Berichten

Kerst in Dubio

Op de hoek van de 2e IJzerstraat en de Pieter de Hoochstraat staat een groot imposant wit gebouw: ‘Huize Schoonderloo’. In de 19e eeuw gebouwd als buitenverblijf voor de rijke familie van der Pot van Groeneveld. Genoemd naar het ambacht Schoonderloo, toen gelegen tussen Delfshaven en Rotterdam. In de jaren na de 2e Wereldoorlog was de Keuringsdienst van Waren er gehuisvest.

Maar van 1979 tot 1983 huurde het kunstenaarscollectief KK Dubio het pand van de gemeente Rotterdam.

In die jaren kwam ik er regelmatig. Het werd toen ook vaak als de ‘Raketbasis’ aangeduid. ‘Raket’ was de naam van het blad dat de groep maakte. Een blad ‘zonder baas, zonder onderlinge competitie of afgunst, zonder winstbejag’. Iedereen mocht schrijven wat hij wilde, dat werd zonder enig commentaar of censuur geplaatst. Ultieme vrijheid van meningsuiting. Het papier was natuurlijk gerecycled, in die tijd nog grijs en zacht. Tekst en tekeningen gestencild. De exemplaren die ik bewaard heb, vallen bijna uit elkaar en zijn nog maar moeilijk te lezen.

Maar Huize Schoonderloo was meer. De kelders hadden extra dikke muren, verbouwd tot bunker en schuilkelder voor de 2e Wereldoorlog. Geluidsdicht dus.

Het kunstenaarscollectief maakte niet alleen kunst en een blad, maar ook muziek. Tezamen vormden ze de punkband de Rondo’s, en verbouwden hun eigen geluidsdichte kelder tot oefenruimte. Natuurlijk zaten ze niet de hele week in die kelder, en mochten een aantal andere bands de ruimte gebruiken om er hun muzikale uitingen vorm te geven. Ze trokken een hele rits punk-liefhebbers, die er allemaal kwamen kijken of repeteren, en elkaar ontmoetten na afloop van hun sessie.

2- Huize Schoonderloo RaketMal

 In de gemeenschappelijke huiskamer van Huize Schoonderloo wisselden ze hun ideeën uit over songteksten, gitaarakkoorden (drie, soms wel vier akkoorden!.. ;-), podiumervaringen, inspiraties en aspiraties. Die dan weer terecht konden komen in het blad Raket, dat in diezelfde ruimte samengesteld werd.

Langzaam maar zeker werd die huiskamer een ruimte waar je ook zomaar naartoe ging. Het was er altijd gezellig, bedrijvig en inspirerend. Iedereen was er wel bezig aan iets, of maakte op zijn minst wilde plannen.

De eerste graffiti-uitingen werden er voorbereid, jaren voordat de kleurige HipHop-pieces de stad zouden versieren, werden al spuitbussen gekocht en spoot iedereen de naam van zijn band op elektriciteitshuisjes. Een heel mooie, die nog lang heeft bestaan, was gemaakt door de Rondo’s zelf: getekend met een dikke rode en blauwe viltstift op elkaar geplakt, langs de wand van de voetgangerstunnel onder de Maas, trokken ze op de tegels een lange dubbele streep over de hele lengte van de tunnel. Door de ruimte tussen de rode en blauwe stift leek het een honderdmeterlange Nederlandse vlag: rood, wit, en blauw.

Onvergetelijk werd de kerst van 1980. Er werd een kerstboom neergezet in de gemeenschappelijke ruimte, maar natuurlijk zonder burgerlijke kerstballen. Een van punkjongens kwam binnen met een Mercedes-merk, gesloopt van de voorkant van een dure Mercedes, waar hij als fundamentalistische punk natuurlijk tegen was. Anderen volgden al snel zijn voorbeeld, en binnen een week hing de hele kerstboom vol Mercedes-emblemen. Een letterlijk onbetaalbare kerstversiering!

3- Huize Schoonderloo MercedesLogo

Ik heb er helaas geen foto van gemaakt, en kan er op internet ook geen foto’s van vinden. En vraag me af of iemand toen wel een fototoestel had? Bovendien illegaler dan illegaal natuurlijk, maar daardoor juist extra spannend.

Er moeten een hoop Mercedes-eigenaren bij hun verzekering aangeklopt hebben die maand!

Nu rijst bij mij wel de vraag: wat zou er na die kerst met de versiering gebeurd zijn? Zou er nog ieder jaar ergens in Nederland een boom versierd worden met de oude Mercedes-logo’s?..

We willen foto’s zien!..

