Berichten

De Kuip, sentiment of ratio (slot)

Beste Feyenoord-vrienden,

De jaren tachtig verliepen, met uitzondering van de periode 1982-1984, dramatisch voor Feyenoord, hetgeen zijn weerslag had op het Kuipbezoek. Het eens zo trotse voetbalbolwerk was bij thuiswedstrijden verworden tot een akelig lege, kille, desolate bak . Het geduld en incasseringsvermogen van de  immer hondstrouw geachte supportersscharen die als enige in Nederland met de eervolle bijnaam ‘Het Legioen’ worden aangeduid, waren nu uitgeput en verdampt. In de vette eerste helft van de zeventiger jaren werd nog geroepen dat indien Coen Moulijn samen met Ernst Happel een kaartje zou leggen op de middenstip dat al voldoende zou zijn om 40.000 toeschouwers naar De Kuip te lokken.  Maar het eerst zo door en door verwende publiek kon het op het laatst toch niet meer opbrengen. Het substantieel inboeten aan kwaliteit en klasse op het veld en het daarmee samenhangende  stelselmatige afbrokkelen van de prestatiecurve waren fnuikend gebleken voor het Kuipbezoek. De dominantie van Ajax, ook nadat wereldsterren  als Cruijff, Keizer, Neeskens, Suurbier en Krol waren verdwenen, nam geleidelijk toe. Daarnaast was er de tomeloze opkomst van PSV, dat met behulp van de grote elektronische suikeroom vanaf het seizoen 1985-1986 voor lange tijd de hegemonie greep in de vaderlandse competitie en naast vier achtereenvolgende landstitels in 1988 zelfs de treble (kampioen, beker en Europacup I) won.

Alleen de seizoenen 1982-1983 en 1983-1984 waren voor de Feyenoord-supporters nog een revelatie, welke appelleerden aan vervlogen triomfantelijke tijden. In 1983 werd Feyenoord met zijn gevreesde luchtmacht (Ruud Gullit, Peter Houtman en de Bulgaarse Andrej Jeliazkov) net geen kampioen en kopte het AD: ‘Ajax kampioen van de regelmaat, Feyenoord kampioen van de topwedstrijden’. Zo werd PSV  in Eindhoven met 1-3 verslagen (ter vergelijking: Ajax verloor dat seizoen met 4-0 in de Lichtstad), werd tegen Ajax twee maal een gelijk spel geboekt (2-2 thuis en 3-3 uit) en werd AZ, destijds nog gesponsord door de gebroeders Molenaar, twee maal verslagen. Toen na dat succesvolle maar toch ‘net niet’ seizoen ook nog een jegens zijn oude club rancuneuze Johan Cruijff aan de – landelijk gezien –  reeds kwaliteitsrijke selectie kon worden  toegevoegd en waarvan ook verloren zoon Michiel van de Korput weer deel  ging uitmaken, was dat net voldoende om in 1984 een glorieuze ‘dubbel’ (titel + beker) in de wacht te slepen. Johan Cruijff, inmiddels 37 jaar oud, weigerde er vervolgens nog een seizoen aan vast te plakken, tot grote teleurstelling van trainer Thijs Libregts. Nu ging het snel bergafwaarts met de club. Ik herinner mij uit die tijd, die zeker tot 1990 duurde, de verhalen over supporters die na weer een verloren wedstrijd uit frustratie hun seizoenkaart (toen nog geen plastic pasje) verscheurden. De toeschouwersaantallen slonken tot minder dan 10.000 in thuiswedstrijden en Feyenoord speelde nog slechts een figurantenrol in de vaderlandse competitie.

Het tij keerde nadat Jorien van den Herik de macht greep binnen de Feyenoord-top, naar eigen zeggen om zijn in Feyenoord gestoken geld zelf te kunnen blijven bewaken. Als cruciaal keerpunt wordt wel beschouwd de bekerzege van Feyenoord op PSV in Eindhoven op 11 april 1991. John de Wolf, kort daarvoor (op 3 maart) nog verketterd na de kansloze 6-0 zeperd in datzelfde Philips-stadion, speelde nu een glansrol. Romario, bij de 6-0 nog goed voor vier goals, werd door de robuuste verdediger ditmaal helemaal uitgeschakeld. Zijn maatje in het centrum van de verdediging, Henk Fraeser, scoorde het enige en beslissende doelpunt in die gedenkwaardige en historische wedstrijd.  Feyenoord bloeide weer op, in vijf seizoenen werden 4 bekers,  1 landstitel en 1 supercup gewonnen. Het elftal straalde behalve degelijkheid vooral strijdlust uit welke bij veel supporters anno 2013 nog steeds tot de verbeelding spreekt en de selectie met Regi Blinker, Gaston Taument en Robbie Witsche zong zelfs datFeyenoord van muis weer olifant was geworden. De Kuip begon weer vol te stromen, de crisisjaren tachtig waren behalve voor  de vaderlandse en wereldeconomie nu ook voor Feyenoord eindelijk voorbij.

In 1994 volgde een ingrijpende renovatie van De Kuip, die in totaal meer dan 100 miljoen gulden zou kosten. Er kwam een dak, maar helaas wat aan de korte kant, zodat nog steeds veel  supporters de regen moesten trotseren, hetgeen nog werd verergerd door lekkage die bij hoospartijen heuse watervallen te weeg bracht. De renovatie was eigenlijk niet veel meer dan een tafel die over de bestaande Kuip werd geschoven, al werd ook de grasmat vernieuwd en uit veiligheidsoverwegingen een gracht rond het veld gegraven. Verder werd in het fonkelnieuwe Maasgebouw ook een home of history gerealiseerd aan de hand waarvan jong en oud zich kon vergapen aan het glorierijke verleden van de nationale volksclub bij uitstek. En op de tribunes verdwenen alle staanplaatsen en verschenen er nieuwe blauwe en rode kunststof  Kuipstoeltjes.

Maar bijna twintig jaar later raakt de Heilige Kuip nu toch steeds meer gedateerd. Popgroepen willen er geen concerten meer geven en verkiezen de overdekte accommodaties als de Arena en het Gelredome. Een groot stadion zoals De Kuip valt nauwelijks te exploiteren als de inkomsten uitsluitend  door het voetbal moeten worden gegenereerd, laat staan als dat bijna alleen nog door de thuiswedstrijden van Feyenoord moet gebeuren. De (K)NVB haakt steeds meer af waar het wedstrijden van Oranje betreft en Europacupwedstrijden zijn anno 2013 een zeldzaamheid geworden. De kans dat ook de bekerfinale op termijn uit de Kuip zal verdwijnen is levensgroot. Ook de UEFA zal De verouderde Kuip niet snel meer aanwijzen voor een finale. De plannen voor nieuwbouw hebben geleid tot heftige en zelfs grimmige discussies tussen voor- en tegenstanders, waarbij alternatieve plannen tot een tweede renovatie inclusief  uitbreiding worden aangevoerd.

