Berichten

Afbetaling

Tegenwoordig kan bijna iedereen wel geld lenen. Tegen hoge rente vaak.  Wehkamp, Otto en Neckerman verkopen goed. Vroeger hadden we ook niet veel geld, wij kochten op de pof.
In Rotterdam hadden we de Faam, Rodago, Scheffers, Schuller, De Condor, Bep en Rob van Gent. Er waren er dus genoeg. Je kan bijna alles kopen, het was vaak duurder als dat je het contact kocht en je betaalde redelijk wat rente.  Voor je geld kon je dus naar de winkel en daar betalen en er waren ook mensen die aan de deur geld kwamen halen.
Vaak riepen ze dan “Bode” en dat betekende betalen.

Toen ik op mijn zestiende voor de zoveelste keer van school was getrapt kwam ik op een gegeven moment ook bij een van die winkels te werken. Schuller; een winkel op de Riederlaan, op Rotterdam Zuid.  Er kwamen niet heel veel klanten op een dag, maar er was altijd wat te doen. Zomers stonden we uren voor de deur te kijken naar de mooie meiden die voorbij kwamen. Dat mocht nooit lang achter elkaar, omdat de andere winkels anders dachten dat we geen klanten hadden. En soms werd ik de bode, twee jaar lang vanaf mijn 16e moest ik dus geld halen bij de mensen thuis. Ik kwam ook in andere steden en wijken om geld op te halen. De Staart in Dordrecht, De Gorse in Schiedam en ook nog de Schilderswijk in Den Haag, waar je nog niet dood gevonden wilde worden.

Zo ook op de Kaap, de hoerenbuurt in Rotterdam. Dat was echt lachen, die meiden kochten ook op de reut, en als ik dan op mijn fietsje geld kwam halen en ze hadden iets verdient; dan kreeg je geen cent, je kon ook alle ziektes kregen die ze konden uitspreken, en dat waren er heel wat. En als je pech had en de pooier had een rot bui, kon je ook nog een schop onder je reet krijgen. Maar de week erop, hadden ze bijvoorbeeld goed verdient, dan was het 5 gulden voor de baas en voor mij ook een knaak, een drankje en een knuffel, en daarbij stikte je bijna in de rijkbedeelde dames van de Kaap.

 

Ja, mooie tijden! Kochten jullie vroeger ook op de Lat?

Unieke haven- en schepenfotografie van Cornelis Nieuwland

‘Cornelis Nieuwland – Haven- en schepenfotografie Rotterdam 1905-1930’ is de titel van een indrukwekkende boek dat deze maand van de pers kwam en dat bij menig haven- en schepenfanaat het hart sneller doet kloppen. Het is een unieke verzameling foto’s die een bijzonder stuk Rotterdamse en maritieme geschiedenis blootlegt. Schepen uit alle windstreken van de wereld en in allerlei soorten en maten, deden de havens van Rotterdam en die van het Waterweggebied aan. Dit magnifieke en levendige beeld was de inspiratiebron voor fotograaf Cornelis Nieuwland. Duizenden schepen trokken aan de lens van zijn camera voorbij. Nieuwland was voor zover bekend de enige schepenfotograaf in Rotterdam in de eerste helft van de twintigste eeuw. Zijn nalatenschap vormt een uniek fotoarchief over de spectaculaire groei van de havens.

Cornelis Nieuwland vertoeft al 45 jaar niet meer in het land der levenden. Dat kan ook niet omdat hij in 1882 in Den Helder werd geboren en met zijn ouders verhuisde naar het Rotterdamse schiereiland Katendrecht tussen de Rijn- en Maashaven. Zijn vader was fondsbode (in de volksmond ‘borstbode’) en haalde aan de deur geld op voor onder meer de begrafenisverzekering. Al snel na de vestiging begon Cornelis Nieuwland als 18-jarige omstreeks 1900 met het fotograferen van havens en schepen die de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg bevoeren. Gelukkig is zijn bijzondere levenswerk bewaard gebleven. Uitvalsbasis van de ras-Katendrechter waren de studio’s die hij achtereenvolgens had aan de Sumatraweg, Rechthuislaan en Atjehstraat.

