Berichten

Beatclub Flamingo

Rond deze tijd moet het vijftig jaar geleden zijn dat ik mijn eerste popconcert bezocht (een halve eeuw!). Ik kan via Google niets over het concert vinden, zelfs niet over de zaal. Boven in het Flevogebouw bevond zich een ruime hal met een groot podium waar toen best beroemde bands hebben gespeeld. Volgens mij werd de zaal, of in ieder geval tijdens de concerten, beatclub ‘Flamingo’ genoemd.

In Engeland was in die tijd de gewoonte dat een band vaak 2 concerten gaf: het eerste op zaterdagavond, en daarna nog eens op zondagmiddag. Dankzij de geboortegolf was er een hoop jeugd dat de concerten wel wilde bezoeken, maar nog niet oud genoeg om op zaterdagavond laat uit te gaan. Ik vermoed dat zoiets in Nederland ook gebeurde. Of misschien werd zelfs alleen voor de zondagmiddagconcerten gekozen.

In 1965 was ik 13 jaar oud, en uitgaan op zaterdagavond was er nog niet bij. Maar op zondagmiddag ging ik wel regelmatig met mijn schoolvrienden op stap. Zo ook die zondagmiddag.

Flevogebouw

Er zou een echte beat-band uit Engeland optreden in het Flevogebouw: ‘the Action’. We hadden er geen van allen van gehoord, maar het feit dat ze uit Engeland kwamen, het land van the Beatles, had aantrekkingskracht genoeg. Een van de vrienden wist waar het Flevogebouw was: bij de markt, op de plaats waar tegenwoordig ‘de Hooge Marinier’ staat. De ingang was echter niet makkelijk te vinden. Een keer om het gebouw heen gelopen. Uiteindelijk bleek in de onderdoorgang, die de Hoogstraat verbond met het Pannenkoekhof, een deur te zitten die naar een trap leidde. Bovenaan de trap, derde of vierde verdieping zaten aan een tafeltje een paar jongens die de kaartverkoop regelden: 2,50 entree. Oeps, daar hadden we niet op gerekend. Een concert bezoeken kostte geld! Ik kreeg in die tijd 1,- zakgeld per week, de anderen niet veel meer. Blijkbaar waren ze dat bij de ingang gewend, en stelden meteen een oplossing voor: als we een uurtje konden wachten, mochten we het laatste deel van het concert voor 1,- bekijken. Het voorprogramma en een groot deel van het concert zouden we dan wel missen, maar nu we eenmaal zover waren, gingen we door natuurlijk.

Netjes op de trap gaan zitten wachten. Andere bezoekers kwamen langs. Ze waren allemaal een stuk ouder dan wij. En ook stukken groter, sommigen al met lang haar! Dat maakte het allemaal nog spannender.

Eindelijk was het uur voorbij, en mochten we naar binnen. Vlak naast het podium was de ingang, de Engelse band speelde hard en was al volop aan de gang. De ruimte voor het podium was afgeladen met veel te lange en duwende jongens. Ik kan me trouwens geen meisjes herinneren. Waren die er wel?.. We konden niets van de band zien en werden bijna onder de voet gelopen.

De zaal was een soort auditorium zonder stoeltjes. Achterin kon je steeds hoger klimmen. Wij gingen helemaal naar boven, en hadden een goed uitzicht op het podium en de zaal met springende mensen ervoor. Vermoedelijk inmiddels dronken, her en der lagen lege bierflesjes op de grond. Plotseling ontstond er onenigheid voor het podium. Een kolkende massa was het gevolg. Indrukwekkend om te zien vanaf de hoge plek bovenin. We stonden er wel veilig, maar schrokken toch toen we door kregen dat ze allemaal met elkaar aan het vechten waren. Ook omdat ze voor de uitgang stonden, vluchten zat er niet in. De band stopte met spelen, en riep iedereen op zijn kalmte terug te vinden. Dat lukte na een paar minuten, en de band speelde nog de laatste paar nummers.

Het werd een onvergetelijke middag. Mede dankzij de bloedende jongens die ik later op de gang tegenkwam.

Natuurlijk was ik meteen fan van the Action, en heb ik later twee singles van ze gekocht. Die zijn inmiddels heel wat waard, want ze bleken geproduceerd door George Martin, die in diezelfde tijd ook de productie van the Beatles deed. Dat zei me toen weinig. Ik vond het gewoon geweldige muziek van de eerste en daardoor beste band die ik ooit gezien had!

Action-NeverEver

Aldus Robert van der Kroft

De twee singles die ik later kocht, zijn ook op YouTube te vinden:

Shadows and reflections

https://www.youtube.com/watch?v=Dgqn8vvdT0c

Never ever

https://www.youtube.com/watch?v=AI-gSNAbh2A

En ook leuk:

I’ll keep holding on

https://www.youtube.com/watch?v=mUuaVWIPG6g

 

Ik ben een bofkont!

Maandagochtend 10:00u. Ik heb een kop koffie gezet en ga ermee op mijn bank zitten. In stilte geniet ik van het zonnetje dat tegen de gevel van het gebouw aan de overkant schijnt. Op een paar fluitende vogeltjes en het zachte monotone geruis van een ventilatiesysteem van het Hulstkampgebouw na, hoor ik verder niks. Het is stil op het Noordereiland. Dit vind ik het fijnste moment van de dag. Mijn buik wordt gemasseerd door de scherpe nageltjes van Dodo, die alle tijd neemt om het beste plekje op mijn schoot te vinden. De bomen wuiven zachtjes met hun takken op het lichte briesje dat door de straat waait. Ik woon midden in een wereldstad, maar zo voelt het niet. De serene sfeer doet me meer aan het platteland denken en ik realiseer me dat ik een bofkont ben.

Terwijl ik met kleine slokjes mijn hete, sterke koffie op drink overdenk ik afgelopen weekend. De prachtige, roze zonsondergang die ik met mijn voeten in het lichtblauwe zeewater mocht aanschouwen was absoluut het hoogtepunt. Die vijftien minuten voelde als vakantie in een ver tropisch oord, maar was gewoon op de plek waar ik ben opgegroeid. De zaterdagochtend was ook fijn. Koffie en taart met mijn twee Zeeuwse vriendinnen, waar ik al sinds de brugklas bevriend mee ben. De meiden waarmee ik jong ben geweest en volwassen mee ben geworden. Ik zie ze veel te weinig en heb ter plekke besloten dat ik hen veel vaker wil zien.