Als oude supporter, die vanaf zijn prille jeugd emotioneel onverbrekelijk met Feyenoord en met De Kuip is versmolten, ben ik persoonlijk van mening dat nieuwbouw hoe dan ook de voorkeur verdient. Of het er van komt ondanks de het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders al een garantiebesluit heeft genomen (dat overigens nog naar de gemeenteraadmoet) is nog steeds moeilijk te zeggen. Maar ik hoop vurig van wel. Het oude stadion voldoet gewoon niet meer  aan de moderne eisen voor een multifunctionele accommodatie die dus uit oogpunt van exploitatie ook voor andere doeleinden gebruikt moet kunnen worden. De vorige ingrijpende renovatie heeft geleerd dat ondanks alle aanpassingen veel bij het oude blijft, zoals de oude betonnen bak, de betrekkelijk krappe zitplaatsen, zeker in vergelijking met de Arena en het Philips- stadion, waar de zitplaatsen veel royaler en dus gerieflijker zijn en het ontbreken van ruimte voor eigentijdse megaschermen, waarop bijvoorbeeld wedstrijdmomenten kunnen worden herhaald. Gevoelsmatig, los van alle al dan niet aanvechtbare voorcalculaties, ben ik ervan overtuigd dat de volksclub Feyenoord, die structureel terug wil naar de absolute top van Nederland en die af wil van de decennia lange ‘net niet-status’, alleen gebaat is met een fonkelnieuw stadion, waarmee een mooie toekomst voor Feyenoord weer jarenlang geborgd is.

Bij mij wint dus de ratio het in dit geval van het sentiment. De oude Kuip zit ook bij mij heel diep, maar terugblikkend op het roemruchte verleden kan ik niet anders concluderen dan dat Feyenoord al veel te lang aan het sukkelen is en dat de renovatie van 1994 niet heeft gezorgd voor een blijvende terugkeer van ons dierbare Feyenoord aan de top. Wat wel heel wezenlijk zal zijn is de locatie. Die moet vooral goed blijven aansluiten bij de infrastructuur, ook die van het openbare vervoer, in het bijzonder het hoogwaardige railvervoer. Als dat wordt gerealiseerd en dat in samenhang met een weloverwogen, opnieuw  ontwikkelde omgeving, dan zijn de randvoorwaarden voor een mooie toekomst van onze club weer voor lange tijd gewaarborgd. Ik hoop zelf die nieuwe toekomst nog een poosje te mogen meemaken, nu de jaren voor mij gaan tellen. Ik heb dankzij een bypass-operatie in 2003 al extra levenstijd gekregen en op 12 augustus aanstaande hoop ik 66 jaar te worden.  Afgelopen vrijdag beleefde ik bij toeval een deel van de indrukwekkende uitvaart aan de Langenhorst van supporter Rooie Marck, toen ik vanuit Zuid-Oost-Brabant op weg was naar mijn hoogbejaarde moeder aan de Schoonegge om haar 94ste verjaardag te vieren. Zo werd ik op heel bijzondere wijze weer bepaald bij de vergankelijkheid van het leven. Voor ons allen wacht ooit het bordje ‘einde’ en niemand weet waar dat precies wordt geplaatst. Voor Feyenoord ligt dat anders, de club is in beginsel ‘eeuwig’, de individuele supporter echter tijdelijk. Daarom is het rationele belang van de club toch net iets groter dan het sentiment van de individuele supporter, hoe waarachtig en oprecht die gevoelens jegens de club ook mogen zijn en hoezeer die de club ontegenzeglijk groot hebben helpen maken.

Ik wens dan ook alle autoriteiten die er in dit verband toe doen, zowel de publiek- als privaatrechtelijke, veel wijsheid toe bij de uiteindelijk te nemen en dan onomkeerbare besluitvorming omtrent de toekomst van ons aller zeer dierbare Feyenoord. Diezelfde wijsheid zal ook in het Legioen rijkelijk aanwezig dienen te zijn ter voorkoming dat de uiteindelijke keuze tussen nieuwbouw en renovatie niet blijvend als een splijtzwam zal werken, zowel onderling in de supportersscharen als wel tussen (delen van) Het Legioen en het clubbestuur.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.

Vertrekkers

Een mens kan zich vergissen
Dat geldt ook voor een technisch directeur

Met nieuwe spelers blijft het gissen
Sommigen stellen ons dan zwaar teleur

Ik twijfel nooit aan de intentie
Maar voor een aantal is de Kuip vooral stress

Of er is gewoon te veel concurrentie
Hoe dan ook, ik wens de vertrekkers toch veel succes

De Kuip, sentiment of ratio (2)

Beste Feyenoord-vrienden,

Een bijzondere belevenis was het juichende stadion nadat Feyenoord een goal had gescoord. De eerste keer dat ik mij daar als jongetje naast de vele andere indrukken van bewust werd was in een op 15 mei 1958 gespeelde wedstrijd tegen Fortuna ’54 uit Geleen, dat toentertijd nog absolute topspelers als goalgetter Bram Appel, Cor van der Hart (beste voetballer van Nederland) en verdediger Jan Notermans in de ploeg had. Frans de Munck, de onbetwiste nationale doelman met de exotische bijnaam Zwarte Panter was toen al naar DOS verhuisd, dat met hem in datzelfde seizoen de landstitel zou pakken. Kees Rijvers, die bij Feyenoord rechtsbinnen speelde, had met een dropkick gescoord (1-0) en het stadion ontplofte! Ik zat aan de zijkant van ‘de put’ (X noord) en zag al die juichende, springende, zwaaiende, elkaar omhelzende toeschouwers op de eerste en tweede ring en die aanblik maakte mij dubbel enthousiast om mee te delen in de tomeloze vreugde, waarmee die schitterende voetbaltempel seconden lang bezwangerd was. De domper kwam niet lang daarna en nog voor de rust toen Henk Angenent (een ver familielid van vooralsnog de laatste winnaar van de Elfstedentocht) tegen scoorde (1-1). Met name Coen Moulijn trachtte na rust met wervelende acties het pleit alsnog in het voordeel van de thuisclub te beslechten, maar helaas vond de droomvoorhoede van Feyenoord bij goede doelpogingen doelman Ed Belski van de Limburgers op zijn weg. Op een of andere manier heeft Fortuna ’54, ook als latere fusieclub Fortuna Sittard, ons vaker danig dwars gezeten. In 1957 verloren we na een  2-1 voorsprong bij de rust alsnog de bekerfinale in De Kuip tegen de Zuid-Limburgse topclub van weleer (2-4). In latere jaren verslikten we ons met 1-3 tegen het toen veel bescheidener Fortuna Sittard met de gevaarlijke sluipschutter Ronald Hamming in de ploeg. Tijdens het seizoen 1996-1997 zette de zuidelijke ploeg ons de voet dwars met 4-4 na een spectaculaire wedstrijd in De Kuip waarbij wij drie keer hadden achter gestaan en Ronald Koeman eerst een strafschop miste alvorens een tweede elfmetertrap feilloos te benutten. Mede door deze onverwachte remise werd PSV dat seizoen kampioen met uiteindelijk 4 punten voorsprong.