Tot 1930 fotografeerde hij duizenden sleepboten, zeetjalken, passagiers-, stoomvracht-, rader- en zeilschepen. Niets ontging hem. De vaak onzichtbare en daardoor geheimzinnige lading, de soms wonderlijke scheepsnamen als Hector, Mars, Fyglia, Ekaterina of Themisto en hun exotische herkomst prikkelden zijn fantasie en dat is vandaag de dag bij velen nog steeds het geval.

Cornelis Nieuwland fotografeerde vanaf levendige kades en vanuit een motorboot waarmee hij langs steden als Schiedam, Vlaardingen en Maassluis tot Hoek van Holland voer. Vermoedelijk werkte hij in opdracht van onder meer rederijen. Over het leven van Cornelis Nieuwland is nauwelijks iets bekend, van wie hij het vak geleerd heeft evenmin. Wel bekend is zijn deelname aan de Katendrechtse middenstand en het oppikken van een bijzondere gebeurtenis als een grote brand op het stoomschip ‘Sommelsdijk’ in de Maashaven. Het waren zijstappen in zijn carrière. Dat gold ook zijn fotostudio aan huis voor portretfotografie en de verkoop van prentbriefkaarten van schepen. Uit de collectie van ruim duizend bewaard gebleven glasnegatieven is door documentairemaker Joop de Jong van uitgeverij Diafragma het fotoboek samengesteld. Hij kreeg medewerking van maritieme kenners als Marien Lindenborn, Frits Gierstberg en Ben Maandag. Het is de eerste uitgave van een serie fotoboeken over onbekende Rotterdamse fotografen.

Dit boek telt 128 pagina’s met ruim negentig foto’s en is sinds 8 november verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijdiafragma.nl Isbn: 7989490631093. Het kost 22,50 euro, maar er is ook een speciale uitgave met een keuzeprint 40 bij 30 cm. van één van de unieke Nieuwlandfoto’s en deze kost 100 euro.

Rotterdam Charlois

Als vrijwilliger van het WNF ging ik naar een stand in het Zuiderpark, waar het WNF stond omdat Charlois 550 jaar bestaat en dit uitgebreid viert. Als je op zuid woont, hoort Charlois daarbij, zodat ook ik daar soms kom. Vroeger kwam ik er regelmatiger, omdat mijn toenmalige vriend daar woonde en omdat ik een blauwe maandag op Taekwondo zat op de Katendrechtse Lagendijk. Vreemd eigenlijk dat je bijna niet komt in een wijk die vlak naast de jouwe ligt. Hoewel ik er, eerlijk is eerlijk, ook niets te zoeken heb en er niet wil wonen.

Hoe komt dat toch, dat we zo plek gebonden zijn? Zou dat ook zo met de dieren zijn? Hebben dieren ook hun voorkeur? Ik was er van overtuigd dat Charlois iets bijzonders moet hebben en misschien wel meer dan ik dacht. Dus ben ik gaan zoeken. Ik laat me informeren op het internet en zoek naar 550 jaar Charlois. Karel de Stoute heeft in het jaar 1462, dus 550 jaar geleden, het grondgebied ‘het land van Charollais’ overgedragen aan vijf grondheren. De namen van deze grondheren zijn tot op de dag van vandaag terug te vinden in straatnamen van Oud-Charlois. Zo ook Karel de Stouteplantsoen in Oud Charlois. Charlois is vernoemd naar het graafschap Charlorois in het hertogdom Bourgondië. In 1458 kreeg de graaf van Charolois, Karel van Bourgondië, ook wel Karel de Stoute (= Dappere) genoemd, van zijn vader Filips de Goede het Land van Putten te leen. Om zijn grondbezit te vermeerderen gaf Karel in 1460 een stuk rietland, Ryerwaert geheten, aan enkele grondheren (Matteys de Huyzer, IJsbrand Uyt ten Hage, Arend van der Woude en Anthony Michelsz. van Eversdijck) in eigendom om het te bedijken. Voorwaarde was dat het land Charolois zou heten, naar de graaf van Charolois, en dat er een kerk gesticht zou worden gewijd aan de heilige martelaar Sint Clement. Op 14 april 1462 bevestigde Karel de voorwaarden en daarmee was de stichting van Charlois een feit. Charlois was tot 1895 een zelfstandig, voornamelijk agrarisch dorp, totdat het in dat jaar werd geannexeerd door Rotterdam. Deelgemeente Charlois bestaat sinds 1973, is een van de drie eerste deelgemeenten van Rotterdam en telt (op 1 oktober 2011) 64.566 inwoners. Dit is leuk om als feit te weten. Maar wat kan ik er mee? Dus zoek ik verder op het internet naar iets wat mij aanspreekt waar ik wel wat mee kan.