48 hours team Delfshaven werd gevolgd door Cineac tv Rotterdam

De tv-makers van Cineactv Rotterdam volgden het team van Delfshaven TV tijdens het 48 Hour Film Project. Het resultaat is een making of van maar liefst veertig minuten. Deze is binnenkort op tv te zien, maar nu ook al online. Dank aan Ryan Derks voor het maken van deze uitgebreide film!

Praktijk Žaklina Lečnik

Sinds april 2013 is mijn praktijk voor Voetreflextherapie en Massage gevestigd aan de Heemraadstraat in Delfshaven, Rotterdam. Hier kunt u terecht voor o.a. voetreflexbehandelingen, hot stone massage en chakra-massage. Voetreflextherapie is de basis van mijn behandelingen, maar aangezien iedereen met een persoonlijk verhaal, een individuele klacht en wens komt, kunnen de behandelingen ook verschillen.

Bij een voetreflexbehandeling worden de voeten gemasseerd. Daardoor wordt er een verandering teweeg gebracht in het gehele lichaam. Het is een holistische benadering van het lichaam. Via zenuw- en energiebanen worden de prikkels aan het lichaam doorgegeven en kan het lichaam in haar eigen tempo de prikkels opvangen en verwerken. De behandeling is een weldaad.

Ook kunt u hier terecht voor een hot stone massage, aromatherapeutische massage, ontspannende lichaamsmassage of een chakrabehandeling (waarbij warme stenen met voetmassage worden gecombineerd).

Elke behandeling is individueel, de cliënt kiest voor een behandeling waar hij of zij zich prettig bij voelt.

Een belangrijk uitgangspunt in mijn praktijk is in te gaan op de persoonlijke ontwikkeling van de cliënt en hiermee een moment van rust, aandacht en bewustwording te creëren. De behandelingen zijn zowel ontspannend, als ook therapeutisch en ondersteunend. Ik combineer graag de massagetechnieken, waarbij voetreflextherapie een basis blijft vormen.

In april 2014 is de praktijk een jaar in Delfshaven gevestigd en dan zal er een OPEN weekend zijn voor geïnteresseerden, met een feestelijk hapje en drankje. Meer hierover kunt u terzijnertijd  zien  mijn website en facebooksite.

 Meer informatie, prijzen en openingstijden van de praktijk  kunt u vinden op

www.zaklinalecnik.nl

www.facebook.com/pages/Praktijk-Zaklina-Lecnik/205615806229328

Café de ‘Oude Sluis’ hoopt alsnog op komst Máxima en Alexander

Bruiner dan de ‘Oude Sluis’ kan een café niet zijn. Niet sinds gisteren, maar al een volle eeuw. Wat ooit een wachtlokaal was voor schuttende schippers, is nu een volkscafé met een gemêleerd publiek dat niet alleen in Delfshaven woont.

,,Ze komen nog steeds overal vandaag,’’ weet de 70-jarige Willem Terlouw die van 4 oktober 1978 tot 1 april 2011 eigenaar was van het bekende etablissement op de hoek van Schiedamseweg en Aelbrechtskolk.

Af en toe slurpt hij nog een bakkie troost in het café dat hij vorig jaar vanwege zijn leeftijd overdroeg aan de compagnons Danny van der Kroef en vader en zoon Aad en Alex de Vries. De 48-jarige Danny werkt er al sinds 1990 als bedrijfsleider. Hij kent elke hoek van de zaak, terras en natuurlijk de klanten van haver tot gort. ,,Waar vind je in Rotterdam een café met terras dat zo schitterend ligt als aan de Aelbrechtskolk? Ook vanuit ons moderne rookhok heb je er een prachtig panorama op,’’ vult De Vries senior aan.

Als de muren van de ‘Oude Sluis’ konden spreken, zou dat bijzondere geheimen opleveren, roepen Willem Terlouw en Danny van der Kroef in koor. Willem: ,,Zoals het onderonsje dat we hadden met ‘de jongens met de oortjes’ van de Rijksvoorlichtingsdienst toen Willem-Alexander en Máxima op 15 oktober 2001 een kennismakingsbezoek brachten aan Delfshaven. Of zij in onze zaak een biertje konden drinken. Man, wat was ik vereerd. Alles werden gescreend en onder grote geheimhouding geregeld,’’ verkneukelt Terlouw zich weer als hij aan dat moment terugdenkt. ,,Ik had een speciaal likeurtje voor ze ingekocht ‘Hempje licht op’ en dat stond ingeschonken. Ze arriveerden met de tram, die voor de deur stopte. Helaas zijn ze niet verder gekomen dan de deur. Ze waren achter geraakt op het schema en kwamen – helaas voor ons – toch maar niet naar binnen. Jammer van alle moeite. Ik hoop dat het Koninklijk Paar die teleurstelling voor ons nog eens komt goedmaken.’’

