Op Zuid

Samen met een vriend die nu in Breda woont zijn we aan het brainstormen over mogelijke plekken om te wonen in Rotterdam. M wil graag samen met zijn vriendin een huis kopen in Rotterdam omdat dat qua werk handiger is. Budget genoeg, eisen hoog. Zo willen ze heel graag een tuin en moet je makkelijk bij Kralingse Zoom kunnen komen (auto/fiets/openbaar vervoer). 

Ze willen wel echt in Rotterdam wonen. Richting Alexander en Capelle a/d IJssel is al te ver, evenals Barendrecht, Hoogvliet of Spijkenisse. Kralingen staat nu hoog op het lijstje, maar daar heb je volgens hen enkel benedenwoningen of woningen ver boven hun budget.

‘Tja.. en op Zuid wonen?’ vroeg ik uiteindelijk. Zuid is super hip tegenwoordig. Zeer betaalbaar, je hebt fijne horecagelegenheden, genoeg winkelmogelijkheden, je zit zo op de snelweg en op de fiets of met de RET (het openbaarvervoer) zit je ook binnen 10 minuten op Beurs. 

Voor de mensen die niet uit Rotterdam komen: zo praten wij Rotterdammers. In metrohaltes. Soms geven die de naam van een wijk of gebied aan, maar heel vaak lijkt de naam (tegenwoordig) ook totaal random te zijn. Beurs is een algemeen begrip voor het centrum als je bijvoorbeeld wilt winkelen, omdat het o.a. de Koopgoot, Lijnbaan(plein) en Coolsingel kruist.

‘Zuid..’ verzucht vriend M. ‘Maar dan moet je elke keer die brug over,’ zegt hij op een erg zielige toon. Mijn vriend en ik beginnen keihard te lachen: héél die brug over! 

foto ondergaande zon Erasmusburg credit Sylvia Niemantsverdriet

Geschreven door Sylvia Niemantsverdriet

Meer van haar lezen? Check http://keepmovingforward.nl

Heel de aarde is je vaderland

De zomervakantie is weer voorbij. Ik merk het aan alles. De toeristen hebben plaats gemaakt voor de vele schreeuwende scholieren op de fiets, met grote tassen op hun rug of zoals tegenwoordig erg hip is: in hun fietskrat.

Het zonnetje schijnt lekker en ik ben blij dat ik nog geen jas aan heb gedaan, ondanks dat de weerapp op mijn telefoon vanmorgen 14 graden aangaf en ik normaal gesproken nogal een koukleum ben.

Genietend van de mooie stad om me heen word ik opgeschrikt door een man die onverwachts het fietspad opspringt. Met piepende remmen kom ik tot stilstand. Op de stoep staat nog een groepje mannen. De man op het fietspad vraagt me iets in het Turks en het groepje op de stoep kijkt me vragend aan. Ik haal mijn schouders op als teken dat ik hem niet begrijp. ‘I don’t speak Turkish,’ zeg ik hem.

Glimlachend schakelt hij over in accentloos Nederlands. ‘Vergeef me, ik dacht dat u Turkse was,’ en zegt lachend iets in het Turks tegen de groep die daarop ook allemaal moeten lachen. ‘Wij zijn op zoek naar het Turkse consulaat, kunt u ons helpen?’ Vraagt de man vervolgens. Toevallig weet ik waar het Turkse consulaat in Rotterdam zit en wijs de man hoe ze moeten lopen.

‘Dank u wel, en nogmaals sorry dat ik er van uit ging dat u Turkse was,’ zegt de man, en maakt aanstalten zich weer bij de groep te voegen. Lachend kijk ik hem aan en zeg: ‘U bent niet de eerste hoor. Ik word vaker in een voor mij vreemde taal aangesproken. Blijkbaar kan ik voor veel nationaliteiten door’. Waarop de man antwoord met: ‘Heel de aarde is je vaderland,’ en wijst achter mij. Ik draai me om en zie dezelfde tekst op de gevel van de bibliotheek staan.

De man wenst me een prettige dag toe en ik wens hem hetzelfde. Ik zwaai naar de groep en stap weer op de fiets, glimlachend om de toevalligheid van deze ontmoeting.

In Rotterdam leven zo’n 174 verschillende nationaliteiten in vrede en op een positieve manier naast elkaar. Ik ben trots op ‘mijn’ stad en ik ben dankbaar (afgezien van de weersomstandigheden soms 😉 ) dat ik in Nederland geboren ben. De beelden en verhalen op het nieuws over de vluchtelingen doen pijn aan mijn hart. Zoveel mensen die niet in vrede leven, die heel hun bestaan achterlaten omdat het land waarin ze wonen niet veilig is.

