Berichten

Vreugde of verdriet

Noem mij maar sentimenteel
Als ik tranen krijg in mijn ogen

Wellicht wil ik wel te veel
En is het een kwestie van onvermogen

Met z’n allen op die mooie Coolsingel staan
Wie van ons wil dat nou niet?

Wanneer eindigen we weer bovenaan?
En verslaat de vreugde eindelijk het verdriet?

Te koop boek “ode aan de vader”

De Kunsthal viert Moederdag (zondag 12 mei) met een ode aan vaders. Aanleiding vormt het fotoboek ‘Ode aan de Vader’ van Kees Spruijt waarin hij 23 vaders van tussen de 25 en 54 jaar oud portretteert. De portretten vormen een persoonlijk relaas van deze vaders, met een knipoog naar de moeders. Spruijt verbaast zich “over de manier waarop vrouwen het moederschap uitdragen”, mannen staan veel minder bekend om hun vaderschap. De Kunsthal toont bovenaan het Auditorium een tiental portretten van deze bijzondere serie.

De ondergewaardeerde rol van vaders begint volgens Spruijt al tijdens de zwangerschap. “Vanaf het moment dat vrouwen zwanger raken, lijkt er nog maar één gespreksonderwerp mogelijk: het kind”. Spruijt portretteert de vaders daarom in ‘zwangere pose’, de mannen geven zich letterlijk bloot. Ze houden hun, soms grote, vaderlijke buiken vast tegen een fel baby-roze of blauwe achtergrond. De foto’s doen daarmee denken aan zogenoemde ‘pixi photos’, cliché (familie)portretten die sinds de jaren ’50 veel gemaakt werden in warenhuizen. De neutrale setting van de foto’s geeft weinig vrij over de geportretteerden, enkel hun lichamen geven iets van hun identiteit prijs. In begeleidende interviews vertellen ze openhartig over hun vaderschap en de band die zij zelf hebben met hun vader. Hoezeer de mannen ook van elkaar verschillen, de liefde voor hun kinderen staat voorop. “Stiekem verheug ik me al op de dag dat ik opa word” (Paul).

Kees Spruijt
Werk van Spruijt (1964) was al eerder te zien in de Kunsthal, met de fotoserie ‘Kameraden’ (2008), een serie portretten van de harde kern supporters van Feijenoord. Spruijt is sinds 1990 freelance fotojournalist en won in 2004 de tweede prijs bij de Zilveren Camera in de categorie dagelijks leven. Hij heeft een voorliefde voor sociale fotografie, waarin onder andere de zelfkant van de maatschappij centraal staat.

Binnenkort kunt U dit boek bestellen in onze webwinkel, kunt U niet wachten en wilt U dit boek nu bestellen, stort 19.50 inclusief verzending op bankrekening 97.11.62.123 t.n.v. ROPE theater op maat.
Vergeet niet uw adres te vermelden.

The Dutch Inn

Het is zondagmiddag en ik fiets richting huis, kom net terug van een gezellig familie bezoekje. Onderweg krijg ik een sms van een vaste klant van de Dutch Inn, het plaatselijke kroegje waar ik af en toe kom. ‘Kom je even langs? Zit in de Dutch Inn!’ ‘Oké’, sms ik terug, ‘half uur, dan ben ik er’. Ik fiets naar huis, omkleden en wat make up op doen; net even wat aanzetten om er weer pico bello uit te zien!

Bij binnenkomst werd ik overvallen door de stilte, slechts 3 heren en een bardame. Had toch minstens verwacht dat het gezellig druk zou zijn. ‘Heb je geen suiker buiten gestrooid?’ vraag ik de bardame bij het binnenlopen. ‘Ja Michaela, heb ik gedaan, maar ik geloof er niet in. ‘Nou dat is simpel!’ zeg ik, ‘dan gebeurt er ook niets!’. ‘Geef mij suiker, dan ga ik strooien.’ ik geloof er namelijk wel in.

Suiker buiten strooien is een oud ritueel in de horeca. Als het stil is in de zaak, strooit men suiker buiten, met de gedachte om gasten aan te trekken. De bardame overhandigt mij een paar zakjes suiker waarop ik naar de buitendeur loop gangetje door en naar de volgende buitendeur en de suiker over de mat strooi en ik zeg hardop in mezelf, binnen een half uur wil ik dat de Dutch Inn gasten heeft waardoor het gezellig druk is. Daarna loop ik terug naar binnen en dit allemaal binnen één minuut.