W. had haar 7 maanden oude zoontje meegenomen. Ik mocht hem ook even vasthouden zodat zijn mama rustig haar taartje op kon eten, voordat het aangevallen werd door de vele wespen die rond onze tafel zwermden. Stoer en stevig stond hij op mijn schoot, ik ondersteunde hem enkel onder zijn armpjes. We moeten lachen om het feit dat twintig (!) jaar geleden de eerste Flippo’s in de zakken chips te vinden waren en dat we dat nog weten als de dag van gisteren. Als tieners waren we altijd bang om ouder te worden, de gedachte om ooit dertig te worden beangstigde ons. Maar daar op het terrasje, de dertig reeds gepasseerd, maakte ons dat helemaal niet meer uit.

Ik denk aan de autorit naar Breda, zaterdagmiddag. Waarbij ik op blote voeten reed en keihard meezong met de popliedjes op de radio. Ik was op weg naar mijn vriend, die de avond daarvoor met veel bier en vrienden de opening van het nieuwe voetbalseizoen had gevierd. De gedachten aan de lach op zijn gezicht toen ik zijn appartement binnenstapte en de kus die hij me als begroeting gaf, zorgen voor een warm gevoel in mijn lijf.

De koffie is inmiddels op en buiten hoor ik weer wat meer geluiden. Kinderen die lachend voorbij rennen op weg naar het speelveldje aan het eind van de straat en een bestelbusje dat belanden wordt. De zon is achter de wolken verdwenen en Dodo staat langzaam op van mijn schoot, rekt zich uit en kijkt vervolgens naar me met zijn ‘wanneer gaan we eten?’ blik. Ik sta op en rek mezelf ook even goed uit. Drie paar kattenogen staren me nu verwachtingsvol aan. ‘Kom jongens, we gaan eten’ roep ik vrolijk en mijn drie katten rennen voor me uit richting de keuken. ‘En ik moet ook maar eens wat gaan doen,’ mompel ik zachtjes tegen mezelf. De week is weer begonnen!

noordereiland 2

 

Sylvia Niemantsverdriet

Dappere Dodo

In 1960 kreeg ik ter ere van mijn twaalfde verjaardag een jaarabonnement op “Diergaarde Blijdorp”. Een fantastisch cadeau. Ik zou daar veel vrije tijd gaan doorbrengen en naar de dieren kijken die ik normaal op de kleine plaatjes in de Verkade albums kon bespeuren. Deze albums kreeg ik ooit van een oom en tante die er toch niet meer in keken, terwijl ik, als ik daar op bezoek kwam, gelijk naar de boeken vroeg. “Dierenboeks” zou ik volgens mijn tante de zoölogische lectuur genoemd hebben. Het is mogelijk. Veel later hoorde ik van mijn moeder wat de ware reden was om mij dat prachtige cadeau te geven. Bij ons in de straat woonde een familie, die bestond uit een forse vrouw, een heleboel grote zonen en een tweetal kleinere jongens. Met de twee jongsten speelde ik op straat. In de vorm van wat onhandig tegen een bal schoppen, die zelfde bal van de tramrails halen om het spel weer te hervatten. Of een onduidelijk spel waarbij men zich moest verstoppen en niet per se gevonden hoefde te worden. Bij de volkstuintjes (de ”tuimpies”) een beetje rondklooien totdat we weggejaagd werden. En televisie kijken in een kale en rommelige huiskamer, die vol stond met aftandse meubelen die neergezet waren in een theateropstelling zodat iedereen de grote zwartwit televisie goed kon zien. Op het toestel werd het kinderprogramma “Dappere Dodo” uitgezonden. Het was een poppenkast vertoning, die heel populair was in die tijd en omdat er toen maar enkele gezinnen in het bezit waren van een toestel, was de ruimte bevolkt met buurkinderen, neeffies, niggies en de broers die op de achtergrond bierdrinkend en vuilbekkend probeerden de televisie te overstemmen. Dit werd duidelijk niet getolereerd door de moeder, die met haar enorme gestalte in een grote fauteuil geperst zat en krijsend liet weten dat de mannen hun vuile kankerkoppen dicht moesten houden. Dappere Dodo kon me maar matig boeien. Ik keek liever besmuikt naar de familie. Twee broers deden me sterk denken aan de plaatjes van Neanderthalers uit onze Winkler Prins encyclopedie. De derde broer vertoonde een frappante gelijkenis met Sammy Davis jr., maar dan zonder zang en virtuoze dans. Ze werden aangesproken met koosnaampjes als Henkie, Appie, Pietje en Wimpie. Keessie, de jongste en drukste, was toen de enige zonder strafblad, zoals ik later begreep. De rest van de broers waren net uit, of onderweg naar verschillende penitentiaire inrichtingen of tuchtscholen. In de loop van de tijd hoorden we meer. Mijn moeder sprak de reusachtige vrouw af en toe, wat een merkwaardig tafereel opleverde omdat de gigant twee maal zo groot was als mijn moeder . Die vertelde vrijuit over de wandaden van haar zonen, waarvan er een paar zo langdurig waren opgesloten dat we ze nooit te zien kregen. Een van de broers werd als “goed” betitteld en “Ach, hij drinkt wel eens een biertje teveel en slaat dan de boel kort en klein. Maar verder is het een goeie jongen.” Een kniesoor die daar op let. We hebben allemaal wel eens wat. Op een keer was er ‘s avonds rumoer in de straat, veroorzaakt door de aankomst van een politiewagen. Wij dachten dat er iemand opgehaald werd. Maar nee, een van de neanderthalers werd thuis gebracht. Zo lazarus als een kanon. Moeder haastte zich waggelend naar buiten en riep: “. Neempu hem assieblief weer mee.” Toen de agent vroeg waarom, sprak ze de legendarische woorden: “ O, meneer het is zo ’n teringlijer”

In die huiskamer waar televisie gekeken werd zat ook een mannetje, verscholen achter een dikke bril met plusglazen waarin zijn ogen akelig groot werden. Hij zat op een stoeltje en bemoeide zich nergens mee. De heer des huizes. Verder heb ik hem nooit gezien. Op een gegeven moment verscheen er in die kamer een sterk geurende en zeer kleurig geklede knappe jonge vrouw met zwart geverfd haar en vuurrode lippenstift. De zus. Later hoorde ik een buurvrouw met een zuinig mondje zeggen, dat ze wel de hoer zou spelen. Mijn moeder heeft mij nooit verboden bij de familie over de vloer te komen. Handig werd het lidmaatschap van Blijdorp ingezet. Ik ging bijna elke dag direct vanuit school naar de dierentuin met mijn abonnement in de aanslag. De broers zag ik niet meer. Alleen op afstand. Keessie riep dan nog wel eens wat honende onverstaanbaarheden mijn richting uit, maar daar bleef het bij. Op deze manier werd ik uit een kwalijke omgeving gehaald. Naadloos.

