Met Opa Bram door Rotterdam -3

Toen ik net zeven jaar oud was zijn papa, mama, mijn twee zusjes en ik verhuisd naar een nieuwbouwwijk in Rotterdam. Ik wilde helemaal niet verhuizen! Ik zou Marian dan nooit meer zien en ook Robbie Koek niet, waar ik heimelijk verliefd op was. Hij heeft nog wel eens straf gekregen op school van de broeders omdat hij het lint uit mijn haar had gepikt. Ons gezin kreeg eerst bezoek van de verhuurder, of wij wel netjes genoeg waren om in een van hun flats te mogen wonen. Daarna gingen we naar een modelwoning. Er was een flat al klaar, even verderop en op de galerij kon ik op mijn tenen een kamertje inkijken. “Dat wordt jouw kamer, Assie”, zei mijn moeder. Ik vond het maar een saaie kamer. In augustus 1970 ging het dus gebeuren, de verhuizing, met pijn in mijn maag. Nu kon ik niet meer zomaar de hoek om en naar Oma en Opa gaan. En een hele nieuwe school… zouden ze daar ook kinderen slaan als die vlekken maken met inkt en pen in hun schrift? Of op een potlood kauwden?
Die kamer, die leek helemaal niet op de modelkamer, gelukkig maar. Het was wel heel raar allemaal. De flat was nog niet af, de derde verdieping had nog geeneens een reling, of ‘balustrade’ zoals mij geleerd was door Opa. En heel vroeg in de ochtend was er overal herrie, van de heimachines. Wel rook het buiten lekker, naar hout en nat cement.
Na de grote vakantie ging ik naar de nieuwe school. Naar de tweede klas. De school had nog niet zoveel leerlingen, het was lekker rustig in de pauzes op het schoolplein. En we mochten met gewone pennen schrijven! Geen kroontjespen meer, geen vlekken meer! Geen slaag meer, zodat mijn brilletje door de klas vloog. Met sommige dingen was ik verder dan de andere kinderen in de klas. Zo kon ik al goed overweg met let-ter-gre-pen en moesten zij dat nog leren. Aan de andere kant had ik nog nooit van HOOFDLETTERS gehoord. We kregen muziekles in een apart lokaal en niet onder begeleiding van een traporgeltje, maar met een muziekleraar op een ontstemde piano. Tenminste, dat zei de muziekleraar, over die piano.
Ook fijn was, dat ik niet meer zo ver hoefde te lopen naar school. En de wandeling was ook wel fijn. Geen winkels en etalages, dat niet, maar wel een mooi weiland met slappe koeienvlaaien en een kleine boerderij met een boomgaard. Omdat het poldergebied was dat ontwikkeld werd tot wonen droegen alle kinderen groene rubberen kaplaarzen, waar aan de binnenkant je initialen stonden. In je laarzen droeg je dan een soort warmhoudslofjes met een ritsje bovenop. Die hielden we dan aan in school. De kaplaarzen gingen in de hal onder de kapstok.
Al met al ben ik met veel plezier naar deze school in Ommoord (ja daar was het) blijven gaan.
En het aller- aller- ALLERMOOISTE…. Toen de torenflat klaar was, kwamen Oma en Opa er ook wonen!

De weddenschap station Blaak

Het van een schooljongetje naar volwassen worden is me wat mij betreft toch wel met ’n hoop plezier gelukt… (Bang dat sommige mensen hier minder plezier aan beleefd hebben, maar dat terzijde..)

Na mn eerste mislukte verkering van n week (type meisje: gespreksstofloos, te dromerig, geen gevoel voor humor maar verder was ze toch wel…slaapverwekkend vooral!) Naast dat alles was t wel een kanjer om te zien! Maar ja, toch maar uitgemaakt… Of was zij nou degene die… Ach, maak nie uit!

Met het uiteenvallen van mn eerste serieuze relatie, begon de opbouw van een grote vriendenclub! En daarnaast ook het vermelden waard ; de ombouw van mijn slaapkamertje naar n heuse english pub, waar wij toendertijd het voordrinken uitgevonden hebben ben ik bang…

Ons eindpunt van n avond stappen was meestal de big ben op t stadhuisplein, waar de sfeer in mijn eigen pub/slaapkamer al steeds meer mee te vergelijken viel.

Begin Big-Ben-avond begon op station Lombardijen, meestal met het uit de automaat halen van een reepje Bros,Mars of Topdrop rolletje voor 50 cent… Bleef ik me toch een keer met mn vinger vastzitten om n verkeerd gevallen reep eruit te halen. Iedereen lachen… had ik mn vinger gelukkig los, bleef dat laatje voor aatje half openstaan en zag ik de volgende reep ook naar beneden zakken! Ook maar effe eruit gehaald en de rest van de repen volgden automatisch… Ik was er als de pinken bij met mn pinken zeg maar! Oh! De trein! Snel met volle zakken gratis brosrepen de trein in! Ongelofelijk hoe we het voor elkaar kregen, maar toch in de restauratietrein voor station Blaak allemaal snel nog een blikje bier, en… op tijd leeg! Met als gevolg deze weddenschap…

De oude spoorbrug Blaak, vlakbij de hoogstraat… Effe erop klimmen, naar je maatjes zwaaien en weer terug naar beneden… Voordat iemand de tijd had “ dat durft niemand!”
te zeggen zat ik al bovenop de historische treinbrug te zwaaien naar mn maatjes!
Al zwaaiend naar mijn maatjes, vroeg ik me af of ik van het klimmen nog zo trilde, of..een trein.. uitgesloten! ik had de borden snel en goed gelezen! aan beide sporen gedurende mijn heldhaftig optreden dit tijdstip geen trein!Begint me toch een hoop getril en gedonder!Kolere! niet bij stil gestaan op de borden geen vermelding olietreinen!

Hebbie wel eens een parend kikkerstelletje gezien? Die mekaar 4 dagen lang niet loslaat?
Zo hing ik dus aan die brug, daar ik niet berekend was op de olietrein die mijn kant op kwam denderen! ‘k Ben nie gauw bang, maar heeft me 10 minuten geduurd nadat de trein weg was, voor ik weer naar beneden durfde te zakken!

Beneden met trillende benen, maar wel als held ontvangen!
Eenmaal aankomst Big-Ben, merkte de op leeftijd zijnde toiletjuffrouw wel op dat ik wat witjes en stilletjes was, hoefde dit keer dan ook niet te betalen van de lieverd. Na wat halve liters gelukkig trillen en de schrik in mn benen over.. Versieren van een nieuwe vriendin die avond niet gelukt… Bij terugkomst station Lombardijen wel grappig; de automaatlade nog steeds half open… Toch effe hoor… lade dicht, 2 kwartjes…naar volgende lade..half open…2 pinken beide zijkanten en… mn hele vriendengroep weer voorzien van topdrop,bros,mars,dropstaafjes….

