Berichten

Tram.

Mei 1960. De ochtendzon zorgt voor een aangename temperatuur waardoor de wachtende trampassagiers in een goede stemming zijn. En lijn 11 is precies op tijd. Tijdens het instappen worden ze hartelijk verwelkomd door een markante conducteur: “ Gommelmogge dames en heren er is nu nog plaats , dus ga gauw zitten….of blijf staan, wadduwil”
Tegen een hoogzwanger kindvrouwtje zegt hij: “Kom gauw zitten, meissie” En helpt haar naar de dichtsbijzijnde zitplaats. Wacht tot ze zit en terwijl hij met een zwierig gebaar aan het signaalleertje trekt schalt zijn zware stem: “Houwwuvast!” Als de tram zich in beweging zet begint hij aan zijn kaartjeskoopronde. Als een goochelaar hanteert hij het kaartjeskistje, het stempelapparaat en het allermooiste machientje dat er bestaat: de kleingeldwisselaar met zes aparte vakjes- en schuifjes voor de munten. Voor de kleine jongen die bij zijn moeder op schoot gezeten het apparaat van dichtbij kan bekijken is het een wonder van vernuft als hij de handen van de conducteur vlug en virtuoos langs de verschillende schuifjes ziet gaan. De duim van de conducteur gaat zo snel dat hij niet ziet wat er nou precies gebeurt en onderzoekt het dan zelf maar. Hij druk een schuifje naar beneden en kijkt verwondert een grote munt na, die ratelend op de vloer van de tram valt. De rijksdaalder krijgt niet de kans om weg te rollen omdat de conducteur er zijn voet opzet. “Ahah, poging tot diefstal!” roept de conducteur terwijl hij de munt onder zijn schoen vandaan haalt.
Als hij weer rechtstaat ziet hij dat de geschrokken moeder haar zoontje een lel voor z’n kop  geeft. “Ach mevrouw, hij wil alleen maar effe kijken hoe het werkt. Zo erg is dat toch niet? Deed ik vroeger ook” en klopt het jongetje vriendelijk op het hoofd. De moeder kijkt lichtelijk verward toe hoe de conducteur hem de werking van de wisselaar laat zien en het hem zelfs even laat proberen
“Jij wilt zeker later ook conducteur worden, hè?” vraagt hij, waarop het jongetje snel antwoord met: “Nee hoor, vliegenier.” “Veel beter” glimlacht de conducteur en is al bij de volgende klant: een chic uitziende dame die op bekakte toon haar bestelling plaatst, waarop hij reageert met de vraag of hij het kaartje ‘voor haar in moet pakken’ en stapt verder. Hij hoort twee opgeschoten jongens dubbelzinnige opmerkingen maken over het zwangere kindvrouwtje, draait zich om en bijt de brutaalste van de twee toe: “Als jou moeder het toen niet gedaan had, hadden we nu een etterbakje minder gehad,” en loopt gelijk door naar het aanstaande moedertje met de vraag of ze een grote mensen kaartje wil, knikt haar beschermend toe en roept “Klaasje de Vries!!” De volgende halte is de Claes de Vrieslaan. Als hij het balkon opstapt ziet hij net op tijd dat een man, die met zijn rechterhand het rechterhandvat bij de open balkondeuren vastheeft, zich klaar maakt uit de tram te stappen voordat deze stilstaat. “Meneer! U moet wel met de linkerhand het linkerhandvat vasthouden anders…” “Bemoei je d’r niet mee” snauwt de man, stapt uit en maakt een behoorlijke schuiver, waardoor hij met zijn gezicht op het asfalt terechtkomt naast de langzaam rijdende tram, die even later tot stilstand komt. De conducteur roept vanuit de tram en naar de verblufte gevallene; “Nooit naar de conducteur luisteren, want die is toch gek”. Dan kijkt hij naar het bordje naast de deur en mompelt: “En het staat er toch zó duidelijk”
Door de nieuwe passagiers is de tram nu vol, met als stralend middelpunt de conducteur, die als een veldheer om zich heen kijkt en brult: “Houdduvast” Als het rijtuig weer in beweging komt vraagt een nerveus bewegende jongeling aan de somber kijkende heer naast hem: “Me-me-meneer, koh-koh-homt deze tra-tra-tra hem o-o-wook bij de Be- he- he- laak?” De aangesprokene kijkt met opeengeklemde kaken strak voor zich uit en zwijgt. De jongeling herhaalt zijn vraag met hetzelfde resultaat. Gelukkig brengt de conducteur redding en legt hem geduldig uit waar hij moet overstappen, waarop de jongeling goed geïnformeerd het voertuig verlaat. De conducteur draait zich om naar de somber kijkende heer en vraagt: “Waarom gaf u die jongen nou geen antwoordt? Hij heeft het toch al zo moeilijk!” De aangesprokene staat zichtbaar moed te verzamelen en hakkelt dan zijn antwoord: “Duh..duh… henku daddik een kuh-huh-huh…lap imme gezicht wil hebben?”
De conducteur kijkt eerst verrast en begint dan onbedaarlijk en aanstekelijk te lachen. Enkele omstanders lachen mee en weldra lacht het hele balkon en daarna de hele tram. Op straat kijken de mensen verrast op. Wat is dat nou, een schaterende tram, zie je ze denken.
Als de lachbui geluwd is, stapt de conducteur op de sombere heer af en bied zijn excuses aan. Maar ja, het was ook zo grappig, toch?. Hij knikt glimlachend en stapt daarna, met een hele meute nog nalachend, uit bij de volgende halte, waar twee keurig geklede heren op het punt staan in te stappen. Ze aarzelen. De langste van de twee roept naar de conducteur: “Hee Sie! Die geht bis zum Hauptbahnhof?”
Door de stem van de Duitser maakt de aangesprokene een ware metamorfose door. Allereerst verstart zijn houding. Zijn gezicht wordt spierwit en zijn ogen groot en zwart. Van de vriendelijke Rotterdamse conducteur is weinig meer over. Hij probeert zich duidelijk te beheersen en de passagiers zien zijn worsteling en zwijgen eerbiedig. Hij moet hen wel kaartjes verkopen en stapt als een zombie op de mannen af. Op dat moment hoort hij de een tegen de ander zeggen: “Was ist komisch, Sie sehen hier fast keine antiken Gebäude” De conducteur staat bijna neus aan neus met de langste Duitser, boort zijn woedende blik in de ogen van zijn opponent en sist: “Die hebben jullie in 1940 in mekaar gepleurd. En nou mijn tram uit!!” De beide heren sluipen beduusd naar de balkondeuren, wachten tot de tram stopt en stappen onhandig uit. Van hun arrogante houding is niets meer over. De conducteur kijkt dof voor zich uit en mompelt: “Ze hebben me vast niet verstaan, maar wel begrepen.” Wat door luid applaus wordt onderstreept.

