Berichten

Heel de aarde is je vaderland

De zomervakantie is weer voorbij. Ik merk het aan alles. De toeristen hebben plaats gemaakt voor de vele schreeuwende scholieren op de fiets, met grote tassen op hun rug of zoals tegenwoordig erg hip is: in hun fietskrat.

Het zonnetje schijnt lekker en ik ben blij dat ik nog geen jas aan heb gedaan, ondanks dat de weerapp op mijn telefoon vanmorgen 14 graden aangaf en ik normaal gesproken nogal een koukleum ben.

Genietend van de mooie stad om me heen word ik opgeschrikt door een man die onverwachts het fietspad opspringt. Met piepende remmen kom ik tot stilstand. Op de stoep staat nog een groepje mannen. De man op het fietspad vraagt me iets in het Turks en het groepje op de stoep kijkt me vragend aan. Ik haal mijn schouders op als teken dat ik hem niet begrijp. ‘I don’t speak Turkish,’ zeg ik hem.

Glimlachend schakelt hij over in accentloos Nederlands. ‘Vergeef me, ik dacht dat u Turkse was,’ en zegt lachend iets in het Turks tegen de groep die daarop ook allemaal moeten lachen. ‘Wij zijn op zoek naar het Turkse consulaat, kunt u ons helpen?’ Vraagt de man vervolgens. Toevallig weet ik waar het Turkse consulaat in Rotterdam zit en wijs de man hoe ze moeten lopen.

‘Dank u wel, en nogmaals sorry dat ik er van uit ging dat u Turkse was,’ zegt de man, en maakt aanstalten zich weer bij de groep te voegen. Lachend kijk ik hem aan en zeg: ‘U bent niet de eerste hoor. Ik word vaker in een voor mij vreemde taal aangesproken. Blijkbaar kan ik voor veel nationaliteiten door’. Waarop de man antwoord met: ‘Heel de aarde is je vaderland,’ en wijst achter mij. Ik draai me om en zie dezelfde tekst op de gevel van de bibliotheek staan.

De man wenst me een prettige dag toe en ik wens hem hetzelfde. Ik zwaai naar de groep en stap weer op de fiets, glimlachend om de toevalligheid van deze ontmoeting.

In Rotterdam leven zo’n 174 verschillende nationaliteiten in vrede en op een positieve manier naast elkaar. Ik ben trots op ‘mijn’ stad en ik ben dankbaar (afgezien van de weersomstandigheden soms 😉 ) dat ik in Nederland geboren ben. De beelden en verhalen op het nieuws over de vluchtelingen doen pijn aan mijn hart. Zoveel mensen die niet in vrede leven, die heel hun bestaan achterlaten omdat het land waarin ze wonen niet veilig is.

Mensen die niks meer hebben, hun leven wagen om hun kinderen een betere toekomst te bieden. Ik word daar verdrietig van. Maar het ergste nog, vind ik de mensen die op social media roepen dat het gelukszoekers zijn, dat die hulpbehoevende mensen wat hen betreft niet welkom zijn. Als er 700 mensen omkomen op zee, zeggen: ‘Zo, dat scheelt weer 700 uitkeringen’. Daar word ik pas echt verdrietig en een beetje misselijk van. Nu weet ik wel dat de mensen die dit roepen niet de slimste zijn, het raakt me wel.

Daarom vond ik het zo mooi dat die meneer vanmorgen zei: Heel de aarde is je vaderland. Ik zou willen dat iedereen daar zo over denkt!

Sylvia Niemantsverdriet

Afbetaling

Tegenwoordig kan bijna iedereen wel geld lenen. Tegen hoge rente vaak.  Wehkamp, Otto en Neckerman verkopen goed. Vroeger hadden we ook niet veel geld, wij kochten op de pof.
In Rotterdam hadden we de Faam, Rodago, Scheffers, Schuller, De Condor, Bep en Rob van Gent. Er waren er dus genoeg. Je kan bijna alles kopen, het was vaak duurder als dat je het contact kocht en je betaalde redelijk wat rente.  Voor je geld kon je dus naar de winkel en daar betalen en er waren ook mensen die aan de deur geld kwamen halen.
Vaak riepen ze dan “Bode” en dat betekende betalen.

Toen ik op mijn zestiende voor de zoveelste keer van school was getrapt kwam ik op een gegeven moment ook bij een van die winkels te werken. Schuller; een winkel op de Riederlaan, op Rotterdam Zuid.  Er kwamen niet heel veel klanten op een dag, maar er was altijd wat te doen. Zomers stonden we uren voor de deur te kijken naar de mooie meiden die voorbij kwamen. Dat mocht nooit lang achter elkaar, omdat de andere winkels anders dachten dat we geen klanten hadden. En soms werd ik de bode, twee jaar lang vanaf mijn 16e moest ik dus geld halen bij de mensen thuis. Ik kwam ook in andere steden en wijken om geld op te halen. De Staart in Dordrecht, De Gorse in Schiedam en ook nog de Schilderswijk in Den Haag, waar je nog niet dood gevonden wilde worden.

Zo ook op de Kaap, de hoerenbuurt in Rotterdam. Dat was echt lachen, die meiden kochten ook op de reut, en als ik dan op mijn fietsje geld kwam halen en ze hadden iets verdient; dan kreeg je geen cent, je kon ook alle ziektes kregen die ze konden uitspreken, en dat waren er heel wat. En als je pech had en de pooier had een rot bui, kon je ook nog een schop onder je reet krijgen. Maar de week erop, hadden ze bijvoorbeeld goed verdient, dan was het 5 gulden voor de baas en voor mij ook een knaak, een drankje en een knuffel, en daarbij stikte je bijna in de rijkbedeelde dames van de Kaap.