Met Opa Bram door Rotterdam -2

Ik ben zes jaar al en ga naar de ‘grote school’. Mijn school heeft een hele fijne naam: de Sint Nicolaas school. Het klinkt of het er altijd feest is. Eerst zou ik naar de Piet Heijn school, in de Coolhavenstraat, om de hoek, waar ook mijn oma en Opa wonen. Maar die school had een nieuw beleid, ging ‘anders doen’, zei mijn moeder, dus werd ik ingeschreven op een andere school. Inderdaad, niks nieuws daar. Behalve dat er in het jaar van mijn aanname voor het eerst meisjes op die school mochten komen. Een Katholieke Basisschool, met voornamelijk Broeders. Het klooster was ernaast gelegen.

Broeder Bernardinus was het schoolhoofd en hij had altijd lekkere dropjes in zijn jaszak. Ooit heb ik zelfs de kloostertuin mogen zien. Niemand mocht normaal door de poort in de muur om het schoolplein, maar ik wel! Ik heb niet veel van de tuin onthouden, alleen al om het feit dat ik hem mocht zien. Dat was het meest bijzondere. De derde klas had een ‘Meester’, een niet-broeder. De eerste klas een juffrouw. Juffrouw Hagendoorn. Een juf met saaie jurken.

Naar school gaan was niet echt een pretje. Ik woonde in de 1e IJzerstraat, de school was bij het Marconiplein. Ik had korte beentjes. Ik weet de route nog. IJzerstraat, hoekkie om, Willem Buytewegstraat uit naar de Kolk, waar een nieuw zogeheten bejaardenhuis was gebouwd. Over de brug, jeetje wat was ik bang voor die brug. Ik dacht altijd dat de brugwachter me niet zou zien en de brug zou opendoen als ik er nog opliep. Daarom huppelde ik altijd over de brug, dan was ik beter zichtbaar… Langs het pleintje met Piet Heyn, geheel ondergepoept door de meeuwen en dan de heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeele Schiedamseweg af.  Langs de linkerkant en bij het kruispunt met aan de overkant Jamin oversteken. Dit om de speelgoedwinkel te vermijden, die had een belletje aan de buitenkant van de etalage en als je daarop drukte ging het treintje rijden achter het glas. Zo kwam je nooit op school aan.

Ik had een klasgenootje, al sinds de kleuterschool en zij ging ook naar dezelfde grote school. Mijn moeder en haar moeder hadden, zeer vooruitstrevend, een soort wandelpool bedacht. De ene week was het mijn moeders beurt en de andere keer de moeder van Marianne Blaak. Marianne moest nóg verder lopen, zij woonde aan het Kerkepad, bijna bij de Pieter de Hooghweg.

Op een dag kon mijn moeder ons niet komen halen en zij had Opa gevraagd de honneurs waar te nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik was er opgewonden van, dit was wel heel bijzonder, dat mijn Held ons van school kwam halen. Na school hebben wij uuuuuren gewacht op Opa. Natuurlijk was dit misschien niet langer dan een kwartier. Toen besloten wij zelf naar huis te lopen, misschien was Opa wel verdwaald. We vonden het een goede oplossing, Marian en ik, en we hebben niet eens getreuzeld of bij de speelgoedwinkel op het belletje gedrukt.

Thuis aangekomen bleek, dat alleen Marian en ik het een goed idee vonden. Mijn moeder was ‘not amused’.

Opa had gewoon ergens anders op het schoolplein op ons staan wachten. Tsja, mobieltjes bestonden toen nog niet…..

Swingend shantykoor ‘Nieuw Zuid’ doet Alegria deinen

Lekker eten, af en toe nippen aan een drankje en al varend genieten van prachtige landschappen die voorbijglijden. Al na een paar uur lijkt het alsof we al weken aan boord zijn van cruiseschip Alegria. Gezelligheid is troef in de salon en op het bovendek, waar al direct na het vertrek van de Holland-Amerikakade wordt genoten van de zon en de bijzondere skyline van Rotterdam. Cruisemanager Eddy de Beus presenteerde zich als een onderhoudende gastheer. Ter hoogte van Dordrecht stelde hij de bemanning voor en vertelde welke regels aan boord gelden. Om de kennismaking te bekrachtigen serveerde het personeel een heerlijke cocktail voor het uitbrengen van een toost. Het ijs was gebroken en al helemaal tussen enkele stellen die met elkaar al eens eerder een cruise hadden gemaakt. De gesprekken kwamen los en de drankjes smaakten best. Dat gold trouwens ook voor het aansluitende diner, dat erin ging als de spreekwoordelijke koek. Complimenten werden gemaakt voor de correcte en snelle bediening door de jongens en meiden van het restaurant. Aan hen was niet af te lezen dat ze hun eerste reis maakten en nimmer eerder met elkaar hadden gewerkt. Nog leuker was het even later in de salon waar zich de verrassing van de eerste avond aan boord zich etaleerde in de aanwezigheid het veertigkoppige shantykoor ‘Nieuw Zuid’ uit Rotterdam onder leiding van dirigent Dick Vos. De veertien jaar bestaande en veelzijdige muziekgroep maakte er met bekende meezingliederen een schitterende avond van. Het duurde daarna lang voordat de laatste lichten aan boord werden gedoofd.

Kapitein Gerard Reijerman en zijn nautische team zetten het schip de andere morgen om zes uur in gang voor de vaartocht van honderd kilometer over de Beneden-Merwede en Waal naar Nijmegen. Plaatsen als Gorinchem, Woudrichem, het mooie slot Loevestein en Zaltbommel gleden links en rechts voorbij en de reisleider vertelde via de boordmicrofoon de bijzonderheden. In de salon werd opnieuw genoten van drankjes en nog eens het sfeervolle optreden van het shantykoor aangehaald. Ruim na de lunch doemde de stad van Keizer Karel op en  in de nabijheid van de Waalbrug ging de loopplank uit voor het maken van een wandeling. Het gure weer kon de meeste passagiers daar beslist niet van weerhouden. Andermaal gingen de trossen los, nu richting Maas-Waalkanaal om daarna – tijdens het diner – na schutten in de sluis van Wurth naar het pittoreske Cuyk in Noord-Brabant te varen. In een gezellige sfeer verliep in de salon de verdere avond en was het komende bezoek aan Floriade 2012 in Venlo onderwerp van gesprek. Een paar dagen eerder was deze wereldattractie geopend door koningin Beatrix. Precies op tijd stond de chauffeur Peter met zijn luxe touringcar bij de gangway en om het gezelschap in een half uur naar het enorme parkeerterrein van het 66 hectare omvattende complex te rijden. Voor de gasten van Adelle Cruises was dit uitstapje trouwens een primeur en ze zwermden individueel uit voor het bekijken van de bijzondere gebouwen en te wandelen langs fraaie de land- en tuinbouwexposities. Enthousiast, maar wel moe van het urenlange slenteren, zat iedereen op het afgesproken tijdstip weer in de bus. Het diner liet zich wederom voortreffelijk smaken en dat gold ook voor de drankjes in de salon, zoals steeds met een brede glimlach geserveerd door barman Menno van Suntenmaartensdijk. Om de sfeer nog uitbundiger te maken trad Eddy de Beus op als gelegenheidsdiskjockey, waarna voor de tweede nacht aan de kade van Cuyk schip en passagiers zich in duisternis en rust hulden. Dag vier begon triest en met regen. ,,Gelukkig is dat gisteren aan ons voorbijgegaan,’’ klonk het opgelucht tijdens het uitgebreide ontbijt. Er bleef vergeefse hoop op een fikse opklaring voordat later op de dag Arnhem in zicht kwam. Wellicht dat het gebakje bij de koffie hierdoor extra lekker smaakte.

