Berichten

Feest en presentatie ‘Groot Rotterdams Molenboek’ bij ‘De Speelman’

OVERSCHIE – Het is alweer veertig jaar geleden dat molen ‘De Hoop’ van de Delftweg naar de Overschiese Kleiweg werd verplaatst en daar in gewijzigde vorm een nieuw leven begon. Zo werd hij ‘De Speelman’ genoemd, naar de familie die meer dan een eeuw de molen in eigendom had. In 1972 was de vernieuwde molen gereed en werd toen feestelijk in gebruik genomen. Dat was vooral te danken aan een initiatiefcomité onder leiding van mevrouw S.M. Krijgsman, toen voorzitter van de Wijkraad voor Overschie.

Het comité was daar niet in geslaagd als het niet veel steun uit het bedrijfsleven had gekregen. Zo was de firma Nederhorst, op dat moment bezig met de aanleg van het Kleinpolderplein, bereid om de fundering van de molen geheel voor rekening te nemen terwijl de gemeente Rotterdam de grond onder de molen in erfpacht ter beschikking stelde. De molen kreeg bovendien weer een monumentale status omdat grote delen van het uit 1712 daterende interieur en het maalwerktuig werden verwerkt in de nieuwe molenromp, opgetrokken van stenen van in Friesland gesloopte arbeidershuisjes. Dat gaf ook recht op subsidie van het Rijk. De molen is prachtig opgemetseld door de firma Schakel uit Exmorra. Vorig jaar kreeg ‘De Speelman’, die sinds de verplaatsing eigendom is van de vereniging ‘De Hollandsche Molen’, weer een nieuwe opknapbeurt. Ook toen sprongen veel stichtingen bij met een bijdrage in de kosten.

Op woensdag en zaterdag is het wiekenpand open voor de verkoop van meel(producten) en bezichtiging. Sinds 1983 heeft de exploiterende ‘Stichting tot behoud van molen De Speelman’ een contract met molenaar Ton Edixhoven, die alweer bijna 30 jaar de molen bemaalt. Hij wordt geholpen door Jaap de Jong en Hans van der Marel.

Het behalen van de mijlpaal is mede reden voor het samenstellen van een feestprogramma op Nationale Molendag 2012 op zaterdag 12 mei. Vanaf 09.30 uur is iedereen welkom om mee te helpen met het feestelijk optuigen van ‘De Speelman’. Wel graag een telefoontje vooraf met molenaar Edixhoven (0612-730551). Voor het in de vreugdestand zetten van de wieken bestaan veel oude gebruiken die de molenaar graag zal uitleggen. De Overschiese Starrenburg scouts zetten naast de molen een tent op, maar de organisatie rekent natuurlijk op mooi weer. Vanaf 12.00 uur wordt er een kopje koffie geschonken en een overheerlijke pannenkoek geserveerd en kunnen belangstellenden een boeiende rondleiding door het binnenste van de molen maken. De pannenkoeken worden gebakken en geserveerd door vrijwilligers van de molen. Gratis, maar een bijdrage wordt op prijs gesteld. Natuurlijk kan iedereen zich ter plekke laten inschrijven als begunstiger. Het onderhoud van dit brok cultureel erfgoed is en blijft een kostbare zaak.

Omstreeks 13.00 uur is de officiële opening van het programma door deelraadsvoorzitter Kees van der Meer en worden ballonnen opgelaten. De eigenaar van de ballon die verst komt krijgt een fraaie prijs. Aansluitend is de overhandiging van het eerste exemplaar van het ‘Groot Rotterdams Molenboek’ (deel I) waarin ruime aandacht wordt besteed aan het rijke Overschiese molenverleden. Ooit stonden tussen de oude dorpskern van Overschie en het Hofplein in Rotterdam meer dan twintig molens.  Het van prachtige foto’s voorziene boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Voet te Capelle aan den IJssel en is van de handvan Hans van Krimpen en anderen. Molenkenner Hans vanKrimpen heeft met zijn medeauteurs meer dan een jaar naspeuringen gedaan in oude (foto)archieven om de kennis over de molens van het noordelijke deel van de Rotterdamse regio vast te leggen. Ze voeren de lezer langs een denkbeeldige tocht langs alle molens die ooit in het gebied gestaan hebben. Directeur Leo Endedijk van ‘De Hollandsche Molen’ neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Daarna is het voor iedereen te koop voor 27,95 euro.