Aad Wieman, Rotterdam 19-6-16. Met dank aan Jolanthe van Dongen, die mijn tekst redigeert.

De Kuip, sentiment of ratio (2)

Beste Feyenoord-vrienden,

Een bijzondere belevenis was het juichende stadion nadat Feyenoord een goal had gescoord. De eerste keer dat ik mij daar als jongetje naast de vele andere indrukken van bewust werd was in een op 15 mei 1958 gespeelde wedstrijd tegen Fortuna ’54 uit Geleen, dat toentertijd nog absolute topspelers als goalgetter Bram Appel, Cor van der Hart (beste voetballer van Nederland) en verdediger Jan Notermans in de ploeg had. Frans de Munck, de onbetwiste nationale doelman met de exotische bijnaam Zwarte Panter was toen al naar DOS verhuisd, dat met hem in datzelfde seizoen de landstitel zou pakken. Kees Rijvers, die bij Feyenoord rechtsbinnen speelde, had met een dropkick gescoord (1-0) en het stadion ontplofte! Ik zat aan de zijkant van ‘de put’ (X noord) en zag al die juichende, springende, zwaaiende, elkaar omhelzende toeschouwers op de eerste en tweede ring en die aanblik maakte mij dubbel enthousiast om mee te delen in de tomeloze vreugde, waarmee die schitterende voetbaltempel seconden lang bezwangerd was. De domper kwam niet lang daarna en nog voor de rust toen Henk Angenent (een ver familielid van vooralsnog de laatste winnaar van de Elfstedentocht) tegen scoorde (1-1). Met name Coen Moulijn trachtte na rust met wervelende acties het pleit alsnog in het voordeel van de thuisclub te beslechten, maar helaas vond de droomvoorhoede van Feyenoord bij goede doelpogingen doelman Ed Belski van de Limburgers op zijn weg. Op een of andere manier heeft Fortuna ’54, ook als latere fusieclub Fortuna Sittard, ons vaker danig dwars gezeten. In 1957 verloren we na een  2-1 voorsprong bij de rust alsnog de bekerfinale in De Kuip tegen de Zuid-Limburgse topclub van weleer (2-4). In latere jaren verslikten we ons met 1-3 tegen het toen veel bescheidener Fortuna Sittard met de gevaarlijke sluipschutter Ronald Hamming in de ploeg. Tijdens het seizoen 1996-1997 zette de zuidelijke ploeg ons de voet dwars met 4-4 na een spectaculaire wedstrijd in De Kuip waarbij wij drie keer hadden achter gestaan en Ronald Koeman eerst een strafschop miste alvorens een tweede elfmetertrap feilloos te benutten. Mede door deze onverwachte remise werd PSV dat seizoen kampioen met uiteindelijk 4 punten voorsprong.

