Op naar de Coolsingel

Rotterdam haalt opgelucht adem. De afgelopen twee jaar wist Ajax de Johan Cruijff Schaal niet te winnen, maar afgelopen zaterdag bleek dan toch dat driemaal echt scheepsrecht is. Na twee uur voetballen in een snikhete Arena kon Ajax de schaal in ontvangst nemen. En dat is goed nieuws voor Feyenoord. De kans is nu namelijk erg groot dat wij volgend jaar in mei op de Coolsingel staan.  Ik hoor u denken: “Roon, je hebt te lang in de zon gezeten of je hebt een biertje te veel op.” Maar echt, ik meen het. De afgelopen twaalf jaar hebben uitgewezen, dat de club die de Johan Cruijff Schaal wint, in dat seizoen nooit landskampioen wordt. En dat betekent dus, dat we Ajax kunnen afserveren. Zij zullen al hun krachten moeten aanspreken, om in de Champions League een beetje overeind te blijven. Gevolg: In onze Mickey Mouse Competitie zullen zij veel punten gaan morsen. Vitesse doet dit seizoen niet mee. Die hebben Peter Bosz aangetrokken. Peter is een aardige vent, die het goed doet bij kleine kluppies, maar onder kampioensdruk zakt hij geheid door zijn knieën. PSV heeft Phillip Cocu, die het voor het eerst zelf mag gaan doen. Oké, hij heeft een mooi stel voetballers om zich heen verzameld, maar ook hij zal de druk voelen, omdat PSV er na de eerste ronde in Europa al uit ligt. Nou en dan hebben we FC Twente nog. Die club is één keer per ongeluk landskampioen geworden en gaat het dit jaar proberen met een hoofdtrainer die geen diploma heeft. AZ zal met Gert Jan nog wel een poosje meedoen en Marco zal met Heerenveen ook nog wel even aan de deur kloppen, maar deze clubs houden het nooit een heel seizoen vol. Snapt u het nu? Mijn veronderstelling, dat Ronald met zijn jongens aan het eind van het seizoen op het bordes van het stadhuis zullen staan is, helemaal zo gek nog niet. En Ronald zal in de winterstop echt niet op een langskomende trein springen. Hij neemt na het WK van volgend jaar gewoon het stokje van Louis van Gaal over. Oh, het wordt een heerlijk voetbalseizoen. Ik kan niet wachten.

Bloesje

Met een rode kop en proestend van het lachen zit mijn collega tegenover mij. Ik kijk snel naar beneden, maar mijn gulp is keurig gesloten. Met een zakdoekje veeg ik langs mijn neus en mijn mond. Nee, geen pullekje en ook geen etensresten. Ze heeft de slappe lach. Iedere keer als ze mijn kant op kijkt, giert ze het uit. Ze wil wel stoppen, maar ze kan niet. We zijn net de metro ingestapt en ik ben tegenover haar gaan zitten, want dat praat makkelijker, dacht ik. Tegelijk met ons is een dame ingestapt die naast mijn collega is gaan zitten. Ik had nog niet zo goed op deze dame gelet. Mijn collega wel. Ik had wel gezien, dat ze net, op het perron, nog een beetje aan haar bloesje stond te frunniken, maar ik had er verder geen aandacht aan geschonken. Mijn collega wel.  Met een zo neutraal mogelijke blik kijk ik de coupé rond. Hij blijft hangen op het bloesje van de dame naast mijn collega. En juist op dat moment proest mijn collega het weer uit. Wanhopig probeer ik te begrijpen wat er aan de hand is. Ik ben soms best grappig, maar nu ben ik mijzelf totaal niet bewust van enige vorm van grappigheid. Het bloesje is niet speciaal, een gewoon zwart bloesje met knoopjes, maar het is wel goed gevuld. Zeer goed gevuld, mag ik wel zeggen en er zitten relatief weinig knoopjes dicht. En dat was mijn collega ook al opgevallen. Zij weet dat ik een gezonde man ben en denkt nu dat ik expres tegenover de dame met het bloesje ben gaan zitten. Het eerste klopt, het tweede niet. Nu heb ik een probleem. Ik zit mij een beetje plaatsvervangend te schamen. Onwillekeurig belandt mijn blik steeds weer op het bloesje van de dame schuin tegenover mij, waarop steevast een lachsalvo door de coupé schalt. Ik probeer een gesprek op gang te brengen. Het lukt niet. Mijn collega heeft de slappe lach. Na een klein kwartiertje stapt ze uit en blijf ik achter met de dame en haar bloesje. Het is weer rustig in de coupé.  Ik kijk nog wat gedachteloos rond en geniet van het uitzicht. Wat is de natuur toch mooi als de zon schijnt!