Waar Feyenoord in vroegere jaren in de eigen Kuip ook veel moeite mee had was stadgenoot Sparta. Er is zelfs een seizoen geweest dat Feyenoord in Spangen met 0-4 had gewonnen met koningsschutter Cor van der Gijp als scorende uitblinker (op 2 december 1956), waarna in De Kuip met 0-3 werd verloren. Het enige wapenfeit was een buitenspelgoal van Toontje Meerman die prompt werd afgekeurd. Historisch is natuurlijk de bizarre en onverdiende 0-1 nederlaag die Feyenoord op 23 augustus 1959 tegen Sparta leed na een uiterst omstreden strafschop die de Amsterdamse (!) Leo Horn kort voor tijd aan Sparta had geschonken nadat EddY Pieters Graafland de hinderende Wim van der Gijp een vriendelijk schopje onder het Dordtse achterwerk had gegeven na het wegtrappen van de bal. Tinus Bosselaar benutte de idiote strafschop en toen beleefde ik voor het eerst in mijn nog zeer jeugdige leven ongeregeldheden in Neerlands mooiste en meest traditionele voetbalstadion. De spelers en arbitrage moest toen nog over een onbeschermde sintelbaan naar de kleedkamers lopen. Een regen van gehuurde kussentjes daalde neer op Leo Horn  en een haag van agenten kon niet verhinderen dat de belaagde leidsman  van een woeste toeschouwer een schop moest incasseren. De eigenzinnige Mokummer zou een seizoen lang niet in De Kuip mogen fluiten en na zijn terugkeer in een wedstrijd tegen GVAV op 13 november 1960 was het eerste wat hij deed aan Feyenoord een pingel geven bij een 0-0 stand. De penalty werd benut, maar Feyenoord verloor wel met 1-3. Naar aanleiding van eerder genoemde gewelddadigheden werd het Leo Hornpad aangelegd. Veel stelde het niet voor, het was een looppad van de kleedkamers over de sintelbaan naar het hoofdveld, slechts afgezet met dranghekken die geen enkele bescherming boden tegen eventueel kwaadwillende toeschouwers.  Naderhand werd ter meerdere beveiliging (als gevolg van een verdere verruwing van de samenleving?) de spelerstunnel aangelegd.

In het in 1937 opgeleverde stadion zijn vele historische wedstrijden gespeeld. Nederland won er een keer de derby der Lage Landen met 9-1 van de Belgische zuiderburen en Feyenoord won er met 7-3, 9-5 en 9-4 van Ajax.

Een kleinere stadsgenoot van de Mokumse aartsrivaal (De Volewijckers) werd ooit op een nederlaag van 11-4 getrakteerd. NAC werd een keer met 10-0 verslagen na een 1-0 ruststand. Geschiedenis werd natuurlijk ook geschreven met de 12-2 walk over tegen de IJslandse tegenstander KR Reykjavik en dan waren er de 2-0 triomf op wereldbekerhouder AC Milan en de latere identieke zege op die andere Italiaanse grootheid, afkomstig uit Turijn (Juventus). En al was het resultaat tegen AC Milan toernooitechnisch gezien van veel groter belang dan dat tegen De Oude Dame, juist die laatste zege was wellicht nog spectaculairder dan die tegen AC Milan, gelet op de toen al drastisch gewijzigde internationale verhoudingen bij het clubvoetbal. De Kuip ontplofte bij die beide goals van Julio Ricardo Cruz en voor mijn gevoel juichten de uitzinnige supporters minutenlang om die schitterende voltreffers van de Argentijnse centrumspits welke doelman Angelo Peruzzi kansloos maakten.

Maar het mooiste uit de relatief recente tijd moest nog komen. Dat geweldige, onvergetelijke, onnavolgbare en onovertrefbare UEFA Cup toernooi 2001-2002. We waren al verwend geweest met een verdienstelijke derde plaats in de CL poule waarbij wij Spartak Moskou achter ons lieten.

Het grote Bayern Muenchen werd met 2-2 bedwongen (na een 2-1 voorsprong) en zonder de geschorste Pi-air werd van de Russische topper met 2-1 gewonnen nadat in Moskou de tegenstander met 2-2 was geneutraliseerd!!

Daarna volgden een serie uiterst spectaculaire dubbelconfrontaties waarbij thuis tegen FC Freiburg met 1-0 werd gewonnen, daarna met 3-2 van Glasgow Rangers, vervolgens na strafschoppen de bloedstollende thriller tegen landgenoot PSV (my finest hour). Internazionale werd in de halve finale op 2-2 gehouden nadat in San Siro met 0-1 was gewonnen (Winnen in San Siro doen wij alleen hiero). Ja, en toen volgde de apotheose, twee dagen na de afgrijselijke en brute moord op de arme Pim Fortuyn. Borussia Dortmund was de naam, de Duitse kampioen van dat jaar 2002.  De historische finale is de enige Europese wedstrijd van het roemruchte seizoen 2001-2002 geweest waarvoor ik geen kaartje kon bemachtigen. Hoe slordig gaat ons dierbare Feyenoord soms met zijn supporters om door trouw stadionbezoek geenszins te belonen. Als je maar een silvercard had die even duur was als een gewone seizoenkaart maar destijds nog nauwelijks verplichtingen oplegde, had je met voorrang toegang tot de finale, ook al had je geen enkele Europacupwedstrijd eerder dat seizoen bijgewoond. Maar voor mijn gezondheid was het ongetwijfeld beter om de eindstrijd op zekere afstand te volgen, in mijn geval op ongeveer 140 kilometer. Nadat Jan Koller de achterstand tot 3-2 had verkleind hield ik het voor de buis niet meer uit en fietste ik de doodstille Peel in, weg van de stress, waarbij ik met mijn mobieltje een vriend uit het Noord-Limburgse Beringe had verzocht om mij na afloop van de wedstrijd alleen te bellen als Feyenoord had gewonnen. Aldus geschiedde en uit pure vreugde gaf ik een rondje weg in de plaatselijke dorpskroeg aan mijn jongste zoon (Feyenoorder in hart en nieren) en zijn vrienden die als geboren Zuid-Oost Brabanders uiteraard in meerderheid voor PSV waren. Ruim een jaar later onderging ik een open hart operatie voor drie omleidingen. Hoe zou het mij zijn vergaan als ik die hyperventilerende finale in De Heilige Kuip had moeten ondergaan? Nu, ruim 11 jaar later, heb ik het voorrecht er nog steeds met grote voldoening op terug te kijken. We zijn na al die tijd nog steeds de eerste EN laatste Nederlandse Europacupwinnaar. En daar tussendoor wonnen wij in 1974 ook als eerste Nederlandse club de UEFA Cup (tegen Tottenham Hotspur), waarbij horden gefrustreerde en gewelddadige Engelsen zich schandelijk gedroegen en hun vakken sloopten.

Qua resultaat is eigenlijk de meest historische wedstrijd in De Kuip de zege op Estudiantes de la Plata op 9 september 1970 geweest. Het was een draak van een duel, waarbij de maffiose Argentijnen het veld heel klein hielden door telkens de buitenspelval te laten dichtklappen. Maar invaller en eigen kweek Joop van Deale scoorde het enige doelpunt van de wedstrijd met een ziedend afstandschot en sindsdien mag Feyenoord zich erop beroepen als het eerste uit Nederland afkomstig voetbalelftal wereldkampioen te zijn geworden, hetgeen Oranje ondanks drie WK finales tot op heden niet is gelukt! De Wereldbeker is ook nog eens de hoogste prijs die een clubteam op deze aardbol kan winnen.

Wordt vervolgd.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.

Elf jaar geleden!

