Berichten

Historie Sint Franciscus Gasthuis vastgelegd in fraai boekwerk

Het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam heeft de respectabele leeftijd van 120 jaar bereikt. Voor  Aad Koster, Annemiek Kunen, Cees Commerell en Pierre Pijpers was dat reden voor het schrijven en samenstellen van een fraai boekwerk: ‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 – 1912’. Het eerste exemplaar is voor Zuster Agnita. De Augustinesse non was tot op het laatst van haar loopbaan verantwoordelijk voor de Eerste Hulp in het van oorsprong katholieke ziekenhuis.

Hubertus Kusters was er twaalf decennia terug de grondlegger van. De pater Franciscaan was als pastoor werkzaam in het centrum van Rotterdam. Hij opende het ziekenhuis voor arme rooms-katholieke zieken en zal toen niet hebben bevroed dat zijn initiatief zou uitgroeien tot een van de belangrijkste ziekenhuizen van Rotterdam en wijde omgeving. Menigeen zal nog herinneringen hebben aan het oude ziekenhuisgebouw aan de Schiekade met de hol klinkende gangen en de hoge plafonds in de verpleegzalen.

Oer-Rotterdammer Koos Postema schreef in het voorwoord dat de kerstnacht van 1997 in het doodstille ziekenhuis in zijn geheugen staat gegrift. ,,Op de afdeling waar baby’s ter wereld komen, werd de tweeduizendste van dat jaar verwacht – een kerstkind. Mijn microfoon van Radio Rijnmond had ik in de aanslag en het kind kwam in die historische nacht ter wereld. Het was een Turks kindje. Een mooi jongetje met gelukkige ouders, die geen Kerstmis kennen.’’

Over de reden van zijn voorwoord: ,,Ik woon al jaren niet meer in de buurt van Rotterdam, maar aan het Sint Franciscus Ziekenhuis heb ik heel wat onvergetelijke herinneringen. Ik kwam of kom er regelmatig op bezoek bij familie of kennissen. Daarnaast ook om te helpen bij de presentatie van feestelijkheden, zoals bij het afscheid van een directeur, maar ook bij de ingebruikname van een zeer uitgebreide dialyseafdeling.’’

Waarmee Koos Postema tegelijk aangeeft hoe het ziekenhuis, dat op 26 mei 1892 is begonnen met twaalf bedden aan de Oppert, is uitgegroeid tot een topklinisch en hoog gewaardeerd instituut in 2012.

Niet alleen de beperkte capaciteit van het Gasthuis aan de Oppert leidde naar het uitzien van een andere behuizing. Ook de kwaliteit van het gebouw en de bedompte omgeving lieten te wensen over. Een doordringende alcohollucht van de distilleerderij op de begane grond, evenals de hinder van ongedierte, lieten de verantwoordelijken zoeken naar andere huisvesting. In september 1892 viel de keuze op het pand Schiekade 64 met ruim uitzicht op de Schie. Nog voordat het nieuwe ziekenhuis in gebruik zou worden genomen, werd al besloten om op het bestaande pand een etage te bouwen. Hierdoor ging het nieuwe complex ruimte bieden aan vijftig tot zestig zieken en twintig zusters. De verhuizing daarheen van de Oppert was op 19 juni 1893 een feit.

In het boek komen in vier hoofdstukken chronologisch aan de orde de locaties van het Gasthuis door de jaren heen, de afdelingen, de impact van de Tweede Wereldoorlog en de belangrijke rol van de zusters Augustinessen in de ontwikkeling van de organisatie. Alle hoofdstukken worden geopend met foto’s van gebrandschilderde ramen uit de kapel van het voormalige gebouw aan de Schiekade. Bij de afbraak zijn deze zorgvuldig uit de sponningen gehaald en terug te vinden in onder meer de polikliniekgangen van het op 16 december 1975 geopende nieuwe ziekenhuis aan de Kleiweg.

