Berichten

de draaischijf

Draaischijf

Dit is een ik verhaal. U bent gewaarschuwd. Als u niet van opschepperij houdt moet u niet verder lezen. Ik klop mij namelijk nu even flink op de borst voor iets wat ik vroeger heel erg goed kon. Ik zou nu geen seconde meer op dat ding willen en/of durven staan, maar toen… Tjonge jonge wat kon ik dat goed zeg. Ik zwelg nog van trots als ik er aan terug denk. En wel hierom: Als jochie van 12 was ik erg klein voor mijn leeftijd en niet goed in gymnastiek. Ik werd dan ook meestal als laatste gekozen bij verschillende balspelen zoals trefbal en bij de edele voetbalsport lag ik of op de grond te dweilen of kon je me zien wegduiken voor de aan suizende ballen. Touwklimmen, daar was ik wel goed in omdat ik bijna niks woog. In de tijd van een scheet zat ik dan tegen het plafond van de gymzaal, vanwaar je een goed uitzicht had. Ringen, rekstok en paard was niet aan mij besteed. En toch was ik een druk en bewegelijk ventje. De clown uithangen en af en toe een mooie tekening maken was niet voldoende om echt aanzien te verwerven.                                                                                                                                    In die tijd ging ik elke dag direct vanuit school naar de dierentuin, liet mijn abonnement zien, spoedde mij langs de dieren om bij mijn einddoel te geraken: de speeltuin met mijn favoriete speeltuig. In een uithoek van het speelterrein, waar de treinen langs raasden stond hij. De draaischijf. In een soort zandbak stond een vier meter brede schijf, vervaardigd van houten latten en voorzien van een metalen rand om het geheel stevig bij elkaar te houden. Het had wel iets van een middeleeuws martelwerktuig en alsof deze indruk versterkt moest worden, stond er een paal achter het speeltuig met daaraan een rechthoekig bord dat de waarschuwing bevatte: LET OP, kom niet met uw vingers aan de rand van de draaiende schijf! Deze mededeling sprak ernstig tot de verbeelding , want wat zou er gebeuren als je toch aan de rand van de in volle vaart draaiende schijf zou komen? Ik kon het wel vermoeden omdat er een  reeks ronde paaltjes, met schuin afgesneden toppen, vlak langs de metalen rand van de schijf geplaatst waren. Dus als je met je poten tussen rand en paaltjes kwam, dan lagen ze er onherroepelijk af. De paaltjes stonden er waarschijnlijk om te voorkomen dat er kindertjes onder het speeltuig zouden kruipen. De houten schijf stond in een hoek van ongeveer 30 graden, zodat hij met een beetje gewichtsverplaatsing makkelijk zou draaien en daar ging ik mee oefenen. Ik oefende en oefende elke keer als ik in de gelegenheid was en werd een meester in het beheerst laten draaien van de schijf. Ik kon hem met weinig moeite tot grote snelheid laten draaien door op een bepaald punt rustig omhoog te lopen en ook weer af te remmen als ik aan de andere kant liep. Als het druk was in de speeltuin kon ik een hele groep kinderen, die op de stilstaande schijf waren gestapt binnen dertig seconden in het zand laten bijten, door de draaisnelheid hoog op te laten lopen zodat iedereen van de schijf geslingerd werd. Ik lette wel op dat ik al rennend over de hardnekkige achterblijvers heen sprong terwijl ze zittend en gillend naar de rand gleden. En al deze toeren haalde ik uit met een uitgestreken gezicht, alsof niets mij deren kon. Ik genoot vooral als er van die sportieve jongens hun handigheid wilden etaleren en vol bravoure op de schijf sprongen. Je zag hen denken: O, dat doe ik wel even. Maar na amper 10 seconden dachten ze er liggend in het zand ineens heel anders over. Een enkeling kwam dan prachtig op zijn smoelwerk terecht en kon afdruipen richting EHBO, om een verzameling schrammen en verstuikte ledematen te laten verzorgen.