 

Ja, mooie tijden! Kochten jullie vroeger ook op de Lat?

De Kuip, sentiment of ratio (2)

Beste Feyenoord-vrienden,

Een bijzondere belevenis was het juichende stadion nadat Feyenoord een goal had gescoord. De eerste keer dat ik mij daar als jongetje naast de vele andere indrukken van bewust werd was in een op 15 mei 1958 gespeelde wedstrijd tegen Fortuna ’54 uit Geleen, dat toentertijd nog absolute topspelers als goalgetter Bram Appel, Cor van der Hart (beste voetballer van Nederland) en verdediger Jan Notermans in de ploeg had. Frans de Munck, de onbetwiste nationale doelman met de exotische bijnaam Zwarte Panter was toen al naar DOS verhuisd, dat met hem in datzelfde seizoen de landstitel zou pakken. Kees Rijvers, die bij Feyenoord rechtsbinnen speelde, had met een dropkick gescoord (1-0) en het stadion ontplofte! Ik zat aan de zijkant van ‘de put’ (X noord) en zag al die juichende, springende, zwaaiende, elkaar omhelzende toeschouwers op de eerste en tweede ring en die aanblik maakte mij dubbel enthousiast om mee te delen in de tomeloze vreugde, waarmee die schitterende voetbaltempel seconden lang bezwangerd was. De domper kwam niet lang daarna en nog voor de rust toen Henk Angenent (een ver familielid van vooralsnog de laatste winnaar van de Elfstedentocht) tegen scoorde (1-1). Met name Coen Moulijn trachtte na rust met wervelende acties het pleit alsnog in het voordeel van de thuisclub te beslechten, maar helaas vond de droomvoorhoede van Feyenoord bij goede doelpogingen doelman Ed Belski van de Limburgers op zijn weg. Op een of andere manier heeft Fortuna ’54, ook als latere fusieclub Fortuna Sittard, ons vaker danig dwars gezeten. In 1957 verloren we na een  2-1 voorsprong bij de rust alsnog de bekerfinale in De Kuip tegen de Zuid-Limburgse topclub van weleer (2-4). In latere jaren verslikten we ons met 1-3 tegen het toen veel bescheidener Fortuna Sittard met de gevaarlijke sluipschutter Ronald Hamming in de ploeg. Tijdens het seizoen 1996-1997 zette de zuidelijke ploeg ons de voet dwars met 4-4 na een spectaculaire wedstrijd in De Kuip waarbij wij drie keer hadden achter gestaan en Ronald Koeman eerst een strafschop miste alvorens een tweede elfmetertrap feilloos te benutten. Mede door deze onverwachte remise werd PSV dat seizoen kampioen met uiteindelijk 4 punten voorsprong.

Waar Feyenoord in vroegere jaren in de eigen Kuip ook veel moeite mee had was stadgenoot Sparta. Er is zelfs een seizoen geweest dat Feyenoord in Spangen met 0-4 had gewonnen met koningsschutter Cor van der Gijp als scorende uitblinker (op 2 december 1956), waarna in De Kuip met 0-3 werd verloren. Het enige wapenfeit was een buitenspelgoal van Toontje Meerman die prompt werd afgekeurd. Historisch is natuurlijk de bizarre en onverdiende 0-1 nederlaag die Feyenoord op 23 augustus 1959 tegen Sparta leed na een uiterst omstreden strafschop die de Amsterdamse (!) Leo Horn kort voor tijd aan Sparta had geschonken nadat EddY Pieters Graafland de hinderende Wim van der Gijp een vriendelijk schopje onder het Dordtse achterwerk had gegeven na het wegtrappen van de bal. Tinus Bosselaar benutte de idiote strafschop en toen beleefde ik voor het eerst in mijn nog zeer jeugdige leven ongeregeldheden in Neerlands mooiste en meest traditionele voetbalstadion. De spelers en arbitrage moest toen nog over een onbeschermde sintelbaan naar de kleedkamers lopen. Een regen van gehuurde kussentjes daalde neer op Leo Horn  en een haag van agenten kon niet verhinderen dat de belaagde leidsman  van een woeste toeschouwer een schop moest incasseren. De eigenzinnige Mokummer zou een seizoen lang niet in De Kuip mogen fluiten en na zijn terugkeer in een wedstrijd tegen GVAV op 13 november 1960 was het eerste wat hij deed aan Feyenoord een pingel geven bij een 0-0 stand. De penalty werd benut, maar Feyenoord verloor wel met 1-3. Naar aanleiding van eerder genoemde gewelddadigheden werd het Leo Hornpad aangelegd. Veel stelde het niet voor, het was een looppad van de kleedkamers over de sintelbaan naar het hoofdveld, slechts afgezet met dranghekken die geen enkele bescherming boden tegen eventueel kwaadwillende toeschouwers.  Naderhand werd ter meerdere beveiliging (als gevolg van een verdere verruwing van de samenleving?) de spelerstunnel aangelegd.

In het in 1937 opgeleverde stadion zijn vele historische wedstrijden gespeeld. Nederland won er een keer de derby der Lage Landen met 9-1 van de Belgische zuiderburen en Feyenoord won er met 7-3, 9-5 en 9-4 van Ajax.

