Rotterdam Toen

Rotterdam toen

We kijken terug op het dagelijkse leven in de jaren 60, 70 en 80. Discussies en blogs over het uitgaansleven, verwijzingen naar
verdwenen cafés Restaurants en Eetgelegenheden.

De romantiek van het uitgaan in een winderig Rotterdam, waar je een kwartier moet lopen om vanaf het Stadhuisplein naar de Witte de Withstraat te gaan. Maar ook het gevoel van de haven. De boten de Parkkade, Maastunnel en de Spido.

De vakantie werd gevierd in Jeugdland of in de Plompert en daar verlangen we nog stilletjes naar!

De column van Rein.

Rein Wolters (1946) is een Rotterdams journalist. Hij werkte vanaf 1959 voor het Vrije Volk en vertrok in 1991 naar het Rotterdams Dagblad. Wolters is auteur van 38 historisch getinte boeken over Rotterdam, die hij zelf schreef of aan meewerkte. In 2007 verscheen van zijn hand “Onverbloemd”, de autobiografie van Annie de Reuver. Speciaal voor EchWelRotterdams geeft Rein zijn kijk op Rotterdam.

Signeren bij boekhandel B&B werd leuke reünie

OVERSCHIE – Vrolijke verhalen als ,,weet je nog’’ en ,,ik heb nog oude foto’s’’, maakten zaterdag 24 november van de signeersessie van auteur Rein Wolters bij de Overschiese boekhandel Bensmann & Blankstein een vrolijke happening. Tientallen mensen met een warm historisch hart voor Overschie
kwamen deel 4 van ‘Momenten uit de Overschiese samenleving’ kopen, maar voegden met hun vertellingen bijna een nieuw hoofdstuk toe aan de boekenreeks van Wolters.

Het waren heerlijke momenten. ,,Voor een auteur om van te smullen,’’ verwoordde Ada van Noordwijk, die toch maar even uit het Brabantse Rijsbergen was gekomen om wat van de nostalgische sfeer te proeven. Voordat auteur Rein Wolters er erg in had waren twee uur zitten en signeren voorbij. ,,Prachtig allemaal en ik denk er hard over toch maar te beginnen aan een vijfde deel,’’ liet hij Anneke Bensmann en Ellen Blankstein van de boekhandel weten.

Daarop werd trouwens de dag ervoor in het gastvrije museum Oud-Overschie ‘De Hoop doet Leven’ ook al behoorlijk aangedrongen. ,,Je boeken zijn prachtig gedocumenteerd en belangrijk voor het blijvend vastleggen van de historie van ons woongemeenschap,’’ sprak iemand. Wolters en zijn uitgever Arnoud Voet waren naar het museum gekomen voor de presentatie van – in dit geval – Reins vijftigste boek. Afgesproken was dat Kees van der Meer, voorzitter van de deelgemeente Overschie, het eerste exemplaar ging overhandigen aan burgemeester Arnoud Rodenburg van
buurgemeente Midden-Delfland. Rodenburg verwoordde zijn bewondering voor het vastleggen van de historie, temeer omdat zijn familie in het gebied de wortels heeft liggen en dat hij eerst als bestuurder van Overschie en nu als burgemeester er grote betrokkenheid bij heeft. Overigens heeft Rodenburg bij zijn collega Ahmed Aboutaleb wel toestemming moeten vragen om in zijn functie van burgemeester op Rotterdams grondgebied Wolters te mogen toespreken.Tot zover liep de regie in de pas, maar toen werd Kees van der Meer een gewaardeerde stoorzender.

Hij sprak Rein Wolters bewonderend en waarderend toe en bedacht hem met de Overschiese Penning, een hoge onderscheiding voor mensen die zich op bijzondere wijze inzetten voor de gemeenschap. De beduusde Wolters bedankte stamelend: ,,Ik sta nu letterlijk en figuurlijk met een bek vol tanden.’’ Ook Ada van Noordwijk, sinds enige jaren Wolters’ co-auteur, werd bedacht met de penning. Zij zet
zich eveneens al jaren in voor Overschie. Eerst als kleuterleidster, later als columniste en publiciste voor diverse kranten als de Dichtbij en ook als pr-vrijwilligster voor wooncentrum Stadzicht. Voor Wolters is het nu een bijzondere periode.

Naast zijn vijftigste boek in 27 jaar is hij vijftig jaar actief in de journalistiek en is hij binnenkort ook een halve eeuw getrouwd. Ook bijzonder, want zijn vrouw Ellie en hij waren 16 en 15 jaar toen ze met toestemming van koningin Juliana trouwden. Ze zijn gezegend met drie kinderen en vier kleinkinderen. Musicus Adri Troost kreeg tijdens de presentatie open doekjes voor zijn leuke intermezzo’s.

Rein Wolters schreef naast vijf boeken over Overschie ook standaardwerken als ’40 jaar Zeskamp Hoogvliet’, ‘90 jaar Spido in vogelvlucht’ en ‘Overbloemd – negentig jaar Annie de Reuver’.

Café de ‘Oude Sluis’ hoopt alsnog op komst Máxima en Alexander

Bruiner dan de ‘Oude Sluis’ kan een café niet zijn. Niet sinds gisteren, maar al een volle eeuw. Wat ooit een wachtlokaal was voor schuttende schippers, is nu een volkscafé met een gemêleerd publiek dat niet alleen in Delfshaven woont.

,,Ze komen nog steeds overal vandaag,’’ weet de 70-jarige Willem Terlouw die van 4 oktober 1978 tot 1 april 2011 eigenaar was van het bekende etablissement op de hoek van Schiedamseweg en Aelbrechtskolk.

Af en toe slurpt hij nog een bakkie troost in het café dat hij vorig jaar vanwege zijn leeftijd overdroeg aan de compagnons Danny van der Kroef en vader en zoon Aad en Alex de Vries. De 48-jarige Danny werkt er al sinds 1990 als bedrijfsleider. Hij kent elke hoek van de zaak, terras en natuurlijk de klanten van haver tot gort. ,,Waar vind je in Rotterdam een café met terras dat zo schitterend ligt als aan de Aelbrechtskolk? Ook vanuit ons moderne rookhok heb je er een prachtig panorama op,’’ vult De Vries senior aan.