Later, toen ik al een jaar op het voortgezet onderwijs zat kon ik nog 1 keer mijn gram halen tijdens de driedaagse schoolreis. U weet dat pubers meedogenloos zijn in hun onderlinge kritiek. Mijn nietige gestalte en klunzige gymnastische toeren waren een prachtig doelwit voor de “populaire” sportjongens die ook nog gesteund werden door die klootzak van een  gymmeester. Totdat! In de buurt van het huis waar het schoolreisje gevierd werd was een verlaten speeltuin. In een hoekje stond tot mijn vreugde zo ’n zelfde draaischijf als het exemplaar uit Blijdorp. Nadat ik hem voorzichtig had uitgeprobeerd wist ik: Ik kan het nog! Deze schijf was goed gesmeerd en daardoor sneller dan die andere. Toen de groep de tweede dag al klierende en stoeiende in het speeltuintje terecht kwam stond ik te stuntelen op de draaischijf. Ik speelde de stuntel door wankel op de schijf te staan en er ook nog klunzig af te donderen en daar trapten de opscheppers mooi in. Gedrieën stapten ze nietsvermoedend op de schijf en zochten naar hun evenwicht, dat ze onmiddellijk en spectaculair verloren op het moment dat ik ook op de schijf sprong en er de vaart in zette en me enige tijd virtuoos amuseerde met het toestel, ondertussen achteloos naar de gevallen snoevers kijkend, die onder hoongelach van hun klasgenoten het terrein verlieten. Geen last meer van gehad. Over dit voorval is nooit een woord gesproken. Waarom zouden we ook.

Aad Wieman, Rotterdam, 30-11-2015. Met dank aan Jolanthe van Dongen die mijn teksten redigeert.

