Gedicht: De Maasstad

De Maasstad

Van de Maasboulevard tot aan de Euromast,
loop ik en geniet van het uitzicht.
Van de Bergselaan tot aan de Statenweg,
in het donker zijn de straten verlicht. Lees meer

Gedicht: Oud en Nieuw Rotterdam

Oud en Nieuw Rotterdam

De echte gezelligheid is weg,
merkt ik als ik naar de plaatjes kijkt.
Plaatjes en prenten van Rotterdam,
vroeger en nu laten aan mij het verschil zien,
wat is er toch veel veranderd. Lees meer

Met Opa Bram…. verplicht door Rotterdam

Ja, het was fijn om met Opa door de Stad te banjeren. Alleen sóms…pfffff.  Dan was het niet zo erg leuk voor een klein Prinsesje. Dat waren de dagen dat Opa doelgericht op pad ging. Maar dat had ik altijd pas te laat door.

Het was dan een rondje apengapen gaar. Zelfs nu ik het neerzet moet ik geeuwen. En over het algemeen waren het ook uitstapjes waarbij het niet handig was mijn step mee te nemen.

Misschien vraagt u zich nu wel af, wat kan er in een bruisende stad als Rotterdam nu saai zijn. Nou, dat ga ik u haarfijn uitleggen.

Opa droeg ‘confectiekleding’, oftewel, één keer in de zoveel tijd moest hij langs de kleermaker om een nieuw pak op maat te laten maken. Natuurlijk ging ik niet mee om mijn Opa in zijn ondergoed te zien, maar op een of andere rare manier heb ik nu het idee dat hij sokophouders droeg. Door mijn Opa’s  kleding ben ik denk ik ook in de war geraakt wat wiskundig inzicht betreft, ik herinner me nog een intensieve discussie met hem over de reden dat het overhemd niet los gedragen kon worden wanneer je bretels droeg.

Bretels, standaard bij Opa’s outfit. Net als zijn hoed. Niet zomaar een hoed, nee, een Stetson gleufhoed met de perfecte deuk erin gemaakt. Grijs. Lichtgrijs, donkergrijs, antraciet…grijs. Deze kocht Opa bij Heniger. Een voor een meisje van zes een zó niet interessante winkel met hoeden, dassen, sokken en zakdoeken. Veel donkerblauw, bordeauxrood en dennengroen. Wat wel gezellig was, was dat deze winkel vlak bij de Grote Mart was. En als Opa dan een bosje paling kocht, mocht ik weer thuis lekker een vers gestroopte paling samen met hem opsmikkelen. Maar, pech voor mij, meestal was het een bokking. Of een gestoomde makreel. Nog steeds houd ik mijn adem in op de markt wanneer ik langs de visafdeling kom.

Meestal werd deze activiteit gecombineerd met een bezoek aan de longarts. Ik herinner me de Mathenesserlaan hierbij, het stuk bij het Heemraadsplein. En zomerdagen, met een felgroene hemel van de hoge en brede bomen die elkaar bijna raakten met hun kruinen van de ene kant van de straat naar de andere kant.

Maar het kon nog erger! Op de Oude Binnenweg zat zijn lievelings viswinkel. Mijn definitie was: de ergst stinkende viswinkel. Na een minuut hield ik het daar al niet meer uit. Ik moest toch weer een keertje inademen. Gelukkig voor mij was er in de etalage een aquarium, waar verse vis in rondzwom.  Ook allemaal grijs. Grijs water, grijze vis. Maar in ieder geval stond ik buiten.

In combinatie met deze viswinkel was er dan vaak nog een spannende tussenstop bij de.. postzegelhandelaar. Dat ik daar nooit in slaap ben gevallen is me een wonder. Minder erg, over zegels gesproken, was een uitje naar de D.E.-winkel om oma’s gespaarde zegeltjes te verzilveren. Ik herinner me dat we via de Lombardkade liepen dan.

U begrijpt, dat ik nooit postzegels ben gaan sparen, geen bretels draag en ook niet veel op heb met vis. Wel heb ik nog steeds Oma’s D.E.-punten liggen. Misschien van de zomer maar eens een nostalgisch wandelingetje naar de winkel bij de Blaak in de buurt. Ze maar eens in te wisselen voor een mooie grote koffiemok. Neem ik gelijk lekker Turkse Fetabroodjes mee voor de lunch, van de Mart!

Het echte Rotterdam gevoel

Waarin ligt het echte Rotterdam gevoel? Ik kan het proberen te vertellen door het noemen van de voorbeelden. Het gaat over de Maastunnel, Blijdorp, Euromast, de Lijnbaan en de Metro en het gaat ook over de nieuwe stad met zijn prachtige Skyline, de Kop van Zuid en de Erasmusbrug. Eerst de rauwe stad zonder hart en nu de enige echte stad van Nederland. Waar steden als Amsterdam en Utrecht zijn blijven hangen in het verleden is Rotterdam een echte Metropool!

de Erasmusbrug

Dat Rotterdam gevoel laat zich niet uitleggen dat zit in je of dat zit er niet. Als je dat gevoel hebt kun je oeverloos blijven mijmeren over de specifieke Rotterdamse artikelen. Over verdwenen merken als Ter Meulen, Het Vrije Volk en van Nelle en over de bekende Rotterdamse gemeente-instellingen als de Roteb en de RET. Feyenoord of Sparta zitten diep in ons hart en als echte Rotterdammers blijven we onze club trouw. Ook als het een jaartje minder gaat blijven we naar onze club gaan. Die clubtrouw door dik en dun maakt ons trots. Wij zijn geboren en getogen Rotterdammers. Wij lopen over van het Rotterdam gevoel en dat gevoel willen we delen met andere Rotterdammers die begrijpen wat dat is!