Als de muren van de ‘Oude Sluis’ konden spreken, zou dat bijzondere geheimen opleveren, roepen Willem Terlouw en Danny van der Kroef in koor. Willem: ,,Zoals het onderonsje dat we hadden met ‘de jongens met de oortjes’ van de Rijksvoorlichtingsdienst toen Willem-Alexander en Máxima op 15 oktober 2001 een kennismakingsbezoek brachten aan Delfshaven. Of zij in onze zaak een biertje konden drinken. Man, wat was ik vereerd. Alles werden gescreend en onder grote geheimhouding geregeld,’’ verkneukelt Terlouw zich weer als hij aan dat moment terugdenkt. ,,Ik had een speciaal likeurtje voor ze ingekocht ‘Hempje licht op’ en dat stond ingeschonken. Ze arriveerden met de tram, die voor de deur stopte. Helaas zijn ze niet verder gekomen dan de deur. Ze waren achter geraakt op het schema en kwamen – helaas voor ons – toch maar niet naar binnen. Jammer van alle moeite. Ik hoop dat het Koninklijk Paar die teleurstelling voor ons nog eens komt goedmaken.’’

Het nu monumentale pand van de ‘Oude Sluis’ is in 1911 gebouwd op het fundament van een uit de 16de eeuw daterende sluis tussen de Aelbrechtskolk en Delfshavense Schie. Later is deze door een nieuwe vervangen en de deuren daarvan zijn er nog steeds. Ze kunnen niet meer open omdat de buis van de metro er sinds de jaren tachtig is ingegraven. Overigens was het bouwen van de metrolijn (geopend op 25 april 1986) van en naar het Marconiplein bijna de doodklap voor de ‘Oude Sluis’. ,,Onze zaak was enkele jaren vrijwel niet bereikbaar en al helemaal niet voor toeristen,’’ weet Van der Kroef. Hij zegt het jammer te vinden nauwelijks profijt te ondervinden van passagiers die met grote cruiseschepen naar Rotterdam komen. ,,Zo af en toe stopt er een touringcar voor de deur en laten de mensen zich fotograferen, maar zijn gelijk weer foetsie. Van koffie met appeltaart op ons terras is geen sprake.’’

Enorme bruine panelen sieren het interieur van de ‘Oude Sluis’. Ze beelden allemaal ‘drinkgelag’ uit en zijn gemaakt door Italiaanse terrazzowerkers die in het begin van de vorige eeuw in Delfshaven woonden en werkten. Volgens de overlevering was het maken van de van gips en gaas geboetseerde kunstwerken onderdeel van het betalen van drinkschuld aan café-eigenaar Piet de Nijs senior die vanaf 1911 de zaak gedurende 66 jaar binnen zijn horeca-imperium hield. Hij verkocht de zaak aan John Brummen, die er na anderhalf jaar de brui aan gaf, waarna Willem Terlouw de nieuwe eigenaar werd. Hij maakte er een kleurrijk café van waar studenten, academici, mensen van het conservatorium en ‘Jan met de Pet’ zich thuis voelen. ,,Er zijn klanten die al meer dan veertig jaar over de vloer komen.’’

Overigens zijn de in verval geraakte wandpanelen in restauratie en zo blijft ook die herinnering aan de rijke geschiedenis levend. Tot de viering van Oud en Nieuw biedt de ‘Oude Sluis’ een feestprogramma van honderd dagen met artiesten als Joris Lutz, Pierre van Duyl en The Amazing Stroopwafels. Zie voor het gehele programma:www.cafedeoudesluis.nl

Unieke haven- en schepenfotografie van Cornelis Nieuwland

‘Cornelis Nieuwland – Haven- en schepenfotografie Rotterdam 1905-1930’ is de titel van een indrukwekkende boek dat deze maand van de pers kwam en dat bij menig haven- en schepenfanaat het hart sneller doet kloppen. Het is een unieke verzameling foto’s die een bijzonder stuk Rotterdamse en maritieme geschiedenis blootlegt. Schepen uit alle windstreken van de wereld en in allerlei soorten en maten, deden de havens van Rotterdam en die van het Waterweggebied aan. Dit magnifieke en levendige beeld was de inspiratiebron voor fotograaf Cornelis Nieuwland. Duizenden schepen trokken aan de lens van zijn camera voorbij. Nieuwland was voor zover bekend de enige schepenfotograaf in Rotterdam in de eerste helft van de twintigste eeuw. Zijn nalatenschap vormt een uniek fotoarchief over de spectaculaire groei van de havens.

Cornelis Nieuwland vertoeft al 45 jaar niet meer in het land der levenden. Dat kan ook niet omdat hij in 1882 in Den Helder werd geboren en met zijn ouders verhuisde naar het Rotterdamse schiereiland Katendrecht tussen de Rijn- en Maashaven. Zijn vader was fondsbode (in de volksmond ‘borstbode’) en haalde aan de deur geld op voor onder meer de begrafenisverzekering. Al snel na de vestiging begon Cornelis Nieuwland als 18-jarige omstreeks 1900 met het fotograferen van havens en schepen die de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg bevoeren. Gelukkig is zijn bijzondere levenswerk bewaard gebleven. Uitvalsbasis van de ras-Katendrechter waren de studio’s die hij achtereenvolgens had aan de Sumatraweg, Rechthuislaan en Atjehstraat.

Tot 1930 fotografeerde hij duizenden sleepboten, zeetjalken, passagiers-, stoomvracht-, rader- en zeilschepen. Niets ontging hem. De vaak onzichtbare en daardoor geheimzinnige lading, de soms wonderlijke scheepsnamen als Hector, Mars, Fyglia, Ekaterina of Themisto en hun exotische herkomst prikkelden zijn fantasie en dat is vandaag de dag bij velen nog steeds het geval.