Waar Feyenoord in vroegere jaren in de eigen Kuip ook veel moeite mee had was stadgenoot Sparta. Er is zelfs een seizoen geweest dat Feyenoord in Spangen met 0-4 had gewonnen met koningsschutter Cor van der Gijp als scorende uitblinker (op 2 december 1956), waarna in De Kuip met 0-3 werd verloren. Het enige wapenfeit was een buitenspelgoal van Toontje Meerman die prompt werd afgekeurd. Historisch is natuurlijk de bizarre en onverdiende 0-1 nederlaag die Feyenoord op 23 augustus 1959 tegen Sparta leed na een uiterst omstreden strafschop die de Amsterdamse (!) Leo Horn kort voor tijd aan Sparta had geschonken nadat EddY Pieters Graafland de hinderende Wim van der Gijp een vriendelijk schopje onder het Dordtse achterwerk had gegeven na het wegtrappen van de bal. Tinus Bosselaar benutte de idiote strafschop en toen beleefde ik voor het eerst in mijn nog zeer jeugdige leven ongeregeldheden in Neerlands mooiste en meest traditionele voetbalstadion. De spelers en arbitrage moest toen nog over een onbeschermde sintelbaan naar de kleedkamers lopen. Een regen van gehuurde kussentjes daalde neer op Leo Horn  en een haag van agenten kon niet verhinderen dat de belaagde leidsman  van een woeste toeschouwer een schop moest incasseren. De eigenzinnige Mokummer zou een seizoen lang niet in De Kuip mogen fluiten en na zijn terugkeer in een wedstrijd tegen GVAV op 13 november 1960 was het eerste wat hij deed aan Feyenoord een pingel geven bij een 0-0 stand. De penalty werd benut, maar Feyenoord verloor wel met 1-3. Naar aanleiding van eerder genoemde gewelddadigheden werd het Leo Hornpad aangelegd. Veel stelde het niet voor, het was een looppad van de kleedkamers over de sintelbaan naar het hoofdveld, slechts afgezet met dranghekken die geen enkele bescherming boden tegen eventueel kwaadwillende toeschouwers.  Naderhand werd ter meerdere beveiliging (als gevolg van een verdere verruwing van de samenleving?) de spelerstunnel aangelegd.

In het in 1937 opgeleverde stadion zijn vele historische wedstrijden gespeeld. Nederland won er een keer de derby der Lage Landen met 9-1 van de Belgische zuiderburen en Feyenoord won er met 7-3, 9-5 en 9-4 van Ajax.

Een kleinere stadsgenoot van de Mokumse aartsrivaal (De Volewijckers) werd ooit op een nederlaag van 11-4 getrakteerd. NAC werd een keer met 10-0 verslagen na een 1-0 ruststand. Geschiedenis werd natuurlijk ook geschreven met de 12-2 walk over tegen de IJslandse tegenstander KR Reykjavik en dan waren er de 2-0 triomf op wereldbekerhouder AC Milan en de latere identieke zege op die andere Italiaanse grootheid, afkomstig uit Turijn (Juventus). En al was het resultaat tegen AC Milan toernooitechnisch gezien van veel groter belang dan dat tegen De Oude Dame, juist die laatste zege was wellicht nog spectaculairder dan die tegen AC Milan, gelet op de toen al drastisch gewijzigde internationale verhoudingen bij het clubvoetbal. De Kuip ontplofte bij die beide goals van Julio Ricardo Cruz en voor mijn gevoel juichten de uitzinnige supporters minutenlang om die schitterende voltreffers van de Argentijnse centrumspits welke doelman Angelo Peruzzi kansloos maakten.

Maar het mooiste uit de relatief recente tijd moest nog komen. Dat geweldige, onvergetelijke, onnavolgbare en onovertrefbare UEFA Cup toernooi 2001-2002. We waren al verwend geweest met een verdienstelijke derde plaats in de CL poule waarbij wij Spartak Moskou achter ons lieten.