De mannen, vrouwelijke gasten waren er niet die dag, keken verdwaasd naar mij, waarom gaat ze nou suiker buiten strooien? Suiker??? Alle koppen draaide mijn kant op en ze bleven mij verbaasd aanstaren toen ik weer doodleuk door de deur naar binnen kwam met lege zakjes suiker.

Een van de mannen, die mij ge-sms’t had en die er bijna altijd is, namen noem ik niet, dat staat niet netjes, draait zich om en volgt mij met zijn grote blauwe ogen. Hij kan het niet geloven, heeft ze dat nou echt gedaan? Ik draai me om kijk hem recht aan. ‘Ja’, zeg ik, ‘ik heb het echt gedaan!’, als ik zijn verbazing lees in die grote blauwe ogen, en ik toon hem de lege zakjes. Zijn ogen, nog groter dan ze normaal al zijn, kijken nu naar de lege zakjes die ik in elkaar vouw en op de bar leg. Die ogen zeggen in een fractie van een seconde zo veel. ‘Neemt ze me nou in de mailing?’ en ‘Is ze gek geworden?’, maar ook, ‘Misschien werkt het wel, ze doet het zo overtuigd’, maar vooral ‘Het moet toch niet gekker worden!’ Hij draait zich om en bestelt voor ons beiden een biertje bij de bardame.

‘De klok wijst nu 3 uur, om half 4 verwacht ik dat het redelijk vol zit!’, zeg ik luid en duidelijk zodat iedereen het hoort. De bardame lacht: ‘als dat gebeurt, ha ha ha kom je dan iedere week?’. ‘Je gelooft er niet in hè’, vraag ik haar. ‘Nee’, zegt ze, ‘daar geloof ik niet in!’ ‘Waar kom je vandaan? Toch niet uit Nederland?’ ‘Nee’, zegt ze, ‘ik kom van Dominicaanse Republiek.’ ‘Daar hebben ze toch wel iets met (bij) geloof?’ ‘Ja, maar ik geloof niet in de suiker, sorry Michaela’. ‘Goed dat kan’, zeg ik.

De man die er met de grote blauwe ogen, is altijd vriendelijk en vooziet mij van een biertje. De bardame lacht om mijn rariteiten en ik praat gezellig met blauwoog. Dan is het half 4 en de Dutch Inn begint vol te stromen met mannen en vrouwen. De mannen, die er al waren, kijken verbaasd naar mij en één roept, ‘dat is jouw schuld, nu word het nog druk ook’, hij lacht erbij. De man met de grote blauwe ogen kijkt opnieuw naar me, ik zit pal naast hem en hij bekijkt me van onder tot boven ‘wel een apart geval die griet’, ik zie het hem denken. Weer komen er gasten in de Dutch Inn en weer begint er een van de 3 mannen er over, kennelijk wel onder de indruk van mijn overtuiging en wat ik teweeg heb gebracht.

Er word onderling druk gepraat, het zijn vaste klanten en oude klanten die de Dutch Inn bezoeken. De meesten ken ik niet, ik kom er nog niet zo lang en ook niet zo vaak. Men praat met iedereen, ik ook, wat erg leuk is. Een schaal met bittergarnituur gaat voorbij, heerlijke muziek, er word gelachen. Het is gezellig druk zo op een zondagmiddag in de Dutch Inn!

Na een paar uurtjes vertrek ik, maar niet zonder dat ik een afspraak heb gemaakt met de bardame. Zij werkt immers iedere zondag en vraagt of ik volgende week weer langs wil komen. ‘Is het zondagmiddag dan niet druk?’, vraag ik haar. ‘Niet zo’, zegt ze: ‘Ik kan wel wat klandizie gebruiken’. Ik beloof dat ik de volgende week even langs kom.

Een week gaat voorbij. Ik ben niet meer in de Dutch Inn geweest en ik weet ook niet of de mensen er over gesproken hebben. Wel kreeg ik een paar keer een sms of ik wilde komen. Ik had andere verplichtingen, zodat ik echt niet kon gaan.

Dan is het weer zondag. In mijn flat schijnt de zon in de woonkamer, ik ga langs bij mijn moeder aan het einde van de ochtend. Als ik aan de achterkant buiten kom is koud. Mijn voorkant van de flat is niet te vergelijken met de achterkant. Gelukkig heb ik een dikke jas aan, want grote dikke donkere wolken dreigen mijn kant op te komen. Onderweg overvalt me een plensbui, op de fiets. Daarom ben ik als een verzopen katje, als ik bij mijn moeder aan kom. Mijn make up, jas, broek en haren: alles is nat!