Cornelis Nieuwland fotografeerde vanaf levendige kades en vanuit een motorboot waarmee hij langs steden als Schiedam, Vlaardingen en Maassluis tot Hoek van Holland voer. Vermoedelijk werkte hij in opdracht van onder meer rederijen. Over het leven van Cornelis Nieuwland is nauwelijks iets bekend, van wie hij het vak geleerd heeft evenmin. Wel bekend is zijn deelname aan de Katendrechtse middenstand en het oppikken van een bijzondere gebeurtenis als een grote brand op het stoomschip ‘Sommelsdijk’ in de Maashaven. Het waren zijstappen in zijn carrière. Dat gold ook zijn fotostudio aan huis voor portretfotografie en de verkoop van prentbriefkaarten van schepen. Uit de collectie van ruim duizend bewaard gebleven glasnegatieven is door documentairemaker Joop de Jong van uitgeverij Diafragma het fotoboek samengesteld. Hij kreeg medewerking van maritieme kenners als Marien Lindenborn, Frits Gierstberg en Ben Maandag. Het is de eerste uitgave van een serie fotoboeken over onbekende Rotterdamse fotografen.

Dit boek telt 128 pagina’s met ruim negentig foto’s en is sinds 8 november verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijdiafragma.nl Isbn: 7989490631093. Het kost 22,50 euro, maar er is ook een speciale uitgave met een keuzeprint 40 bij 30 cm. van één van de unieke Nieuwlandfoto’s en deze kost 100 euro.

Verhalen gezocht over Overschiese buurtschappen Zweth en Kandelaar

Als het uit 1853 daterende pand ‘De Hoop’ van voormalige bierbrouwerij ‘W’(ijnaendts) in buurtschap de Zweth aan de Delftweg kon praten, zou er een boekwerk van te maken zijn. Maar een pand, hoe fraai gerestaureerd ook, kan dat niet. Willemina Suzanna (Ineke) de Hoog – Deurloo (65)) echter wel. Ze heeft levendige herinneringen aan het pand, waar ze sinds haar vierde jaar een deel van bewoont. Eerst als kind en tiener en vervolgens getrouwd met Pieter Antonie (Piet) Deurloo én moeder van dochters Monique en Suzanna, nu 38 en 35 jaar.

In begin 1900  kochten de gebroeders Cornelis ( Cees) en Willem de Hoog ‘De Hoop’ en vestigden er hun timmerbedrijf in wat later uitgroeide tot een aannemersbedrijf. Vanwege tegenstrijdige karakters hielden ze het samen niet uit. Willem vertrok naar de Ludolf de Jonghstraat elders in Overschie en begon daar zijn eigen bedrijf. Onderling hielden ze elkaar wel aan het werk.

Opa Cees de Hoog ontwierp als architect/aannemer woningen, onder meer voor de Rotterdamse Rijweg. Ook het ontwerp voor een rijtje panden aan het Saenredamplein kwam uit zijn koker en toen dat gereed was betrok het gezin Johannes de Hoog – zoon van Cees de Hoog – er een van en daar werd dochter Ineke geboren. Maar ze groeide er niet op, want dat gebeurde aan de Delftweg in Zweth, samen met haar oudere broers Cornelis (Cok) en Willem Arie (Aad). Ineke bezocht vanuit Zweth de Emma-kleuterschool in de Rodenburgstraat en aansluitend de lagere Wilhelminaschool. Haar vervolgopleidingen deed ze in Delft en Rotterdam.

,,Ik heb een heerlijke jeugd gehad,’’ vertelt ze aan een grote tafel in de voormalige bierkelder van de brouwerij waar alleen de geur van verschaald bier en vaten ontbreken om je er helemaal in sferen van 150 jaar geleden te wanen. De ruimte is prachtig strak gerestaureerd zonder de contouren van toen geweld aan te doen. Dat geldt trouwens ook voor de rest van het pand, waar door vlijtige vakmensen ooit ook doodskisten en houten wielen voor koetsen en sleperswagens werden gemaakt.

,,Met buurtkinderen  als Yvonne Lam, Nel Otting en Dirja Zandbergen struinden we door de polder en sprongen over slootjes. Soms er ook in en dan kwam je boven met bloedzuigers op je arm of been. Het gaf allemaal niks, we genoten van vrijheid en blijheid.’’ En: ,,Ook had ik een vlot in de Delftse Schie en roeide – zonder gevaar te zien – tussen de passerende schepen door. Ook klommen we in een roeiboot die achter een binnenvaartschip hing en voeren een stukje mee naar Delft. Op een keer verloor ik mijn badpak en moest terug in mijn blote billen.’’

Over de Delftse Schie voeren ook de (roei)veerpontjes van Willem Bijl (Kandelaar-Zweth) en Jan Groenenwegen van der Weijden (Ketelsekade-Schouwgat-Overschie). Vele voetgangers en fietsers hebben er vele decennia – tot in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw – gebruik van gemaakt.

Vrijwel altijd is het overvaren in goede harmonie gegaan met de toch wel drukke scheepvaart op de Delftse Schie. Maar niet in 1927 toen de veerboot door een hoge golfslag van een passerende binnenvaarder omsloeg en alle passagiers in het water vielen. Wonder boven wonder hield niemand er iets aan over, behalve dan het natte pak.

Wim Kerkhof van de Amazing Stroopwafels brengt een ode aan de veerman van de Kandelaar op zijn cd ‘Strooptocht’, uitgebracht in januari 2007.

De buurtschap in het noordoosten van Schiedam is een samenraapsel van huizen en boerderijen en is in de loop van eeuwen ontstaan. De eerste groep huizen ligt tegenover de Oude Hofweg, waar nu de begraafplaats en het crematorium Hofwijk in Overschie zijn. De eerste indruk is dat het leven er eeuwen stil heeft gestaan, maar dat rustieke beeld gaat verloren door veel te snel langsrazende auto’s over de geasfalteerde Kandelaarweg tussen Schiedam en Delft. De andere straat in het gehucht is de Kethelsekade, het voormalige jaagpad langs de Delftse Schie.

Verderop was er bij de Lage Brug – in het centrum van het oude Overschie – ook de veerverbinding van Jan Groenewegen van der Weijden en zijn vrouw Jaan tussen het Schouwgat en hun in 1767 gebouwde Veerhuis aan de Kethelsekade. Tot 1923 was het een veerdienst van Delft en na het afstoten van de voorziening door die gemeente werd het een particulier veer dat op afroep passagiers overzette.