Het grote Bayern Muenchen werd met 2-2 bedwongen (na een 2-1 voorsprong) en zonder de geschorste Pi-air werd van de Russische topper met 2-1 gewonnen nadat in Moskou de tegenstander met 2-2 was geneutraliseerd!!

Daarna volgden een serie uiterst spectaculaire dubbelconfrontaties waarbij thuis tegen FC Freiburg met 1-0 werd gewonnen, daarna met 3-2 van Glasgow Rangers, vervolgens na strafschoppen de bloedstollende thriller tegen landgenoot PSV (my finest hour). Internazionale werd in de halve finale op 2-2 gehouden nadat in San Siro met 0-1 was gewonnen (Winnen in San Siro doen wij alleen hiero). Ja, en toen volgde de apotheose, twee dagen na de afgrijselijke en brute moord op de arme Pim Fortuyn. Borussia Dortmund was de naam, de Duitse kampioen van dat jaar 2002.  De historische finale is de enige Europese wedstrijd van het roemruchte seizoen 2001-2002 geweest waarvoor ik geen kaartje kon bemachtigen. Hoe slordig gaat ons dierbare Feyenoord soms met zijn supporters om door trouw stadionbezoek geenszins te belonen. Als je maar een silvercard had die even duur was als een gewone seizoenkaart maar destijds nog nauwelijks verplichtingen oplegde, had je met voorrang toegang tot de finale, ook al had je geen enkele Europacupwedstrijd eerder dat seizoen bijgewoond. Maar voor mijn gezondheid was het ongetwijfeld beter om de eindstrijd op zekere afstand te volgen, in mijn geval op ongeveer 140 kilometer. Nadat Jan Koller de achterstand tot 3-2 had verkleind hield ik het voor de buis niet meer uit en fietste ik de doodstille Peel in, weg van de stress, waarbij ik met mijn mobieltje een vriend uit het Noord-Limburgse Beringe had verzocht om mij na afloop van de wedstrijd alleen te bellen als Feyenoord had gewonnen. Aldus geschiedde en uit pure vreugde gaf ik een rondje weg in de plaatselijke dorpskroeg aan mijn jongste zoon (Feyenoorder in hart en nieren) en zijn vrienden die als geboren Zuid-Oost Brabanders uiteraard in meerderheid voor PSV waren. Ruim een jaar later onderging ik een open hart operatie voor drie omleidingen. Hoe zou het mij zijn vergaan als ik die hyperventilerende finale in De Heilige Kuip had moeten ondergaan? Nu, ruim 11 jaar later, heb ik het voorrecht er nog steeds met grote voldoening op terug te kijken. We zijn na al die tijd nog steeds de eerste EN laatste Nederlandse Europacupwinnaar. En daar tussendoor wonnen wij in 1974 ook als eerste Nederlandse club de UEFA Cup (tegen Tottenham Hotspur), waarbij horden gefrustreerde en gewelddadige Engelsen zich schandelijk gedroegen en hun vakken sloopten.

Qua resultaat is eigenlijk de meest historische wedstrijd in De Kuip de zege op Estudiantes de la Plata op 9 september 1970 geweest. Het was een draak van een duel, waarbij de maffiose Argentijnen het veld heel klein hielden door telkens de buitenspelval te laten dichtklappen. Maar invaller en eigen kweek Joop van Deale scoorde het enige doelpunt van de wedstrijd met een ziedend afstandschot en sindsdien mag Feyenoord zich erop beroepen als het eerste uit Nederland afkomstig voetbalelftal wereldkampioen te zijn geworden, hetgeen Oranje ondanks drie WK finales tot op heden niet is gelukt! De Wereldbeker is ook nog eens de hoogste prijs die een clubteam op deze aardbol kan winnen.

Wordt vervolgd.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.

Zuider Mavo Diplomaat

Van de brugklas weet ik me nog te herinneren dat t bij mijn allereerste lesuur al fout ging.
Op een goed uitgekozen plek achterin de klas druk bezig met agenda om te toveren tot stripboek en totaal niet in de gaten dat de leraar al bezig was…”KAN IEDEREEN ‘T GOED LEZEN?!” t zal wel dacht ik..Begint ie me toch op dat krijtbord klein te schrijven!Ik kon geen zak lezen!en iedereen stil in de klas!toch maar voorzichtig vinger opgestoken en aangegeven dat mijn bril nog niet klaar was..Dit was mijn allereerste promotie! van rij 10 naar 1 voor de leraar.

Het tweede jaar had ik mijn fiets toch mooi gepimpt! ‘n buddyseat,grote dingdongbellen,mistlamp,spiegels en met puchstuur ja alles goed afgekeken van de puch affiches met mooie meiden die toen boven en bijna in mn bed hingen. Ik had 6 dynamo’s om alle lampen te laten branden!!!!T lukte dan ook alleen maar t’ holletje af richting fietsenrek zo’n 10 meter fietsen!Maar…de meiden zagen me wel aankomen!verkering volgde!Ik was me verliefd op Anja!Helaas raakte ik haar snel kwijt aan mn beste vriend in de klas die dankzij zijn 4 oudere broers wat beter op de hoogte was van hoe en wat met een trukendoos om te gaan .Liefdesverdriet volgde met resultaat Aat zitten blijven.
Het derde jaar eerste les Aardrijkskunde. Nu maar eens helemaal n mooi plekje uitgekozen!
helemaal achterin bij t raam in t zonnetje!Ik had de leraar nog niet gezien maar begreep van sommige meiden die wat opgewonden waren dat t best weleens n leuke leraar kon zijn.
Nouw, forget it! Ik was de eerste les al weer de lul ! Ja weet je wat t was? denk ik nog steeds. Dit was voor mij nieuw een leraar die bruin zonder zon op zn kop had gesmeerd en volgens mij zag ie dat ik t doorhad!Ons oogcontact zat gelijk al fout. De les begon altijd met n Bijbelse boodschap en ik zat alweer n aardig tijdje af te dwalen..Begint ie me toch luid over vrouwen die hun vlees verkopen!Ik keek al achterom naar mn maatje wiens vader een slagerij had maar die was achterin de klas druk bezig met briefjes uitwisselen vriendin.
“Aat!Hoe zou jij t vinden als n vrouw jou versierde? in plaats van andersom!”Ik antwoordde totaal geen moeite mee hoor t lijkt me heerlijk!Als mijn zoektocht naar verkering vrouwen niet lukt zoeken de vrouwen maar naar mij! Bijbels tekstje toch?T werd me niet in dank afgenomen..
Aangezien ik deze dandy-achtige leraar voor 2 van de 6 vakken had voor mijn eerste poging einddiploma te halen nog sneller dan t geluid kansloos gezakt!…

Jaar 6 Een nieuwe wiskundeleraar Meester Voet met als bijnaam Poot waar ik heel veel aan te danken heb gehad!, werd op zijn eerste lesuur als beginnend leraar meteen voor de leeuwen geworpen!

Hij kwam op met n schoenendoos,en wie werd er weer naar voren geroepen?Aat! Wat is dit?ja k zag wel n liniaal diagonaal in die doos zitten maar…t juiste antwoord voor mij was: “N SCHOENENDOOS!” Krijg ik lachend een tikje met die doos op mn hoofd! Mn maatje die ooit Anja ingepikt had ging door t lint !Ja weet je ik zat altijd vol vreugde en hij vol woede n soort Yin en Yang vriendschap! Maar Poot is me toch met harde voet de klas uitgeschopt!Later wel Directeur geworden! dankzij ons wat steviger in t zadel gekomen voor de klas denk…..

Voordat meester Voet directeur werd hadden we voor hem meester Vos!Begon ook altijd zn les met de gruwelijkste bijbel verhalen over onreine vrouwen ik vond die verhalen prachtig!!! alleen als ik wat verhalen in gedachten af zat te maken en verder ging met tekenen in agenda had ie t door !Ook tijdens t bidden voor de les waren er maar twee die mekaar met open ogen aan keken!Ooit was ie zo kwaad dat ik niet luisterde tijdens de engelse les dat hij keihard in de klas zei “HAVE YOU GOT TOO MUCH HAIR BEFORE YOUR EARS???!!!”By the way hij was zelf kaal!..Heeft ie later wel spijt van gehad en goed gemaakt met mij voor school tegen betaling tekeningen te laten maken. Aardig wat mee verdiend toen! tekeningen op doorzichtig plastic van Mr and Mrs Brown speciaal voor een monitor met groot beeldscherm.
Juf Dijkstra zal ik nooit meer vergeten die had ik voor Duits. ‘N forse vrouw met ja ik was 17 pracht van n boezem!.Duits was geen taal voor mij en dat wist ze. Ik kwam ook altijd te laat binnen.. op een gegeven moment ging ze altijd expres met borsten vooruit in de deuropening op me staan wachten zodat ik toch maar op tijd kwam…
Mijn eindtentamen Duits voor eindexamen zat ik voor haar en moest in t Duits een verhaaltje vertellen,er was geen touw aan vast te knopen en hoefde t nog niet eens meer af te maken. Wat vind je er zelf van Aat? wat zou je zelf als cijfer geven? T was nog geen 2 waard maar ik zette in op 6…”5 dan maar?” Aldus de lieverd! Zo kwam ik met pijn en moeite op een voldoende .Er volgden wat spannende dagen…
Tot op een warme dag terwijl ik met mijn krantenwijk bezig was ineens meester Poot ik bedoel Voet met zijn fiets achter me stond!…”JIJ BENT DE EERSTE DIE IK GA FELICITEREN!”
Ik hield t even niet droog….Wel leuk dat ik hem ook kon feliciteren met zijn nieuwe baan als directeur!
Het was n onmogelijk taak om over een ieder die mij aan mijn diploma geholpen heeft te schrijven het had te lang geworden…