Het nu monumentale pand van de ‘Oude Sluis’ is in 1911 gebouwd op het fundament van een uit de 16de eeuw daterende sluis tussen de Aelbrechtskolk en Delfshavense Schie. Later is deze door een nieuwe vervangen en de deuren daarvan zijn er nog steeds. Ze kunnen niet meer open omdat de buis van de metro er sinds de jaren tachtig is ingegraven. Overigens was het bouwen van de metrolijn (geopend op 25 april 1986) van en naar het Marconiplein bijna de doodklap voor de ‘Oude Sluis’. ,,Onze zaak was enkele jaren vrijwel niet bereikbaar en al helemaal niet voor toeristen,’’ weet Van der Kroef. Hij zegt het jammer te vinden nauwelijks profijt te ondervinden van passagiers die met grote cruiseschepen naar Rotterdam komen. ,,Zo af en toe stopt er een touringcar voor de deur en laten de mensen zich fotograferen, maar zijn gelijk weer foetsie. Van koffie met appeltaart op ons terras is geen sprake.’’

Enorme bruine panelen sieren het interieur van de ‘Oude Sluis’. Ze beelden allemaal ‘drinkgelag’ uit en zijn gemaakt door Italiaanse terrazzowerkers die in het begin van de vorige eeuw in Delfshaven woonden en werkten. Volgens de overlevering was het maken van de van gips en gaas geboetseerde kunstwerken onderdeel van het betalen van drinkschuld aan café-eigenaar Piet de Nijs senior die vanaf 1911 de zaak gedurende 66 jaar binnen zijn horeca-imperium hield. Hij verkocht de zaak aan John Brummen, die er na anderhalf jaar de brui aan gaf, waarna Willem Terlouw de nieuwe eigenaar werd. Hij maakte er een kleurrijk café van waar studenten, academici, mensen van het conservatorium en ‘Jan met de Pet’ zich thuis voelen. ,,Er zijn klanten die al meer dan veertig jaar over de vloer komen.’’

Overigens zijn de in verval geraakte wandpanelen in restauratie en zo blijft ook die herinnering aan de rijke geschiedenis levend. Tot de viering van Oud en Nieuw biedt de ‘Oude Sluis’ een feestprogramma van honderd dagen met artiesten als Joris Lutz, Pierre van Duyl en The Amazing Stroopwafels. Zie voor het gehele programma:www.cafedeoudesluis.nl

Dank U Sinterklaasje !!!!

Eén van de spannendste dingen in een kinderleven is het Sinterklaasfeest.
Natuurlijk is 5 december zelf de apotheose van de voorpret, maar nog voor de aankomst van Sinterklaas loopt de spanning hoog op.

Op de scholen worden in, wat nu geheten,  groepen 1 en 2 en de onderbouw van het basisonderwijs al liedjes geoefend om luidkeels Sint en zijn Pieten te kunnen verwelkomen en strakjes bij de schoen te kunnen zingen, natuurlijk uit volle overtuiging.

Zelf was ik het type kind, en nog steeds wel,  van: een kinderhand is snel gevuld. Dat was ook zo met mijn schoentje. Ik ben snel tevreden.

Wij hadden al een gashaard in Delfshaven terwijl oma en opa nog een kolenkachel hadden.
De gashaard was handig voor meer dan verwarmen. Zo ‘streek’ mijn vader op de ronde hoeken mijn satijnen haarlinten op de kachel en kon de soep erop warm gehouden worden. Ook was het een mooi apparaat om bovenin je kleurpotloden in de kachel te laten vallen om daarna naar het verbrandingsproces te kijken achter de ruitjes.
Mijn moeder vond dat niet zo leuk en eigenlijk heeft het verbieden ervan mijn ontwikkeling in Bèta-vakken gestagneerd.

Maar wij, mijn zusjes en ik, zongen uit volle borst naast onze schoenen, voor de kachel, met een wortel en een glaasje water voor het Paard.
In pyjama en pantoffels. Buiten al donker, dus daarna naar bed .. naar bed.