Ik lees dat van donderdagavond 21 t/m zondag 24 juni het Kunstweekend Charlois 2012 is gehouden en dat het historisch hart van Oud-Charlois op zaterdag 23 juni het toneel was van Bazar Bizar; het leukste kleinschalige festival van Rotterdam. Het is inmiddels juli, dus dat schiet ook niet op…

Voor de buitenwereld werd Charlois ook wel saarloos genoemd en dit gevoel blijft nu zeker voor mij bestaan. Daarom ook kwam ik er niet vaak of graag. Daarbij weet ik en lees ik ook dat er problemen in de wijk zijn. Logisch, de wijk heeft niet zo veel leuks te bieden. Wel geniet het van een prachtig park en een mooi gebouw de Olifant en de Molen. Maar goed, hoe vaak kom je daar nou? Met slecht weer ga je niet het park in, behalve dan dat je de hond moet uitlaten! En in de Olifant kom je als er een feest is of als er getrouwd wordt en ook dat is niet iets wat je dagelijks mee maakt. In de Molen kocht ik weleens bloem om heerlijke cake te bakken, echt een succes!

Ik vraag me wel gelijk af, wat is er daar voor de kinderen? Want het blijkt als ik googel dat Charlois een probleem wijk is een zogenaamde  ‘achterstandswijk’. Treurig. Hier moet toch iets aan gedaan worden, zeker voor de jeugd!

Omdat ik afdwaal en terug ga naar mijn jeugd komt gelijk  jeugdland weer in mijn herinnering. Een van de dingen die je kon doen, in de weken dat je vakantie had. Heerlijk knutselen of kanoën in het Zuiderpark. Ook kan ik me herinneren dat naast Ahoy vele stands waren waar ik me als kind helemaal kon laten gaan met mijn fantasie. Eten en drinken genoeg, dat kreeg je volop van de bonnen, maar ook vanuit huis werd ik vol gepropt. Dagen kon ik daar verblijven, naar mijn gevoel nu. Later toen ik ouder werd ging ik naar de Plompert samen met mijn vriendin. Wat hebben we daar genoten! Zo leuk met de badmeesters Aad, Pije en een andere badgast ene Hamsa die van de 5 meter mooie salto’s maakte. Wij lagen altijd op de tribune, dat wil zeggen, mijn vriendin, ik was super actief en zwom, dook, leerde salto’s en probeerde, toen ik bezig was met mijn zesde diploma, de vlinderslag. Jammer genoeg is dit zwembad weg. Jammer voor de kinderen van nu, althans dat denk ik, misschien zouden zij dit niet zo beleven. Waar heeft een kind behoefte aan? Een kind van nu, deze tijd, tijd van Mobiele telefoon en Ipod of BB. Een park?

Charlois heeft het Zuiderpark en wat kan dan de jeugd met name aangeboden worden? Een park op zich, speelt niet in de fantasie bij een kind! Wel als er activiteiten zijn, zoals de bewuste dag in juni waarbij het WNF aanwezig was. Het WNF wil problemen onder de aandacht brengen met bijvoorbeeld de Panda beer, er is dan een spel met onder ander deze vraag, ‘hoeveel Panda’s leven er nog?’ Of ‘weet je dat de tijger met uitsterven bedreigd word?’ En Waarop moet je letten als je een fout souvenir mee zou kunnen nemen uit het buitenland’?’ (Olifant) Ivoor of (krokodil) tassen om maar wat te noemen. Deze informatie kan spelenderwijs aangeboden worden, wat het WNF ook deed. Kinderen vinden dit leuk en leren dit snel.

