Elf jaar geleden!

Beste Feyenoord-vrienden,

Gisteravond konden we zien hoe Robben zijn club een narrow escape bezorgde in de CL-finale tegen Borussia Dortmund. Elf jaar geleden was de club uit de Kohlenpott de tegenstander van ons dierbare Feyenoord in die onvergetelijke UEFA cup  finale van 8 mei 2002. Twee dagen na die vreselijke moord op Pim Fortuyn. Even onvergetelijk overigens, maar dan in negatieve zin!  Feyenoord en Borussia ontliepen elkaar destijds niet zoveel. Pierre van Hooijdonk en de snelle rode kaart voor Juergen Kohler maakten het verschil (3-2).  Sindsdien is er veel veranderd. Jorien van den Herik bleek een jaar later de betekenis van Pi-air voor Feyenoord niet op zijn waarde te schatten, wellicht enigszins misleid door dat bizarre bekerdrama tegen FC Utrecht (1-4). Hij weigerde in ieder geval botweg aan een redelijke eis van de West Brabantse koningsschutter te voldoen om Pierre over twee jaar uitgesmeerd nog anderhalf keer zijn riante jaarsalaris uit te betalen. Pierre vertrok en in zijn kielzog Paultje Bosvelt, Bonaventure Kalou en Brett Emerton. Ondanks de komst van Dirk Kuijt en Salomon Kalou kwam Feyenoord die sportieve aderlating niet meer te boven.  De rampzalige bekerfinale van 1 juni 2003 tegen de Domstedelingen was een voorbode van de vrije val die Feyenoord in hoog tempo zou gaan maken.

Bert van Marwijk vertrok een jaar later (2004) naar Borussia Dortmund, maar zou daar niet echt potten gaan breken. De Borussen speelden in die tijd min of meer een figurantenrol in de Bundesliga, equivalent aan Feyenoord, dat in al die jaren sinds 2002 slechts een miezerig ‘dennenappeltje’  won. Dat lukte dankzij een serie relatief gelukkige lotingen, toevallig (?) tijdens het eeuwfeest in 2008. Borussia heeft al enkele jaren geleden de weg naar boven weer kunnen vinden en werd in 2011 en 2012 landskampioen. Tijdens het afgelopen CL toernooi had het geen kind aan Ajax en schakelde het brutaalweg Real Madrid uit in de halve finale van de CL. Wie de verrichtingen sinds 2002 van Borussia vergelijkt met die van Feyenoord kan slechts een wereld van verschil ontdekken. Feyenoord heeft op rand van een bankroet gestaan, voor de tweede keer nadat Jorien van den Herik Feyenoord eerder van de ondergang redde in de begin negentiger jaren. Na diens trieste en troosteloze vertrek via de zijdeur gleed de club nog een tijdje verder weg in het moeras eer een nieuw en enigszins technocratisch bestuur, gesteund door een aantal gefortuneerde Feyenoord-vrienden, daadwerkelijk orde op zaken ging stellen. Langzaam maar zeker klimmen we uit het dal, maar de voormalige tegenstander van 8 mei 2002 bevindt zich inmiddels op intergalactische afstand van Feyenoord.

Zou dat ooit nog goed komen?

Een moeilijk te beantwoorden vraag. Feyenoord lukt het ook nationaal nog steeds niet om het hoogste erepodium te betreden. Alle hoop is gevestigd op de beste jeugdopleiding van Nederland maar onderwijl zit de oude aartsrivaal na een lange Eindhovense heerschappij en eenmalige successen voor AZ en FC Twente weer hoog te paard. De CL miljoenen stromen daar binnen en wij moeten nog maar zien dat we ons kwalificeren voor het financieel en sportief veel minder lucratieve EL toernooi. Een missie die vorig seizoen niet aan ons was besteed. Sparta Praag versperde ons de weg.

En enkele jaren geleden zette een Vlaams ploegje ons de voet dwars. We zijn het afgelopen decennium sowieso geen klasbakken waar het play offs betreft, zowel nationaal als internationaal. En toch zal het er een keer van moeten komen, willen we meer inkomsten kunnen verwerven dan de huidige sponsordonaties, entreegelden en incidentele transfers. Die transfers kunnen weliswaar behoorlijke bedragen  opleveren, maar betekenen meestal ook een stevige sportieve aderlating.