Moorkop

Op een van de laatste zonnige herfstdagen is het goed toeven op het terras bij de eendenvijver in Diergaarde Blijdorp. De weldadige rust die van de rood en geel gekleurde bomen uitgaat, wordt wreed verstoord door een naderende groep hard pratende vrouwen. Ze zijn zo druk en bewegelijk dat het moeilijk te zien is hoeveel het er eigenlijk zijn. Ze voeren een rolstoel mee met daarin iets, wat zo bedekt is met plaids en shawls, dat men alleen kan vermoeden dat daar een levend wezen onder verborgen zit. Als ze dan met veel geschuif van stoelen en pinnige commentaren over en weer eindelijk zijn gaan zitten, is nadat de kruiddampen zijn opgetrokken het groepje te overzien. Zeker vijf vrouwen hebben hetzelfde tanige uiterlijk, met dezelfde grote handen en dezelfde puntneus en dezelfde harde stemmen, waardoor je van een zusterlijke gelijkenis kunt spreken.
De zesde vrouw  is kleiner, blonder en ronder dan de zussen en bovendien toegerust met een koket, klein wipneusje. Ze is ronduit sensueel te noemen en valt lichtelijk buiten de groep, alsof ze bij het verkeerde reisgezelschap is ingedeeld. Het mensje in de rolstoel wordt door een aantal zussen zonder plichtplegingen ontdaan van de lappen en de shawls, waardoor er weer een puntneus als die van de vijf vrouwen tevoorschijn komt. Het dunne grijze haar van de moeder ziet er ongewassen en sliertig uit en haar magere handen omklemmen een versleten handtas met een fanatisme, die je alleen bij amateurtoneel spelers ziet die de vrek uitbeelden. “Is het niet te koud, moeder?” wordt er van alle kanten geroepen, zonder dat er op antwoord gewacht wordt. De opeengeklemde kaken van het vrouwtje geven aan dat enige opheldering van haar kant niet te verwachten is.
Nu is het tijd om onderling uit te maken welke versnaperingen er genuttigd gaan worden en wie het gaat halen. De langste zus heeft een blocnote ter hand genomen om de bestellingen te noteren. Er klinken kreten als “Ja, koffie met gebak” en “Doe mij maar een moorkop, als ze die hebben” en “O ja, willikook!” “En je zou aan de lijn doen!” “Kijk naar je eige”  “Moeder wil ook een moorkop, zegt ze”  “Neehee! Geen moorkop voor moeder, dat geeft zo ’n kleverige troep” “Ach, wat geeft dat nou voor een keer?” “Ja hoor, ruim jij het op? Ik heb d ‘r net verschoont. Ja, en ook een schone luier, dus ik heb mijn portie wel gehad vandaag”  “Dat haar zou ook wel eens gewassen mogen worden” “Ik zou zeggen: ga je gang en veel succes. De vorige keer gilde ze de hele tent bij elkaar” En zo babbelen de zussen verder over de verzorging van moeder.
Als eindelijk de afspraken zijn gemaakt, marcheren drie zussen kordaat in de richting van het restaurant, de andere twee zussen en de blonde schoonzus bij de moeder achterlatend. De stilte die volgt doet het vrouwtje een zucht van verlichting slaken en ze laat zich ontspannen achterover zakken in de rolstoel, met haar vlekkerig rode gezichtje naar de zon gekeerd. De stem van een achtergebleven dochter doet haar weer overeind schieten en de schoudertjes van schrik optrekken. Die dochter is waarschijnlijk in een verhaal blijven steken, want ze vertelt verder aan weer een andere zus, met de jengelstem van de achtergestelde, over een verbouwing waarbij van alles misging. Ondertussen onderhoudt het blonde schoonzusje zich met de oude in de rolstoel, die haar in eerste instantie achterdochtig aankijkt. De zachte lieve stem van de schoondochter heeft echter een ontspannend effect op het oudje, want ze reageert zelfs met een glimlachje op het onverstaanbare, zoete geprevel van de schoondochter, die zelfs haar oude hand mag strelen.
Dit liefelijke tafereeltje wordt echter ruw verstoord door de komst van de zussen met de versnaperingen, die onmiddellijk en met veel opgewonden gekakel worden uitgeserveerd. De langste zus sommeert het schoonzusje: “O, Betty?  Help jij moeder even met die appelpunt? Je kan het goed met haar vinden , zie ik. Ga d ‘r maar gewoon voeren. Dan zet ik je moorkop hier. Die kan je dan straks opeten.” En ze zet de moorkop uit het zicht van de moeder op een tafeltje achter haar, terwijl Betty met opperste verbazing kijkt naar het bazige optreden van de langste zus, die zich na de instructie onmiddellijk omdraait, om het gezag over het ronddelen van de verfrissingen verder te voeren. De zussen eten en drinken hun moorkoppen en koffie in een straf tempo op. Betty, die van verontwaardiging geen woord kan uitbrengen, probeert nu de moeder de appelpunt te voeren, wat geen eenvoudige zaak is omdat moeder niet erg meewerkt.
Grimmig gooit ze stukjes appeltaart naar de spreeuwen die daar massaal op afkomen. Betty houdt het voor gezien, staat op en trippelt naar het tafeltje met de moorkop, die ze staande en zo snel mogelijk probeert op te eten. De laatste grote hap gaat in een keer naar binnen. De moeder heeft nu de brokstukken van de appeltaart in haar tasje gefrommeld en klemt deze tegen de magere borst. De spreeuwen wachten intussen rustig af. De zussen voeren een hooglopende discussie over een heet hangijzer, want er klinken kreten als: “En ik heb altijd gezegd dat dat niet goed ging!” en “Ja, en wat doe we nou?” en “Ik bemoei me er niet meer mee” Al bekvechtend pakken ze hun boeltje bij elkaar en verlaten druk door elkaar pratend het terras, ijlings gevolgd door Betty die niet achter kan blijven en ook aan de discussie wil deelnemen. Als ze weg zijn is het ineens zo stil, dat het oudje ervan schrikt. Verbaasd kijkt ze om zich heen.
Dan begint ze met een gelukzalige glimlach de spreeuwen te voeren, die als een zwerm komen aangesneld, om op het tafeltje elkaar de stukjes appeltaart ernstig te misgunnen. Het moedertje kraait van plezier en spreekt de vogels vriendelijk toe. Deze idylle wordt wreed verstoord door komst van Betty die de rolstoel achteruit sleurt en er haastig mee vandoor gaat. Men hoort het moedertje hartgrondig vloeken terwijl ze de hoek om gaan.