Wat mij opviel is de houding van sommige  ouders en dat ze helemaal niet zo met het WNF bezig zijn of de natuur in het algemeen. Dat er nog 1600 pandas zijn… en dat de tijger… wie ook al weer? met uitsterven…. O ja! Nou we gaan weer snel verder en het kind moet soms mee. Gelukkig mochten er ook kinderen wél mee doen, of het spel zag er zo leuk uit dat het kind per se zelf wil meespelen. Ik was één van de mensen die kinderen ging halen of proberen over te halen om mee te doen. Ouders geven dan antwoord voor hun kind, terwijl ik het kind juist met name aansprak! Willen ouders niet dat ze mee doen? Willen ze geen tijd er aan besteden? Ze zeggen dat ze later terug komen maar helaas dan nooit meer gezien, op een enkeling na. Andere WNF vrijwilligers schreven kinderen in, of deden make up van Panda op of deden een spel met ze en een van ons liep in een Panda pak, wat bijna ieder kind zo leuk vind. Toch het was niet druk en het liep bij het WNF zeker niet storm. Het weer speelde mee, beetje te veel wind en te weinig zon. Toch, als ik dit vergelijk met bijvoorbeeld Jeugdland zegt dit veel over de plek, de mensen en hun persoonlijke doelen. Problemen worden zo niet goed onder de aandacht gebracht, ook niet van henzelf. Ze leren niet naar waardevolle zaken te kijken en gaan er dan ook anders mee om.

Er ligt nog een hoop werk voor Charlois! Ook voor het WNF die juist ook met de kinderen bezig is, de toekomst en bewustwording van wat er allemaal gebeurt in jouw leven, jouw wijk, jouw wereld. Waar we zo bewust van moeten zijn en moeten koesteren!

Rotterdam Zuid

Een vriendin van mij krijgt binnenkort een gast over uit Gelderland. Ze vertelde mij dat ze het leuk zou vinden om de gast een tour door Rotterdam te geven. Deze vriendin  ken ik goed en ik weet dat zij vanuit Zuid niet vaak de brug over gaat naar het centrum, laat staan naar de rest van Rotterdam.  Ken je Rotterdam wel goed genoeg om hem een tour door Rotterdam te geven, vraag ik haar. Nee, zegt ze eerlijk, eigenlijk helemaal niet zo goed, ze grinnikt en jij? Ja, ik ken Rotterdam goed, zeg ik. Je hoeft niet meteen naar het centrum, op Zuid is al genoeg te doen. Laten we daar beginnen.

Rotterdam Zuid.
Rotterdammers hebben een raar iets, zij die komen van de rechtermaasoever  hebben niets met Zuid (de boerenzij) en  visa versa. Veel mensen van de rechter maasoever, die ik gesproken heb in de afgelopen jaren, zijn zelfs nooit op Zuid geweest, iets wat voor mij bijna onmogelijk lijkt. Natuurlijk dwingt mijn nieuwsgierigheid me om te vragen waarom ze nooit naar de Linkeroever oftewel de boerenzij zijn gegaan. ‘Ze’ zeggen dan dat ze daar niets te zoeken hebben, ze kennen er niemand of wat dan ook. Een aantal belangrijke punten die ze naar Zuid kunnen laten gaan zijn het Feyenoordstadion, het  Zuiderziekenhuis (wat nu Maasstadziekenhuis is)  en eventueel een collega of geliefde die er woont. Dan houdt het een beetje op, waarom zouden ze anders op Zuid komen? Andersom is het ook zo; vele mensen van Zuid gaan niet regelmatig over de brug. Dit zijn er wel meer omdat je in het centrum kan winkelen en uitgaan. Toch heeft een doorsnee persoon van Zuid niet veel met het centrum, al helemaal niet om er te gaan wonen.