Aansluitend is er voor jong en oud een afwisselend programma met diverse spelen en attracties en de start met een competitie strobalengooien. Die wegen 4.5 kilogram en moeten met een hooivork over een lat in de hoogte worden geworpen. Het is een spectaculaire sport die in diverse delen van het land al langer wordt beoefend. Ook zijn er nostalgische wedstrijden als kruiwagenraces en eierenvangen waaraan iedereen kan deelnemen. Natuurlijk zijn prachtige prijzen beschikbaar. Uiteraard is er een stand met allerlei consumpties tegen billijke prijzen. De prijsuitreiking en afsluiting van het feest zijn omstreeks 17.00 uur. Reserveren van het boek is mogelijk via 010-0102847362, arnoudvoet@online.nl of www.uitgeverijvoet.nl

Onder criminelen – Astrid van der Star

Dit boek is een zeer realistisch verslag van het leven en werken binnen een Justitiële Inrichting, in dit geval een Huis van Bewaring.

Ik kan dit beamen, omdat ik zelf in de 90-er jaren, net als de auteur, vele jaren op de ring heb gelopen, bewaarster was.

Niks zo gek in het boek, of het is waar.. het geeft een open blik naar binnen, waar het spanningsveld tussen personeel en gedetineerden soms echt voelbaar is. Maar ook de humor, leuke momenten, lieten me weer gniffelen.

Hier en daar zijn enkele tijd- dan wel locatiefouten te vinden, maar dat weten alleen diegene die erbij waren. Er gebeurt ook echt heel veel op een dag ‘binnen’.

Een aanrader!

Opa Henk

Daar zat hij in zijn stoel voor het raam. Het knusse huis aan de Walchersestraat in Rotterdam Zuid zat, zoals elke zondag, vol met bezoek en de sfeer van nostalgie hing in de lucht. Met zijn vinger in de lucht zat hij voorovergebogen een verhaal te vertellen. Hij vond het prachtig. Zijn vrouw rolde met haar ogen en maakte een sarcastische opmerking. Hij keek niet op of om en ging verder met zijn verhaal. Ik luisterde aandachtig en genoot van de beleving die hij in zijn verhaal lag. De verhalen raakten mij. Het ging vaak over de oorlog, over de gure tijden waarin hij had geleefd. Hij nam mij mee naar die tijd en liet me de dagelijkse beslommeringen even vergeten.

Even later nam hij plaats in de stoel aan de andere kant van de kamer voor de tv. Feyenoord moest spelen dus hij zat klaar. Zijn koptelefoon stond op maximale volume, want hij werd een beetje doof. Hij was Feyenoorder in hart en nieren. Ruim 80 jaar lang ging hij naar elke wedstrijd van Feyenoord aan de kromme zandweg in Charlois en in de Kuip. Hij was er bij in 1924 toen Feyenoord voor het eerst landskampioen werd. Drie stuivers telde hij voor die legendarische wedstrijd neer. Het spel van Puck van Heel en Adriaan Koonings had zijn liefde voor de ‘arbeidersclub’ uit Rotterdam voor altijd aangewakkerd. Met zijn broer en zijn vrienden zwierf hij over straat als Feyenoord moest spelen. Ze verzamelden zich voor de etalage van de sigarenhandel Van Twist, die bij elke goal de tussenstand op het krijtbord schreef, maar die tweede pinksterdag in 1924 móesten ze erbij zijn.

