Berichten

Trouwfoto van Tino en Nathasja

hallo wij tino en nathasja zijn getrouwd op 18-06-2010
getrouw in rotterdam stadhuis aan de coolsingel
deze foto is genomen in de achtertuin van het stadhuis
we zijn nu 3 jaar verder en nog even gelukkig

Trouwfoto van John en Lida Musch

Hallo wij zijn John en Lida Musch. Wij zijn getrouwd op 08-08-08 in Rotterdam. Ik, Lida ben van origine Amsterdams. Ik ben getrouwd met een rasechte Rotterdammer. toen wij gingen trouwen heb ik gezegd, ik woon nu in Rotterdam, dan wil ik er ook trouwen en wil ik ook Rotterdamse foto’s. Zo zijn we Rotterdam door gereden om foto’s te maken en een daarvan is bij de Euromast.

Groetjes John en Lida Musch

 

trouwfoto van Sandra en Mario

dit zijn Sandra en Mario,zes maanden zwanger en sterker door strijd is bij hun wel van toepassing,maar zijn cluppie is alles voor hem
 

Keizer Hirohito in Rotterdam

Als kroonprins had Hirohito in 1921 ook al een bezoek aan o.a. Rotterdam gebracht. Toen werd hij vergezeld door zijn broer. Op de Coolsingel werden de Japanners met alle egards door de toenmalige burgemeester Zimmerman ontvangen, samen met prins Hendrik. De donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog maakten Hirohito tot symbool van de Japanse onderdrukking. Een ieder weet de hartverscheurende verhalen over de ‘Jappenkampen’ en de verschrikkelijke Birma-spoorweg. Na de overgave van het land van de ‘Rijzende Zon’ werd de keizer ‘slechts’ gezien als een marionet van militairen en politici en werd hem eigenlijk van alles bespaard. Dit uiteraard tot groot ongenoegen van vele overlevenden en nabestaanden. De Amerikanen bleven echter Hirohito zien als ‘slechts’ een pion. Burgemeester Thomassen zou zelfs, tijdens het bezoek aan Rotterdam in 1971, zeggen; “dat de keizer gevangene is geweest van het systeem”.

Het protest in land barstte gelijk los toen bekend werd dat Hirohito in 1971 een privébezoek zou brengen.  Het was met name cabaretier Wim Kan die zich liet horen en goed gebruik van de media wist te maken. De bekende politicus boer Koekoek steunde de protesten van Kan en wilde zelfs dat Hirohito bij aankomst op Schiphol gelijk opgepakt zou worden wegens moord. Al deze commotie rondom het geplande bezoek van de keizer aan o.a. Rotterdam kon niemand in die tijd ontgaan zijn.

Ik was toen 14 jaar en al jaren gebiologeerd over alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken had. Al mijn zakgeld gaf ik uit aan boeken, modellen, objecten, enz. Thuis maakte ik zelf op schaal grote tekeningen van vliegtuigen en maakte in kaarten na van bijvoorbeeld de landingen in Normandië. Op school gingen mijn spreekbeurten altijd over de Tweede Wereldoorlog en een uur was voor mij tekort. Mijn interesse was ontstaan na het bekijken van een film over het leven van Anne Frank en ik denk dat ik toen 8 of 9 jaar moet zijn geweest. Dit had op mij zo’n enorme indruk gemaakt. Het feit dat keizer Hirohito een bezoek aan Rotterdam zou brengen, kwam bij mij ook merkwaardig over. In mijn ogen was deze man vergelijkbaar met dat monster uit Duitsland. Ik moest en zou die Japanner met mijn ogen zien. Dit was een man die nadrukkelijk zijn stempel heeft gedrukt op de geschiedenis.