Een kleinere stadsgenoot van de Mokumse aartsrivaal (De Volewijckers) werd ooit op een nederlaag van 11-4 getrakteerd. NAC werd een keer met 10-0 verslagen na een 1-0 ruststand. Geschiedenis werd natuurlijk ook geschreven met de 12-2 walk over tegen de IJslandse tegenstander KR Reykjavik en dan waren er de 2-0 triomf op wereldbekerhouder AC Milan en de latere identieke zege op die andere Italiaanse grootheid, afkomstig uit Turijn (Juventus). En al was het resultaat tegen AC Milan toernooitechnisch gezien van veel groter belang dan dat tegen De Oude Dame, juist die laatste zege was wellicht nog spectaculairder dan die tegen AC Milan, gelet op de toen al drastisch gewijzigde internationale verhoudingen bij het clubvoetbal. De Kuip ontplofte bij die beide goals van Julio Ricardo Cruz en voor mijn gevoel juichten de uitzinnige supporters minutenlang om die schitterende voltreffers van de Argentijnse centrumspits welke doelman Angelo Peruzzi kansloos maakten.

Maar het mooiste uit de relatief recente tijd moest nog komen. Dat geweldige, onvergetelijke, onnavolgbare en onovertrefbare UEFA Cup toernooi 2001-2002. We waren al verwend geweest met een verdienstelijke derde plaats in de CL poule waarbij wij Spartak Moskou achter ons lieten.

Het grote Bayern Muenchen werd met 2-2 bedwongen (na een 2-1 voorsprong) en zonder de geschorste Pi-air werd van de Russische topper met 2-1 gewonnen nadat in Moskou de tegenstander met 2-2 was geneutraliseerd!!

Daarna volgden een serie uiterst spectaculaire dubbelconfrontaties waarbij thuis tegen FC Freiburg met 1-0 werd gewonnen, daarna met 3-2 van Glasgow Rangers, vervolgens na strafschoppen de bloedstollende thriller tegen landgenoot PSV (my finest hour). Internazionale werd in de halve finale op 2-2 gehouden nadat in San Siro met 0-1 was gewonnen (Winnen in San Siro doen wij alleen hiero). Ja, en toen volgde de apotheose, twee dagen na de afgrijselijke en brute moord op de arme Pim Fortuyn. Borussia Dortmund was de naam, de Duitse kampioen van dat jaar 2002.  De historische finale is de enige Europese wedstrijd van het roemruchte seizoen 2001-2002 geweest waarvoor ik geen kaartje kon bemachtigen. Hoe slordig gaat ons dierbare Feyenoord soms met zijn supporters om door trouw stadionbezoek geenszins te belonen. Als je maar een silvercard had die even duur was als een gewone seizoenkaart maar destijds nog nauwelijks verplichtingen oplegde, had je met voorrang toegang tot de finale, ook al had je geen enkele Europacupwedstrijd eerder dat seizoen bijgewoond. Maar voor mijn gezondheid was het ongetwijfeld beter om de eindstrijd op zekere afstand te volgen, in mijn geval op ongeveer 140 kilometer. Nadat Jan Koller de achterstand tot 3-2 had verkleind hield ik het voor de buis niet meer uit en fietste ik de doodstille Peel in, weg van de stress, waarbij ik met mijn mobieltje een vriend uit het Noord-Limburgse Beringe had verzocht om mij na afloop van de wedstrijd alleen te bellen als Feyenoord had gewonnen. Aldus geschiedde en uit pure vreugde gaf ik een rondje weg in de plaatselijke dorpskroeg aan mijn jongste zoon (Feyenoorder in hart en nieren) en zijn vrienden die als geboren Zuid-Oost Brabanders uiteraard in meerderheid voor PSV waren. Ruim een jaar later onderging ik een open hart operatie voor drie omleidingen. Hoe zou het mij zijn vergaan als ik die hyperventilerende finale in De Heilige Kuip had moeten ondergaan? Nu, ruim 11 jaar later, heb ik het voorrecht er nog steeds met grote voldoening op terug te kijken. We zijn na al die tijd nog steeds de eerste EN laatste Nederlandse Europacupwinnaar. En daar tussendoor wonnen wij in 1974 ook als eerste Nederlandse club de UEFA Cup (tegen Tottenham Hotspur), waarbij horden gefrustreerde en gewelddadige Engelsen zich schandelijk gedroegen en hun vakken sloopten.

Qua resultaat is eigenlijk de meest historische wedstrijd in De Kuip de zege op Estudiantes de la Plata op 9 september 1970 geweest. Het was een draak van een duel, waarbij de maffiose Argentijnen het veld heel klein hielden door telkens de buitenspelval te laten dichtklappen. Maar invaller en eigen kweek Joop van Deale scoorde het enige doelpunt van de wedstrijd met een ziedend afstandschot en sindsdien mag Feyenoord zich erop beroepen als het eerste uit Nederland afkomstig voetbalelftal wereldkampioen te zijn geworden, hetgeen Oranje ondanks drie WK finales tot op heden niet is gelukt! De Wereldbeker is ook nog eens de hoogste prijs die een clubteam op deze aardbol kan winnen.

Wordt vervolgd.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.