Het ouderlijk huis van Eric, de in 1938 geboren zoon van Johannes Adriaan Augusteijn, staat aan de Schiekade tegenover de voormalige Scheepswerf ‘De Hoop’, zo’n vijfhonderd meter ten westen van het monumentale Veerhuis. Vanaf het Veerhuis passeerde men in westelijke richting de in de jaren zestig van de 20ste eeuw gesloopte boerderij en café ’s Gravenhuize. Dan was men overigens de grens met Schiedam al gepasseerd en heette de weg verder Schiekade. Café ’s Gravenhuize is nog een tijd gepacht door Augusteijn senior, die er ‘Hof van Cyrene’ als naam aan gaf.

De gemeente Rotterdam had voortschrijdende plannen met die hoek van de Oost-Abtspolder. Er moest een verbindingsweg komen vanaf het viaduct naar het nieuwe industrieterrein, dwars door het oude dorp en over het Veerhuis, dat Johannes Adriaan Augusteijn in 1949 voor 8500 gulden had gekocht. Rotterdam bood in 1962 aan om het Veerhuis van hem te kopen voor hetzelfde bedrag dat er voor was betaald, door inflatie inmiddels opgelopen tot 12.000 gulden.

,,Mijn vader weigerde, maar na lange procedures werd het Veerhuis in 1966 toch eigendom van de gemeente Rotterdam. Tot aan de sloop zou hij het mogen huren.’’ En legt uit: ,,Toen ons huis in 1949 werd onteigend ten behoeve van plannen voor de Oost-Abtspolder, kocht mijn vader noodgedwongen het Veerhuis. Dat was uit voorzorg om toch te kunnen wonen als onze eigen woning ontruimd zou moeten worden. Dit is echter nooit gebeurd, ons oude huis staat er nog altijd. Mijn ouders zijn er tot hun dood (vader in 1972, moeder in 1992) blijven wonen.’’
Nadat Augusteijn in 1949 het Veerhuis had gekocht, mochten de oorspronkelijke huurders er blijven wonen. Eric Augusteijn: ,,Dat was veerman Jan Groenewegen van der Weijden (iedereen kende hem als Jan van der Weijden) met zijn vrouw Jaan in het linker deel van het pand en Aart Beijer met zijn vrouw in het rechter gedeelte. Dagelijks werden wij door Van der Weijden of Beijer in een roeiboot overgezet om in Overschie naar school te gaan, samen met de kinderen Bijl van de in 1632 gebouwde boerderij ‘s Gravenhuize, de kinderen Klein Hesselink van scheepswerf De Hoop en de kinderen Beijer, neefjes en nichtje van Aart Beijer, die woonden op een schip naast ‘De Hoop’.
Na het overlijden van veervrouw Jaan Groenewegen van der Weijden trok de weduwe T.C. (‘tante’ Truus) Havelaar-Ouwerkerk bij weduwnaar Jan in huis, eerst als huishoudster en later als zijn partner. Na Jan’s overlijden in 1956 werd ‘tante’ Truus hoofdbewoonster van het linker deel van het Veerhuis en Arie Helsemans trok bij haar in. ‘Tante’ Truus bleef huurster tot haar dood in 1972, het rechter deel werd na het vertrek van de Beijers door diverse huurders bewoond. Na hun vertrek gebruikte Augusteijn het Veerhuis als cultureel centrum/streekmuseum.’’
Zijn zoon Eric herinnert zich: ,,In het rechter deel werden recepties, concerten en tentoonstellingen georganiseerd. Vader deed al het mogelijke om ervoor te zorgen dat de sloop niet zou doorgaan. Na zijn dood werd zijn initiatief overgenomen door stichting Het Veerhuis, waar ik voorzitter van was, met Overschieënaars Jan Vleesenbeek als secretaris en Piet Snaathorst als penningmeester. In 1974 besloot de gemeente dat het Veerhuis toch niet gesloopt zou worden. De weg ging niet door en een strook woningen in Overschie aan Voorom, De Lugt en Overschiese Dorpsstraat was voor niets gesloopt. Uiteindelijk is de stichting opgegaan in museum Oud-Overschie ‘De Hoop doet Leven’, toen geleid door John van den Berg. Die heeft het Veerhuis voor een symbolisch bedrag kunnen verwerven. Het is in 2008 gerestaureerd door de bekende Overschiese aannemer Ouwendijk en kort geleden aan een particulier verkocht.’’

In de toekomst is, binnen plannen voor bochtafsnijding van de Delftse Schie, wellicht een nieuwe culturele en recreatieve functie voor het Veerhuis weggelegd. Deze en nog meer verhalen over Zweth en De Zweth komen in deel 4 van ‘Momenten uit de Overschiese samenleving’. Reacties, aanvullingen en of foto’s zijn welkom via overschieboek@telfort.nl

Adri Troost onverbloemd over zijn leven in boek ‘Met de Muziek mee’

Als vader Troost er nog zou zijn, zou hij trots zijn op zoonlief Adri. Sinds hij uit de korte broek is – en Rotterdammer was geworden – is hij actief als musicus, organisator, entertainer, promotor, geluidstechnicus, producent, presentator en vlieger in de lichte luchtvaart. Jaren achtereen was hij met eigen en andere orkesten op tournee door Nederland, Duitsland, Zweden, Noorwegen, Spanje,  Oostenrijk en Zwitserland.

Dat vormde hem tot een creatieve en humorvolle man met levenservaring, naam en faam, maar er gingen ook twee huwelijken door kapot. Op zijn derde jawoord – 31 jaar geleden gegeven aan Helma – heeft de zwarte kant van zijn beroep geen invloed gehad; Adri had geleerd van de scherven.

Schokkende gebeurtenissen in kinderjaren blijven doorgaans een leven lang hangen. Adri(anus) Troost (1936) is er niet verschoond van gebleven. In de crisisjaren dertig maakte de jongeling op Goeree-Overflakkee van nabij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog mee. En ook nog eens binnen een overheersende strenge kerkleer ineen aparte plattelands mentaliteit, een dominante moeder en een tiran van een stiefvader. Maar als keerzijde van de medaille waren daar ook een bovenal meelevende natuurlijke vader, liefhebbende en hardwerkende grootouders en begripvolle wederzijdse ooms en tantes. Troost senior liet vrijwel niets na om zoon Adri met nieuwe steps en fietsen gelukkig over de dorpspaden te laten rijden.