Aad Wieman, Rotterdam 25-10-2015

Ernst.

Heeft u wel eens een aap een hand gegeven? Ik wel. In Diergaarde Blijdorp. Het was eigenlijk andersom. De aap gaf mij een hand en samen liepen we met de optocht mee in de richting van de speeltuin, waar ze hun dagelijkse show moesten opvoeren.

Om bij het begin te beginnen ging ik omstreeks 1960, elke dag vanuit school direct naar de Dierentuin, alwaar ik dezelfde soort jongetjes ontmoette met het zelfde enigszins lullige voorkomen als ikzelf. Gevieren vermaakten we ons voornamelijk in de speeltuin, maar bekeken wonderlijk genoeg de dieren los van elkaar alsof het om iets ging wat je nou eenmaal in je eentje doet. Men komt tenslotte in een dierentuin voor de dieren en Blijdorp was in die tijd een tuin met veel kooien en veel verschillende diersoorten, waardoor het meer een tentoonstelling van dieren was dan een diervriendelijk park, zoals het er tegenwoordig is. Je kon de dieren wel beter bekijken dan nu. De verzorgers werden vroeger dan ook oppassers genoemd. Een titel die meer bij een gevangenis hoort dan bij een moderne dierentuin. Ik spoedde mij eerst langs alle dieren alsof ik een opdracht uitvoerde, om dan uiteindelijk in het apenhuis te belanden, want die bewoners vindt men toch de leukste dieren en de mooiste attractie was wel het voederen der mensapen, die in de zomer als een circusact werd opgevoerd in een verhoogde, ronde kooi in de speeltuin. De voorstelling trok veel volk en werd erg bedreven uitgevoerd door de toenmalige verzorger, die zeer populair was. Een man, die ook zijn apen wel mee naar huis nam als ze iets mankeerde. De voorstelling bestond voornamelijk uit de etende primaten, die met een lepel pap van een bordje schepten, terwijl ze netjes op kleine stoeltjes aan een tafel zaten. Althans, dat was de bedoeling. De lethargische Orang oetans bleven meestal rustig zitten en verorberden behendig de eerste twee happen brei, om daarna het bord traag naar de mond te brengen en de rest, veel effectiever, met de tong naar binnen te werken, terwijl ze ondertussen een tafelpoot met hun voet vast hielden. Als het bord schoongelikt was, plaatsten de roodharige primaten de borden op hun hoofd, als een heel gewone afsluiting van de maaltijd. Zo rustig als de Orangs, zo druk en “ondeugend” waren de chimpansees. Ze sprongen rond, gooiden met de borden en klommen in het gaas van de kooi. Kortom: ze maakten er een kolerezooitje van. Tot groot plezier van het jeugdige deel van het publiek, die waarschijnlijk een heimelijk verlangen hadden om deze handelingen de volgende keer op school ook te gaan doen. Als de verzorger de orde in deze chaos had herstelt en ze allemaal netjes aan tafel zaten en rustig gingen eten, steeg er een bewonderend applaus op.      Er was een scene waarin een jonge “ongehoorzame” chimpansee op een, op de tafel staand stoeltje moest blijven zitten totdat alle apen na afsluiting van het programma de kooi hadden verlaten, hij als enige overbleef en de spanning ondragelijk werd tot hij eindelijk de verlossende sprong mocht maken in de gespreide armen van de verzorger, die hem ook nog knuffelde. Dit onder luid gejuich van het publiek, dat mee draafde met de door vrijwilligers geduwde oude kinderwagen, waarin de apen gedeponeerd werden om ze als de sodemieter naar het apenhuis te vervoeren, waar ze bij konden komen van hun belevenissen. Het apenvervoer van en naar de speeltuin was voor veel jonge abonnee ’s het spannendst van het dierentuinbezoek. Hele hordes kinderen, waaronder ik, liepen elke keer mee met de kinderwagen, om te kijken hoe de jonge mensapen er van zeer dicht bij uitzagen en om te proberen ze aan te raken. De oudste orang oetan, Ernst, paste niet meer in de kinderwagen en moest derhalve meelopen aan de hand van een vrijwilligster/er. Op een dag had ik me voor de zoveelste keer op tijd bij het apenhuis opgesteld om weer mee te lopen met de kinderwagen caravaan. Er was op dat moment bij de verzorging een lichte verwarring wie wat moest doen en voor dat ik het wist pakte aap Ernst geroutineerd de dichtstbijzijnde hand en dat was per ongeluk mijn hand, terwijl hij eigenlijk iemand anders moest hebben en liep stoïcijns doch haastig achter de kinderwagen aan, waarbij hij voornamelijk op de zijkanten van zijn voeten sloften en met een hand op de grond steunde. Zijn ruwe kromme vingers klemden als een schroef om de mijne en alsof het de gewoonste zaak van de wereld was liepen Ersnt en ik door de dierentuin, aangegaapt door het publiek. Dit was een echt Kees de Jongen moment: “kijk, daar lopen ze. De aap en die jongen. Ze schijnen onafscheidelijk te zijn”. Iets om nooit te vergeten. Zeker niet toen ik later in het natuurhistorisch museum, waar de opgezette dieren staan, plotseling geconfronteerd werd met een opgezette orang oetan, die verdacht veel op Ernst leek. Ik schrok me het leplazarus, verliet het pand en heb nooit meer een voet in dat educatieve etablissement gezet.