Beste Feyenoord-vrienden,

Gisteravond konden we zien hoe Robben zijn club een narrow escape bezorgde in de CL-finale tegen Borussia Dortmund. Elf jaar geleden was de club uit de Kohlenpott de tegenstander van ons dierbare Feyenoord in die onvergetelijke UEFA cup  finale van 8 mei 2002. Twee dagen na die vreselijke moord op Pim Fortuyn. Even onvergetelijk overigens, maar dan in negatieve zin!  Feyenoord en Borussia ontliepen elkaar destijds niet zoveel. Pierre van Hooijdonk en de snelle rode kaart voor Juergen Kohler maakten het verschil (3-2).  Sindsdien is er veel veranderd. Jorien van den Herik bleek een jaar later de betekenis van Pi-air voor Feyenoord niet op zijn waarde te schatten, wellicht enigszins misleid door dat bizarre bekerdrama tegen FC Utrecht (1-4). Hij weigerde in ieder geval botweg aan een redelijke eis van de West Brabantse koningsschutter te voldoen om Pierre over twee jaar uitgesmeerd nog anderhalf keer zijn riante jaarsalaris uit te betalen. Pierre vertrok en in zijn kielzog Paultje Bosvelt, Bonaventure Kalou en Brett Emerton. Ondanks de komst van Dirk Kuijt en Salomon Kalou kwam Feyenoord die sportieve aderlating niet meer te boven.  De rampzalige bekerfinale van 1 juni 2003 tegen de Domstedelingen was een voorbode van de vrije val die Feyenoord in hoog tempo zou gaan maken.

Bert van Marwijk vertrok een jaar later (2004) naar Borussia Dortmund, maar zou daar niet echt potten gaan breken. De Borussen speelden in die tijd min of meer een figurantenrol in de Bundesliga, equivalent aan Feyenoord, dat in al die jaren sinds 2002 slechts een miezerig ‘dennenappeltje’  won. Dat lukte dankzij een serie relatief gelukkige lotingen, toevallig (?) tijdens het eeuwfeest in 2008. Borussia heeft al enkele jaren geleden de weg naar boven weer kunnen vinden en werd in 2011 en 2012 landskampioen. Tijdens het afgelopen CL toernooi had het geen kind aan Ajax en schakelde het brutaalweg Real Madrid uit in de halve finale van de CL. Wie de verrichtingen sinds 2002 van Borussia vergelijkt met die van Feyenoord kan slechts een wereld van verschil ontdekken. Feyenoord heeft op rand van een bankroet gestaan, voor de tweede keer nadat Jorien van den Herik Feyenoord eerder van de ondergang redde in de begin negentiger jaren. Na diens trieste en troosteloze vertrek via de zijdeur gleed de club nog een tijdje verder weg in het moeras eer een nieuw en enigszins technocratisch bestuur, gesteund door een aantal gefortuneerde Feyenoord-vrienden, daadwerkelijk orde op zaken ging stellen. Langzaam maar zeker klimmen we uit het dal, maar de voormalige tegenstander van 8 mei 2002 bevindt zich inmiddels op intergalactische afstand van Feyenoord.

Zou dat ooit nog goed komen?

Een moeilijk te beantwoorden vraag. Feyenoord lukt het ook nationaal nog steeds niet om het hoogste erepodium te betreden. Alle hoop is gevestigd op de beste jeugdopleiding van Nederland maar onderwijl zit de oude aartsrivaal na een lange Eindhovense heerschappij en eenmalige successen voor AZ en FC Twente weer hoog te paard. De CL miljoenen stromen daar binnen en wij moeten nog maar zien dat we ons kwalificeren voor het financieel en sportief veel minder lucratieve EL toernooi. Een missie die vorig seizoen niet aan ons was besteed. Sparta Praag versperde ons de weg.

En enkele jaren geleden zette een Vlaams ploegje ons de voet dwars. We zijn het afgelopen decennium sowieso geen klasbakken waar het play offs betreft, zowel nationaal als internationaal. En toch zal het er een keer van moeten komen, willen we meer inkomsten kunnen verwerven dan de huidige sponsordonaties, entreegelden en incidentele transfers. Die transfers kunnen weliswaar behoorlijke bedragen  opleveren, maar betekenen meestal ook een stevige sportieve aderlating.

Maar het kan natuurlijk altijd nog slechter. Zoals Sparta heden middag in de laatste minuut de bietenbrug opging in het bronsgroen eikenhout, dat gun je de oude stadsrivaal van de overkant toch ook weer niet, ook al is de club van West en zeker haar aanhang ons niet overdreven welgezind. En hier en daar zal door Legionairs best een beetje besmuikt gelachen worden nu FC Twente helemaal naast Europees voetbal grijpt. Best wel Fervelend voor de Tukkers, die nog niet zo lang geleden de uitvinding van het witte garen werden toegedicht. Munsterman kent inmiddels weer een beetje zijn plaats, ook hij blijkt geen wonderdokter. Twente eindigde dit seizoen gewoon weer op een plaats waar het de afgelopen 45 jaar vaak een abonnement op had, in de wat lagere subtop. FC Utrecht daarentegen deed het uitstekend. Een vriend van mij, tevens fervent ‘Utereg’ fan, droomde vanmiddag per mail van een EL-finale Feyenoord – FC Utrecht, op woensdag 14 mei 2014in het Juventus Stadium te Turijn. Willen zulke dromen ooit werkelijkheid worden, dan zal er nog wat nadrukkelijker gesleuteld moeten worden aan de internationale verhoudingen. Dus geen licenties meer verstrekken aan clubs met astronomische schulden en een stringent beleid ten aanzien van het opstellen van buitenlanders. Zoals het in de gouden jaren zeventig van Feyenoord dus was, met een maximum van twee spelers.

Bij ons waren dat destijds Ove Kindvall en Franz Hasil. Daar kwamen we heel ver mee, we bereikten zelfs het hoogste en werden wereldkampioen.

Bovendien waren toentertijd de Italiaanse grenzen potdicht gesloten voor buitenlandse spelers. En van een Bosman-arrest had nog nooit iemand gehoord. De clubs lagen nog boven in de onderhandelingen met de spelers.

Zelfs als het contract was afgelopen kon men nog een forse transfersom eisen.

Maar Borussia Dortmund heeft aangetoond hoezeer een club zich in elf jaar tijd weer naar de absolute top kan toewerken. BVB heeft wel een capaciteit van 80.000 toeschouwers. Die zullen we in Rotterdam nooit halen, maar een nieuw, groter en eigentijdser stadion zal wel een cruciale factor zijn om veel van het sportief verloren terrein terug te winnen. Maar na het Bosman-arrest dreigt de Europese Unie ons weer de voet dwars te gaan zetten, nu ten aanzien van een nieuwe Kuip. Je zou er niet Eurosceptisch, maar Eurocynisch van worden!

 

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

Mysteries in het voetbal

Beste Feyenoord-vrienden,

 

Soms gebeuren er dingen in de sport in het algemeen en het voetbal in het bijzonder die niet zo gemakkelijk  of helemaal niet te verklaren zijn. Zo is het vooral dit seizoen opmerkelijk hoe sterk ons dierbare Feyenoord in eigen huis presteert en hoe matig tot miserabel vaak in den vreemde. Ik denk dat indien de technische staf dit mysterie kon ontleden en verklaren het euvel allang was opgelost en wij wellicht op 12 mei of zelfs eerder al massaal naar de Goalsingel waren getrokken om de nieuwe landskampioen te begroeten en toe te juichen.