Na het bezoek moet ik naar huis om me om te kleden en op te kalefateren, immers ik word  om 3 uur weer verwacht in de Dutch Inn! Tenminste één van de vaste bezoekers is er. Dat weet ik, want met hem heb ik op facebook afgesproken om 3 uur in de Dutch Inn te zijn. De man die komt heeft ontzettend veel weg van één van de gasten van Maaskantje, hij heeft dezelfde lange blonde haren en hij vertelt me dat hij net zo’n aparte auto heeft als die gasten van Maaskantje hebben. Toch is hij best aardig en er komt geen raar woord of opmerking uit zijn mond, dus daarin herken ik Maaskantje niet.

De man met de grote blauwe ogen is er niet. Ik sms hem al eerder deze week, dat ik naar de Dutch Inn ga, maar hij heeft een feest en baalt!

Door de plensbui kom ik wat later binnen,  Maaskantje zit er al. Dezelfde bardame en ze is behoorlijk uitdagend! Ze gelooft het allemaal niet wat er gebeurd is vorige week, is allemaal toeval. Maar toeval bestaat niet! Gelijk overhandigt ze mij wel de suiker! Wat apart is, ze gelooft er toch niet in en toch overhandigt ze mij de suiker? Ik loop naar buiten en weer zeg ik hardop in mezelf, binnen een half uur zijn er hier gasten en is het gezellig druk. Als ik terug en naar binnen ga, kijk ik op de klok, rond 4 uur moet het gaan vollopen met gasten. Iedereen kijkt af en toe op de klok die vlak naast de deur hangt. Als het rond 4 uur is komen de eerste gasten binnen. Nu is ze wat gematigd:  ‘ja het kan wel natuurlijk’, zegt de bardame, ‘maar toch geloof ik het niet’. Weer komen er gasten en weer. ‘Het is ‘s zondags toch nooit druk?’ merk ik op tegen de bardame, ‘dat zei je de vorige keer toch?’, ‘Eerlijk gezegd niet’, zegt ze. ‘Maar ik geloof er nog steeds niet in hoor Michaela’, zegt de bardame behoorlijk luid in de zaak.

De mannen zijn niet zo overtuigd dat het niet werkt, die steunen mij meer. Zij vinden het toch wel heel apart en kennen de Dutch Inn schijnbaar beter. ‘Je moet vaker komen!’, zegt een van de mannen, ‘dat is goed voor de omzet!’ Ik lach. Ik moet bekennen, dat ik weet hoe dit werkt, en dat ik het kan. Maar is dit uit te leggen? Nou ja, dan moet je begrijpen dat vertrouwen in iets werkt. De bardame vertrouwt niet, ik wel. Zo simpel werkt het. Er komen leuke gasten binnen, een man lijkt sprekend op Willem Ruys, echt een aardige kerel waar je ook nog om kan lachen en mee kan dansen, tenminste dat deden we, alleen hij kan het niet zo goed. Ach wat maakt het uit, we hebben lol.

Rond 19:00 uur besluit ik naar huis te gaan, ga lekker eten koken en een film kijken. Meerdere mensen nemen afscheid, we wonen ten slotte wel in Nederland hè?! Etenstijd en lekker banken.

‘Volgende week kom ik niet, dan zie je maar hoe het vanzelf verloopt!’, zeg ik tegen de bardame. ‘Is goed Michaela’, zegt ze luid. ‘Dan hoor je wel een week later hoe het is geweest’.

Nieuwsgierig als ik ben, wil ik wel weten hoe het die zondag in de Dutch Inn is: ik ben bijna in staat om te gaan gluren. Maar dat is niet mijn ding en ik doe het dan ook niet. Zal ik dan voorbij lopen of fietsen en binnen kijken zo rond 4 uur? Doe ik ook niet! Even dacht ik er aan, maar ik laat me niet verleiden. Misschien dat Maaskantje naar de Dutch Inn gaat en mij vertelt op facebook hoe het is geweest? Zo niet dan gewoon afwachten tot de volgende week zondag. En ik? Ik ga gezellig naar een vriendin toe. Afleiding werkt het beste!