Aad Wieman. Rotterdam, 9-9-2015.

Dappere Dodo

In 1960 kreeg ik ter ere van mijn twaalfde verjaardag een jaarabonnement op “Diergaarde Blijdorp”. Een fantastisch cadeau. Ik zou daar veel vrije tijd gaan doorbrengen en naar de dieren kijken die ik normaal op de kleine plaatjes in de Verkade albums kon bespeuren. Deze albums kreeg ik ooit van een oom en tante die er toch niet meer in keken, terwijl ik, als ik daar op bezoek kwam, gelijk naar de boeken vroeg. “Dierenboeks” zou ik volgens mijn tante de zoölogische lectuur genoemd hebben. Het is mogelijk. Veel later hoorde ik van mijn moeder wat de ware reden was om mij dat prachtige cadeau te geven. Bij ons in de straat woonde een familie, die bestond uit een forse vrouw, een heleboel grote zonen en een tweetal kleinere jongens. Met de twee jongsten speelde ik op straat. In de vorm van wat onhandig tegen een bal schoppen, die zelfde bal van de tramrails halen om het spel weer te hervatten. Of een onduidelijk spel waarbij men zich moest verstoppen en niet per se gevonden hoefde te worden. Bij de volkstuintjes (de ”tuimpies”) een beetje rondklooien totdat we weggejaagd werden. En televisie kijken in een kale en rommelige huiskamer, die vol stond met aftandse meubelen die neergezet waren in een theateropstelling zodat iedereen de grote zwartwit televisie goed kon zien. Op het toestel werd het kinderprogramma “Dappere Dodo” uitgezonden. Het was een poppenkast vertoning, die heel populair was in die tijd en omdat er toen maar enkele gezinnen in het bezit waren van een toestel, was de ruimte bevolkt met buurkinderen, neeffies, niggies en de broers die op de achtergrond bierdrinkend en vuilbekkend probeerden de televisie te overstemmen. Dit werd duidelijk niet getolereerd door de moeder, die met haar enorme gestalte in een grote fauteuil geperst zat en krijsend liet weten dat de mannen hun vuile kankerkoppen dicht moesten houden. Dappere Dodo kon me maar matig boeien. Ik keek liever besmuikt naar de familie. Twee broers deden me sterk denken aan de plaatjes van Neanderthalers uit onze Winkler Prins encyclopedie. De derde broer vertoonde een frappante gelijkenis met Sammy Davis jr., maar dan zonder zang en virtuoze dans. Ze werden aangesproken met koosnaampjes als Henkie, Appie, Pietje en Wimpie. Keessie, de jongste en drukste, was toen de enige zonder strafblad, zoals ik later begreep. De rest van de broers waren net uit, of onderweg naar verschillende penitentiaire inrichtingen of tuchtscholen. In de loop van de tijd hoorden we meer. Mijn moeder sprak de reusachtige vrouw af en toe, wat een merkwaardig tafereel opleverde omdat de gigant twee maal zo groot was als mijn moeder . Die vertelde vrijuit over de wandaden van haar zonen, waarvan er een paar zo langdurig waren opgesloten dat we ze nooit te zien kregen. Een van de broers werd als “goed” betitteld en “Ach, hij drinkt wel eens een biertje teveel en slaat dan de boel kort en klein. Maar verder is het een goeie jongen.” Een kniesoor die daar op let. We hebben allemaal wel eens wat. Op een keer was er ‘s avonds rumoer in de straat, veroorzaakt door de aankomst van een politiewagen. Wij dachten dat er iemand opgehaald werd. Maar nee, een van de neanderthalers werd thuis gebracht. Zo lazarus als een kanon. Moeder haastte zich waggelend naar buiten en riep: “. Neempu hem assieblief weer mee.” Toen de agent vroeg waarom, sprak ze de legendarische woorden: “ O, meneer het is zo ’n teringlijer”