Nu was het in die tijd niet zo makkelijk uit te vissen wat exact het schema van de keizer in Nederland zou zijn. Uiteindelijk had ik weten te achterhalen dat hij op vrijdag 8 oktober in de middag een bezoek aan de Euromast zou brengen. Dat was alle informatie die ik had. Van mijn ouders mocht ik spijbelen, want zij wisten als geen ander waarom ik deze persoon in levende lijve wilde zien. Zo ging ik op die grauwe en trieste vrijdag in oktober al rond het middaguur op de fiets naar de Euromast. In mijn herinnering miezerde het zelfs een beetje, maar dat deerde mij niet. Eenmaal gearriveerd verbaasde ik mij over het aantal aanwezige mensen. Ik had toch wel veel publiek verwacht en niet slechts een paar handen vol. Politie was wel op de been, maar ook niet echt in grote getale. Het lange wachten werd uiteindelijk ‘beloond’. De limousines arriveerden, geflankeerd door motorrijders. Ze stopten vlak voor mijn neus.  Zo zag ik Koningin Juliana uitstappen, maar mijn focus lag vooral op die keizer. Twee tellen later stond ik een soort van oog in oog met een klein, iel mannetje. Dat was hem dus. De persoon die ik ‘kende’ van talloze foto’s uit oorlogsboeken. Was dit DE keizer? Mijn verbazing was groot en misschien zelfs wel onthutst. Het gezelschap bleef even voor de Euromast staan om de media de kans te geven om foto’s te maken, alvorens ze naar binnen gingen.

Ik pakte mijn fiets en reed mijmerend terug naar huis. Voor mij was dit een rare gewaarwording geweest. Ik kon er met mijn verstand niet bij dat dit ooit die machtige keizer van het land van de Rijzende Zon was geweest. De man die ik hier had gezien stond in schril contrast met de man die ik kende van alle foto’s. Uiteraard ben ik op internet naar fotomateriaal en wellicht filmmateriaal op zoek gegaan. Er is helaas nagenoeg geen beeldmateriaal te vinden. Slechts een foto van Hirohito bij de Euromast heb ik kunnen terugvinden.

Voor een Rotterdamse jongen van 14 was het toch wel een bijzondere gebeurtenis om mee te maken.

Vruchten, groente en fruit

Foto: Irene Damminga

Vruchten, groente en fruit 

Het lijkt zo simpel; boodschappen doen….
Gewapend met een boodschappenbriefje in de hand, betreed ik de supermarkt voor onze  dagelijkse behoeften. Op de groentenafdeling gaat het hopeloos mis. Ik weeg anderhalf kilo tomaten af voor een toekomstig heerlijk soepje, maar de weegschaal dreigt roet in het eten te gooien. Hoe ik ook zoek op het keuzemenu onder de categorie groenten, de tomaten melden zich niet.
Hoe kan dat nou? Zoiets simpels als tomaten? In zoveel variaties te koop in de bewuste winkel? Ik noem de tros-, vlees-, cherry-, cocktail-, en de gewone tomaten. Om nog maar niet te spreken over variaties van de pomodori die, dankzij knappe marketing, onder veel namen en in evenzoveel veel prijsklassen te koop zijn.
Maar goed, daar stond ik; met een zak tomaten voor een krachtige tomatengroentesoep en een weegautomaat die weigerde om ze van een prijssticker te voorzien.
Hmm,  weegau-tomaat, in deze context wel een bijzonder woord, toch?
Snel even boodschappen doen was er op deze manier niet bij en onder een inwendig gemopper ‘dat de automaat vast wel weer geprogrammeerd was door iemand die het ook moest leren’ ging ik op zoek naar een supermarktmedewerker.
Ik zal jullie de zoektocht naar de juiste medewerker en de discussie besparen, maar om een lang verhaal kort te maken (van snel even boodschappen doen was echt allang geen sprake meer): Tomaten zijn fruit. En inderdaad, eerlijk is eerlijk, na het intikken van de hoofdcategorie ‘fruit’ kreeg ik onder de subcategorie ‘tomaten’ uiteindelijk ‘mijn’ tomaten te zien.
Best wel onder de indruk van mijn fout (hoe dom kun je zijn?) besloot ik om het thuis aan Google en Wikipedia te vragen. En wat denk je? Die weten het ook niet!
De beschrijving van het verschil tussen groente en fruit van Wiki wil ik je niet onthouden:

Het antwoord op de vraag aan de hand waarvan bepaald wordt of een vrucht als fruit beschouwd moet worden of als groente hangt af van het standpunt van waaruit men de zaak bekijkt.