Maar het kan natuurlijk altijd nog slechter. Zoals Sparta heden middag in de laatste minuut de bietenbrug opging in het bronsgroen eikenhout, dat gun je de oude stadsrivaal van de overkant toch ook weer niet, ook al is de club van West en zeker haar aanhang ons niet overdreven welgezind. En hier en daar zal door Legionairs best een beetje besmuikt gelachen worden nu FC Twente helemaal naast Europees voetbal grijpt. Best wel Fervelend voor de Tukkers, die nog niet zo lang geleden de uitvinding van het witte garen werden toegedicht. Munsterman kent inmiddels weer een beetje zijn plaats, ook hij blijkt geen wonderdokter. Twente eindigde dit seizoen gewoon weer op een plaats waar het de afgelopen 45 jaar vaak een abonnement op had, in de wat lagere subtop. FC Utrecht daarentegen deed het uitstekend. Een vriend van mij, tevens fervent ‘Utereg’ fan, droomde vanmiddag per mail van een EL-finale Feyenoord – FC Utrecht, op woensdag 14 mei 2014in het Juventus Stadium te Turijn. Willen zulke dromen ooit werkelijkheid worden, dan zal er nog wat nadrukkelijker gesleuteld moeten worden aan de internationale verhoudingen. Dus geen licenties meer verstrekken aan clubs met astronomische schulden en een stringent beleid ten aanzien van het opstellen van buitenlanders. Zoals het in de gouden jaren zeventig van Feyenoord dus was, met een maximum van twee spelers.

Bij ons waren dat destijds Ove Kindvall en Franz Hasil. Daar kwamen we heel ver mee, we bereikten zelfs het hoogste en werden wereldkampioen.

Bovendien waren toentertijd de Italiaanse grenzen potdicht gesloten voor buitenlandse spelers. En van een Bosman-arrest had nog nooit iemand gehoord. De clubs lagen nog boven in de onderhandelingen met de spelers.

Zelfs als het contract was afgelopen kon men nog een forse transfersom eisen.

Maar Borussia Dortmund heeft aangetoond hoezeer een club zich in elf jaar tijd weer naar de absolute top kan toewerken. BVB heeft wel een capaciteit van 80.000 toeschouwers. Die zullen we in Rotterdam nooit halen, maar een nieuw, groter en eigentijdser stadion zal wel een cruciale factor zijn om veel van het sportief verloren terrein terug te winnen. Maar na het Bosman-arrest dreigt de Europese Unie ons weer de voet dwars te gaan zetten, nu ten aanzien van een nieuwe Kuip. Je zou er niet Eurosceptisch, maar Eurocynisch van worden!

 

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

Alweer een kilometer van mijn schoenen afgesleten….

…wat mijn moeder niet mag weten, anders krijg ik niks te eten! 1,2,3,4,5,6,7.. alweer een kilometer, et cetera, et cetera.

Ja, het was weer avondvierdaagse deze week, en ook ik heb dit grandioze evenement als kind meermalen gelopen, tot aan goud geloof ik.
De vaste lezers weten al dat ik het nut van wandelen zonder bestemming een fout in de evolutie vind. Van startpunt naar startpunt. Vier dagen lang.

Er stond een artikel in de krant van de week. Dat de avondvierdaagse tegenwoordig een snoepvierdaagse is, met meer snoep in de design rugtas per avond dan je in vier dagen weg kan lopen.

In mijn tijd hadden kinderen ook een lolly mee of een boterhamzakje met dropjes ofzo, ik deed het met drinken en eten in één, een stuk geschilde komkommer, waar ik dan af en toe een stukje vanaf beet onderweg.
Wanneer ik tegenwoordig een komkommer schil, dan doet de geur pijn aan mijn voeten.

Een regencape? Nee joh, een KOMO-zak met twee armsgaten erin geknipt, als poncho. Zweten in de regen en als we geluk hadden, kwamen we rabarberbladeren tegen, met de lange stelen en grote bladeren fantastisch als paraplu.

Onderweg veldboeketje samenstellen van bloemetjes uit de berm, voor mama, die ze blij in ontvangst nam en daarna een week de voering uit haar neus niesde van de hooikoorts.

Toen mijn jongere zus mee ging lopen, met haar eigen leeftijdgroepje, kwam er een uitdaging bij: zo snel mogelijk thuis zijn, dan had je het eerste bad. De flats hadden boilers, dus het eerste bad was het warmst!
En het ergste vond ik, dat ik die week mijn favoriete jeugdserie moest missen, elk jaar weer een andere, Hamelen bijvoorbeeld, of Polly.