Op donderdagavond, na mijn radio uitzending bij Radio Erasmus ga ik nog even een biertje drinken in de Dutch Inn. Ook Maaskantje komt langs, schreef hij op facebook. Bij binnenkomst zit de man met de grote blauwe ogen aan de bar, het is er heel erg rustig wat ik op donderdagavond niet zo gewend ben. Mogelijk komt dat door de herfstvakantie. Ik zit te kletsen met de man met zijn grote blauwe ogen als ook Maaskantje binnen komt lopen en naast me gaat zitten. Beiden mannen waren afgelopen zondag niet in de Dutch Inn, en de bardame is niet dezelfde van zondag, deze bardame werkt nooit op zondag. Nu weet ik nog niets, toch wachten tot de zondag….

Dan is het de zondag dat ik weer langs ga. Het is ook de zondag van Feijenoord – Ajax! Dat kan daarom allemaal anders verlopen, als Feijenoord wint zou het kunnen dat mensen het in de kroeg gaan vieren. Als Feijenoord verliest, zou het kunnen dat men chagrijnig naar huis gaan. Ze winnen en verliezen niet, ze spelen 2 -2 gelijk. Maaskantje vraagt of hij mij moet komen ophalen. Alhoewel ik vlakbij woon, klinkt dat als muziek in mijn oren, omdat het de eerste dag is dat het koud aanvoelt. Later dan eerst, komt mogelijk omdat de klok ook nog een uur achteruit ging, zijn we er rond 4 uur.

4 mannen zitten aan de bar, nou en daar word je niet echt vrolijk van. 3 mannen zitten in een diep gesprek met elkaar en 1 man zit er behoorlijk treurig bij. Ik ga aan de bar zitten, Maaskantje staat buiten te praten. ‘En?’, vraag ik de bardame, ‘was het vorige week druk?”, ‘Nee’, zegt ze, ‘ongeveer zoals nu!’ Stil dus. Maaskantje komt bijna naar binnen, de bardame geeft mij de suiker aan. Ik strooi buiten en zeg hardop in mezelf, laat de gasten maar komen! Ik kijk in het rond. Overal mogen ze vandaan komen! Ik ga weer terug naar binnen. Nu heeft niemand het gesprek gehoord. Maaskantje heeft een cola besteld en zegt tegen mij dat hij er zo vandoor gaat. Hij heeft met een vriend afgesproken om te gaan helpen, iets met computers.

Dan ga ik ook gelijk naar huis, het trekt mij niet aan om nog langer te blijven, op een of andere manier heb ik het gehad deze middag. Het gevoel om er even tussen uit te zijn was goed, maar het is niet zo dat ik zo graag vandaag van huis wilde. Thuis heb ik kip en aardappelen klaar staan, nog even de spinazie wassen en dan eten. Bij het idee alleen al krijg ik honger. Aan de bardame geef ik mijn telefoonnummer, sms mij maar hoe het geweest is gisteren. Dan vermeld ik dat wel in dit stuk hier. Niets meer gehoord van haar, van de bardame. Ik weet niet of dat nou kwam omdat ze het zo druk heeft gekregen of mij gewoon vergeten is… Laten we het er op houden dat ze er geen tijd voor had, hoe dan ook!

Het noorder eiland

Er zijn twee eilanden in mijn leven waar ik altijd tot op de dag vandaag een zwak voor zal blijven houden,het geboorteland mijn moeder engeland en waar mijn wiegje gestaan heeft dankzij mn vader het noordereiland.
Ik zal n jaar of 7 geweest zijn maar de Ruyterstraat dat was mijn familiestraat toen,mijn opa en vier zussen van mijn vader en de rest woonden er ! nou reken maar uit! ‘t was n complete Vinkstraat!Ga ik dan ook ‘t volgende over vertellen..niet te lang hoor..
De zondagen!mijn ouders naar t Feijenoord stadion en ik werd afgeleverd en overgeleverd aan n hoop verwennerij bij… ! ja mooier kon t niet zoveel tantetjes bij elkaar!
Als de wedstrijd afgelopen was werd ik altijd door mijn tante naar de stamkroeg van mijn ouders gebracht,vaak onderweg kwam ik meestal ook Rookie tegen die zijn vader tegemoet liep die ook van t voetbal kwam.Rookie had wat toen nog niet bekend was het syndroom van down zijn bijnaam heeft ie gekregen vanwege het naar iedereen vragen van een sigaret,niemand gaf m uit veiligheidsredenen een vuurtje daar hij ze altijd opvrat.

