The Dutch Inn

Het is zondagmiddag en ik fiets richting huis, kom net terug van een gezellig familie bezoekje. Onderweg krijg ik een sms van een vaste klant van de Dutch Inn, het plaatselijke kroegje waar ik af en toe kom. ‘Kom je even langs? Zit in de Dutch Inn!’ ‘Oké’, sms ik terug, ‘half uur, dan ben ik er’. Ik fiets naar huis, omkleden en wat make up op doen; net even wat aanzetten om er weer pico bello uit te zien!

Bij binnenkomst werd ik overvallen door de stilte, slechts 3 heren en een bardame. Had toch minstens verwacht dat het gezellig druk zou zijn. ‘Heb je geen suiker buiten gestrooid?’ vraag ik de bardame bij het binnenlopen. ‘Ja Michaela, heb ik gedaan, maar ik geloof er niet in. ‘Nou dat is simpel!’ zeg ik, ‘dan gebeurt er ook niets!’. ‘Geef mij suiker, dan ga ik strooien.’ ik geloof er namelijk wel in.

Suiker buiten strooien is een oud ritueel in de horeca. Als het stil is in de zaak, strooit men suiker buiten, met de gedachte om gasten aan te trekken. De bardame overhandigt mij een paar zakjes suiker waarop ik naar de buitendeur loop gangetje door en naar de volgende buitendeur en de suiker over de mat strooi en ik zeg hardop in mezelf, binnen een half uur wil ik dat de Dutch Inn gasten heeft waardoor het gezellig druk is. Daarna loop ik terug naar binnen en dit allemaal binnen één minuut.

De mannen, vrouwelijke gasten waren er niet die dag, keken verdwaasd naar mij, waarom gaat ze nou suiker buiten strooien? Suiker??? Alle koppen draaide mijn kant op en ze bleven mij verbaasd aanstaren toen ik weer doodleuk door de deur naar binnen kwam met lege zakjes suiker.

Een van de mannen, die mij ge-sms’t had en die er bijna altijd is, namen noem ik niet, dat staat niet netjes, draait zich om en volgt mij met zijn grote blauwe ogen. Hij kan het niet geloven, heeft ze dat nou echt gedaan? Ik draai me om kijk hem recht aan. ‘Ja’, zeg ik, ‘ik heb het echt gedaan!’, als ik zijn verbazing lees in die grote blauwe ogen, en ik toon hem de lege zakjes. Zijn ogen, nog groter dan ze normaal al zijn, kijken nu naar de lege zakjes die ik in elkaar vouw en op de bar leg. Die ogen zeggen in een fractie van een seconde zo veel. ‘Neemt ze me nou in de mailing?’ en ‘Is ze gek geworden?’, maar ook, ‘Misschien werkt het wel, ze doet het zo overtuigd’, maar vooral ‘Het moet toch niet gekker worden!’ Hij draait zich om en bestelt voor ons beiden een biertje bij de bardame.

‘De klok wijst nu 3 uur, om half 4 verwacht ik dat het redelijk vol zit!’, zeg ik luid en duidelijk zodat iedereen het hoort. De bardame lacht: ‘als dat gebeurt, ha ha ha kom je dan iedere week?’. ‘Je gelooft er niet in hè’, vraag ik haar. ‘Nee’, zegt ze, ‘daar geloof ik niet in!’ ‘Waar kom je vandaan? Toch niet uit Nederland?’ ‘Nee’, zegt ze, ‘ik kom van Dominicaanse Republiek.’ ‘Daar hebben ze toch wel iets met (bij) geloof?’ ‘Ja, maar ik geloof niet in de suiker, sorry Michaela’. ‘Goed dat kan’, zeg ik.

De man die er met de grote blauwe ogen, is altijd vriendelijk en vooziet mij van een biertje. De bardame lacht om mijn rariteiten en ik praat gezellig met blauwoog. Dan is het half 4 en de Dutch Inn begint vol te stromen met mannen en vrouwen. De mannen, die er al waren, kijken verbaasd naar mij en één roept, ‘dat is jouw schuld, nu word het nog druk ook’, hij lacht erbij. De man met de grote blauwe ogen kijkt opnieuw naar me, ik zit pal naast hem en hij bekijkt me van onder tot boven ‘wel een apart geval die griet’, ik zie het hem denken. Weer komen er gasten in de Dutch Inn en weer begint er een van de 3 mannen er over, kennelijk wel onder de indruk van mijn overtuiging en wat ik teweeg heb gebracht.

Er word onderling druk gepraat, het zijn vaste klanten en oude klanten die de Dutch Inn bezoeken. De meesten ken ik niet, ik kom er nog niet zo lang en ook niet zo vaak. Men praat met iedereen, ik ook, wat erg leuk is. Een schaal met bittergarnituur gaat voorbij, heerlijke muziek, er word gelachen. Het is gezellig druk zo op een zondagmiddag in de Dutch Inn!