De Kuip, sentiment of ratio (slot)

Beste Feyenoord-vrienden,

De jaren tachtig verliepen, met uitzondering van de periode 1982-1984, dramatisch voor Feyenoord, hetgeen zijn weerslag had op het Kuipbezoek. Het eens zo trotse voetbalbolwerk was bij thuiswedstrijden verworden tot een akelig lege, kille, desolate bak . Het geduld en incasseringsvermogen van de  immer hondstrouw geachte supportersscharen die als enige in Nederland met de eervolle bijnaam ‘Het Legioen’ worden aangeduid, waren nu uitgeput en verdampt. In de vette eerste helft van de zeventiger jaren werd nog geroepen dat indien Coen Moulijn samen met Ernst Happel een kaartje zou leggen op de middenstip dat al voldoende zou zijn om 40.000 toeschouwers naar De Kuip te lokken.  Maar het eerst zo door en door verwende publiek kon het op het laatst toch niet meer opbrengen. Het substantieel inboeten aan kwaliteit en klasse op het veld en het daarmee samenhangende  stelselmatige afbrokkelen van de prestatiecurve waren fnuikend gebleken voor het Kuipbezoek. De dominantie van Ajax, ook nadat wereldsterren  als Cruijff, Keizer, Neeskens, Suurbier en Krol waren verdwenen, nam geleidelijk toe. Daarnaast was er de tomeloze opkomst van PSV, dat met behulp van de grote elektronische suikeroom vanaf het seizoen 1985-1986 voor lange tijd de hegemonie greep in de vaderlandse competitie en naast vier achtereenvolgende landstitels in 1988 zelfs de treble (kampioen, beker en Europacup I) won.

Alleen de seizoenen 1982-1983 en 1983-1984 waren voor de Feyenoord-supporters nog een revelatie, welke appelleerden aan vervlogen triomfantelijke tijden. In 1983 werd Feyenoord met zijn gevreesde luchtmacht (Ruud Gullit, Peter Houtman en de Bulgaarse Andrej Jeliazkov) net geen kampioen en kopte het AD: ‘Ajax kampioen van de regelmaat, Feyenoord kampioen van de topwedstrijden’. Zo werd PSV  in Eindhoven met 1-3 verslagen (ter vergelijking: Ajax verloor dat seizoen met 4-0 in de Lichtstad), werd tegen Ajax twee maal een gelijk spel geboekt (2-2 thuis en 3-3 uit) en werd AZ, destijds nog gesponsord door de gebroeders Molenaar, twee maal verslagen. Toen na dat succesvolle maar toch ‘net niet’ seizoen ook nog een jegens zijn oude club rancuneuze Johan Cruijff aan de – landelijk gezien –  reeds kwaliteitsrijke selectie kon worden  toegevoegd en waarvan ook verloren zoon Michiel van de Korput weer deel  ging uitmaken, was dat net voldoende om in 1984 een glorieuze ‘dubbel’ (titel + beker) in de wacht te slepen. Johan Cruijff, inmiddels 37 jaar oud, weigerde er vervolgens nog een seizoen aan vast te plakken, tot grote teleurstelling van trainer Thijs Libregts. Nu ging het snel bergafwaarts met de club. Ik herinner mij uit die tijd, die zeker tot 1990 duurde, de verhalen over supporters die na weer een verloren wedstrijd uit frustratie hun seizoenkaart (toen nog geen plastic pasje) verscheurden. De toeschouwersaantallen slonken tot minder dan 10.000 in thuiswedstrijden en Feyenoord speelde nog slechts een figurantenrol in de vaderlandse competitie.

