Berichten

Café de ‘Oude Sluis’ hoopt alsnog op komst Máxima en Alexander

Bruiner dan de ‘Oude Sluis’ kan een café niet zijn. Niet sinds gisteren, maar al een volle eeuw. Wat ooit een wachtlokaal was voor schuttende schippers, is nu een volkscafé met een gemêleerd publiek dat niet alleen in Delfshaven woont.

,,Ze komen nog steeds overal vandaag,’’ weet de 70-jarige Willem Terlouw die van 4 oktober 1978 tot 1 april 2011 eigenaar was van het bekende etablissement op de hoek van Schiedamseweg en Aelbrechtskolk.

Af en toe slurpt hij nog een bakkie troost in het café dat hij vorig jaar vanwege zijn leeftijd overdroeg aan de compagnons Danny van der Kroef en vader en zoon Aad en Alex de Vries. De 48-jarige Danny werkt er al sinds 1990 als bedrijfsleider. Hij kent elke hoek van de zaak, terras en natuurlijk de klanten van haver tot gort. ,,Waar vind je in Rotterdam een café met terras dat zo schitterend ligt als aan de Aelbrechtskolk? Ook vanuit ons moderne rookhok heb je er een prachtig panorama op,’’ vult De Vries senior aan.

Als de muren van de ‘Oude Sluis’ konden spreken, zou dat bijzondere geheimen opleveren, roepen Willem Terlouw en Danny van der Kroef in koor. Willem: ,,Zoals het onderonsje dat we hadden met ‘de jongens met de oortjes’ van de Rijksvoorlichtingsdienst toen Willem-Alexander en Máxima op 15 oktober 2001 een kennismakingsbezoek brachten aan Delfshaven. Of zij in onze zaak een biertje konden drinken. Man, wat was ik vereerd. Alles werden gescreend en onder grote geheimhouding geregeld,’’ verkneukelt Terlouw zich weer als hij aan dat moment terugdenkt. ,,Ik had een speciaal likeurtje voor ze ingekocht ‘Hempje licht op’ en dat stond ingeschonken. Ze arriveerden met de tram, die voor de deur stopte. Helaas zijn ze niet verder gekomen dan de deur. Ze waren achter geraakt op het schema en kwamen – helaas voor ons – toch maar niet naar binnen. Jammer van alle moeite. Ik hoop dat het Koninklijk Paar die teleurstelling voor ons nog eens komt goedmaken.’’

Het nu monumentale pand van de ‘Oude Sluis’ is in 1911 gebouwd op het fundament van een uit de 16de eeuw daterende sluis tussen de Aelbrechtskolk en Delfshavense Schie. Later is deze door een nieuwe vervangen en de deuren daarvan zijn er nog steeds. Ze kunnen niet meer open omdat de buis van de metro er sinds de jaren tachtig is ingegraven. Overigens was het bouwen van de metrolijn (geopend op 25 april 1986) van en naar het Marconiplein bijna de doodklap voor de ‘Oude Sluis’. ,,Onze zaak was enkele jaren vrijwel niet bereikbaar en al helemaal niet voor toeristen,’’ weet Van der Kroef. Hij zegt het jammer te vinden nauwelijks profijt te ondervinden van passagiers die met grote cruiseschepen naar Rotterdam komen. ,,Zo af en toe stopt er een touringcar voor de deur en laten de mensen zich fotograferen, maar zijn gelijk weer foetsie. Van koffie met appeltaart op ons terras is geen sprake.’’