De Perzik

Beste lezer, deze keer wil ik het hebben over een zeer speciale Rotterdammer, helaas is hij er niet meer, maar hij was jaren de smoel, de porum, van de Schiedamseweg.
Ja, ik kende de man via Opa. Wanneer Opa en ik voor een boodschap op de Schiedamseweg moesten zijn, of op de ‘Mart’ op het Visserijplein, zat er voor mij altijd een versnapering in. Soms een ijsje van Jamin, een andere keer een, wat men in die tijd dacht, gezondere snack. Fruit.
Het lekkerste vond ik het wanneer Opa een hele grote, rijpe, perzik kocht. Zo eentje die het sap over je kin laat lopen. Gelukkig had Opa altijd een grote zakdoek bij zich en zijn zakmes. Dan zochten we een bankje uit en sneed Opa de perzik in parten. Na het verorberen kon indien nodig mijn snoet worden gepoetst. Niet met moderne vochtige doekjes…nee… gewoon met een door Opa bespuugde punt van de betreffende zakdoek. Zo ging dat vroeger..
De man waar ik het over wil hebben is de eigenaar van de fruitstal. Algemeen bekend onder de naam Japie. Altijd vrolijk en zonnig, niks leek hem te veel. Ik vond het nooit erg daar op onze beurt te wachten. En dat duurde vrij lang, want: druk en…voor iedereen had hij een praatje klaar. Wat een gezellige man vond ik dat!
Jaren later wist ik dat Japie ‘meneer Querido’ heette. Hij kwam te wonen in dezelfde flat als waar ik woonde met mijn ouders en zussen. Ook hoorde ik zijn ‘verhaal’, niet van hem, van anderen, onder andere van mijn moeder. Een naar verhaal. Een 2e Wereld Oorlog verhaal. Een Kampgeschiedenis verhaal. Een ‘zoveel meegemaakt verhaal’ dat Japie onder de medicatie zat. Wegens een KZ-syndroom. Hij had geen fruitstal meer, maar praatjes nog wel. Wanneer men uit de flat kwam beneden en hij stond op de parkeerplaats, dan duurde het uren eer je boodschappen in huis waren. En nog steeds, altijd even opgewekt. Nou ja, eigenlijk medicinaal opgepept. Hij was altijd samen met zijn hondje. Die twee waren onafscheidelijk.
Nog steeds krijg ik een glimlach om mijn lippen wanneer ik denk aan zonnige dagen, lang wachten, vrolijk gekakel aan de fruitstal en het oppeuzelen van de sappige perzik op een bankje aan het Heemraadsplein.
Een glimlach om de zomer, om het samenzijn met Opa en de herinnering aan Japie Querido.
Ondertussen weet ik heel veel over de oorlog, de razzia’s in Rotterdam, het bombardement één dag voor mijn moeders’ verjaardag en wat er in de kampen is gebeurd.
Een postuum petje af voor Japie. De oorlog heeft hem op zijn knieën gekregen, maar hij is weer overeind gekomen en, al was het niet hard, door gegaan met lopen.

Historie Sint Franciscus Gasthuis vastgelegd in fraai boekwerk

Het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam heeft de respectabele leeftijd van 120 jaar bereikt. Voor  Aad Koster, Annemiek Kunen, Cees Commerell en Pierre Pijpers was dat reden voor het schrijven en samenstellen van een fraai boekwerk: ‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 – 1912’. Het eerste exemplaar is voor Zuster Agnita. De Augustinesse non was tot op het laatst van haar loopbaan verantwoordelijk voor de Eerste Hulp in het van oorsprong katholieke ziekenhuis.

Hubertus Kusters was er twaalf decennia terug de grondlegger van. De pater Franciscaan was als pastoor werkzaam in het centrum van Rotterdam. Hij opende het ziekenhuis voor arme rooms-katholieke zieken en zal toen niet hebben bevroed dat zijn initiatief zou uitgroeien tot een van de belangrijkste ziekenhuizen van Rotterdam en wijde omgeving. Menigeen zal nog herinneringen hebben aan het oude ziekenhuisgebouw aan de Schiekade met de hol klinkende gangen en de hoge plafonds in de verpleegzalen.

Oer-Rotterdammer Koos Postema schreef in het voorwoord dat de kerstnacht van 1997 in het doodstille ziekenhuis in zijn geheugen staat gegrift. ,,Op de afdeling waar baby’s ter wereld komen, werd de tweeduizendste van dat jaar verwacht – een kerstkind. Mijn microfoon van Radio Rijnmond had ik in de aanslag en het kind kwam in die historische nacht ter wereld. Het was een Turks kindje. Een mooi jongetje met gelukkige ouders, die geen Kerstmis kennen.’’

Over de reden van zijn voorwoord: ,,Ik woon al jaren niet meer in de buurt van Rotterdam, maar aan het Sint Franciscus Ziekenhuis heb ik heel wat onvergetelijke herinneringen. Ik kwam of kom er regelmatig op bezoek bij familie of kennissen. Daarnaast ook om te helpen bij de presentatie van feestelijkheden, zoals bij het afscheid van een directeur, maar ook bij de ingebruikname van een zeer uitgebreide dialyseafdeling.’’