Na een paar uurtjes vertrek ik, maar niet zonder dat ik een afspraak heb gemaakt met de bardame. Zij werkt immers iedere zondag en vraagt of ik volgende week weer langs wil komen. ‘Is het zondagmiddag dan niet druk?’, vraag ik haar. ‘Niet zo’, zegt ze: ‘Ik kan wel wat klandizie gebruiken’. Ik beloof dat ik de volgende week even langs kom.

Een week gaat voorbij. Ik ben niet meer in de Dutch Inn geweest en ik weet ook niet of de mensen er over gesproken hebben. Wel kreeg ik een paar keer een sms of ik wilde komen. Ik had andere verplichtingen, zodat ik echt niet kon gaan.

Dan is het weer zondag. In mijn flat schijnt de zon in de woonkamer, ik ga langs bij mijn moeder aan het einde van de ochtend. Als ik aan de achterkant buiten kom is koud. Mijn voorkant van de flat is niet te vergelijken met de achterkant. Gelukkig heb ik een dikke jas aan, want grote dikke donkere wolken dreigen mijn kant op te komen. Onderweg overvalt me een plensbui, op de fiets. Daarom ben ik als een verzopen katje, als ik bij mijn moeder aan kom. Mijn make up, jas, broek en haren: alles is nat!

Na het bezoek moet ik naar huis om me om te kleden en op te kalefateren, immers ik word  om 3 uur weer verwacht in de Dutch Inn! Tenminste één van de vaste bezoekers is er. Dat weet ik, want met hem heb ik op facebook afgesproken om 3 uur in de Dutch Inn te zijn. De man die komt heeft ontzettend veel weg van één van de gasten van Maaskantje, hij heeft dezelfde lange blonde haren en hij vertelt me dat hij net zo’n aparte auto heeft als die gasten van Maaskantje hebben. Toch is hij best aardig en er komt geen raar woord of opmerking uit zijn mond, dus daarin herken ik Maaskantje niet.

De man met de grote blauwe ogen is er niet. Ik sms hem al eerder deze week, dat ik naar de Dutch Inn ga, maar hij heeft een feest en baalt!

Door de plensbui kom ik wat later binnen,  Maaskantje zit er al. Dezelfde bardame en ze is behoorlijk uitdagend! Ze gelooft het allemaal niet wat er gebeurd is vorige week, is allemaal toeval. Maar toeval bestaat niet! Gelijk overhandigt ze mij wel de suiker! Wat apart is, ze gelooft er toch niet in en toch overhandigt ze mij de suiker? Ik loop naar buiten en weer zeg ik hardop in mezelf, binnen een half uur zijn er hier gasten en is het gezellig druk. Als ik terug en naar binnen ga, kijk ik op de klok, rond 4 uur moet het gaan vollopen met gasten. Iedereen kijkt af en toe op de klok die vlak naast de deur hangt. Als het rond 4 uur is komen de eerste gasten binnen. Nu is ze wat gematigd:  ‘ja het kan wel natuurlijk’, zegt de bardame, ‘maar toch geloof ik het niet’. Weer komen er gasten en weer. ‘Het is ‘s zondags toch nooit druk?’ merk ik op tegen de bardame, ‘dat zei je de vorige keer toch?’, ‘Eerlijk gezegd niet’, zegt ze. ‘Maar ik geloof er nog steeds niet in hoor Michaela’, zegt de bardame behoorlijk luid in de zaak.

De mannen zijn niet zo overtuigd dat het niet werkt, die steunen mij meer. Zij vinden het toch wel heel apart en kennen de Dutch Inn schijnbaar beter. ‘Je moet vaker komen!’, zegt een van de mannen, ‘dat is goed voor de omzet!’ Ik lach. Ik moet bekennen, dat ik weet hoe dit werkt, en dat ik het kan. Maar is dit uit te leggen? Nou ja, dan moet je begrijpen dat vertrouwen in iets werkt. De bardame vertrouwt niet, ik wel. Zo simpel werkt het. Er komen leuke gasten binnen, een man lijkt sprekend op Willem Ruys, echt een aardige kerel waar je ook nog om kan lachen en mee kan dansen, tenminste dat deden we, alleen hij kan het niet zo goed. Ach wat maakt het uit, we hebben lol.

Rond 19:00 uur besluit ik naar huis te gaan, ga lekker eten koken en een film kijken. Meerdere mensen nemen afscheid, we wonen ten slotte wel in Nederland hè?! Etenstijd en lekker banken.

‘Volgende week kom ik niet, dan zie je maar hoe het vanzelf verloopt!’, zeg ik tegen de bardame. ‘Is goed Michaela’, zegt ze luid. ‘Dan hoor je wel een week later hoe het is geweest’.