Mensen die niks meer hebben, hun leven wagen om hun kinderen een betere toekomst te bieden. Ik word daar verdrietig van. Maar het ergste nog, vind ik de mensen die op social media roepen dat het gelukszoekers zijn, dat die hulpbehoevende mensen wat hen betreft niet welkom zijn. Als er 700 mensen omkomen op zee, zeggen: ‘Zo, dat scheelt weer 700 uitkeringen’. Daar word ik pas echt verdrietig en een beetje misselijk van. Nu weet ik wel dat de mensen die dit roepen niet de slimste zijn, het raakt me wel.

Daarom vond ik het zo mooi dat die meneer vanmorgen zei: Heel de aarde is je vaderland. Ik zou willen dat iedereen daar zo over denkt!

Sylvia Niemantsverdriet

Ik ben een bofkont!

Maandagochtend 10:00u. Ik heb een kop koffie gezet en ga ermee op mijn bank zitten. In stilte geniet ik van het zonnetje dat tegen de gevel van het gebouw aan de overkant schijnt. Op een paar fluitende vogeltjes en het zachte monotone geruis van een ventilatiesysteem van het Hulstkampgebouw na, hoor ik verder niks. Het is stil op het Noordereiland. Dit vind ik het fijnste moment van de dag. Mijn buik wordt gemasseerd door de scherpe nageltjes van Dodo, die alle tijd neemt om het beste plekje op mijn schoot te vinden. De bomen wuiven zachtjes met hun takken op het lichte briesje dat door de straat waait. Ik woon midden in een wereldstad, maar zo voelt het niet. De serene sfeer doet me meer aan het platteland denken en ik realiseer me dat ik een bofkont ben.

Terwijl ik met kleine slokjes mijn hete, sterke koffie op drink overdenk ik afgelopen weekend. De prachtige, roze zonsondergang die ik met mijn voeten in het lichtblauwe zeewater mocht aanschouwen was absoluut het hoogtepunt. Die vijftien minuten voelde als vakantie in een ver tropisch oord, maar was gewoon op de plek waar ik ben opgegroeid. De zaterdagochtend was ook fijn. Koffie en taart met mijn twee Zeeuwse vriendinnen, waar ik al sinds de brugklas bevriend mee ben. De meiden waarmee ik jong ben geweest en volwassen mee ben geworden. Ik zie ze veel te weinig en heb ter plekke besloten dat ik hen veel vaker wil zien.

W. had haar 7 maanden oude zoontje meegenomen. Ik mocht hem ook even vasthouden zodat zijn mama rustig haar taartje op kon eten, voordat het aangevallen werd door de vele wespen die rond onze tafel zwermden. Stoer en stevig stond hij op mijn schoot, ik ondersteunde hem enkel onder zijn armpjes. We moeten lachen om het feit dat twintig (!) jaar geleden de eerste Flippo’s in de zakken chips te vinden waren en dat we dat nog weten als de dag van gisteren. Als tieners waren we altijd bang om ouder te worden, de gedachte om ooit dertig te worden beangstigde ons. Maar daar op het terrasje, de dertig reeds gepasseerd, maakte ons dat helemaal niet meer uit.

Ik denk aan de autorit naar Breda, zaterdagmiddag. Waarbij ik op blote voeten reed en keihard meezong met de popliedjes op de radio. Ik was op weg naar mijn vriend, die de avond daarvoor met veel bier en vrienden de opening van het nieuwe voetbalseizoen had gevierd. De gedachten aan de lach op zijn gezicht toen ik zijn appartement binnenstapte en de kus die hij me als begroeting gaf, zorgen voor een warm gevoel in mijn lijf.

De koffie is inmiddels op en buiten hoor ik weer wat meer geluiden. Kinderen die lachend voorbij rennen op weg naar het speelveldje aan het eind van de straat en een bestelbusje dat belanden wordt. De zon is achter de wolken verdwenen en Dodo staat langzaam op van mijn schoot, rekt zich uit en kijkt vervolgens naar me met zijn ‘wanneer gaan we eten?’ blik. Ik sta op en rek mezelf ook even goed uit. Drie paar kattenogen staren me nu verwachtingsvol aan. ‘Kom jongens, we gaan eten’ roep ik vrolijk en mijn drie katten rennen voor me uit richting de keuken. ‘En ik moet ook maar eens wat gaan doen,’ mompel ik zachtjes tegen mezelf. De week is weer begonnen!

noordereiland 2

 

Sylvia Niemantsverdriet