koffie met appeltaart

Het is een mooie zondagochtend. Kerkbezoek zou een mogelijkheid zijn. Het is het zonovergoten terras van Hotel New York geworden. In de kerk hadden we waarschijnlijk niet naar een vrije plaats hoeven zoeken. Hier wel. Vijf lege stoelen hebben we nodig. Door een snelle actie van mijn vrouw belanden we aan een mooi tafeltje met uitzicht op de Maas. “Koffie graag, met appeltaart. Ja ook slagroom, heerlijk.” Met een stel vrienden beginnen we aan een gezellige dag in Rotterdam. Ondanks de drukte wordt de koffie vrij snel geserveerd. De taartpunten laten echter op zich wachten. Na een paar minuten neem ik toch maar een slokje van mijn koffie, anders wordt hij koud. Ik zie de vrienden twijfelen. Wachten op de taart of ook maar een slokje nemen. Iedereen kiest voor het laatste. Mijn vrouw schiet een ober aan. “Wij hadden nog gebak besteld, komt dat nog?” De vriendelijke jongeman glimlacht en belooft er achteraan te zullen gaan. Als iedereen de koffie op heeft, worden de punten geserveerd. Ik kan het niet laten en vraag de ober (een vriendelijke student), hoe dat nu moet, want de koffie is al op. De jongen maakt de indruk, dat hij mijn vraag niet begrijpt. Wij hadden tenslotte koffie en appeltaart besteld en die hebben wij nu toch gekregen? Ik leg hem uit dat ik de koffie en taart graag tegelijk wil nuttigen en dat ik het dus vervelend vind, dat de taart pas geserveerd wordt als de koffie al op is. De jongeman vertelt dat het drukker is dan normaal en dat het heel gebruikelijk is in de horeca dat eerst de koffie geserveerd wordt en daarna pas de taart. Als we willen afrekenen, gaat de jongeman ineens ingewikkeld zoeken in zijn portemonnee. Of wij nog een momentje hebben? Hij moet naar binnen voor het wisselgeld. Laat maar zitten, is onze reactie.

Ik ben niet zo’n frequente bezoeker van horecagelegenheden, maar hoe komt het toch dat dit niet mijn eerste ervaring is met een stuntelstudent die mijn irritatieknopje weet te raken? Mijn vrienden adviseren mij om mij niet zo druk te maken. Natuurlijk hebben ze gelijk. Ik heb ook een advies. Aan u. Het terras van Hotel New York in Rotterdam is een echte aanrader. Ga daar zeker eens een kopje koffie drinken. De appelpunten zijn heerlijk. Maar wil je echt genieten, bestel dan eerst de punt en als deze geserveerd is, de koffie.

Fijn met de trein

Zaterdagochtend, ik moet werken en sta op het punt om de fiets te pakken. Op het moment dat ik de tuindeur open doe begint het te regenen. Kan gebeuren. Ik pak mijn paraplu en loop naar Station Vlaardingen Centrum. Daar aangekomen, word ik al voor het perron opgewacht door een dame: “Er rijden geen treinen.” “Wat zegt u?” “Er rijden de hele dag geen treinen. Over twee minuten komt er een bus.” Ja hoor, het is weer zover. De Nederlandse Spoorwegen zet bussen in. Al snel wordt mij duidelijk dat het kantoorpersoneel bij de NS niet alleen de prullenbakken in de treinen moet legen, als de schoonmakers staken, maar ook op de bus gezet wordt als de treinen niet rijden. De buschauffeur heeft geen idee waar hij moet stoppen. Hij mist de parkeerplaats, rijdt een stukje verder, stopt en trekt weer iets op. Mijn medereizigers en ik zetten een sprintje in om te voorkomen dat de beste man wegrijdt zonder ons mee te nemen. “Gaat u naar Schiedam?”, vraag ik terwijl ik probeer in te checken. De man kijkt op een velletje papier. “Schiedam Centrum, ja. Dat ding doet het niet hoor, ga maar gewoon zitten.” We passeren station Vlaardingen Oost aan de achterkant en de bus stopt niet. Vreemd. We rijden Schiedam binnen maar slaan niet links af. Vreemd. Naast de chauffeur zit een jongeman met een vel papier. Hij wijst de weg. Blijkbaar zit er geen Tomtom in de bus. Vreemd. Ook bij het volgende kruispunt gaat de chauffeur rechtdoor. Vreemd. Alle passagiers in de bus zijn stil. Als we bij de laatste mogelijkheid om Station Schiedam Centrum te bereiken weer rechtdoor rijden, wordt het mij toch te riskant. Ik loop naar voren en vraag de chauffeur of hij wel echt naar station Schiedam gaat. “Ja hoor, naar station Schiedam Centrum.” “Maar rijdt u dan via Breda?” vraag ik vriendelijk. Op dat moment wordt de rest van de bus ook wakker. Ja, iedereen vindt dit een vreemde route. En er komt zelfs een meneer naar voren om te vertellen dat hij in Schiedam werkt en de weg wel zal wijzen. Ik kan mijn plaats weer innemen. “Bij de eerstvolgende rotonde naar links.”  De buschauffeur neemt de eerste afslag op de rotonde. “Dit is naar rechts. Ik zei echt naar links.” Uiteindelijk komen we aan bij Station Schiedam Centrum. Een meisje informeert beleefd of de bus nog stopt bij station Vlaardingen Oost. Op weg naar perron 5 kom ik een medebusreiziger tegen die daar al geweest is. “Er rijden hier ook geen treinen.” “Maar toch wel richting Amsterdam?” “Nee helemaal niets” Het hele station is donker. Lang leve de Nederlandse Spoorwegen.

Gelukkig heeft de Rotterdamse Elektrische Trammaatschappij hier nog een metrolijntje liggen en kom ik toch nog via een omweg in Zoetermeer.