Tranen van vreugde bij weerzien van oudere Katendrechters

Op Katendrecht ben ik in 1946 geboren, dus ben ik – wat men noemt – een babyboomer. Vader kwam eind juli 1945 terug uit Duitsland en moeder was al snel zwanger. Mijn eerste schreeuw gaf ik in de voorkamer van opa en oma Reinier en Trees van Wijk aan de Tolhuislaan 49. Mijn bijna (helaas overleden) drie jaar oudere zus Miep zal toen best in de buurt zijn geweest. Nadat moeder van haar zwangerschap was hersteld, gingen we naar huis. Dat was een zolderkamer van de familie R. van der Gevel boven slager De Pater op de hoek van Heinlantstraat en Groene Hilledijk.

 Vanwege de familieband was ik vaak op Katendrecht te vinden, ging er naar de speeltuin en probeerde te piepen met het heen- en-weertje dat voer tussen de Kaap en de Willemskade. Ondertussen waren we verhuisd naar de (verdwenen) Pantserstraat en werden de Afrikaanderwijk en Hillesluis mijn nieuwe ontdekkingsgebieden. Ik kwam vaak in het patronaat van het Sint Franciscus Liefdewerk in de Brabantsestraat van de paters Bisschop en Bellemakers, die weer in contact stonden met het patronaat Rechthuislaan op Katendrecht. Ze woonden er trouwens ook bij de daar ingerichte wijkkapel.

Ook was ik lid van de padvinderij, de St.-Franciscusgroep, die haar honk had op de zolder van de St.-Louisschool aan de Putselaan. Hopman, zeg maar dé gróte groepsbaas van welpen en verkenners, was de Katendrechtse hoofdagent Theo Arntz. Ik had diep ontzag voor deze man, die autoriteit uitstraalde. Als hij ons welpenhonk betrad, was het doodstil en luisterden we extra nauwgezet naar de opdrachten van onze akela. Twee jaar later had ik andere interesses en zwaaide ik de padvinderij en de hopman en de akela vaarwel. Dat was 54 jaar geleden en ik heb Arntz daarna nooit meer gezien, wel een enkele keer aan hem gedacht en zelfs over hem geschreven. Ik zou hem best weer eens willen zien en spreken, bedacht ik wel eens in een nostalgische bui.

Mijn wens ging zaterdag 12 mei in vervulling toen ik op Katendrecht in letterencafé Tsjechov – de opvolger van het roemruchte café De Unie op de hoek van Delistraat en Lombokstraat – op uitnodiging van Ridderkerker Willem van Meer een reünie bezocht van ex-Katendrechters. Tachtig uitgezwermde schiereilanders waren voor even terug op hun thuishonk met oude foto’s, vreugdetranen en ‘praatje-pot’ onder het genot van smakelijk appelgebak. Ze genoten er op velerlei wijze van. Maar het meest van elkaar, want er lag in het weerzien soms een leemte van zestig jaar.

Uit alle hoeken van het land waren de reünisten gekomen. Onder hen, tot mijn grote vreugde, de 87-jarige Theo Arntz uit Nijmegen. In hem herkenden de meeste bezoekers hun buurtagent van destijds, die woonde aan de Sumatraweg. ,,Het was een fijne tijd,’’ vertrouwde Arntz mij toe nadat we onze herinneringen aan de padvinderij hadden opgehaald. Ton Kegel (72) uit Spijkenisse had het eveneens naar zijn zin. ,,Na 55 jaar heb ik daarnet Anet Rutjes gekust. Ik vond haar toen een leuke meid en dat is ze trouwens gebleven. Nu woont ze in IJsselmonde.’’