Waarmee Koos Postema tegelijk aangeeft hoe het ziekenhuis, dat op 26 mei 1892 is begonnen met twaalf bedden aan de Oppert, is uitgegroeid tot een topklinisch en hoog gewaardeerd instituut in 2012.

Niet alleen de beperkte capaciteit van het Gasthuis aan de Oppert leidde naar het uitzien van een andere behuizing. Ook de kwaliteit van het gebouw en de bedompte omgeving lieten te wensen over. Een doordringende alcohollucht van de distilleerderij op de begane grond, evenals de hinder van ongedierte, lieten de verantwoordelijken zoeken naar andere huisvesting. In september 1892 viel de keuze op het pand Schiekade 64 met ruim uitzicht op de Schie. Nog voordat het nieuwe ziekenhuis in gebruik zou worden genomen, werd al besloten om op het bestaande pand een etage te bouwen. Hierdoor ging het nieuwe complex ruimte bieden aan vijftig tot zestig zieken en twintig zusters. De verhuizing daarheen van de Oppert was op 19 juni 1893 een feit.

In het boek komen in vier hoofdstukken chronologisch aan de orde de locaties van het Gasthuis door de jaren heen, de afdelingen, de impact van de Tweede Wereldoorlog en de belangrijke rol van de zusters Augustinessen in de ontwikkeling van de organisatie. Alle hoofdstukken worden geopend met foto’s van gebrandschilderde ramen uit de kapel van het voormalige gebouw aan de Schiekade. Bij de afbraak zijn deze zorgvuldig uit de sponningen gehaald en terug te vinden in onder meer de polikliniekgangen van het op 16 december 1975 geopende nieuwe ziekenhuis aan de Kleiweg.

Het boek geeft een ruime inkijk in de ontwikkeling van het ziekenhuis, zowel qua gebouwen als van de afdelingen. Extra inkijkjes zijn er van de Tweede Wereldoorlog. Het boek is een uniek naslagdocument voor elke rechtgeaarde Rotterdammer met belangstelling voor de historie van de stad.

Prof. dr. Paul van de Laar, bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zei na lezen: ,,Een verrassend document. Door de veelzijdigheid aan beeldmateriaal wordt een goed beeld geschetst van het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis door de tijd heen. Een aanrader voor elke liefhebber van de stad en geïnteresseerde in de ontwikkeling van de gezondheidszorg. Een boek om in te blijven bladeren.’’

‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 -2012’ telt 128 pagina’s en 217 foto’s en illustraties. Prijs: 17,95 euro. ISBN 978.90.7364.7725. Vanaf 25 mei is het verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijvoet.nl

Tranen van vreugde bij weerzien van oudere Katendrechters

Op Katendrecht ben ik in 1946 geboren, dus ben ik – wat men noemt – een babyboomer. Vader kwam eind juli 1945 terug uit Duitsland en moeder was al snel zwanger. Mijn eerste schreeuw gaf ik in de voorkamer van opa en oma Reinier en Trees van Wijk aan de Tolhuislaan 49. Mijn bijna (helaas overleden) drie jaar oudere zus Miep zal toen best in de buurt zijn geweest. Nadat moeder van haar zwangerschap was hersteld, gingen we naar huis. Dat was een zolderkamer van de familie R. van der Gevel boven slager De Pater op de hoek van Heinlantstraat en Groene Hilledijk.

 Vanwege de familieband was ik vaak op Katendrecht te vinden, ging er naar de speeltuin en probeerde te piepen met het heen- en-weertje dat voer tussen de Kaap en de Willemskade. Ondertussen waren we verhuisd naar de (verdwenen) Pantserstraat en werden de Afrikaanderwijk en Hillesluis mijn nieuwe ontdekkingsgebieden. Ik kwam vaak in het patronaat van het Sint Franciscus Liefdewerk in de Brabantsestraat van de paters Bisschop en Bellemakers, die weer in contact stonden met het patronaat Rechthuislaan op Katendrecht. Ze woonden er trouwens ook bij de daar ingerichte wijkkapel.

Ook was ik lid van de padvinderij, de St.-Franciscusgroep, die haar honk had op de zolder van de St.-Louisschool aan de Putselaan. Hopman, zeg maar dé gróte groepsbaas van welpen en verkenners, was de Katendrechtse hoofdagent Theo Arntz. Ik had diep ontzag voor deze man, die autoriteit uitstraalde. Als hij ons welpenhonk betrad, was het doodstil en luisterden we extra nauwgezet naar de opdrachten van onze akela. Twee jaar later had ik andere interesses en zwaaide ik de padvinderij en de hopman en de akela vaarwel. Dat was 54 jaar geleden en ik heb Arntz daarna nooit meer gezien, wel een enkele keer aan hem gedacht en zelfs over hem geschreven. Ik zou hem best weer eens willen zien en spreken, bedacht ik wel eens in een nostalgische bui.

Mijn wens ging zaterdag 12 mei in vervulling toen ik op Katendrecht in letterencafé Tsjechov – de opvolger van het roemruchte café De Unie op de hoek van Delistraat en Lombokstraat – op uitnodiging van Ridderkerker Willem van Meer een reünie bezocht van ex-Katendrechters. Tachtig uitgezwermde schiereilanders waren voor even terug op hun thuishonk met oude foto’s, vreugdetranen en ‘praatje-pot’ onder het genot van smakelijk appelgebak. Ze genoten er op velerlei wijze van. Maar het meest van elkaar, want er lag in het weerzien soms een leemte van zestig jaar.

