Berichten

Feyenoord – Tottenham Hotspur 29 mei 1974.

Zestien jaar was ik en ik mocht met mijn grote broer mee naar de Kuip. Mijn broer was toen sportjournalist bij het Algemeen Dagblad en had kaartjes gekregen om deze UEFA Cup wedstrijd bij te wonen. Natuurlijk was ik opgetogen dat ik mee mocht.

Eenmaal in de Kuip gearriveerd ontdekten wij al heel snel dat wij in het vak met alleen maar Engelsen zaten. De Tottenham supporters waren al duidelijk flink onder de invloed van drank, want zij hadden in de middag al de horeca in het centrum van Rotterdam getrakteerd op een leuke extra omzet. Zelf durfden wij amper iets te zeggen, want we waren een soort van ‘als de dood’ dat zij zouden ‘ontdekken’ dat wij Feyenoord supporters waren.

Toch was het in eerste instantie wel een gezellige boel en ik vond het wel een aparte belevenis om tussen die Engelsen te zitten.
Voor ons zagen wij nog een Feyenoord supporter. Deze man stond driftig met een grote vlag te zwaaien, maar de Engels vonden dat geen probleem.

Uiteindelijk sloeg de vlam in de pan. Stalen hekken werden omver geduwd alsof het luciferhoutjes waren, stoelen werden losgerukt en alles wat los en vast zat werd gebruikt als wapen. De Engelsen klommen over de omheining richting vak GG. Het veranderde in een oorlogstafereel.

Tot mijn verbijstering zag ik hoe met ijzeren staven op mensen werd ingehakt en hoe mensen gewoon van de eerste ring naar beneden werden gegooid. De situatie was allesbehalve veilig en wij moesten z.s.m. een veilig heenkomen zien te vinden. Nederlands praten durfden wij amper.

Doodsbang was ik, want wat ik allemaal om mij heen zag, zag je niet eens in een film. Wij baanden ons een weg en van alles vloog om mijn oren en ik hoorde geschreeuw en zag bebloede mensen om mij heen. Uiteindelijk stonden we voor een hek en mijn broer heeft mij daar een
soort van over heen gegooid. Het ergste gevaar was voorlopig geweken. Opeens hoorden we de stadionspeaker mijn broer omroepen. Hij moest zich melden in de radiokamer. Ik kan je verzekeren dat het heel, heel raar klinkt, als je opeens je naam door de luidsprekers in de Kuip hoort.

Voorzichtig probeerden wij ons een weg naar beneden te banen. Om ons heen was een veldslag aan de gang. ‘Supporters’ gingen niet met elkaar op de vuist, maar belaagden elkaar met alle mogelijke attributen die enigszins als wapen konden dienen. Terwijl wij probeerden via de trappen naar beneden te komen, baande de politie zich voorzichtig een weg naar boven.

Uiteindelijk arriveerden wij in de catacomben van de Kuip en hier ontvouwde zich een schouwspel dat ik mij tot op de dag van vandaag glashelder kan herinneren. Gewonde mannen, vrouwen en kinderen werden achter elkaar naar binnengebracht. Mijn broer moest contact opnemen met de redactie van het Algemeen Dagblad, want zij wisten dat hij in het stadion was. Ze wilden dat hij verslag zou doen van deze rellen. Ook gingen er al spoedig geruchten dat de boot, die de Tottenham Hotspur fans naar Engeland zou terugbrengen, niet van plan was om uit te varen. Mijn broer moest naar Hoek van Holland, want men verwachtte daar ook nog problemen.

Geregeld werd dat ik met een collega van mijn broer, Van Hemert van het ANP, thuis gebracht zou worden. Deze journalist moest echter ook eerst nog even zijn ‘werk’ doen en ik werd ‘gedropt’ bij de ingang van de EHBO en hier moest ik wachten. Met ontzetting sloeg ik alles gade. Kermende en bebloede mensen zouden mijn netvlies een lange tijd beheersen. Opeens vroeg een journalist iets aan mij, want ik stond daar, zonder kleerscheuren, keurig voor de deur te wachten. Ik vertelde dat ik op de desbetreffende tribune zat en dat ik alles van zeer dichtbij had meegemaakt. Binnen de kortste keren had ik tal van journalisten om mij heen. Keer op keer moest ik mijn verhaal vertellen.