Onderweg duizenden keren “potje, potje, potje, potje ve-he-het..” en de “1,2,3,4,5,6,7…”
Ik herinner me nog een route door de tunneltjes onder de rijksweg door, bij de Hoofdweg, dat zong erg fijn met de echo, en een paadje langs het sluisje bij Hillegersberg, waar zéker veldbloemen en rabarber te vinden was. Ook een route door het Ommoordse Veld en over de dijk langs de Rotte was vaste prik. En natuurlijk de controleposten. Owee als je die misliep!

De laatste wandeldag was altijd leuk, dan werd je ingehaald door je ouder(s) en dan kreeg je een bloem of een bloemetje.
Daar was ook altijd de fanfare bij, met majorette korps.
Maar dat kreeg ik meestal niet mee, de laatste dag liep ik vaak ver achteraan, het doel was toch al behaald, de laatste dag rondje start-start en je medaille of cijfer lag al op je te wachten.

Eén jaar liep ik met Jolanda, een vriendin en klasgenoot op de basisschool, uit een flat achter waar ik woonde. Wij hielden allebei van lezen en kletsen, maar niet zo van wandelen. Dus liepen we maar saampjes.
Ooit had ze een val gemaakt van school naar huis en haar pols deed enorm zeer.
Ze dacht dat haar pols gebroken was en ik vroeg haar op zijn ‘Opa Brams’: “kan je dit en dat? Kan je buigen, strekken, je vingers bewegen?” Dat kon, dus ik trok de conclusie: niet gebroken.
Een dag later op school zei ze “goh wat goed van je, het is gekneusd, niet gebroken”.

Waar gaat dit heen, hoor ik u denken.
Naar de finish (start) van die laatste dag van het betreffende wandelfestijn.

Door al ons gebabbel waren we eigenlijk al snel op het verzamelpunt van de feestelijke optocht mét muziek en batons richting de uiteindelijke inhaal en medaille uitreiking.
De muziek begon en de stoet zette zich in beweging.

Nu hád ik ooit een jeugdboek gelezen over een meisje dat ‘met de muziek meeging’ en die raakte heel ernstig verdwaald.
Ik vertelde dit aan Jolanda en wij trokken de conclusie dat we beter zelfstandig naar het eindpunt zouden lopen.
Zo gezegd, zo gedaan….

Via Station Alexander en nog verdere omwegen, waarbij we waarschijnlijk in kilometers de hele avondvierdaagse nog eens zoetjes overdeden, kwamen we uiteindelijk aan op de, verlaten, plaats van bestemming.
Onze ouders hadden de medailles, of de nummertjes, dat weet ik niet meer zeker, al in hun bezit en waren verschrikkelijk ongerust geweest.

Ik weet nog dat we vertelden dat we ‘gepest’ achterna gezeten waren en toen een andere, langere, route hadden genomen.
Want, uiteindelijk, vonden we het fanfareverhaal zelf eigenlijk toch wel een beetje te fantasierijk om als excuus te gebruiken.

Ik hoop dat dit jaar de wandelaartjes met plezier hebben gelopen, al was het weer verschrikkelijk, met al die regen. Gelukkig hadden ze wat te snoepen onderweg!

Mysteries in het voetbal

Beste Feyenoord-vrienden,

 

Soms gebeuren er dingen in de sport in het algemeen en het voetbal in het bijzonder die niet zo gemakkelijk  of helemaal niet te verklaren zijn. Zo is het vooral dit seizoen opmerkelijk hoe sterk ons dierbare Feyenoord in eigen huis presteert en hoe matig tot miserabel vaak in den vreemde. Ik denk dat indien de technische staf dit mysterie kon ontleden en verklaren het euvel allang was opgelost en wij wellicht op 12 mei of zelfs eerder al massaal naar de Goalsingel waren getrokken om de nieuwe landskampioen te begroeten en toe te juichen.

Met mijn treinmaatje uit Helmond, tevens fervent Feyenoord-supporter met een seizoenkaart voor vakkie N, bezocht ik afgelopen donderdag de play-offs wedstrijd om promotie naar de Eredivisie tussen Helmond Sport en Sparta in stadion De Braak. Onderweg daar naartoe vertelde hij mij naar aanleiding van de zevende nederlaag op rij van Benfica in een Europacupfinale dat een Hongaarse trainer Guttman Bela ooit een vloek had uitgesproken over de Portugese topclub.  Zonder hem zou Benfica nooit meer Europees kampioen worden. Hij lag na het winnen van de EC I in 1962 door Benfica in de clinch met de nieuwe voorzitter en vertrok voortijdig, ondanks de 3-5 zege op Real Madrid in het Olympisch Stadion met Leo Horn als scheidsrechter . De vloek zou nog steeds doorwerken en clubicoon Eusebio heeft  die Hongaar, geboren ten tijde van de Dubbelmonarchie en veelvolkerenstaat Oostenrijk-Hongarije, al eens vergeefs bezocht om de vloek ongedaan te doen maken. De voormalige coach zat kennelijk nog vol wrok en rancune, want hij weigerde botweg. Guttman Bela is met die ‘curse’ het graf ingegaan, want hij overleed op 28 augustus 1981. Hoe dan ook, Benfica verloor ook deze laatste finale, ondanks het betere spel tegen de Londense opponent Chelsea.