Uit alle hoeken van het land waren de reünisten gekomen. Onder hen, tot mijn grote vreugde, de 87-jarige Theo Arntz uit Nijmegen. In hem herkenden de meeste bezoekers hun buurtagent van destijds, die woonde aan de Sumatraweg. ,,Het was een fijne tijd,’’ vertrouwde Arntz mij toe nadat we onze herinneringen aan de padvinderij hadden opgehaald. Ton Kegel (72) uit Spijkenisse had het eveneens naar zijn zin. ,,Na 55 jaar heb ik daarnet Anet Rutjes gekust. Ik vond haar toen een leuke meid en dat is ze trouwens gebleven. Nu woont ze in IJsselmonde.’’

Ben Gelaudemans (73) genoot eveneens van het weerzien. ,,We zijn een uitstervend ras, maar onverwoestbaar,’’ zei hij met een armzwaai over de menigte heen en met een grote pils in zijn hand. ,,Ik ben geboren en getogen aan de Rechthuislaan, waar ik in 1962 ben uitgetrouwd. Nu woon ik alweer veertig jaar bij Venlo in Limburg. Mijn Rotterdam en mijn cluppie Feyenoord ben ik trouw gebleven.’’

Herinneringen aan zomerkampen van Sint Franciscus Liefdewerk naar Beuningen en Postel werden met foto’s ondersteund. Verhalen over met stro gevulde slaapzakken en poepen boven een gierput deden ook de ronde. Beeldend waren de verhalen over het wassen ’s ochtend in een teiltje ijskoud water op het boerenerf. ,,Niet voor te stellen wat een geweldige tijd dat is geweest,’’ deed Willem van Meer als herinneringsduit in de zak. Hij broedt op nog een reünie.

De Gastronoom

Een restaurant onder winkelcentrum zuidplein waar ik voor t instappen bus 69 richting waalhaven mn werkdag begon met koffie en na t uitstappen einde werkdag beeindigde met n biertje.
Er hing n sfeer wat mij boeide en er gebeurde altijd wel iets!
Zo stond er elke ochtend een oud vrouwtje achter de gokkast die niet weg te slaan was!Best vaak n opstootje vanwege gokkers die n jackpot roken!en hoorde ik van de bedrijfsleider dat haar duim helemaal scheef gegroeid was vanwege t drukken knop kast!!Ze kreeg n gokkastdrukverbod van de dokter en best wel triest binnen n week overleden!
Ook regelmatig knokpartijen door de dagelijks aanwezige hangzit oudere jongeren,waarbij meestal aardig wat glasgerinkel mee gepaard ging.
T mooiste was altijd de wat oudere man achter de kassa die op zn gemak alles gadesloeg en na afloop als iedereen zijn agressie weer kwijt was rustig t glas op ging vegen alsof niets gebeurd!.
Bus 69 ja als je gezamelijk bij de halte staat te wachten ga je contact krijgen.zo had ik al snel een busmaatje gevonden met zelfde hobbies.
De achterbank meestal bezet door de mooiste meiden begon voor ons al aardig wat werk op te leveren, ja en niet in de laatste plaats door mijn tekenkunst op de gecondenseerde busramen!
T enthousiasme van sommige dames te gek!t gebeurde ook weleens als ik mn tekening niet op tijd afkreeg dat we gezamelijk besloten door te rijden naar t eindpunt, weer terug en iets later op kantoor! Sommige buschauffeurs die probeerden wat aan de beslagen ramen te doen hebben wat naar hun kop geslingerd gekregen!
Op n ochtend de hele bus beslagen!K had net nieuwe halve haklaarzen maar pleurde zo onderuit binnen 2 seconden glee en lag ik op de achterbank!Wel goed voor t tijdschema dus met pijn aan voet aan de tekenslag!Druk bezig.. stoot mn maatje me keihard aan!Kijk dan!Komt er me toch n dame de bus in!bontjas,kort rokje,dollydotskapsel maar dan anders en best mooi opgemaakt!Die stapt zo met jou uit hoor!,tijdens de rit veelvuldig moeten horen,tekenen inmiddels opgegeven en inderdaad ze stapte met me uit.Ik nam de trap en zij de lift.Na n half uur werd ik voorgesteld aan de nieuwe telexiste..Dit is Aat!O die ken ik van 69! Manager O?Ja van zn tekenkunst!Manager O?Ja de bus hoor!Manager:OOO!!!
Volgende ochtend Gastronoom..
K was de avond ervoor naar Rod Stewart in Ahoy geweest dus had me n puntfeesthoofd en schorre stem van t meebrullen!Zit ik op me maatje te wachten..en wie komt eraan met n bak koffie en sauzijzebroodje!Nellie! ivm herkenning noem ik haar maar Ellie.Hoi Aat kom ff bij je zitten!Met de kennismaking kantoor al opgevallen dat Ellie wat sliste!Maar begint ze me toch keihard en enthousiast n verhaal te vertellen!Ik zat compleet onder de sauzijzebroodkruimels!mn maatje liep inmiddels voor t raam voorbij en hield t niet meer van de lach..Ik ging kapot de bus in en besloot maar n vrije middag te nemen.Mijn chef zag aan mn hoofd wel hoelaat t ongeveer geworden was dus no problem!
Bij t uitstappen de bus toch nog ff n tostie en biertje en dan hoppa snel bedje in! De klantenkring die er zat en meestal aan hun gedrag te merken nooit echt moe van t uitzitten een busrit bekeek mij.Kijk ik naar rechts staan er voor de ruit twee kerels naar me te staren!dit is n grap dacht ik nog! Beiden op me af herken je dit ?tuurlijk Miami vice! groot fan van maakte ik nog als grap!Ik zat binnen no time op politie bureau slinge! Vanwaar? werd beantwoord met u voldoet aan t signalement!By the way linkerkant Gastronoom aardig stil toen ik gearresteerd werd! Na n telefoontje naar mn chef die kon bevestigen dat ik inderdaad gewerkt had en dit tijdstip aankomst bus zuidplein klopte kreeg ik wel excuses voor t ongemak en mocht ik gaan.Mn punthoofd kwam die dag niet meer goed.Volgende ochtend op mn werk Ellie!:Saatje!!Shad gister politie aan de lijn over je.. !Mn Chef: Aatje niks aan je vrije middag gehad zeker?…..Kantoor die middag ook niet echt tot rust gekomen wat ik na wat dagen later hoorde..

