Berichten

Schiebroekselaan

Onlangs was ik in Rotterdam noord, daar waar ik vandaan kom. De straat is de Schiebroekselaan.
Onbewust gingen mijn gedachten terug naar een onbezorgde jeugd. Naar onze buren, we zijn nog steeds bevriend ook al woon ik nu al jaren elders in de stad, maar op éen of andere manier blijft noord trekken. Jeugdvriend van het eerste uur, Jeroen, we zien elkaar nog graag, we renden vaak naar de Juliana van Stolbergschool, voetbalden bij Veenstra voor de deur, tussen de pleintjes, (met o.a. Martin, Marcel, Harry, José, Rémon, Bertje, Santi) en fietsten rondjes door de Schiebroeksestraat.
Ik moest lachen, er stond weleens een pestkop op de hoek en dan mochten we alleen doorfietsen als we een stuk papier gaven, de bijnaam ‘papierel’ was snel geboren.
We voetbalden ook weleens illegaal op het afgesloten terrein bij de Vrijebansestraat, als de politie je dan ophaalde zetten ze je af op….de Schiebroekselaan. Ook de kerstbomenjacht was altijd weer spannend…..

Het huis is er nog, bewoond door vreemden. Ben toch benieuwd hoe het er binnen uitziet, 20 jaar na ons vertrek. Jeugdherinneringen, ik hou ervan. Schrijven over Rotterdam, het blijft gers. Rotterdam is mijn stad, jouw stad, onze stad!

Terreur in Crooswijk

Het is dinsdagochtend 28 augustus 2001 en ik zit net aan de koffie als ik opeens voor de deur auto’s met gierende banden hoor stoppen. Nonchalant kijk ik naar buiten en voor mijn deur ontvouwt zich een schouwspel dat je eigenlijk alleen in films ziet. Grote zwarte en waarschijnlijk gepantserde Audi’s staan dwars op de stoep. Een arrestatieteam neemt posities in en met grote verbazing sla ik alles gade. Al snel is duidelijk dat er wel iets heel ernstigs aan de hand is. Ik zie het Rotterdamse ‘SWAT’ team in vol ornaat. Kogelvrije vesten, helmen, schilden en automatische wapens. Het desbetreffende deel van de Paradijslaan wordt onmiddellijk afgezet en sommige omwonenden die argeloos naar buiten komen, worden gelijk gemaand om hun woning te verlaten. Duidelijk is dat het om een woning recht tegenover mijn huis gaat.

Ik besluit om mijn benedenbuurvrouw te alarmeren. Zij komt bij mij boven en samen zitten we, met een kop koffie, te kijken naar de ontwikkelingen vlak voor onze neus. Heel voorzichtig gaat de speciale eenheid te werk en zelf hebben wij geen enkel idee waar het allemaal om gaat. Natuurlijk proberen wij via Radio Rijnmond en internet te achterhalen hoe of wat, maar we worden niets wijzer.In het bewuste huis is geen enkel teken van leven te bekennen en de eerste uren is er weinig of geen actie. We zien op het dak tegenover ons opeens een paar leden van de speciale eenheid, maar die zijn dan alleen de woning van bovenaf aan het verkennen.

Inmiddels is de toeloop in de Paradijslaan groot, maar het nieuwsgierige publiek wordt op grote afstand gehouden. Zelf zit ik op mijn gemak foto’s te maken en jammer genoeg had ik toen nog geen digitale camera, want dan had ik toch een mooi live-verslag kunnen maken.  Het zou uren duren eer er iets zou gebeuren. Een soort robot werd ingezet en werd met de grootste voorzichtigheid voor de deur geplaatst. Een mechanische arm met camera ging via de brievenbus naar binnen. Wij wisten dus echt nog steeds niet wat er daadwerkelijk aan de hand was, maar het ging er nu toch wel steeds grimmiger uitzien.

Wij verhuisden een verdieping lager, want dan hadden wij nog een beter zicht op alles wat voor onze neus zich afspeelde. Het was mooi weer en wij hingen als het ware uit het raam en opeens merkte een agent ons op. Hij attendeerde ons op het feit dat er waarschijnlijk aan de overkant zware explosieven in het pand aanwezig zouden zijn en dat wij voor onze eigen veiligheid toch grote voorzichtigheid moesten betrachten.

Op het moment dat de voordeur, op afstand, met een hydraulische ‘koevoet’ wordt geopend, deinzen wij toch achteruit, want je weet maar nooit. Als de deur is geforceerd, verschijnen een aantal zwaar bewapende leden van de speciale eenheid. Het is aan een Duitse herder om als eerste het bewuste pand te betreden. Snel volgt het speciale arrestatieteam en het duurt dan ook niet lang eer een man naar buiten komt en gelijk wordt geboeid en geblinddoekt. Binnen de kortste keren is deze man afgevoerd en een paar tellen later volgen een vrouw en twee kinderen. Even later wordt nog een jongeman uit het pand gehaald en hij wordt ook gelijk afgevoerd.