Maar het bleef bij regen, regen en nog eens regen. Het vervolg van de dag was door toedoen van regengod Pluvius in Arnhem niet aangenaam. Wel prettig was voor een aantal passagiers dat de winkels in het stadscentrum voor een deel geopend waren.  Tussen het varen door even de benen strekken was wel zo aangenaam. Voor wie aan boord bleef was er thee in de salon en het uitzicht op de drukke Rijnkade. Voor één passagier verliep het minder prettig door een val van een stenen kadetrap. Direct werd haar eerste hulp geboden door de door passenten gewaarschuwde reisleider en de cruisemanager en werd gezorgd voor transport naar het ziekenhuis. Daar ging haar gebroken pols in het gips en werd ze behandeld aan diverse wonden. Daarna kwam ze terug aan boord, waar ook haar het diner voortreffelijk smaakte. Een filmploeg was ook aangeschoven in afwachting van het maken van een promotiefilm over het plezier en comfort aan boord. Extra leuk werd het toen in de salon de lokaal bekende zanger Johan zijn opwachting maakte. Hij vermaakte op heerlijk Nederlandse wijze het publiek dat meezong, danste en plezier beleefde van de bovenste plank. Het feest duurde tot in de kleine uren. Voor de cameraploeg was het dankbaar werken en het kan niet anders dan dat het een prachtige film heeft opgeleverd.

Onder een druilerige regen begon het varen over de Neder-Rijn in de richting van de Lek en Hanzestad Wijk bij Duurstede. De Alegria voer onder de kundige handen van kapitein Gerard Reijerman langs de Grebbeberg en Renkum en door de sluizen van Driel en Amerongen. In de salon was het al snel weer sfeervol en dat kwam ook door het humoristische levensverhaaltje dat Eddy de Beus elke morgen bij aanvang van het koffie-uur vertelt. Ook zijn quizvragen zijn leuk en pittig om op te lossen. Er vervoegden zich in de bibliotheek bij de rekken met boeken regelmatig deelmeers om de antwoorden te vinden. Wijk bij Duurstede kwam nog voor de lunch in zicht en gelukkig klaarde het weer een tikje op tot minder grauw. Met een VVV-gids voorop vertrok een groep voor een rondgang door het vestingstadje en enthousiast en propvol verbale informatie keerden ze terug. Het diner verliep sfeervol omdat het restaurant extra was opgetuigd voor de filmploeg en de inspanning van de kokstrio liet zich uitstekend smaken. Sfeervol en spannend verliep de avondbingo, op een leuke wijze gepresenteerd door Eddy de Beus. Pas diep in de kleine uren ging het licht uit. De zeventig vaarkilometers stroomafwaarts naar Schoonhoven verliepen snel met een kort oponthoud bij de sluis van Hagenstein. De filmploeg trof het met de plotselinge welwillendheid van de zon en de aanwezigheid van duizenden (nijl)ganzen op beide oevers. Schoonhoven was in zon gedompeld en dat maakte een wandeling door de Zilverstad best aangenaam. Ook het museum kreeg bootgasten over de drempel die op hun gemak bekeken waardoor de Lekstad bekendheid geniet. In de namiddag werd in de salon alvast afscheid genomen van de bemanning, maar daarmee zat hun werk er niet op. Er was nog een afscheidsdiner en een daverend afscheidsfeest te gaan. Het diner was ronduit geweldig en het toetje in de vorm van ijs met vuurwerk formidabel. In de salon was ondertussen shantykoor ‘Nieuw Zuid’ uit Rotterdam gearriveerd  en ook dat mondde uit in een geweldig feest tot in de kleine uren. Op de slotdag  sloegen de motoren om half zeven aan voor het finalevaart van Schoonhoven naar Rotterdam. Terwijl iedereen zich tegoed deed aan het ontbijt stuurde kapitein Gerard de Alegria door een dichte mistdeken naar het einddoel, dat omstreeks half tien was bereikt. Daarna afscheid en ontschepen op de Holland-Amerikakade tot besluit van een geweldige cruise. Dag Alegria en bemanning, wellicht tot een volgend keer als er weer iets te reisleiden en/of te gidsen valt.

Opa Henk

Daar zat hij in zijn stoel voor het raam. Het knusse huis aan de Walchersestraat in Rotterdam Zuid zat, zoals elke zondag, vol met bezoek en de sfeer van nostalgie hing in de lucht. Met zijn vinger in de lucht zat hij voorovergebogen een verhaal te vertellen. Hij vond het prachtig. Zijn vrouw rolde met haar ogen en maakte een sarcastische opmerking. Hij keek niet op of om en ging verder met zijn verhaal. Ik luisterde aandachtig en genoot van de beleving die hij in zijn verhaal lag. De verhalen raakten mij. Het ging vaak over de oorlog, over de gure tijden waarin hij had geleefd. Hij nam mij mee naar die tijd en liet me de dagelijkse beslommeringen even vergeten.

Even later nam hij plaats in de stoel aan de andere kant van de kamer voor de tv. Feyenoord moest spelen dus hij zat klaar. Zijn koptelefoon stond op maximale volume, want hij werd een beetje doof. Hij was Feyenoorder in hart en nieren. Ruim 80 jaar lang ging hij naar elke wedstrijd van Feyenoord aan de kromme zandweg in Charlois en in de Kuip. Hij was er bij in 1924 toen Feyenoord voor het eerst landskampioen werd. Drie stuivers telde hij voor die legendarische wedstrijd neer. Het spel van Puck van Heel en Adriaan Koonings had zijn liefde voor de ‘arbeidersclub’ uit Rotterdam voor altijd aangewakkerd. Met zijn broer en zijn vrienden zwierf hij over straat als Feyenoord moest spelen. Ze verzamelden zich voor de etalage van de sigarenhandel Van Twist, die bij elke goal de tussenstand op het krijtbord schreef, maar die tweede pinksterdag in 1924 móesten ze erbij zijn.

Hendrikus Johannes Lutgerus Geurtz, ofwel opa Henk. Mijn overgrootopa. Hij was een bijzonder mens met een passie voor zijn club Feyenoord. Op 5 november 2007 overleed hij op 95-jarige leeftijd. Tot een jaar voor zijn dood bezocht hij nog trouw elke wedstrijd van Feyenoord in de Kuip vanuit zijn eigen stoeltje. De eerste wedstrijd na zijn overlijden werd zijn stoel vrij gehouden. Iedereen in het vak kon Henk en Henk kon iedereen.