We sliepen met zijn drietjes op de ‘halve’ zolder. De andere helft was van de buren en Jenny en Cocky sliepen daar.
Helaas hadden mijn ouders gedacht aan een babyfoon.. een intercomsysteem destijds… waar regelmatig uit klonk “Slapen, NU!” wanneer er weer eens een wedstrijdje trampolinespringen op de spiralen bed bodems aan de gang was.
Ook in de weekenden hadden wij veel lol wanneer we wakker werden en speelden we uitgelaten, wachtend op mama die ons zou roepen. Aangezien wij luiken voor de ramen hadden (enkel glas daar en op de 3e etage)  hadden we geen idee of het 4 uur in de ochtend was of ‘al weer’ 8 uur….

Maar ik dwaal af….

Schoen gezet.. de volgende ochtend was erg spannend. Wachten op mama, dan mochten we mee naar beneden. – probeer dat nu eens als ouder, met kids die in het weekend al om 6 uur voor de televisie zitten, stilletjes, kijkend naar Cartoon Network of Zappelin-. Mijn ouders hadden alle tijd om een verdieping lager de wortel te doen verdwijnen en het glas leeg te gooien.

In onze schoen zat altijd iets leuks. Of lekkers. Of allebei. Ik was blij met wat ik kreeg van Sinterklaas. Hij kon niet weten dat ik misselijk werd van grote suikerbeesten en gevulde chocomuizen. Maar een mandarijntje was al goed.

En je schoen vol betekende dat je lief bent geweest.

Op een dag was het die avond weer ‘schoenzetten’.
Het was een druilerige dag, maar dat hoort bij Sinterklaas.
Mijn twee jaar jongere zus en ik gingen buiten spelen. ( bij gebrek aan PC, 399 televisiezenders, Wii’s, Playstations, DS’sen etc., etc.)

Wij konden heel goed buiten spelen daar, want we konden heel ver weg op straat, zonder over te hoeven steken.
Hoe we op het idee kwamen… ik kan het me niet meer herinneren, maar we gingen ‘een rondje doen’.

De deur uit lopen, rechtsaf langs van der Ven groenten en fruit, hoekkie om de Coolhavenstraat in en dan langs de Piet Heijn school, de poort van de kleuterschool voorbij, nog een stukje doorlopen en dan de Schoonderloostraat in, op de hoek van de Coloniastraat.

Aan het einde van de Schoonderloostraat kon je de Willem Buytewechstraat weer op.
Maar dat ging niet zomaar… De Havenstraat en de Schoonderloostraat lagen aanzienlijk lager dan de Willem Buytewechstraat en de 1e IJzerstraat.
Om weer boven te komen was er aan het eind van de Schoonderloostraat ,die dus dood liep, een straatbrede stenen trap met heel veel treden met – -voor een kind-  erg grote ‘stappen’.
En zwaar verboden voor mijn zus en ik. Dus… terug of.. op avontuur.

Wij kozen voor het laatste.
En begonnen de trap te bestijgen. Met kriebels in onze buik omdat we wisten dat we iets deden wat niet mocht.

We waren al halverwege, het ging niet snel, want de ijzeren leuning was wel erg hoog en moeilijk vast te houden en we moesten hele grote stappen nemen. Ik weet niet meer wie van ons twee het eerst alarm sloeg, maar aan het begin van de Schoonderloostraat zagen wij onze vader naderen… dát was niet goed!! Snel draaiden we om, en probeerden snel, voor hij ons zag, verder naar boven te klimmen, maar tot onze ontzetting keken wij in het gezicht van Opa Bram, die boven aan de trap stond..
Ingesloten! Be’trapt’…

Moeder en Oma in paniek.. overstuur en de mannen eropuit gestuurd.

Die avond zongen wij extra hard. Om Sinterklaas te laten geloven dat wij héle lieve kindertjes waren.
En ja, de volgende ochtend waren ook onze schoenen gevuld….
De één had een roe… de ander een zakje zout…

Dank U Sinterklaasje !!!

Polder Perikelen

Nee…geen Alexander POLDER…

Ik wil iets anders met u delen. Namelijk mijn ongeveer drie jaar in de Polderbuurt op Rotterdam Zuid.

Ik woonde op de Noordpolderstraat 9a, een benedenwoninkje dat nu is gesloopt en herbouwd. De nummering in de straat klopt ook niet meer.

Het was een soort van Poppenhuisje. Altijd fijn om bij me te komen eten, want afwassen hoefde niet, in je eentje kon je er de kont niet eens keren.

Wel beschikte ik part-time over een hele grote tuin, met de buren hadden we de schutting eruit gehaald en in het midden een vijver geplaatst. Ook gebruikten we één heel lange waslijn saampjes, de buurvrouw en ik. Hilarische momenten wanneer we allebei de spijkerbroekenwas hadden gedaan. Stond je ‘s ochtends vroeg jezelf in een te kleine jeans te frommelen. Had je de broek van de tiener-buurjongen ook van de lijn gehaald.