Keizer Hirohito in Rotterdam

Als kroonprins had Hirohito in 1921 ook al een bezoek aan o.a. Rotterdam gebracht. Toen werd hij vergezeld door zijn broer. Op de Coolsingel werden de Japanners met alle egards door de toenmalige burgemeester Zimmerman ontvangen, samen met prins Hendrik. De donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog maakten Hirohito tot symbool van de Japanse onderdrukking. Een ieder weet de hartverscheurende verhalen over de ‘Jappenkampen’ en de verschrikkelijke Birma-spoorweg. Na de overgave van het land van de ‘Rijzende Zon’ werd de keizer ‘slechts’ gezien als een marionet van militairen en politici en werd hem eigenlijk van alles bespaard. Dit uiteraard tot groot ongenoegen van vele overlevenden en nabestaanden. De Amerikanen bleven echter Hirohito zien als ‘slechts’ een pion. Burgemeester Thomassen zou zelfs, tijdens het bezoek aan Rotterdam in 1971, zeggen; “dat de keizer gevangene is geweest van het systeem”.

Het protest in land barstte gelijk los toen bekend werd dat Hirohito in 1971 een privébezoek zou brengen.  Het was met name cabaretier Wim Kan die zich liet horen en goed gebruik van de media wist te maken. De bekende politicus boer Koekoek steunde de protesten van Kan en wilde zelfs dat Hirohito bij aankomst op Schiphol gelijk opgepakt zou worden wegens moord. Al deze commotie rondom het geplande bezoek van de keizer aan o.a. Rotterdam kon niemand in die tijd ontgaan zijn.

Ik was toen 14 jaar en al jaren gebiologeerd over alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken had. Al mijn zakgeld gaf ik uit aan boeken, modellen, objecten, enz. Thuis maakte ik zelf op schaal grote tekeningen van vliegtuigen en maakte in kaarten na van bijvoorbeeld de landingen in Normandië. Op school gingen mijn spreekbeurten altijd over de Tweede Wereldoorlog en een uur was voor mij tekort. Mijn interesse was ontstaan na het bekijken van een film over het leven van Anne Frank en ik denk dat ik toen 8 of 9 jaar moet zijn geweest. Dit had op mij zo’n enorme indruk gemaakt. Het feit dat keizer Hirohito een bezoek aan Rotterdam zou brengen, kwam bij mij ook merkwaardig over. In mijn ogen was deze man vergelijkbaar met dat monster uit Duitsland. Ik moest en zou die Japanner met mijn ogen zien. Dit was een man die nadrukkelijk zijn stempel heeft gedrukt op de geschiedenis.

Nu was het in die tijd niet zo makkelijk uit te vissen wat exact het schema van de keizer in Nederland zou zijn. Uiteindelijk had ik weten te achterhalen dat hij op vrijdag 8 oktober in de middag een bezoek aan de Euromast zou brengen. Dat was alle informatie die ik had. Van mijn ouders mocht ik spijbelen, want zij wisten als geen ander waarom ik deze persoon in levende lijve wilde zien. Zo ging ik op die grauwe en trieste vrijdag in oktober al rond het middaguur op de fiets naar de Euromast. In mijn herinnering miezerde het zelfs een beetje, maar dat deerde mij niet. Eenmaal gearriveerd verbaasde ik mij over het aantal aanwezige mensen. Ik had toch wel veel publiek verwacht en niet slechts een paar handen vol. Politie was wel op de been, maar ook niet echt in grote getale. Het lange wachten werd uiteindelijk ‘beloond’. De limousines arriveerden, geflankeerd door motorrijders. Ze stopten vlak voor mijn neus.  Zo zag ik Koningin Juliana uitstappen, maar mijn focus lag vooral op die keizer. Twee tellen later stond ik een soort van oog in oog met een klein, iel mannetje. Dat was hem dus. De persoon die ik ‘kende’ van talloze foto’s uit oorlogsboeken. Was dit DE keizer? Mijn verbazing was groot en misschien zelfs wel onthutst. Het gezelschap bleef even voor de Euromast staan om de media de kans te geven om foto’s te maken, alvorens ze naar binnen gingen.

Ik pakte mijn fiets en reed mijmerend terug naar huis. Voor mij was dit een rare gewaarwording geweest. Ik kon er met mijn verstand niet bij dat dit ooit die machtige keizer van het land van de Rijzende Zon was geweest. De man die ik hier had gezien stond in schril contrast met de man die ik kende van alle foto’s. Uiteraard ben ik op internet naar fotomateriaal en wellicht filmmateriaal op zoek gegaan. Er is helaas nagenoeg geen beeldmateriaal te vinden. Slechts een foto van Hirohito bij de Euromast heb ik kunnen terugvinden.

Voor een Rotterdamse jongen van 14 was het toch wel een bijzondere gebeurtenis om mee te maken.

Rotterdam is echwel internationaal

Er zijn zo van die momenten dat ik blij ben Nederlander te zijn en (natuurlijk) in het bijzonder Rotterdammer.

Onlangs, met onze vakantie in Scandinavië, had ik weer regelmatig van die momenten. Ik zal je vertellen waarom.

Tijdens onze reis via Odense, Kopenhagen, Varberg , Trollhӓtten en nog meer van die plaatsnamen die je vroeger met aardrijkskunde hebt geleerd en waarbij je er nu achterkomt dat die aldaar heel anders worden uitgesproken (maar daar over later in deze column) viel het mij bij de eerste plaats al op dat er heel weinig staat aangekondigd in een andere taal als waar je bent. Niet bij campings, niet bij restaurants en zelfs niet bij een beroemde attractie als Tivoli in Kopenhagen. Alles alleen maar in de locale taal. Als buitenlander zoek je het maar lekker zelf uit!