De beelden van de Feyenoord rellen deden mij aan hem denken. Hij zou voor altijd achter zijn club zijn blijven staan. Ik zie hem zo weer voor me, zijn ongeloof uitsprekend over de rellende jongeren. Met zijn vinger in de lucht zou hij dan zeggen: ‘Ik blijf voor altijd Feyenoorder!’ Ik ben trots dat ik lang heb mogen genieten van deze bijzondere man en met elke overwinning die Feyenoord behaalt, denk ik even aan hem met mijn vinger in de lucht.

In 2008 kwam het boek ‘Legioen!’ uit. Dit boek gaat over de eeuwige liefde voor Feyenoord 1908-2008. Een heel hoofdstuk is er aan opa Henk gewijd. Dit hoofdstuk gaat over die bewuste tweede pinksterdag in 1924. Hij vond het prachtig dat hij werd geïnterviewd, omdat hij niets liever deed dan praten over ‘zijn’ Feyenoord. Helaas heeft hij het boek nooit overhandigd gekregen. Hij was toen al overleden, maar ik weet zeker dat hij trots was geweest. Dit boek is een mooie nagedachtenis aan hem en brengt mooi in beeld wat Feyenoord voor hem betekende.

 

Hendrikus Johannes Lutgerus Guertz 5 februari 1912 – 5 november 2007 

Met Opa Bram door Rotterdam -1-

Ik ben drie jaar oud en al een echte dame. Mijn papa en mama en mijn pasgeboren zusje en ik natuurlijk wonen in de 1e IJzerstraat, naast Groenteboer van der Ven en tegenover van der Meer & Schoep.

Opa en oma, de ouders van mijn moeder, wonen om de hoek, in de Coolhavenstraat, boven de schoenmaker en zijn vrouw. Winkel voor, woonhuis achter. Verderop in die straat staat de Piet Heijn school met daarnaast een poort die toegang geeft tot het pad naar de kleuterschool, waar ik volgend jaar naar toe zal gaan.

Opa is mijn held. Ik geloof alles wat hij mij vertelt. Opa weet ook alles, lijkt wel. Soms zit ik op zijn schoot, met mijn rug naar hem toe, in zijn leunstoel. Om de zoveel tijd steekt hij beide armen recht vooruit, voor mijn gezicht. Dan lik ik aan de plakrand van zijn vloeitje en draait hij zijn sjekkie af om het daarna bij de eerder gedraaide sjekkies in een blikje te doen.

Opa is mijn held, maar ik ben zijn prinsesje. Wat heeft hij mij verwend en ook voor de mannenmarkt later verpest. Mijn stoel wordt aangeschoven, deuren voor mij opengehouden, mijn jas aangegeven en opgehouden…

Maar van dat alles weet ik nog niets. Wat ik weet is, dat Opa niet meer kan werken. Dat hij schuin achter het raam in zijn fauteuil zit, met zicht op het spionnetje. Zo kan hij zien dat de kolenboer eraan komt. Dat het druk is bij de slager op de hoek. Hoe de auto’s geparkeerd staan. Ik weet dat Opa graag een ommetje maakt. En dat Opa álle urinoirs in de Stad kent. Van buiten én van binnen.

Opa is een Rotterdammer, maar dat hoor je niet. Hij was loodsbaas in de haven vroeger. Opa leest graag en Opa gebruikt hele rare woorden. Chique woorden.

Toen ik dus die dag bij Oma en Opa was keek ik ook in het spiegeltje de straat op. Ik zag een agent van politie, zo noemde Opa dat, bij een auto stil staan, nadenken, naar zijn borst- en broekzak  gaan en dat hij begon met schrijven. Daarna stopte hij het briefje onder de ruitenwisser van de auto in kwestie.

Opa! Opa! Kijk die meneer krijgt een bon!!! Nee, meisje, dat heet geen bon maar een ‘proces verbaal’. Zeg maar na: Proces Verbaal. “Posesse baal” zei ik braaf. “Goed zo meisje” en ik kreeg een aai over mijn bol.

Zo, nu heeft u een beeld van Opa en Opa en mij. Ik zal mijn avonturen met mijn Opa in Rotterdam hier met u delen. Van Stadswandelingen tot een bokkum kopen op de ‘Mart’. En alles daar tussenin.

Chris van Abkoude

Wie kent ze niet “Pietje bell” en “Kruimeltje”

De bekendste boeken van de Rotterdamse schrijver Chris van Abkoude.

Al zijn ze geschreven in 1914 en 1922, nog steeds geven vaders en moeders de boeken van Chris door.

Bij mij staan verschillende uitgaven in mijn boekenkast.

Chris van Abkoude is gaan schrijven omdat hij de meeste kinderboeken in zijn tijd te saai voor woorden vond. En heeft meer als veertig titels op zijn naam staan.

De kappersoon, ging eerst al onderwijzer aan de slag, maar emigreerde al vrij jong naar Amerika om daar als pianist bij stomme films zijn geld te verdienen.

En schreef ook gewoon verder.

In Amerika verander hij zijn naam in Winters, omdat de Amerikanen zijn naam niet konden uitspreken.

Ondanks zijn succes duurde het jaren voordat zijn boeken in de Bibliotheek werden opgenomen, want men vond de streken van Kruimeltje en Pietje Bell, maar opruiend.

Staan ze bij jou ook in de boekenkast, Kruimeltje en of Pietje Bell?