Wat weken later zit ik met mn maatje na de busrit n biertje te doen. Nog steeds blij met n pracht van n sportjack van de schotse voetbalclub Celtic United. Gekocht van een chauffeur die n schade container had… , schittert een groen met grijs jasje met Celtic me tegemoet achter de gokkast… Toeval of niet… De man achter de gokkast zal het niets uitgemaakt hebben…

Relativiteit op zijn Rotterdams

Zo, de meivakantie is voorbij, Koninginnedag is geweest, Moederdag, en ook mijn verjaardag. Mijn verjaardag valt altijd in de meivakantie. Dat heb ik altijd heerlijk gevonden. Eerst Koninginnedag en dan 2 nachtjes slapen en dan.. jarig!
Toen ik op de Sint Nicolaas school zat, waar ik alleen in de eerste klas heb gezeten (heet nu groep 3), omdat wij gingen verhuizen naar Ommoord, was mijn verjaardag echt een superfeest.
We gingen op vakantie naar Mallorca, Spanje. Met het vliegtuig!!!! Ik vónd het wat!
Het begon al met de reis naar Vliegveld Zestienhoven, vlak bij de ‘Tuin’. Al die vliegtuigen die we altijd over hoorden komen stonden daar. Nog steeds weet ik wanneer de zomer eraan komt door te luisteren naar een vliegtuig. Zomerlucht maakt dat het geluid van een vliegtuig heel anders klinkt.
De vertrekhal was in mijn ogen druk en groot. Ja, Schiphol had ik nog nooit van gehoord.
Je moest de koffers afgeven en dan wachten. Heel veel meer kan ik me er niet van herinneren, maar wat ik zeker weet is dat we over het gras reden met het vliegtuig. Dat was behoorlijk hobbelig. Ik heb later begrepen dat er betonplaten onder het gras waren gelegd, logisch, want een vliegtuig zakt weg in polderklei. En dit vliegveld is in een polder aangelegd.
Een paar uur later landden we op Vliegveld Palma de Mallorca, dat toen net zo kleinschalig was als Zestienhoven nu. Als ik het voor het zeggen had, gingen alle reizen vanaf Zestienhoven, want ik vind het reuze prettig vliegen vanaf daar en ook het thuiskomen is erg fijn.
Wel gek dat je als kind zo anders denkt over tijd, ruimte en afstanden. Rotterdam is een grote stad, maar toch.. als ik mijn straat uitloop, holletje op, sta ik aan de Rotte. Als ik de andere kant opga, langs het Tankstation, oversteken, viaduct onderdoor, sta ik bij het Kralingse Bos. Als ik het Bos doorga, sta ik aan het eind in Crooswijk… even doorlopen en.. daar is het Oostplein. In mijn hoofd is alles verder dan in het echt. En als het toch per ongeluk verder is dan in mijn hoofd, neem ik net zo makkelijk de Metro terug naar huis.
Steek ik tussendoor bij de tennisvereniging, holletje op, over de Irenebrug, door naar het eindpunt van lijn 4 en dan naar de Streksingel..dan sta ik midden in Hillegersberg. Bergse Dorpsstraat af, Straatweg af en ik sta op Station Noord. De Trein of Bus 35 brengen me zo nodig thuis.
Terwijl ik dit overdenk en neerschrijf, neem ik me voor om – nee, nee, niet weer eens te gaan wandelen – mijn fiets eens wat vaker uit de berging te halen. Het wordt vast zomer. Zoveel moois te zien! Wel windje méé graag!