Mensen uit het centrum komen liever niet naar Zuid en er gaan wonen doen ze al helemaal niet. Een paar eeuwen geleden werd Zuid verbonden met Rotterdam. De eerste stap van Rotterdam naar Zuid werd gezet in 1591. Rotterdam kocht toen een groot deel van het Feyenoord (het gebied tussen het Zwanegat en de Nieuwe Maas). In 1658 werd het restant van Feyenoord gekocht. Feyenoord werd gebruikt om zaken onder te brengen die men liever niet in de stad had, zoals het pesthuis, een traankokerij en de galg van de Admiraliteit. De voorgeschiedenis van Rotterdam Zuid is dat er boeren kwamen wonen. Veel Zeeuwse maar ook Brabantse boeren kwamen toen naar Rotterdam om onder andere in de haven werk te zoeken. Zij hadden het geld niet, geen vervoer en waarschijnlijk ook gewoon niet de puf om even naar de andere kant van de Maasoever te gaan.

De zeer lange dagen die gewerkt werden, en de zware arbeid maakten dat de mensen vroeg naar bed gingen. Mogelijk is hierdoor in het prille begin al een kloof ontstaan. De boeren kregen kinderen en kleinkinderen  en tradities worden voortgezet… naar het centrum gaan doe je niet zomaar! En de mensen uit het centrum doen exact zo, met de mensen van de boerenzij hadden zij niets. Klopt als een bus, toendertijd, lang geleden!

Vroeger (in mijn jonge jaren ) was  op zuid ook niet veel te doen. Uitgaan kon alleen maar in het Centrum, behalve in de discotheek Mallegat die erg gezellig was.
Wij, diezelfde vriendin en ik, gingen zodra we konden, maar vooral mochten, naar het centrum – Hofplein waar op de hoek de sensationele Bristol – discotheek stond. Dit was spannender! Wat een herinneringen, zo mooi! Naar mijn gevoel is er later nooit meer zo’n discotheek gekomen. Dat was het! Of dat werkelijk zo is, valt te betwijfelen, dat was mijn herinnering en dat gaat niet meer weg, tenzij er iets is wat overtreft. Bristol viel niet te overtreffen, voor mijn gevoel, met zijn spannende verhalen. Een portier die in een Rolls Royce reed, er is ooit iemand dood geschoten, het publiek dat anders gekleed ging, mooi en vooral apart. De waanzinnige ronde koepel. Binnen de ronde zitjes en waanzinnige dansvloer, waar je ook vanaf boven kon kijken. Dit alles maakte het zo ALLES.

Immers er gebeurde in de tijd dat ik jong was weinig tot niets. Er was meer, Studio 54 om maar wat te noemen. Le Bateau onder het Hilton. The Pup onderin, op het Stadhuisplein. Maar geen enkele disco had het zoals Bristol. Op Zuid had je wat zaken restaurants en kroegen, waar je niet wilde komen om te dansen en gezellig met je (aanstaande) geliefde te eten.

Nu anno 2012 is er veel te doen op Zuid. Een prachtige haven bij de Cargadoor kade waar privé jachten en mooie sloepen liggen, leuk om te winkelen en te wandelen want het is omringd door o.a. mooie winkels en gezellige restaurants.

Ga je naar de Wilhelminapier dan ga je wat bijzonders beleven! We beginnen bij het Nieuwe Luxor, daarnaast New Orleans waar o.a. het Theater Lantaren /Venster is gevestigd  en dat ook is omringd door restaurants. De Montevideo aan de Maas, Hotel New York, mijn persoonlijke aanbeveling! Geweldige locatie, daar moet je zijn!

Als je op de Wilhelminapier bent  word je direct geconfronteerd met de bouw van het prachtige gebouw van Remco Koolhaas ‘De Rotterdam’ dat het grootste gebouw van Nederland gaat worden. Loop of rij je wat verder dan zie je het Nederlands Fotomuseum, gevestigd in voormalig pakhuis Las Palmas waar prachtige tentoonstellingen te zien zijn!