Met mijn treinmaatje uit Helmond, tevens fervent Feyenoord-supporter met een seizoenkaart voor vakkie N, bezocht ik afgelopen donderdag de play-offs wedstrijd om promotie naar de Eredivisie tussen Helmond Sport en Sparta in stadion De Braak. Onderweg daar naartoe vertelde hij mij naar aanleiding van de zevende nederlaag op rij van Benfica in een Europacupfinale dat een Hongaarse trainer Guttman Bela ooit een vloek had uitgesproken over de Portugese topclub.  Zonder hem zou Benfica nooit meer Europees kampioen worden. Hij lag na het winnen van de EC I in 1962 door Benfica in de clinch met de nieuwe voorzitter en vertrok voortijdig, ondanks de 3-5 zege op Real Madrid in het Olympisch Stadion met Leo Horn als scheidsrechter . De vloek zou nog steeds doorwerken en clubicoon Eusebio heeft  die Hongaar, geboren ten tijde van de Dubbelmonarchie en veelvolkerenstaat Oostenrijk-Hongarije, al eens vergeefs bezocht om de vloek ongedaan te doen maken. De voormalige coach zat kennelijk nog vol wrok en rancune, want hij weigerde botweg. Guttman Bela is met die ‘curse’ het graf ingegaan, want hij overleed op 28 augustus 1981. Hoe dan ook, Benfica verloor ook deze laatste finale, ondanks het betere spel tegen de Londense opponent Chelsea.

Een ander mysterie dat velen als louter toeval zullen beschouwen is de buitengewoon gelukkige wijze waarop PSV al jaren lang loot in het bekertoernooi. Ook het afgelopen seizoen was het weer raak. Waar wij tot drie keer toe een Eredivisieclub in een uitduel lootten, daar koppelde het lot PSV drie maal aan een amateur en daarna aan Feyenoord. Uiteraard ook weer in  Eindhoven, voor de zesde maal van de zeven laatste keren dat beide clubs tegen elkaar lootten. Feyenoord loot trouwens al decennia lang onevenredig veel uitwedstrijden in het bekertoernooi. De voorlaatste keer (seizoen 1994-1995) dat de beker werd gewonnen lootte Feyenoord uitwedstrijden tegen FC Groningen, Willem II, Ajax en Heerenveen, alvorens in de finale Volendam te treffen. Maar juist in het jubileumjaar (seizoen

2007-2008) lootte Feyenoord bij hoge uitzondering uiterst gelukkig: thuis tegen FC Utrecht en Groningen, uit tegen amateurclub SV Deurne en toen weer thuis tegen PEC Zwolle en NAC, waarna in de finale tegen Roda JC de beker werd veroverd.  Het was toen of het zo moest zijn, uitgerekend tijdens het eeuwfeest was Feyenoord onconventioneel fortuinlijk tijdens de lotingen. Niet 1 keer werd een topclub geloot en gevaarlijke outsiders als Utrecht, Groningen en NAC mochten thuis worden ontvangen.  Voorspoed en tegenslag, geluk en domme pech, fortuinlijk en onfortuinlijk, het zijn geheimzinnige krachten in de sport en dus ook in het voetbal, waar vaak geen vinger achter gekregen wordt. In het jaar dat Feyenoord als eerste Nederlandse club de EC I won bezat de club weliswaar een wereldploeg, maar was Vrouwe Fortuna ons ook zeker niet onwelgevallig.  Zoals bij de voorzet van Wim Jansen in de beginfase van de thuiswedstrijd tegen AC Milan, toen Cudicini (bijgenaamd De Spin) zich volledig verkeek en niet naar de bal sprong, waarna deze in de verre kruising  zeilde. En bij die kopbal uit een corner van Vorwaerts Berlin, toen gelegenheidsback Ruud Geels de bal met de punt van zijn schoen van de doellijn wegtikte, daarmee een zekere uitschakeling van Feyenoord voorkomend. En die snelle gelijkmaker van Israel in de finale, waarmee een morele tik werd uitgedeeld aan tegenstander Celtic. Een seizoen later liet het geluk Feyenoord juist helemaal in de steek en werd de kersverse wereldbekerhouder door het nietige Ut Arad ondanks een gigantisch veldoverwicht al in de eerste ronde jammerlijk en smadelijk  uitgeschakeld. Wat Feyenoord ook deed, na die snelle gelijkmaker van Wim Jansen in de heenwedstrijd wilde de bal er 160 minuten lang niet meer in.

Wat is het dat Feyenoord in de eigen veilige Kuip zoveel beter presteert dan in uitwedstrijden? Waarom wordt meestal uit van PSV verloren en thuis van de Zwartrokken gewonnen?  Natuurlijk, Het Legioen kan zich uitsluitend in het eigen stadion massaal laten gelden, maar voor het overige blijven de omstandigheden onveranderd. De veldafmetingen, de grootte van het doel, de samenstelling van de beide selecties en die van het leren monster. Wie het weet mag het zeggen. Het zijn dus de geheime krachten van de sport, die zich nauwelijks door de ratio of rede laten sturen. Feyenoord wordt daardoor na een uitstekende thuiswedstrijd plotsklaps onherkenbaar buiten het eigen honk. Zoals RKC Waalwijk die gelijkmaker scoorde, daar kan ik nog steeds niet over uit. Dat zou met het huidige Feyenoord in de Kuip ondenkbaar zijn geweest. Maar in de Langstraat gebeurde het gewoon en in Leidschenveen tegen ADO Den Haag was de uitslag nog veel meer een catastrofe. Het kostte ons uiteindelijk de tweede plaats en dan hebben we het nog maar niet over de onnodig verspeelde kansen op de titel.

Maar goed, in augustus staan alle tellers weer op nul. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Wie weet komen er dan onvermoede positieve krachten los en zijn we ineens ook in uitduels ongenaakbaar en onaantastbaar.

Feyenoord-supporters leven al jarenlang van de hoop op betere tijden. Of ik het op mijn oude dag nog zal meemaken weet ik niet, maar ooit zal Feyenoord wel weer eens kampioen worden.  Het wanneer ligt in de schoot der toekomst verborgen. Lichtpuntjes hierbij de contractverlengingen van Clasy en De Vrij, ongetwijfeld met het oog op het WK van 2014. Jan Boskamp merkte onlangs op dat Lowietje van Gaal door zijn selectiebeleid als bondscoach Feyenoord van zijn titelkansen had beroofd. Wie weet wordt dat dan volgend seizoen goed gemaakt, want voor de ontwikkeling van de jonge Feyenoorders is het natuurlijk een uitstekende zaak om uit te komen voor een van de beste elftallen ter wereld. En behalve de oefenmeester(s) zal ook de penningmeester van Feyenoord er wel bij kunnen varen.

 

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

Feyenoord verplettert Heracles

Beste Feyenoord-vrienden,

Als Feyenoorder  ben je in de loop der jaren niet bijster verwend, maar vanmiddag werd aan alle (rand)voorwaarden voldaan om er een echt voetbalfeestje van te maken, Prachtig voetbalweer, een volle Kuip, een Feyenoord op dreef en een waar doelpuntenfestijn. Jaren geleden won Feyenoord ook al eens met 6-0 van Heracles, maar toen goot het de hele wedstrijd pijpenstelen. Mulder stond toen ook (voorshands eenmalig) onder de lat en Roy Makaay scoorde al na enkele seconden met een diagonale pegel de 1-0. Dit keer was het nog leuker, al was het maar omdat het zonnetje bijna doorlopend scheen, zij het niet al te uitbundig maar dat hoeft ook niet tijdens het voetballen.