Achteraf zouden wij pas daadwerkelijk vernemen wat er allemaal aan de hand was. In pand zou eerder die nacht ruzie zijn ontstaan. De gealarmeerde politie achtervolgde vervolgens een auto. De auto reed in de Jonker Fransstraat tegen een paal en de bestuurder wist te ontkomen. Bij politiebureau Boezembocht werd eerst een wapen gevonden. Toen de explosieven opruimingsdienst een koffer wilde bekijken, ontplofte deze. De expert raakte gewond en raakte zijn onderarm kwijt. De daders zouden uiteindelijk lange gevangenisstraf krijgen.

Tot op de dag van vandaag vraag ik mij nog steeds twee dingen af. De politie gaf onmiddellijk te kennen dat er een uitvoerig buurtonderzoek zou plaatsvinden. Zoals aangegeven woonde ik recht tegenover het desbetreffende pand. Nimmer is bij mij politie aan de deur geweest. Vervolgens verbaasde het mij ook dat leden van de speciale eenheid niet bij mij in huis wilde kijken. Vanuit mijn pand hadden ze een prima zicht op de bewuste woning.

Toch maakte Crooswijk die dag kennis met terreur, want er werd duidelijk verband gelegd met de terreurorganisatie Hezbollah, dat echter door advocaat P. Doedens altijd werd beschouwd als ‘onzin’.

Waarschijnlijk zullen we het allemaal nooit exact te weten komen.

 

De foto’s zijn door mijzelf gemaakt en exclusief.

Met Opa Bram door Rotterdam -1-

Ik ben drie jaar oud en al een echte dame. Mijn papa en mama en mijn pasgeboren zusje en ik natuurlijk wonen in de 1e IJzerstraat, naast Groenteboer van der Ven en tegenover van der Meer & Schoep.

Opa en oma, de ouders van mijn moeder, wonen om de hoek, in de Coolhavenstraat, boven de schoenmaker en zijn vrouw. Winkel voor, woonhuis achter. Verderop in die straat staat de Piet Heijn school met daarnaast een poort die toegang geeft tot het pad naar de kleuterschool, waar ik volgend jaar naar toe zal gaan.

Opa is mijn held. Ik geloof alles wat hij mij vertelt. Opa weet ook alles, lijkt wel. Soms zit ik op zijn schoot, met mijn rug naar hem toe, in zijn leunstoel. Om de zoveel tijd steekt hij beide armen recht vooruit, voor mijn gezicht. Dan lik ik aan de plakrand van zijn vloeitje en draait hij zijn sjekkie af om het daarna bij de eerder gedraaide sjekkies in een blikje te doen.

Opa is mijn held, maar ik ben zijn prinsesje. Wat heeft hij mij verwend en ook voor de mannenmarkt later verpest. Mijn stoel wordt aangeschoven, deuren voor mij opengehouden, mijn jas aangegeven en opgehouden…

Maar van dat alles weet ik nog niets. Wat ik weet is, dat Opa niet meer kan werken. Dat hij schuin achter het raam in zijn fauteuil zit, met zicht op het spionnetje. Zo kan hij zien dat de kolenboer eraan komt. Dat het druk is bij de slager op de hoek. Hoe de auto’s geparkeerd staan. Ik weet dat Opa graag een ommetje maakt. En dat Opa álle urinoirs in de Stad kent. Van buiten én van binnen.

Opa is een Rotterdammer, maar dat hoor je niet. Hij was loodsbaas in de haven vroeger. Opa leest graag en Opa gebruikt hele rare woorden. Chique woorden.

Toen ik dus die dag bij Oma en Opa was keek ik ook in het spiegeltje de straat op. Ik zag een agent van politie, zo noemde Opa dat, bij een auto stil staan, nadenken, naar zijn borst- en broekzak  gaan en dat hij begon met schrijven. Daarna stopte hij het briefje onder de ruitenwisser van de auto in kwestie.

Opa! Opa! Kijk die meneer krijgt een bon!!! Nee, meisje, dat heet geen bon maar een ‘proces verbaal’. Zeg maar na: Proces Verbaal. “Posesse baal” zei ik braaf. “Goed zo meisje” en ik kreeg een aai over mijn bol.

Zo, nu heeft u een beeld van Opa en Opa en mij. Ik zal mijn avonturen met mijn Opa in Rotterdam hier met u delen. Van Stadswandelingen tot een bokkum kopen op de ‘Mart’. En alles daar tussenin.