Op zijn zestiende maakte hij zich los van knellende familie- en geloofsbanden van Sommelsdijk en sloeg zijn vleugels uit naar Rotterdam. De autodidact maakte in de tijd als vrijwilliger bij Defensie zich de muziek en vooral het bespelen van de gitaar eigen. Het behalen van de docentengraad op het Rotterdams Conservatorium was de fundering voor het geven van muziekles. Daarnaast trad Adri Troost op met het toenmalige orkest van André Hazes.

Tussendoor behaalde de vader van twee kinderen ook voor zijn vliegbrevet. Sindsdien heeft hij meer dan drieduizend vlieguren op zijn naam staan. Met bekende vaderlandse artiesten als Ansje van Brandenberg, Lee Towers, Johnny Hoes en Mat Matthews stond hij op de bühne, maar ook met de Amerikaanse jazztrompettist Teddy Cotton was hij op tournee. Hij speelde op Katendrecht, in strandpaviljoens van Rockanje en Hoek van Holland, in grote Rotterdamse zalen en ook op cruiseschepen. Voorts was hij vijftien jaar organisator van eerst Het Vrije Volk Songfestival en daarna het Rotterdams Songfestival.

Op zijn 75ste jaar keek Adri  achterom en besloot zijn kronkelige, creatieve en zéér gevarieerde leven aan het papier toe te vertrouwen. Het werd een zeer lezenswaardig en ook humoristisch open boek van een man die veel bereikte, héél gewoon is gebleven en nog elke dag barst van de plannen.

‘Met de Muziek mee’ telt 98 pagina’s met 26 illustraties en is uitgevoerd in paperback. Uitgever: Boekscout te Soest. Prijs: 14,95 euro. Isbn: 978-94-6206-039-5. Sinds 1 juni  verkrijgbaar in de erkende boekhandel of via www.boekscout.nl

Historie Sint Franciscus Gasthuis vastgelegd in fraai boekwerk

Het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam heeft de respectabele leeftijd van 120 jaar bereikt. Voor  Aad Koster, Annemiek Kunen, Cees Commerell en Pierre Pijpers was dat reden voor het schrijven en samenstellen van een fraai boekwerk: ‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 – 1912’. Het eerste exemplaar is voor Zuster Agnita. De Augustinesse non was tot op het laatst van haar loopbaan verantwoordelijk voor de Eerste Hulp in het van oorsprong katholieke ziekenhuis.

Hubertus Kusters was er twaalf decennia terug de grondlegger van. De pater Franciscaan was als pastoor werkzaam in het centrum van Rotterdam. Hij opende het ziekenhuis voor arme rooms-katholieke zieken en zal toen niet hebben bevroed dat zijn initiatief zou uitgroeien tot een van de belangrijkste ziekenhuizen van Rotterdam en wijde omgeving. Menigeen zal nog herinneringen hebben aan het oude ziekenhuisgebouw aan de Schiekade met de hol klinkende gangen en de hoge plafonds in de verpleegzalen.

Oer-Rotterdammer Koos Postema schreef in het voorwoord dat de kerstnacht van 1997 in het doodstille ziekenhuis in zijn geheugen staat gegrift. ,,Op de afdeling waar baby’s ter wereld komen, werd de tweeduizendste van dat jaar verwacht – een kerstkind. Mijn microfoon van Radio Rijnmond had ik in de aanslag en het kind kwam in die historische nacht ter wereld. Het was een Turks kindje. Een mooi jongetje met gelukkige ouders, die geen Kerstmis kennen.’’

Over de reden van zijn voorwoord: ,,Ik woon al jaren niet meer in de buurt van Rotterdam, maar aan het Sint Franciscus Ziekenhuis heb ik heel wat onvergetelijke herinneringen. Ik kwam of kom er regelmatig op bezoek bij familie of kennissen. Daarnaast ook om te helpen bij de presentatie van feestelijkheden, zoals bij het afscheid van een directeur, maar ook bij de ingebruikname van een zeer uitgebreide dialyseafdeling.’’

Waarmee Koos Postema tegelijk aangeeft hoe het ziekenhuis, dat op 26 mei 1892 is begonnen met twaalf bedden aan de Oppert, is uitgegroeid tot een topklinisch en hoog gewaardeerd instituut in 2012.

Niet alleen de beperkte capaciteit van het Gasthuis aan de Oppert leidde naar het uitzien van een andere behuizing. Ook de kwaliteit van het gebouw en de bedompte omgeving lieten te wensen over. Een doordringende alcohollucht van de distilleerderij op de begane grond, evenals de hinder van ongedierte, lieten de verantwoordelijken zoeken naar andere huisvesting. In september 1892 viel de keuze op het pand Schiekade 64 met ruim uitzicht op de Schie. Nog voordat het nieuwe ziekenhuis in gebruik zou worden genomen, werd al besloten om op het bestaande pand een etage te bouwen. Hierdoor ging het nieuwe complex ruimte bieden aan vijftig tot zestig zieken en twintig zusters. De verhuizing daarheen van de Oppert was op 19 juni 1893 een feit.

In het boek komen in vier hoofdstukken chronologisch aan de orde de locaties van het Gasthuis door de jaren heen, de afdelingen, de impact van de Tweede Wereldoorlog en de belangrijke rol van de zusters Augustinessen in de ontwikkeling van de organisatie. Alle hoofdstukken worden geopend met foto’s van gebrandschilderde ramen uit de kapel van het voormalige gebouw aan de Schiekade. Bij de afbraak zijn deze zorgvuldig uit de sponningen gehaald en terug te vinden in onder meer de polikliniekgangen van het op 16 december 1975 geopende nieuwe ziekenhuis aan de Kleiweg.

Het boek geeft een ruime inkijk in de ontwikkeling van het ziekenhuis, zowel qua gebouwen als van de afdelingen. Extra inkijkjes zijn er van de Tweede Wereldoorlog. Het boek is een uniek naslagdocument voor elke rechtgeaarde Rotterdammer met belangstelling voor de historie van de stad.