Hendrikus Johannes Lutgerus Geurtz, ofwel opa Henk. Mijn overgrootopa. Hij was een bijzonder mens met een passie voor zijn club Feyenoord. Op 5 november 2007 overleed hij op 95-jarige leeftijd. Tot een jaar voor zijn dood bezocht hij nog trouw elke wedstrijd van Feyenoord in de Kuip vanuit zijn eigen stoeltje. De eerste wedstrijd na zijn overlijden werd zijn stoel vrij gehouden. Iedereen in het vak kon Henk en Henk kon iedereen.

De beelden van de Feyenoord rellen deden mij aan hem denken. Hij zou voor altijd achter zijn club zijn blijven staan. Ik zie hem zo weer voor me, zijn ongeloof uitsprekend over de rellende jongeren. Met zijn vinger in de lucht zou hij dan zeggen: ‘Ik blijf voor altijd Feyenoorder!’ Ik ben trots dat ik lang heb mogen genieten van deze bijzondere man en met elke overwinning die Feyenoord behaalt, denk ik even aan hem met mijn vinger in de lucht.

In 2008 kwam het boek ‘Legioen!’ uit. Dit boek gaat over de eeuwige liefde voor Feyenoord 1908-2008. Een heel hoofdstuk is er aan opa Henk gewijd. Dit hoofdstuk gaat over die bewuste tweede pinksterdag in 1924. Hij vond het prachtig dat hij werd geïnterviewd, omdat hij niets liever deed dan praten over ‘zijn’ Feyenoord. Helaas heeft hij het boek nooit overhandigd gekregen. Hij was toen al overleden, maar ik weet zeker dat hij trots was geweest. Dit boek is een mooie nagedachtenis aan hem en brengt mooi in beeld wat Feyenoord voor hem betekende.

 

Hendrikus Johannes Lutgerus Guertz 5 februari 1912 – 5 november 2007 

Chris van Abkoude

Wie kent ze niet “Pietje bell” en “Kruimeltje”

De bekendste boeken van de Rotterdamse schrijver Chris van Abkoude.

Al zijn ze geschreven in 1914 en 1922, nog steeds geven vaders en moeders de boeken van Chris door.

Bij mij staan verschillende uitgaven in mijn boekenkast.

Chris van Abkoude is gaan schrijven omdat hij de meeste kinderboeken in zijn tijd te saai voor woorden vond. En heeft meer als veertig titels op zijn naam staan.

De kappersoon, ging eerst al onderwijzer aan de slag, maar emigreerde al vrij jong naar Amerika om daar als pianist bij stomme films zijn geld te verdienen.

En schreef ook gewoon verder.

In Amerika verander hij zijn naam in Winters, omdat de Amerikanen zijn naam niet konden uitspreken.

Ondanks zijn succes duurde het jaren voordat zijn boeken in de Bibliotheek werden opgenomen, want men vond de streken van Kruimeltje en Pietje Bell, maar opruiend.

Staan ze bij jou ook in de boekenkast, Kruimeltje en of Pietje Bell?