Jaren later speelde ik mee in een kerstspel dat opgevoerd werd in de Noordsingel gevangenis. Toen ik tussen de gordijnen door gluurde naar de gedetineerden, zag ik tot mijn schrik Keessie tussen de banken door schuifelen op zoek naar een geschikte zitplaats. Van de vroegere bravoure was weinig over en ik wist zeker dat hij me niet zou herkennen in mijn malle outfit als 1 van de 3 koningen.

Aad Wieman. Rotterdam 31-8-2015.

dappere dodo

Stichting De Bomenridders

Bomen in de straat, in het park en op het plein, we staan er zelden bij stil omdat ze zo vanzelfsprekend lijken. Toch verdienen ze aandacht bij herinrichting, als bomen ziek worden, vernield worden of het wegdek beschadigen. Pas als bomen plotseling omgezaagd worden besef je hoe belangrijk ze zijn. Ze zorgen voor een mooi straatbeeld, schaduw in de zomer, woonplaats voor vogels, schone lucht en demping van verkeerslawaai. Stichting De Bomenridders zet zich in voor bescherming van stadsbomen in heel Rotterdam. Dat is nodig omdat er regelmatig bomen gekapt worden die gespaard hadden kunnen worden als er creatiever was nagedacht over andere oplossingen.

Onze actieve kern bestaat uit 5 mensen. Deze voeren alle voorkomende activiteiten uit, van het publiceren van artikelen op de website tot het voeren van procedures, het ontwikkelen van een nieuwsbrief en het inventariseren van alle bijzondere tuinbomen in onze stad. Wij overleggen met de gemeentelijke beheerders van de buitenruimte, woningcorporaties en beantwoorden vragen van Rotterdammers die zich zorgen maken over hun bomen. Wat dat zijn het: uw bomen.

Toch worden omwonenden vaak niet betrokken bij het maken van plannen. Bomenkap voor rioolwerkzaamheden of ophoging wordt bijvoorbeeld als onvermijdelijk gepresenteerd, terwijl dat soms niet zo is! De Bomenridders willen u graag informeren en ondersteunen bij bomenkap in de wijk. Wat kunt u zelf doen?

Laat u niet verrassen door bomenkap en lees elke week de bekendmakingen van verleende vergunningen in de wijkkrant of online op: http://www.rotterdam.nl/rotterdambericht

Je kunt namelijk alleen bezwaar maken tegen bomenkap als je daar op tijd van weet! We merken heel vaak dat mensen pas gaan klagen als de bomen al om zijn. We zijn op zoek naar betrokken mensen die contactpersoon voor ons willen zijn in hun wijk. Want hoe groter het groene netwerk, hoe effectiever onnodige kap voorkomen kan worden.

Voor meer info over wat de bomenridders doen, ga naar www.debomenridders.nl.

We zijn te bereiken via info@debomenridders.nl.

Volg ons op twitter via @DeBomenridders en op Facebook: https://www.facebook.com/De.Bomenridders

 

Henk de marktkoopman

Mensen in mijn leven waar ik echt de slappe lach van kreeg blijven altijd in mijn geheugen, zo ook Henk mijn oude
buurman.

Henk was regelmatig gast in de huisbarpub van mijn ouderlijk huis in de Thomas a kempisstraat,wat steeds meer weg kreeg van een buurthuis.
Met een aardige slok op zorgde hij meestal voor een nog vrolijker tintje van de feestavond.
Zoals het uitdelen van een klapsigaar aan degene met het mooiste overhemd met als resultaat brandgaten!
Henk was een kei in het oplossen van de verkeerde grappen dus bij deze kreeg het slachtoffer 3 nieuwe overhemden die al 5 jaar onverkocht in zijn kraam hingen!
De grote glazen Heineken laars waar als je probeerde een slok te nemen 2 liter bier over je heen kreeg deed het ook altijd goed!
En niet te vergeten het cognacglas van mn vader dat regelmatig vervangen werd door een nepglas uit de feestwinkel maar sprekend echt met dubbel glas en als je een slok nam er niks uit kwam.
Het hoogtepunt van de avond was meestal wel als de tamboerijn te voorschijn kwam.
Een keiharde schorre markt, rook en drank stem schreeuwde dan:”AAT!”DAVE BERRY!STRANGE EFFECT!!!!!
Ik zette de plaat op en daar kwam Henk!,eerst een hand om de deur,tamboerijn sissend,en dan het prethoofd met de felblauwe hagedissenogen van Henk! de playbackshow kon beginnen!
Na dit nummer zette ik meestal wat rustiger muziek op om Henk wat af te laten koelen want vaak had ie een optreden van een uurtje of twee in gedachten!.

Henk stond op de Rijnhavenmarkt met een kraam die niet echt meer zo liep.
Mijn moeder had een gouden oplossing ze stelde voor zomerjurkjes als parttimer te gaan naaien met een meer moderner stof,en het liep!parttimers volgden.
Het ging zelfs zo goed dat Henk besloot een winkeltje nabij de Maashaven te gaan beginnen in marktkleding in combinatie met tweede hands spullen!
Ik ging een keer langs..De paskamer sloot maar voor de helft..Jahaha het oog wil ook wat als dames een jurkje gaan passen!,twee klanten komen binnen..”meneer dit servies mooi maar 2 kopjes zonder oor” Nou dan naai je er twee een oor aan!hahaha weg klanten,weer een klant “hoeveel kost dit kruis?” hetzelfde als wat erop staat! te veel dan oprotte!dag en weg klanten..schaterend van de lach laat hij mij een kolenkachel zien,Hey Aatje omdat jij mijn grootse vriend ben mag je m nu voor 1 gulden meenemen!maar wel binnen twee minuten want we sluiten die zooi hier en gaan nu saampies naar de kroeg hiernaast!!!O Wacht ff Aat! ik heb nog wat lp s in de uitverkoop zoek snel uit! Henk het zijn alleen maar hoezen zonder lp ! Oh? vandaar dat ik ze niet verkoop! schiet op ik ga de zaak dichtgooie!!!,mn buurvrouw Nel kwam ook nog de kroeg in maar niet al te vrolijk..

Het ging slechter met Henk zijn zaken,hij moest zelfs bijklussen in de nachtdienst ,zelfs een schilderij een erfstuk uit de familie genaamd de “Rijsteter”moest hij noodgedwongen verkopen.
Die kan jij zo namaken Aatje! Tuurlijk Henk alleen dan doe ik wel bamie ipv rijst scheelt me wel wat werk!
Henk zijn gezondheid ging achteruit.
Ik heb hem nog wel een leuke grap bezorgd door een oude dia van het barretje waar hij opstond heel groot op de zijkant van het flat waar hij op uitkeek te projecteren.
Toen ik hem belde het eerste wat hij zei: “Goeie reclame dit zeg!!!!”.