In die huiskamer waar televisie gekeken werd zat ook een mannetje, verscholen achter een dikke bril met plusglazen waarin zijn ogen akelig groot werden. Hij zat op een stoeltje en bemoeide zich nergens mee. De heer des huizes. Verder heb ik hem nooit gezien. Op een gegeven moment verscheen er in die kamer een sterk geurende en zeer kleurig geklede knappe jonge vrouw met zwart geverfd haar en vuurrode lippenstift. De zus. Later hoorde ik een buurvrouw met een zuinig mondje zeggen, dat ze wel de hoer zou spelen. Mijn moeder heeft mij nooit verboden bij de familie over de vloer te komen. Handig werd het lidmaatschap van Blijdorp ingezet. Ik ging bijna elke dag direct vanuit school naar de dierentuin met mijn abonnement in de aanslag. De broers zag ik niet meer. Alleen op afstand. Keessie riep dan nog wel eens wat honende onverstaanbaarheden mijn richting uit, maar daar bleef het bij. Op deze manier werd ik uit een kwalijke omgeving gehaald. Naadloos.

Jaren later speelde ik mee in een kerstspel dat opgevoerd werd in de Noordsingel gevangenis. Toen ik tussen de gordijnen door gluurde naar de gedetineerden, zag ik tot mijn schrik Keessie tussen de banken door schuifelen op zoek naar een geschikte zitplaats. Van de vroegere bravoure was weinig over en ik wist zeker dat hij me niet zou herkennen in mijn malle outfit als 1 van de 3 koningen.

Aad Wieman. Rotterdam 31-8-2015.

dappere dodo

Rozijntje

Rotterdam heeft een nieuwe attractie in de vorm van een splinternieuw olifantje. Afgelopen donderdagnacht werd het in Diergaarde Blijdorp geboren. Met veel vertoon is het ons op het nieuws medegedeeld. Mijn vriendin en ik zijn lid van de “tuin” en hebben als olifanten liefhebbers bijna alle jonge olifantjes vrijwel een dag na de geboorte bekeken. Wij weten dat baby olifantjes van alle zoogdieren het hoogste “aaach” gehalte hebben. Hierbij doel ik op de kreet die men als van zelf slaakt bij het zien van zulk een aandoenlijk schepseltje. En dat willen we natuurlijk weer beleven. Zoals toen. Ik kan mede eerste wankele schreden van Trong Nhi, 12 jaar geleden, bijvoorbeeld nog goed herinneren.

aad wieman olifant

Die vrijdagochtend hadden we ons vroeg naar Blijdorp gehaast om de drukte voor te zijn en spoedden ons rechtstreeks naar het olifanten verblijf. Daar had zich al een klein doch select gezelschapje verzameld. Allen met het zelfde doel: Kijken naar de baby. Er heerste een opgewonden en verwachtingsvolle stemming. Vrijwel alle bezoekers hadden een fototoestel of telefoontje bij zich om de nieuwe Blijdorp aanwinst te kunnen kieken. Telkens werden de apparaatjes hoopvol geheven bij de minste beweging op het olifantenperk. De dikhuidige bewoners hadden zich aldaar in een kluitje verzameld en bewogen in een gesloten cohort over het perk. Af en toe verscheen er een jonge olifant voor de groep, maar dat was Faya, die een jaar oud is en al behoorlijk uit de kluiten gewassen. Enkele bezoekers reageerden enthousiast en begonnen al vertederde geluiden te maken, maar hun opgetogenheid werd de kop in gedrukt door enkele omstanders, die wel op de hoogte waren van het bestaan van Faya, die olifantenkleuter die zich overal mee bemoeit en hinderlijk in de weg loopt. De smalende klanken van de kenners maakten duidelijk dat de baby stukken kleiner moet zijn. En ja hoor: af en toe verscheen er een donker en harig beestje tussen de enorme poten van de moeder of van de aanwezige “tantes” die meehelpen met de bescherming en opvoeding van pasgeboren olifantjes. Een onzeker kronkelend slurfje of een wankel evenwicht van zelfs voor een olifant dunne beentjes. Alsof ze een te grote grijze spijkerbroek draagt, zo ziet een olifantenbabykontje eruit. Elke keer als er een glimp van het nieuwe wezentje te zien was, klonk er bij de aanwezigen het bekende “aaaach” Maar je hoorde dat het er niet echt lekker uitkwam. Er was iets niet in orde en een zacht gemopper klonk bij de bezoekers die ook duidelijk wat vragen hebben. “Weet jij nou wat het is? Een jongetje of een meisje?” “Weten ze dat nog niet? Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Volgens mij kun je dat van hieruit zien.” “Dat is een navelstreng, gek.” Of “Dat beest weegt al 70 kilo” “hoe weet jij dat nou?” “van stads t.v.” Er stond ook een moeder met een klein meisje naar het tafereel op het zanderige verblijf te kijken en te reageren op de zeer sporadische verschijningen van het olifantje. De moeder deed ijverig verslag van wat ze zag.: “Kijk, laura, een slurfje, zag je dat? Ze gaat nou weer onder de moeder staan, zie je wel en die andere kleine wil er steeds bij… wat is die nou groot hè, vergeleken bij Rozijntje? “Rozijntje?” riep er iemand gepikeerd, “hebben ze al een naam genoemd?” “welnee, ze maken er altijd een prijsvraag van” repliceerde een derde en terwijl ze verder door leuterde over het namen geven door de eeuwen heen aan dieren en olifantjes in het bijzonder. De moeder vertelde aan ons dat ze de naam Rozijntje aan het ontbijt samen met haar dochter had bedacht naar aanleiding van wat ze in de muesli had gevonden. Toen verscheen er aan mijn rechterzijde een gestalte als een zonsverduistering. Naast mij stond een enorme vrouw. Ze had een gezicht om op te zitten, als een poef. Haar vlezige onderlip puilde verachtelijk naar voren en haar houding straalde een verongelijktheid uit alsof wij het konden helpen dat ze zo lelijk was. Ze sloeg haar dikke armen over elkaar en sprak op luide en enigszins bekakte toon: “Je gaat me toch niet vertellen dat die kleine al gewoon buiten is. Daar geloof ik niks van. Dat kan toch niet. Is ze dat?” en ze wees met een dikke rode vinger naar het nieuwe olifantje, die zich heel even liet zien. “Dat is ze toch niet? Dat beest is vannacht geboren! Dat doen ze toch niet. Die houden ze binnen.” Haar metgezel, een man van middelbare leeftijd met de mimiek van een verstrooide professor riep opgetogen   ”Nou, dat izzum wal degelijk, heur. Die gooien ze gelijk naar buiten zoals in de natuur.” Hij klapte zelfs een beetje in zijn mollige handjes en grijnsde geruststellend naar haar. Ik zag dat zijn gezicht was toegerust met een naar voren staand gebit met forse tanden, zodat hij ook in het donker nog geruststellend naar haar kon grijnzen. “Huh, we krijgen ze niet eens te zien. Die groten staan er allemaal voor” smaalde de vrouw teleurgesteld. Ze klonk als een verwend kind. “Zijn we daar helemaal voor hierna toe gegaan. Dat is nou ook wat.” “ Ach, we moeten geweun een beetje geduld hebben” Het was tijd voor ons om te gaan. Terwijl we weg liepen hoorden we de vrouw nog boosaardig mopperen en haar net nog roepen: ”….en jij zei…” Verder hebben we niet geluisterd en liepen richting uitgang in de wetenschap dat de nieuwe olifant voor ons gewoon Rozijntje zal heten. Ondanks de komende prijsvraag.