de bal is rond

Wat jaartjes geleden na ‘t opgeven mn droom “van krantenjongen naar miljonair”kreeg ik mijn eerste baantje op kantoor!
Als vrije jongen betekende dit een ramp in mn leven!
Na ‘t eerste jaar gelukkig een onderbreking van 14 maanden verplicht militaire dienst (de bijna mooiste tijd van mijn leven) maar dan weer terug naar kantoor…
Teruggekomen bleek ik overgeplaatst te zijn naar Nedlloyd op de Houtlaan (Een van de grootste rederijen ter wereld, Nederlands en gevestigd in Rotterdam.)
‘N leuke bijkomstigheid ; de naam van het gebouw destijds was Nedlloyd huis…Voelde me er vanaf het begin al niet thuis.
Het baantje waar ik ooit mee begon was inmiddels bezet en “ik mocht maar blij zijn dat ik nog werk had.” Aldus de oudere meneermanager met scheiding in zijn witte haar en waarschijnlijk ook in zijn huwelijk.
Ik was beland op de meest afschuwelijkste boekhoudafdeling aller tijden.
Ach,eerste salaris in de pocket maakte veel goed!Mijn jampotbrillenglazen werden ingeruild voor contactlenzen,waarop al snel mn eerste verkering volgde. Ik had heel wat in te halen,en dus als keerzijde;ik was niet zo bij de les op mn werk.Na een prachtavond stappen was ik het helemaal zat om maandag weer te gaan beginnen. In overleg met vriendin toch ook maar eens de handdoek in de ring gegooid en ziek gemeld!
Nu was ’t me wel vaker opgevallen dat je als lolbroek op ‘n boekhoudafdeling weinig goed kon doen , maar daarentegen als voetballer nooit stuk kan!
Als voetballer op maandag ziek melden tot er met de donderdag No problem!…Ja jongens slapen doen we overdag!
Dus manager gebeld:”Ben me toch onderuitgeschopt met voetbal joh!Kan effuh zeker 5 dagen niet lopen!”
“Rustig aan Aatje,wel gewonnen?”Was de vraag. Ja dat dan weer wel gelukkig!”
Hij opgelucht,ik ook!.k had de zaterdag ervoor nog gewonnen met tafelvoetbal,dus niet echt gelogen..
Dacht bij mezelf:Als ik nou woensdag weer begin iedereen blij!
Dinsdagochtend een prachtweertje!voor mezelf besloten nog n prachtdag er van te maken met als start ff een wandeling over de dinsdagmarkt bij station Blaak..Zie ik opeens een cameraploeg op me afkomen. Wendy van Dijk met het progamma Over de rooie!
Elke dag op tv,1000 gulden winnen door wat gekke dingen doen voor tv.
Ik langs de kant bij n kraam staan,en Wendy naast me.
Effe mee staan kletsen maar wat ik niet aan zag komen was:”Hey ,ze gaan beginnen je doet wel mee hoor!”Aldus een lachende Wendy. En yes, 2 x stond ik op tv.
Ik schitterde in de vooraankondiging en de dag erna in de uitzending.
‘T item heette de bal is rond, ik moest tussen 2 vrouwen een bal overgeven tussen mijn borst en hun borsten…1000 gulden niet gewonnen wat n zenuwachtig gebeuren was dat zeg!
Woensdag weer op mn werk wordt ik helemaal gek gebeld door collega’s.
“We hebben je allemaal gezien op TV!Leuk joh!l K voelde me nu gelijk echt niet lekker op mn eerste beterdag..Mn manager: Hey Aatje!!Zag je op TV! Ik snel hem voorzijn..Ja was op zaterdag opgenomen..Joh!Altijd zo stil op de zaterdagmarkt in Rotterdam?………….

Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901-1940

Rob Groenewegen (R’dam 1960) promoveerde aan de Universiteit Leiden onder leiding van prof. dr. Jaap Goedegebuure tot doctor in de geesteswetenschappen op een biografie van de Rotterdamse schrijver en non-conformist Jo Otten. De handelseditie van dit kloeke proefschrift werd in de pers lovend ontvangen.