Enorme bruine panelen sieren het interieur van de ‘Oude Sluis’. Ze beelden allemaal ‘drinkgelag’ uit en zijn gemaakt door Italiaanse terrazzowerkers die in het begin van de vorige eeuw in Delfshaven woonden en werkten. Volgens de overlevering was het maken van de van gips en gaas geboetseerde kunstwerken onderdeel van het betalen van drinkschuld aan café-eigenaar Piet de Nijs senior die vanaf 1911 de zaak gedurende 66 jaar binnen zijn horeca-imperium hield. Hij verkocht de zaak aan John Brummen, die er na anderhalf jaar de brui aan gaf, waarna Willem Terlouw de nieuwe eigenaar werd. Hij maakte er een kleurrijk café van waar studenten, academici, mensen van het conservatorium en ‘Jan met de Pet’ zich thuis voelen. ,,Er zijn klanten die al meer dan veertig jaar over de vloer komen.’’

Overigens zijn de in verval geraakte wandpanelen in restauratie en zo blijft ook die herinnering aan de rijke geschiedenis levend. Tot de viering van Oud en Nieuw biedt de ‘Oude Sluis’ een feestprogramma van honderd dagen met artiesten als Joris Lutz, Pierre van Duyl en The Amazing Stroopwafels. Zie voor het gehele programma:www.cafedeoudesluis.nl

Samen op de Fiets

Vandaag laat ik Opa Bram thuis. Waarom? Omdat ik met mijn vader Aad Schell op de fiets mee mag. Mijn vader werkt vol continue, dus onze tijd is schaars.
De fiets was een basis fiets, geen versnellingen, wel een bel, en een stoeltje aan het stuur.
Samen weg vond ik altijd leuk.
Oh nee, één keer was ik bang. Toen had mijn vader zich voorgenomen samen met mij naar de Kuip te gaan. Hij was een Spartapiet, heeft zelf ooit als jeugdige in het eerste van Sparta gevoetbald, dus ik denk dat het om een wedstrijd ging tussen Feijenoord en Sparta, maar ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken.
Om een kort verhaal lang te maken: we hebben de tribune nooit bereikt. Waarom niet?
Assie durfde de trappen niet op. Veel te hoog, maar daar kwam ik halverwege pas achter, toen ik niet meer vooruit durfde. Dus tegen de stroom in terug naar beneden. En met het pontje terug naar de Parkkade.

Maar meestal fietsen we door het Havengebied. Het gedeelte tussen de Sint Jobshaven en het Marconiplein.
Langs de horlogemaker en langs Stokvis.
De wind in mijn gezicht en haren, soms mocht ik bellen, en mijn vader trappend tegen de wind in en voluit zingend.
Ja, zingend. Iedereen mocht weten dat we langs waren geweest.
En ik had ook mijn eigen partij in mijn favoriete liedje: “How much is that Doggie in the Window”.. Ik deed vol overtuiging de “woef woef”.

http://www.youtube.com/watch?v=L-U894UkSNI

Ik vond het fantastisch als hij zong. Maar ik was de enige geloof ik. Nu zong hij dus vaak op straat en verhaspelde teksten met ondeugende zinnen als: “Vader liet een frisse dreutel, vader lied een frisse wind, zie hem schuiven in extase…” Ik vond het hilarisch.

Maar goed, tegen de tijd dat wij van Gend en Loos aan de linkerkant voorbij waren, staken we over, oppassen voor de rails en eventuele goederenwagons en reden wij het echte havengebied in.

Mijn vader was ooit kraanmachinist en mijn moeder ‘stekker’- telefoniste bij hetzelfde bedrijf. Zo hebben zij elkaar ook ontmoet. Dit terrein was hem dan ook goed bekend.

Tegen die tijd zette hij weer een ander liedje in. Bijvoorbeeld “Bird Dog”. Ik verstond toen ‘sjannie is een sjoker’, maar ach, ik was maximaal 4 jaar oud.
Laatst vertelde iemand mij dat hij als kind het zo fantastisch vond dat Bad Moon Rising van CCR begon met “Assie a Bad Moon rising”. Herkenbaar dus.

Ik hield van de bewegingen in de havens, kranen die loom draaiden, ook op zondagen, om een schip te laden en te lossen. De loodsen, rails en goederenwagons die zomaar konden oversteken zonder spoorbomen. Zó spannend! En de krijsende meeuwen natuurlijk!
Dat havengebied is niet meer. Er staan flats op en appartementen met penthouses.
De rails is weg, de goederenwagons zijn niet meer.