 

Aad Wieman Rotterdam 25-8-2015.

Stap voor Stap Vitaler; Vitaliteits- & massagepraktijk in Rotterdam Blijdorp.

Ik ben Carmen Apon, Vitaliteitstherapeut en Sportmasseur

Mijn motto is: Samen met jou werken aan een vitalere levenswijze. Of dit nu over gezonder eten, meer bewegen of je lekkerder in je vel voelen gaat.  Voor al deze zaken geldt dat het vaak in elkaar grijpt en een samenspel is van lichaam en geest.

Ik ga uit van de laatste wetenschappelijke inzichten op het gebied van voeding, bewegen en coaching en laat me niet leiden door hypes over bijvoorbeeld brood, suiker, lowcarb, hormonen, supplementen, Insanity etc. etc. maar kijk wat bij jou past en ga uit van de gezonde keuze. 

Als Vitaliteitstherapeut kan ik je op weg helpen door bijvoorbeeld een eenmalig voedingsadvies of een beweeganalyse; langer begeleiden dmv Personal trainings-trajecten, Voedingstrajecten of combinatiepakketten afhankelijk van jouw hulpvraag en budget.

Ik maak gebruik van methodieken uit o.a. de positieve psychologie, functioneel trainen, Klinische psycho neuro immunologie (KPNI) en heb hiervoor een kleine praktijkruimte in mijn huis gecreëerd. Daarnaast is buiten werken/trainen een belangrijk onderdeel van mijn aanpak.

We maken samen een actieplan waarbij we Stap voor Stap werken aan haalbare doelen en je het resultaat kunt bereiken waar jij naar op zoek bent.

Ook kan je bij mij terecht voor een ontspannende massage, Sportmassage, Bindweefselmassage, Manuele Lymfedrainage, Blessurepreventie.

Voor het bedrijfsleven bied ik een aantal zeer vernieuwende aanpakken/ workshops t.a.v. arbovitaliteit aan. Net even anders, effectief en verrassend.

Ik ben aangesloten bij een beroeps- en branche organisaties die de kwaliteit van mijn werk waarborgen. Zie hiervoor mijn website: www.stapvoorstapvitaler.nl

Volg mijn pagina op Facebook voor tips, wetenswaardigheden en aankondiging voor evenementen (bijvoorbeeld: OutdoorFit buiten krachttraining/duur-uithoudingsvermogen 2x per week op locatie in de wijk Blijdorp)

https://www.facebook.com/StapvoorStapVitaler


Aarzel niet en neem nu contact op met Stap voor Stap Vitaler voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek stapvoors@stapvoorstapvitaler.nl

of bel 06-24679993

Apetrots op Samenwerking Feyenoord en Blijdorp

 

De Echte Rotterdammert, of het nou een Feyenoorder is of niet, is APEtrots op de samenwerking tussen Feyenoord en Diergaarde Blijdorp.

Eens of Oneens?

 

Klik op de URL  hieronder en stem op de site

https://www.facebook.com/pages/Rotterdam-Discovery-Tours/156602797735006?fref=ts