Bizar, als je er eventjes over nadenkt dat er miljoenen buitenlandse toeristen Scandinavië jaarlijks bezoeken en het koeterwaalse taaltje (want ik maak er echt niets van) niet machtig zijn.
Zelfs in de restaurants die wij bezochten (en het maakte niet uit of dat op de camping was of in een heus restaurant) waren de menu’s alleen in de landstaal.

Voor mij extra bizar omdat ik me realiseer dat er in Rotterdam de laatste decennia altijd wel ergens in een deelgemeente de discussie wordt gevoerd om algemene (openbare) mededelingen ook nog in het Koerdisch, dan wel andere verre talen te publiceren.

Kijk, dat maakt in essentie waarom wij een internationale wereldstad zijn en de steden in Scandinavië  minder of niet. In Rotterdam kan je op bijna elke hoek van de straat in vele talen wijs worden gemaakt. Toen ik desgevraagd door een Zweedse journalist het serieuze antwoord kreeg dat hij ook niet begrijpt waarom zoveel buitenlanders zijn land en Scandinavië bezoeken ‘waar niet zo veel te beleven is’, begrijp je dat de oorzaak ligt in het niet trots zijn op je eigen land, stad en streek. Nou, dat is met Rotterdammers wel anders, toch? Wij zijn trots op de stad en het land waarin we wonen, ook al hebben we er wel elke dag commentaar op; dat hoort er gewoon bij.

Ik had het zojuist al over de (voor ons) onuitsprekelijke talen die daar worden gesproken. Wat zeg ik? Niet alleen onuitsprekelijk, maar ook onlogisch. Lezen wat er staat is er echt niet bij. Sowieso wordt daar in de meeste gevallen de ‘V’ als een ‘W’ uitgesproken, maar er worden daar ook klanken bij verzonnen die helemaal niet in het woord voorkomen.

Ik geef en voorbeeld:

We kwamen langs een plaats die ‘Tvaaker’ heet, alleen dan op allebei de ‘a’s zo’n klein rondje dat niet op mijn toetsenbord zit. Nou had ik inmiddels geleerd dat een ‘a’ met zo’n rondje erboven als een ‘è’ wordt uitgesproken, en soms als een ‘otje’. Omdat ik twee van die ‘aas’ wel heel vreemd vond heb ik gevraagd hoe je ‘Tvaaker’ uitspreekt.
Nou, hou je vast, want ook ik geloofde mijn eigen oren niet.

Tvååker  (jaha, ik heb het rare ‘aatje’ uiteindelijk toch weten te ontdekken op mijn laptop)
wordt uitgesproken als : ‘Twoo- ùh- Ke- ùh- ke’.  Dat moet je vloeiend als één woord uitspreken. En als je het daarbij dan ook nog heel ‘droog’ zegt zoals een echte Hagenees dat doet, dan komt het behoorlijk in de buurt.
Nou, je kunt me veel vertellen, maar dat staat er echt niet: Tvååker! Dat spreken wij heel anders uit, toch?

We zijn uiteindelijk één camping in de plaats Habo bij het Vӓtterenmeer tegengekomen die meertalig was. Een niet al te grote  gezellige  camping met alles erop en eraan op honderd vijftig meter afstand van het op één na grootste meer van Zweden. Zelfs bij de ingang werd je verwelkomd in vele talen, waaronder (jawel) het Nederlands. Je raadt het al; de eigenaren zijn Nederlanders. Een camping om te onthouden trouwens. Voor jong een speelplaats met skelters en zwemmen in het meer en voor de ouderen een mooie omgeving om te bezoeken of te wandelen/fietsen, schoon sanitair en een eenvoudig, maar compleet ingerichte keuken om (gratis) te koken en een (betaalde) mogelijkheid om te wassen/drogen.

Na alle belevenissen en de schitterend mooie gebieden die we hebben bezocht, ben ik altijd ook weer blij thuis te zijn, waar ze Rotterdam gewoon uitspreken als ‘Rotterdam’!

Zuider Mavo Diplomaat

Van de brugklas weet ik me nog te herinneren dat t bij mijn allereerste lesuur al fout ging.
Op een goed uitgekozen plek achterin de klas druk bezig met agenda om te toveren tot stripboek en totaal niet in de gaten dat de leraar al bezig was…”KAN IEDEREEN ‘T GOED LEZEN?!” t zal wel dacht ik..Begint ie me toch op dat krijtbord klein te schrijven!Ik kon geen zak lezen!en iedereen stil in de klas!toch maar voorzichtig vinger opgestoken en aangegeven dat mijn bril nog niet klaar was..Dit was mijn allereerste promotie! van rij 10 naar 1 voor de leraar.