Ondertussen kwam er geen einde aan de stroom van gewonden. Ik zag de meest verschrikkelijke verwondingen. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen Nederlanders en de Engelsen. Zo lagen opeens ‘fans’, die eerder geprobeerd hadden om elkaar hersens in te slaan, nu gebroederlijk naast elkaar. Het was een enorme chaos. Uiteindelijk kwam van Hemert van het ANP mij halen. Het was tijd om te gaan. Inmiddels was de Kuip grotendeels verlaten, maar buiten was het nog een pandemonium van opstootjes en geweld. De Rolls Royce, met Engels kenteken, die wij bij het betreden van het stadion eerder die avond, in volle glorie hadden mogen aanschouwen, stond er nu bij als een schroothoop. Totaal vernield.

’s Avonds laat kwam ik totaal onthutst thuis en ik wist eigenlijk niet wat ik nu daadwerkelijk had meegemaakt.
Ik had de schrik goed te pakken en het zou jaren duren, eer ik weer de weg naar de Kuip wist te vinden.
Saillant detail is dat in de documentaire over Feyenoord vanzelfsprekend deze schokkende gebeurtenis getoond wordt en je kan dan ook duidelijk horen dat mijn broer wordt omgeroepen.
In 1974 had de wereld voor het eerst daadwerkelijk kennis gemaakt met ‘hooligans’ en vandalisme.
Het is een negatieve rol voor de Kuip, maar valt helaas niet meer terug te draaien.

Jeroen Noppen

Unieke haven- en schepenfotografie van Cornelis Nieuwland

‘Cornelis Nieuwland – Haven- en schepenfotografie Rotterdam 1905-1930’ is de titel van een indrukwekkende boek dat deze maand van de pers kwam en dat bij menig haven- en schepenfanaat het hart sneller doet kloppen. Het is een unieke verzameling foto’s die een bijzonder stuk Rotterdamse en maritieme geschiedenis blootlegt. Schepen uit alle windstreken van de wereld en in allerlei soorten en maten, deden de havens van Rotterdam en die van het Waterweggebied aan. Dit magnifieke en levendige beeld was de inspiratiebron voor fotograaf Cornelis Nieuwland. Duizenden schepen trokken aan de lens van zijn camera voorbij. Nieuwland was voor zover bekend de enige schepenfotograaf in Rotterdam in de eerste helft van de twintigste eeuw. Zijn nalatenschap vormt een uniek fotoarchief over de spectaculaire groei van de havens.

Cornelis Nieuwland vertoeft al 45 jaar niet meer in het land der levenden. Dat kan ook niet omdat hij in 1882 in Den Helder werd geboren en met zijn ouders verhuisde naar het Rotterdamse schiereiland Katendrecht tussen de Rijn- en Maashaven. Zijn vader was fondsbode (in de volksmond ‘borstbode’) en haalde aan de deur geld op voor onder meer de begrafenisverzekering. Al snel na de vestiging begon Cornelis Nieuwland als 18-jarige omstreeks 1900 met het fotograferen van havens en schepen die de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg bevoeren. Gelukkig is zijn bijzondere levenswerk bewaard gebleven. Uitvalsbasis van de ras-Katendrechter waren de studio’s die hij achtereenvolgens had aan de Sumatraweg, Rechthuislaan en Atjehstraat.

Tot 1930 fotografeerde hij duizenden sleepboten, zeetjalken, passagiers-, stoomvracht-, rader- en zeilschepen. Niets ontging hem. De vaak onzichtbare en daardoor geheimzinnige lading, de soms wonderlijke scheepsnamen als Hector, Mars, Fyglia, Ekaterina of Themisto en hun exotische herkomst prikkelden zijn fantasie en dat is vandaag de dag bij velen nog steeds het geval.

Cornelis Nieuwland fotografeerde vanaf levendige kades en vanuit een motorboot waarmee hij langs steden als Schiedam, Vlaardingen en Maassluis tot Hoek van Holland voer. Vermoedelijk werkte hij in opdracht van onder meer rederijen. Over het leven van Cornelis Nieuwland is nauwelijks iets bekend, van wie hij het vak geleerd heeft evenmin. Wel bekend is zijn deelname aan de Katendrechtse middenstand en het oppikken van een bijzondere gebeurtenis als een grote brand op het stoomschip ‘Sommelsdijk’ in de Maashaven. Het waren zijstappen in zijn carrière. Dat gold ook zijn fotostudio aan huis voor portretfotografie en de verkoop van prentbriefkaarten van schepen. Uit de collectie van ruim duizend bewaard gebleven glasnegatieven is door documentairemaker Joop de Jong van uitgeverij Diafragma het fotoboek samengesteld. Hij kreeg medewerking van maritieme kenners als Marien Lindenborn, Frits Gierstberg en Ben Maandag. Het is de eerste uitgave van een serie fotoboeken over onbekende Rotterdamse fotografen.