Het tij keerde nadat Jorien van den Herik de macht greep binnen de Feyenoord-top, naar eigen zeggen om zijn in Feyenoord gestoken geld zelf te kunnen blijven bewaken. Als cruciaal keerpunt wordt wel beschouwd de bekerzege van Feyenoord op PSV in Eindhoven op 11 april 1991. John de Wolf, kort daarvoor (op 3 maart) nog verketterd na de kansloze 6-0 zeperd in datzelfde Philips-stadion, speelde nu een glansrol. Romario, bij de 6-0 nog goed voor vier goals, werd door de robuuste verdediger ditmaal helemaal uitgeschakeld. Zijn maatje in het centrum van de verdediging, Henk Fraeser, scoorde het enige en beslissende doelpunt in die gedenkwaardige en historische wedstrijd.  Feyenoord bloeide weer op, in vijf seizoenen werden 4 bekers,  1 landstitel en 1 supercup gewonnen. Het elftal straalde behalve degelijkheid vooral strijdlust uit welke bij veel supporters anno 2013 nog steeds tot de verbeelding spreekt en de selectie met Regi Blinker, Gaston Taument en Robbie Witsche zong zelfs datFeyenoord van muis weer olifant was geworden. De Kuip begon weer vol te stromen, de crisisjaren tachtig waren behalve voor  de vaderlandse en wereldeconomie nu ook voor Feyenoord eindelijk voorbij.

In 1994 volgde een ingrijpende renovatie van De Kuip, die in totaal meer dan 100 miljoen gulden zou kosten. Er kwam een dak, maar helaas wat aan de korte kant, zodat nog steeds veel  supporters de regen moesten trotseren, hetgeen nog werd verergerd door lekkage die bij hoospartijen heuse watervallen te weeg bracht. De renovatie was eigenlijk niet veel meer dan een tafel die over de bestaande Kuip werd geschoven, al werd ook de grasmat vernieuwd en uit veiligheidsoverwegingen een gracht rond het veld gegraven. Verder werd in het fonkelnieuwe Maasgebouw ook een home of history gerealiseerd aan de hand waarvan jong en oud zich kon vergapen aan het glorierijke verleden van de nationale volksclub bij uitstek. En op de tribunes verdwenen alle staanplaatsen en verschenen er nieuwe blauwe en rode kunststof  Kuipstoeltjes.

Maar bijna twintig jaar later raakt de Heilige Kuip nu toch steeds meer gedateerd. Popgroepen willen er geen concerten meer geven en verkiezen de overdekte accommodaties als de Arena en het Gelredome. Een groot stadion zoals De Kuip valt nauwelijks te exploiteren als de inkomsten uitsluitend  door het voetbal moeten worden gegenereerd, laat staan als dat bijna alleen nog door de thuiswedstrijden van Feyenoord moet gebeuren. De (K)NVB haakt steeds meer af waar het wedstrijden van Oranje betreft en Europacupwedstrijden zijn anno 2013 een zeldzaamheid geworden. De kans dat ook de bekerfinale op termijn uit de Kuip zal verdwijnen is levensgroot. Ook de UEFA zal De verouderde Kuip niet snel meer aanwijzen voor een finale. De plannen voor nieuwbouw hebben geleid tot heftige en zelfs grimmige discussies tussen voor- en tegenstanders, waarbij alternatieve plannen tot een tweede renovatie inclusief  uitbreiding worden aangevoerd.