Het tweede jaar had ik mijn fiets toch mooi gepimpt! ‘n buddyseat,grote dingdongbellen,mistlamp,spiegels en met puchstuur ja alles goed afgekeken van de puch affiches met mooie meiden die toen boven en bijna in mn bed hingen. Ik had 6 dynamo’s om alle lampen te laten branden!!!!T lukte dan ook alleen maar t’ holletje af richting fietsenrek zo’n 10 meter fietsen!Maar…de meiden zagen me wel aankomen!verkering volgde!Ik was me verliefd op Anja!Helaas raakte ik haar snel kwijt aan mn beste vriend in de klas die dankzij zijn 4 oudere broers wat beter op de hoogte was van hoe en wat met een trukendoos om te gaan .Liefdesverdriet volgde met resultaat Aat zitten blijven.
Het derde jaar eerste les Aardrijkskunde. Nu maar eens helemaal n mooi plekje uitgekozen!
helemaal achterin bij t raam in t zonnetje!Ik had de leraar nog niet gezien maar begreep van sommige meiden die wat opgewonden waren dat t best weleens n leuke leraar kon zijn.
Nouw, forget it! Ik was de eerste les al weer de lul ! Ja weet je wat t was? denk ik nog steeds. Dit was voor mij nieuw een leraar die bruin zonder zon op zn kop had gesmeerd en volgens mij zag ie dat ik t doorhad!Ons oogcontact zat gelijk al fout. De les begon altijd met n Bijbelse boodschap en ik zat alweer n aardig tijdje af te dwalen..Begint ie me toch luid over vrouwen die hun vlees verkopen!Ik keek al achterom naar mn maatje wiens vader een slagerij had maar die was achterin de klas druk bezig met briefjes uitwisselen vriendin.
“Aat!Hoe zou jij t vinden als n vrouw jou versierde? in plaats van andersom!”Ik antwoordde totaal geen moeite mee hoor t lijkt me heerlijk!Als mijn zoektocht naar verkering vrouwen niet lukt zoeken de vrouwen maar naar mij! Bijbels tekstje toch?T werd me niet in dank afgenomen..
Aangezien ik deze dandy-achtige leraar voor 2 van de 6 vakken had voor mijn eerste poging einddiploma te halen nog sneller dan t geluid kansloos gezakt!…

Jaar 6 Een nieuwe wiskundeleraar Meester Voet met als bijnaam Poot waar ik heel veel aan te danken heb gehad!, werd op zijn eerste lesuur als beginnend leraar meteen voor de leeuwen geworpen!

Hij kwam op met n schoenendoos,en wie werd er weer naar voren geroepen?Aat! Wat is dit?ja k zag wel n liniaal diagonaal in die doos zitten maar…t juiste antwoord voor mij was: “N SCHOENENDOOS!” Krijg ik lachend een tikje met die doos op mn hoofd! Mn maatje die ooit Anja ingepikt had ging door t lint !Ja weet je ik zat altijd vol vreugde en hij vol woede n soort Yin en Yang vriendschap! Maar Poot is me toch met harde voet de klas uitgeschopt!Later wel Directeur geworden! dankzij ons wat steviger in t zadel gekomen voor de klas denk…..

Voordat meester Voet directeur werd hadden we voor hem meester Vos!Begon ook altijd zn les met de gruwelijkste bijbel verhalen over onreine vrouwen ik vond die verhalen prachtig!!! alleen als ik wat verhalen in gedachten af zat te maken en verder ging met tekenen in agenda had ie t door !Ook tijdens t bidden voor de les waren er maar twee die mekaar met open ogen aan keken!Ooit was ie zo kwaad dat ik niet luisterde tijdens de engelse les dat hij keihard in de klas zei “HAVE YOU GOT TOO MUCH HAIR BEFORE YOUR EARS???!!!”By the way hij was zelf kaal!..Heeft ie later wel spijt van gehad en goed gemaakt met mij voor school tegen betaling tekeningen te laten maken. Aardig wat mee verdiend toen! tekeningen op doorzichtig plastic van Mr and Mrs Brown speciaal voor een monitor met groot beeldscherm.
Juf Dijkstra zal ik nooit meer vergeten die had ik voor Duits. ‘N forse vrouw met ja ik was 17 pracht van n boezem!.Duits was geen taal voor mij en dat wist ze. Ik kwam ook altijd te laat binnen.. op een gegeven moment ging ze altijd expres met borsten vooruit in de deuropening op me staan wachten zodat ik toch maar op tijd kwam…
Mijn eindtentamen Duits voor eindexamen zat ik voor haar en moest in t Duits een verhaaltje vertellen,er was geen touw aan vast te knopen en hoefde t nog niet eens meer af te maken. Wat vind je er zelf van Aat? wat zou je zelf als cijfer geven? T was nog geen 2 waard maar ik zette in op 6…”5 dan maar?” Aldus de lieverd! Zo kwam ik met pijn en moeite op een voldoende .Er volgden wat spannende dagen…
Tot op een warme dag terwijl ik met mijn krantenwijk bezig was ineens meester Poot ik bedoel Voet met zijn fiets achter me stond!…”JIJ BENT DE EERSTE DIE IK GA FELICITEREN!”
Ik hield t even niet droog….Wel leuk dat ik hem ook kon feliciteren met zijn nieuwe baan als directeur!
Het was n onmogelijk taak om over een ieder die mij aan mijn diploma geholpen heeft te schrijven het had te lang geworden…

Rotterdammert

Rotterdammert

Ik ben geboren in Schiedam in 1977. Daarna zijn we naar Zeeland verhuist en toen naar Rotterdam. Mijn leven begon dus op de Statenweg 119 (zeg maar hoek Stadhoudersweg) op de derde en vierde verdieping. Lees meer