Ja, amehoela! Iets is ‘groente’ of ‘fruit’ en niet ‘soms groente’ en ‘soms fruit’!! Maar inderdaad, als je verder leest dan zie je dat AFHANKELIJK VAN HET STANDPUNT (hoe verzinnen ze het!) groente soms fruit en fruit soms groente kan zijn. Gewoon veel woorden om te vertellen dat ze ’t niet weten!

Al lezende en langzaam wijs wordend door- en op het internet blijkt trouwens dat er echt niets nieuws onder de zon is. Met name over ‘mijn’ tomaten bestaat al sinds eeuwen onenigheid. In 1893 besliste nota bene het Amerikaanse Hooggerechtshof dat de vrucht van de tomaat wettelijk als groente (en niet als fruit) moet worden beschouwd. Hè gelukkig, het ligt dus niet aan mij.

‘En? Wat heb ik nou geleerd?  Nou, .. In ieder geval dat er gerede twijfel bestaat over de categorisering van diverse groenten en fruit. En dat er eenzelfde discussie bestaat over kruiden en specerijen, maar die hoef je tegenwoordig gelukkig niet meer af te wegen. Wellicht daarover later meer.

En, niet onbelangrijk, ik heb geleerd dat als je even snel boodschappen wilt doen, je bij een kennelijk fout moet zoeken naar alle andere, niet voor de hand liggende, mogelijkheden.

‘k Heb er een lekkere tomatengroentesoep van gemaakt met wat fijngesneden groenten, waaronder sperziebonen. Sperziebonen …. geen groente, maar peulVRUCHTEN.

Unieke haven- en schepenfotografie van Cornelis Nieuwland

‘Cornelis Nieuwland – Haven- en schepenfotografie Rotterdam 1905-1930’ is de titel van een indrukwekkende boek dat deze maand van de pers kwam en dat bij menig haven- en schepenfanaat het hart sneller doet kloppen. Het is een unieke verzameling foto’s die een bijzonder stuk Rotterdamse en maritieme geschiedenis blootlegt. Schepen uit alle windstreken van de wereld en in allerlei soorten en maten, deden de havens van Rotterdam en die van het Waterweggebied aan. Dit magnifieke en levendige beeld was de inspiratiebron voor fotograaf Cornelis Nieuwland. Duizenden schepen trokken aan de lens van zijn camera voorbij. Nieuwland was voor zover bekend de enige schepenfotograaf in Rotterdam in de eerste helft van de twintigste eeuw. Zijn nalatenschap vormt een uniek fotoarchief over de spectaculaire groei van de havens.

Cornelis Nieuwland vertoeft al 45 jaar niet meer in het land der levenden. Dat kan ook niet omdat hij in 1882 in Den Helder werd geboren en met zijn ouders verhuisde naar het Rotterdamse schiereiland Katendrecht tussen de Rijn- en Maashaven. Zijn vader was fondsbode (in de volksmond ‘borstbode’) en haalde aan de deur geld op voor onder meer de begrafenisverzekering. Al snel na de vestiging begon Cornelis Nieuwland als 18-jarige omstreeks 1900 met het fotograferen van havens en schepen die de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg bevoeren. Gelukkig is zijn bijzondere levenswerk bewaard gebleven. Uitvalsbasis van de ras-Katendrechter waren de studio’s die hij achtereenvolgens had aan de Sumatraweg, Rechthuislaan en Atjehstraat.