Cafe Adrie Meurers in de van der takstraat een prachtcafe met schitterende muurschilderingen!,waarvan de mooiste die van Bacchus op ‘n ezel met n glas wijn in zijn hand omringd door half naakte vrouwen.
De kroegeigenaar voor mij toen “ome Adrie” was ‘n kleine gedrongen man met te grote handen en heel onvoorspelbaar…
Mijn vader stond altijd aan de rechterkant van de tap te dobbelen met zn voetbalmaten zo ver mogelijk van de glimmende oude tap waar geen vingerafdruk op te zien was..’t was n beetje het heiligdom van “ome Adrie” .
Naar mate de sfeer hoger werd tijdens ‘t dobbelen vond ik het wel leuk dat “ome Adrie” mij ook altijd mee liet delen als er ‘n rondje gegeven werd!ik kreeg dan ‘n kwattareep en hij prooste met ‘n klein glaasje!.
Ik weet ook nog goed dat zo rond ‘n uur of zes zijn vrouw voor mij toen “tante Greet”met ‘n grote schaal ballen gehakt binnenkwam en tevens de jenever voorraad kwam bijvullen…er ontstond een aardige discussie en tante Greet stond met een lege jeneverfles voor ome Adrie’s rode neus te zwaaien!
Na ‘t vertrek tante Greet was ome Adrie druk bezig in de kelder om ‘n nieuw vat aan te slaan,en ik druk bezig engelse soldaatjes,dubbeldekker,engelse taxi allemaal keurig op te stellen op die mooie glimmende plaat op de bar….’kon er net bij!
Probeer ik net ‘t laatste soldaatje goed te zetten wordt ik me toch hardhandig gegrepen door twee kolenschoppen van klauwen!!!
Resultaat:dubbeldekkerbus veranderd in twee normale bussen maar wel met wat ontbrekende onderdelen,2 onthoofde engelse soldaten,engelse taxi total loss,en een aardige schreeuwpartij aan de bar!
Best wel even een aardige klimaatsverandering geweest, maar nadat de boel weer gesust was werd ‘t voor mij toch nog n hele leuke zondag.
Ome Adrie had er best wel spijt van en om het goed te maken kreeg ik een houten hofnar sigarenkistje met 10 repen kwatta,geld voor de patatzaak en voor de jukebox om de muziek te regelen!
Het ging op een gegeven moment zo goed de meest verkeerde plaatjes op zetten!ik liep binnen!,ik rende me rot naar de jukebox!kwartjes rechter dubbeltjes linkerbroekzak en dan rechtstreeks richting hofnarkistje!Aatje heb ie ‘m nou al opgezet?!natuurlijk!!!nog een keer opzetten?,ach sommigen waren zo dronken die wisten toch niet meer wat ze nou gehoord hadden…..

Afgelopen eerste pinksterdag zat ik in een georganiseerde bustocht naar Texel met mijn tantetjes,zo eentje met uitstaptijd bus voor een koffiepauze ongeveer dik een kwartier…
Wat een partij schapen op dat eiland ze-e-e-e-eg!!!,in slaap sukkelen was geen ontkomen meer aan!.
Tijdens het half in slaap zijn moest ik wel even aan mn vorig jaar overleden ome Sjef denken..,een vrolijke muziekgek net als ik! waar ik zijn hele platenverzameling van geërfd heb en de oude Jim Reeves lp’s nog weleens van draai!,sommige niet helemaal hoor…is ook niet mogelijk.
Ome Sjef liet namelijk tijdens een feestje in zijn enthousiasme nog weleens sigarettenas op ‘n lp vallen,ach sla ik toch wat nummers over!
Maar over eilanden gesproken….blij dat ik niet op Texel geboren ben zeg!!!wat heb ik gevochten tegen de slaap!..als ik nu niet kan slapen ga ik geen schapen tellen! ‘k hoef alleen maar te denken aan de bus!..
Ik moet er wel bij vertellen dat vanwege de lange in en uitstaptijden met alle respect voor het gezelligschap hoor! werden de pauzes steeds korter!
Hoopvol gesteld zoals altijd dacht ik nog ff een biertje te kunnen nemen op ‘n terras..nou forget it! buschauffeur stond driftig te zwaaien zeg!,misschien ook wel trek in.. ach we gingen op tijd naar huis…