Een ander mysterie dat velen als louter toeval zullen beschouwen is de buitengewoon gelukkige wijze waarop PSV al jaren lang loot in het bekertoernooi. Ook het afgelopen seizoen was het weer raak. Waar wij tot drie keer toe een Eredivisieclub in een uitduel lootten, daar koppelde het lot PSV drie maal aan een amateur en daarna aan Feyenoord. Uiteraard ook weer in  Eindhoven, voor de zesde maal van de zeven laatste keren dat beide clubs tegen elkaar lootten. Feyenoord loot trouwens al decennia lang onevenredig veel uitwedstrijden in het bekertoernooi. De voorlaatste keer (seizoen 1994-1995) dat de beker werd gewonnen lootte Feyenoord uitwedstrijden tegen FC Groningen, Willem II, Ajax en Heerenveen, alvorens in de finale Volendam te treffen. Maar juist in het jubileumjaar (seizoen

2007-2008) lootte Feyenoord bij hoge uitzondering uiterst gelukkig: thuis tegen FC Utrecht en Groningen, uit tegen amateurclub SV Deurne en toen weer thuis tegen PEC Zwolle en NAC, waarna in de finale tegen Roda JC de beker werd veroverd.  Het was toen of het zo moest zijn, uitgerekend tijdens het eeuwfeest was Feyenoord onconventioneel fortuinlijk tijdens de lotingen. Niet 1 keer werd een topclub geloot en gevaarlijke outsiders als Utrecht, Groningen en NAC mochten thuis worden ontvangen.  Voorspoed en tegenslag, geluk en domme pech, fortuinlijk en onfortuinlijk, het zijn geheimzinnige krachten in de sport en dus ook in het voetbal, waar vaak geen vinger achter gekregen wordt. In het jaar dat Feyenoord als eerste Nederlandse club de EC I won bezat de club weliswaar een wereldploeg, maar was Vrouwe Fortuna ons ook zeker niet onwelgevallig.  Zoals bij de voorzet van Wim Jansen in de beginfase van de thuiswedstrijd tegen AC Milan, toen Cudicini (bijgenaamd De Spin) zich volledig verkeek en niet naar de bal sprong, waarna deze in de verre kruising  zeilde. En bij die kopbal uit een corner van Vorwaerts Berlin, toen gelegenheidsback Ruud Geels de bal met de punt van zijn schoen van de doellijn wegtikte, daarmee een zekere uitschakeling van Feyenoord voorkomend. En die snelle gelijkmaker van Israel in de finale, waarmee een morele tik werd uitgedeeld aan tegenstander Celtic. Een seizoen later liet het geluk Feyenoord juist helemaal in de steek en werd de kersverse wereldbekerhouder door het nietige Ut Arad ondanks een gigantisch veldoverwicht al in de eerste ronde jammerlijk en smadelijk  uitgeschakeld. Wat Feyenoord ook deed, na die snelle gelijkmaker van Wim Jansen in de heenwedstrijd wilde de bal er 160 minuten lang niet meer in.

Wat is het dat Feyenoord in de eigen veilige Kuip zoveel beter presteert dan in uitwedstrijden? Waarom wordt meestal uit van PSV verloren en thuis van de Zwartrokken gewonnen?  Natuurlijk, Het Legioen kan zich uitsluitend in het eigen stadion massaal laten gelden, maar voor het overige blijven de omstandigheden onveranderd. De veldafmetingen, de grootte van het doel, de samenstelling van de beide selecties en die van het leren monster. Wie het weet mag het zeggen. Het zijn dus de geheime krachten van de sport, die zich nauwelijks door de ratio of rede laten sturen. Feyenoord wordt daardoor na een uitstekende thuiswedstrijd plotsklaps onherkenbaar buiten het eigen honk. Zoals RKC Waalwijk die gelijkmaker scoorde, daar kan ik nog steeds niet over uit. Dat zou met het huidige Feyenoord in de Kuip ondenkbaar zijn geweest. Maar in de Langstraat gebeurde het gewoon en in Leidschenveen tegen ADO Den Haag was de uitslag nog veel meer een catastrofe. Het kostte ons uiteindelijk de tweede plaats en dan hebben we het nog maar niet over de onnodig verspeelde kansen op de titel.