Relativiteit op zijn Rotterdams

Zo, de meivakantie is voorbij, Koninginnedag is geweest, Moederdag, en ook mijn verjaardag. Mijn verjaardag valt altijd in de meivakantie. Dat heb ik altijd heerlijk gevonden. Eerst Koninginnedag en dan 2 nachtjes slapen en dan.. jarig!
Toen ik op de Sint Nicolaas school zat, waar ik alleen in de eerste klas heb gezeten (heet nu groep 3), omdat wij gingen verhuizen naar Ommoord, was mijn verjaardag echt een superfeest.
We gingen op vakantie naar Mallorca, Spanje. Met het vliegtuig!!!! Ik vónd het wat!
Het begon al met de reis naar Vliegveld Zestienhoven, vlak bij de ‘Tuin’. Al die vliegtuigen die we altijd over hoorden komen stonden daar. Nog steeds weet ik wanneer de zomer eraan komt door te luisteren naar een vliegtuig. Zomerlucht maakt dat het geluid van een vliegtuig heel anders klinkt.
De vertrekhal was in mijn ogen druk en groot. Ja, Schiphol had ik nog nooit van gehoord.
Je moest de koffers afgeven en dan wachten. Heel veel meer kan ik me er niet van herinneren, maar wat ik zeker weet is dat we over het gras reden met het vliegtuig. Dat was behoorlijk hobbelig. Ik heb later begrepen dat er betonplaten onder het gras waren gelegd, logisch, want een vliegtuig zakt weg in polderklei. En dit vliegveld is in een polder aangelegd.
Een paar uur later landden we op Vliegveld Palma de Mallorca, dat toen net zo kleinschalig was als Zestienhoven nu. Als ik het voor het zeggen had, gingen alle reizen vanaf Zestienhoven, want ik vind het reuze prettig vliegen vanaf daar en ook het thuiskomen is erg fijn.
Wel gek dat je als kind zo anders denkt over tijd, ruimte en afstanden. Rotterdam is een grote stad, maar toch.. als ik mijn straat uitloop, holletje op, sta ik aan de Rotte. Als ik de andere kant opga, langs het Tankstation, oversteken, viaduct onderdoor, sta ik bij het Kralingse Bos. Als ik het Bos doorga, sta ik aan het eind in Crooswijk… even doorlopen en.. daar is het Oostplein. In mijn hoofd is alles verder dan in het echt. En als het toch per ongeluk verder is dan in mijn hoofd, neem ik net zo makkelijk de Metro terug naar huis.
Steek ik tussendoor bij de tennisvereniging, holletje op, over de Irenebrug, door naar het eindpunt van lijn 4 en dan naar de Streksingel..dan sta ik midden in Hillegersberg. Bergse Dorpsstraat af, Straatweg af en ik sta op Station Noord. De Trein of Bus 35 brengen me zo nodig thuis.
Terwijl ik dit overdenk en neerschrijf, neem ik me voor om – nee, nee, niet weer eens te gaan wandelen – mijn fiets eens wat vaker uit de berging te halen. Het wordt vast zomer. Zoveel moois te zien! Wel windje méé graag!

Het vrije volk

Het vrije volk. De krant van Rotterdam toen!
Al etend dropjes was ik zo in m’n nopjes dat ik werd aangenomen voor mn eerste baantje als krantenbezorger. Wel moet ik erbij vertellen hoe ik dagelijks zat te dagdromen op de Christelijk Zuider-Mavo en hoe in mijn achterhoofd hing hoe al die miljonairs als krantenjongen begonnen zijn.

Na schooltijd dus als een vrije vogel het vrije volk bezorgen!
De kranten werden afgeleverd in een garagebox in de Plauttusstraat waar het de bedoeling was dat ik hielp lossen. Enthousiast als ik was (Ja dat heb ik altijd wel met alles, maar meestal niet de opvolgende keer) bemerkte ik ’n vreemd sfeertje in de garage.
’n Soort Olivier Twist-achtige toestand. Een voorman die was afgekeurd als stratenmaker met handen groter als de schop van ’n kolenboer, een assistent-voorman met ’n scheef geknipte pony en opgeschoren nek (Enige nog ontbrekend was een Charlie Chaplin snorretje).
Deze man was al op l eeftijd en “vrij voor ’t volk met ’n verleden” dacht ik toen al zo jong als ik was. De naam Spekschneider en dat halve geschneide haar bevielen me al totaal niet, en die fiets die ‘ie had! Helemaal opgebouwd uit 10 verschillende fietsen!

Na ’n keertje helpen lossen kwam ik erachter dat ik vanaf mn ouderlijk huis vanuit ’t keukenraam de wagen aan kon zien komen, dus op de minuut af op tijd om mn tassen te vullen na afloop lossing! Ik ging de beste man die zijn krantenwijk op zoons naam had staan steeds meer in de gaten houden, en hij mij dus ook!
’t Viel mij ook op dat hij als laatste met zijn zelfgeknutselde fiets-kunstwerk net zo laat als ik zn kranten in ging pakken en de reservestapel kranten (voor ’t geval iemand iets te kort mocht komen) in ’n extra tas meenam…
In die tijd had je ’n bonnenboekje voor de maandelijkse afrekening met je abonnees… Totaal geen controle dus!
Totale ontvangst van de klanten te storten op rekening Vrije Volk, minus je e igen salaris!
’t Werd spontaan licht ipv zwart voor mn ogen…
Ik had Spekschneider door…zwarte abonnees!
Dit moest ik…Nee, kon ’t niet…mijn krantenmaatjes vertellen!
Dit is de weg naar rijkdom!