Momenteel is er een prachtige tentoonstelling JULIAN GERMAIN THE FUTURE IS OURS CLASSROOM PORTRAITS 2004-2012 Van 2 juni  tot 2 september 2012
Voor zijn serie Classroom Portraits fotografeert de Britse fotograaf Julian Germain schoolklassen van over de hele wereld. De gedetailleerde kleurenfoto’s vertellen het verhaal van de leerlingen, de school en hun leefomgeving.

De Rijnhavenbrug in Rotterdam Katendrecht is met de Wilhelminapier verbonden. De nieuwe 160 meterlange voetgangers- en fietsbrug landt op het Landverhuizersplein aan de zijde van de Wilhelminapier en op het plein tussen de twee Fenixloodsen aan de zijde van Katendrecht. De verbinding vergroot de aantrekkelijkheid van zowel Katendrecht als de Wilhelminapier. Ook vormt de brug voor bezoekers van de ss Rotterdam een aantrekkelijke alternatieve route.

Na jaren varen over de wereldzeeën, ligt de SS Rotterdam permanent in de Rotterdamse haven. Het schip heeft een lange en rijke historie. Dat is te zien en te voelen! Vandaag is de ss Rotterdam een bijzondere plek waar u kunt eten, drinken, feesten, trouwen, overnachten, uitgaan, vergaderen, toeren en werken. Beleef de ss Rotterdam!

Katendrecht is een plek waar Chinezen al 100 jaar wonen en er is op de Kaap dan ook een Chinees Handelscentrum op komst. De realisatie van het ECC (European Chinese Center), kost 100 miljoen euro. Het complex in het Rotterdamse Rijnhavengebied omvat kantoorruimten voor Chinese en op China georiënteerde Nederlandse bedrijven, woningen, winkels, restaurants en een Chinees hotel.

Er is nog veel meer over Rotterdam Zuid te vertellen, bijvoorbeeld de mentaliteit! Rotterdam onderscheidt zich door haar nuchtere en no-nonsense instelling en de behoefte aan efficiëntie en daadkracht. Een karakterschets van Rotterdam luidt: ‘Nuchter, zelfbewust, internationaal georiënteerd, technologisch, open, individualistisch, ondernemend en ambitieus’.

Als laatste de Trots van Zuid. Uiteraard het Feyenoordstadion! Op zaterdag 27 maart 1937 werd het Feyenoordstadion feestelijk geopend. Leden van de atletiekafdeling van Feyenoord droegen in een estafette vanaf de Kromme Zandweg de clubvlag het nieuwe stadion binnen, waar alle spelende leden van Feyenoord een levend lint rondom het veld vormden.

Bijna iedereen op Zuid heeft iets met Feyenoord en zijn Legioen. Velen hebben een seizoenskaart en gaan naar iedere (thuis) wedstrijd. Dit seizoen is Feyenoord uit een dal geklommen. Ron Vlaar kijkt met een trots gevoel terug op de prestatie die Feyenoord het afgelopen seizoen heeft geleverd. De verdediger, die momenteel met het Nederlands elftal in voorbereiding is op het EK, stelt deze maand in Feyenoord Magazine dat niet alleen de ploeg een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar ook hijzelf. ‘Goed is niet langer goed genoeg.’

Naast het Feyenoord stadion ligt de Bioscoop Pathé waar de nieuwste films worden getoond. Het is een mooi groot gebouw met een gezellige accommodatie waar je naast de film ook een stukje uitgaan op z’n Amerikaans kan beleven. Cola, Popcorn, de nieuwste film en een leuke date bij je; ingrediënten voor een super avond!

Dit alles vertel ik mijn vriendin. Ze is enthousiast maar ook enigszins verrast omdat ze er nooit zo bij stil heeft gestaan dat er nu zo veel is op Zuid. Genoeg om iets leuks te doen, om ergens heen te gaan om je gast rond te leiden.

Op dit moment word er heel veel geld geïnvesteerd in Rotterdam Zuid om over een periode Zuid geweldig te laten zijn in wonen en werken. Wat het nu al is! Zuid is volwassen geworden, daar moet je zijn!