Mijn vader is ook niet meer, maar nog steeds geniet ik als ik in een havengebied ben. De geuren, het nooit stoppende werk.

En.. nog steeds heb ik hoogtevrees.

Met Opa Bram door Rotterdam -2

Ik ben zes jaar al en ga naar de ‘grote school’. Mijn school heeft een hele fijne naam: de Sint Nicolaas school. Het klinkt of het er altijd feest is. Eerst zou ik naar de Piet Heijn school, in de Coolhavenstraat, om de hoek, waar ook mijn oma en Opa wonen. Maar die school had een nieuw beleid, ging ‘anders doen’, zei mijn moeder, dus werd ik ingeschreven op een andere school. Inderdaad, niks nieuws daar. Behalve dat er in het jaar van mijn aanname voor het eerst meisjes op die school mochten komen. Een Katholieke Basisschool, met voornamelijk Broeders. Het klooster was ernaast gelegen.

Broeder Bernardinus was het schoolhoofd en hij had altijd lekkere dropjes in zijn jaszak. Ooit heb ik zelfs de kloostertuin mogen zien. Niemand mocht normaal door de poort in de muur om het schoolplein, maar ik wel! Ik heb niet veel van de tuin onthouden, alleen al om het feit dat ik hem mocht zien. Dat was het meest bijzondere. De derde klas had een ‘Meester’, een niet-broeder. De eerste klas een juffrouw. Juffrouw Hagendoorn. Een juf met saaie jurken.

Naar school gaan was niet echt een pretje. Ik woonde in de 1e IJzerstraat, de school was bij het Marconiplein. Ik had korte beentjes. Ik weet de route nog. IJzerstraat, hoekkie om, Willem Buytewegstraat uit naar de Kolk, waar een nieuw zogeheten bejaardenhuis was gebouwd. Over de brug, jeetje wat was ik bang voor die brug. Ik dacht altijd dat de brugwachter me niet zou zien en de brug zou opendoen als ik er nog opliep. Daarom huppelde ik altijd over de brug, dan was ik beter zichtbaar… Langs het pleintje met Piet Heyn, geheel ondergepoept door de meeuwen en dan de heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeele Schiedamseweg af.  Langs de linkerkant en bij het kruispunt met aan de overkant Jamin oversteken. Dit om de speelgoedwinkel te vermijden, die had een belletje aan de buitenkant van de etalage en als je daarop drukte ging het treintje rijden achter het glas. Zo kwam je nooit op school aan.

Ik had een klasgenootje, al sinds de kleuterschool en zij ging ook naar dezelfde grote school. Mijn moeder en haar moeder hadden, zeer vooruitstrevend, een soort wandelpool bedacht. De ene week was het mijn moeders beurt en de andere keer de moeder van Marianne Blaak. Marianne moest nóg verder lopen, zij woonde aan het Kerkepad, bijna bij de Pieter de Hooghweg.

Op een dag kon mijn moeder ons niet komen halen en zij had Opa gevraagd de honneurs waar te nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik was er opgewonden van, dit was wel heel bijzonder, dat mijn Held ons van school kwam halen. Na school hebben wij uuuuuren gewacht op Opa. Natuurlijk was dit misschien niet langer dan een kwartier. Toen besloten wij zelf naar huis te lopen, misschien was Opa wel verdwaald. We vonden het een goede oplossing, Marian en ik, en we hebben niet eens getreuzeld of bij de speelgoedwinkel op het belletje gedrukt.

Thuis aangekomen bleek, dat alleen Marian en ik het een goed idee vonden. Mijn moeder was ‘not amused’.

Opa had gewoon ergens anders op het schoolplein op ons staan wachten. Tsja, mobieltjes bestonden toen nog niet…..