Om 06:00u in de ochtend is dat niet iets dat je begrijpt hoor, neem dat maar van me aan! En maar afvragen waar die overnight kilo’s vandaan kwamen…

 

Het was wel een hele rare tijd. En een gekke buurt, op het leuke af dan. Nou ja, meestal.

Recht tegenover me, vanaf de voordeur gezien, stond het alco-huis. Op de eerste etage woonde een man, die zichzelf elke dag thuis onder zijn eigen tafel dronk. Overdag reed hij op de ziekentaxi.

Er boven woonde een jonge meid, met rode koontjes en een fris gezichtje. En een stiekeme drinkster. Ze zei eens tegen mij dat dat onschuldige uiterlijk haar geheim goed in stand hield. Ik had zo mijn visioenen dat die twee elkaar dagelijks de trap op en af hielpen.

Schuin tegenover me, in de Zuidpolderstraat, woonde destijds Rudy Koopmans, ja, de beroemde bokser. Hij woonde daar met zijn vriendin, ik meen dat haar naam Eunice was, een Miss Holland. Ik kwam haar wel eens tegen bij de slager op de hoek. Of bij de kruidenier/groenteboer, Kooren. Je kon daar nog ‘poffen’, ik heb het over de jaren 80, dat was uniek. En in mijn geval, ook soms wel zo handig.

Op de ‘knik’ van de Noordpolderstraat, nummer 3 of 5, was een hoekpandje. Daar verbleef een tijdje een groep Rastavrienden en met mooi weer gingen de stoeltjes naar buiten en de drums en trommels ook en hadden we in de straat een heerlijk ritmisch en gratis concert.

En op de hoek die de Noord- en Zuidpolderstraat in tweeën deelde woonde een meneer, die een oogje had op mijn vriend. Hij woonde alleen, met zijn drie honden, allemaal collies. Aramis en Athos zijn twee van de namen van de honden die ik me nog herinner.

Ik was zo jong en, jaja, onbevangen,  dat ik dacht dat ze naar herenparfums waren genoemd…

Mijn toenmalige vriend kwam niet verder dan Blue Stratos after shave, dus neem me niet kwalijk.

 

Het mooiste pandje was verderop in de straat, op de volgende hoek. De Winkel en Werkplaats van Ferry Ferbrache.

In de etalage stond een spierwitte Harley, een fatboy of lowrider, customized in ieder geval, en als de winkel dicht ging, ging in de etalage de blacklightspot aan… Zoiets moois heb ik later nooit meer gezien.

Op een gegeven moment had ik een ‘jongens-‘ brommer, een Kreidler. ‘Rood’ stond op het verzekeringspapiertje bij kleur. Nou, ik denk, dat als je echt ging zoeken je misschien 5 cm² rood ergens onder het zadel kon vinden, verder was ‘ie helemaal verchroomd. Mijn schakelpook was afgezaagd, zodat je lekker plat ‘boggies kon trekken’… en mijn stuur was plat en zo breed, dat ik niet zonder zig-zaggen tussen 2 rood/witte fietspad paaltjes door kon. Opgevoerd was ‘ie ook, maar niet harder dan 90 km/u, want anders zou het frame krom trekken.
Ik had nog nooit een schakelbrommer gereden, dus eerst rondjes Noordpolderstraat-Polderlaan maken. Eerst met één kick starten dan gas geven en dan op het hoekkie stond Ferry in de deuropening. Wanneer ik daar langs reed riep hij heel hard: “NU schakelen!!!”.

Zo heeft Assie brommer leren rijden. Met dank aan Ferry.

Het was een leuk huisje, klein, maar knus. Slapen aan de straatkant. Een douche ruimte als een pijpenla, tegenwoordig is dat trendy, een inloopdouche. In de woonkamer rieten platen aan de ene muur, houten schrootjes aan de andere. Blacklightposters aan de muur. Gatenplanten en citroengras, als het maar groot en groen was.

Nadat krakers het benedenhuis ernaast in de brand hadden gestoken, zijn we verhuisd. Naar de Aelbrechtskade. Uitzicht op Delfshaven. Back to my roots!

Hoe mama kon toveren

Ja, ik ben er weer. Deze Juf had even een schrijfvakantie. Veel regen, beetje zon, maar lekker uitgerust.

Vandaag wil ik het hebben over een toverkunstje van mijn moeder. Haar vader is Opa Bram, dus ze heeft het niet van een vreemde.