Adri Troost onverbloemd over zijn leven in boek ‘Met de Muziek mee’

Als vader Troost er nog zou zijn, zou hij trots zijn op zoonlief Adri. Sinds hij uit de korte broek is – en Rotterdammer was geworden – is hij actief als musicus, organisator, entertainer, promotor, geluidstechnicus, producent, presentator en vlieger in de lichte luchtvaart. Jaren achtereen was hij met eigen en andere orkesten op tournee door Nederland, Duitsland, Zweden, Noorwegen, Spanje,  Oostenrijk en Zwitserland.

Dat vormde hem tot een creatieve en humorvolle man met levenservaring, naam en faam, maar er gingen ook twee huwelijken door kapot. Op zijn derde jawoord – 31 jaar geleden gegeven aan Helma – heeft de zwarte kant van zijn beroep geen invloed gehad; Adri had geleerd van de scherven.

Schokkende gebeurtenissen in kinderjaren blijven doorgaans een leven lang hangen. Adri(anus) Troost (1936) is er niet verschoond van gebleven. In de crisisjaren dertig maakte de jongeling op Goeree-Overflakkee van nabij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog mee. En ook nog eens binnen een overheersende strenge kerkleer ineen aparte plattelands mentaliteit, een dominante moeder en een tiran van een stiefvader. Maar als keerzijde van de medaille waren daar ook een bovenal meelevende natuurlijke vader, liefhebbende en hardwerkende grootouders en begripvolle wederzijdse ooms en tantes. Troost senior liet vrijwel niets na om zoon Adri met nieuwe steps en fietsen gelukkig over de dorpspaden te laten rijden.

Op zijn zestiende maakte hij zich los van knellende familie- en geloofsbanden van Sommelsdijk en sloeg zijn vleugels uit naar Rotterdam. De autodidact maakte in de tijd als vrijwilliger bij Defensie zich de muziek en vooral het bespelen van de gitaar eigen. Het behalen van de docentengraad op het Rotterdams Conservatorium was de fundering voor het geven van muziekles. Daarnaast trad Adri Troost op met het toenmalige orkest van André Hazes.

Tussendoor behaalde de vader van twee kinderen ook voor zijn vliegbrevet. Sindsdien heeft hij meer dan drieduizend vlieguren op zijn naam staan. Met bekende vaderlandse artiesten als Ansje van Brandenberg, Lee Towers, Johnny Hoes en Mat Matthews stond hij op de bühne, maar ook met de Amerikaanse jazztrompettist Teddy Cotton was hij op tournee. Hij speelde op Katendrecht, in strandpaviljoens van Rockanje en Hoek van Holland, in grote Rotterdamse zalen en ook op cruiseschepen. Voorts was hij vijftien jaar organisator van eerst Het Vrije Volk Songfestival en daarna het Rotterdams Songfestival.

Op zijn 75ste jaar keek Adri  achterom en besloot zijn kronkelige, creatieve en zéér gevarieerde leven aan het papier toe te vertrouwen. Het werd een zeer lezenswaardig en ook humoristisch open boek van een man die veel bereikte, héél gewoon is gebleven en nog elke dag barst van de plannen.

‘Met de Muziek mee’ telt 98 pagina’s met 26 illustraties en is uitgevoerd in paperback. Uitgever: Boekscout te Soest. Prijs: 14,95 euro. Isbn: 978-94-6206-039-5. Sinds 1 juni  verkrijgbaar in de erkende boekhandel of via www.boekscout.nl

Tranen van vreugde bij weerzien van oudere Katendrechters

Op Katendrecht ben ik in 1946 geboren, dus ben ik – wat men noemt – een babyboomer. Vader kwam eind juli 1945 terug uit Duitsland en moeder was al snel zwanger. Mijn eerste schreeuw gaf ik in de voorkamer van opa en oma Reinier en Trees van Wijk aan de Tolhuislaan 49. Mijn bijna (helaas overleden) drie jaar oudere zus Miep zal toen best in de buurt zijn geweest. Nadat moeder van haar zwangerschap was hersteld, gingen we naar huis. Dat was een zolderkamer van de familie R. van der Gevel boven slager De Pater op de hoek van Heinlantstraat en Groene Hilledijk.