Nieuwsgierig als ik ben, wil ik wel weten hoe het die zondag in de Dutch Inn is: ik ben bijna in staat om te gaan gluren. Maar dat is niet mijn ding en ik doe het dan ook niet. Zal ik dan voorbij lopen of fietsen en binnen kijken zo rond 4 uur? Doe ik ook niet! Even dacht ik er aan, maar ik laat me niet verleiden. Misschien dat Maaskantje naar de Dutch Inn gaat en mij vertelt op facebook hoe het is geweest? Zo niet dan gewoon afwachten tot de volgende week zondag. En ik? Ik ga gezellig naar een vriendin toe. Afleiding werkt het beste!

Op donderdagavond, na mijn radio uitzending bij Radio Erasmus ga ik nog even een biertje drinken in de Dutch Inn. Ook Maaskantje komt langs, schreef hij op facebook. Bij binnenkomst zit de man met de grote blauwe ogen aan de bar, het is er heel erg rustig wat ik op donderdagavond niet zo gewend ben. Mogelijk komt dat door de herfstvakantie. Ik zit te kletsen met de man met zijn grote blauwe ogen als ook Maaskantje binnen komt lopen en naast me gaat zitten. Beiden mannen waren afgelopen zondag niet in de Dutch Inn, en de bardame is niet dezelfde van zondag, deze bardame werkt nooit op zondag. Nu weet ik nog niets, toch wachten tot de zondag….

Dan is het de zondag dat ik weer langs ga. Het is ook de zondag van Feijenoord – Ajax! Dat kan daarom allemaal anders verlopen, als Feijenoord wint zou het kunnen dat mensen het in de kroeg gaan vieren. Als Feijenoord verliest, zou het kunnen dat men chagrijnig naar huis gaan. Ze winnen en verliezen niet, ze spelen 2 -2 gelijk. Maaskantje vraagt of hij mij moet komen ophalen. Alhoewel ik vlakbij woon, klinkt dat als muziek in mijn oren, omdat het de eerste dag is dat het koud aanvoelt. Later dan eerst, komt mogelijk omdat de klok ook nog een uur achteruit ging, zijn we er rond 4 uur.

4 mannen zitten aan de bar, nou en daar word je niet echt vrolijk van. 3 mannen zitten in een diep gesprek met elkaar en 1 man zit er behoorlijk treurig bij. Ik ga aan de bar zitten, Maaskantje staat buiten te praten. ‘En?’, vraag ik de bardame, ‘was het vorige week druk?”, ‘Nee’, zegt ze, ‘ongeveer zoals nu!’ Stil dus. Maaskantje komt bijna naar binnen, de bardame geeft mij de suiker aan. Ik strooi buiten en zeg hardop in mezelf, laat de gasten maar komen! Ik kijk in het rond. Overal mogen ze vandaan komen! Ik ga weer terug naar binnen. Nu heeft niemand het gesprek gehoord. Maaskantje heeft een cola besteld en zegt tegen mij dat hij er zo vandoor gaat. Hij heeft met een vriend afgesproken om te gaan helpen, iets met computers.

Dan ga ik ook gelijk naar huis, het trekt mij niet aan om nog langer te blijven, op een of andere manier heb ik het gehad deze middag. Het gevoel om er even tussen uit te zijn was goed, maar het is niet zo dat ik zo graag vandaag van huis wilde. Thuis heb ik kip en aardappelen klaar staan, nog even de spinazie wassen en dan eten. Bij het idee alleen al krijg ik honger. Aan de bardame geef ik mijn telefoonnummer, sms mij maar hoe het geweest is gisteren. Dan vermeld ik dat wel in dit stuk hier. Niets meer gehoord van haar, van de bardame. Ik weet niet of dat nou kwam omdat ze het zo druk heeft gekregen of mij gewoon vergeten is… Laten we het er op houden dat ze er geen tijd voor had, hoe dan ook!

Rotterdam Charlois

Als vrijwilliger van het WNF ging ik naar een stand in het Zuiderpark, waar het WNF stond omdat Charlois 550 jaar bestaat en dit uitgebreid viert. Als je op zuid woont, hoort Charlois daarbij, zodat ook ik daar soms kom. Vroeger kwam ik er regelmatiger, omdat mijn toenmalige vriend daar woonde en omdat ik een blauwe maandag op Taekwondo zat op de Katendrechtse Lagendijk. Vreemd eigenlijk dat je bijna niet komt in een wijk die vlak naast de jouwe ligt. Hoewel ik er, eerlijk is eerlijk, ook niets te zoeken heb en er niet wil wonen.