Dit boek telt 128 pagina’s met ruim negentig foto’s en is sinds 8 november verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijdiafragma.nl Isbn: 7989490631093. Het kost 22,50 euro, maar er is ook een speciale uitgave met een keuzeprint 40 bij 30 cm. van één van de unieke Nieuwlandfoto’s en deze kost 100 euro.

Adri Troost onverbloemd over zijn leven in boek ‘Met de Muziek mee’

Als vader Troost er nog zou zijn, zou hij trots zijn op zoonlief Adri. Sinds hij uit de korte broek is – en Rotterdammer was geworden – is hij actief als musicus, organisator, entertainer, promotor, geluidstechnicus, producent, presentator en vlieger in de lichte luchtvaart. Jaren achtereen was hij met eigen en andere orkesten op tournee door Nederland, Duitsland, Zweden, Noorwegen, Spanje,  Oostenrijk en Zwitserland.

Dat vormde hem tot een creatieve en humorvolle man met levenservaring, naam en faam, maar er gingen ook twee huwelijken door kapot. Op zijn derde jawoord – 31 jaar geleden gegeven aan Helma – heeft de zwarte kant van zijn beroep geen invloed gehad; Adri had geleerd van de scherven.

Schokkende gebeurtenissen in kinderjaren blijven doorgaans een leven lang hangen. Adri(anus) Troost (1936) is er niet verschoond van gebleven. In de crisisjaren dertig maakte de jongeling op Goeree-Overflakkee van nabij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog mee. En ook nog eens binnen een overheersende strenge kerkleer ineen aparte plattelands mentaliteit, een dominante moeder en een tiran van een stiefvader. Maar als keerzijde van de medaille waren daar ook een bovenal meelevende natuurlijke vader, liefhebbende en hardwerkende grootouders en begripvolle wederzijdse ooms en tantes. Troost senior liet vrijwel niets na om zoon Adri met nieuwe steps en fietsen gelukkig over de dorpspaden te laten rijden.

Op zijn zestiende maakte hij zich los van knellende familie- en geloofsbanden van Sommelsdijk en sloeg zijn vleugels uit naar Rotterdam. De autodidact maakte in de tijd als vrijwilliger bij Defensie zich de muziek en vooral het bespelen van de gitaar eigen. Het behalen van de docentengraad op het Rotterdams Conservatorium was de fundering voor het geven van muziekles. Daarnaast trad Adri Troost op met het toenmalige orkest van André Hazes.

Tussendoor behaalde de vader van twee kinderen ook voor zijn vliegbrevet. Sindsdien heeft hij meer dan drieduizend vlieguren op zijn naam staan. Met bekende vaderlandse artiesten als Ansje van Brandenberg, Lee Towers, Johnny Hoes en Mat Matthews stond hij op de bühne, maar ook met de Amerikaanse jazztrompettist Teddy Cotton was hij op tournee. Hij speelde op Katendrecht, in strandpaviljoens van Rockanje en Hoek van Holland, in grote Rotterdamse zalen en ook op cruiseschepen. Voorts was hij vijftien jaar organisator van eerst Het Vrije Volk Songfestival en daarna het Rotterdams Songfestival.

Op zijn 75ste jaar keek Adri  achterom en besloot zijn kronkelige, creatieve en zéér gevarieerde leven aan het papier toe te vertrouwen. Het werd een zeer lezenswaardig en ook humoristisch open boek van een man die veel bereikte, héél gewoon is gebleven en nog elke dag barst van de plannen.

‘Met de Muziek mee’ telt 98 pagina’s met 26 illustraties en is uitgevoerd in paperback. Uitgever: Boekscout te Soest. Prijs: 14,95 euro. Isbn: 978-94-6206-039-5. Sinds 1 juni  verkrijgbaar in de erkende boekhandel of via www.boekscout.nl