 Vanwege de familieband was ik vaak op Katendrecht te vinden, ging er naar de speeltuin en probeerde te piepen met het heen- en-weertje dat voer tussen de Kaap en de Willemskade. Ondertussen waren we verhuisd naar de (verdwenen) Pantserstraat en werden de Afrikaanderwijk en Hillesluis mijn nieuwe ontdekkingsgebieden. Ik kwam vaak in het patronaat van het Sint Franciscus Liefdewerk in de Brabantsestraat van de paters Bisschop en Bellemakers, die weer in contact stonden met het patronaat Rechthuislaan op Katendrecht. Ze woonden er trouwens ook bij de daar ingerichte wijkkapel.

Ook was ik lid van de padvinderij, de St.-Franciscusgroep, die haar honk had op de zolder van de St.-Louisschool aan de Putselaan. Hopman, zeg maar dé gróte groepsbaas van welpen en verkenners, was de Katendrechtse hoofdagent Theo Arntz. Ik had diep ontzag voor deze man, die autoriteit uitstraalde. Als hij ons welpenhonk betrad, was het doodstil en luisterden we extra nauwgezet naar de opdrachten van onze akela. Twee jaar later had ik andere interesses en zwaaide ik de padvinderij en de hopman en de akela vaarwel. Dat was 54 jaar geleden en ik heb Arntz daarna nooit meer gezien, wel een enkele keer aan hem gedacht en zelfs over hem geschreven. Ik zou hem best weer eens willen zien en spreken, bedacht ik wel eens in een nostalgische bui.

Mijn wens ging zaterdag 12 mei in vervulling toen ik op Katendrecht in letterencafé Tsjechov – de opvolger van het roemruchte café De Unie op de hoek van Delistraat en Lombokstraat – op uitnodiging van Ridderkerker Willem van Meer een reünie bezocht van ex-Katendrechters. Tachtig uitgezwermde schiereilanders waren voor even terug op hun thuishonk met oude foto’s, vreugdetranen en ‘praatje-pot’ onder het genot van smakelijk appelgebak. Ze genoten er op velerlei wijze van. Maar het meest van elkaar, want er lag in het weerzien soms een leemte van zestig jaar.

Uit alle hoeken van het land waren de reünisten gekomen. Onder hen, tot mijn grote vreugde, de 87-jarige Theo Arntz uit Nijmegen. In hem herkenden de meeste bezoekers hun buurtagent van destijds, die woonde aan de Sumatraweg. ,,Het was een fijne tijd,’’ vertrouwde Arntz mij toe nadat we onze herinneringen aan de padvinderij hadden opgehaald. Ton Kegel (72) uit Spijkenisse had het eveneens naar zijn zin. ,,Na 55 jaar heb ik daarnet Anet Rutjes gekust. Ik vond haar toen een leuke meid en dat is ze trouwens gebleven. Nu woont ze in IJsselmonde.’’

Ben Gelaudemans (73) genoot eveneens van het weerzien. ,,We zijn een uitstervend ras, maar onverwoestbaar,’’ zei hij met een armzwaai over de menigte heen en met een grote pils in zijn hand. ,,Ik ben geboren en getogen aan de Rechthuislaan, waar ik in 1962 ben uitgetrouwd. Nu woon ik alweer veertig jaar bij Venlo in Limburg. Mijn Rotterdam en mijn cluppie Feyenoord ben ik trouw gebleven.’’

Herinneringen aan zomerkampen van Sint Franciscus Liefdewerk naar Beuningen en Postel werden met foto’s ondersteund. Verhalen over met stro gevulde slaapzakken en poepen boven een gierput deden ook de ronde. Beeldend waren de verhalen over het wassen ’s ochtend in een teiltje ijskoud water op het boerenerf. ,,Niet voor te stellen wat een geweldige tijd dat is geweest,’’ deed Willem van Meer als herinneringsduit in de zak. Hij broedt op nog een reünie.