Met Opa Bram door Rotterdam -5

– De zomer komt eraan. En met de zomer het tuinseizoen.
Oma en Opa hebben een Volkstuin. Niet zomaar een groentetuintje, nee, een echte grote tuin, met gazon en een huisje er op, waar je zelfs in zou kunnen overnachten. Een keukenblok, een zitbank, een eethoek. In het begin was er nog geen stromend water in de huisjes en moesten we naar de W.C. in het toiletgebouw bij de speeltuin.
De ‘Tuin’ is in Overschie. Zestienhoven heet het complex. Het is verdeeld in een nieuw en oud gedeelte. Oma en Opa hebben een huisje op het oude deel, het gezellige gedeelte. Als je van de Overschiese Kleiweg rechts de hol afliep, was Opa’s tuin aan je linkerhand. Eerst was er een plein, waar ik met plezier heb staan kijken naar fanfare optredens met een majorettegroep. Daar was ook het eindpunt van de jaarlijkse bloemencorso’s, de lampionnen optocht en het informatiebord te vinden. Dan liep je rechtdoor en op het hoofdpad aan de linkerkant was Opa’s tuin, Opa’s trots.
De allereerste dag van het seizoen was nooit zo leuk. Om bij het huisje te komen, ging je door het tuinhekje van zilver metaal met een ontwerp in spijlen van een opkomende (of ondergaande) zon. Dan lopen via de flagstones. We mochten uitdrukkelijk niet op het gras!! Dat was niet gemakkelijk, want het gras stond uiteraard erg hoog, na het winterseizoen. Aan het eind van het pad was het terras, waar in de zomer altijd een tafeltje stond met stoelen in elk een andere kleur waslijnzitting. Dan, uiteindelijk ging de deur van het huisje open. Een muffe lucht stroomde je tegemoet, opgesloten vocht en stof van maanden. In de vensterbanken lagen, op hun rug, dode vliegen. Je kon de zon door het stof zien schijnen.
Gelukkig voor mij was schoonmaken een taak van de ‘vrouwen’, dus ik ging met Opa eerst eens de tuin inspecteren. Staande, bekeken vanuit de deuropening van het huisje, was rechts het groente- en fruitgedeelte. Een moesappelboom, waar heel zure, wormgevulde, appels aan groeiden en waar Oma appelcompote van maakte. Deze werd vaak geserveerd met de verse tuinboontjes, die maar niet op leken te raken. De appelmoes was meestal nog lauwwarm. Net als de gekookte custardvla als toetje. Die was met vel. Ook had Opa aardbeien en kropgroenten. In mijn herinnering hadden we ook kroten, maar zeker ben ik er niet van. Helemaal voorin de tuin, tegen de heg aan, waren de bloemen. Mijn lievelingsbloemetjes waren de leeuwenbekjes. Fascinerend hoe je die ‘plop!’ open kon laten springen. In het midden van het grasveld, sorry Opa, gazon, stond een fiere perenboom. Ook niet vegetarisch, want, wormen inclusief. Aan de lange linkerkant waren struiken en planten. Maar er was ook een geheim… achter het huisje stond mijn lievelingsstruik, altijd in de schaduw. De klapbessenstruik! Pas aan het eind van het tuinseizoen waren deze kruisbessen rijp. Tot dan deden we het in de zomer met zelfgeplukte bramen, die langs het pad, dat oud en nieuw terrein scheidde, volop groeiden. Met emmertje en speelkleding aan struinde ik dwars door de gedoornde struiken, om compleet bekrast en geschaafd terug te keren met mijn volle emmertje. Achter die struiken was een heel groot grasveld, waar ik met het meidenteam mee mocht voetballen als kleinste en waar de jaarlijkse sportdag plaats vond.
Die speelkleren vielen in de categorie ‘bah!’, samen met tuinboontjes, warme appelmoes met stukjes en vla met vel. Opa had namelijk nog oorlogse handigheidjes. Waardoor ik dus behoorlijk voor joker liep. Mijn speelschoenen waren namelijk geprepareerd. Het waren te kleine schoenen, waar Opa handig de neuzen uit had gesneden. Ook was ik de enige die, na gevraagd te hebben of ik ook stelten mocht, op twee verschillende, aan beide zijden doorboorde, conservenblikjes met touwtjes door de speeltuin strompelde.
Toch was de tuin fijn. Ook al moesten we soms, door omstandigheden, lopend naar huis. Mij zie je niet op de vierdaagse van Nijmegen! En tuinboontjes komen er bij mij niet in. Nooit!

EXIT

Ja, rond 1977 de poptempel van Rotterdam!
Als groots muziekliefhebber hield ik alle nieuwe ontwikkelingen bij via op Centraal gekochte Engelse muziekbladen. De opkomende Engelse new wave punk bands die Exit aandeden hield ik dan ook goed in de gaten!
Er gebeurde weer eens wat nieuws! Iedereen weer wakker in de ingedutte muziekwereld!
Ik op dat moment vriendinloos door het leven dus tevens voor mij t startsein weer wat actie te ondernemen!
Krokus n zijstraat oude binnenweg alles wat in Engeland hot was te koop!
Dus no time to waste! … N maand in de rode cijfers op de giro ff bijzaak op dat moment..
Maar t resultaat Aat was er. N Beatlejasje, puntschoenen, stropdasje , t juiste overhemd en nog ff mn haar spierwit geverfd net als Sting die toen in de film Quadrophenia van de Who een mod speelde.
Lees ik dat de Modettes n optreden in Exit zouden geven! n meidenband met al 2 top 10 hits in Engeland! Nog niet bekend in Nederland maar wel bij deze jongen , dus wie staat er vrolijk vooraan! N beetje net als sting staan dansen om zo cool mogelijk over te komen bij de meiden (inmiddels had ik film al tweemaal gezien voor de juiste bewegingen )
Een bomvol Exit… Zit ik me toch in een situatie…Concert in volle gang! Had ik t nou goed gezien? N knipoog van die mooie kortgerokte bassiste? Wel vantevoren een dutch courage op maar wel vaker gedaan dat kon t dus ook niet wezen!
Moest ik toch wel goed gezien hebben… !
Pauze..
Ook leuk te vermelden , toen stond Frederique Spigt nog achter de bar! Nu een bekend zangeres maar toen al een leuk apart type met humor.
Ze vond mij er maar raar uitzien, ja bleek later dat ze niet op mannen viel.
Vervolg concert ; K had mn plaats vooraan podium weer ingenomen..lets go!!!
N vuurwerk…sohey… die meiden helemaal uit hun dak en ik ook!
Laatste nummer en tevens toegift zit die drumster me toch naar mij te wijzen met die drumstok!.
K werd er verlegen van… sjans met 2 van die meiden dat kon toch niet waar zijn?!
Na afloop komt er een boom van een getattoeerde vent op me af …(bleek later n bodyguard) Of ik effe mee kon komen naar boven kleedkamer dames… Een journalist van de Hitkrant liep achter me aan en vroeg voor welk blad ik schreef ..Schrijven zal later wel gebeuren grapte ik nog. Probeert ie sneller als ik bij die meiden te komen wordt ie me toch hardhandig de trap afgesmeten , k durfde niet meer achterom te kijken. Ik naar binnen de kleedkamer in.. Al die meiden half ontkleed en n drank wat er stond… Kreeg gelijk wat aangeboden.
“Hey you mod! We like all your clothes! Where did you get that Beatlejacket? ”
De 2 mooiste meiden waar ik sjans mee had , ja t was te mooi om waar te zijn.
Vraagt de bassiste waar ik mn beatlejasje gekocht had, en de drumster waar mn schoenen, beiden leuk voor hun man.
Met de minst knappe en nog vrijgezelle gitariste nog wel wat brieven uitgewisseld maar die avond ook niet verder gekomen dan het 3 zoenen op de wang , die ik als eerste zelf uitdeelde.
Na afloop nog een drankje Melief Bender oude binnenweg gedaan. Bleek dat Steve de Engelse ober mij de kleedkmer in en uit had zien gaan. “Aardig druk gehad in de kleedkamer zeker? ”
“Tuurlijk Steve! Wel voor hetere vuren gestaan! ”
Heb ik nog lang moeten horen…Na een bestelling kon ie t ook nooit laten mij in t oor te fluisteren : “groupie!” Maar dan wel voor meidenbands….