Ben Gelaudemans (73) genoot eveneens van het weerzien. ,,We zijn een uitstervend ras, maar onverwoestbaar,’’ zei hij met een armzwaai over de menigte heen en met een grote pils in zijn hand. ,,Ik ben geboren en getogen aan de Rechthuislaan, waar ik in 1962 ben uitgetrouwd. Nu woon ik alweer veertig jaar bij Venlo in Limburg. Mijn Rotterdam en mijn cluppie Feyenoord ben ik trouw gebleven.’’

Herinneringen aan zomerkampen van Sint Franciscus Liefdewerk naar Beuningen en Postel werden met foto’s ondersteund. Verhalen over met stro gevulde slaapzakken en poepen boven een gierput deden ook de ronde. Beeldend waren de verhalen over het wassen ’s ochtend in een teiltje ijskoud water op het boerenerf. ,,Niet voor te stellen wat een geweldige tijd dat is geweest,’’ deed Willem van Meer als herinneringsduit in de zak. Hij broedt op nog een reünie.

Café Verschoor van Theo en Joke al dertig een heerlijk bruine kroeg in Delfshaven

Taart, bloemen, andere geschenken en een fraai uitgangbord  maakten duidelijk dat Joke en Theo van Rijswijk tot tevredenheid van hun klanten al dertig jaar achter de tap van hun café Verschoor staan. Het bijzondere bedrijfsjubileum was  onlangs reden voor een groot feest in de overigens al ruim een eeuw bestaande bruine kroeg aan de Oostkousdijk 1 in Delfshaven. Met meer dan honderd klanten werd het gevierd. Onder hen Rein van Peski (67), Cua Hang (57), Gerrit Möring (65) en Henk van Gennep (58), die al dertig jaar vaste stamgast zijn en er bijna dagelijks in hun biertje komen happen.

,,Al bij de vorige eigenaar, Arie Verschoor,’’ voegen de vier er haastig aan toe.

,,Waarom we hier zo graag komen? Verschoor is een gewoon en heerlijk bruine café. Eén van de weinige, waar je nog mens onder de mensen bent.’’  Joke en Theo hebben er hun handen vol aan. Hun café is een sociaal trefpunt met ook aandacht voor elkaar problemen. In de loop van jaren heeft het duo enkele honderdduizenden pils getapt en kelkjes gevuld.

Hun café biedt de klanten echter meer. Er is hangt bijvoorbeeld nog een ouderwetse spaarkaskast aan de muur, waar de klanten in sparen voor een jaarlijks uitstapje. ,,Bijvoorbeeld voor een driedaagse cruise naar een kerstmarkt in Duitsland met een gecharterd schip of voor andere feesten. Of voor drie dagen samen naar hotel- en vermaakscentrum  Preston Palace in Almelo,’’ vertelt schoondochter Linda van Rijswijk. Zij, haar man Jeffrey en hun kinderen Damian en Quinty boden het jubilerende kasteleinspaar een speciale herinneringsfoto op canvas. ,,Die krijgt een fraaie plek in de zaak,’’ riep Joke enthousiast. Naast een etablissement ‘voor sociaal en maatschappelijk verkeer’ biedt Verschoor ook een bruisend muziekpodium. Op zondagmiddag treden regelmatig artiesten op en Theo en Joke hebben ook tal van spraakmakende songfestivals en talentenjachten in hun zaak gehouden. Ook daar wordt het duo om geroemd, bleek op het jubileumfeest.

Artiesten treden niet alleen op uitnodiging op, maar bovenal spontaan. ,,Onze klanten komen niet alleen uit de buurt, maar overal vandaan. Zelfs uit Hoogvliet, Pernis, Spijkenisse, Ridderkerk en Overschie,’’ vertelde Theo trots in de feestelijke drukte onder het tappen van pilsjes.

Meer informatie: www.cafeverschoor.nl

Volop cruiseplezier op de rivier

Zwemmen kan ik geen slag, want ik heb waterangst. Overgehouden aan bijna verdrinken toen  ik zeven jaar was in de Rotterdamse Maashaven bij het opvissen van bananen. Mijn positieve tegenpool is dat ik idolaat ben van varen, vooral op cruiseschepen op de Nederlandse en Europese rivieren. Bijna tien jaar was ik matroos en gids op de drie Croosboten in Rotterdam en twee keer vier maanden heb ik gegidst en  passagiers begeleid op Nederlandse cruiseschepen. Met de een door Nederland, België en Duitsland en de tweede voer ik op de Donau tussen Linz en Boedapest. Heerlijk was het om onderweg met de passagiers te zwaaien naar andere  cruiseschepen onder wie het vakantieschip van De Zonnebloem, waarvan de nieuwe  naam Alegria is. Dit bijzondere schip met speciale voorzieningen voor mensen die  minder gemakkelijk bewegend door het leven gaan, gold altijd mijn bewondering. Een andere bijzonderheid is dat ik op dit ruim één jaar geleden fraai  gerenoveerde schip ga varen als reisleider. Inderdaad als gids en  passagiersbegeleider en onderweg maak ik ook verhalen en foto’s, zoals voor deze  site. Er zijn trouwens voor deze tocht door Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland nog een paar hutten vrij: informeer bij Adelle Cruises, www.adelle.nl  of 078-6816055. Vrijdag 6 april varen we weg van de Rotterdamkade op de  Wilhelminapier om daar donderdag 12 april weer te arriveren. Van die reis en  alle bijzonderheden doe ik daarna verslag en wie weet…. komt er nog meer  vaaravontuur met bijzondere mensen op deze bijzondere site.

