Pluk van de Petteflet in Rotterdam

De jaren ’60. Ik groeide op in Hillegersberg in een flat aan de Schubertlaan/van Beethovensingel. Het was met recht een onbezorgde jeugd te noemen.
Mijn school, de Hildegaertschool, was een kwestie van de straat oversteken en dat kon in die tijd nog zonder gevaar.
Uiteraard kende je alle buren in de flat en had je een bepaalde voorkeur voor mensen. In mijn jonge ogen was er natuurlijk de ‘boze’ buurman, de chagrijnige buurvrouw, de bijzondere buurjongen, het mooie buurmeisje, enz.
Toch leefden we gezamenlijk in feite onder hetzelfde dak in een harmonie. In die periode was er geen kommer en kwel en het ging een ieder voor de wind.
De mannen/vaders waren overdag aan het werk en de vrouwen/moeders wisten iedere dag hun weg naar elkanders sherry-flessen te vinden. ‘Toen was geluk nog heel gewoon’.
Op woensdagmiddag was je vrij en je spoedde je naar huis. In feite was dat een soort van ‘afmelden’, want binnen twee tellen ging je weer naar buiten om te spelen. Dit geschiedde altijd op nagenoeg hetzelfde tijdstip. Wij woonden in die periode nog op de derde verdieping van de flat en ik had het mij eigen gemaakt om op geheel eigen wijze het trappenhuis ‘af te dalen’. Slingerend van trap naar trap via de palen naar beneden. Het was natuurlijk de kunst om meer en meer vaardigheid in deze uitbundige manier van naar beneden gaan, onder de knie te krijgen. Hoe gevaarlijker, maar vooral ook hoe sneller, des te beter.
Zo ging ik op een woensdagmiddag op mijn manier zo snel mogelijk naar beneden, want ik wilde voetballen. Tijdens mijn afdaling botste ik bijna tegen een vrouw aan. Verschrikt keek ik haar aan. Voor mij stond een vrouw met een regenkapje en een, door de regen, beslagen bril. Ik had haar op een haar na weten te ontwijken met mijn gezwier en gezwaai richting de begane grond.
De vrouw kende ik niet en ik keek haar angstig aan. In mijn ogen was het een hele enge vrouw. Haar brillenglazen waren zo dik en ik constateerde dat haar handen bruin van het roken waren. Zelf zal ik een jaar of tien geweest zijn en het leek op dat moment een enge droom. Zij was het die de eerste woorden sprak; “Kijk je uit jongen, dadelijk gaat het fout en doe je je zelf nog pijn”.
Het enige dat ik op dat moment wilde, was zo snel mogelijk weg van deze
angstaanjagende vrouw met die ogen door die bril. Volgens mij was het enige dat ik op dat moment kon uitbrengen ‘sorry mevrouw’ was en weg was ik.
Exact een week later en natuurlijk op nagenoeg hetzelfde tijdstip, kwam ik haar weer in het portiek tegen. Nu kon ik haar iets beter ‘observeren’ en in mij opnemen en kreeg ik al een heel ander beeld van haar dan tijdens de eerste ontmoeting. Zij reageerde vriendelijk en ik voelde mij een stuk meer op mijn gemak dan de eerste keer.
In de weken die volgden kwam ik haar iedere woensdagmiddag in het trappenhuis tegen. Uiteraard werd ik als jochie nieuwsgierig wat zij in ‘onze’ flat kwam doen en ben ik een keer stiekem achter haar aan gegaan.
Ik zag dat zij bij mevrouw Begeer naar binnen ging. Mevrouw Begeer was nu net een van de buurvrouwen waar bijna niemand contact mee had. Het enige dat van haar bekend was, was dat zij Franse les aan huis gaf en dat zij ook een bril met enorme dikke glazen had. Kwam je haar tegen in het portiek, dan was er wel het plichtmatige gedag zeggen, maar dat was dan ook alles.
De eerstvolgende keer dat ik mijn mysterieuze dame op de trap tegenkwam, had ik de brutaliteit om te vragen of zij ook naar mevrouw Begeer ging om Frans te leren. Ze keek mij aan en antwoordde bevestigend. Zelf had ik ook net les in Frans op school en de taal sprak (en spreekt) mij enorm aan.
Zij maakte mij duidelijk dat het een hele mooie taal is om te leren en dat ik zeker mijn best moest doen op school.
Regelmatig bleven wij elkaar op de trap tegenkomen en altijd was er een kort praatje. Nooit te lang, want ik wilde naar buiten om te spelen.
Dan zit ik op een avond met mijn ouders naar televisie te kijken en wie zie ik
opeens; Mevrouw Annie M.G. Schmidt! Mijn mond valt open van verbazing.
Dit was dus die mysterieuze vrouw in het portiek. De eerste reactie van mijn moeder was natuurlijk; “ben je niet in de war met iemand anders?” Neen, dit was die mevrouw.
Uiteindelijk zou blijken dat het inderdaad Annie M.G. Schmidt was en zij volgde inderdaad Franse les bij mevrouw Begeer. De schrijfster was toen al druk doende met haar tweede huis in Frankrijk en zij wilde ook de taal zo goed mogelijk beheersen.
Of mijn jeugdige ontmoetingen in het trappenhuis van een flat ooit er toe hebben geleid tot “Pluk van de Petteflet” in 1968 weet ik niet, maar het blijven mooie herinneringen.
De verbintenis tussen Annie M.G. Schmidt en Rotterdam is dus bij deze bevestigd.

‘Stoffig Lenteveld’ in Rotterdam

In 1983 werd besloten om een hond te nemen. Na veel wikken en wegen ging het sein op groen. De situatie (werkomstandigheden, enz.) leende zich er voor en het was een lang gekoesterde wens. Nu is het maken van een keuze ook niet een gemakkelijke opgave en je verdiept je uiteraard goed van tevoren in het ‘merk’ en het was al snel duidelijk dat het een Ierse Setter zou worden. De naam was niet zo moeilijk. Toen wij ons ‘kind’ gingen ophalen bij de fokker, zat deze onder het stof, stro, enz.  en de naam ‘DUSTY’ was eigenlijk gelijk al een feit. Van tevoren had ik al besloten dat de naam iets met muziek te maken moest hebben en daar ik groot fan van Dusty Springfield was en nog steeds ben, zou dit mooi corresponderen.