De Kuip, sentiment of ratio (slot)

Beste Feyenoord-vrienden,

De jaren tachtig verliepen, met uitzondering van de periode 1982-1984, dramatisch voor Feyenoord, hetgeen zijn weerslag had op het Kuipbezoek. Het eens zo trotse voetbalbolwerk was bij thuiswedstrijden verworden tot een akelig lege, kille, desolate bak . Het geduld en incasseringsvermogen van de  immer hondstrouw geachte supportersscharen die als enige in Nederland met de eervolle bijnaam ‘Het Legioen’ worden aangeduid, waren nu uitgeput en verdampt. In de vette eerste helft van de zeventiger jaren werd nog geroepen dat indien Coen Moulijn samen met Ernst Happel een kaartje zou leggen op de middenstip dat al voldoende zou zijn om 40.000 toeschouwers naar De Kuip te lokken.  Maar het eerst zo door en door verwende publiek kon het op het laatst toch niet meer opbrengen. Het substantieel inboeten aan kwaliteit en klasse op het veld en het daarmee samenhangende  stelselmatige afbrokkelen van de prestatiecurve waren fnuikend gebleken voor het Kuipbezoek. De dominantie van Ajax, ook nadat wereldsterren  als Cruijff, Keizer, Neeskens, Suurbier en Krol waren verdwenen, nam geleidelijk toe. Daarnaast was er de tomeloze opkomst van PSV, dat met behulp van de grote elektronische suikeroom vanaf het seizoen 1985-1986 voor lange tijd de hegemonie greep in de vaderlandse competitie en naast vier achtereenvolgende landstitels in 1988 zelfs de treble (kampioen, beker en Europacup I) won.

Alleen de seizoenen 1982-1983 en 1983-1984 waren voor de Feyenoord-supporters nog een revelatie, welke appelleerden aan vervlogen triomfantelijke tijden. In 1983 werd Feyenoord met zijn gevreesde luchtmacht (Ruud Gullit, Peter Houtman en de Bulgaarse Andrej Jeliazkov) net geen kampioen en kopte het AD: ‘Ajax kampioen van de regelmaat, Feyenoord kampioen van de topwedstrijden’. Zo werd PSV  in Eindhoven met 1-3 verslagen (ter vergelijking: Ajax verloor dat seizoen met 4-0 in de Lichtstad), werd tegen Ajax twee maal een gelijk spel geboekt (2-2 thuis en 3-3 uit) en werd AZ, destijds nog gesponsord door de gebroeders Molenaar, twee maal verslagen. Toen na dat succesvolle maar toch ‘net niet’ seizoen ook nog een jegens zijn oude club rancuneuze Johan Cruijff aan de – landelijk gezien –  reeds kwaliteitsrijke selectie kon worden  toegevoegd en waarvan ook verloren zoon Michiel van de Korput weer deel  ging uitmaken, was dat net voldoende om in 1984 een glorieuze ‘dubbel’ (titel + beker) in de wacht te slepen. Johan Cruijff, inmiddels 37 jaar oud, weigerde er vervolgens nog een seizoen aan vast te plakken, tot grote teleurstelling van trainer Thijs Libregts. Nu ging het snel bergafwaarts met de club. Ik herinner mij uit die tijd, die zeker tot 1990 duurde, de verhalen over supporters die na weer een verloren wedstrijd uit frustratie hun seizoenkaart (toen nog geen plastic pasje) verscheurden. De toeschouwersaantallen slonken tot minder dan 10.000 in thuiswedstrijden en Feyenoord speelde nog slechts een figurantenrol in de vaderlandse competitie.

Het tij keerde nadat Jorien van den Herik de macht greep binnen de Feyenoord-top, naar eigen zeggen om zijn in Feyenoord gestoken geld zelf te kunnen blijven bewaken. Als cruciaal keerpunt wordt wel beschouwd de bekerzege van Feyenoord op PSV in Eindhoven op 11 april 1991. John de Wolf, kort daarvoor (op 3 maart) nog verketterd na de kansloze 6-0 zeperd in datzelfde Philips-stadion, speelde nu een glansrol. Romario, bij de 6-0 nog goed voor vier goals, werd door de robuuste verdediger ditmaal helemaal uitgeschakeld. Zijn maatje in het centrum van de verdediging, Henk Fraeser, scoorde het enige en beslissende doelpunt in die gedenkwaardige en historische wedstrijd.  Feyenoord bloeide weer op, in vijf seizoenen werden 4 bekers,  1 landstitel en 1 supercup gewonnen. Het elftal straalde behalve degelijkheid vooral strijdlust uit welke bij veel supporters anno 2013 nog steeds tot de verbeelding spreekt en de selectie met Regi Blinker, Gaston Taument en Robbie Witsche zong zelfs datFeyenoord van muis weer olifant was geworden. De Kuip begon weer vol te stromen, de crisisjaren tachtig waren behalve voor  de vaderlandse en wereldeconomie nu ook voor Feyenoord eindelijk voorbij.

In 1994 volgde een ingrijpende renovatie van De Kuip, die in totaal meer dan 100 miljoen gulden zou kosten. Er kwam een dak, maar helaas wat aan de korte kant, zodat nog steeds veel  supporters de regen moesten trotseren, hetgeen nog werd verergerd door lekkage die bij hoospartijen heuse watervallen te weeg bracht. De renovatie was eigenlijk niet veel meer dan een tafel die over de bestaande Kuip werd geschoven, al werd ook de grasmat vernieuwd en uit veiligheidsoverwegingen een gracht rond het veld gegraven. Verder werd in het fonkelnieuwe Maasgebouw ook een home of history gerealiseerd aan de hand waarvan jong en oud zich kon vergapen aan het glorierijke verleden van de nationale volksclub bij uitstek. En op de tribunes verdwenen alle staanplaatsen en verschenen er nieuwe blauwe en rode kunststof  Kuipstoeltjes.

Maar bijna twintig jaar later raakt de Heilige Kuip nu toch steeds meer gedateerd. Popgroepen willen er geen concerten meer geven en verkiezen de overdekte accommodaties als de Arena en het Gelredome. Een groot stadion zoals De Kuip valt nauwelijks te exploiteren als de inkomsten uitsluitend  door het voetbal moeten worden gegenereerd, laat staan als dat bijna alleen nog door de thuiswedstrijden van Feyenoord moet gebeuren. De (K)NVB haakt steeds meer af waar het wedstrijden van Oranje betreft en Europacupwedstrijden zijn anno 2013 een zeldzaamheid geworden. De kans dat ook de bekerfinale op termijn uit de Kuip zal verdwijnen is levensgroot. Ook de UEFA zal De verouderde Kuip niet snel meer aanwijzen voor een finale. De plannen voor nieuwbouw hebben geleid tot heftige en zelfs grimmige discussies tussen voor- en tegenstanders, waarbij alternatieve plannen tot een tweede renovatie inclusief  uitbreiding worden aangevoerd.