Hoe komt dat toch, dat we zo plek gebonden zijn? Zou dat ook zo met de dieren zijn? Hebben dieren ook hun voorkeur? Ik was er van overtuigd dat Charlois iets bijzonders moet hebben en misschien wel meer dan ik dacht. Dus ben ik gaan zoeken. Ik laat me informeren op het internet en zoek naar 550 jaar Charlois. Karel de Stoute heeft in het jaar 1462, dus 550 jaar geleden, het grondgebied ‘het land van Charollais’ overgedragen aan vijf grondheren. De namen van deze grondheren zijn tot op de dag van vandaag terug te vinden in straatnamen van Oud-Charlois. Zo ook Karel de Stouteplantsoen in Oud Charlois. Charlois is vernoemd naar het graafschap Charlorois in het hertogdom Bourgondië. In 1458 kreeg de graaf van Charolois, Karel van Bourgondië, ook wel Karel de Stoute (= Dappere) genoemd, van zijn vader Filips de Goede het Land van Putten te leen. Om zijn grondbezit te vermeerderen gaf Karel in 1460 een stuk rietland, Ryerwaert geheten, aan enkele grondheren (Matteys de Huyzer, IJsbrand Uyt ten Hage, Arend van der Woude en Anthony Michelsz. van Eversdijck) in eigendom om het te bedijken. Voorwaarde was dat het land Charolois zou heten, naar de graaf van Charolois, en dat er een kerk gesticht zou worden gewijd aan de heilige martelaar Sint Clement. Op 14 april 1462 bevestigde Karel de voorwaarden en daarmee was de stichting van Charlois een feit. Charlois was tot 1895 een zelfstandig, voornamelijk agrarisch dorp, totdat het in dat jaar werd geannexeerd door Rotterdam. Deelgemeente Charlois bestaat sinds 1973, is een van de drie eerste deelgemeenten van Rotterdam en telt (op 1 oktober 2011) 64.566 inwoners. Dit is leuk om als feit te weten. Maar wat kan ik er mee? Dus zoek ik verder op het internet naar iets wat mij aanspreekt waar ik wel wat mee kan.

Ik lees dat van donderdagavond 21 t/m zondag 24 juni het Kunstweekend Charlois 2012 is gehouden en dat het historisch hart van Oud-Charlois op zaterdag 23 juni het toneel was van Bazar Bizar; het leukste kleinschalige festival van Rotterdam. Het is inmiddels juli, dus dat schiet ook niet op…

Voor de buitenwereld werd Charlois ook wel saarloos genoemd en dit gevoel blijft nu zeker voor mij bestaan. Daarom ook kwam ik er niet vaak of graag. Daarbij weet ik en lees ik ook dat er problemen in de wijk zijn. Logisch, de wijk heeft niet zo veel leuks te bieden. Wel geniet het van een prachtig park en een mooi gebouw de Olifant en de Molen. Maar goed, hoe vaak kom je daar nou? Met slecht weer ga je niet het park in, behalve dan dat je de hond moet uitlaten! En in de Olifant kom je als er een feest is of als er getrouwd wordt en ook dat is niet iets wat je dagelijks mee maakt. In de Molen kocht ik weleens bloem om heerlijke cake te bakken, echt een succes!

Ik vraag me wel gelijk af, wat is er daar voor de kinderen? Want het blijkt als ik googel dat Charlois een probleem wijk is een zogenaamde  ‘achterstandswijk’. Treurig. Hier moet toch iets aan gedaan worden, zeker voor de jeugd!

Omdat ik afdwaal en terug ga naar mijn jeugd komt gelijk  jeugdland weer in mijn herinnering. Een van de dingen die je kon doen, in de weken dat je vakantie had. Heerlijk knutselen of kanoën in het Zuiderpark. Ook kan ik me herinneren dat naast Ahoy vele stands waren waar ik me als kind helemaal kon laten gaan met mijn fantasie. Eten en drinken genoeg, dat kreeg je volop van de bonnen, maar ook vanuit huis werd ik vol gepropt. Dagen kon ik daar verblijven, naar mijn gevoel nu. Later toen ik ouder werd ging ik naar de Plompert samen met mijn vriendin. Wat hebben we daar genoten! Zo leuk met de badmeesters Aad, Pije en een andere badgast ene Hamsa die van de 5 meter mooie salto’s maakte. Wij lagen altijd op de tribune, dat wil zeggen, mijn vriendin, ik was super actief en zwom, dook, leerde salto’s en probeerde, toen ik bezig was met mijn zesde diploma, de vlinderslag. Jammer genoeg is dit zwembad weg. Jammer voor de kinderen van nu, althans dat denk ik, misschien zouden zij dit niet zo beleven. Waar heeft een kind behoefte aan? Een kind van nu, deze tijd, tijd van Mobiele telefoon en Ipod of BB. Een park?

Charlois heeft het Zuiderpark en wat kan dan de jeugd met name aangeboden worden? Een park op zich, speelt niet in de fantasie bij een kind! Wel als er activiteiten zijn, zoals de bewuste dag in juni waarbij het WNF aanwezig was. Het WNF wil problemen onder de aandacht brengen met bijvoorbeeld de Panda beer, er is dan een spel met onder ander deze vraag, ‘hoeveel Panda’s leven er nog?’ Of ‘weet je dat de tijger met uitsterven bedreigd word?’ En Waarop moet je letten als je een fout souvenir mee zou kunnen nemen uit het buitenland’?’ (Olifant) Ivoor of (krokodil) tassen om maar wat te noemen. Deze informatie kan spelenderwijs aangeboden worden, wat het WNF ook deed. Kinderen vinden dit leuk en leren dit snel.

Wat mij opviel is de houding van sommige  ouders en dat ze helemaal niet zo met het WNF bezig zijn of de natuur in het algemeen. Dat er nog 1600 pandas zijn… en dat de tijger… wie ook al weer? met uitsterven…. O ja! Nou we gaan weer snel verder en het kind moet soms mee. Gelukkig mochten er ook kinderen wél mee doen, of het spel zag er zo leuk uit dat het kind per se zelf wil meespelen. Ik was één van de mensen die kinderen ging halen of proberen over te halen om mee te doen. Ouders geven dan antwoord voor hun kind, terwijl ik het kind juist met name aansprak! Willen ouders niet dat ze mee doen? Willen ze geen tijd er aan besteden? Ze zeggen dat ze later terug komen maar helaas dan nooit meer gezien, op een enkeling na. Andere WNF vrijwilligers schreven kinderen in, of deden make up van Panda op of deden een spel met ze en een van ons liep in een Panda pak, wat bijna ieder kind zo leuk vind. Toch het was niet druk en het liep bij het WNF zeker niet storm. Het weer speelde mee, beetje te veel wind en te weinig zon. Toch, als ik dit vergelijk met bijvoorbeeld Jeugdland zegt dit veel over de plek, de mensen en hun persoonlijke doelen. Problemen worden zo niet goed onder de aandacht gebracht, ook niet van henzelf. Ze leren niet naar waardevolle zaken te kijken en gaan er dan ook anders mee om.

Er ligt nog een hoop werk voor Charlois! Ook voor het WNF die juist ook met de kinderen bezig is, de toekomst en bewustwording van wat er allemaal gebeurt in jouw leven, jouw wijk, jouw wereld. Waar we zo bewust van moeten zijn en moeten koesteren!

Rotterdam Zuid

Een vriendin van mij krijgt binnenkort een gast over uit Gelderland. Ze vertelde mij dat ze het leuk zou vinden om de gast een tour door Rotterdam te geven. Deze vriendin  ken ik goed en ik weet dat zij vanuit Zuid niet vaak de brug over gaat naar het centrum, laat staan naar de rest van Rotterdam.  Ken je Rotterdam wel goed genoeg om hem een tour door Rotterdam te geven, vraag ik haar. Nee, zegt ze eerlijk, eigenlijk helemaal niet zo goed, ze grinnikt en jij? Ja, ik ken Rotterdam goed, zeg ik. Je hoeft niet meteen naar het centrum, op Zuid is al genoeg te doen. Laten we daar beginnen.

Rotterdam Zuid.
Rotterdammers hebben een raar iets, zij die komen van de rechtermaasoever  hebben niets met Zuid (de boerenzij) en  visa versa. Veel mensen van de rechter maasoever, die ik gesproken heb in de afgelopen jaren, zijn zelfs nooit op Zuid geweest, iets wat voor mij bijna onmogelijk lijkt. Natuurlijk dwingt mijn nieuwsgierigheid me om te vragen waarom ze nooit naar de Linkeroever oftewel de boerenzij zijn gegaan. ‘Ze’ zeggen dan dat ze daar niets te zoeken hebben, ze kennen er niemand of wat dan ook. Een aantal belangrijke punten die ze naar Zuid kunnen laten gaan zijn het Feyenoordstadion, het  Zuiderziekenhuis (wat nu Maasstadziekenhuis is)  en eventueel een collega of geliefde die er woont. Dan houdt het een beetje op, waarom zouden ze anders op Zuid komen? Andersom is het ook zo; vele mensen van Zuid gaan niet regelmatig over de brug. Dit zijn er wel meer omdat je in het centrum kan winkelen en uitgaan. Toch heeft een doorsnee persoon van Zuid niet veel met het centrum, al helemaal niet om er te gaan wonen.

Mensen uit het centrum komen liever niet naar Zuid en er gaan wonen doen ze al helemaal niet. Een paar eeuwen geleden werd Zuid verbonden met Rotterdam. De eerste stap van Rotterdam naar Zuid werd gezet in 1591. Rotterdam kocht toen een groot deel van het Feyenoord (het gebied tussen het Zwanegat en de Nieuwe Maas). In 1658 werd het restant van Feyenoord gekocht. Feyenoord werd gebruikt om zaken onder te brengen die men liever niet in de stad had, zoals het pesthuis, een traankokerij en de galg van de Admiraliteit. De voorgeschiedenis van Rotterdam Zuid is dat er boeren kwamen wonen. Veel Zeeuwse maar ook Brabantse boeren kwamen toen naar Rotterdam om onder andere in de haven werk te zoeken. Zij hadden het geld niet, geen vervoer en waarschijnlijk ook gewoon niet de puf om even naar de andere kant van de Maasoever te gaan.

De zeer lange dagen die gewerkt werden, en de zware arbeid maakten dat de mensen vroeg naar bed gingen. Mogelijk is hierdoor in het prille begin al een kloof ontstaan. De boeren kregen kinderen en kleinkinderen  en tradities worden voortgezet… naar het centrum gaan doe je niet zomaar! En de mensen uit het centrum doen exact zo, met de mensen van de boerenzij hadden zij niets. Klopt als een bus, toendertijd, lang geleden!

Vroeger (in mijn jonge jaren ) was  op zuid ook niet veel te doen. Uitgaan kon alleen maar in het Centrum, behalve in de discotheek Mallegat die erg gezellig was.
Wij, diezelfde vriendin en ik, gingen zodra we konden, maar vooral mochten, naar het centrum – Hofplein waar op de hoek de sensationele Bristol – discotheek stond. Dit was spannender! Wat een herinneringen, zo mooi! Naar mijn gevoel is er later nooit meer zo’n discotheek gekomen. Dat was het! Of dat werkelijk zo is, valt te betwijfelen, dat was mijn herinnering en dat gaat niet meer weg, tenzij er iets is wat overtreft. Bristol viel niet te overtreffen, voor mijn gevoel, met zijn spannende verhalen. Een portier die in een Rolls Royce reed, er is ooit iemand dood geschoten, het publiek dat anders gekleed ging, mooi en vooral apart. De waanzinnige ronde koepel. Binnen de ronde zitjes en waanzinnige dansvloer, waar je ook vanaf boven kon kijken. Dit alles maakte het zo ALLES.

Immers er gebeurde in de tijd dat ik jong was weinig tot niets. Er was meer, Studio 54 om maar wat te noemen. Le Bateau onder het Hilton. The Pup onderin, op het Stadhuisplein. Maar geen enkele disco had het zoals Bristol. Op Zuid had je wat zaken restaurants en kroegen, waar je niet wilde komen om te dansen en gezellig met je (aanstaande) geliefde te eten.

Nu anno 2012 is er veel te doen op Zuid. Een prachtige haven bij de Cargadoor kade waar privé jachten en mooie sloepen liggen, leuk om te winkelen en te wandelen want het is omringd door o.a. mooie winkels en gezellige restaurants.

Ga je naar de Wilhelminapier dan ga je wat bijzonders beleven! We beginnen bij het Nieuwe Luxor, daarnaast New Orleans waar o.a. het Theater Lantaren /Venster is gevestigd  en dat ook is omringd door restaurants. De Montevideo aan de Maas, Hotel New York, mijn persoonlijke aanbeveling! Geweldige locatie, daar moet je zijn!

Als je op de Wilhelminapier bent  word je direct geconfronteerd met de bouw van het prachtige gebouw van Remco Koolhaas ‘De Rotterdam’ dat het grootste gebouw van Nederland gaat worden. Loop of rij je wat verder dan zie je het Nederlands Fotomuseum, gevestigd in voormalig pakhuis Las Palmas waar prachtige tentoonstellingen te zien zijn!

Momenteel is er een prachtige tentoonstelling JULIAN GERMAIN THE FUTURE IS OURS CLASSROOM PORTRAITS 2004-2012 Van 2 juni  tot 2 september 2012
Voor zijn serie Classroom Portraits fotografeert de Britse fotograaf Julian Germain schoolklassen van over de hele wereld. De gedetailleerde kleurenfoto’s vertellen het verhaal van de leerlingen, de school en hun leefomgeving.

De Rijnhavenbrug in Rotterdam Katendrecht is met de Wilhelminapier verbonden. De nieuwe 160 meterlange voetgangers- en fietsbrug landt op het Landverhuizersplein aan de zijde van de Wilhelminapier en op het plein tussen de twee Fenixloodsen aan de zijde van Katendrecht. De verbinding vergroot de aantrekkelijkheid van zowel Katendrecht als de Wilhelminapier. Ook vormt de brug voor bezoekers van de ss Rotterdam een aantrekkelijke alternatieve route.

Na jaren varen over de wereldzeeën, ligt de SS Rotterdam permanent in de Rotterdamse haven. Het schip heeft een lange en rijke historie. Dat is te zien en te voelen! Vandaag is de ss Rotterdam een bijzondere plek waar u kunt eten, drinken, feesten, trouwen, overnachten, uitgaan, vergaderen, toeren en werken. Beleef de ss Rotterdam!