De eerste weken zijn er echt wel momenten dat je soms spijt hebt. Niets is veilig in huis en het zindelijk worden duurt natuurlijk langer dan gedacht. Vanaf het eerste moment lag het in de bedoeling om de hond niet te verwennen met hapjes/voedsel, anders hondenbrokken en hondenvoer. Visite werd er dan ook nadrukkelijk op geattendeerd  om Dusty geen koekjes of wat dan ook te voeren. Voor een tijd ging dat goed, maar dan is er altijd nog een ‘opa’ die dat zielig vond en dus wel stiekem de hond regelmatig het e.e.a. toestopte.

Een puppy groeit en groeit en al spoedig hadden wij in de gaten dat deze hond niet echt de ranke Ierse Setter zou worden zoals bedoeld. Luisteren naar commando’s kwam nu ook niet echt in zijn vocabulaire voor en het volgen van een gehoorzaamheidscursus in het Kralingse Bos ging goed tot het examen. Wij vonden het wel best allemaal en wij hadden gewoon heel veel plezier met onze viervoeter. Al spoedig ontpopte Dusty zich tot een veelvraat en niets was meer veilig. Hapjes op tafel neerzetten was onmogelijk en meenemen naar een restaurant was ook onmogelijk. Zo zaten wij een keer in Willemstad in een restaurant en Dusty zat goed vast bij mij aan mijn stoel. Opeens grote opschudding in het restaurant. Mijn hond had zich los weten te wurmen en had zo bij iemand een stuk vlees van zijn bord weggekaapt. Gelukkig kon deze meneer lachen om dit voorval, maar je zal de verkeerde treffen.

Wij woonden aan de Bergse Plas en dat bleek een eldorado te zijn voor onze jachthond. Waterhoentjes waren echt niet veilig en verder was alles wat bewoog de moeite waard. Met name de kippen bij de Prinsemolen aan de Bergse Voorplas moesten het ontgelden.  Het was genant als je hond kippen te grazen neemt. Het was even dollen om dan vervolgens het arme beest hoog de lucht in te slingeren. Als het gevogelte eenmaal levenloos op de grond lag, was de lol er van af en moest de volgende kip het ontgelden. Argeloze wandelaars keken dan met ontzetting toe en natuurlijk schaamde ik mij, maar die molenaar liet keer op keer het hek open. Het was in ieder geval telkens niet de moeite waard om dit te verhalen bij de verzekeringsmaatschappij en rekende ik regelmatig cash af. Uit mijn hoofd was het iets van fl. 7,50 per kip. Het eten van de kippen, waterhoentjes, enz. dat gebeurde gelukkig niet, maar een konijn dat ging er wel in.

Dusty was inmiddels uitgegroeid tot een grote, forse Ierse ‘Etter’  en iedereen in de buurt kende ons ‘monster’.

In 1986 opende ik in Hillegersberg een reisbureau en dat was helemaal ideaal. De hond ging mee naar de zaak en lag onder mijn bureau. Bijna niemand had in de gaten dat er een hond aanwezig was, want ook al kwamen er andere honden binnen of bijvoorbeeld kinderen, dan bleef Dusty liggen waar hij lag. In die tijd ging mijn vader met pensioen en hij was helemaal bezeten van die hond. Hem waarschuwen dat hij de hond geen koekjes of worst mocht geven had al geen nut meer en we lieten dat dan ook maar. Op een gegeven moment kwam mijn vader bijna iedere ochtend tussen negen en half tien Dusty halen. Ze werden een ‘paar apart’. Ze gingen samen naar het Lage Bergse Bos, maar kwamen regelmatig apart van elkaar weer thuis. Voor de konijnen en fazanten moet het een zware tijd geweest zijn. Natuurlijk was het ook een feest om de meest smerige sloot op te zoeken. Het kwam vaak voor dat mijn vader al na een paar minuten Dusty uit het zicht verloor en dan maar naar huis ging. Mijn ouders woonden bij de Van Beethovensingel en het ging meestal zo dat in de loop van de middag dan buren bij mijn ouders aanbelden met de mededeling dat Dusty voor de deur stond. Mijn vader vond dit prachtig, want het was zo knap dat die hond zelf weer naar huis kwam. Zelf vond ik het maar niets, want Dusty liep wel gewoon over straten waar auto’s reden e.d.

Inmiddels had onze viervoeter ook geleerd hoe hij nagenoeg iedere deur en dus ook de deur van een koelkast kon openen.  Dit uiteraard ook weer tot groot genoegen van mijn vader..

Vervelend was het wel als Dusty een ziek konijn naar binnen had gewerkt. Hij was dan een paar dagen goed van slag en zelf ook ziek, maar dat weerhield hem toch niet om het keer op keer te herhalen.

Zoals gezegd kende eigenlijk wel iedereen mijn hond en zeker ook in combinatie met mijn vader. Vaak werd ik op straat aangesproken met; “Is dat Dusty?”

Wij waren geprezen dat Dusty nimmer iets had en dat hij kerngezond was en wellicht iets te gezond. Een dierenarts hoefde niet op ons te rekenen. Alhoewel een keer had hij last van zijn oren en dat werd erger. De desbetreffende dierenarts zou wel even die oren schoonmaken. Ondanks het feit dat wij hem weinig kans op slagen gaven, wilde hij het toch proberen. Tevergeefs en het zou onder verdoving gaan geschieden. Zo gezegd, zo gedaan. ’s Ochtends brengen en in de middag weer halen.  Met mijn vader reed ik richting de Terbregseweg om Dusty op te halen. Er was ons gezegd dat wij rond half drie konden komen. Bij de Irenebrug zien wij met verbazing een hond midden op de weg lopen. Nu had het weinig met lopen maken, want het leek wel alsof de hond stomdronken was. Auto’s toeterden en ontweken met moeite de viervoeter. De hond waggelde de Terbregse Rechter Rottekade op en wij er achter aan, want dit was Dusty. Totaal van slag en nog half verdoofd konden we hem in de auto krijgen. Op naar de dierenarts! Aangekomen bij de dierenarts lieten we Dusty in de auto en stapten naar binnen. Een assistente keek ons verschrikt aan. “Wij komen Dusty halen.”  De lieftallige jongedame vertelde ons dat de dierenarts nog even met hem bezig was en of we even geduld wilden hebben. Zij verdween naar achteren en wij hebben haar nooit meer gezien. Na een kwartier zijn we gewoon naar buiten gegaan en naar huis gereden. Tegen het einde van de middag belde de dierenarts. Er was iets onmogelijks gebeurd, maar Dusty had zich uit een kelder weten te bevrijden en was net ontsnapt. Na een heel betoog van die dierenarts, maakte ik die man duidelijk hoe of wat. Totaal geen excuus of wat dan ook. De verbazing was dan ook groot dat een paar dagen later een rekening op de deurmat viel. De behandeling wilde ik betalen, maar niet de post ‘verblijf’. Dit is een heel gedoe geworden en uiteindelijk heb ik dus inderdaad alleen de behandeling betaald. De bewuste dierenarts had ons echter wel bij alle dierenartsen in de omgeving op de zwarte lijst gezet. Wij zijn dan ook later uitgeweken naar een dierenarts in Bergschenhoek.

Op een dag was mijn vader weer op stap en zag hij hoe de hond via de achterdeur een villa binnen ging. Mijn vader belde aan en tot zijn verbazing opende Patricia Paay de deur. (zij woonde daar toen met Joey Fresco) Mijn vader vertelde dat zijn hond door een deur naar binnen was geglipt en Patricia nodigde mijn vader uit om even mee te lopen naar de keuken. Dusty had inmiddels een stuk vlees van het aanrecht te pakken en in de hoek zat de Yorkshire Terriër  van mevrouw Paay te kijken wat er allemaal gebeurde.  Uiteraard verontschuldigde mijn vader zich en bood gelijk aan om de kosten te vergoeden. Patricia moest er echter wel de humor van inzien en wilde niets van een vergoeding weten. Dusty had in ieder geval weer ‘gescoord’ en ging uiteraard voldaan met mijn vader mee. Tijdje later kwam Patricia met haar zus Yvonne bij mij in het reisbureau  Eer ik er erg in had, was mijn hond onder mijn bureau vandaan gekomen en dat deed hij echt nooit. Patricia keek een beetje verbaasd en ik verontschuldigde mij nogmaals, maar zij bleef er de humor van in zien. Vele jaren later ontmoette ik haar bij een persconferentie en ik haalde toen dat voorval aan en haar reactie was o.a.; “Oh ja, die hond met die oude man”.  Deze response heb ik, geloof ik, nooit aan mijn vader verteld.

In feite was Dusty een ‘allemans’ vriend en ik vergeleek hem vaak met de bekende ‘Rataplan’ . ‘Kinderen geen bezwaar’ was ook van toepassing  en al trokken ze aan zijn oren en/of staart, het maakte allemaal niets uit.

In 1990 heb ik een tijdje boven Cafe Lebbink gewoond en dat was helemaal een speeltuin voor mijn hond. De keuken van het Cafe bevond zich naast mijn woongedeelte en al te vaak waarschuwde ik dat ze ’s avonds alles echt goed moesten afsluiten. Je kon er een keer op wachten, want uiteraard was het Dusty een keer gelukt om ‘in te breken’. De ravage was enorm. Koelkasten en kastjes had hij open gekregen en hij had zich de hele nacht tegoed gedaan aan alles wat maar met voedsel te maken had. Natuurlijk werd hem dit vergeven, want ze hadden zelf de boel niet goed afgesloten. Zelden was mijn hond in het Cafe zelf, want dat wilde ik niet. ’s Ochtends was een soort van ritueel, want dan stonden Freek en Riet ‘beneden’ en dat betekende ‘koekjes’ !

In die tijd had ik ook een rode Eend en dat vond ‘meneer’ ook prachtig. Het was een jaar dat ik voornamelijk met het dak open kon rijden. Als Dusty op de achterbank zat, dan stak precies zijn kop boven het open dak uit en dat was geen gezicht. Meneer genoot er echter met volle teugen van.

Inmiddels werd mijn hond ook steeds vaker ‘Stoffig’ genoemd. In 1989/1990 werd in Hillegersberg een band opgericht, I.O.U.  Deze band was al vrij snel populair en zij stonden dan ook op het Bevrijdingsfestival op 5 mei 1990 in het voorprogramma van Lois Lane. De band bedacht dat er ook speciale T-shirts moesten komen en dat moest er ook een beetje professioneel uit zien natuurlijk. Zo kwam er op de shirts en andere aankondigingen de toevoeging  ‘Stoffig Lenteveld Producties’. U begrijpt deze waarschijnlijk al; Dusty Springfield.

Jarenlang zou Dusty genieten van zijn populariteit in Hillegersberg. Ook vriendinnen moesten leren leven met mijn vriend, want hij was zeker aanwezig. Begin 1994 nam ik met veel pijn en verdriet afscheid van mijn hond en geloof mij dat die laatste blik in je geheugen is gegrift.

Zo kan een hond in het Rotterdamse ook een mooi leven hebben! Nog steeds hebben vrienden en kennissen het over DUSTY! Dank je ‘Stoffig’ !

JACHTLUIPAARDEN IN HILLEGERSBERG

Het zal 1969 zijn geweest toen de sjieke wijk in het noorden van Rotterdam werd opgeschrikt door het opmerkelijke nieuws dat een paar heuse jachtluipaarden hun intrek hadden genomen in het huis van architect Henk Veth. De architect was getrouwd met de zangeres en variétéartieste Sasi Naz. Zij genoot enige bekendheid vanwege haar optredens met jachtluipaarden en achter hun villa aan de Händellaan was daar opeens een verblijf voor de exotische dieren gemaakt. Dit was op een steenworp van waar ik woonde en voor een twaalfjarige jongen was dit natuurlijk zeer interessant.  Het werd nog leuker, want de dieren mochten ook ‘gewoon’ worden uitgelaten en zo was ik regelmatig met vrienden te vinden bij het huis. Af en toe mochten wij gewoon aan de wandel. Zo laat de een zijn of haar hond uit en zo liepen wij door Hillegersberg met een jachtluipaard aan de lijn. Dit was natuurlijk geweldig stoer, maar mijn ouders vonden het maar niets.

In het land werd Sasi met haar jachtluipaarden pas echt beroemd, na haar optreden bij Willem Duys in het programma ‘Voor De Vuist Weg’.  Sasi werd opeens een ‘celebrity’ en maakte daar dan ook dankbaar gebruik van en liet geen enkele gelegenheid aan haar voorbij gaan om met haar huisdieren in het nieuws te komen. Ondanks het verbod van mijn ouders bleef ik toch zoveel mogelijk aan de wandel met deze fascinerende beesten. Inmiddels begonnen de omwonenden zich meer en meer te roeren. Zij vonden het helemaal niets en de gedachte dat een roofdier gewoon door hun straten wandelde, beangstigde een ieder. Ik kan mij ook nog herinneren dat de villa als decor werd gebruikt voor een aflevering van de televisie dramaserie ‘Waaldrecht’.  Dat was natuurlijk ook opwinding in de buurt, want opeens streek daar een cameraploeg neer in het zo rustige Hillegersberg. Natuurlijk stonden wij er met onze neus bovenop, maar konden weinig van de daadwerkelijke opnames mee krijgen, maar de aanblik van die wagens van de televisie waren voor ons, als twaalfjarigen, al opzienbarend. Er staat mij ook iets bij dat de populaire band Tee Set in het huis nog een videoclip heeft opgenomen, maar daar kan ik (nog) niets van terugvinden. Toen een van de jachtluipaarden, tijdens het uitlaten, heel enthousiast achter een krantenbezorger op een brommer aan ging, was het gedaan met de pret. Dit was toch wel de bekende druppel die bij de omwonenden de emmer deed overlopen. Uiteindelijk moesten de dieren een ander onderkomen zoeken en verdwenen zij uit het straatbeeld. Maar wie kan er nou zeggen dat hij vroeger een jachtluipaard uit mocht laten?

 

Dit is tijdens de opnames van de tv serie ‘Waaldrecht’ . Achter de villa!

Het ‘vergeten’ concert van Diana Ross in Ahoy

Ik keek er reikhalzend naar uit; Diana Ross in Ahoy bewonderen. Op zaterdag 12 juni 1982 ging ik opgetogen naar het Rotterdamse sportpaleis om dan eindelijk deze diva live mee te maken.Thuis had ik al nagenoeg alle lp’s van haar en zij had muzikaal mijn hart gestolen. Nu kreeg ik dan de kans om het allemaal zelf mee te maken. Ik had mijn uiterste best gedaan om zo dicht mogelijk bij het ronde podium, in het midden van Ahoy, plaatsen te bemachtigen. Dit was best wel gelukt. Ik zat op de 12e rij en zo zou ik er zeker van zijn dat ik alles goed kon volgen.Enthousiast betrad ik de arena en ging er maar eens goed  voor zitten. Het moment was daar en Diana betrad het podium en werd met een staande ovatie ontvangen. Een wervelend optreden volgde en er werd met volle teugen genoten. Het was in feite een grote medley van haar hits. Zelf had ik toch een klein fototoestel mee naar binnen gesmokkeld en ik probeerde zo goed als het kon stiekem foto’s te maken. Het uiteindelijke resultaat liet duidelijk te wensen over, maar ik had en heb toch mijn eigen memorabele foto’s. Het was echt genieten en het publiek werd meegevoerd in een muzikale belevenis en natuurlijk ontbraken de grote hits van haar niet.

Na zo’n 40 minuten verliet Diana het podium en een ieder dacht dat het pauze was. Niets was minder waar. Even later gingen de lichten in Ahoy aan en stond iedereen elkaar verbouwereerd aan te kijken. Was dit een grap? Was dit een foutje? Neen, het concert was over. Dit kon niet waar zijn en het publiek liet duidelijk haar ongenoegen blijken. Een ieder ging in eerste instantie nog uit van het feit dat per abuis de lichten waren aangedaan en dat het toch een pauze zou zijn. Niemand had dus de intentie om het sportpaleis te verlaten, maar na een tiental minuten werd het toch duidelijk dat de diva niet meer het podium zou betreden. Morrend en teleurgesteld verlieten de bezoekers Ahoy en een ieder sprak zijn of haar ongenoegen uit over dit wel hele korte optreden. Mensen hadden een hoop geld betaald voor een kaartje en dan verwacht je dit zeker niet. Achteraf zou blijken dat Diana op dat moment een relatie had met een arts in Parijs. Zij was zo verliefd dat zij het optreden in Rotterdam even snel wilde doen. Terwijl de mensen nog in Ahoy zaten  te wachten op haar terugkeer, zat mevrouw al in een privévliegtuig vanaf  Zestienhoven op weg naar Parijs om maar weer zo snel mogelijk bij haar geliefde te zijn.

Op zondag 13 juni gaf zij nog een concert in Ahoy en dit concert ging, voor zover ik begrepen heb, op dezelfde wijze. De media sprak die maandag over schande en liet geen spaan van haar heel, want dit kon zij absoluut niet maken. Het escaleerde zo ver dat zelfs de platenmaatschappij zich er mee ging bemoeien en de zangeres werd zelfs op het matje geroepen. Mevrouw Ross bood een soort van excuses aan en beloofde bij haar volgende bezoek aan Rotterdam alles dubbel en dwars goed te maken. Toch bleef deze bijzondere performance haar lang achtervolgen. Met gemengde gevoelens werd in 1985 gereageerd op het feit dat de zangeres maar liefst vijf keer zou optreden in Ahoy. Veel mensen zaten in dubio, want een ieder was toch wel bevreesd om een duur kaartje aan te schaffen voor een optreden van misschien wel weer een minuut of veertig.

Ze kreeg het voordeel van de twijfel. Natuurlijk had zij enorm gescoord met o.a. haar legendarische concert in 1983 in Central Park te New York. Menigeen zal zich nog de beelden herinneren dat zij in de stromende regen blijft doorzingen.  Ook speelde natuurlijk haar deelname van het nummer “We Are The World” mee. Dit nummer kwam in maart 1985 in de Nederlandse hitlijsten en stond negen weken op nummer 1. Dankzij deze wapenfeiten kreeg de zangeres inderdaad in oktober 1985 vijf keer het sportpaleis gevuld. Zij had eerder beloofd dat zij haar beschamende concerten van 1982 zou goedmaken en dat deed zij met furore.  Wederom had ik prima plaatsen weten te regelen en het was nu bijna twee uur genieten van Ross. Perfecte show en een muzikaal hoogstandje. Het Nederlandse publiek staat bekend als enthousiast en er was dan ook een enorme interactie tussen de zangeres en de mensen in de zaal. Dit was de zangeres zoals we haar kenden en wilden zien en horen. Zij had op grandioze wijze haar schuld aan het Rotterdamse Ahoy ingelost.

Haar laatste optreden in het sportpaleis was op 19 mei 2007 en in oktober 2009 was zij nog bij Symphonica in Rosso in Arnhem de prima donna . Zelf heb ik het genoegen gehad om de charismatische zangeres een paar keer persoonlijk te mogen ontmoeten en als ik dan begon over haar optredens in Rotterdam, dan werd handig van onderwerp gewisseld, want 1982 is toch een smet op haar indrukwekkende carrière.  De eerste keer was tijdens en na een optreden van haar in Caesars Palace in Las Vegas. Hier reageerde zij heel enthousiast toen ik vertelde dat ik uit Nederland kwam, maar toen ik vertelde dat ik ook haar optreden in 1982 had bijgewoond, ging de dame heel snel op een ander onderwerp over. Dat de Nederlandse fans bij haar hoog in het vaandel staan, blijkt wel uit het volgende. In 1999 was ik, als freelance journalist,  voor MTV in New York om verslag te doen van de uitreiking van de MTV Video Music Awards.  Bij de rode loper probeerde ik zoveel mogelijk sterren voor mijn recorder te krijgen. Je staat daar met een heleboel journalisten en fotografen en dat is een grote heksenketel. Uiteindelijk arriveerde Ross en alle media waren gelijk op haar gericht. Zij stopte echter nergens en liep met rasse schreden naar de ingang. Zij had geen zin in interviews of het poseren voor de fotografen. Ze kwam nu bij mij in de buurt en onder het mom ‘wie niet waagt, wie niet wint’, schreeuwde ik “Mrs. Ross will you say something to the Dutch fans?” Niet alleen tot mijn grote verbazing, maar tot ieders verbazing stopte ze en liep ze naar mij toe. Opnieuw stelde ik de vraag en hield de recorder voor haar neus. Zij nam de tijd en begroette mij en sprak vervolgens een boodschap voor haar fans in Nederland in. De opname heb ik vanzelfsprekend nog.

Zo zal ons land en zeker Rotterdam altijd in haar geheugen blijven. Hopelijk komt er  een dag dat zij nog een keer haar opwachting zal maken in ons Ahoy!

Keizer Hirohito in Rotterdam

Als kroonprins had Hirohito in 1921 ook al een bezoek aan o.a. Rotterdam gebracht. Toen werd hij vergezeld door zijn broer. Op de Coolsingel werden de Japanners met alle egards door de toenmalige burgemeester Zimmerman ontvangen, samen met prins Hendrik. De donkere jaren van de Tweede Wereldoorlog maakten Hirohito tot symbool van de Japanse onderdrukking. Een ieder weet de hartverscheurende verhalen over de ‘Jappenkampen’ en de verschrikkelijke Birma-spoorweg. Na de overgave van het land van de ‘Rijzende Zon’ werd de keizer ‘slechts’ gezien als een marionet van militairen en politici en werd hem eigenlijk van alles bespaard. Dit uiteraard tot groot ongenoegen van vele overlevenden en nabestaanden. De Amerikanen bleven echter Hirohito zien als ‘slechts’ een pion. Burgemeester Thomassen zou zelfs, tijdens het bezoek aan Rotterdam in 1971, zeggen; “dat de keizer gevangene is geweest van het systeem”.

Het protest in land barstte gelijk los toen bekend werd dat Hirohito in 1971 een privébezoek zou brengen.  Het was met name cabaretier Wim Kan die zich liet horen en goed gebruik van de media wist te maken. De bekende politicus boer Koekoek steunde de protesten van Kan en wilde zelfs dat Hirohito bij aankomst op Schiphol gelijk opgepakt zou worden wegens moord. Al deze commotie rondom het geplande bezoek van de keizer aan o.a. Rotterdam kon niemand in die tijd ontgaan zijn.

Ik was toen 14 jaar en al jaren gebiologeerd over alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken had. Al mijn zakgeld gaf ik uit aan boeken, modellen, objecten, enz. Thuis maakte ik zelf op schaal grote tekeningen van vliegtuigen en maakte in kaarten na van bijvoorbeeld de landingen in Normandië. Op school gingen mijn spreekbeurten altijd over de Tweede Wereldoorlog en een uur was voor mij tekort. Mijn interesse was ontstaan na het bekijken van een film over het leven van Anne Frank en ik denk dat ik toen 8 of 9 jaar moet zijn geweest. Dit had op mij zo’n enorme indruk gemaakt. Het feit dat keizer Hirohito een bezoek aan Rotterdam zou brengen, kwam bij mij ook merkwaardig over. In mijn ogen was deze man vergelijkbaar met dat monster uit Duitsland. Ik moest en zou die Japanner met mijn ogen zien. Dit was een man die nadrukkelijk zijn stempel heeft gedrukt op de geschiedenis.

Nu was het in die tijd niet zo makkelijk uit te vissen wat exact het schema van de keizer in Nederland zou zijn. Uiteindelijk had ik weten te achterhalen dat hij op vrijdag 8 oktober in de middag een bezoek aan de Euromast zou brengen. Dat was alle informatie die ik had. Van mijn ouders mocht ik spijbelen, want zij wisten als geen ander waarom ik deze persoon in levende lijve wilde zien. Zo ging ik op die grauwe en trieste vrijdag in oktober al rond het middaguur op de fiets naar de Euromast. In mijn herinnering miezerde het zelfs een beetje, maar dat deerde mij niet. Eenmaal gearriveerd verbaasde ik mij over het aantal aanwezige mensen. Ik had toch wel veel publiek verwacht en niet slechts een paar handen vol. Politie was wel op de been, maar ook niet echt in grote getale. Het lange wachten werd uiteindelijk ‘beloond’. De limousines arriveerden, geflankeerd door motorrijders. Ze stopten vlak voor mijn neus.  Zo zag ik Koningin Juliana uitstappen, maar mijn focus lag vooral op die keizer. Twee tellen later stond ik een soort van oog in oog met een klein, iel mannetje. Dat was hem dus. De persoon die ik ‘kende’ van talloze foto’s uit oorlogsboeken. Was dit DE keizer? Mijn verbazing was groot en misschien zelfs wel onthutst. Het gezelschap bleef even voor de Euromast staan om de media de kans te geven om foto’s te maken, alvorens ze naar binnen gingen.

Ik pakte mijn fiets en reed mijmerend terug naar huis. Voor mij was dit een rare gewaarwording geweest. Ik kon er met mijn verstand niet bij dat dit ooit die machtige keizer van het land van de Rijzende Zon was geweest. De man die ik hier had gezien stond in schril contrast met de man die ik kende van alle foto’s. Uiteraard ben ik op internet naar fotomateriaal en wellicht filmmateriaal op zoek gegaan. Er is helaas nagenoeg geen beeldmateriaal te vinden. Slechts een foto van Hirohito bij de Euromast heb ik kunnen terugvinden.

Voor een Rotterdamse jongen van 14 was het toch wel een bijzondere gebeurtenis om mee te maken.

Zangeres Zonder Naam in Ahoy

In 1986 verzorgde onze Zangeres Zonder Naam een legendarisch optreden in Paradiso. Die avond werd een versie opgenomen van haar jaren zestig hit ‘Mexico’. Een dj bewerkt een beetje deze versie en de vernieuwde versie werd een mega hit. Mary had de harten van heel Nederland veroverd. Jong en oud brulden het nummer mee en op menig feestje mocht ‘Mexico’ niet ontbreken. De Zangeres Zonder Naam was ‘hot’ en in feite was dit haar wraak op Johnny Hoes. In 1975 brak Mary met producer Johnny Hoes. Het zou een lang juridisch proces worden waarin zij uiteindelijk  financieel aan het kortste eind trok.

Het waren destijds nog de jaren met de befaamde Rotterdamse Zesdaagse in het Sportpaleis Ahoy. Een wielerfestijn van formaat en zes dagen plezier en genot. Traditioneel was op de maandag de ‘horeca-avond’ met  een optreden van Lee Towers. Peter Post zwaaide de scepter en bepaalde wat er wel en niet gebeurde tijdens de Wieler Zesdaagse. De maandagavond was meer een sociale happening dan genieten van het wielrennen. Het was in feite een beetje van ‘zorgen dat je aanwezig was’. Ik was in het bezit van een perskaart, dankzij mijn broer, en kon mij overal in Ahoy vrij bewegen. Naar het wielrennen keek je eigenlijk niet, want het ging op de maandagavond om de gezelligheid. Een uitverkocht sportpaleis met voornamelijk mannen die meer oog hadden voor een biertje dan voor de wielrenner op de baan. Peter Post had al een aantal jaar eerder de beslissing genomen om artiesten te laten optreden om zo de Zesdaagse aantrekkelijker te maken. Natuurlijk was Lee Towers de sleutel tot succes, maar zo mocht ook Andre Hazes zijn opwachting maken in Ahoy. Lee Towers stond eigenlijk altijd vast, maar wie er verder dan zou optreden, werd eigenlijk als een soort verrassing achter de hand gehouden. Ook stond vast dat de ‘finale’ in handen was van Lee met uiteraard “You Never Walk Alone”. Die bewuste avond ging het echter in Ahoy anders, want als verrassingsact was niemand minder dan de Zangeres Zonder Naam geprogrammeerd. Peter Post was bezweken onder de ‘druk’ van de sportjournalisten. Het bleek uiteindelijk geen verkeerde keus te zijn geweest. Mary kon op dat moment genieten van een enorme populariteit en haar status als zangeres was niet eerder zo groot geweest. De verbazing in het sportpaleis was dan ook groot toen Lee Towers het podium betrad en het publiek vertelde dat hij deze avond niet de finale zou verzorgen. Uit diep respect vond hij het niet meer dan normaal om deze eer aan de Zangeres Zonder Naam te gunnen. Ahoy gonsde van geluid, want al die mannen wisten eigenlijk niet of ze hier nu echt op zaten te wachten. Zelf vond ik het wel grappig om ‘onze’ Mary een keer live te zien en te horen. Lee Towers deed zijn kunstje en later op de avond was het dan eindelijk zo ver! Glashelder zie ik nog Mary Servaes richting podium gaan. In de ene hand haar wandelstok en in haar andere hand de hand van haar man Sjo. Gekleed in een enorme roze jurk met een grote strik op haar buik en zij leek wel op een goed verpakte Belgische bonbon. Ahoy veerde op en begroette haar op innemende wijze. Met moeite bereikte zij uiteindelijk het podium en daar stond zij dan in de schijnwerpers die zij verdiende! Zij bracht haar hits uit het verleden ten gehore en ook al zou waarschijnlijk niemand in Ahoy toen een plaat van haar in huis hebben gehad; iedereen kent haar nummers. Ahoy zong uit volle borst mee en het was genieten. Al die kerels die met overtuiging “ach Vaderlief, toe drink niet meer”  en “Keetje Tippel” meezongen. De apotheose kwam natuurlijk met “Mexico”.  Het dak ging er af in Ahoy. Zij werd in de armen gesloten en dit was meer dan genieten. Peter Post stond meer dan zichtbaar te genieten, want dit was met recht een schot in de roos. Het sportpaleis beefde en deinde, want hier gebeurde iets onvergetelijks. Mary genoot er zelf ook met volle teugen van en gaf ook nadrukkelijk de credits aan de dj die haar versie van ‘Mexico’ had bewerkt. Een ieder die dit heeft mogen meemaken, zal zich dit zeker herinneren tot in lengte van dagen. In 1987 gaf de zangeres haar legendarische afscheidsconcert, maar wat ben ik blij dat ik haar in Ahoy heb mogen zien en horen.

Respect voor DE zangeres van het levenslied!

Jeroen Noppen

Feyenoord – Tottenham Hotspur 29 mei 1974.

Zestien jaar was ik en ik mocht met mijn grote broer mee naar de Kuip. Mijn broer was toen sportjournalist bij het Algemeen Dagblad en had kaartjes gekregen om deze UEFA Cup wedstrijd bij te wonen. Natuurlijk was ik opgetogen dat ik mee mocht.

Eenmaal in de Kuip gearriveerd ontdekten wij al heel snel dat wij in het vak met alleen maar Engelsen zaten. De Tottenham supporters waren al duidelijk flink onder de invloed van drank, want zij hadden in de middag al de horeca in het centrum van Rotterdam getrakteerd op een leuke extra omzet. Zelf durfden wij amper iets te zeggen, want we waren een soort van ‘als de dood’ dat zij zouden ‘ontdekken’ dat wij Feyenoord supporters waren.

Toch was het in eerste instantie wel een gezellige boel en ik vond het wel een aparte belevenis om tussen die Engelsen te zitten.
Voor ons zagen wij nog een Feyenoord supporter. Deze man stond driftig met een grote vlag te zwaaien, maar de Engels vonden dat geen probleem.

Uiteindelijk sloeg de vlam in de pan. Stalen hekken werden omver geduwd alsof het luciferhoutjes waren, stoelen werden losgerukt en alles wat los en vast zat werd gebruikt als wapen. De Engelsen klommen over de omheining richting vak GG. Het veranderde in een oorlogstafereel.

Tot mijn verbijstering zag ik hoe met ijzeren staven op mensen werd ingehakt en hoe mensen gewoon van de eerste ring naar beneden werden gegooid. De situatie was allesbehalve veilig en wij moesten z.s.m. een veilig heenkomen zien te vinden. Nederlands praten durfden wij amper.

Doodsbang was ik, want wat ik allemaal om mij heen zag, zag je niet eens in een film. Wij baanden ons een weg en van alles vloog om mijn oren en ik hoorde geschreeuw en zag bebloede mensen om mij heen. Uiteindelijk stonden we voor een hek en mijn broer heeft mij daar een
soort van over heen gegooid. Het ergste gevaar was voorlopig geweken. Opeens hoorden we de stadionspeaker mijn broer omroepen. Hij moest zich melden in de radiokamer. Ik kan je verzekeren dat het heel, heel raar klinkt, als je opeens je naam door de luidsprekers in de Kuip hoort.

Voorzichtig probeerden wij ons een weg naar beneden te banen. Om ons heen was een veldslag aan de gang. ‘Supporters’ gingen niet met elkaar op de vuist, maar belaagden elkaar met alle mogelijke attributen die enigszins als wapen konden dienen. Terwijl wij probeerden via de trappen naar beneden te komen, baande de politie zich voorzichtig een weg naar boven.

Uiteindelijk arriveerden wij in de catacomben van de Kuip en hier ontvouwde zich een schouwspel dat ik mij tot op de dag van vandaag glashelder kan herinneren. Gewonde mannen, vrouwen en kinderen werden achter elkaar naar binnengebracht. Mijn broer moest contact opnemen met de redactie van het Algemeen Dagblad, want zij wisten dat hij in het stadion was. Ze wilden dat hij verslag zou doen van deze rellen. Ook gingen er al spoedig geruchten dat de boot, die de Tottenham Hotspur fans naar Engeland zou terugbrengen, niet van plan was om uit te varen. Mijn broer moest naar Hoek van Holland, want men verwachtte daar ook nog problemen.

Geregeld werd dat ik met een collega van mijn broer, Van Hemert van het ANP, thuis gebracht zou worden. Deze journalist moest echter ook eerst nog even zijn ‘werk’ doen en ik werd ‘gedropt’ bij de ingang van de EHBO en hier moest ik wachten. Met ontzetting sloeg ik alles gade. Kermende en bebloede mensen zouden mijn netvlies een lange tijd beheersen. Opeens vroeg een journalist iets aan mij, want ik stond daar, zonder kleerscheuren, keurig voor de deur te wachten. Ik vertelde dat ik op de desbetreffende tribune zat en dat ik alles van zeer dichtbij had meegemaakt. Binnen de kortste keren had ik tal van journalisten om mij heen. Keer op keer moest ik mijn verhaal vertellen.

Ondertussen kwam er geen einde aan de stroom van gewonden. Ik zag de meest verschrikkelijke verwondingen. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen Nederlanders en de Engelsen. Zo lagen opeens ‘fans’, die eerder geprobeerd hadden om elkaar hersens in te slaan, nu gebroederlijk naast elkaar. Het was een enorme chaos. Uiteindelijk kwam van Hemert van het ANP mij halen. Het was tijd om te gaan. Inmiddels was de Kuip grotendeels verlaten, maar buiten was het nog een pandemonium van opstootjes en geweld. De Rolls Royce, met Engels kenteken, die wij bij het betreden van het stadion eerder die avond, in volle glorie hadden mogen aanschouwen, stond er nu bij als een schroothoop. Totaal vernield.

’s Avonds laat kwam ik totaal onthutst thuis en ik wist eigenlijk niet wat ik nu daadwerkelijk had meegemaakt.
Ik had de schrik goed te pakken en het zou jaren duren, eer ik weer de weg naar de Kuip wist te vinden.
Saillant detail is dat in de documentaire over Feyenoord vanzelfsprekend deze schokkende gebeurtenis getoond wordt en je kan dan ook duidelijk horen dat mijn broer wordt omgeroepen.
In 1974 had de wereld voor het eerst daadwerkelijk kennis gemaakt met ‘hooligans’ en vandalisme.
Het is een negatieve rol voor de Kuip, maar valt helaas niet meer terug te draaien.

Jeroen Noppen

Terreur in Crooswijk

Het is dinsdagochtend 28 augustus 2001 en ik zit net aan de koffie als ik opeens voor de deur auto’s met gierende banden hoor stoppen. Nonchalant kijk ik naar buiten en voor mijn deur ontvouwt zich een schouwspel dat je eigenlijk alleen in films ziet. Grote zwarte en waarschijnlijk gepantserde Audi’s staan dwars op de stoep. Een arrestatieteam neemt posities in en met grote verbazing sla ik alles gade. Al snel is duidelijk dat er wel iets heel ernstigs aan de hand is. Ik zie het Rotterdamse ‘SWAT’ team in vol ornaat. Kogelvrije vesten, helmen, schilden en automatische wapens. Het desbetreffende deel van de Paradijslaan wordt onmiddellijk afgezet en sommige omwonenden die argeloos naar buiten komen, worden gelijk gemaand om hun woning te verlaten. Duidelijk is dat het om een woning recht tegenover mijn huis gaat.

Ik besluit om mijn benedenbuurvrouw te alarmeren. Zij komt bij mij boven en samen zitten we, met een kop koffie, te kijken naar de ontwikkelingen vlak voor onze neus. Heel voorzichtig gaat de speciale eenheid te werk en zelf hebben wij geen enkel idee waar het allemaal om gaat. Natuurlijk proberen wij via Radio Rijnmond en internet te achterhalen hoe of wat, maar we worden niets wijzer.In het bewuste huis is geen enkel teken van leven te bekennen en de eerste uren is er weinig of geen actie. We zien op het dak tegenover ons opeens een paar leden van de speciale eenheid, maar die zijn dan alleen de woning van bovenaf aan het verkennen.

Inmiddels is de toeloop in de Paradijslaan groot, maar het nieuwsgierige publiek wordt op grote afstand gehouden. Zelf zit ik op mijn gemak foto’s te maken en jammer genoeg had ik toen nog geen digitale camera, want dan had ik toch een mooi live-verslag kunnen maken.  Het zou uren duren eer er iets zou gebeuren. Een soort robot werd ingezet en werd met de grootste voorzichtigheid voor de deur geplaatst. Een mechanische arm met camera ging via de brievenbus naar binnen. Wij wisten dus echt nog steeds niet wat er daadwerkelijk aan de hand was, maar het ging er nu toch wel steeds grimmiger uitzien.

Wij verhuisden een verdieping lager, want dan hadden wij nog een beter zicht op alles wat voor onze neus zich afspeelde. Het was mooi weer en wij hingen als het ware uit het raam en opeens merkte een agent ons op. Hij attendeerde ons op het feit dat er waarschijnlijk aan de overkant zware explosieven in het pand aanwezig zouden zijn en dat wij voor onze eigen veiligheid toch grote voorzichtigheid moesten betrachten.

Op het moment dat de voordeur, op afstand, met een hydraulische ‘koevoet’ wordt geopend, deinzen wij toch achteruit, want je weet maar nooit. Als de deur is geforceerd, verschijnen een aantal zwaar bewapende leden van de speciale eenheid. Het is aan een Duitse herder om als eerste het bewuste pand te betreden. Snel volgt het speciale arrestatieteam en het duurt dan ook niet lang eer een man naar buiten komt en gelijk wordt geboeid en geblinddoekt. Binnen de kortste keren is deze man afgevoerd en een paar tellen later volgen een vrouw en twee kinderen. Even later wordt nog een jongeman uit het pand gehaald en hij wordt ook gelijk afgevoerd.

Achteraf zouden wij pas daadwerkelijk vernemen wat er allemaal aan de hand was. In pand zou eerder die nacht ruzie zijn ontstaan. De gealarmeerde politie achtervolgde vervolgens een auto. De auto reed in de Jonker Fransstraat tegen een paal en de bestuurder wist te ontkomen. Bij politiebureau Boezembocht werd eerst een wapen gevonden. Toen de explosieven opruimingsdienst een koffer wilde bekijken, ontplofte deze. De expert raakte gewond en raakte zijn onderarm kwijt. De daders zouden uiteindelijk lange gevangenisstraf krijgen.

Tot op de dag van vandaag vraag ik mij nog steeds twee dingen af. De politie gaf onmiddellijk te kennen dat er een uitvoerig buurtonderzoek zou plaatsvinden. Zoals aangegeven woonde ik recht tegenover het desbetreffende pand. Nimmer is bij mij politie aan de deur geweest. Vervolgens verbaasde het mij ook dat leden van de speciale eenheid niet bij mij in huis wilde kijken. Vanuit mijn pand hadden ze een prima zicht op de bewuste woning.

Toch maakte Crooswijk die dag kennis met terreur, want er werd duidelijk verband gelegd met de terreurorganisatie Hezbollah, dat echter door advocaat P. Doedens altijd werd beschouwd als ‘onzin’.

Waarschijnlijk zullen we het allemaal nooit exact te weten komen.

 

De foto’s zijn door mijzelf gemaakt en exclusief.