Als oude supporter, die vanaf zijn prille jeugd emotioneel onverbrekelijk met Feyenoord en met De Kuip is versmolten, ben ik persoonlijk van mening dat nieuwbouw hoe dan ook de voorkeur verdient. Of het er van komt ondanks de het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders al een garantiebesluit heeft genomen (dat overigens nog naar de gemeenteraadmoet) is nog steeds moeilijk te zeggen. Maar ik hoop vurig van wel. Het oude stadion voldoet gewoon niet meer  aan de moderne eisen voor een multifunctionele accommodatie die dus uit oogpunt van exploitatie ook voor andere doeleinden gebruikt moet kunnen worden. De vorige ingrijpende renovatie heeft geleerd dat ondanks alle aanpassingen veel bij het oude blijft, zoals de oude betonnen bak, de betrekkelijk krappe zitplaatsen, zeker in vergelijking met de Arena en het Philips- stadion, waar de zitplaatsen veel royaler en dus gerieflijker zijn en het ontbreken van ruimte voor eigentijdse megaschermen, waarop bijvoorbeeld wedstrijdmomenten kunnen worden herhaald. Gevoelsmatig, los van alle al dan niet aanvechtbare voorcalculaties, ben ik ervan overtuigd dat de volksclub Feyenoord, die structureel terug wil naar de absolute top van Nederland en die af wil van de decennia lange ‘net niet-status’, alleen gebaat is met een fonkelnieuw stadion, waarmee een mooie toekomst voor Feyenoord weer jarenlang geborgd is.

Bij mij wint dus de ratio het in dit geval van het sentiment. De oude Kuip zit ook bij mij heel diep, maar terugblikkend op het roemruchte verleden kan ik niet anders concluderen dan dat Feyenoord al veel te lang aan het sukkelen is en dat de renovatie van 1994 niet heeft gezorgd voor een blijvende terugkeer van ons dierbare Feyenoord aan de top. Wat wel heel wezenlijk zal zijn is de locatie. Die moet vooral goed blijven aansluiten bij de infrastructuur, ook die van het openbare vervoer, in het bijzonder het hoogwaardige railvervoer. Als dat wordt gerealiseerd en dat in samenhang met een weloverwogen, opnieuw  ontwikkelde omgeving, dan zijn de randvoorwaarden voor een mooie toekomst van onze club weer voor lange tijd gewaarborgd. Ik hoop zelf die nieuwe toekomst nog een poosje te mogen meemaken, nu de jaren voor mij gaan tellen. Ik heb dankzij een bypass-operatie in 2003 al extra levenstijd gekregen en op 12 augustus aanstaande hoop ik 66 jaar te worden.  Afgelopen vrijdag beleefde ik bij toeval een deel van de indrukwekkende uitvaart aan de Langenhorst van supporter Rooie Marck, toen ik vanuit Zuid-Oost-Brabant op weg was naar mijn hoogbejaarde moeder aan de Schoonegge om haar 94ste verjaardag te vieren. Zo werd ik op heel bijzondere wijze weer bepaald bij de vergankelijkheid van het leven. Voor ons allen wacht ooit het bordje ‘einde’ en niemand weet waar dat precies wordt geplaatst. Voor Feyenoord ligt dat anders, de club is in beginsel ‘eeuwig’, de individuele supporter echter tijdelijk. Daarom is het rationele belang van de club toch net iets groter dan het sentiment van de individuele supporter, hoe waarachtig en oprecht die gevoelens jegens de club ook mogen zijn en hoezeer die de club ontegenzeglijk groot hebben helpen maken.

Ik wens dan ook alle autoriteiten die er in dit verband toe doen, zowel de publiek- als privaatrechtelijke, veel wijsheid toe bij de uiteindelijk te nemen en dan onomkeerbare besluitvorming omtrent de toekomst van ons aller zeer dierbare Feyenoord. Diezelfde wijsheid zal ook in het Legioen rijkelijk aanwezig dienen te zijn ter voorkoming dat de uiteindelijke keuze tussen nieuwbouw en renovatie niet blijvend als een splijtzwam zal werken, zowel onderling in de supportersscharen als wel tussen (delen van) Het Legioen en het clubbestuur.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.

Stadionverbod

Jaren geleden was is in de Kuip te gast in een skybox.
Leuk, warm, echt bier en bitterballen.
En opvallend voor een skybox, er waren echte supporters.
Deze mensen kwamen voor de wedstrijd en niet om te netwerken.
Na afloop beneden tussen alle bobo’s en oud spelers een drankje drinken.
Gezellig.
Ik sta ( toevallig ) vlak bij de bar en ik zie Coen Moulijn een drankje gaan halen.
Dan komt er een of andere yup aanlopen van een jaar of 25 ( duidelijk teert op de centen van papa ) en die loopt zo Coun Moulijn omver.
En die lul reageert niet eens.
Ik stap op die kwal af en zeg. ” Kan je niet uitkijken, weet je wel tegen wie je aanloopt?”
Je zag aan dikke pofkop dat hij geen idee had wie Coen Moulijn was.
En dat soort figuren zitten dus ook in de kuip.
Komen niet voor het voetbal, weten helemaal niets van de club.
En lopen iconen omver.

Dat soort figuren moet je een stadionverbod geven.

Thuiszorg Rotterdam

Al weer wat jaartjes geleden hoor,dat ik een gouden handdruk kreeg met als bonus 3 jaar UWV voor 33 jaar vastzitten op kantoor. Het sociaal plan was prima en zeker het begeleidingsbureau die mij zo snel mogelijk aan een nieuwe baan zouden zien te krijgen!.
Mijn persoonlijk begeleider had wat weg van Ivo Opstelten en de klik was er dan ook meteen niet,dit was al gedoemd te mislukken.
Het bleek ook wel want het gezamelijk een CV opstellen duurde al 8 sessies,de helft van de cursus.Ja hij bleef er maar op hameren dat ik zo eerlijk mogelijk moest zijn en iedereen best wel mocht weten wie de echte Aat was!,dus het grote struikelblok werd het hobby gedeelte..
Na 3 jaar lang verplicht solliciteren nooit een reactie ontvangen,wat mij betreft mn hobby’s dus best wel goed omschreven!.