Feest en presentatie ‘Groot Rotterdams Molenboek’ bij ‘De Speelman’

OVERSCHIE – Het is alweer veertig jaar geleden dat molen ‘De Hoop’ van de Delftweg naar de Overschiese Kleiweg werd verplaatst en daar in gewijzigde vorm een nieuw leven begon. Zo werd hij ‘De Speelman’ genoemd, naar de familie die meer dan een eeuw de molen in eigendom had. In 1972 was de vernieuwde molen gereed en werd toen feestelijk in gebruik genomen. Dat was vooral te danken aan een initiatiefcomité onder leiding van mevrouw S.M. Krijgsman, toen voorzitter van de Wijkraad voor Overschie.

Het comité was daar niet in geslaagd als het niet veel steun uit het bedrijfsleven had gekregen. Zo was de firma Nederhorst, op dat moment bezig met de aanleg van het Kleinpolderplein, bereid om de fundering van de molen geheel voor rekening te nemen terwijl de gemeente Rotterdam de grond onder de molen in erfpacht ter beschikking stelde. De molen kreeg bovendien weer een monumentale status omdat grote delen van het uit 1712 daterende interieur en het maalwerktuig werden verwerkt in de nieuwe molenromp, opgetrokken van stenen van in Friesland gesloopte arbeidershuisjes. Dat gaf ook recht op subsidie van het Rijk. De molen is prachtig opgemetseld door de firma Schakel uit Exmorra. Vorig jaar kreeg ‘De Speelman’, die sinds de verplaatsing eigendom is van de vereniging ‘De Hollandsche Molen’, weer een nieuwe opknapbeurt. Ook toen sprongen veel stichtingen bij met een bijdrage in de kosten.

Op woensdag en zaterdag is het wiekenpand open voor de verkoop van meel(producten) en bezichtiging. Sinds 1983 heeft de exploiterende ‘Stichting tot behoud van molen De Speelman’ een contract met molenaar Ton Edixhoven, die alweer bijna 30 jaar de molen bemaalt. Hij wordt geholpen door Jaap de Jong en Hans van der Marel.

Het behalen van de mijlpaal is mede reden voor het samenstellen van een feestprogramma op Nationale Molendag 2012 op zaterdag 12 mei. Vanaf 09.30 uur is iedereen welkom om mee te helpen met het feestelijk optuigen van ‘De Speelman’. Wel graag een telefoontje vooraf met molenaar Edixhoven (0612-730551). Voor het in de vreugdestand zetten van de wieken bestaan veel oude gebruiken die de molenaar graag zal uitleggen. De Overschiese Starrenburg scouts zetten naast de molen een tent op, maar de organisatie rekent natuurlijk op mooi weer. Vanaf 12.00 uur wordt er een kopje koffie geschonken en een overheerlijke pannenkoek geserveerd en kunnen belangstellenden een boeiende rondleiding door het binnenste van de molen maken. De pannenkoeken worden gebakken en geserveerd door vrijwilligers van de molen. Gratis, maar een bijdrage wordt op prijs gesteld. Natuurlijk kan iedereen zich ter plekke laten inschrijven als begunstiger. Het onderhoud van dit brok cultureel erfgoed is en blijft een kostbare zaak.