Samen op de Fiets

Vandaag laat ik Opa Bram thuis. Waarom? Omdat ik met mijn vader Aad Schell op de fiets mee mag. Mijn vader werkt vol continue, dus onze tijd is schaars.
De fiets was een basis fiets, geen versnellingen, wel een bel, en een stoeltje aan het stuur.
Samen weg vond ik altijd leuk.
Oh nee, één keer was ik bang. Toen had mijn vader zich voorgenomen samen met mij naar de Kuip te gaan. Hij was een Spartapiet, heeft zelf ooit als jeugdige in het eerste van Sparta gevoetbald, dus ik denk dat het om een wedstrijd ging tussen Feijenoord en Sparta, maar ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken.
Om een kort verhaal lang te maken: we hebben de tribune nooit bereikt. Waarom niet?
Assie durfde de trappen niet op. Veel te hoog, maar daar kwam ik halverwege pas achter, toen ik niet meer vooruit durfde. Dus tegen de stroom in terug naar beneden. En met het pontje terug naar de Parkkade.

Maar meestal fietsen we door het Havengebied. Het gedeelte tussen de Sint Jobshaven en het Marconiplein.
Langs de horlogemaker en langs Stokvis.
De wind in mijn gezicht en haren, soms mocht ik bellen, en mijn vader trappend tegen de wind in en voluit zingend.
Ja, zingend. Iedereen mocht weten dat we langs waren geweest.
En ik had ook mijn eigen partij in mijn favoriete liedje: “How much is that Doggie in the Window”.. Ik deed vol overtuiging de “woef woef”.

http://www.youtube.com/watch?v=L-U894UkSNI

Ik vond het fantastisch als hij zong. Maar ik was de enige geloof ik. Nu zong hij dus vaak op straat en verhaspelde teksten met ondeugende zinnen als: “Vader liet een frisse dreutel, vader lied een frisse wind, zie hem schuiven in extase…” Ik vond het hilarisch.

Maar goed, tegen de tijd dat wij van Gend en Loos aan de linkerkant voorbij waren, staken we over, oppassen voor de rails en eventuele goederenwagons en reden wij het echte havengebied in.

Mijn vader was ooit kraanmachinist en mijn moeder ‘stekker’- telefoniste bij hetzelfde bedrijf. Zo hebben zij elkaar ook ontmoet. Dit terrein was hem dan ook goed bekend.

Tegen die tijd zette hij weer een ander liedje in. Bijvoorbeeld “Bird Dog”. Ik verstond toen ‘sjannie is een sjoker’, maar ach, ik was maximaal 4 jaar oud.
Laatst vertelde iemand mij dat hij als kind het zo fantastisch vond dat Bad Moon Rising van CCR begon met “Assie a Bad Moon rising”. Herkenbaar dus.

Ik hield van de bewegingen in de havens, kranen die loom draaiden, ook op zondagen, om een schip te laden en te lossen. De loodsen, rails en goederenwagons die zomaar konden oversteken zonder spoorbomen. Zó spannend! En de krijsende meeuwen natuurlijk!
Dat havengebied is niet meer. Er staan flats op en appartementen met penthouses.
De rails is weg, de goederenwagons zijn niet meer.

Mijn vader is ook niet meer, maar nog steeds geniet ik als ik in een havengebied ben. De geuren, het nooit stoppende werk.

En.. nog steeds heb ik hoogtevrees.

Feyenoord

De Nederlandse club Feyenoord is een voetbalclub met een lange historie.

Op 19 juli 1908 werd in het café “de Vereeniging” van de eigenaar Jac. Keizer de voetbalclub ‘Wilhelmina’ opgericht. Er werd gespeeld in rode shirts met blauwe mouwen, en witte broeken. In 1909 werd de naam veranderd in HFC (Hillesluise Footbal Club). HFC sloot zich aan bij de Rotterdamse Voetbalbond, maar omdat er al een club was die HFC (nu Koninklijke HFC, in Haarlem) heette, moest de naam wederom veranderd worden.

De naam werd RVV Celeritas, er werd gespeeld in horizontaal geel-zwart gestreepte shirts en witte broek. In 1912 promoveerde Celeritas naar de NVB. Omdat er ook al een club was die Celeritas heette, moest de naam weer veranderd worden en nu kreeg het de naam Feijenoord (met ij). Tegelijkertijd kreeg het de rood-witte shirts met zwarte broek en zwarte kousen, zoals we ze nu nog steeds kennen.