Toch wilde ik weer eens wat gaan doen om “werkend” onder de mensen te zijn,weer iets meemaken voor gesprekstof een feestje.
Is de thuiszorg niks voor jou Aat?,zelfstandig werk,geen baas die op je handen kijkt,je mag zelf je uurtjes invullen,gezellig een kopje koffie drinken want daar hebben ze vooral behoefte aan!,kortom geschikt voor mij!,aldus een leuke ex collega en vriendin tijdens een voor mij nu definitief laatste kantoor reünie.

Ga iets doe wat je werkelijk niet leuk vind! bleef maar in mn achterhoofd hangen dankzij die Ivo Opstelten imitator,wat n nachtmerries gehad door die man zeg.
Maar toch belandde ik in een kennismakingsklas thuiszorg als enige man en ik werd aangenomen!.
Ik had het bewijs geleverd dat ik niet te oud was thuis achter de wietplanten te gaan zitten.
Dat deze uit de hand gelopen grap snel werkelijkheid werd bleek 2 dagen later,ik kreeg mn eerste klant!

Klantnummer 86530-1 Ik had al wat informatie gekregen over de man maar het bleek inderdaad zo te zijn.Man en vrouw onvriendelijk,slecht ter been behalve iets niet goed gedaan,ontlasting duidelijk aanwezig,brompot verstopt.. nummer twee!

Klantnummer 98740-2 Eerst even met een begeleidster erbij kijken of het tussen ons klikt.
Gaat goed toch?de man had zijn mond niet opengedaan en na vijf minuten was ze weg.
Daar zat ik in een pakhuis troep geen vloerbedekking,geen behang,overal as,lege bierblikken,oude kranten,overal modebouw vliegtuigjes met 30 rollen plakband eromheen.
Toch maar begonnen met asstofzuigen nee gaat ie me toch uit zijn dak!,hoe haalde ik het in mijn hoofd om zijn stoel aan te raken!
Bleek een foutje van de thuiszorg de beste man was schizofreen en daar mocht ik nooit alleen aan het werk!.. nummer drie!

Klantnummer 76883-3 Wat een man van de thuiszorg?,ik krijg nooit een man!ik ga eerst ff bellen hoor voordat ik u binnenlaat..ja t klopt wel..nou binnen doe ik zelf alles wel hoor gaat u maar alle ramen,balkon en galerij doen.
Dat ze nooit een man kreeg mij wel duidelijk..nummer vier!

Klantnummer 76788-4 Gevoelstemperatuur -10 graden 09.00 uur.U kunt beginnen met het balkon ja er hebben duivenesten gezeten en alle vorige hulpen weigerden dit schoon te maken vandaar de dikke laag! in 10 seconden weer weg zonder hier een woord aan vuil te maken..nummer vijf!

Klantnummer 87903-5 Mevrouw is 102 jaar en dement.Beneden in de flat aangebeld,kom boven,deur is open en ik loop naar binnen maar zie niemand.
Schrik me toch de..hoor ik keihard:”AAT!!!!!”,ik dacht meteen er is iets vreselijks gebeurd maar..”Ik sta hierrr!!!!”..loop ik naar de douche staat dat oude mens spiernaakt onder de douche!,daar ligt het washandje Aat en mijn haar moet ook gewassen!.
Kalm aangegeven dat ik niet de hulp was voor dit maar ze ging me te keer!,Aat mn washulp komt n half uur later en ik kan mezelf niet..en zo koud nu!Ja wat moet je dan?toch maar geholpen met afdrogen en zelfs haartjes nog keurig gekamt!.
De bel!hoi ik ben..hahaha wat?heb jij dat allemaal gedaan?hahaha,de Surinaamse thuiszorgdame hielp mij nog wel even mee met het afstoffen van de zelfgemaakte poppen,ja ik zat ook in tijdnood..nummer zes!

Klantnummer 87889-6 Aangegeven werd dat vrouwen niet voor deze man wilde werken dus..
In de kamer alleen maar verhuisdozen en een man van mijn leeftijd die er nog fitter uitzag dan ik in mn tiener jaren.U kunt de lamellen doen verder heb ik niks.Het hele huis hing vol met door de rook vergeelde lamellen dus beginnen maar! de derde lamel was zo oud hij verpulverde in en uit mn handen.Geef niks hoor hoorde ik enthousiast,volgende week krijg ik mijn nieuwe! na vier minuten weg en voormezelf in rekening thuiszorg gebracht:”vergeefse rit”..nummer zeven!

Klantnummer 78669-7 Mijn vriend van 87 Piet ja ik moet het u toch maar eens zeggen,niet dat
ik ontevreden ben hoor maar hij vind een man als thuishulp niks!,weleens gezegd tegen hem:”Piet!jij blijft hier niet slapen en hij ook niet!”,maar hij is zo jaloers.
Moest wel namens Piet even zeggen dat u de koekoeksklok met een kwastje moest doen,de kalkresten in de kranen verwijderen,gordijnrails eens goed vastzetten,zonnescherm balkon vastzetten en er mocht wel weer eens gewit worden..nummer acht!

Klantnummer 87558-8 Bellen,nog eens bellen,klant doet niet open..bellen naar de thuiszorg..niet doorgegeven Aat?wat vervelend,maar die klant is overleden,sorry hoor..nummer negen!

Klantnummer 98988-9 Vrouw met anorexia en smetvrees constateerde ikzelf.
Ik hoefde en er viel ook niks schoon te maken..
Gezamelijk wel ongeveer een uur wat “Bhagwan” gekleurde kleedjes en tapijten uit staan schudden op het balkon,dit vanwege het gevaar……

Voordat klant nummer tien…hield ik het in de thuiszorg voor gezien.

The Dutch Inn

Het is zondagmiddag en ik fiets richting huis, kom net terug van een gezellig familie bezoekje. Onderweg krijg ik een sms van een vaste klant van de Dutch Inn, het plaatselijke kroegje waar ik af en toe kom. ‘Kom je even langs? Zit in de Dutch Inn!’ ‘Oké’, sms ik terug, ‘half uur, dan ben ik er’. Ik fiets naar huis, omkleden en wat make up op doen; net even wat aanzetten om er weer pico bello uit te zien!

Bij binnenkomst werd ik overvallen door de stilte, slechts 3 heren en een bardame. Had toch minstens verwacht dat het gezellig druk zou zijn. ‘Heb je geen suiker buiten gestrooid?’ vraag ik de bardame bij het binnenlopen. ‘Ja Michaela, heb ik gedaan, maar ik geloof er niet in. ‘Nou dat is simpel!’ zeg ik, ‘dan gebeurt er ook niets!’. ‘Geef mij suiker, dan ga ik strooien.’ ik geloof er namelijk wel in.