Als oude supporter, die vanaf zijn prille jeugd emotioneel onverbrekelijk met Feyenoord en met De Kuip is versmolten, ben ik persoonlijk van mening dat nieuwbouw hoe dan ook de voorkeur verdient. Of het er van komt ondanks de het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders al een garantiebesluit heeft genomen (dat overigens nog naar de gemeenteraadmoet) is nog steeds moeilijk te zeggen. Maar ik hoop vurig van wel. Het oude stadion voldoet gewoon niet meer  aan de moderne eisen voor een multifunctionele accommodatie die dus uit oogpunt van exploitatie ook voor andere doeleinden gebruikt moet kunnen worden. De vorige ingrijpende renovatie heeft geleerd dat ondanks alle aanpassingen veel bij het oude blijft, zoals de oude betonnen bak, de betrekkelijk krappe zitplaatsen, zeker in vergelijking met de Arena en het Philips- stadion, waar de zitplaatsen veel royaler en dus gerieflijker zijn en het ontbreken van ruimte voor eigentijdse megaschermen, waarop bijvoorbeeld wedstrijdmomenten kunnen worden herhaald. Gevoelsmatig, los van alle al dan niet aanvechtbare voorcalculaties, ben ik ervan overtuigd dat de volksclub Feyenoord, die structureel terug wil naar de absolute top van Nederland en die af wil van de decennia lange ‘net niet-status’, alleen gebaat is met een fonkelnieuw stadion, waarmee een mooie toekomst voor Feyenoord weer jarenlang geborgd is.

Bij mij wint dus de ratio het in dit geval van het sentiment. De oude Kuip zit ook bij mij heel diep, maar terugblikkend op het roemruchte verleden kan ik niet anders concluderen dan dat Feyenoord al veel te lang aan het sukkelen is en dat de renovatie van 1994 niet heeft gezorgd voor een blijvende terugkeer van ons dierbare Feyenoord aan de top. Wat wel heel wezenlijk zal zijn is de locatie. Die moet vooral goed blijven aansluiten bij de infrastructuur, ook die van het openbare vervoer, in het bijzonder het hoogwaardige railvervoer. Als dat wordt gerealiseerd en dat in samenhang met een weloverwogen, opnieuw  ontwikkelde omgeving, dan zijn de randvoorwaarden voor een mooie toekomst van onze club weer voor lange tijd gewaarborgd. Ik hoop zelf die nieuwe toekomst nog een poosje te mogen meemaken, nu de jaren voor mij gaan tellen. Ik heb dankzij een bypass-operatie in 2003 al extra levenstijd gekregen en op 12 augustus aanstaande hoop ik 66 jaar te worden.  Afgelopen vrijdag beleefde ik bij toeval een deel van de indrukwekkende uitvaart aan de Langenhorst van supporter Rooie Marck, toen ik vanuit Zuid-Oost-Brabant op weg was naar mijn hoogbejaarde moeder aan de Schoonegge om haar 94ste verjaardag te vieren. Zo werd ik op heel bijzondere wijze weer bepaald bij de vergankelijkheid van het leven. Voor ons allen wacht ooit het bordje ‘einde’ en niemand weet waar dat precies wordt geplaatst. Voor Feyenoord ligt dat anders, de club is in beginsel ‘eeuwig’, de individuele supporter echter tijdelijk. Daarom is het rationele belang van de club toch net iets groter dan het sentiment van de individuele supporter, hoe waarachtig en oprecht die gevoelens jegens de club ook mogen zijn en hoezeer die de club ontegenzeglijk groot hebben helpen maken.

Ik wens dan ook alle autoriteiten die er in dit verband toe doen, zowel de publiek- als privaatrechtelijke, veel wijsheid toe bij de uiteindelijk te nemen en dan onomkeerbare besluitvorming omtrent de toekomst van ons aller zeer dierbare Feyenoord. Diezelfde wijsheid zal ook in het Legioen rijkelijk aanwezig dienen te zijn ter voorkoming dat de uiteindelijke keuze tussen nieuwbouw en renovatie niet blijvend als een splijtzwam zal werken, zowel onderling in de supportersscharen als wel tussen (delen van) Het Legioen en het clubbestuur.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart.

Vertrekkers

Een mens kan zich vergissen
Dat geldt ook voor een technisch directeur

Met nieuwe spelers blijft het gissen
Sommigen stellen ons dan zwaar teleur

Ik twijfel nooit aan de intentie
Maar voor een aantal is de Kuip vooral stress

Of er is gewoon te veel concurrentie
Hoe dan ook, ik wens de vertrekkers toch veel succes