Heracles startte voortvarend en opende met een onschuldig schotje op onze goalie die geen krimp gaf. Al snel nam Feyenoord het initiatief en het was John Goossens die a la Pierre van Hooijdonk uit een vrije trap het doelpunt van de maand scoorde. Van iets buiten de zestien schoot hij de bal als een streep in de kruising. Doelman Pasveer was volstrekt kansloos. Pelle scoorde vervolgens even fraai een veldgoal die in dezelfde kruising eindigde. En nadat de Immer(s) zwoegende Lex uit een voorzet van Janmaat de 3-0 had laten aantekenen zorgde topscorer Graziano vanaf elf meter beheerst doch zeer beslist voor een 4-0 ruststand. In het AD en op de supporterssite staat nu dat Pelle met zijn  26 competitiedoelpunten de beste buitenlander ooit in Feyenoord-dienst is. Dit is volstrekte onzin want niemand minder dan mijn grootste held aller tijden, Ove Kindvall, haalde tijdens het seizoen 1967-1968 al een totaal aantal van 28 competitiegoals en was daarmee topscorer van de Eredivisie. Een jaar later werd hij zelfs met 30 treffers gedeeld topscorer met Dick van Dijk, toentertijd koningsschutter van FC Twente, maar meteen daarna overgestapt naar Ajax.

Niet Pelle, maar Kindvall is vooralsnog de meest productieve buitenlandse spits van Feyenoord in 1 seizoen, elke andere voorstelling van zaken is notoire geschiedvervalsing en daar heb ik als amateur historicus een hartgrondige hekel aan. Een en ander wil niet zeggen dat ik niet helemaal idolaat ben van wat Pelle ons allemaal voorschotelt. Een fantastisch aanspeelpunt, scorend vermogen, sterk in de lucht, volkomen onbaatzuchtig in zijn spelopvatting en een echte publieksspeler die ludiek reageert op momenten dat het Legioen hem verrukt toezingt, zoals vanmiddag in de eerste helft.

Overigens was bijna de hele ploeg in goeden doen, met uitzondering wellicht van BMI, die maar geen vrede heeft met de linksback positie, die hij nolens volens moet bekleden. Daarom was het wel leuk voor hem dat Ronald Koeman hem nog een poosje op zijn oude vertrouwde stekkie liet spelen, waarbij Miquel Nelom zijn plaats op de linker vleugel op degelijke wijze overnam. Op dat moment stond het al 5-0 door een doelpunten van Schaken, maar niettemin was de inbreng van Nelom hartverwarmend en van toegevoegde waarde. Mijn vaste treinmaatje uit Helmond zou het niet verbazen als Koeman volgende week in Leidschenveen Marthijsen bij wijze van uitzondering op de bank laat zitten en BMI en Nelom  als linker verdedigingsblok neerzet teneinde de snelle voorhoede van ADO Den Haag te ontregelen. Joris zou dan wel eens te langzaam kunnen zijn en de ruimte achter zich niet te groot willen laten worden, hetgeen ten koste zal gaan van de noodzakelijke druk naar voren..

Hoe dan ook, Feyenoord blijft in de race voor de tweede plaats. Ajax wordt volgend weekend fluitend kampioen tegen hekkensluiter Willem II en PSV heeft een makkie thuis tegen NEC. Feyenoord moet zien de drie punten uit het van Leidschendam-Voorburg ontvreemdde deel van Den Haag mee te nemen. Alleen bij volle winst is er een kans dat de tweede plek alsnog en dan dus in successie wordt veroverd. FC Twente zal dan op de laatste speeldag wel moeten en kunnen meewerken door de sportieve plicht te vervullen. Maar dat komt pas op 12 mei aan de orde. Eerst de troonwisseling annex inhuldiging en dan ADO Den Haag. Alles op zijn tijd!

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

Het doek is gevallen

Beste Feyenoord-vrienden,

Niet dat ik zelf ook nog maar enige illusie koesterde, maar vanaf vandaag weten wij het weer zeker . Voor de veertiende keer geen landskampioen sinds Don Leo ons de laatste schaal bezorgde en op de Goalsingel Het Legioen beloofde er het jaar daaropvolgend weer voor te gaan. De beste man bedoelde het ongetwijfeld goed, maar maakte het seizoen 1999-2000 niet eens af. Na bittere thuisnederlagen tegen Sparta en FC Utrecht gaf hij de pijp aan Maarten of wierp de handdoek. Misschien wel allebei. In ieder geval stapte de grijze eminentie op. Henk van Stee zou voor even interimmen en wist de play-offs voor de Champions League te bereiken. Het was niet besteed aan zijn opvolger Bert van Marwijk, die in totaal en over twee periodes verdeeld vijf seizoenen aan het roer zou staan bij Feyenoord, maar nimmer een landstitel wist te veroveren. De reputatie van Bert is gered door die ene hoofdprijs van 8 mei 2002 en omdat Robben tijdens de WK-finale in 2010 alleen voor Iker Casillas faalde teert Bert nolens volens nog steeds op die geweldige triomf van elf jaar geleden. Na Berts eerste en tweede periode is een lange rij van trainers de uitdaging aangegaan om Feyenoord weer naar de absolute top van de Eredivisie te loodsen, doch alle pogingen waren vergeefs. De kwaliteit waarover Bert van Marwijk nog wel mocht beschikken ontbrak ten ene male.

In mijn prille jeugdjaren telde de stad Rotterdam twee topploegen, Sparta en Feyenoord. Sparta komt de eer toe als eerste Rotterdamse club in het betaalde voetbal een landstitel te hebben veroverd. Dat gebeurde in 1959 na een 0-4 zege op het Amsterdamse DWS in het Olympisch Stadion. De derby was zowel op het Kasteel als in De kuip steevast uitverkocht. En op een of andere manier wist Sparta heel vaak in De Kuip te winnen, meerdere keren verloor Feyenoord met 0-3. En de oudere Rotterdammers onder ons zullen zich de 0-1 zege van Sparta in Schotland op Glasgow Rangers nog wel kunnen herinneren. Omdat eerder thuis werd verloren (2-3) was een derde (beslissings)wedstrijd nodig. Vreemd genoeg vond die in Londen plaats, niet echt een neutraal terrein.  Doet me denken aan die kampioenswedstrijd tussen Ajax en Feyenoord in 1960 in het Olympisch Stadion. Sparta verloor daar op Highbury uiteindelijk weer met 3-2 na een 0-1 voorsprong. Tinus Bosselaar scoorde nog uit een strafschop de aansluittreffer en de wedstrijd was via een rechtstreeks verslag via de radio te volgen. Sparta was toen naast enkele concurrenten toonaangevend in Nederland maar toch gleed de trots van Spangen  geleidelijk aan weg uit de vaderlandse top, waar Feyenoord zich juist steeds nadrukkelijker ging nestelen. De doelstellingen van Sparta werden ook steeds bescheidener. Eerst was het de bedoeling op de ranglijst zo dicht mogelijk in de buurt van de grote rivaal van Zuid te blijven.  Toen dat niet meer lukte ging het om behoud van de status van Eredivisionist. Uiteindelijk lukte ook dat niet meer.

Als men tegen een echte Sparta-Piet uit de Bloklandstraat of de Grote Visserijstraat in 1959 gezegd zou hebben dat Sparta nooit meer landskampioen zou worden, zou zo iemand voor gek zijn verklaard.  En wie in 1999 op de Goalssingel geroepen zou hebben dat Feyenoord in 2013 nog steeds niet zijn vijftiende landstitel aan de clubpalmares zou kunnen toevoegen zou evenzeer naar het spreekwoordelijke Deltaziekenhuis (voordien Maasoord en tegenwoordig Delta Psychiatrisch Centrum geheten)bij Poortugaal  zijn afgevoerd.