Tot 1930 fotografeerde hij duizenden sleepboten, zeetjalken, passagiers-, stoomvracht-, rader- en zeilschepen. Niets ontging hem. De vaak onzichtbare en daardoor geheimzinnige lading, de soms wonderlijke scheepsnamen als Hector, Mars, Fyglia, Ekaterina of Themisto en hun exotische herkomst prikkelden zijn fantasie en dat is vandaag de dag bij velen nog steeds het geval.

Cornelis Nieuwland fotografeerde vanaf levendige kades en vanuit een motorboot waarmee hij langs steden als Schiedam, Vlaardingen en Maassluis tot Hoek van Holland voer. Vermoedelijk werkte hij in opdracht van onder meer rederijen. Over het leven van Cornelis Nieuwland is nauwelijks iets bekend, van wie hij het vak geleerd heeft evenmin. Wel bekend is zijn deelname aan de Katendrechtse middenstand en het oppikken van een bijzondere gebeurtenis als een grote brand op het stoomschip ‘Sommelsdijk’ in de Maashaven. Het waren zijstappen in zijn carrière. Dat gold ook zijn fotostudio aan huis voor portretfotografie en de verkoop van prentbriefkaarten van schepen. Uit de collectie van ruim duizend bewaard gebleven glasnegatieven is door documentairemaker Joop de Jong van uitgeverij Diafragma het fotoboek samengesteld. Hij kreeg medewerking van maritieme kenners als Marien Lindenborn, Frits Gierstberg en Ben Maandag. Het is de eerste uitgave van een serie fotoboeken over onbekende Rotterdamse fotografen.

Dit boek telt 128 pagina’s met ruim negentig foto’s en is sinds 8 november verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijdiafragma.nl Isbn: 7989490631093. Het kost 22,50 euro, maar er is ook een speciale uitgave met een keuzeprint 40 bij 30 cm. van één van de unieke Nieuwlandfoto’s en deze kost 100 euro.

Verhalen gezocht over Overschiese buurtschappen Zweth en Kandelaar

Als het uit 1853 daterende pand ‘De Hoop’ van voormalige bierbrouwerij ‘W’(ijnaendts) in buurtschap de Zweth aan de Delftweg kon praten, zou er een boekwerk van te maken zijn. Maar een pand, hoe fraai gerestaureerd ook, kan dat niet. Willemina Suzanna (Ineke) de Hoog – Deurloo (65)) echter wel. Ze heeft levendige herinneringen aan het pand, waar ze sinds haar vierde jaar een deel van bewoont. Eerst als kind en tiener en vervolgens getrouwd met Pieter Antonie (Piet) Deurloo én moeder van dochters Monique en Suzanna, nu 38 en 35 jaar.

In begin 1900  kochten de gebroeders Cornelis ( Cees) en Willem de Hoog ‘De Hoop’ en vestigden er hun timmerbedrijf in wat later uitgroeide tot een aannemersbedrijf. Vanwege tegenstrijdige karakters hielden ze het samen niet uit. Willem vertrok naar de Ludolf de Jonghstraat elders in Overschie en begon daar zijn eigen bedrijf. Onderling hielden ze elkaar wel aan het werk.

Opa Cees de Hoog ontwierp als architect/aannemer woningen, onder meer voor de Rotterdamse Rijweg. Ook het ontwerp voor een rijtje panden aan het Saenredamplein kwam uit zijn koker en toen dat gereed was betrok het gezin Johannes de Hoog – zoon van Cees de Hoog – er een van en daar werd dochter Ineke geboren. Maar ze groeide er niet op, want dat gebeurde aan de Delftweg in Zweth, samen met haar oudere broers Cornelis (Cok) en Willem Arie (Aad). Ineke bezocht vanuit Zweth de Emma-kleuterschool in de Rodenburgstraat en aansluitend de lagere Wilhelminaschool. Haar vervolgopleidingen deed ze in Delft en Rotterdam.