Suiker buiten strooien is een oud ritueel in de horeca. Als het stil is in de zaak, strooit men suiker buiten, met de gedachte om gasten aan te trekken. De bardame overhandigt mij een paar zakjes suiker waarop ik naar de buitendeur loop gangetje door en naar de volgende buitendeur en de suiker over de mat strooi en ik zeg hardop in mezelf, binnen een half uur wil ik dat de Dutch Inn gasten heeft waardoor het gezellig druk is. Daarna loop ik terug naar binnen en dit allemaal binnen één minuut.

De mannen, vrouwelijke gasten waren er niet die dag, keken verdwaasd naar mij, waarom gaat ze nou suiker buiten strooien? Suiker??? Alle koppen draaide mijn kant op en ze bleven mij verbaasd aanstaren toen ik weer doodleuk door de deur naar binnen kwam met lege zakjes suiker.

Een van de mannen, die mij ge-sms’t had en die er bijna altijd is, namen noem ik niet, dat staat niet netjes, draait zich om en volgt mij met zijn grote blauwe ogen. Hij kan het niet geloven, heeft ze dat nou echt gedaan? Ik draai me om kijk hem recht aan. ‘Ja’, zeg ik, ‘ik heb het echt gedaan!’, als ik zijn verbazing lees in die grote blauwe ogen, en ik toon hem de lege zakjes. Zijn ogen, nog groter dan ze normaal al zijn, kijken nu naar de lege zakjes die ik in elkaar vouw en op de bar leg. Die ogen zeggen in een fractie van een seconde zo veel. ‘Neemt ze me nou in de mailing?’ en ‘Is ze gek geworden?’, maar ook, ‘Misschien werkt het wel, ze doet het zo overtuigd’, maar vooral ‘Het moet toch niet gekker worden!’ Hij draait zich om en bestelt voor ons beiden een biertje bij de bardame.

‘De klok wijst nu 3 uur, om half 4 verwacht ik dat het redelijk vol zit!’, zeg ik luid en duidelijk zodat iedereen het hoort. De bardame lacht: ‘als dat gebeurt, ha ha ha kom je dan iedere week?’. ‘Je gelooft er niet in hè’, vraag ik haar. ‘Nee’, zegt ze, ‘daar geloof ik niet in!’ ‘Waar kom je vandaan? Toch niet uit Nederland?’ ‘Nee’, zegt ze, ‘ik kom van Dominicaanse Republiek.’ ‘Daar hebben ze toch wel iets met (bij) geloof?’ ‘Ja, maar ik geloof niet in de suiker, sorry Michaela’. ‘Goed dat kan’, zeg ik.

De man die er met de grote blauwe ogen, is altijd vriendelijk en vooziet mij van een biertje. De bardame lacht om mijn rariteiten en ik praat gezellig met blauwoog. Dan is het half 4 en de Dutch Inn begint vol te stromen met mannen en vrouwen. De mannen, die er al waren, kijken verbaasd naar mij en één roept, ‘dat is jouw schuld, nu word het nog druk ook’, hij lacht erbij. De man met de grote blauwe ogen kijkt opnieuw naar me, ik zit pal naast hem en hij bekijkt me van onder tot boven ‘wel een apart geval die griet’, ik zie het hem denken. Weer komen er gasten in de Dutch Inn en weer begint er een van de 3 mannen er over, kennelijk wel onder de indruk van mijn overtuiging en wat ik teweeg heb gebracht.

Er word onderling druk gepraat, het zijn vaste klanten en oude klanten die de Dutch Inn bezoeken. De meesten ken ik niet, ik kom er nog niet zo lang en ook niet zo vaak. Men praat met iedereen, ik ook, wat erg leuk is. Een schaal met bittergarnituur gaat voorbij, heerlijke muziek, er word gelachen. Het is gezellig druk zo op een zondagmiddag in de Dutch Inn!

Na een paar uurtjes vertrek ik, maar niet zonder dat ik een afspraak heb gemaakt met de bardame. Zij werkt immers iedere zondag en vraagt of ik volgende week weer langs wil komen. ‘Is het zondagmiddag dan niet druk?’, vraag ik haar. ‘Niet zo’, zegt ze: ‘Ik kan wel wat klandizie gebruiken’. Ik beloof dat ik de volgende week even langs kom.

Een week gaat voorbij. Ik ben niet meer in de Dutch Inn geweest en ik weet ook niet of de mensen er over gesproken hebben. Wel kreeg ik een paar keer een sms of ik wilde komen. Ik had andere verplichtingen, zodat ik echt niet kon gaan.

Dan is het weer zondag. In mijn flat schijnt de zon in de woonkamer, ik ga langs bij mijn moeder aan het einde van de ochtend. Als ik aan de achterkant buiten kom is koud. Mijn voorkant van de flat is niet te vergelijken met de achterkant. Gelukkig heb ik een dikke jas aan, want grote dikke donkere wolken dreigen mijn kant op te komen. Onderweg overvalt me een plensbui, op de fiets. Daarom ben ik als een verzopen katje, als ik bij mijn moeder aan kom. Mijn make up, jas, broek en haren: alles is nat!

Na het bezoek moet ik naar huis om me om te kleden en op te kalefateren, immers ik word  om 3 uur weer verwacht in de Dutch Inn! Tenminste één van de vaste bezoekers is er. Dat weet ik, want met hem heb ik op facebook afgesproken om 3 uur in de Dutch Inn te zijn. De man die komt heeft ontzettend veel weg van één van de gasten van Maaskantje, hij heeft dezelfde lange blonde haren en hij vertelt me dat hij net zo’n aparte auto heeft als die gasten van Maaskantje hebben. Toch is hij best aardig en er komt geen raar woord of opmerking uit zijn mond, dus daarin herken ik Maaskantje niet.

De man met de grote blauwe ogen is er niet. Ik sms hem al eerder deze week, dat ik naar de Dutch Inn ga, maar hij heeft een feest en baalt!

Door de plensbui kom ik wat later binnen,  Maaskantje zit er al. Dezelfde bardame en ze is behoorlijk uitdagend! Ze gelooft het allemaal niet wat er gebeurd is vorige week, is allemaal toeval. Maar toeval bestaat niet! Gelijk overhandigt ze mij wel de suiker! Wat apart is, ze gelooft er toch niet in en toch overhandigt ze mij de suiker? Ik loop naar buiten en weer zeg ik hardop in mezelf, binnen een half uur zijn er hier gasten en is het gezellig druk. Als ik terug en naar binnen ga, kijk ik op de klok, rond 4 uur moet het gaan vollopen met gasten. Iedereen kijkt af en toe op de klok die vlak naast de deur hangt. Als het rond 4 uur is komen de eerste gasten binnen. Nu is ze wat gematigd:  ‘ja het kan wel natuurlijk’, zegt de bardame, ‘maar toch geloof ik het niet’. Weer komen er gasten en weer. ‘Het is ‘s zondags toch nooit druk?’ merk ik op tegen de bardame, ‘dat zei je de vorige keer toch?’, ‘Eerlijk gezegd niet’, zegt ze. ‘Maar ik geloof er nog steeds niet in hoor Michaela’, zegt de bardame behoorlijk luid in de zaak.

