vrijdag hebben wij koopavond in Rotterdam en dat betekent dus een lange dag voor mij. Om negen uur ’s avonds doe ik de deur op slot en tel ik mijn centen. Als het een flink bedrag is, wandel ik daarna moe maar voldaan naar de metro. Valt het bedrag tegen, dan wandel ik ook naar de metro, maar dan met een chagrijnige kop. In beide gevallen zakt mijn humeur sowieso onder nul, als de metro arriveert. Het kan niet anders of de baas van de metro heeft een gruwelijke hekel aan winkelen. Hij stelt de winkeliers en hun medewerkers verantwoordelijk voor het leed dat hij elke zaterdag en/of zondag meemaakt als hij met zijn vrouw gezellig de stad in moet. Rijden er de hele week lange metro’s van wel drie wagons aan elkaar, op vrijdagavond moeten we het doen met één schamel metrostelletje. Wij winkelwerkers staan dan samen met onze klanten samengepakt in de veel te kleine metrowagon. U zult begrijpen, dat ik mij nogal erger aan deze situatie en omdat ik assertief ben ingesteld, heb ik onlangs een mailtje gestuurd naar de RET. Ik heb hierin mijn verbazing uitgesproken over het feit, dat er op zaterdag- en zondagochtend metro’s ingezet worden van wel drie metrostellen lang, terwijl er dan bijna geen reizigers zijn en dat er op vrijdagavond, na een koopavond de kortst mogelijke metro over het spoor rijdt. Een paar weken later was het resultaat van mijn mailtje al merkbaar. Fijn zult u denken, dan kan je op vrijdagavond tenminste lekker zitten na zo’n lange werkdag. Mis! Op zaterdag- en zondagochtend zijn nu, net als op vrijdagavond, het tweede en derde metrostel afgekoppeld. Voor mij is het duidelijk. Mijn mailtje is terecht gekomen op het bureau van de baas van de metro, een krachtig leider die wel raad weet met zeikerdjes die altijd maar klagen. Zeker als blijkt dat het om een winkelier gaat. Hij twijfelt nog even om als wraakactie de vrijdagavondrit van kwart over negen uit de dienstregeling te schrappen. Zijn secretaresse weet hem nog net van dit onzalige plan te weerhouden, door hem snel iets lekkers in te schenken. Als de baas van de RET weer een beetje tot bedaren is gekomen, weet hij wat hij moet doen. Hij heeft namelijk tijdens zijn opleiding geleerd om altijd naar de klant te luisteren. “Die vent vertelt mij dat de metro op zaterdag- en zondagochtend leeg is? Mooi, dan rijden we op die dagen voortaan ook met één treinstel.” En zo is het gekomen. Namens alle reizigers van de vrijdagavond richt ik mij tot de vrouw van de metrobaas: “Lieve mevrouw, wilt u de komende tijd lekker met een vriendin gaan winkelen en uw man een poosje rust geven. Verwen hem bij thuiskomst een beetje met een lekker glas whisky en vraag over een paar weken eens, zomaar langs uw neus weg, of er op vrijdagavond niet eens een metrostelletje bij gehangen kan worden.” Alvast bedankt.

Bijvoeglijk Rotterdam

Nu de zomer van 2012 eindelijk doorbreekt trekken we er  weer op uit, lekker op vakantie. Moeten we trouwens wel snel doen, want voor je ’t weet is het alweer voorbij, toch?
Maar goed, als je dan zo aan het rondtrekken en aan het ontdekken bent, vallen er altijd wel van die dingen op die je aan het denken zetten; “Plaatsnamen” in mijn geval dit jaar. En dan vooral hun bijvoeglijk gebruik.

Kijk, wij in Rotterdam zijn daar heel duidelijk in. Je bent Rotterdammer of Rotterdamse, je houdt van de Rotterdamse haven en onze Marathon heet gewoon ‘Rotterdam Marathon’.
Neen, wij zijn niet zo van de ‘Rotterdammer Marathon’, of wat ze daar dan ook in andere plaatsen van maken. 

Ik  moet wel bekennen dat ik het allemaal ook niet zo snap, die bijvoeglijke vervoegingen; waarschijnlijk niet op zitten letten toen dit op school werd behandeld. Maar ja, zoals gezegd, ik snap het ook gewoon niet. Waarom heet het niet gewoon Edamse kaas? Waarom moet dan nou Edammer kaas heten?
Wij zeggen toch ook niet: ‘Rotterdammer haven’?
En wat dacht je van de overbekende haarlemmerolie? Jaha, dat mag gewoon aan elkaar geschreven worden en neen, ik ben niet vergeten om het met een hoofdletter te schrijven; dat mag niet! Sneekermeer mag ook aan elkaar, evenals Mokerhei, maar dan wèl weer allebei met een hoofdletter. Nou, gooi het maar in mijn pet hoor. 

Leuker (of onbegrijpelijker, kiest u zelf maar) vind ik de verwarring worden die kan ontstaan met de inwoners van plaatsen. Zo is de inwoner van Kampen een Kamper. Nou daar krijgen wij hiero een heel ander beeld bij, hoor. En waarom heet een (ook mannelijke) inwoner van Lemmer een ‘Lemster’?

Als je over de grens op vakantie gaat (jaha, want daar hadden we het over) wordt het allemaal nog veel leuker. Hoe denk je dat een inwoner van Hamburg heet?  Nou, die vind je zelf wel denk ik. Kwalijker in mijn beleving wordt het als je nog verder weg gaat. Zo ontdekte ik dat een inwoner van Boedapest een Boedapester heet.
Een Boedapester, hoe verzinnen ze het!
Klinkt in mijn oren goed genoeg voor een vervolging wegens smaad of discriminatie.

Maar goed, wist je dat er ook plaatsen zijn die (gelukkig) geen bijvoeglijke vervoeging hebben. Nee, echt waar! Vaticaanstad kent geen officiële benaming voor de inwoners. De inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten trouwens ook niet, hoor. Ik heb bij die laatste nog zitten denken aan een ‘Emiratelaar’, maar dat deed mij zo goeroe-achtig aan, dat ik eigenlijk wel blij ben dat ze daar niks voor hebben verzonnen, want dat blijft het toch in mijn ogen en oren.

De ‘gaafste’ in Nederland vind ik trouwens een inwoonster van Weesp: een “Weespse”.
Moet je eens proberen dat tien keer achter elkaar foutloos te zeggen ……..

Ja, ik wacht wel, hoor.

En? Lukt niet hè?

Ben ik tot slot toch weer blij gewoon als Rotterdammer te zijn geboren. Ech wel!