Ik  verheug me op het varen en onderweg zal zeker klinken: ‘Já, dat reisje langs de Rijn…, Rijn…, Rijn’. Heerlijk,  dat lied! Vrijwel iedereen kent het refrein en op een cruiseschip mondt het uit  in een polonaise. Meestal massaal gelopen op de slotavond van de varende  vakantie en aansluitend op het captainsdiner. Mps. Alegria is een exclusief  varend hotel met gemeenschappelijke voorzieningen en een aantal vaste regels,  zoals de tijden voor ontbijt, lunch en diner. Varen duurt niet de hele dag en ’s  nachts ligt het schip voor de kant. Onderweg is doorgaans tijd ingeruimd voor  het maken van aantrekkelijke excursies. Zo maken we deze reis onder meer een  excursie naar de Floriade in Venlo. ‘s Avonds bij het diner wordt bekendgemaakt  waarheen het schip de volgende dag vaart en aanmeert en ook de  bezienswaardigheden die daar zijn. Bij de scheepsreceptie kan men inschrijven  voor een of meerdere uitstapjes. Natuurlijk staat het iedereen vrij om aan wal  zelfstandig op avontuur te gaan, met naast geld en een camera natuurlijk een  horloge als standaardbagage. Aanmeren duurt soms maar een paar uur. Wie niet op  de vertrektijd terug is, heeft in dat geval voor zichzelf een probleem  geschapen.

De  sfeer aan boord is gemoedelijk, vriendschappelijk en biedt een basis voor  blijvende contacten. Iedereen geniet immers van vakantie; vervelende zaken zijn  voor even naar de achtergrond verdrongen. Aan boord ontstaat een kennismaking  snel: je komt elkaar op het schip overal tegen. Bij mooi weer natuurlijk op het zonnedek, maar vanzelfsprekend ook aan tafel of ‘s avonds op en rond de dansvloer in de salon.

Het  voordeel van een vaarvakantie is dat deze compleet is. Niet alleen wat het  gezamenlijk optrekken betreft, maar ook omdat ieders privacy gewaarborgd is in  de eigen comfortabele hut. Daar hoeft de vakantieganger zelf niets te doen. De  bedden worden direct na het ontbijt opgemaakt, de hut gestofzuigerd, het  sanitair gereinigd en handdoeken verschoond.

Het  is een fabel dat een vaarvakantie op de rivieren alleen is weggelegd voor  senioren of rijke buitenlanders. Steeds meer jongere mensen ontdekken dat het  maken van een cruise charmante, veelzijdige en rustgevende kanten heeft. Eén  daarvan is dat af en toe het besef van tijd ontbreekt, want cruisen is vertoeven  in een volstrekt andere wereld. Al na één uur varen lijkt het of je al veel langer van huis bent.

Het  is plezierig te beleven hoe aangenaam het leven op een cruiseschip is. Niet  alleen op Nederlandse rivieren en meren, maar ook op waterwegen als de Rijn,  Moezel, Saar en Elbe. Korte of langere cruises: allemaal hebben ze een eigen  bekoring en uitstraling. In de lente – nu dus – begint het vaarseizoen dat duurt  tot eind oktober. Daarna is het niet gedaan. In november en december gaat de  stevens vanuit Rotterdam richting Düsseldorf en Keulen of Antwerpen voor het  maken van shoppingcruises, een gewild uitstapje naar deze steden die dan in fraaie kerstsfeer zijn getooid.

Wie  eenmaal een cruise heeft gemaakt, raakt doorgaans verknocht en stapt elk jaar  wel een keer aan boord voor het maken van een van de talrijke reizen die Adelle  Cruises op het programma heeft staan voor een van de drie eigen schepen.  Reageren: reinw@telfort.nl