De mannen zijn niet zo overtuigd dat het niet werkt, die steunen mij meer. Zij vinden het toch wel heel apart en kennen de Dutch Inn schijnbaar beter. ‘Je moet vaker komen!’, zegt een van de mannen, ‘dat is goed voor de omzet!’ Ik lach. Ik moet bekennen, dat ik weet hoe dit werkt, en dat ik het kan. Maar is dit uit te leggen? Nou ja, dan moet je begrijpen dat vertrouwen in iets werkt. De bardame vertrouwt niet, ik wel. Zo simpel werkt het. Er komen leuke gasten binnen, een man lijkt sprekend op Willem Ruys, echt een aardige kerel waar je ook nog om kan lachen en mee kan dansen, tenminste dat deden we, alleen hij kan het niet zo goed. Ach wat maakt het uit, we hebben lol.

Rond 19:00 uur besluit ik naar huis te gaan, ga lekker eten koken en een film kijken. Meerdere mensen nemen afscheid, we wonen ten slotte wel in Nederland hè?! Etenstijd en lekker banken.

‘Volgende week kom ik niet, dan zie je maar hoe het vanzelf verloopt!’, zeg ik tegen de bardame. ‘Is goed Michaela’, zegt ze luid. ‘Dan hoor je wel een week later hoe het is geweest’.

Nieuwsgierig als ik ben, wil ik wel weten hoe het die zondag in de Dutch Inn is: ik ben bijna in staat om te gaan gluren. Maar dat is niet mijn ding en ik doe het dan ook niet. Zal ik dan voorbij lopen of fietsen en binnen kijken zo rond 4 uur? Doe ik ook niet! Even dacht ik er aan, maar ik laat me niet verleiden. Misschien dat Maaskantje naar de Dutch Inn gaat en mij vertelt op facebook hoe het is geweest? Zo niet dan gewoon afwachten tot de volgende week zondag. En ik? Ik ga gezellig naar een vriendin toe. Afleiding werkt het beste!

Op donderdagavond, na mijn radio uitzending bij Radio Erasmus ga ik nog even een biertje drinken in de Dutch Inn. Ook Maaskantje komt langs, schreef hij op facebook. Bij binnenkomst zit de man met de grote blauwe ogen aan de bar, het is er heel erg rustig wat ik op donderdagavond niet zo gewend ben. Mogelijk komt dat door de herfstvakantie. Ik zit te kletsen met de man met zijn grote blauwe ogen als ook Maaskantje binnen komt lopen en naast me gaat zitten. Beiden mannen waren afgelopen zondag niet in de Dutch Inn, en de bardame is niet dezelfde van zondag, deze bardame werkt nooit op zondag. Nu weet ik nog niets, toch wachten tot de zondag….

Dan is het de zondag dat ik weer langs ga. Het is ook de zondag van Feijenoord – Ajax! Dat kan daarom allemaal anders verlopen, als Feijenoord wint zou het kunnen dat mensen het in de kroeg gaan vieren. Als Feijenoord verliest, zou het kunnen dat men chagrijnig naar huis gaan. Ze winnen en verliezen niet, ze spelen 2 -2 gelijk. Maaskantje vraagt of hij mij moet komen ophalen. Alhoewel ik vlakbij woon, klinkt dat als muziek in mijn oren, omdat het de eerste dag is dat het koud aanvoelt. Later dan eerst, komt mogelijk omdat de klok ook nog een uur achteruit ging, zijn we er rond 4 uur.

4 mannen zitten aan de bar, nou en daar word je niet echt vrolijk van. 3 mannen zitten in een diep gesprek met elkaar en 1 man zit er behoorlijk treurig bij. Ik ga aan de bar zitten, Maaskantje staat buiten te praten. ‘En?’, vraag ik de bardame, ‘was het vorige week druk?”, ‘Nee’, zegt ze, ‘ongeveer zoals nu!’ Stil dus. Maaskantje komt bijna naar binnen, de bardame geeft mij de suiker aan. Ik strooi buiten en zeg hardop in mezelf, laat de gasten maar komen! Ik kijk in het rond. Overal mogen ze vandaan komen! Ik ga weer terug naar binnen. Nu heeft niemand het gesprek gehoord. Maaskantje heeft een cola besteld en zegt tegen mij dat hij er zo vandoor gaat. Hij heeft met een vriend afgesproken om te gaan helpen, iets met computers.

Dan ga ik ook gelijk naar huis, het trekt mij niet aan om nog langer te blijven, op een of andere manier heb ik het gehad deze middag. Het gevoel om er even tussen uit te zijn was goed, maar het is niet zo dat ik zo graag vandaag van huis wilde. Thuis heb ik kip en aardappelen klaar staan, nog even de spinazie wassen en dan eten. Bij het idee alleen al krijg ik honger. Aan de bardame geef ik mijn telefoonnummer, sms mij maar hoe het geweest is gisteren. Dan vermeld ik dat wel in dit stuk hier. Niets meer gehoord van haar, van de bardame. Ik weet niet of dat nou kwam omdat ze het zo druk heeft gekregen of mij gewoon vergeten is… Laten we het er op houden dat ze er geen tijd voor had, hoe dan ook!

Jazzcafé PIEK

In het welbekende Scheepvaartkwartier in Rotterdam is de gemeente druk met de herinrichting van de horeca. Prachtige eetcafé’s, lunchrooms, restaurants wisselen de traditionele barren af en het is heerlijk wandelen vanaf het centrum, richting de prachtige Maas, door deze mooie wijk. En aan de Scheepstimmermanslaan, op nummer 3B is sinds kort een nieuw café geopend. Jazzcafé PIEK.

Eigenaresse Piek ter Haar, met een horeca verleden op het mooie Bonaire, opende haar deuren om het publiek de gelegenheid te geven na het werk, of in het weekend een heerlijk biertje te komen drinken of een ander drankje uit haar uitgebreide assortiment. Leuk om te weten dat zij alleen achter de bar staat en dat haar gasten daarom nog ouderwets van een sigaartje of sigaretje kunnen genieten. Iedere eerste dinsdag van de maand trakteert zij haar gasten ook op live muziek. Komende dinsdag 2 oktober zal het Simon Rigter Trio optreden. Je bent van harte uitgenodigd om een kijkje te komen nemen.

Openingtijden:
Ma-Za van 16.00u – 23.00u
Vrij-Za tot 24.00u