Verplicht verdwenen woorden

Verplicht verdwenen woorden

 

Meer en meer worden vertrouwde woorden overboord gezet.

Waar ik het over heb?  Over Nederlandse woorden die uit de taal verdwijnen. Niet omdat we ze, zoals de woorden ‘wasbord’ , ‘beun’ (en binnenkort ook het woord ‘lucifer’), niet meer gebruiken of omdat ze vervallen omdat de tijd voortschrijdt. Nee, ik heb het over de woorden die op last van (marginale) protesten verdwijnen. Gaat er een belletje rinkelen als ik nog een keer het woord ‘Negerzoen’ noem? Of ‘Zwarte Piet’?

Ik weet niet waar deze waanzin van de dag vandaan komt of wanneer het precies begonnen is. Plots was het er, zo ongeveer toen onze voormalige Minister-president de zin ‘met de kennis van nu’ bedacht. Sindsdien houdt het niet meer op!

Zonder slapende honden wakker te willen maken wacht ik eigenlijk op het moment dat er een groep opstaat om de Zeeuwse Babbelaar de nek om te draaien, vanwege de babbeltrucks van onverlaten die laatstelijk negatief in het nieuws gekomen zijn. Bovendien staan Zeeuwen over het algemeen bekend als ietwat gesloten zuinige mensen, zeg maar, geen babbelgraag volk. Reden genoeg waarschijnlijk om de babbelaar te bannen.

Ook de Weespermop en de Jodekoek zitten in de gevarenzone, om er maar een paar te noemen. Laatstgenoemde wordt trouwens al sinds lang geëxporteerd onder een andere naam.

Ik begrijp overigens die ophef over Zwarte Piet niet echt. Op Radio één, de informatiezender van Nederland,  hoorde ik een historicus vertellen dat Zwarte Piet al sinds de 13e eeuw bestaat;  lang voor expansiedrift van de Hollanders.

Ik had eerlijk gezegd eerder verwacht dat er een aanval zou komen op Sinterklaas zelf. Zeg nou zelf, wie zit er deze dagen nog te wachten op een Katholieke bisschop die van kinderen houdt? Toch?
Ik verwacht ook nog wel een officieel protest van de Spaanse consul over ‘het voor straf in de zak meegenomen worden naar Spanje’. Dat land heeft het al zo moeilijk en kan met de huidig haperende toeristenindustrie deze negatieve reclame over het bestaan van een strafkolonie  in Spanje niet gebruiken.

Wat hebben we nog meer te verwachten. O ja, da’s waar ook. Onlangs zijn er diverse onderzoeken gepubliceerd over de erg nadelige invloed van suiker op onze gezondheid. Een van die onderzoeken sprak zelfs over een suikerverslaving die je kunt opbouwen zonder daar erg in te hebben.
Zullen we het Suikerfeest dan ook maar in de ban doen? Bovendien ken ik een aantal suikerpatiënten en geloof me, voor hen is suiker helemaal niet zo’n feest.

Waar dit allemaal toe leidt? Geen idee!
Ik mag hopen dat de Hollandsche verdraagzaamheid en nuchterheid waar wij in de wereld zo om worden geprezen weer wakker worden en iemand met gezag zich op niet mis te verstane wijze publiekelijk afvraagt waar we nu in vredesnaam mee bezig zijn.

Ik hoop oprecht dat we ‘met de kennis van dan’ wijzer worden.

Marcel P. Vaandrager

Wat een stad

Rotterdam, de stad waar ik mijn opleiding volgde, waar ik mijn eerste echte baan vond. Ter Meulen op het Binnenwegplein. Deep Purple zag ik in Ahoy en Pink Floyd in de Kuip. Mijn eerste blote tietjes zag ik in Lumière 3, The Blue Lagoon. Tegenwoordig moeten we voor een beetje concert naar Amsterdam en voor een paar tieten hoef je echt de deur niet meer uit. Rotterdam, de stad waar elke dag wel ergens het verkeer muurvast staat, omdat er een tunnel dicht zit of een brug open staat. Waar het met het voetbal maar niet wil lukken, waar gefraudeerd wordt met schoolexamens en bestuurders op Zuid soms misbruik maken van hun positie.

Rotterdam, wat een tering stad.

Op weg naar het werk groet ik de jongens van Sparta en Feyenoord vanuit de trein. Dagelijks reis ik naar de provincie van NAC, RBC, RKC en PSV. Brabant, waar de mensen best aardig zijn, maar “houdoe” zeggen. De provincie waar ze carnaval vieren. Dat begint al op elf november en dat houdt niet meer op totdat ze allemaal drie dagen stomdronken zijn geweest, ergens in februari. Een aantal jaren geleden beleefde ik één van de treurigste dagen uit mijn leven. De carnavalsoptocht bleek voor mijn winkel in Roosendaal langs te trekken.  Buiten was het razend druk, maar binnen bleef de kassa leeg. Toen de laatste praalwagen voorbij was,  kwamen er eindelijk een paar mensen mijn winkel in. Volwassen kerels in boerenkiel en clownspak. Waar of hier de WC was. Ik heb ze dringend verzocht zo snel mogelijk het pand te verlaten en aan de overkant in het café te gaan zeiken. “Jij komt zeker niet uit Brabant”, riepen ze nog. Dat hadden ze goed gehoord. Tegenwoordig werk ik een paar kilometer verderop, in Bergen op Zoom. Daar is het al niet veel beter. Een collega toonde mij laatst enthousiast wat foto’s. Mannen met gordijnen om de schouders en theemutsen op de kop. Krabbegat noemen ze het stadje tijdens de carnaval.

Rond kwart voor zeven ’s avonds passeer ik voor de tweede keer de Kuip. Nog een paar minuutjes, dan arriveer ik op station Kapsalon. Rotterdam, de stad die gewoon het hele jaar Rotjeknor genoemd mag worden. De stad waar het carnaval in de zomer wordt gevierd, door mensen die snappen hoe dat moet. De stad met de imposante havens, waar het geld verdiend wordt voor de rest van Nederland.

Tering, wat een stad!

Kansen

Ik zal geen grapjes maken over zijn naam
Maar Koeman zal tevreden zijn

Als Graziano verzuimd zal Mitchel er staan
Toch overheerst een licht chagrijn

Vandaag speel je een van de beste wedstrijden
Met de absolute wil om te winnen

Toch konden de afmakers zich weer niet onderscheiden
En zullen we ons op de kansen moeten bezinnen