Jullie moeten weten dat ik dan wel goed gebekt ben, maar mijn oogjes doen het niet zo goed. Ik denk dat het de schoolarts was die daar achter kwam net voor ik naar de basisschool zou gaan. Ik bleek een brilletje met niet al te veel sterkte nodig te hebben om goed mee te kunnen komen op school ‘strakjes’. Voornamelijk voor TV kijken, lezen en borduren. Dat laatste is nooit een talent van mij geweest en ik heb me erbij neergelegd dat het zelfs geen verborgen talent is. Maar goed, dan kan ik ook niet met een naald in mijn oog steken, ik draag sinds mijn 13e al contactlenzen namelijk. En het stadium van dunne glazen ben ik al een eeuwigheid gepasseerd. Elk oog -12,5 is behoorlijk kippig!

Nu is dit alles wel leuk om te lezen, maar heeft niks met de toverkunsten van mijn moeder te maken, ik ben de enige met zulke slechte ogen in de familie, dus misschien kon mijn moeder ook niet zo goed borduren. Joost mag het weten!
Wanneer ik al wandelend en huppelend door Rotterdam doolde met Opa Bram, kwam het eens in de zoveel tijd voor, dat ik wel erg vaak zwikte, struikelde, dan wel tijdens het balanceren op een smal muurtje er vanaf duvelde. Met een kapotte maillot en bloedende knieën tot gevolg.  Dan was het tijd voor… sterkere glazen. Daar kon je de stationsklok op gelijk zetten.

Dus, mijn moeder maakte een afspraak met de Poli van het Oogziekenhuis.  De wachtlijst was enorm. Soms wel een half jaar. De wachttijden ook, maar daarover straks meer.

Ik vond het verschrikkelijk om daarheen te gaan. Aan de ene kant van de straat was het daadwerkelijke ziekenhuis en aan de andere kant de polikliniek. Een paar traptreden op -hoe kóm je erop!- en dan kwam je in een portiek met posters aan de muren. Die kon ik dan weer wel goed zien. Traumatische affiches over vuurwerk en oogletsel waar nog net geen vuurpijl uit een oog stak.
Dan kwam je in de grote hal. In die hal waren allemaal hokjes. In elk hokje zat een oogarts ‘verstopt’ en bij elk hokje waren wachtkamer-stoeltjes geplaatst.
Het was er altijd erg druk. Je kreeg te horen bij welk hokje, ze hadden allemaal een nummer, je plaats kon nemen. Sommige mensen wachtten op hun beurt, anderen hadden druppels in hun ogen gekregen en moesten dat laten inwerken.

Of de duvel ermee speelde, altijd wanneer ik bijna aan de beurt was, werd er niemand meer opgeroepen. Ja hoor, de dokters hadden koffiepauze! Of lunchpauze. Altijd, echt altijd, als ik bijna aan de beurt was.  En allemaal tegelijk. Uitgestorven!

Dan, eindelijk, was ik aan de beurt. Ik mocht het hokje binnen en trof er altijd een soort van darkroom aan. Tegenwoordig weet ik dat ik lichtelijk nachtblind ben, maar toen nog niet, dus ik was mijn oriëntatie compleet kwijt en was blij als ik in de stoel zat. In al die jaren heb ik veel leeskaarten voorbij zien komen, eerst die met het autootje, dan met alleen de letter ‘O’ en mocht ik zeggen aan welke kant er een opening zat, later de letterkaart.
Daarna begon het feest van de wel, écht waar, 50 kilo wegende ijzeren bril op je neus en de veel te snel wisselende glaasjes. Eén..of Twee? Eén of Twee..? Soms wist ik het echt niet meer. Maar maillot-technisch gezien was het handig wanneer ik juist antwoordde.  Anders zat ik er over een jaar weer!

Kortom… enorm frustrerend, veel hoofdpijn en lang wachten. En stilzitten…als kind. In die tijd waren er geen ballenbakken of legotafels in wachtkamers.

Maar.. dan ging mama toveren. Op het moment dat we weer buiten waren, liepen we richting de Coolsingel, om, daar waar nu een hoog flatgebouw op de hoek staat, een lunchroom in te lopen en samen een broodje te eten.
Dat was Feest! Zomaar, alleen met mama, aan een tafeltje, samen een broodje eten. Met een glaasje melk. Mijn hoofdpijn was weg, alles wat daarvoor gebeurde, was vergeten. Met de tram terug naar Delfshaven, of met Bus 37 later naar  Ommoord. Huppelend.

Want mama kan toveren. Zij maakt van een nare dag een fijne dag!!!