Enkele reacties:

‘Naar de schrijver Jo Otten, die in 1928 promoveerde op de dissertatie Het Fascisme en in 1932 het opwindende essay Bed en wereld publiceerde, ben ik al lang nieuwsgierig. Als bewonderaar en ijverig lezer van Menno ter Braak, E. du Perron en andere schrijvers uit het interbellum kwam ik zijn naam herhaaldelijk tegen. Nu weet ik alles van hem, dankzij de gedetailleerde biografie waarop neerlandicus Rob Groenewegen afgelopen week promoveerde (…). In een defensief nawoord probeert de biograaf te rechtvaardigen waarom “een vergeten literaire figuur” zo’n omvangrijke biografie verdient. Overbodig: een goed boek als dit, over een fascinerend mens in een belangrijke historische periode heeft geen rechtvaardiging nodig.’
Elsbeth Etty, Nieuwe Rotterdamsche Courant

‘Iets te dikke, maar mooie biografie van de jong gestorven Rotterdamse schrijver en wetenschapper Jo Otten, die in 1928 promoveerde op een interessant proefschrift over het Italiaanse fascisme. Groenewegen geeft een levendig beeld van het literaire leven in het Interbellum, waarin Otten contact had met essayist Menno ter Braak. Beiden stierven in de meidagen van 1940: Ter Braak door zelfmoord, Otten door een bombardement. Waar Ter Braak een plek in de literatuurgeschiedenis verwierf, raakte Otten in de vergetelheid. Groenewegen doet een poging hem daaraan te ontrukken en slaagt wonderwel. Hij schetst het beeld van een overgevoelige en eenzame jongen, die zijn heil zocht, en vond, in boeken. Lezing van dit proefschrift, waarvan deze uitgave een handelseditie is, zet aan tot het ontdekken van Ottens literaire werk.’

Wim Berkelaar, Historisch Nieuwsblad

‘Deze biografie is een duizelingwekkend verhaal vol wetenswaardigheden rond het Rotterdamse (literaire) leven tijdens het interbellum. Groenewegen laat niets onbesproken en is uiterst zorgvuldig en volledig (misschien té) in zijn analyse van Otten en de tijd waarin hij leefde. Daarmee is deze biografie veel meer dan de levensbeschrijving van een man geworden. Het biedt ook een schat aan informatie over architectuur, kunst, film, politieke stromingen, etc. (…) Als veelzijdige, grillige figuur is Otten geen gemakkelijk ‘materiaal’ voor een biograaf. Groenewegen is er desondanks in geslaagd een evenwichtig beeld te schetsen van diens leven en tijd en daarmee is de biografie een aanwinst voor wie geïnteresseerd is in deze literaire periode.’
Rien van den Berg, Nederlands Dagblad

‘Groenewegen geeft een beeld van Rotterdam in de eerste decennia van de twintigste eeuw, dat zich schoksgewijs ontwikkelde tot wereldhaven. Hij beschrijft het culturele leven: het was de tijd van de filmliga, de charleston en de grammofoonplatenfeestjes, de tijd ook van nieuwe zakelijkheid, vitalisme en futurisme. Groenewegen schetst de gecompliceerde veelvormigheid van de Nederlandse literatuur uit die tijd, met allerlei avant-gardebewegingen die over elkaar heen tuimelen. En hij doet een verdienstelijke poging de waardering van Otten en vele anderen voor het fascisme en andere autoritair-populistische stromingen te begrijpen in de context van hun tijd.’
Joost van der Vleuten, Literair Nederland

‘Groenewegen beschrijft nauwkeurig het leven van de schrijver. Fijn is ook dat Groenewegen zeer uitgebreid én adequaat over Forum schrijft – Otten had namelijk contact met Menno ter Braak en publiceerde zijn werken in een tijd dat de mannen van Forum het literaire landschap overheersten. Het is een zeer toegankelijke biografie geworden. Groenewegen is nu bezig met een biografie over Victor E. van Vriesland – The Leading Man van de Nederlandse literatuur. (…) Met deze biografie over Jo Otten heeft Groenewegen aangetoond dat hij over de kwaliteiten beschikt om over Van Vriesland te schrijven.’
Bart Temme, Tzum

In 2008 bezorgde Rob de vierde druk van Ottens novelle Bed en wereld (1932). Momenteel werkt hij aan de samenstelling van diens Verzameld werk, dat in het voor- en najaar van 2012 in twee afzonderlijke edities bij Uitgeverij In de Knipscheer het licht zal zien.