Katendrecht is een plek waar Chinezen al 100 jaar wonen en er is op de Kaap dan ook een Chinees Handelscentrum op komst. De realisatie van het ECC (European Chinese Center), kost 100 miljoen euro. Het complex in het Rotterdamse Rijnhavengebied omvat kantoorruimten voor Chinese en op China georiënteerde Nederlandse bedrijven, woningen, winkels, restaurants en een Chinees hotel.

Er is nog veel meer over Rotterdam Zuid te vertellen, bijvoorbeeld de mentaliteit! Rotterdam onderscheidt zich door haar nuchtere en no-nonsense instelling en de behoefte aan efficiëntie en daadkracht. Een karakterschets van Rotterdam luidt: ‘Nuchter, zelfbewust, internationaal georiënteerd, technologisch, open, individualistisch, ondernemend en ambitieus’.

Als laatste de Trots van Zuid. Uiteraard het Feyenoordstadion! Op zaterdag 27 maart 1937 werd het Feyenoordstadion feestelijk geopend. Leden van de atletiekafdeling van Feyenoord droegen in een estafette vanaf de Kromme Zandweg de clubvlag het nieuwe stadion binnen, waar alle spelende leden van Feyenoord een levend lint rondom het veld vormden.

Bijna iedereen op Zuid heeft iets met Feyenoord en zijn Legioen. Velen hebben een seizoenskaart en gaan naar iedere (thuis) wedstrijd. Dit seizoen is Feyenoord uit een dal geklommen. Ron Vlaar kijkt met een trots gevoel terug op de prestatie die Feyenoord het afgelopen seizoen heeft geleverd. De verdediger, die momenteel met het Nederlands elftal in voorbereiding is op het EK, stelt deze maand in Feyenoord Magazine dat niet alleen de ploeg een grote ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar ook hijzelf. ‘Goed is niet langer goed genoeg.’

Naast het Feyenoord stadion ligt de Bioscoop Pathé waar de nieuwste films worden getoond. Het is een mooi groot gebouw met een gezellige accommodatie waar je naast de film ook een stukje uitgaan op z’n Amerikaans kan beleven. Cola, Popcorn, de nieuwste film en een leuke date bij je; ingrediënten voor een super avond!

Dit alles vertel ik mijn vriendin. Ze is enthousiast maar ook enigszins verrast omdat ze er nooit zo bij stil heeft gestaan dat er nu zo veel is op Zuid. Genoeg om iets leuks te doen, om ergens heen te gaan om je gast rond te leiden.

Op dit moment word er heel veel geld geïnvesteerd in Rotterdam Zuid om over een periode Zuid geweldig te laten zijn in wonen en werken. Wat het nu al is! Zuid is volwassen geworden, daar moet je zijn!

Vreewijk

Rotterdam. Mijn stad. Mijn leven. Ik heb op diverse plekken gewoond in Rotterdam en overal is het goed. Ik werd geboren in de Rosestraat, vervolgens verhuisde mijn ouders naar de Vaan, al waar ik mijn gehele jeugd met heel veel plezier heb door gebracht. Vanaf het ouderlijk huis verhuisde ik naar Vreewijk om in de Berkendaal mijn eerste huis te huren. Over deze bijzonder mooie omgeving kan ik het nodige schrijven.

Vreewijk is door van der Mandele, Mees en van Ravesteijn opgericht in 1913.
Mijn opa en oma kwamen er in 1932 wonen, in de Rozengaarde. Ze mochten een huis huren als ze netjes genoeg waren en als de man werk had. Mijn opa had werk en ze waren netjes, volgens de inspectie van toen stichting Vreewijk. De inspectie had het recht om zelfs in de linnenkast te kijken of alles er wel netjes genoeg op stapeltjes bij lag, vertelde mijn oma. Immers in Vreewijk was het netjes en kwam je niet zomaar. Dit beeld was er nog toen ik een huis mocht huren. Iedereen die in Vreewijk wilde wonen wist ook, daar kom je niet zomaar.
Vreewijk is opgezet als een dorp en wordt gekenmerkt door veel groen. Wie door Vreewijk wandelt ziet nu niet meer de prachtige en verzorgde tuinen als vroeger toen ik er woonde.

Helaas is er sinds de renovatie in de jaren 80 anders om gesprongen met het beheer van huizen verhuren. Het strenge beleid dat Vreewijk ooit voerde en wat Vreewijk zo bijzonder maakte en zo mooi hield, verzorgde huizen, straten en tuinen werd niet meer gebezigd. Tegenwoordig lijkt het wel of alles kan. Bijna iedereen heeft nu zijn tuin afgeschermd met een schutting vaak ook nog lelijk. Tuinen worden over het algemeen niet meer zo netjes bij gehouden. Het is niet overal zo, maar het gezellige – keurige Vreewijk is nu niet meer, met de lage heggen zodat je bij de buren in de tuin kan kijken en de sociale controle groot was. Wel is nog een gedeelte van de oorspronkelijke bouw in tact. Dit omdat niet iedereen mee heeft gewerkt aan de lelijke renovatie, o.a. ik zelf. Sommige bomen zijn ziek in Vreewijk maar ondanks dat, is er nog steeds veel groen. Oude bomen, struiken zijn gelukkig niet weggehaald.
Uit Vreewijk komen ook bekende namen zoals Jos Brink, die er zelfs een liedje over schreef.