Had ik nou maar mn muil gehouden! Onderlinge vriendschap was al snel over na ’t jatten van mekaars kranten…Als laatste aangekomen en elke dag weer je voorman moeten bellen omdat je weer 35 kranten te kort kwam…
Met ’t oog op miljonair worden nog ’t Algemeen Dagblad erbij genomen,maar na te slecht resultaat van Aat op Mavo, maar gestopt…

Wel nog effe leuk afgerond mn laatste dag … Mezelf op een leuk cadeautje getrakteerd!
‘k Wist dat bij station Lombardijen altijd zo’n slome AD-bezorger te laat kwam
(De tegenwoordig Spits/Metro-in–hande-geef-figuur van toen).
‘k Had op mn laatste AD-dag mn fiets met tas duidelijk herkenbaar als bezorger neergezet bij ’t station en de stapel kranten doorgeknipt voor mn collega.
Zo vrolijk als ik alti jd ben in’n mum van tijd heel de stapel voor ‘m verkocht!
Gelukkig in die tijd nog geen camera’s…

Unieke fotoreportage stoomschip Rotterdam

Sinds vier jaar woon ik in het Rotterdamse dijkdorp Pernis op de achtste etage van woontoren De Zwaan langs de Nieuwe Maas bij de monding van de Eemhaven. Het is het hoogste pand in de omgeving, even buiten beschouwing gelaten de bebouwing van Schiedam en Vlaardingen aan de overkant van de rivier en de schoorsteenpijpen van Shell. Enorme zeekasten met soms duizenden containers aan boord schuiven dagelijks voorbij op enkele tientallen meters aan mijn raam, al of niet geëscorteerd door sleepboten. Hun passeren is telkens weer een imposant en indrukwekkend gezicht en dat geldt al helemaal voor de jaarlijks meer dan twintig passagiersschepen op hun vakantieroute van en naar het centrum van Rotterdam.

Elke avond en nacht is het ook Kerstmis door alle lichten en lichtjes bij buurman Shell. Een andere kant van het vijftig woningen tellende appartement biedt een panorama over de Eemhaven, Hoogvliet, Spijkenisse en over het rode-daken-dorp zelf. Het is er goed wonen, zeker als eerdere woonplekken in de afgelopen vijftig jaar in de Pantserstraat (Hillesluis), Rosestraat (Feijenoord), Saffraanstraat en Alsemstraat in Hoogvliet en de Rotterdamsedijk in Schiedam in herinnering worden gebracht. Bovendien is het in Pernis groen en ook schoon. De mensen van de verschillende diensten zijn er dagelijks bezig met het onderhoud.

In het dorp is één supermarkt van de Plus en daarnaast hebben enkele ambachtelijke winkels er hun plek als de Keurslager, warme bakker, drogisterij, slijterij (héél belangrijk), twee snackbars, fietsenmaker, twee bloemisten, enkele kapsalons, vier kerken en evenveel kroegen en één oosters restaurant. Voorts komen eens per week een visboer, kaasboer en een groenten- en fruitboer naar hun standplaats in het dorpscentrum. Allemaal op een andere dag, anders zou je kunnen spreken van een miniweekmarkt. Voor boodschappen in grote winkels of op de donderdagse weekmarkt is Pernis aangewezen op buurdeelgemeente Hoogvliet. Kortom: het is er goed wonen, al zijn mensen van buiten Pernis vaak een andere mening toegedaan. Het enige dat zij vaak weten te memoreren is de geur van rotte eieren, die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw soms de atmosfeer verpestten. Maar ook dat ligt alweer een halve eeuw in het verleden weggestopt.

Mijn camera is altijd binnen grijpenafstand om bijzondere schepen te vereeuwigen. Soms stuur ik een foto door naar een van de drie hier verschijnende wijkkranten en een enkele keer zie ik er een in kleur terug op een van de pagina’s. Het voordeel van een torenflat is dat er een plat dak op zit en daar hadden mijn buurman Wim Vogel en ik in de namiddag en vooravond van 4 augustus 2008 illegaal ons bivak opgeslagen. Dat was mogelijk omdat Wim in zijn functie van vrijwillige huismeester – hij is er na drie jaar mee gestopt –  er de toegangssleutel van had, want behalve voor hem én reparateurs gold en geldt er voor anderen een toegangs- en verblijfsverbod.

Het was die dag behoorlijk winderig en vijftig meter beneden ons werd het in de groenstrook en op de zitbankjes van de Pernisse Waterkant langs de Nieuwe Maas almaar drukker en drukker met nieuwsgierigen. Allemaal wilden ze getuige zijn van het langsvaren van het beroemde stoomschip Rotterdam, waarvan de glorieuze vaarhistorie ook in Rotterdam begon. Het duurde lang en op het dak vermaakten Wim en ik ons prima met gluren over de omgeving, al raakte de blaas behoorlijk vol en werd de keel schuurpapier droog. Uiteindelijk zijn we even afgedaald om het een leeg en het ander vochtig te maken. Eindelijk doemde de Grande Dame in de verte op in de lichte nevel in de bocht tussen Vlaardingen en Maassluis, geflankeerd door vier sleepboten en omgeven door een escort van pleziervaartuigen en partyschepen. De intocht was indrukwekkend en zoiets maakt een mens maar een keer in zijn leven mee. Mijn camera’s klikten onophoudelijk met als resultaat bijna driehonderd bijzondere digitale foto’s, die zorgvuldig worden gekoesterd in de computer. Zo kreeg het wonen in Pernis voor mij een extra aantrekkelijke dimensie. Nu maar hopen dat het schip in de Maashaven blijft, anders moet ik nog een keer naar het dak.