Prof. dr. Paul van de Laar, bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zei na lezen: ,,Een verrassend document. Door de veelzijdigheid aan beeldmateriaal wordt een goed beeld geschetst van het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis door de tijd heen. Een aanrader voor elke liefhebber van de stad en geïnteresseerde in de ontwikkeling van de gezondheidszorg. Een boek om in te blijven bladeren.’’

‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 -2012’ telt 128 pagina’s en 217 foto’s en illustraties. Prijs: 17,95 euro. ISBN 978.90.7364.7725. Vanaf 25 mei is het verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijvoet.nl

Tranen van vreugde bij weerzien van oudere Katendrechters

Op Katendrecht ben ik in 1946 geboren, dus ben ik – wat men noemt – een babyboomer. Vader kwam eind juli 1945 terug uit Duitsland en moeder was al snel zwanger. Mijn eerste schreeuw gaf ik in de voorkamer van opa en oma Reinier en Trees van Wijk aan de Tolhuislaan 49. Mijn bijna (helaas overleden) drie jaar oudere zus Miep zal toen best in de buurt zijn geweest. Nadat moeder van haar zwangerschap was hersteld, gingen we naar huis. Dat was een zolderkamer van de familie R. van der Gevel boven slager De Pater op de hoek van Heinlantstraat en Groene Hilledijk.

 Vanwege de familieband was ik vaak op Katendrecht te vinden, ging er naar de speeltuin en probeerde te piepen met het heen- en-weertje dat voer tussen de Kaap en de Willemskade. Ondertussen waren we verhuisd naar de (verdwenen) Pantserstraat en werden de Afrikaanderwijk en Hillesluis mijn nieuwe ontdekkingsgebieden. Ik kwam vaak in het patronaat van het Sint Franciscus Liefdewerk in de Brabantsestraat van de paters Bisschop en Bellemakers, die weer in contact stonden met het patronaat Rechthuislaan op Katendrecht. Ze woonden er trouwens ook bij de daar ingerichte wijkkapel.

Ook was ik lid van de padvinderij, de St.-Franciscusgroep, die haar honk had op de zolder van de St.-Louisschool aan de Putselaan. Hopman, zeg maar dé gróte groepsbaas van welpen en verkenners, was de Katendrechtse hoofdagent Theo Arntz. Ik had diep ontzag voor deze man, die autoriteit uitstraalde. Als hij ons welpenhonk betrad, was het doodstil en luisterden we extra nauwgezet naar de opdrachten van onze akela. Twee jaar later had ik andere interesses en zwaaide ik de padvinderij en de hopman en de akela vaarwel. Dat was 54 jaar geleden en ik heb Arntz daarna nooit meer gezien, wel een enkele keer aan hem gedacht en zelfs over hem geschreven. Ik zou hem best weer eens willen zien en spreken, bedacht ik wel eens in een nostalgische bui.

Mijn wens ging zaterdag 12 mei in vervulling toen ik op Katendrecht in letterencafé Tsjechov – de opvolger van het roemruchte café De Unie op de hoek van Delistraat en Lombokstraat – op uitnodiging van Ridderkerker Willem van Meer een reünie bezocht van ex-Katendrechters. Tachtig uitgezwermde schiereilanders waren voor even terug op hun thuishonk met oude foto’s, vreugdetranen en ‘praatje-pot’ onder het genot van smakelijk appelgebak. Ze genoten er op velerlei wijze van. Maar het meest van elkaar, want er lag in het weerzien soms een leemte van zestig jaar.

Uit alle hoeken van het land waren de reünisten gekomen. Onder hen, tot mijn grote vreugde, de 87-jarige Theo Arntz uit Nijmegen. In hem herkenden de meeste bezoekers hun buurtagent van destijds, die woonde aan de Sumatraweg. ,,Het was een fijne tijd,’’ vertrouwde Arntz mij toe nadat we onze herinneringen aan de padvinderij hadden opgehaald. Ton Kegel (72) uit Spijkenisse had het eveneens naar zijn zin. ,,Na 55 jaar heb ik daarnet Anet Rutjes gekust. Ik vond haar toen een leuke meid en dat is ze trouwens gebleven. Nu woont ze in IJsselmonde.’’

Ben Gelaudemans (73) genoot eveneens van het weerzien. ,,We zijn een uitstervend ras, maar onverwoestbaar,’’ zei hij met een armzwaai over de menigte heen en met een grote pils in zijn hand. ,,Ik ben geboren en getogen aan de Rechthuislaan, waar ik in 1962 ben uitgetrouwd. Nu woon ik alweer veertig jaar bij Venlo in Limburg. Mijn Rotterdam en mijn cluppie Feyenoord ben ik trouw gebleven.’’

Herinneringen aan zomerkampen van Sint Franciscus Liefdewerk naar Beuningen en Postel werden met foto’s ondersteund. Verhalen over met stro gevulde slaapzakken en poepen boven een gierput deden ook de ronde. Beeldend waren de verhalen over het wassen ’s ochtend in een teiltje ijskoud water op het boerenerf. ,,Niet voor te stellen wat een geweldige tijd dat is geweest,’’ deed Willem van Meer als herinneringsduit in de zak. Hij broedt op nog een reünie.

Feest en presentatie ‘Groot Rotterdams Molenboek’ bij ‘De Speelman’

OVERSCHIE – Het is alweer veertig jaar geleden dat molen ‘De Hoop’ van de Delftweg naar de Overschiese Kleiweg werd verplaatst en daar in gewijzigde vorm een nieuw leven begon. Zo werd hij ‘De Speelman’ genoemd, naar de familie die meer dan een eeuw de molen in eigendom had. In 1972 was de vernieuwde molen gereed en werd toen feestelijk in gebruik genomen. Dat was vooral te danken aan een initiatiefcomité onder leiding van mevrouw S.M. Krijgsman, toen voorzitter van de Wijkraad voor Overschie.