Net als de Spangense Sparta-Piet heeft de Feyenoord ForEver-supporter langzaam aan zijn acceptatiegrenzen verlegd. Toen Feyenoord in 1968 tweede werd en Ajax dus voor de derde achtereenvolgende maal landskampioen (er is niets nieuws onder de zon) werd baalden alle Feyenoorders als een stier.

In het begin van dat seizoen was Feyenoord voortvarend begonnen, versloeg ook Ajax door een doelpunt van Ruud Geels (1-0), won van ADO uit met 3-6 (Kindvall scoorde vier maal) en veegde DOS (samen met Elinkwijk en Velox de erflaters van FC Utrecht ) met   5-0 van de mat, waarbij Coentje Moulijn de laatste voor zijn rekening nam met de buitenkant schoen..

Feyenoord liep uit op het Ajax van Cruijff en Keizer met vijf punten (een overwinning leverde  toen nog 2 punten op. )Er werd een sticker uitgegeven met de wishful thinking tekst NIETS MEER AAN TE DOEN, FEYENOORD KAMPIOEN.

Toch eindigde Feyenoord na een pijnlijke terugval later dat seizoen met drie punten achterstand op Ajax. Vorig seizoen gebeurde ongeveer hetzelfde, we werden tweede en nu baalde er niemand maar werd er een pseudokampioensfeestje gevierd.

De acceptatiegrenzen zijn verlegd. Na de euforie van vorig seizoen hebben wij elkaar lange tijd wijs gemaakt dat het huidige seizoen zo fantastisch is verlopen, ondanks de kansloze uitnederlagen tegen PSV, Twente en Ajax, alle drie met 3-0. De eigen jeugd wordt bewierookt, maar is dat wel helemaal terecht? Wie  vandaag zo’n Boetius, De Vrij, Clasie, Martins Indi  en Vilhena bezig ziet, vooral bij dat doelpunt van Duits,  zal toch onwillekeurig wel eens achter zijn oor krabbelen. Het is niet leuk om het te memoreren, maar vergelijk dat nog eens met de jeugdspelers waarmee Van Gaal in 1995 de Champions League won. Zijn wij dat niet veel te snel tevreden of zelfs enthousiast?  Sommige spelers  lopen nu al naast hun schoenen omdat zij door diezelfde Van Gaal voor Oranje zijn uitverkoren en halen hun neus op voor een contractverlenging bij de club die hen opleidde. Zogenaamd omdat men zich (De Vrij) op het restant van de competitie wil concentreren. Nou, dat hebben wij vandaag gezien, laat me niet lachen.

Het gekke is dat Feyenoord nog steeds tweede kan worden, met dank aan het eveneens falen van de concurrentie. En hoewel wij helemaal niets hebben te zoeken in de Champions League en zelfs niet in de Europa League kunnen we daardoor toch weer in aanmerking komen voor de voorrondes.  Het is de enige troostprijs die ons rest, maar zeker de moeite waard. Echter, dan zal er volgende week wel uit een ander vaatje moeten worden getapt in de thuiswedstrijd tegen Vitesse. En een mannetje bovenop Bony moeten worden gezet. Wat dat betreft kon je in zijn tijd Piet Romeijn als mandekker om een boodschap sturen, maar hebben we nu nog wel zo iemand in huis??? Het is aan Ronald Koeman, die zijn ploeg de laatste tijd niet meer zo goed kan inspireren, om die vraag te beantwoorden.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

 

Stadionverbod

Jaren geleden was is in de Kuip te gast in een skybox.
Leuk, warm, echt bier en bitterballen.
En opvallend voor een skybox, er waren echte supporters.
Deze mensen kwamen voor de wedstrijd en niet om te netwerken.
Na afloop beneden tussen alle bobo’s en oud spelers een drankje drinken.
Gezellig.
Ik sta ( toevallig ) vlak bij de bar en ik zie Coen Moulijn een drankje gaan halen.
Dan komt er een of andere yup aanlopen van een jaar of 25 ( duidelijk teert op de centen van papa ) en die loopt zo Coun Moulijn omver.
En die lul reageert niet eens.
Ik stap op die kwal af en zeg. ” Kan je niet uitkijken, weet je wel tegen wie je aanloopt?”
Je zag aan dikke pofkop dat hij geen idee had wie Coen Moulijn was.
En dat soort figuren zitten dus ook in de kuip.
Komen niet voor het voetbal, weten helemaal niets van de club.
En lopen iconen omver.

Dat soort figuren moet je een stadionverbod geven.

Feyenoord – Tottenham Hotspur 29 mei 1974.

Zestien jaar was ik en ik mocht met mijn grote broer mee naar de Kuip. Mijn broer was toen sportjournalist bij het Algemeen Dagblad en had kaartjes gekregen om deze UEFA Cup wedstrijd bij te wonen. Natuurlijk was ik opgetogen dat ik mee mocht.

Eenmaal in de Kuip gearriveerd ontdekten wij al heel snel dat wij in het vak met alleen maar Engelsen zaten. De Tottenham supporters waren al duidelijk flink onder de invloed van drank, want zij hadden in de middag al de horeca in het centrum van Rotterdam getrakteerd op een leuke extra omzet. Zelf durfden wij amper iets te zeggen, want we waren een soort van ‘als de dood’ dat zij zouden ‘ontdekken’ dat wij Feyenoord supporters waren.

Toch was het in eerste instantie wel een gezellige boel en ik vond het wel een aparte belevenis om tussen die Engelsen te zitten.
Voor ons zagen wij nog een Feyenoord supporter. Deze man stond driftig met een grote vlag te zwaaien, maar de Engels vonden dat geen probleem.

Uiteindelijk sloeg de vlam in de pan. Stalen hekken werden omver geduwd alsof het luciferhoutjes waren, stoelen werden losgerukt en alles wat los en vast zat werd gebruikt als wapen. De Engelsen klommen over de omheining richting vak GG. Het veranderde in een oorlogstafereel.

Tot mijn verbijstering zag ik hoe met ijzeren staven op mensen werd ingehakt en hoe mensen gewoon van de eerste ring naar beneden werden gegooid. De situatie was allesbehalve veilig en wij moesten z.s.m. een veilig heenkomen zien te vinden. Nederlands praten durfden wij amper.

Doodsbang was ik, want wat ik allemaal om mij heen zag, zag je niet eens in een film. Wij baanden ons een weg en van alles vloog om mijn oren en ik hoorde geschreeuw en zag bebloede mensen om mij heen. Uiteindelijk stonden we voor een hek en mijn broer heeft mij daar een
soort van over heen gegooid. Het ergste gevaar was voorlopig geweken. Opeens hoorden we de stadionspeaker mijn broer omroepen. Hij moest zich melden in de radiokamer. Ik kan je verzekeren dat het heel, heel raar klinkt, als je opeens je naam door de luidsprekers in de Kuip hoort.

Voorzichtig probeerden wij ons een weg naar beneden te banen. Om ons heen was een veldslag aan de gang. ‘Supporters’ gingen niet met elkaar op de vuist, maar belaagden elkaar met alle mogelijke attributen die enigszins als wapen konden dienen. Terwijl wij probeerden via de trappen naar beneden te komen, baande de politie zich voorzichtig een weg naar boven.

Uiteindelijk arriveerden wij in de catacomben van de Kuip en hier ontvouwde zich een schouwspel dat ik mij tot op de dag van vandaag glashelder kan herinneren. Gewonde mannen, vrouwen en kinderen werden achter elkaar naar binnengebracht. Mijn broer moest contact opnemen met de redactie van het Algemeen Dagblad, want zij wisten dat hij in het stadion was. Ze wilden dat hij verslag zou doen van deze rellen. Ook gingen er al spoedig geruchten dat de boot, die de Tottenham Hotspur fans naar Engeland zou terugbrengen, niet van plan was om uit te varen. Mijn broer moest naar Hoek van Holland, want men verwachtte daar ook nog problemen.