Jos Brink: Tuindorp Vreewijk songtekst
Tuindorp Vreewijk, Tuindorp Vreewijk
Op de Voorde, waar ik woon
Loop ik, als m’n broertjes deden
Via de Vonder en de Leede
Naar de Frankendaal
Haartjes nat en handjes schoon
Loop ik langs de Lange Welle
En m’n moeder maar vertellen
Hoe het allemaal zou gaan
Die eerste dag, grote school, zes jaar pas
Lieve juf, jij bent Jos, jij zit daar
En m’n moeder wijst, terwijl ik angstig meekijk
Dat is allemaal allang voorbij

Tuindorp Vreewijk
Een auto in de straat, een zwarte met veel chroom
Het eindpunt van lijn 3 was op de Groene Zoom
Het Zuiderziekenhuis, de Groene Hilledijk
Die gekke namen van die lieve, lage wijk
De Vonder en de Wed, de Voorde
De Voordonk en de Achterdonk
De Kreek, de Lange Geer, de Lange Welle
Met de Olmendaal, de Iependaal
Willem van Iependaal, nou ja, ja… en De Brink

Tuindorp Vreewijk (Waar woon je?) Tuindorp Vreewijk
Pas een nieuwe koningin
Met de prins en de prinsesjes
En ik lik met smaak de restjes
Uit de puddingschaal
Tuindorp Vreewijk, mijn begin
Aarzelende eerste stappen
Ik ben niet zo’n hele knappe
Op die Frankendaal
En elke dag ga ik twee keer heen en terug weer
Deutekom heeft zoethout voor twee cent
Ze zijn er zeven kerken en maar een cafe rijk
En dat is allemaal allang voorbij

Tuindorp Vreewijk
Maar mijn straatje is er nog
Ach, die kleine smalle Voorde
Die uitstekend bij mij hoorde
Toen, maar nu niet meer
Misschien loopt er weer zo’n joch
Op de Voorde langs de Leede
Net zoals wij dat vroeger deden
Langs de Lange Geer
En ik zit op ‘t terras van m’n huis met zeezicht
Het is zo ruim en zo riant en zo royaal
En ik denk, terwijl ik naar de zee kijk
Wat was het klein en lief en lang voorbij
Tuindorp Vreewijk, Vreewijk, Vreewijk

Dan was er het Hotel Restaurant ‘Het Witte Paard’ wat werkelijk wereldberoemd was. In 1980 is dit helaas zo mooie gebouw afgebrand. Vele toeristen vanuit de hele wereld kwamen kijken. De architectuur van de woningen en het hotel – restaurant het Witte Paard, tuinen het ‘nieuwe wonen voor de arbeiders’ trok vele aan. Zelfs Japanners kwamen er kijken. Na de brand werd ‘Het Witte Paard’ een dienstencentrum. Dit is inmiddels ook al weer passé.

Vreewijk is een bijzondere wijk en dat levert bijzondere weetjes op. Wist u bijvoorbeeld dat de wortels van de televisieserie ‘De Fabeltjeskrant’ in Vreewijk liggen? Ed en Willem Bever, juffrouw Ooievaar, Bor de Wolf, Lowieke de Vos, Momfer de Mol en de Gezusters Hamster: allen zijn geënt op bewoners van Tuindorp Vreewijk. Wijkbewoner Leen Valkenier schreef de teksten voor de populaire kinderserie, die ook door volwassenen goed werd bekeken. Hij maakte deel uit van een Vreewijks theatergroepje. De serie verscheen in 1968 op televisie. Medeleden van het theatergroepje herkenden verschillende bewoners in de personages in de serie. Leen Valkenier bevestigde later zelf dat hij personages baseerde op mensen in zijn omgeving. In 2005 werd de serie uitgeroepen tot het beste Nederlands kinderprogramma van de afgelopen eeuw. Meer kunt hierover lezen www.museumvreewijk.nl.
Wat ook nog leuk is, op de Lede kan je een huis – museum woning – waar je Vreewijk door de tijden heen ziet. Ook Vreewijkers zelf komen langs omdat het zo leuk is om te zien.

Op 16 februari 2012 kwam het navolgende bericht : De wijk Tuindorp Vreewijk in Rotterdam wordt aangewezen als beschermd stadsgezicht. Daarnaast worden tweehonderd woningen in de wijk beschermd monument. http://www.rijnmond.nl/nieuws/16-02-2012/tuindorp-vreewijk-wordt-monument
Dit alles zegt hoe bijzonder Vreewijk is!