Het comité was daar niet in geslaagd als het niet veel steun uit het bedrijfsleven had gekregen. Zo was de firma Nederhorst, op dat moment bezig met de aanleg van het Kleinpolderplein, bereid om de fundering van de molen geheel voor rekening te nemen terwijl de gemeente Rotterdam de grond onder de molen in erfpacht ter beschikking stelde. De molen kreeg bovendien weer een monumentale status omdat grote delen van het uit 1712 daterende interieur en het maalwerktuig werden verwerkt in de nieuwe molenromp, opgetrokken van stenen van in Friesland gesloopte arbeidershuisjes. Dat gaf ook recht op subsidie van het Rijk. De molen is prachtig opgemetseld door de firma Schakel uit Exmorra. Vorig jaar kreeg ‘De Speelman’, die sinds de verplaatsing eigendom is van de vereniging ‘De Hollandsche Molen’, weer een nieuwe opknapbeurt. Ook toen sprongen veel stichtingen bij met een bijdrage in de kosten.

Op woensdag en zaterdag is het wiekenpand open voor de verkoop van meel(producten) en bezichtiging. Sinds 1983 heeft de exploiterende ‘Stichting tot behoud van molen De Speelman’ een contract met molenaar Ton Edixhoven, die alweer bijna 30 jaar de molen bemaalt. Hij wordt geholpen door Jaap de Jong en Hans van der Marel.

Het behalen van de mijlpaal is mede reden voor het samenstellen van een feestprogramma op Nationale Molendag 2012 op zaterdag 12 mei. Vanaf 09.30 uur is iedereen welkom om mee te helpen met het feestelijk optuigen van ‘De Speelman’. Wel graag een telefoontje vooraf met molenaar Edixhoven (0612-730551). Voor het in de vreugdestand zetten van de wieken bestaan veel oude gebruiken die de molenaar graag zal uitleggen. De Overschiese Starrenburg scouts zetten naast de molen een tent op, maar de organisatie rekent natuurlijk op mooi weer. Vanaf 12.00 uur wordt er een kopje koffie geschonken en een overheerlijke pannenkoek geserveerd en kunnen belangstellenden een boeiende rondleiding door het binnenste van de molen maken. De pannenkoeken worden gebakken en geserveerd door vrijwilligers van de molen. Gratis, maar een bijdrage wordt op prijs gesteld. Natuurlijk kan iedereen zich ter plekke laten inschrijven als begunstiger. Het onderhoud van dit brok cultureel erfgoed is en blijft een kostbare zaak.

Omstreeks 13.00 uur is de officiële opening van het programma door deelraadsvoorzitter Kees van der Meer en worden ballonnen opgelaten. De eigenaar van de ballon die verst komt krijgt een fraaie prijs. Aansluitend is de overhandiging van het eerste exemplaar van het ‘Groot Rotterdams Molenboek’ (deel I) waarin ruime aandacht wordt besteed aan het rijke Overschiese molenverleden. Ooit stonden tussen de oude dorpskern van Overschie en het Hofplein in Rotterdam meer dan twintig molens.  Het van prachtige foto’s voorziene boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Voet te Capelle aan den IJssel en is van de handvan Hans van Krimpen en anderen. Molenkenner Hans vanKrimpen heeft met zijn medeauteurs meer dan een jaar naspeuringen gedaan in oude (foto)archieven om de kennis over de molens van het noordelijke deel van de Rotterdamse regio vast te leggen. Ze voeren de lezer langs een denkbeeldige tocht langs alle molens die ooit in het gebied gestaan hebben. Directeur Leo Endedijk van ‘De Hollandsche Molen’ neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Daarna is het voor iedereen te koop voor 27,95 euro.

Aansluitend is er voor jong en oud een afwisselend programma met diverse spelen en attracties en de start met een competitie strobalengooien. Die wegen 4.5 kilogram en moeten met een hooivork over een lat in de hoogte worden geworpen. Het is een spectaculaire sport die in diverse delen van het land al langer wordt beoefend. Ook zijn er nostalgische wedstrijden als kruiwagenraces en eierenvangen waaraan iedereen kan deelnemen. Natuurlijk zijn prachtige prijzen beschikbaar. Uiteraard is er een stand met allerlei consumpties tegen billijke prijzen. De prijsuitreiking en afsluiting van het feest zijn omstreeks 17.00 uur. Reserveren van het boek is mogelijk via 010-0102847362, arnoudvoet@online.nl of www.uitgeverijvoet.nl

Swingend shantykoor ‘Nieuw Zuid’ doet Alegria deinen

Lekker eten, af en toe nippen aan een drankje en al varend genieten van prachtige landschappen die voorbijglijden. Al na een paar uur lijkt het alsof we al weken aan boord zijn van cruiseschip Alegria. Gezelligheid is troef in de salon en op het bovendek, waar al direct na het vertrek van de Holland-Amerikakade wordt genoten van de zon en de bijzondere skyline van Rotterdam. Cruisemanager Eddy de Beus presenteerde zich als een onderhoudende gastheer. Ter hoogte van Dordrecht stelde hij de bemanning voor en vertelde welke regels aan boord gelden. Om de kennismaking te bekrachtigen serveerde het personeel een heerlijke cocktail voor het uitbrengen van een toost. Het ijs was gebroken en al helemaal tussen enkele stellen die met elkaar al eens eerder een cruise hadden gemaakt. De gesprekken kwamen los en de drankjes smaakten best. Dat gold trouwens ook voor het aansluitende diner, dat erin ging als de spreekwoordelijke koek. Complimenten werden gemaakt voor de correcte en snelle bediening door de jongens en meiden van het restaurant. Aan hen was niet af te lezen dat ze hun eerste reis maakten en nimmer eerder met elkaar hadden gewerkt. Nog leuker was het even later in de salon waar zich de verrassing van de eerste avond aan boord zich etaleerde in de aanwezigheid het veertigkoppige shantykoor ‘Nieuw Zuid’ uit Rotterdam onder leiding van dirigent Dick Vos. De veertien jaar bestaande en veelzijdige muziekgroep maakte er met bekende meezingliederen een schitterende avond van. Het duurde daarna lang voordat de laatste lichten aan boord werden gedoofd.