Geregeld werd dat ik met een collega van mijn broer, Van Hemert van het ANP, thuis gebracht zou worden. Deze journalist moest echter ook eerst nog even zijn ‘werk’ doen en ik werd ‘gedropt’ bij de ingang van de EHBO en hier moest ik wachten. Met ontzetting sloeg ik alles gade. Kermende en bebloede mensen zouden mijn netvlies een lange tijd beheersen. Opeens vroeg een journalist iets aan mij, want ik stond daar, zonder kleerscheuren, keurig voor de deur te wachten. Ik vertelde dat ik op de desbetreffende tribune zat en dat ik alles van zeer dichtbij had meegemaakt. Binnen de kortste keren had ik tal van journalisten om mij heen. Keer op keer moest ik mijn verhaal vertellen.

Ondertussen kwam er geen einde aan de stroom van gewonden. Ik zag de meest verschrikkelijke verwondingen. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen Nederlanders en de Engelsen. Zo lagen opeens ‘fans’, die eerder geprobeerd hadden om elkaar hersens in te slaan, nu gebroederlijk naast elkaar. Het was een enorme chaos. Uiteindelijk kwam van Hemert van het ANP mij halen. Het was tijd om te gaan. Inmiddels was de Kuip grotendeels verlaten, maar buiten was het nog een pandemonium van opstootjes en geweld. De Rolls Royce, met Engels kenteken, die wij bij het betreden van het stadion eerder die avond, in volle glorie hadden mogen aanschouwen, stond er nu bij als een schroothoop. Totaal vernield.

’s Avonds laat kwam ik totaal onthutst thuis en ik wist eigenlijk niet wat ik nu daadwerkelijk had meegemaakt.
Ik had de schrik goed te pakken en het zou jaren duren, eer ik weer de weg naar de Kuip wist te vinden.
Saillant detail is dat in de documentaire over Feyenoord vanzelfsprekend deze schokkende gebeurtenis getoond wordt en je kan dan ook duidelijk horen dat mijn broer wordt omgeroepen.
In 1974 had de wereld voor het eerst daadwerkelijk kennis gemaakt met ‘hooligans’ en vandalisme.
Het is een negatieve rol voor de Kuip, maar valt helaas niet meer terug te draaien.

Jeroen Noppen

Uitblinker Pelle steelt de show

Beste Feyenoord-vrienden,

Ongetwijfeld ben ik niet de enige die steeds meer onder de indruk komt van Graziano Pelle. Wat hij vanmiddag tegen de Limburgse bokkenrijders uit Kerkrade weer liet zien was gewoon van hele grote klasse. Vreemd toch dat die man niet eerder zo nadrukkelijk uit de verf is gekomen dan nu bij ons dierbare Feyenoord het geval is. Hij ontpopt zich in de Heilige Kuip als een klasse voetballer die nu al node zal worden gemist als hij eens moet verzuimen wegens een schorsing, blessure of anderszins. Binnen 20 seconden liet hij de tribunes trillen en beven van extase na het scoren van alweer een wereldgoal. Eentje van nagenoeg dezelfde schoonheid als enkele weken geleden in de klassieker tegen de Mokumse tegenstrevers. Toen helemaal aan het eind van de wedstrijd, nu in het zeer prille begin.

Het was De Vrij die verdienstelijk inschoof vanaf de laatste linie, de bal kwam via Janmaat bij Pelle terecht. De Italiaan ontdeed zich bijzonder handig van een kluwen spelers met een geel shirtje aan  en haalde verwoestend uit. Filip Kurto was kansloos bij het ziedende schot dat hoog in de kruising eindigde, volstrekt onhoudbaar. Feyenoord bleef aandringen, maar het was Roda dat behoorlijk tegen de verhouding in tegen scoorde na talmen van onze verdediging. Die linie gaat langzamerhand  grote zorgen baren, want de ballen vliegen bij ons als warme broodjes tegen het net. Nu al 18 goals tegen in 12 wedstrijden, dat is naar Feyenoord -maatstaven veel te veel. Wel gaat het scoren ons geleidelijk steeds beter af, 23 goals inmiddels mede dankzij die 5 van vandaag.

Pelle bleef fantastisch spelen, met straatlengte de beste speler van het veld. Hij stak dan ook ver boven zijn ploegmaatjes uit, waarvan een aantal het er lelijk bij laten zitten. Joris Mathijssen, Bruno Martins Indi, Lex Immers (zeer zwak ondanks zijn doelpunt) en eigenlijk ook weer Kostas Lamprou. Je houdt als supporter je hart vast op de momenten dat de (te) kleine Grieks doelman zijn hok uit moet komen om de bal te vangen. Twee keer liet hij zich weer verschalken waar hij meer preventief werk had kunnen verrichten en in grotere wedstrijden kan dat behoorlijk veel punten gaan kosten. Maar Roda was te zwak om het Feyenoord structureel moeilijk te maken ondanks de twee goals die met hoge ballen werden afgedwongen.

Immers grossiert in het missen van kansen en vanmiddag was het zelfs te veel gevraagd om vanaf elf meter te scoren. Zijn zwakke inzet was een gemakkelijke prooi voor Kurto. Maar hij liet veel meer mogelijkheden onbenut, waarvan er tenminste een nog moeilijker was te missen dan vanaf 11 meter.  Het enige wat je rossige Hagenees wel moet nageven is dat hij keihard werkt. Het zou echter mooi zijn indien hij eens wat meer kansen ging verzilveren dan de zeven die hij tot op heden in het mandje heeft liggen. Meteen toen Pelle een kwartier voor tijd zijn plaats moest afstaan aan Anass  Achahbar was het aanvallend eigenlijk wel gedaan met de koopman. De bal werd voorin niet meer vastgehouden en hoge voorzetten zijn aan dreumes Achahbar  sowieso niet besteed.

Het Legioen volgde de wedstrijd met grote gretigheid. Het enthousiasme, de inzet en de doelpunten, zij waren alle drie voorhanden en dat maakte de wedstrijd voor de toeschouwers zeer enerverend. Uiteindelijk gaf de klasse van Feyenoord toch de doorslag en moesten de Limburgse jagers de vlag strijken. Irritant was weer de falende Braamhaar. De doelman van Roda had er af gemoeten wegens hands buiten de zestien , terwijl de strafschop en rode kaart die ongeveer tien minuten later vielen nooit gegeven hadden mogen worden. Aangezien de pingel werd gemist kwam de zaak toch weer in balans. Ik ben zeer benieuwd .

De regelmatig falende arbiter had voor de camera geen verklaring voor diens optreden . Hij deed het voorkomen alsof hij dus Roda JC had benadeeld, maar niets is minder waar.  Hij ging volledig voorbij aan het handsbalincident van doelman Kurto. Maar dat zijn we wel gewend, dat voor de beeldbuis Feyenoord er nooit al te best vanaf komt. Bij teletekst doet men daar dapper aan mee. Er wordt met geen woord gerept  over de moedwillige handsbal, wat dus al tot rood en een strafschop had tot gevolg had moeten hebben. Wel uitgebreid over de onterechte rode kaart en penalty.

Forlife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart