48 hours team Delfshaven werd gevolgd door Cineac tv Rotterdam

De tv-makers van Cineactv Rotterdam volgden het team van Delfshaven TV tijdens het 48 Hour Film Project. Het resultaat is een making of van maar liefst veertig minuten. Deze is binnenkort op tv te zien, maar nu ook al online. Dank aan Ryan Derks voor het maken van deze uitgebreide film!

Te koop boek “ode aan de vader”

De Kunsthal viert Moederdag (zondag 12 mei) met een ode aan vaders. Aanleiding vormt het fotoboek ‘Ode aan de Vader’ van Kees Spruijt waarin hij 23 vaders van tussen de 25 en 54 jaar oud portretteert. De portretten vormen een persoonlijk relaas van deze vaders, met een knipoog naar de moeders. Spruijt verbaast zich “over de manier waarop vrouwen het moederschap uitdragen”, mannen staan veel minder bekend om hun vaderschap. De Kunsthal toont bovenaan het Auditorium een tiental portretten van deze bijzondere serie.

De ondergewaardeerde rol van vaders begint volgens Spruijt al tijdens de zwangerschap. “Vanaf het moment dat vrouwen zwanger raken, lijkt er nog maar één gespreksonderwerp mogelijk: het kind”. Spruijt portretteert de vaders daarom in ‘zwangere pose’, de mannen geven zich letterlijk bloot. Ze houden hun, soms grote, vaderlijke buiken vast tegen een fel baby-roze of blauwe achtergrond. De foto’s doen daarmee denken aan zogenoemde ‘pixi photos’, cliché (familie)portretten die sinds de jaren ’50 veel gemaakt werden in warenhuizen. De neutrale setting van de foto’s geeft weinig vrij over de geportretteerden, enkel hun lichamen geven iets van hun identiteit prijs. In begeleidende interviews vertellen ze openhartig over hun vaderschap en de band die zij zelf hebben met hun vader. Hoezeer de mannen ook van elkaar verschillen, de liefde voor hun kinderen staat voorop. “Stiekem verheug ik me al op de dag dat ik opa word” (Paul).

Kees Spruijt
Werk van Spruijt (1964) was al eerder te zien in de Kunsthal, met de fotoserie ‘Kameraden’ (2008), een serie portretten van de harde kern supporters van Feijenoord. Spruijt is sinds 1990 freelance fotojournalist en won in 2004 de tweede prijs bij de Zilveren Camera in de categorie dagelijks leven. Hij heeft een voorliefde voor sociale fotografie, waarin onder andere de zelfkant van de maatschappij centraal staat.

Binnenkort kunt U dit boek bestellen in onze webwinkel, kunt U niet wachten en wilt U dit boek nu bestellen, stort 19.50 inclusief verzending op bankrekening 97.11.62.123 t.n.v. ROPE theater op maat.
Vergeet niet uw adres te vermelden.

Adri Troost onverbloemd over zijn leven in boek ‘Met de Muziek mee’

Als vader Troost er nog zou zijn, zou hij trots zijn op zoonlief Adri. Sinds hij uit de korte broek is – en Rotterdammer was geworden – is hij actief als musicus, organisator, entertainer, promotor, geluidstechnicus, producent, presentator en vlieger in de lichte luchtvaart. Jaren achtereen was hij met eigen en andere orkesten op tournee door Nederland, Duitsland, Zweden, Noorwegen, Spanje,  Oostenrijk en Zwitserland.

Dat vormde hem tot een creatieve en humorvolle man met levenservaring, naam en faam, maar er gingen ook twee huwelijken door kapot. Op zijn derde jawoord – 31 jaar geleden gegeven aan Helma – heeft de zwarte kant van zijn beroep geen invloed gehad; Adri had geleerd van de scherven.

Schokkende gebeurtenissen in kinderjaren blijven doorgaans een leven lang hangen. Adri(anus) Troost (1936) is er niet verschoond van gebleven. In de crisisjaren dertig maakte de jongeling op Goeree-Overflakkee van nabij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog mee. En ook nog eens binnen een overheersende strenge kerkleer ineen aparte plattelands mentaliteit, een dominante moeder en een tiran van een stiefvader. Maar als keerzijde van de medaille waren daar ook een bovenal meelevende natuurlijke vader, liefhebbende en hardwerkende grootouders en begripvolle wederzijdse ooms en tantes. Troost senior liet vrijwel niets na om zoon Adri met nieuwe steps en fietsen gelukkig over de dorpspaden te laten rijden.

Op zijn zestiende maakte hij zich los van knellende familie- en geloofsbanden van Sommelsdijk en sloeg zijn vleugels uit naar Rotterdam. De autodidact maakte in de tijd als vrijwilliger bij Defensie zich de muziek en vooral het bespelen van de gitaar eigen. Het behalen van de docentengraad op het Rotterdams Conservatorium was de fundering voor het geven van muziekles. Daarnaast trad Adri Troost op met het toenmalige orkest van André Hazes.

Tussendoor behaalde de vader van twee kinderen ook voor zijn vliegbrevet. Sindsdien heeft hij meer dan drieduizend vlieguren op zijn naam staan. Met bekende vaderlandse artiesten als Ansje van Brandenberg, Lee Towers, Johnny Hoes en Mat Matthews stond hij op de bühne, maar ook met de Amerikaanse jazztrompettist Teddy Cotton was hij op tournee. Hij speelde op Katendrecht, in strandpaviljoens van Rockanje en Hoek van Holland, in grote Rotterdamse zalen en ook op cruiseschepen. Voorts was hij vijftien jaar organisator van eerst Het Vrije Volk Songfestival en daarna het Rotterdams Songfestival.

Op zijn 75ste jaar keek Adri  achterom en besloot zijn kronkelige, creatieve en zéér gevarieerde leven aan het papier toe te vertrouwen. Het werd een zeer lezenswaardig en ook humoristisch open boek van een man die veel bereikte, héél gewoon is gebleven en nog elke dag barst van de plannen.

‘Met de Muziek mee’ telt 98 pagina’s met 26 illustraties en is uitgevoerd in paperback. Uitgever: Boekscout te Soest. Prijs: 14,95 euro. Isbn: 978-94-6206-039-5. Sinds 1 juni  verkrijgbaar in de erkende boekhandel of via www.boekscout.nl

Historie Sint Franciscus Gasthuis vastgelegd in fraai boekwerk

Het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam heeft de respectabele leeftijd van 120 jaar bereikt. Voor  Aad Koster, Annemiek Kunen, Cees Commerell en Pierre Pijpers was dat reden voor het schrijven en samenstellen van een fraai boekwerk: ‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 – 1912’. Het eerste exemplaar is voor Zuster Agnita. De Augustinesse non was tot op het laatst van haar loopbaan verantwoordelijk voor de Eerste Hulp in het van oorsprong katholieke ziekenhuis.

Hubertus Kusters was er twaalf decennia terug de grondlegger van. De pater Franciscaan was als pastoor werkzaam in het centrum van Rotterdam. Hij opende het ziekenhuis voor arme rooms-katholieke zieken en zal toen niet hebben bevroed dat zijn initiatief zou uitgroeien tot een van de belangrijkste ziekenhuizen van Rotterdam en wijde omgeving. Menigeen zal nog herinneringen hebben aan het oude ziekenhuisgebouw aan de Schiekade met de hol klinkende gangen en de hoge plafonds in de verpleegzalen.

Oer-Rotterdammer Koos Postema schreef in het voorwoord dat de kerstnacht van 1997 in het doodstille ziekenhuis in zijn geheugen staat gegrift. ,,Op de afdeling waar baby’s ter wereld komen, werd de tweeduizendste van dat jaar verwacht – een kerstkind. Mijn microfoon van Radio Rijnmond had ik in de aanslag en het kind kwam in die historische nacht ter wereld. Het was een Turks kindje. Een mooi jongetje met gelukkige ouders, die geen Kerstmis kennen.’’

Over de reden van zijn voorwoord: ,,Ik woon al jaren niet meer in de buurt van Rotterdam, maar aan het Sint Franciscus Ziekenhuis heb ik heel wat onvergetelijke herinneringen. Ik kwam of kom er regelmatig op bezoek bij familie of kennissen. Daarnaast ook om te helpen bij de presentatie van feestelijkheden, zoals bij het afscheid van een directeur, maar ook bij de ingebruikname van een zeer uitgebreide dialyseafdeling.’’

Waarmee Koos Postema tegelijk aangeeft hoe het ziekenhuis, dat op 26 mei 1892 is begonnen met twaalf bedden aan de Oppert, is uitgegroeid tot een topklinisch en hoog gewaardeerd instituut in 2012.

Niet alleen de beperkte capaciteit van het Gasthuis aan de Oppert leidde naar het uitzien van een andere behuizing. Ook de kwaliteit van het gebouw en de bedompte omgeving lieten te wensen over. Een doordringende alcohollucht van de distilleerderij op de begane grond, evenals de hinder van ongedierte, lieten de verantwoordelijken zoeken naar andere huisvesting. In september 1892 viel de keuze op het pand Schiekade 64 met ruim uitzicht op de Schie. Nog voordat het nieuwe ziekenhuis in gebruik zou worden genomen, werd al besloten om op het bestaande pand een etage te bouwen. Hierdoor ging het nieuwe complex ruimte bieden aan vijftig tot zestig zieken en twintig zusters. De verhuizing daarheen van de Oppert was op 19 juni 1893 een feit.

In het boek komen in vier hoofdstukken chronologisch aan de orde de locaties van het Gasthuis door de jaren heen, de afdelingen, de impact van de Tweede Wereldoorlog en de belangrijke rol van de zusters Augustinessen in de ontwikkeling van de organisatie. Alle hoofdstukken worden geopend met foto’s van gebrandschilderde ramen uit de kapel van het voormalige gebouw aan de Schiekade. Bij de afbraak zijn deze zorgvuldig uit de sponningen gehaald en terug te vinden in onder meer de polikliniekgangen van het op 16 december 1975 geopende nieuwe ziekenhuis aan de Kleiweg.

Het boek geeft een ruime inkijk in de ontwikkeling van het ziekenhuis, zowel qua gebouwen als van de afdelingen. Extra inkijkjes zijn er van de Tweede Wereldoorlog. Het boek is een uniek naslagdocument voor elke rechtgeaarde Rotterdammer met belangstelling voor de historie van de stad.

Prof. dr. Paul van de Laar, bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zei na lezen: ,,Een verrassend document. Door de veelzijdigheid aan beeldmateriaal wordt een goed beeld geschetst van het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis door de tijd heen. Een aanrader voor elke liefhebber van de stad en geïnteresseerde in de ontwikkeling van de gezondheidszorg. Een boek om in te blijven bladeren.’’

‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 -2012’ telt 128 pagina’s en 217 foto’s en illustraties. Prijs: 17,95 euro. ISBN 978.90.7364.7725. Vanaf 25 mei is het verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijvoet.nl

Onder criminelen – Astrid van der Star

Dit boek is een zeer realistisch verslag van het leven en werken binnen een Justitiële Inrichting, in dit geval een Huis van Bewaring.

Ik kan dit beamen, omdat ik zelf in de 90-er jaren, net als de auteur, vele jaren op de ring heb gelopen, bewaarster was.

Niks zo gek in het boek, of het is waar.. het geeft een open blik naar binnen, waar het spanningsveld tussen personeel en gedetineerden soms echt voelbaar is. Maar ook de humor, leuke momenten, lieten me weer gniffelen.

Hier en daar zijn enkele tijd- dan wel locatiefouten te vinden, maar dat weten alleen diegene die erbij waren. Er gebeurt ook echt heel veel op een dag ‘binnen’.

Een aanrader!

Chris van Abkoude

Wie kent ze niet “Pietje bell” en “Kruimeltje”

De bekendste boeken van de Rotterdamse schrijver Chris van Abkoude.

Al zijn ze geschreven in 1914 en 1922, nog steeds geven vaders en moeders de boeken van Chris door.

Bij mij staan verschillende uitgaven in mijn boekenkast.

Chris van Abkoude is gaan schrijven omdat hij de meeste kinderboeken in zijn tijd te saai voor woorden vond. En heeft meer als veertig titels op zijn naam staan.

De kappersoon, ging eerst al onderwijzer aan de slag, maar emigreerde al vrij jong naar Amerika om daar als pianist bij stomme films zijn geld te verdienen.

En schreef ook gewoon verder.

In Amerika verander hij zijn naam in Winters, omdat de Amerikanen zijn naam niet konden uitspreken.

Ondanks zijn succes duurde het jaren voordat zijn boeken in de Bibliotheek werden opgenomen, want men vond de streken van Kruimeltje en Pietje Bell, maar opruiend.

Staan ze bij jou ook in de boekenkast, Kruimeltje en of Pietje Bell?

Te leven op duizend plaatsen. Jo Otten 1901-1940

Rob Groenewegen (R’dam 1960) promoveerde aan de Universiteit Leiden onder leiding van prof. dr. Jaap Goedegebuure tot doctor in de geesteswetenschappen op een biografie van de Rotterdamse schrijver en non-conformist Jo Otten. De handelseditie van dit kloeke proefschrift werd in de pers lovend ontvangen.

Enkele reacties:

‘Naar de schrijver Jo Otten, die in 1928 promoveerde op de dissertatie Het Fascisme en in 1932 het opwindende essay Bed en wereld publiceerde, ben ik al lang nieuwsgierig. Als bewonderaar en ijverig lezer van Menno ter Braak, E. du Perron en andere schrijvers uit het interbellum kwam ik zijn naam herhaaldelijk tegen. Nu weet ik alles van hem, dankzij de gedetailleerde biografie waarop neerlandicus Rob Groenewegen afgelopen week promoveerde (…). In een defensief nawoord probeert de biograaf te rechtvaardigen waarom “een vergeten literaire figuur” zo’n omvangrijke biografie verdient. Overbodig: een goed boek als dit, over een fascinerend mens in een belangrijke historische periode heeft geen rechtvaardiging nodig.’
Elsbeth Etty, Nieuwe Rotterdamsche Courant

‘Iets te dikke, maar mooie biografie van de jong gestorven Rotterdamse schrijver en wetenschapper Jo Otten, die in 1928 promoveerde op een interessant proefschrift over het Italiaanse fascisme. Groenewegen geeft een levendig beeld van het literaire leven in het Interbellum, waarin Otten contact had met essayist Menno ter Braak. Beiden stierven in de meidagen van 1940: Ter Braak door zelfmoord, Otten door een bombardement. Waar Ter Braak een plek in de literatuurgeschiedenis verwierf, raakte Otten in de vergetelheid. Groenewegen doet een poging hem daaraan te ontrukken en slaagt wonderwel. Hij schetst het beeld van een overgevoelige en eenzame jongen, die zijn heil zocht, en vond, in boeken. Lezing van dit proefschrift, waarvan deze uitgave een handelseditie is, zet aan tot het ontdekken van Ottens literaire werk.’

Wim Berkelaar, Historisch Nieuwsblad

‘Deze biografie is een duizelingwekkend verhaal vol wetenswaardigheden rond het Rotterdamse (literaire) leven tijdens het interbellum. Groenewegen laat niets onbesproken en is uiterst zorgvuldig en volledig (misschien té) in zijn analyse van Otten en de tijd waarin hij leefde. Daarmee is deze biografie veel meer dan de levensbeschrijving van een man geworden. Het biedt ook een schat aan informatie over architectuur, kunst, film, politieke stromingen, etc. (…) Als veelzijdige, grillige figuur is Otten geen gemakkelijk ‘materiaal’ voor een biograaf. Groenewegen is er desondanks in geslaagd een evenwichtig beeld te schetsen van diens leven en tijd en daarmee is de biografie een aanwinst voor wie geïnteresseerd is in deze literaire periode.’
Rien van den Berg, Nederlands Dagblad

‘Groenewegen geeft een beeld van Rotterdam in de eerste decennia van de twintigste eeuw, dat zich schoksgewijs ontwikkelde tot wereldhaven. Hij beschrijft het culturele leven: het was de tijd van de filmliga, de charleston en de grammofoonplatenfeestjes, de tijd ook van nieuwe zakelijkheid, vitalisme en futurisme. Groenewegen schetst de gecompliceerde veelvormigheid van de Nederlandse literatuur uit die tijd, met allerlei avant-gardebewegingen die over elkaar heen tuimelen. En hij doet een verdienstelijke poging de waardering van Otten en vele anderen voor het fascisme en andere autoritair-populistische stromingen te begrijpen in de context van hun tijd.’
Joost van der Vleuten, Literair Nederland

‘Groenewegen beschrijft nauwkeurig het leven van de schrijver. Fijn is ook dat Groenewegen zeer uitgebreid én adequaat over Forum schrijft – Otten had namelijk contact met Menno ter Braak en publiceerde zijn werken in een tijd dat de mannen van Forum het literaire landschap overheersten. Het is een zeer toegankelijke biografie geworden. Groenewegen is nu bezig met een biografie over Victor E. van Vriesland – The Leading Man van de Nederlandse literatuur. (…) Met deze biografie over Jo Otten heeft Groenewegen aangetoond dat hij over de kwaliteiten beschikt om over Van Vriesland te schrijven.’
Bart Temme, Tzum

In 2008 bezorgde Rob de vierde druk van Ottens novelle Bed en wereld (1932). Momenteel werkt hij aan de samenstelling van diens Verzameld werk, dat in het voor- en najaar van 2012 in twee afzonderlijke edities bij Uitgeverij In de Knipscheer het licht zal zien.

Rob werkte tot 2011 als redacteur voor de Stichting Menno ter Braak, waar hij o.a. de boeken van Ter Braak van een inleiding en een editiegeschiedenis voorzag.

(overgenomen van http://www.victorvanvriesland.nl/de-biografie)