Kapitein Gerard Reijerman en zijn nautische team zetten het schip de andere morgen om zes uur in gang voor de vaartocht van honderd kilometer over de Beneden-Merwede en Waal naar Nijmegen. Plaatsen als Gorinchem, Woudrichem, het mooie slot Loevestein en Zaltbommel gleden links en rechts voorbij en de reisleider vertelde via de boordmicrofoon de bijzonderheden. In de salon werd opnieuw genoten van drankjes en nog eens het sfeervolle optreden van het shantykoor aangehaald. Ruim na de lunch doemde de stad van Keizer Karel op en  in de nabijheid van de Waalbrug ging de loopplank uit voor het maken van een wandeling. Het gure weer kon de meeste passagiers daar beslist niet van weerhouden. Andermaal gingen de trossen los, nu richting Maas-Waalkanaal om daarna – tijdens het diner – na schutten in de sluis van Wurth naar het pittoreske Cuyk in Noord-Brabant te varen. In een gezellige sfeer verliep in de salon de verdere avond en was het komende bezoek aan Floriade 2012 in Venlo onderwerp van gesprek. Een paar dagen eerder was deze wereldattractie geopend door koningin Beatrix. Precies op tijd stond de chauffeur Peter met zijn luxe touringcar bij de gangway en om het gezelschap in een half uur naar het enorme parkeerterrein van het 66 hectare omvattende complex te rijden. Voor de gasten van Adelle Cruises was dit uitstapje trouwens een primeur en ze zwermden individueel uit voor het bekijken van de bijzondere gebouwen en te wandelen langs fraaie de land- en tuinbouwexposities. Enthousiast, maar wel moe van het urenlange slenteren, zat iedereen op het afgesproken tijdstip weer in de bus. Het diner liet zich wederom voortreffelijk smaken en dat gold ook voor de drankjes in de salon, zoals steeds met een brede glimlach geserveerd door barman Menno van Suntenmaartensdijk. Om de sfeer nog uitbundiger te maken trad Eddy de Beus op als gelegenheidsdiskjockey, waarna voor de tweede nacht aan de kade van Cuyk schip en passagiers zich in duisternis en rust hulden. Dag vier begon triest en met regen. ,,Gelukkig is dat gisteren aan ons voorbijgegaan,’’ klonk het opgelucht tijdens het uitgebreide ontbijt. Er bleef vergeefse hoop op een fikse opklaring voordat later op de dag Arnhem in zicht kwam. Wellicht dat het gebakje bij de koffie hierdoor extra lekker smaakte.

Maar het bleef bij regen, regen en nog eens regen. Het vervolg van de dag was door toedoen van regengod Pluvius in Arnhem niet aangenaam. Wel prettig was voor een aantal passagiers dat de winkels in het stadscentrum voor een deel geopend waren.  Tussen het varen door even de benen strekken was wel zo aangenaam. Voor wie aan boord bleef was er thee in de salon en het uitzicht op de drukke Rijnkade. Voor één passagier verliep het minder prettig door een val van een stenen kadetrap. Direct werd haar eerste hulp geboden door de door passenten gewaarschuwde reisleider en de cruisemanager en werd gezorgd voor transport naar het ziekenhuis. Daar ging haar gebroken pols in het gips en werd ze behandeld aan diverse wonden. Daarna kwam ze terug aan boord, waar ook haar het diner voortreffelijk smaakte. Een filmploeg was ook aangeschoven in afwachting van het maken van een promotiefilm over het plezier en comfort aan boord. Extra leuk werd het toen in de salon de lokaal bekende zanger Johan zijn opwachting maakte. Hij vermaakte op heerlijk Nederlandse wijze het publiek dat meezong, danste en plezier beleefde van de bovenste plank. Het feest duurde tot in de kleine uren. Voor de cameraploeg was het dankbaar werken en het kan niet anders dan dat het een prachtige film heeft opgeleverd.

Onder een druilerige regen begon het varen over de Neder-Rijn in de richting van de Lek en Hanzestad Wijk bij Duurstede. De Alegria voer onder de kundige handen van kapitein Gerard Reijerman langs de Grebbeberg en Renkum en door de sluizen van Driel en Amerongen. In de salon was het al snel weer sfeervol en dat kwam ook door het humoristische levensverhaaltje dat Eddy de Beus elke morgen bij aanvang van het koffie-uur vertelt. Ook zijn quizvragen zijn leuk en pittig om op te lossen. Er vervoegden zich in de bibliotheek bij de rekken met boeken regelmatig deelmeers om de antwoorden te vinden. Wijk bij Duurstede kwam nog voor de lunch in zicht en gelukkig klaarde het weer een tikje op tot minder grauw. Met een VVV-gids voorop vertrok een groep voor een rondgang door het vestingstadje en enthousiast en propvol verbale informatie keerden ze terug. Het diner verliep sfeervol omdat het restaurant extra was opgetuigd voor de filmploeg en de inspanning van de kokstrio liet zich uitstekend smaken. Sfeervol en spannend verliep de avondbingo, op een leuke wijze gepresenteerd door Eddy de Beus. Pas diep in de kleine uren ging het licht uit. De zeventig vaarkilometers stroomafwaarts naar Schoonhoven verliepen snel met een kort oponthoud bij de sluis van Hagenstein. De filmploeg trof het met de plotselinge welwillendheid van de zon en de aanwezigheid van duizenden (nijl)ganzen op beide oevers. Schoonhoven was in zon gedompeld en dat maakte een wandeling door de Zilverstad best aangenaam. Ook het museum kreeg bootgasten over de drempel die op hun gemak bekeken waardoor de Lekstad bekendheid geniet. In de namiddag werd in de salon alvast afscheid genomen van de bemanning, maar daarmee zat hun werk er niet op. Er was nog een afscheidsdiner en een daverend afscheidsfeest te gaan. Het diner was ronduit geweldig en het toetje in de vorm van ijs met vuurwerk formidabel. In de salon was ondertussen shantykoor ‘Nieuw Zuid’ uit Rotterdam gearriveerd  en ook dat mondde uit in een geweldig feest tot in de kleine uren. Op de slotdag  sloegen de motoren om half zeven aan voor het finalevaart van Schoonhoven naar Rotterdam. Terwijl iedereen zich tegoed deed aan het ontbijt stuurde kapitein Gerard de Alegria door een dichte mistdeken naar het einddoel, dat omstreeks half tien was bereikt. Daarna afscheid en ontschepen op de Holland-Amerikakade tot besluit van een geweldige cruise. Dag Alegria en bemanning, wellicht tot een volgend keer als er weer iets te reisleiden en/of te gidsen valt.