 

Rondje Scholing

Ik ben een laatbloeier.
Mijn vervolg opleidingen heb ik pas gevolgd en met goed gevolg afgesloten toen ik al een héle Grote Meid was. Naast of na mijn banen.

Middelbare school was meer in de geest van 12 vakken 13 onvoldoendes. Ik kon het wel..maar er was altijd wel iets waarom het niet ging.

Laat ik u meenemen naar de scholen en buurten waar ik heb mogen spelen, delen, weten en zweten..

Ik begon op de crèche.. als oudste kind vond mijn moeder dat ik contacten moest hebben en moest socialiseren. Logisch, want toen ik drie jaar was, was de middelste nog geen één jaar oud en voor de jongste werd nog niet eens geoefend.
Dus ik ging (ik meen) 2 dagdelen per week naar de crèche. Die was in Delfshaven, in de Koloniastraat of vlak daarbij. Ik herinner me nu nog dat het er rook naar warme melk en oud brood. En er waren kinderbedjes voor de allerkleinsten.
Wat ik me heel duidelijk herinner is dat we ook spelletjes deden. Bij Jan Huigen in de ton viel IK in duigen, omdat een jongetje mij waarschijnlijk toen al zo aantrekkelijk vond (ja ik ben bescheiden) dat hij bovenop me sprong. Ik werd afgevoerd met een gebroken sleutelbeen.
Wekenlang in een mitella, niemand die aan die kant mocht staan of zitten, behalve natuurlijk Opa.

Ik werd groter en mocht naar de kleuterschool. Die was in de Coolhavenstraat, achter de Piet Hein School. Je ging door een hek, onder een poort door, het paadje af en dan kwam je bij de voordeur.
Bij buiten spelen gingen alle materialen naar buiten. Die waren gemerkt met kleuren. En je hoefde het niet te wagen om een andere kleur schep te pakken dan die van jouw klasje. Wij hadden blauw. Maar niemand die je dat vertelde.
Ook was er een grote zandbak met een klimrek. Daar leerde ik dat ik hoogtevrees heb.
Eigenlijk was de school erg voortvarend met hun ‘ervarend leren’ en ‘trial and error’.
Op een dag was ik lekker van het zonnetje aan het genieten, standje ‘relaxed’ toen ik een zet kreeg en hoorde “jij bennum”… maar ik deed niet mee. Ik viel en mijn hoofd raakte vol de rand van het stenen trappetje, waardoor mijn voorhoofd uit elkaar spatte en ik met een theedoek op mijn hoofd werd afgeleverd bij mijn moeder op de stoep.
Die kreeg zowat een flauwte toen de Juf subtiel de theedoek van mijn hoofd af haalde en moest de buurvrouw mee naar het Dijkzigt (tegenwoordig EMC) waar ik al worstelend verloor van de artsen, die mijn voorhoofd probeerden te hechten.
Ik ben J.K. Rowlings eeuwig dankbaar voor haar Harry Potter boeken, tegenwoordig zeg ik gewoon dat ik de tante ben van Harry, want ik heb (nog steeds) zo’n soort litteken op mijn voorhoofd.
Dat was trauma 2!

Toen was ik een grote meid! Ik mocht naar de Grote School! Op de Willem Buytenwechstraat kocht mijn moeder voor mij een polshorloge, want ik was nu echt groot. En omdat ik ging leren lezen mocht ik ook een boek uitzoeken. Het werd een heel groot sprookjesboek van H.C. Andersen, met hele mooie illustraties. De St Nicolaasschool op de hoek van de Schiedamseweg en de Korfmakersstraat werd het. Die school was het jaar ervoor nog een jongensschool. Maar de wet zei: gemengde scholen. Het was dus een vriendinnengroepje van vier daar… dat waren: ik, zei de gek, en de andere 3 meisjes. Op die school heeft mijn brilletje regelmatig vliegles gehad, maar aangezien ik er maar één jaar heb verbleven, geen brevet gehaald. Ja, ze sloegen op school! In klas 3 (groep 5) sloeg de meester zelfs met de liniaal!
De redenen waren natuurlijk legitiem. Als je knoeide met je inkt en kroontjespen. Wanneer je niet netjes genoeg met je armen over elkaar zat. Of je kauwde op een potlood. Of een jongen plaagde een meisje…
Ik weet nog dat Sinterklaas op school kwam. Via de speakers in de klassen noemde hij de stoute kinderen op. Plaatsvervangend schaamde ik me toen de Sint zei: en ‘Jantje’ plast nog steeds in zijn bed…

Toen verhuisden we naar Ommoord en ging ik naar de Minister Marga Klompéschool op de Robert Kochplaats. Een Katholieke school met Daltononderwijs. Een verademing!
Met een infocentrum en een muziekleraar en sportdagen! Zónder traporgeltje… En we zaten in groepjes vanaf de 5e klas (groep 7)
Met veel plezier kijk ik terug naar deze schooltijd.