Omstreeks 13.00 uur is de officiële opening van het programma door deelraadsvoorzitter Kees van der Meer en worden ballonnen opgelaten. De eigenaar van de ballon die verst komt krijgt een fraaie prijs. Aansluitend is de overhandiging van het eerste exemplaar van het ‘Groot Rotterdams Molenboek’ (deel I) waarin ruime aandacht wordt besteed aan het rijke Overschiese molenverleden. Ooit stonden tussen de oude dorpskern van Overschie en het Hofplein in Rotterdam meer dan twintig molens.  Het van prachtige foto’s voorziene boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Voet te Capelle aan den IJssel en is van de handvan Hans van Krimpen en anderen. Molenkenner Hans vanKrimpen heeft met zijn medeauteurs meer dan een jaar naspeuringen gedaan in oude (foto)archieven om de kennis over de molens van het noordelijke deel van de Rotterdamse regio vast te leggen. Ze voeren de lezer langs een denkbeeldige tocht langs alle molens die ooit in het gebied gestaan hebben. Directeur Leo Endedijk van ‘De Hollandsche Molen’ neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Daarna is het voor iedereen te koop voor 27,95 euro.

Aansluitend is er voor jong en oud een afwisselend programma met diverse spelen en attracties en de start met een competitie strobalengooien. Die wegen 4.5 kilogram en moeten met een hooivork over een lat in de hoogte worden geworpen. Het is een spectaculaire sport die in diverse delen van het land al langer wordt beoefend. Ook zijn er nostalgische wedstrijden als kruiwagenraces en eierenvangen waaraan iedereen kan deelnemen. Natuurlijk zijn prachtige prijzen beschikbaar. Uiteraard is er een stand met allerlei consumpties tegen billijke prijzen. De prijsuitreiking en afsluiting van het feest zijn omstreeks 17.00 uur. Reserveren van het boek is mogelijk via 010-0102847362, arnoudvoet@online.nl of www.uitgeverijvoet.nl

Onder criminelen – Astrid van der Star

Dit boek is een zeer realistisch verslag van het leven en werken binnen een Justitiële Inrichting, in dit geval een Huis van Bewaring.

Ik kan dit beamen, omdat ik zelf in de 90-er jaren, net als de auteur, vele jaren op de ring heb gelopen, bewaarster was.

Niks zo gek in het boek, of het is waar.. het geeft een open blik naar binnen, waar het spanningsveld tussen personeel en gedetineerden soms echt voelbaar is. Maar ook de humor, leuke momenten, lieten me weer gniffelen.

Hier en daar zijn enkele tijd- dan wel locatiefouten te vinden, maar dat weten alleen diegene die erbij waren. Er gebeurt ook echt heel veel op een dag ‘binnen’.

Een aanrader!

Met Opa Bram door Rotterdam -4

De zon schijnt, ook op de Willem Buytewechstraat, waar ik naast Opa druk aan het struikelen ben over het kleurrijke, samengeperste, balletje ter grootte van een tennisbal. Het zit middels een lang maar dun elastiek om mijn enkel en het doel is om, al lopende, je ene been in de rondte te draaien en dan met je andere been over het elastiek te springen. Zo kan ik mijn energie kwijt, druk bezig zijn en ondertussen bijna niet vooruit komen, zodat Opa mij bij kan houden.
Opa wandelt, zoals altijd wanneer hij ‘los loopt’, met zijn beiden handen gevouwen op zijn rug. Kuieren heet dat.
We lopen niet ‘zomaar’, neeheeeee, we zijn op weg naar het Heemraadsplein. Het is Koninginnedag. Overal hangen vlaggen uit. De zon maakt het alleen maar feestelijker. Met oversteken mag ik even niet huppelen. Ik volg Opa op de voet, als altijd gekleed in een driedelig pak, met bretels en stropdas, en daar overheen een trenchcoat in een gedekte kleur. Greige, heet dat tegenwoordig. Op zijn hoofd zijn onafscheidelijke Stetson herenhoed, mikpunt van menige duif of meeuw. Vandaag hoeft er geen das om de nek, het is lenteweer.
We wandelen langs Piet Heijn, waar ik even los mag gaan met het balletje om het standbeeld heen, terwijl Opa oversteekt en een plasje gaat doen in het eerste openbaar urinoir op onze route. Dan vervolgen we onze weg, over de ‘enge’ brug naar de Lage Erf brug en dan via het korte stukje van de Nieuwe Binnenweg naar het Heemraadsplein.
Het is een fijn plein, met veel bankjes, waarop Opa kan rusten en speeltoestellen van ijzer, felgekleurd. Ik zit graag achter het stuur van de Brandweerwagen op het pleintje. Aan de andere kant van het plein, grenzend aan de Mathenesserlaan, is een restant van de oorlog, een Bunker, een Schuilkelder volgens Opa. Aangezien ik schuilen op dat moment associeerde met regen, vond ik het een spannend stukje plein.
Vandaag, op Koninginnedag, is het druk op het plein. Je kunt er stoepkrijten, blikjes gooien, snoep en toetertjes kopen. Ik haal het balletje van mijn enkel en kijk bij de krijtschilderijen.
In die dagen waren de winkels nog dicht op Feestdagen, dus geen Jamin vandaag. Daarom krijg ik een lollie, door Opa gekocht op het plein. “Niet lopen met de lollie!” zegt Opa en ik ga naast hem zitten op het bankje helemaal links op het plein aan de kant van de Nieuwe Binnenweg. Maar niet voordat Opa zijn zakdoek op het bankje heeft gelegd, zodat mijn jurkje niet vuil wordt.
We kijken nog wat naar de mensen, Opa doet nog een plasje, en wanneer mijn lollie op is, gaan we weer kuierend huiswaarts.
Zelfde weg terug, alleen nu aan de overzijde van de straat. Thuis aangekomen kom ik erachter, dat mijn elastieken balletje nog steeds in mijn jaszak zit…