,,Ik heb een heerlijke jeugd gehad,’’ vertelt ze aan een grote tafel in de voormalige bierkelder van de brouwerij waar alleen de geur van verschaald bier en vaten ontbreken om je er helemaal in sferen van 150 jaar geleden te wanen. De ruimte is prachtig strak gerestaureerd zonder de contouren van toen geweld aan te doen. Dat geldt trouwens ook voor de rest van het pand, waar door vlijtige vakmensen ooit ook doodskisten en houten wielen voor koetsen en sleperswagens werden gemaakt.

,,Met buurtkinderen  als Yvonne Lam, Nel Otting en Dirja Zandbergen struinden we door de polder en sprongen over slootjes. Soms er ook in en dan kwam je boven met bloedzuigers op je arm of been. Het gaf allemaal niks, we genoten van vrijheid en blijheid.’’ En: ,,Ook had ik een vlot in de Delftse Schie en roeide – zonder gevaar te zien – tussen de passerende schepen door. Ook klommen we in een roeiboot die achter een binnenvaartschip hing en voeren een stukje mee naar Delft. Op een keer verloor ik mijn badpak en moest terug in mijn blote billen.’’

Over de Delftse Schie voeren ook de (roei)veerpontjes van Willem Bijl (Kandelaar-Zweth) en Jan Groenenwegen van der Weijden (Ketelsekade-Schouwgat-Overschie). Vele voetgangers en fietsers hebben er vele decennia – tot in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw – gebruik van gemaakt.

Vrijwel altijd is het overvaren in goede harmonie gegaan met de toch wel drukke scheepvaart op de Delftse Schie. Maar niet in 1927 toen de veerboot door een hoge golfslag van een passerende binnenvaarder omsloeg en alle passagiers in het water vielen. Wonder boven wonder hield niemand er iets aan over, behalve dan het natte pak.

Wim Kerkhof van de Amazing Stroopwafels brengt een ode aan de veerman van de Kandelaar op zijn cd ‘Strooptocht’, uitgebracht in januari 2007.

De buurtschap in het noordoosten van Schiedam is een samenraapsel van huizen en boerderijen en is in de loop van eeuwen ontstaan. De eerste groep huizen ligt tegenover de Oude Hofweg, waar nu de begraafplaats en het crematorium Hofwijk in Overschie zijn. De eerste indruk is dat het leven er eeuwen stil heeft gestaan, maar dat rustieke beeld gaat verloren door veel te snel langsrazende auto’s over de geasfalteerde Kandelaarweg tussen Schiedam en Delft. De andere straat in het gehucht is de Kethelsekade, het voormalige jaagpad langs de Delftse Schie.

Verderop was er bij de Lage Brug – in het centrum van het oude Overschie – ook de veerverbinding van Jan Groenewegen van der Weijden en zijn vrouw Jaan tussen het Schouwgat en hun in 1767 gebouwde Veerhuis aan de Kethelsekade. Tot 1923 was het een veerdienst van Delft en na het afstoten van de voorziening door die gemeente werd het een particulier veer dat op afroep passagiers overzette.

Het ouderlijk huis van Eric, de in 1938 geboren zoon van Johannes Adriaan Augusteijn, staat aan de Schiekade tegenover de voormalige Scheepswerf ‘De Hoop’, zo’n vijfhonderd meter ten westen van het monumentale Veerhuis. Vanaf het Veerhuis passeerde men in westelijke richting de in de jaren zestig van de 20ste eeuw gesloopte boerderij en café ’s Gravenhuize. Dan was men overigens de grens met Schiedam al gepasseerd en heette de weg verder Schiekade. Café ’s Gravenhuize is nog een tijd gepacht door Augusteijn senior, die er ‘Hof van Cyrene’ als naam aan gaf.

De gemeente Rotterdam had voortschrijdende plannen met die hoek van de Oost-Abtspolder. Er moest een verbindingsweg komen vanaf het viaduct naar het nieuwe industrieterrein, dwars door het oude dorp en over het Veerhuis, dat Johannes Adriaan Augusteijn in 1949 voor 8500 gulden had gekocht. Rotterdam bood in 1962 aan om het Veerhuis van hem te kopen voor hetzelfde bedrag dat er voor was betaald, door inflatie inmiddels opgelopen tot 12.000 gulden.