De CITO-toets (toen nog leuk en zonder kinderstress) gaf aan dat ik qua talenkant naar de HAVO-VWO kon en qua logicakant nog niet eens aangenomen kon worden op de MAVO… Ik zei dus eigenlijk ‘A’ maar geen ‘Bèta’.
Uiteindelijk werd het het Emmauscollege, in Alexanderpolder aan de Michelangelostraat. Het waren noodlokalen die allemaal roken naar gesmolten bekers en chocolademelk die overleden waren op de gevelkachels. Als je bij het scheikundelokaal op de gang iets te hard tegen de muur leunde, vielen binnen in het magazijn de chemische stoffen om. Dat was eigenlijk het leukste van de Bètavakken.
Buiten dat ik, door huiselijke omstandigheden, de brugklas een jaar over mocht doen, heb ik het er erg naar mijn zin gehad.
Ik herinner me nog dat er veel leerlingen van gegoede families op die school zaten en na de Kerstvakantie was het vaste prik dat sommige op krukken naar school kwamen. Wintersport!
Fun was het om dan (het noodgebouw was een vierkant, rondom een tuin, met klapdeuren tussen de gangen) wedstrijdje te doen op de krukken van een klasgenoot, wie het eerst rond was..

Uiteindelijk ben ik zelf, na veel verschillende banen in het onderwijs terecht gekomen… Wie mij goed kent, had dat nooit, echt nooit, kunnen voorzien.
Ja, ik ken mezelf. Ik dus ook niet!

Café Verschoor van Theo en Joke al dertig een heerlijk bruine kroeg in Delfshaven

Taart, bloemen, andere geschenken en een fraai uitgangbord  maakten duidelijk dat Joke en Theo van Rijswijk tot tevredenheid van hun klanten al dertig jaar achter de tap van hun café Verschoor staan. Het bijzondere bedrijfsjubileum was  onlangs reden voor een groot feest in de overigens al ruim een eeuw bestaande bruine kroeg aan de Oostkousdijk 1 in Delfshaven. Met meer dan honderd klanten werd het gevierd. Onder hen Rein van Peski (67), Cua Hang (57), Gerrit Möring (65) en Henk van Gennep (58), die al dertig jaar vaste stamgast zijn en er bijna dagelijks in hun biertje komen happen.

,,Al bij de vorige eigenaar, Arie Verschoor,’’ voegen de vier er haastig aan toe.

,,Waarom we hier zo graag komen? Verschoor is een gewoon en heerlijk bruine café. Eén van de weinige, waar je nog mens onder de mensen bent.’’  Joke en Theo hebben er hun handen vol aan. Hun café is een sociaal trefpunt met ook aandacht voor elkaar problemen. In de loop van jaren heeft het duo enkele honderdduizenden pils getapt en kelkjes gevuld.

Hun café biedt de klanten echter meer. Er is hangt bijvoorbeeld nog een ouderwetse spaarkaskast aan de muur, waar de klanten in sparen voor een jaarlijks uitstapje. ,,Bijvoorbeeld voor een driedaagse cruise naar een kerstmarkt in Duitsland met een gecharterd schip of voor andere feesten. Of voor drie dagen samen naar hotel- en vermaakscentrum  Preston Palace in Almelo,’’ vertelt schoondochter Linda van Rijswijk. Zij, haar man Jeffrey en hun kinderen Damian en Quinty boden het jubilerende kasteleinspaar een speciale herinneringsfoto op canvas. ,,Die krijgt een fraaie plek in de zaak,’’ riep Joke enthousiast. Naast een etablissement ‘voor sociaal en maatschappelijk verkeer’ biedt Verschoor ook een bruisend muziekpodium. Op zondagmiddag treden regelmatig artiesten op en Theo en Joke hebben ook tal van spraakmakende songfestivals en talentenjachten in hun zaak gehouden. Ook daar wordt het duo om geroemd, bleek op het jubileumfeest.

Artiesten treden niet alleen op uitnodiging op, maar bovenal spontaan. ,,Onze klanten komen niet alleen uit de buurt, maar overal vandaan. Zelfs uit Hoogvliet, Pernis, Spijkenisse, Ridderkerk en Overschie,’’ vertelde Theo trots in de feestelijke drukte onder het tappen van pilsjes.

Meer informatie: www.cafeverschoor.nl