Rob werkte tot 2011 als redacteur voor de Stichting Menno ter Braak, waar hij o.a. de boeken van Ter Braak van een inleiding en een editiegeschiedenis voorzag.

(overgenomen van http://www.victorvanvriesland.nl/de-biografie)

Het vrije volk

Het vrije volk. De krant van Rotterdam toen!
Al etend dropjes was ik zo in m’n nopjes dat ik werd aangenomen voor mn eerste baantje als krantenbezorger. Wel moet ik erbij vertellen hoe ik dagelijks zat te dagdromen op de Christelijk Zuider-Mavo en hoe in mijn achterhoofd hing hoe al die miljonairs als krantenjongen begonnen zijn.

Na schooltijd dus als een vrije vogel het vrije volk bezorgen!
De kranten werden afgeleverd in een garagebox in de Plauttusstraat waar het de bedoeling was dat ik hielp lossen. Enthousiast als ik was (Ja dat heb ik altijd wel met alles, maar meestal niet de opvolgende keer) bemerkte ik ’n vreemd sfeertje in de garage.
’n Soort Olivier Twist-achtige toestand. Een voorman die was afgekeurd als stratenmaker met handen groter als de schop van ’n kolenboer, een assistent-voorman met ’n scheef geknipte pony en opgeschoren nek (Enige nog ontbrekend was een Charlie Chaplin snorretje).
Deze man was al op l eeftijd en “vrij voor ’t volk met ’n verleden” dacht ik toen al zo jong als ik was. De naam Spekschneider en dat halve geschneide haar bevielen me al totaal niet, en die fiets die ‘ie had! Helemaal opgebouwd uit 10 verschillende fietsen!

Na ’n keertje helpen lossen kwam ik erachter dat ik vanaf mn ouderlijk huis vanuit ’t keukenraam de wagen aan kon zien komen, dus op de minuut af op tijd om mn tassen te vullen na afloop lossing! Ik ging de beste man die zijn krantenwijk op zoons naam had staan steeds meer in de gaten houden, en hij mij dus ook!
’t Viel mij ook op dat hij als laatste met zijn zelfgeknutselde fiets-kunstwerk net zo laat als ik zn kranten in ging pakken en de reservestapel kranten (voor ’t geval iemand iets te kort mocht komen) in ’n extra tas meenam…
In die tijd had je ’n bonnenboekje voor de maandelijkse afrekening met je abonnees… Totaal geen controle dus!
Totale ontvangst van de klanten te storten op rekening Vrije Volk, minus je e igen salaris!
’t Werd spontaan licht ipv zwart voor mn ogen…
Ik had Spekschneider door…zwarte abonnees!
Dit moest ik…Nee, kon ’t niet…mijn krantenmaatjes vertellen!
Dit is de weg naar rijkdom!

Had ik nou maar mn muil gehouden! Onderlinge vriendschap was al snel over na ’t jatten van mekaars kranten…Als laatste aangekomen en elke dag weer je voorman moeten bellen omdat je weer 35 kranten te kort kwam…
Met ’t oog op miljonair worden nog ’t Algemeen Dagblad erbij genomen,maar na te slecht resultaat van Aat op Mavo, maar gestopt…

Wel nog effe leuk afgerond mn laatste dag … Mezelf op een leuk cadeautje getrakteerd!
‘k Wist dat bij station Lombardijen altijd zo’n slome AD-bezorger te laat kwam
(De tegenwoordig Spits/Metro-in–hande-geef-figuur van toen).
‘k Had op mn laatste AD-dag mn fiets met tas duidelijk herkenbaar als bezorger neergezet bij ’t station en de stapel kranten doorgeknipt voor mn collega.
Zo vrolijk als ik alti jd ben in’n mum van tijd heel de stapel voor ‘m verkocht!
Gelukkig in die tijd nog geen camera’s…