de bal is rond

Wat jaartjes geleden na ‘t opgeven mn droom “van krantenjongen naar miljonair”kreeg ik mijn eerste baantje op kantoor!
Als vrije jongen betekende dit een ramp in mn leven!
Na ‘t eerste jaar gelukkig een onderbreking van 14 maanden verplicht militaire dienst (de bijna mooiste tijd van mijn leven) maar dan weer terug naar kantoor…
Teruggekomen bleek ik overgeplaatst te zijn naar Nedlloyd op de Houtlaan (Een van de grootste rederijen ter wereld, Nederlands en gevestigd in Rotterdam.)
‘N leuke bijkomstigheid ; de naam van het gebouw destijds was Nedlloyd huis…Voelde me er vanaf het begin al niet thuis.
Het baantje waar ik ooit mee begon was inmiddels bezet en “ik mocht maar blij zijn dat ik nog werk had.” Aldus de oudere meneermanager met scheiding in zijn witte haar en waarschijnlijk ook in zijn huwelijk.
Ik was beland op de meest afschuwelijkste boekhoudafdeling aller tijden.
Ach,eerste salaris in de pocket maakte veel goed!Mijn jampotbrillenglazen werden ingeruild voor contactlenzen,waarop al snel mn eerste verkering volgde. Ik had heel wat in te halen,en dus als keerzijde;ik was niet zo bij de les op mn werk.Na een prachtavond stappen was ik het helemaal zat om maandag weer te gaan beginnen. In overleg met vriendin toch ook maar eens de handdoek in de ring gegooid en ziek gemeld!
Nu was ’t me wel vaker opgevallen dat je als lolbroek op ‘n boekhoudafdeling weinig goed kon doen , maar daarentegen als voetballer nooit stuk kan!
Als voetballer op maandag ziek melden tot er met de donderdag No problem!…Ja jongens slapen doen we overdag!
Dus manager gebeld:”Ben me toch onderuitgeschopt met voetbal joh!Kan effuh zeker 5 dagen niet lopen!”
“Rustig aan Aatje,wel gewonnen?”Was de vraag. Ja dat dan weer wel gelukkig!”
Hij opgelucht,ik ook!.k had de zaterdag ervoor nog gewonnen met tafelvoetbal,dus niet echt gelogen..
Dacht bij mezelf:Als ik nou woensdag weer begin iedereen blij!
Dinsdagochtend een prachtweertje!voor mezelf besloten nog n prachtdag er van te maken met als start ff een wandeling over de dinsdagmarkt bij station Blaak..Zie ik opeens een cameraploeg op me afkomen. Wendy van Dijk met het progamma Over de rooie!
Elke dag op tv,1000 gulden winnen door wat gekke dingen doen voor tv.
Ik langs de kant bij n kraam staan,en Wendy naast me.
Effe mee staan kletsen maar wat ik niet aan zag komen was:”Hey ,ze gaan beginnen je doet wel mee hoor!”Aldus een lachende Wendy. En yes, 2 x stond ik op tv.
Ik schitterde in de vooraankondiging en de dag erna in de uitzending.
‘T item heette de bal is rond, ik moest tussen 2 vrouwen een bal overgeven tussen mijn borst en hun borsten…1000 gulden niet gewonnen wat n zenuwachtig gebeuren was dat zeg!
Woensdag weer op mn werk wordt ik helemaal gek gebeld door collega’s.
“We hebben je allemaal gezien op TV!Leuk joh!l K voelde me nu gelijk echt niet lekker op mn eerste beterdag..Mn manager: Hey Aatje!!Zag je op TV! Ik snel hem voorzijn..Ja was op zaterdag opgenomen..Joh!Altijd zo stil op de zaterdagmarkt in Rotterdam?………….

Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901-1940

Rob Groenewegen (R’dam 1960) promoveerde aan de Universiteit Leiden onder leiding van prof. dr. Jaap Goedegebuure tot doctor in de geesteswetenschappen op een biografie van de Rotterdamse schrijver en non-conformist Jo Otten. De handelseditie van dit kloeke proefschrift werd in de pers lovend ontvangen.

Enkele reacties:

‘Naar de schrijver Jo Otten, die in 1928 promoveerde op de dissertatie Het Fascisme en in 1932 het opwindende essay Bed en wereld publiceerde, ben ik al lang nieuwsgierig. Als bewonderaar en ijverig lezer van Menno ter Braak, E. du Perron en andere schrijvers uit het interbellum kwam ik zijn naam herhaaldelijk tegen. Nu weet ik alles van hem, dankzij de gedetailleerde biografie waarop neerlandicus Rob Groenewegen afgelopen week promoveerde (…). In een defensief nawoord probeert de biograaf te rechtvaardigen waarom “een vergeten literaire figuur” zo’n omvangrijke biografie verdient. Overbodig: een goed boek als dit, over een fascinerend mens in een belangrijke historische periode heeft geen rechtvaardiging nodig.’
Elsbeth Etty, Nieuwe Rotterdamsche Courant

‘Iets te dikke, maar mooie biografie van de jong gestorven Rotterdamse schrijver en wetenschapper Jo Otten, die in 1928 promoveerde op een interessant proefschrift over het Italiaanse fascisme. Groenewegen geeft een levendig beeld van het literaire leven in het Interbellum, waarin Otten contact had met essayist Menno ter Braak. Beiden stierven in de meidagen van 1940: Ter Braak door zelfmoord, Otten door een bombardement. Waar Ter Braak een plek in de literatuurgeschiedenis verwierf, raakte Otten in de vergetelheid. Groenewegen doet een poging hem daaraan te ontrukken en slaagt wonderwel. Hij schetst het beeld van een overgevoelige en eenzame jongen, die zijn heil zocht, en vond, in boeken. Lezing van dit proefschrift, waarvan deze uitgave een handelseditie is, zet aan tot het ontdekken van Ottens literaire werk.’

Wim Berkelaar, Historisch Nieuwsblad

‘Deze biografie is een duizelingwekkend verhaal vol wetenswaardigheden rond het Rotterdamse (literaire) leven tijdens het interbellum. Groenewegen laat niets onbesproken en is uiterst zorgvuldig en volledig (misschien té) in zijn analyse van Otten en de tijd waarin hij leefde. Daarmee is deze biografie veel meer dan de levensbeschrijving van een man geworden. Het biedt ook een schat aan informatie over architectuur, kunst, film, politieke stromingen, etc. (…) Als veelzijdige, grillige figuur is Otten geen gemakkelijk ‘materiaal’ voor een biograaf. Groenewegen is er desondanks in geslaagd een evenwichtig beeld te schetsen van diens leven en tijd en daarmee is de biografie een aanwinst voor wie geïnteresseerd is in deze literaire periode.’
Rien van den Berg, Nederlands Dagblad

‘Groenewegen geeft een beeld van Rotterdam in de eerste decennia van de twintigste eeuw, dat zich schoksgewijs ontwikkelde tot wereldhaven. Hij beschrijft het culturele leven: het was de tijd van de filmliga, de charleston en de grammofoonplatenfeestjes, de tijd ook van nieuwe zakelijkheid, vitalisme en futurisme. Groenewegen schetst de gecompliceerde veelvormigheid van de Nederlandse literatuur uit die tijd, met allerlei avant-gardebewegingen die over elkaar heen tuimelen. En hij doet een verdienstelijke poging de waardering van Otten en vele anderen voor het fascisme en andere autoritair-populistische stromingen te begrijpen in de context van hun tijd.’
Joost van der Vleuten, Literair Nederland

‘Groenewegen beschrijft nauwkeurig het leven van de schrijver. Fijn is ook dat Groenewegen zeer uitgebreid én adequaat over Forum schrijft – Otten had namelijk contact met Menno ter Braak en publiceerde zijn werken in een tijd dat de mannen van Forum het literaire landschap overheersten. Het is een zeer toegankelijke biografie geworden. Groenewegen is nu bezig met een biografie over Victor E. van Vriesland – The Leading Man van de Nederlandse literatuur. (…) Met deze biografie over Jo Otten heeft Groenewegen aangetoond dat hij over de kwaliteiten beschikt om over Van Vriesland te schrijven.’
Bart Temme, Tzum

In 2008 bezorgde Rob de vierde druk van Ottens novelle Bed en wereld (1932). Momenteel werkt hij aan de samenstelling van diens Verzameld werk, dat in het voor- en najaar van 2012 in twee afzonderlijke edities bij Uitgeverij In de Knipscheer het licht zal zien.

Rob werkte tot 2011 als redacteur voor de Stichting Menno ter Braak, waar hij o.a. de boeken van Ter Braak van een inleiding en een editiegeschiedenis voorzag.

(overgenomen van http://www.victorvanvriesland.nl/de-biografie)

Café Verschoor van Theo en Joke al dertig een heerlijk bruine kroeg in Delfshaven

Taart, bloemen, andere geschenken en een fraai uitgangbord  maakten duidelijk dat Joke en Theo van Rijswijk tot tevredenheid van hun klanten al dertig jaar achter de tap van hun café Verschoor staan. Het bijzondere bedrijfsjubileum was  onlangs reden voor een groot feest in de overigens al ruim een eeuw bestaande bruine kroeg aan de Oostkousdijk 1 in Delfshaven. Met meer dan honderd klanten werd het gevierd. Onder hen Rein van Peski (67), Cua Hang (57), Gerrit Möring (65) en Henk van Gennep (58), die al dertig jaar vaste stamgast zijn en er bijna dagelijks in hun biertje komen happen.

,,Al bij de vorige eigenaar, Arie Verschoor,’’ voegen de vier er haastig aan toe.

,,Waarom we hier zo graag komen? Verschoor is een gewoon en heerlijk bruine café. Eén van de weinige, waar je nog mens onder de mensen bent.’’  Joke en Theo hebben er hun handen vol aan. Hun café is een sociaal trefpunt met ook aandacht voor elkaar problemen. In de loop van jaren heeft het duo enkele honderdduizenden pils getapt en kelkjes gevuld.

Hun café biedt de klanten echter meer. Er is hangt bijvoorbeeld nog een ouderwetse spaarkaskast aan de muur, waar de klanten in sparen voor een jaarlijks uitstapje. ,,Bijvoorbeeld voor een driedaagse cruise naar een kerstmarkt in Duitsland met een gecharterd schip of voor andere feesten. Of voor drie dagen samen naar hotel- en vermaakscentrum  Preston Palace in Almelo,’’ vertelt schoondochter Linda van Rijswijk. Zij, haar man Jeffrey en hun kinderen Damian en Quinty boden het jubilerende kasteleinspaar een speciale herinneringsfoto op canvas. ,,Die krijgt een fraaie plek in de zaak,’’ riep Joke enthousiast. Naast een etablissement ‘voor sociaal en maatschappelijk verkeer’ biedt Verschoor ook een bruisend muziekpodium. Op zondagmiddag treden regelmatig artiesten op en Theo en Joke hebben ook tal van spraakmakende songfestivals en talentenjachten in hun zaak gehouden. Ook daar wordt het duo om geroemd, bleek op het jubileumfeest.

Artiesten treden niet alleen op uitnodiging op, maar bovenal spontaan. ,,Onze klanten komen niet alleen uit de buurt, maar overal vandaan. Zelfs uit Hoogvliet, Pernis, Spijkenisse, Ridderkerk en Overschie,’’ vertelde Theo trots in de feestelijke drukte onder het tappen van pilsjes.

Meer informatie: www.cafeverschoor.nl

Volop cruiseplezier op de rivier

Zwemmen kan ik geen slag, want ik heb waterangst. Overgehouden aan bijna verdrinken toen  ik zeven jaar was in de Rotterdamse Maashaven bij het opvissen van bananen. Mijn positieve tegenpool is dat ik idolaat ben van varen, vooral op cruiseschepen op de Nederlandse en Europese rivieren. Bijna tien jaar was ik matroos en gids op de drie Croosboten in Rotterdam en twee keer vier maanden heb ik gegidst en  passagiers begeleid op Nederlandse cruiseschepen. Met de een door Nederland, België en Duitsland en de tweede voer ik op de Donau tussen Linz en Boedapest. Heerlijk was het om onderweg met de passagiers te zwaaien naar andere  cruiseschepen onder wie het vakantieschip van De Zonnebloem, waarvan de nieuwe  naam Alegria is. Dit bijzondere schip met speciale voorzieningen voor mensen die  minder gemakkelijk bewegend door het leven gaan, gold altijd mijn bewondering. Een andere bijzonderheid is dat ik op dit ruim één jaar geleden fraai  gerenoveerde schip ga varen als reisleider. Inderdaad als gids en  passagiersbegeleider en onderweg maak ik ook verhalen en foto’s, zoals voor deze  site. Er zijn trouwens voor deze tocht door Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland nog een paar hutten vrij: informeer bij Adelle Cruises, www.adelle.nl  of 078-6816055. Vrijdag 6 april varen we weg van de Rotterdamkade op de  Wilhelminapier om daar donderdag 12 april weer te arriveren. Van die reis en  alle bijzonderheden doe ik daarna verslag en wie weet…. komt er nog meer  vaaravontuur met bijzondere mensen op deze bijzondere site.

Ik  verheug me op het varen en onderweg zal zeker klinken: ‘Já, dat reisje langs de Rijn…, Rijn…, Rijn’. Heerlijk,  dat lied! Vrijwel iedereen kent het refrein en op een cruiseschip mondt het uit  in een polonaise. Meestal massaal gelopen op de slotavond van de varende  vakantie en aansluitend op het captainsdiner. Mps. Alegria is een exclusief  varend hotel met gemeenschappelijke voorzieningen en een aantal vaste regels,  zoals de tijden voor ontbijt, lunch en diner. Varen duurt niet de hele dag en ’s  nachts ligt het schip voor de kant. Onderweg is doorgaans tijd ingeruimd voor  het maken van aantrekkelijke excursies. Zo maken we deze reis onder meer een  excursie naar de Floriade in Venlo. ‘s Avonds bij het diner wordt bekendgemaakt  waarheen het schip de volgende dag vaart en aanmeert en ook de  bezienswaardigheden die daar zijn. Bij de scheepsreceptie kan men inschrijven  voor een of meerdere uitstapjes. Natuurlijk staat het iedereen vrij om aan wal  zelfstandig op avontuur te gaan, met naast geld en een camera natuurlijk een  horloge als standaardbagage. Aanmeren duurt soms maar een paar uur. Wie niet op  de vertrektijd terug is, heeft in dat geval voor zichzelf een probleem  geschapen.

De  sfeer aan boord is gemoedelijk, vriendschappelijk en biedt een basis voor  blijvende contacten. Iedereen geniet immers van vakantie; vervelende zaken zijn  voor even naar de achtergrond verdrongen. Aan boord ontstaat een kennismaking  snel: je komt elkaar op het schip overal tegen. Bij mooi weer natuurlijk op het zonnedek, maar vanzelfsprekend ook aan tafel of ‘s avonds op en rond de dansvloer in de salon.

Het  voordeel van een vaarvakantie is dat deze compleet is. Niet alleen wat het  gezamenlijk optrekken betreft, maar ook omdat ieders privacy gewaarborgd is in  de eigen comfortabele hut. Daar hoeft de vakantieganger zelf niets te doen. De  bedden worden direct na het ontbijt opgemaakt, de hut gestofzuigerd, het  sanitair gereinigd en handdoeken verschoond.

Het  is een fabel dat een vaarvakantie op de rivieren alleen is weggelegd voor  senioren of rijke buitenlanders. Steeds meer jongere mensen ontdekken dat het  maken van een cruise charmante, veelzijdige en rustgevende kanten heeft. Eén  daarvan is dat af en toe het besef van tijd ontbreekt, want cruisen is vertoeven  in een volstrekt andere wereld. Al na één uur varen lijkt het of je al veel langer van huis bent.

Het  is plezierig te beleven hoe aangenaam het leven op een cruiseschip is. Niet  alleen op Nederlandse rivieren en meren, maar ook op waterwegen als de Rijn,  Moezel, Saar en Elbe. Korte of langere cruises: allemaal hebben ze een eigen  bekoring en uitstraling. In de lente – nu dus – begint het vaarseizoen dat duurt  tot eind oktober. Daarna is het niet gedaan. In november en december gaat de  stevens vanuit Rotterdam richting Düsseldorf en Keulen of Antwerpen voor het  maken van shoppingcruises, een gewild uitstapje naar deze steden die dan in fraaie kerstsfeer zijn getooid.

Wie  eenmaal een cruise heeft gemaakt, raakt doorgaans verknocht en stapt elk jaar  wel een keer aan boord voor het maken van een van de talrijke reizen die Adelle  Cruises op het programma heeft staan voor een van de drie eigen schepen.  Reageren: reinw@telfort.nl

Het vrije volk

Het vrije volk. De krant van Rotterdam toen!
Al etend dropjes was ik zo in m’n nopjes dat ik werd aangenomen voor mn eerste baantje als krantenbezorger. Wel moet ik erbij vertellen hoe ik dagelijks zat te dagdromen op de Christelijk Zuider-Mavo en hoe in mijn achterhoofd hing hoe al die miljonairs als krantenjongen begonnen zijn.

Na schooltijd dus als een vrije vogel het vrije volk bezorgen!
De kranten werden afgeleverd in een garagebox in de Plauttusstraat waar het de bedoeling was dat ik hielp lossen. Enthousiast als ik was (Ja dat heb ik altijd wel met alles, maar meestal niet de opvolgende keer) bemerkte ik ’n vreemd sfeertje in de garage.
’n Soort Olivier Twist-achtige toestand. Een voorman die was afgekeurd als stratenmaker met handen groter als de schop van ’n kolenboer, een assistent-voorman met ’n scheef geknipte pony en opgeschoren nek (Enige nog ontbrekend was een Charlie Chaplin snorretje).
Deze man was al op l eeftijd en “vrij voor ’t volk met ’n verleden” dacht ik toen al zo jong als ik was. De naam Spekschneider en dat halve geschneide haar bevielen me al totaal niet, en die fiets die ‘ie had! Helemaal opgebouwd uit 10 verschillende fietsen!

Na ’n keertje helpen lossen kwam ik erachter dat ik vanaf mn ouderlijk huis vanuit ’t keukenraam de wagen aan kon zien komen, dus op de minuut af op tijd om mn tassen te vullen na afloop lossing! Ik ging de beste man die zijn krantenwijk op zoons naam had staan steeds meer in de gaten houden, en hij mij dus ook!
’t Viel mij ook op dat hij als laatste met zijn zelfgeknutselde fiets-kunstwerk net zo laat als ik zn kranten in ging pakken en de reservestapel kranten (voor ’t geval iemand iets te kort mocht komen) in ’n extra tas meenam…
In die tijd had je ’n bonnenboekje voor de maandelijkse afrekening met je abonnees… Totaal geen controle dus!
Totale ontvangst van de klanten te storten op rekening Vrije Volk, minus je e igen salaris!
’t Werd spontaan licht ipv zwart voor mn ogen…
Ik had Spekschneider door…zwarte abonnees!
Dit moest ik…Nee, kon ’t niet…mijn krantenmaatjes vertellen!
Dit is de weg naar rijkdom!

Had ik nou maar mn muil gehouden! Onderlinge vriendschap was al snel over na ’t jatten van mekaars kranten…Als laatste aangekomen en elke dag weer je voorman moeten bellen omdat je weer 35 kranten te kort kwam…
Met ’t oog op miljonair worden nog ’t Algemeen Dagblad erbij genomen,maar na te slecht resultaat van Aat op Mavo, maar gestopt…

Wel nog effe leuk afgerond mn laatste dag … Mezelf op een leuk cadeautje getrakteerd!
‘k Wist dat bij station Lombardijen altijd zo’n slome AD-bezorger te laat kwam
(De tegenwoordig Spits/Metro-in–hande-geef-figuur van toen).
‘k Had op mn laatste AD-dag mn fiets met tas duidelijk herkenbaar als bezorger neergezet bij ’t station en de stapel kranten doorgeknipt voor mn collega.
Zo vrolijk als ik alti jd ben in’n mum van tijd heel de stapel voor ‘m verkocht!
Gelukkig in die tijd nog geen camera’s…

Graviti

Ik ga even terug naar de straat waar mijn liefde voor bier en kunst begonnen is…

De Oranjeboomstraat 138 b. De deur ernaast woonde een oud vrouwtje met grijze baard. Met bibberend handjes ontving ik wit uitgeslagen koetjesrepen die ik dan weer zo snel mogelijk  ‘n paar deur deuren verder bij een nog ouder vrouwtje (doofstom en looprek) in de brievenbus deponeerde. En dan die lucht als ze de deur opendeed!

Nu ik ouder ben weet ik haast wel zeker dat ‘t de lucht van oud bruin oranjeboombier geweest moet zijn. ‘K weet nog wel dat de lucht die van die brouwerij afkwam heerlijk was,maar die lucht,en dat huis…! Zelfs de mooie gekleurde rupsen ontweken de boom tegenover haar huis.

Om de hoek de Groen van Prinsteren school. Ertegenover ‘n militair depot met ‘n mooie muur waar ik altijd voetbalde, met een gekrijt doel.

Zie ik me op een dag toch ineens ‘n soort kapoentje in ‘t groot getekend! Ja, bleek later ‘n provoteken,weet wel dat ik ‘t best stoer vond!

Tijdens de lesuren kon ik uit ‘t kleine wc raampje bij zogenaamde plaspauze ff dat ding bestuderen en gelijk op de achterkanten van schriften kalken. Dat provoteken was nog maar t begin… ‘N paar dagen later  ,tussen de gekrijte doelpalen, een grote cirkel met ‘n kleinere erin en een streep verticaal in ‘t midden. Wat dat nou voor ‘n teken was, geen idee! Tussen de saaie lessen door stiekum toch maar weer driftig tekenen… Dit bleef niet onopgemerkt bij een klasgenootje!

Zij wist wat t was en na schooltijd zou ze me haarfijn vertellen wat ‘t was. Maar wel mondje dicht tegen iedereen! Zo ik had ik ‘t voor mekaar, een afspraak met Rina! En ik was me toen toch verliefd op haar, zo jong als ik was!

Rina was best wel een uit de kuiten gewassen meid uit ‘n familie waar ‘n luchtje aanzat.. .

4 van de 6 waren albino , allen spierwit haar en alleen Rina prachtig donker haar. By the way, de bijnaam van deze familie : “De witte haren ” .

Maar goed, afspraak goederenwagon met open deur voor depot! Er hing ‘n broeierig sfeertje rond Rina. ‘K stapte verlegen met onderbuikkriebels op Rina af. Krijg ik me toch ‘n grote muil!

“Heb je een kwartje ? Anders laat ik niets weten! ”

‘K snel naar huis richting mn spaarpot… kom ik hijgend aan , zegt ze: Zo, dan zal ik het jou eens laten zien! De spanning steeg… maar eerst ‘n kwartje!

‘N kwartje, godskolere! Dat was voor mij best wel ‘n bedrag!
Bij Knape de sigarenboer 25 centedroppen, 25 polkabrokken of 25 papieropvreetvel!

Zwetend afstand kwartje gedaan…schreeuwt ze keihard :

“Zo en probeer me nou maar es te pakken!!!! ”

En weg was Rina met de lange benen….dag geld!
Kwartjes vallen later…

De Musschen / DEHMusschen

SV DEHMusschen is een Nederlandse amateurvoetbalclub uit Rotterdam in Zuid-Holland, ontstaan in 2004.

De club heeft zowel een zaterdag- als een zondagafdeling. Het eerste zaterdagelftal speelt in de Vierde klasse, het eerste zondagelftal in de Derde klasse (seizoen 2011/12). De club speelt op het eigen sportterrein in het Rotterdamse Zuiderpark.   DEHMusschen is ontstaan in 2004 uit een fusie tussen DEH, opgericht op 23 september 1932, en SV De Musschen, opgericht op 14 maart 1919. De oprichtingsdatum van De Musschen werd hierbij als oprichtingsdatum aangehouden.

Feyenoord

De Nederlandse club Feyenoord is een voetbalclub met een lange historie.

Op 19 juli 1908 werd in het café “de Vereeniging” van de eigenaar Jac. Keizer de voetbalclub ‘Wilhelmina’ opgericht. Er werd gespeeld in rode shirts met blauwe mouwen, en witte broeken. In 1909 werd de naam veranderd in HFC (Hillesluise Footbal Club). HFC sloot zich aan bij de Rotterdamse Voetbalbond, maar omdat er al een club was die HFC (nu Koninklijke HFC, in Haarlem) heette, moest de naam wederom veranderd worden.

De naam werd RVV Celeritas, er werd gespeeld in horizontaal geel-zwart gestreepte shirts en witte broek. In 1912 promoveerde Celeritas naar de NVB. Omdat er ook al een club was die Celeritas heette, moest de naam weer veranderd worden en nu kreeg het de naam Feijenoord (met ij). Tegelijkertijd kreeg het de rood-witte shirts met zwarte broek en zwarte kousen, zoals we ze nu nog steeds kennen.

Unieke fotoreportage stoomschip Rotterdam

Sinds vier jaar woon ik in het Rotterdamse dijkdorp Pernis op de achtste etage van woontoren De Zwaan langs de Nieuwe Maas bij de monding van de Eemhaven. Het is het hoogste pand in de omgeving, even buiten beschouwing gelaten de bebouwing van Schiedam en Vlaardingen aan de overkant van de rivier en de schoorsteenpijpen van Shell. Enorme zeekasten met soms duizenden containers aan boord schuiven dagelijks voorbij op enkele tientallen meters aan mijn raam, al of niet geëscorteerd door sleepboten. Hun passeren is telkens weer een imposant en indrukwekkend gezicht en dat geldt al helemaal voor de jaarlijks meer dan twintig passagiersschepen op hun vakantieroute van en naar het centrum van Rotterdam.

Elke avond en nacht is het ook Kerstmis door alle lichten en lichtjes bij buurman Shell. Een andere kant van het vijftig woningen tellende appartement biedt een panorama over de Eemhaven, Hoogvliet, Spijkenisse en over het rode-daken-dorp zelf. Het is er goed wonen, zeker als eerdere woonplekken in de afgelopen vijftig jaar in de Pantserstraat (Hillesluis), Rosestraat (Feijenoord), Saffraanstraat en Alsemstraat in Hoogvliet en de Rotterdamsedijk in Schiedam in herinnering worden gebracht. Bovendien is het in Pernis groen en ook schoon. De mensen van de verschillende diensten zijn er dagelijks bezig met het onderhoud.

In het dorp is één supermarkt van de Plus en daarnaast hebben enkele ambachtelijke winkels er hun plek als de Keurslager, warme bakker, drogisterij, slijterij (héél belangrijk), twee snackbars, fietsenmaker, twee bloemisten, enkele kapsalons, vier kerken en evenveel kroegen en één oosters restaurant. Voorts komen eens per week een visboer, kaasboer en een groenten- en fruitboer naar hun standplaats in het dorpscentrum. Allemaal op een andere dag, anders zou je kunnen spreken van een miniweekmarkt. Voor boodschappen in grote winkels of op de donderdagse weekmarkt is Pernis aangewezen op buurdeelgemeente Hoogvliet. Kortom: het is er goed wonen, al zijn mensen van buiten Pernis vaak een andere mening toegedaan. Het enige dat zij vaak weten te memoreren is de geur van rotte eieren, die in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw soms de atmosfeer verpestten. Maar ook dat ligt alweer een halve eeuw in het verleden weggestopt.

Mijn camera is altijd binnen grijpenafstand om bijzondere schepen te vereeuwigen. Soms stuur ik een foto door naar een van de drie hier verschijnende wijkkranten en een enkele keer zie ik er een in kleur terug op een van de pagina’s. Het voordeel van een torenflat is dat er een plat dak op zit en daar hadden mijn buurman Wim Vogel en ik in de namiddag en vooravond van 4 augustus 2008 illegaal ons bivak opgeslagen. Dat was mogelijk omdat Wim in zijn functie van vrijwillige huismeester – hij is er na drie jaar mee gestopt –  er de toegangssleutel van had, want behalve voor hem én reparateurs gold en geldt er voor anderen een toegangs- en verblijfsverbod.

Het was die dag behoorlijk winderig en vijftig meter beneden ons werd het in de groenstrook en op de zitbankjes van de Pernisse Waterkant langs de Nieuwe Maas almaar drukker en drukker met nieuwsgierigen. Allemaal wilden ze getuige zijn van het langsvaren van het beroemde stoomschip Rotterdam, waarvan de glorieuze vaarhistorie ook in Rotterdam begon. Het duurde lang en op het dak vermaakten Wim en ik ons prima met gluren over de omgeving, al raakte de blaas behoorlijk vol en werd de keel schuurpapier droog. Uiteindelijk zijn we even afgedaald om het een leeg en het ander vochtig te maken. Eindelijk doemde de Grande Dame in de verte op in de lichte nevel in de bocht tussen Vlaardingen en Maassluis, geflankeerd door vier sleepboten en omgeven door een escort van pleziervaartuigen en partyschepen. De intocht was indrukwekkend en zoiets maakt een mens maar een keer in zijn leven mee. Mijn camera’s klikten onophoudelijk met als resultaat bijna driehonderd bijzondere digitale foto’s, die zorgvuldig worden gekoesterd in de computer. Zo kreeg het wonen in Pernis voor mij een extra aantrekkelijke dimensie. Nu maar hopen dat het schip in de Maashaven blijft, anders moet ik nog een keer naar het dak.