Het boek geeft een ruime inkijk in de ontwikkeling van het ziekenhuis, zowel qua gebouwen als van de afdelingen. Extra inkijkjes zijn er van de Tweede Wereldoorlog. Het boek is een uniek naslagdocument voor elke rechtgeaarde Rotterdammer met belangstelling voor de historie van de stad.

Prof. dr. Paul van de Laar, bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zei na lezen: ,,Een verrassend document. Door de veelzijdigheid aan beeldmateriaal wordt een goed beeld geschetst van het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis door de tijd heen. Een aanrader voor elke liefhebber van de stad en geïnteresseerde in de ontwikkeling van de gezondheidszorg. Een boek om in te blijven bladeren.’’

‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 -2012’ telt 128 pagina’s en 217 foto’s en illustraties. Prijs: 17,95 euro. ISBN 978.90.7364.7725. Vanaf 25 mei is het verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijvoet.nl

Tranen van vreugde bij weerzien van oudere Katendrechters

Op Katendrecht ben ik in 1946 geboren, dus ben ik – wat men noemt – een babyboomer. Vader kwam eind juli 1945 terug uit Duitsland en moeder was al snel zwanger. Mijn eerste schreeuw gaf ik in de voorkamer van opa en oma Reinier en Trees van Wijk aan de Tolhuislaan 49. Mijn bijna (helaas overleden) drie jaar oudere zus Miep zal toen best in de buurt zijn geweest. Nadat moeder van haar zwangerschap was hersteld, gingen we naar huis. Dat was een zolderkamer van de familie R. van der Gevel boven slager De Pater op de hoek van Heinlantstraat en Groene Hilledijk.

 Vanwege de familieband was ik vaak op Katendrecht te vinden, ging er naar de speeltuin en probeerde te piepen met het heen- en-weertje dat voer tussen de Kaap en de Willemskade. Ondertussen waren we verhuisd naar de (verdwenen) Pantserstraat en werden de Afrikaanderwijk en Hillesluis mijn nieuwe ontdekkingsgebieden. Ik kwam vaak in het patronaat van het Sint Franciscus Liefdewerk in de Brabantsestraat van de paters Bisschop en Bellemakers, die weer in contact stonden met het patronaat Rechthuislaan op Katendrecht. Ze woonden er trouwens ook bij de daar ingerichte wijkkapel.

Ook was ik lid van de padvinderij, de St.-Franciscusgroep, die haar honk had op de zolder van de St.-Louisschool aan de Putselaan. Hopman, zeg maar dé gróte groepsbaas van welpen en verkenners, was de Katendrechtse hoofdagent Theo Arntz. Ik had diep ontzag voor deze man, die autoriteit uitstraalde. Als hij ons welpenhonk betrad, was het doodstil en luisterden we extra nauwgezet naar de opdrachten van onze akela. Twee jaar later had ik andere interesses en zwaaide ik de padvinderij en de hopman en de akela vaarwel. Dat was 54 jaar geleden en ik heb Arntz daarna nooit meer gezien, wel een enkele keer aan hem gedacht en zelfs over hem geschreven. Ik zou hem best weer eens willen zien en spreken, bedacht ik wel eens in een nostalgische bui.

Mijn wens ging zaterdag 12 mei in vervulling toen ik op Katendrecht in letterencafé Tsjechov – de opvolger van het roemruchte café De Unie op de hoek van Delistraat en Lombokstraat – op uitnodiging van Ridderkerker Willem van Meer een reünie bezocht van ex-Katendrechters. Tachtig uitgezwermde schiereilanders waren voor even terug op hun thuishonk met oude foto’s, vreugdetranen en ‘praatje-pot’ onder het genot van smakelijk appelgebak. Ze genoten er op velerlei wijze van. Maar het meest van elkaar, want er lag in het weerzien soms een leemte van zestig jaar.

Uit alle hoeken van het land waren de reünisten gekomen. Onder hen, tot mijn grote vreugde, de 87-jarige Theo Arntz uit Nijmegen. In hem herkenden de meeste bezoekers hun buurtagent van destijds, die woonde aan de Sumatraweg. ,,Het was een fijne tijd,’’ vertrouwde Arntz mij toe nadat we onze herinneringen aan de padvinderij hadden opgehaald. Ton Kegel (72) uit Spijkenisse had het eveneens naar zijn zin. ,,Na 55 jaar heb ik daarnet Anet Rutjes gekust. Ik vond haar toen een leuke meid en dat is ze trouwens gebleven. Nu woont ze in IJsselmonde.’’

Ben Gelaudemans (73) genoot eveneens van het weerzien. ,,We zijn een uitstervend ras, maar onverwoestbaar,’’ zei hij met een armzwaai over de menigte heen en met een grote pils in zijn hand. ,,Ik ben geboren en getogen aan de Rechthuislaan, waar ik in 1962 ben uitgetrouwd. Nu woon ik alweer veertig jaar bij Venlo in Limburg. Mijn Rotterdam en mijn cluppie Feyenoord ben ik trouw gebleven.’’

Herinneringen aan zomerkampen van Sint Franciscus Liefdewerk naar Beuningen en Postel werden met foto’s ondersteund. Verhalen over met stro gevulde slaapzakken en poepen boven een gierput deden ook de ronde. Beeldend waren de verhalen over het wassen ’s ochtend in een teiltje ijskoud water op het boerenerf. ,,Niet voor te stellen wat een geweldige tijd dat is geweest,’’ deed Willem van Meer als herinneringsduit in de zak. Hij broedt op nog een reünie.

Feest en presentatie ‘Groot Rotterdams Molenboek’ bij ‘De Speelman’

OVERSCHIE – Het is alweer veertig jaar geleden dat molen ‘De Hoop’ van de Delftweg naar de Overschiese Kleiweg werd verplaatst en daar in gewijzigde vorm een nieuw leven begon. Zo werd hij ‘De Speelman’ genoemd, naar de familie die meer dan een eeuw de molen in eigendom had. In 1972 was de vernieuwde molen gereed en werd toen feestelijk in gebruik genomen. Dat was vooral te danken aan een initiatiefcomité onder leiding van mevrouw S.M. Krijgsman, toen voorzitter van de Wijkraad voor Overschie.

Het comité was daar niet in geslaagd als het niet veel steun uit het bedrijfsleven had gekregen. Zo was de firma Nederhorst, op dat moment bezig met de aanleg van het Kleinpolderplein, bereid om de fundering van de molen geheel voor rekening te nemen terwijl de gemeente Rotterdam de grond onder de molen in erfpacht ter beschikking stelde. De molen kreeg bovendien weer een monumentale status omdat grote delen van het uit 1712 daterende interieur en het maalwerktuig werden verwerkt in de nieuwe molenromp, opgetrokken van stenen van in Friesland gesloopte arbeidershuisjes. Dat gaf ook recht op subsidie van het Rijk. De molen is prachtig opgemetseld door de firma Schakel uit Exmorra. Vorig jaar kreeg ‘De Speelman’, die sinds de verplaatsing eigendom is van de vereniging ‘De Hollandsche Molen’, weer een nieuwe opknapbeurt. Ook toen sprongen veel stichtingen bij met een bijdrage in de kosten.

Op woensdag en zaterdag is het wiekenpand open voor de verkoop van meel(producten) en bezichtiging. Sinds 1983 heeft de exploiterende ‘Stichting tot behoud van molen De Speelman’ een contract met molenaar Ton Edixhoven, die alweer bijna 30 jaar de molen bemaalt. Hij wordt geholpen door Jaap de Jong en Hans van der Marel.

Het behalen van de mijlpaal is mede reden voor het samenstellen van een feestprogramma op Nationale Molendag 2012 op zaterdag 12 mei. Vanaf 09.30 uur is iedereen welkom om mee te helpen met het feestelijk optuigen van ‘De Speelman’. Wel graag een telefoontje vooraf met molenaar Edixhoven (0612-730551). Voor het in de vreugdestand zetten van de wieken bestaan veel oude gebruiken die de molenaar graag zal uitleggen. De Overschiese Starrenburg scouts zetten naast de molen een tent op, maar de organisatie rekent natuurlijk op mooi weer. Vanaf 12.00 uur wordt er een kopje koffie geschonken en een overheerlijke pannenkoek geserveerd en kunnen belangstellenden een boeiende rondleiding door het binnenste van de molen maken. De pannenkoeken worden gebakken en geserveerd door vrijwilligers van de molen. Gratis, maar een bijdrage wordt op prijs gesteld. Natuurlijk kan iedereen zich ter plekke laten inschrijven als begunstiger. Het onderhoud van dit brok cultureel erfgoed is en blijft een kostbare zaak.

Omstreeks 13.00 uur is de officiële opening van het programma door deelraadsvoorzitter Kees van der Meer en worden ballonnen opgelaten. De eigenaar van de ballon die verst komt krijgt een fraaie prijs. Aansluitend is de overhandiging van het eerste exemplaar van het ‘Groot Rotterdams Molenboek’ (deel I) waarin ruime aandacht wordt besteed aan het rijke Overschiese molenverleden. Ooit stonden tussen de oude dorpskern van Overschie en het Hofplein in Rotterdam meer dan twintig molens.  Het van prachtige foto’s voorziene boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Voet te Capelle aan den IJssel en is van de handvan Hans van Krimpen en anderen. Molenkenner Hans vanKrimpen heeft met zijn medeauteurs meer dan een jaar naspeuringen gedaan in oude (foto)archieven om de kennis over de molens van het noordelijke deel van de Rotterdamse regio vast te leggen. Ze voeren de lezer langs een denkbeeldige tocht langs alle molens die ooit in het gebied gestaan hebben. Directeur Leo Endedijk van ‘De Hollandsche Molen’ neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Daarna is het voor iedereen te koop voor 27,95 euro.

Aansluitend is er voor jong en oud een afwisselend programma met diverse spelen en attracties en de start met een competitie strobalengooien. Die wegen 4.5 kilogram en moeten met een hooivork over een lat in de hoogte worden geworpen. Het is een spectaculaire sport die in diverse delen van het land al langer wordt beoefend. Ook zijn er nostalgische wedstrijden als kruiwagenraces en eierenvangen waaraan iedereen kan deelnemen. Natuurlijk zijn prachtige prijzen beschikbaar. Uiteraard is er een stand met allerlei consumpties tegen billijke prijzen. De prijsuitreiking en afsluiting van het feest zijn omstreeks 17.00 uur. Reserveren van het boek is mogelijk via 010-0102847362, arnoudvoet@online.nl of www.uitgeverijvoet.nl

Café Verschoor van Theo en Joke al dertig een heerlijk bruine kroeg in Delfshaven

Taart, bloemen, andere geschenken en een fraai uitgangbord  maakten duidelijk dat Joke en Theo van Rijswijk tot tevredenheid van hun klanten al dertig jaar achter de tap van hun café Verschoor staan. Het bijzondere bedrijfsjubileum was  onlangs reden voor een groot feest in de overigens al ruim een eeuw bestaande bruine kroeg aan de Oostkousdijk 1 in Delfshaven. Met meer dan honderd klanten werd het gevierd. Onder hen Rein van Peski (67), Cua Hang (57), Gerrit Möring (65) en Henk van Gennep (58), die al dertig jaar vaste stamgast zijn en er bijna dagelijks in hun biertje komen happen.

,,Al bij de vorige eigenaar, Arie Verschoor,’’ voegen de vier er haastig aan toe.

,,Waarom we hier zo graag komen? Verschoor is een gewoon en heerlijk bruine café. Eén van de weinige, waar je nog mens onder de mensen bent.’’  Joke en Theo hebben er hun handen vol aan. Hun café is een sociaal trefpunt met ook aandacht voor elkaar problemen. In de loop van jaren heeft het duo enkele honderdduizenden pils getapt en kelkjes gevuld.

Hun café biedt de klanten echter meer. Er is hangt bijvoorbeeld nog een ouderwetse spaarkaskast aan de muur, waar de klanten in sparen voor een jaarlijks uitstapje. ,,Bijvoorbeeld voor een driedaagse cruise naar een kerstmarkt in Duitsland met een gecharterd schip of voor andere feesten. Of voor drie dagen samen naar hotel- en vermaakscentrum  Preston Palace in Almelo,’’ vertelt schoondochter Linda van Rijswijk. Zij, haar man Jeffrey en hun kinderen Damian en Quinty boden het jubilerende kasteleinspaar een speciale herinneringsfoto op canvas. ,,Die krijgt een fraaie plek in de zaak,’’ riep Joke enthousiast. Naast een etablissement ‘voor sociaal en maatschappelijk verkeer’ biedt Verschoor ook een bruisend muziekpodium. Op zondagmiddag treden regelmatig artiesten op en Theo en Joke hebben ook tal van spraakmakende songfestivals en talentenjachten in hun zaak gehouden. Ook daar wordt het duo om geroemd, bleek op het jubileumfeest.

Artiesten treden niet alleen op uitnodiging op, maar bovenal spontaan. ,,Onze klanten komen niet alleen uit de buurt, maar overal vandaan. Zelfs uit Hoogvliet, Pernis, Spijkenisse, Ridderkerk en Overschie,’’ vertelde Theo trots in de feestelijke drukte onder het tappen van pilsjes.

Meer informatie: www.cafeverschoor.nl

Volop cruiseplezier op de rivier

Zwemmen kan ik geen slag, want ik heb waterangst. Overgehouden aan bijna verdrinken toen  ik zeven jaar was in de Rotterdamse Maashaven bij het opvissen van bananen. Mijn positieve tegenpool is dat ik idolaat ben van varen, vooral op cruiseschepen op de Nederlandse en Europese rivieren. Bijna tien jaar was ik matroos en gids op de drie Croosboten in Rotterdam en twee keer vier maanden heb ik gegidst en  passagiers begeleid op Nederlandse cruiseschepen. Met de een door Nederland, België en Duitsland en de tweede voer ik op de Donau tussen Linz en Boedapest. Heerlijk was het om onderweg met de passagiers te zwaaien naar andere  cruiseschepen onder wie het vakantieschip van De Zonnebloem, waarvan de nieuwe  naam Alegria is. Dit bijzondere schip met speciale voorzieningen voor mensen die  minder gemakkelijk bewegend door het leven gaan, gold altijd mijn bewondering. Een andere bijzonderheid is dat ik op dit ruim één jaar geleden fraai  gerenoveerde schip ga varen als reisleider. Inderdaad als gids en  passagiersbegeleider en onderweg maak ik ook verhalen en foto’s, zoals voor deze  site. Er zijn trouwens voor deze tocht door Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland nog een paar hutten vrij: informeer bij Adelle Cruises, www.adelle.nl  of 078-6816055. Vrijdag 6 april varen we weg van de Rotterdamkade op de  Wilhelminapier om daar donderdag 12 april weer te arriveren. Van die reis en  alle bijzonderheden doe ik daarna verslag en wie weet…. komt er nog meer  vaaravontuur met bijzondere mensen op deze bijzondere site.

Ik  verheug me op het varen en onderweg zal zeker klinken: ‘Já, dat reisje langs de Rijn…, Rijn…, Rijn’. Heerlijk,  dat lied! Vrijwel iedereen kent het refrein en op een cruiseschip mondt het uit  in een polonaise. Meestal massaal gelopen op de slotavond van de varende  vakantie en aansluitend op het captainsdiner. Mps. Alegria is een exclusief  varend hotel met gemeenschappelijke voorzieningen en een aantal vaste regels,  zoals de tijden voor ontbijt, lunch en diner. Varen duurt niet de hele dag en ’s  nachts ligt het schip voor de kant. Onderweg is doorgaans tijd ingeruimd voor  het maken van aantrekkelijke excursies. Zo maken we deze reis onder meer een  excursie naar de Floriade in Venlo. ‘s Avonds bij het diner wordt bekendgemaakt  waarheen het schip de volgende dag vaart en aanmeert en ook de  bezienswaardigheden die daar zijn. Bij de scheepsreceptie kan men inschrijven  voor een of meerdere uitstapjes. Natuurlijk staat het iedereen vrij om aan wal  zelfstandig op avontuur te gaan, met naast geld en een camera natuurlijk een  horloge als standaardbagage. Aanmeren duurt soms maar een paar uur. Wie niet op  de vertrektijd terug is, heeft in dat geval voor zichzelf een probleem  geschapen.

De  sfeer aan boord is gemoedelijk, vriendschappelijk en biedt een basis voor  blijvende contacten. Iedereen geniet immers van vakantie; vervelende zaken zijn  voor even naar de achtergrond verdrongen. Aan boord ontstaat een kennismaking  snel: je komt elkaar op het schip overal tegen. Bij mooi weer natuurlijk op het zonnedek, maar vanzelfsprekend ook aan tafel of ‘s avonds op en rond de dansvloer in de salon.

Het  voordeel van een vaarvakantie is dat deze compleet is. Niet alleen wat het  gezamenlijk optrekken betreft, maar ook omdat ieders privacy gewaarborgd is in  de eigen comfortabele hut. Daar hoeft de vakantieganger zelf niets te doen. De  bedden worden direct na het ontbijt opgemaakt, de hut gestofzuigerd, het  sanitair gereinigd en handdoeken verschoond.

Het  is een fabel dat een vaarvakantie op de rivieren alleen is weggelegd voor  senioren of rijke buitenlanders. Steeds meer jongere mensen ontdekken dat het  maken van een cruise charmante, veelzijdige en rustgevende kanten heeft. Eén  daarvan is dat af en toe het besef van tijd ontbreekt, want cruisen is vertoeven  in een volstrekt andere wereld. Al na één uur varen lijkt het of je al veel langer van huis bent.

Het  is plezierig te beleven hoe aangenaam het leven op een cruiseschip is. Niet  alleen op Nederlandse rivieren en meren, maar ook op waterwegen als de Rijn,  Moezel, Saar en Elbe. Korte of langere cruises: allemaal hebben ze een eigen  bekoring en uitstraling. In de lente – nu dus – begint het vaarseizoen dat duurt  tot eind oktober. Daarna is het niet gedaan. In november en december gaat de  stevens vanuit Rotterdam richting Düsseldorf en Keulen of Antwerpen voor het  maken van shoppingcruises, een gewild uitstapje naar deze steden die dan in fraaie kerstsfeer zijn getooid.

Wie  eenmaal een cruise heeft gemaakt, raakt doorgaans verknocht en stapt elk jaar  wel een keer aan boord voor het maken van een van de talrijke reizen die Adelle  Cruises op het programma heeft staan voor een van de drie eigen schepen.  Reageren: reinw@telfort.nl

Unieke fotoreportage stoomschip Rotterdam

Sinds vier jaar woon ik in het Rotterdamse dijkdorp Pernis op de achtste etage van woontoren De Zwaan langs de Nieuwe Maas bij de monding van de Eemhaven. Het is het hoogste pand in de omgeving, even buiten beschouwing gelaten de bebouwing van Schiedam en Vlaardingen aan de overkant van de rivier en de schoorsteenpijpen van Shell. Enorme zeekasten met soms duizenden containers aan boord schuiven dagelijks voorbij op enkele tientallen meters aan mijn raam, al of niet geëscorteerd door sleepboten. Hun passeren is telkens weer een imposant en indrukwekkend gezicht en dat geldt al helemaal voor de jaarlijks meer dan twintig passagiersschepen op hun vakantieroute van en naar het centrum van Rotterdam.

Elke avond en nacht is het ook Kerstmis door alle lichten en lichtjes bij buurman Shell. Een andere kant van het vijftig woningen tellende appartement biedt een panorama over de Eemhaven, Hoogvliet, Spijkenisse en over het rode-daken-dorp zelf. Het is er goed wonen, zeker als eerdere woonplekken in de afgelopen vijftig jaar in de Pantserstraat (Hillesluis), Rosestraat (Feijenoord), Saffraanstraat en Alsemstraat in Hoogvliet en de Rotterdamsedijk in Schiedam in herinnering worden gebracht. Bovendien is het in Pernis groen en ook schoon. De mensen van de verschillende diensten zijn er dagelijks bezig met het onderhoud.

In het dorp is één supermarkt van de Plus en daarnaast hebben enkele ambachtelijke winkels er hun plek als de Keurslager, warme bakker, drogisterij, slijterij (héél belangrijk), twee snackbars, fietsenmaker, twee bloemisten, enkele kapsalons, vier kerken en evenveel kroegen en één oosters restaurant. Voorts komen eens per week een visboer, kaasboer en een groenten- en fruitboer naar hun standplaats in het dorpscentrum. Allemaal op een andere dag, anders zou je kunnen spreken van een miniweekmarkt. Voor boodschappen in grote winkels of op de donderdagse weekmarkt is Pernis aangewezen op buurdeelgemeente Hoogvliet. Kortom: het is er goed wonen, al zijn mensen van buiten Pernis vaak een andere mening toegedaan. Het enige dat zij vaak weten te memoreren is de geur van rotte eieren, die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw soms de atmosfeer verpestten. Maar ook dat ligt alweer een halve eeuw in het verleden weggestopt.

Mijn camera is altijd binnen grijpenafstand om bijzondere schepen te vereeuwigen. Soms stuur ik een foto door naar een van de drie hier verschijnende wijkkranten en een enkele keer zie ik er een in kleur terug op een van de pagina’s. Het voordeel van een torenflat is dat er een plat dak op zit en daar hadden mijn buurman Wim Vogel en ik in de namiddag en vooravond van 4 augustus 2008 illegaal ons bivak opgeslagen. Dat was mogelijk omdat Wim in zijn functie van vrijwillige huismeester – hij is er na drie jaar mee gestopt –  er de toegangssleutel van had, want behalve voor hem én reparateurs gold en geldt er voor anderen een toegangs- en verblijfsverbod.

Het was die dag behoorlijk winderig en vijftig meter beneden ons werd het in de groenstrook en op de zitbankjes van de Pernisse Waterkant langs de Nieuwe Maas almaar drukker en drukker met nieuwsgierigen. Allemaal wilden ze getuige zijn van het langsvaren van het beroemde stoomschip Rotterdam, waarvan de glorieuze vaarhistorie ook in Rotterdam begon. Het duurde lang en op het dak vermaakten Wim en ik ons prima met gluren over de omgeving, al raakte de blaas behoorlijk vol en werd de keel schuurpapier droog. Uiteindelijk zijn we even afgedaald om het een leeg en het ander vochtig te maken. Eindelijk doemde de Grande Dame in de verte op in de lichte nevel in de bocht tussen Vlaardingen en Maassluis, geflankeerd door vier sleepboten en omgeven door een escort van pleziervaartuigen en partyschepen. De intocht was indrukwekkend en zoiets maakt een mens maar een keer in zijn leven mee. Mijn camera’s klikten onophoudelijk met als resultaat bijna driehonderd bijzondere digitale foto’s, die zorgvuldig worden gekoesterd in de computer. Zo kreeg het wonen in Pernis voor mij een extra aantrekkelijke dimensie. Nu maar hopen dat het schip in de Maashaven blijft, anders moet ik nog een keer naar het dak.