,,Mijn vader weigerde, maar na lange procedures werd het Veerhuis in 1966 toch eigendom van de gemeente Rotterdam. Tot aan de sloop zou hij het mogen huren.’’ En legt uit: ,,Toen ons huis in 1949 werd onteigend ten behoeve van plannen voor de Oost-Abtspolder, kocht mijn vader noodgedwongen het Veerhuis. Dat was uit voorzorg om toch te kunnen wonen als onze eigen woning ontruimd zou moeten worden. Dit is echter nooit gebeurd, ons oude huis staat er nog altijd. Mijn ouders zijn er tot hun dood (vader in 1972, moeder in 1992) blijven wonen.’’
Nadat Augusteijn in 1949 het Veerhuis had gekocht, mochten de oorspronkelijke huurders er blijven wonen. Eric Augusteijn: ,,Dat was veerman Jan Groenewegen van der Weijden (iedereen kende hem als Jan van der Weijden) met zijn vrouw Jaan in het linker deel van het pand en Aart Beijer met zijn vrouw in het rechter gedeelte. Dagelijks werden wij door Van der Weijden of Beijer in een roeiboot overgezet om in Overschie naar school te gaan, samen met de kinderen Bijl van de in 1632 gebouwde boerderij ‘s Gravenhuize, de kinderen Klein Hesselink van scheepswerf De Hoop en de kinderen Beijer, neefjes en nichtje van Aart Beijer, die woonden op een schip naast ‘De Hoop’.
Na het overlijden van veervrouw Jaan Groenewegen van der Weijden trok de weduwe T.C. (‘tante’ Truus) Havelaar-Ouwerkerk bij weduwnaar Jan in huis, eerst als huishoudster en later als zijn partner. Na Jan’s overlijden in 1956 werd ‘tante’ Truus hoofdbewoonster van het linker deel van het Veerhuis en Arie Helsemans trok bij haar in. ‘Tante’ Truus bleef huurster tot haar dood in 1972, het rechter deel werd na het vertrek van de Beijers door diverse huurders bewoond. Na hun vertrek gebruikte Augusteijn het Veerhuis als cultureel centrum/streekmuseum.’’
Zijn zoon Eric herinnert zich: ,,In het rechter deel werden recepties, concerten en tentoonstellingen georganiseerd. Vader deed al het mogelijke om ervoor te zorgen dat de sloop niet zou doorgaan. Na zijn dood werd zijn initiatief overgenomen door stichting Het Veerhuis, waar ik voorzitter van was, met Overschieënaars Jan Vleesenbeek als secretaris en Piet Snaathorst als penningmeester. In 1974 besloot de gemeente dat het Veerhuis toch niet gesloopt zou worden. De weg ging niet door en een strook woningen in Overschie aan Voorom, De Lugt en Overschiese Dorpsstraat was voor niets gesloopt. Uiteindelijk is de stichting opgegaan in museum Oud-Overschie ‘De Hoop doet Leven’, toen geleid door John van den Berg. Die heeft het Veerhuis voor een symbolisch bedrag kunnen verwerven. Het is in 2008 gerestaureerd door de bekende Overschiese aannemer Ouwendijk en kort geleden aan een particulier verkocht.’’

In de toekomst is, binnen plannen voor bochtafsnijding van de Delftse Schie, wellicht een nieuwe culturele en recreatieve functie voor het Veerhuis weggelegd. Deze en nog meer verhalen over Zweth en De Zweth komen in deel 4 van ‘Momenten uit de Overschiese samenleving’. Reacties, aanvullingen en of foto’s zijn welkom via overschieboek@telfort.nl

Een mooi stukje Rotterdam!

Er is mij gevraagd wat ik nu een mooi stukje Rotterdam vind. Dit is een vraag die normaal gesproken erg moeilijk is te beantwoorden want ieder deel heeft wel weer iets wat het mooi maakt. Lees meer