Maar goed, in augustus staan alle tellers weer op nul. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Wie weet komen er dan onvermoede positieve krachten los en zijn we ineens ook in uitduels ongenaakbaar en onaantastbaar.

Feyenoord-supporters leven al jarenlang van de hoop op betere tijden. Of ik het op mijn oude dag nog zal meemaken weet ik niet, maar ooit zal Feyenoord wel weer eens kampioen worden.  Het wanneer ligt in de schoot der toekomst verborgen. Lichtpuntjes hierbij de contractverlengingen van Clasy en De Vrij, ongetwijfeld met het oog op het WK van 2014. Jan Boskamp merkte onlangs op dat Lowietje van Gaal door zijn selectiebeleid als bondscoach Feyenoord van zijn titelkansen had beroofd. Wie weet wordt dat dan volgend seizoen goed gemaakt, want voor de ontwikkeling van de jonge Feyenoorders is het natuurlijk een uitstekende zaak om uit te komen voor een van de beste elftallen ter wereld. En behalve de oefenmeester(s) zal ook de penningmeester van Feyenoord er wel bij kunnen varen.

 

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

Spinnenbloed is wit

Ik ben net overgestapt van de bus in de metro. Uit mijn rugtas pak ik een leesboekje. Op het moment dat ik het opensla, zie ik vanuit mijn ooghoek iets op mijn schouder bewegen. Ik schrik en in een reflex tot overleven pak ik het object vast en gooi het op de grond. Het voelt een beetje zacht aan en tegelijkertijd kraakt het licht. Op de grond van de metrocoupé zie ik een grote dikke zwartbruine spin verbaasd om zich heen kijken. Het is zo’n dikke vette, die je in kruipruimtes wel tegenkomt. Net als de spin ben ik ook een beetje verbaasd. Waar komt die jongen vandaan? Hij zal zich niet vanuit het plafond van de metro op mijn schouder hebben laten zakken en buiten in de stad heb ik dit soort dikke jongens ook niet eerder gezien. Bij ons thuis wel. Heel af en toe waagt zo’n beest zich achter een plint in onze woonkamer vandaan en rent dan als een malle over het gladde laminaat of blijft voor dood op het witte behang zitten. In het eerste geval wordt hij meestal dodelijk getroffen door mijn pantoffel en in het tweede geval eindigt zijn leven in een paar velletjes van de keukenrol, waarna een snelle en niet zo plechtige begrafenis in de vuilnisbak volgt.

Als ik ’s avonds uit mijn werk kom, zet ik mijn rugtas altijd in de hoek van de kamer. Het is dus zeer waarschijnlijk, dat deze spin bij mij thuis al op de rugtas is geklommen en zo al een minuut of twintig met mij mee is gelift zonder dat ik het in de gaten had.

Zou die knappe dame in de bus de spin wel gezien hebben? Zij ging niet naast mij zitten, terwijl de stoel wel vrij was. Ze bleef staan. Ik glimlachte nog vriendelijk naar haar, maar echt contact kreeg ik niet. Nu begrijp ik waarom niet.

Zodra de metro begint te rijden gaat de spin rondjes lopen. Eén pootje doet niet meer mee. Als de metro stil staat zit de spin ook stil. Ik kijk de coupé rond. Niemand heeft in de gaten, dat er een dikke manke spin met ons meereist. Je moet er niet aan denken, dat de dames hem opmerken. Er zal paniek uitbreken. Terwijl Rotterdam in een flets ochtendzonnetje rustig op gang begint te komen, voltrekt zich diep onder de grond een horrorscenario, waarbij het zelfs Dick Maas dun door de broek zou lopen. Ik realiseer mij dat ik mijn verantwoordelijkheid moet nemen. Zodra de spin bij mij in de buurt komt, zal ik mijn voet er genadeloos op zetten. Naar de spin toelopen is geen optie. Dat zou te veel de aandacht trekken. Te riskant. Bij elke halte klopt mijn hart in mijn keel. De spin zit stil en de passagiers lopen in en uit zonder hem op te merken. De juffrouw van de RET vertelt door de luidspreker dat wij station Eendrachtsplein naderen. Ik sta op en ga achteloos op de spin staan. Bij de deur kijk ik nog even achterom. De spin is verdwenen. De stoffelijke resten zitten tussen het profiel van mijn schoenzool. Wat achterblijft is vochtige witte vlek. Met de wetenschap dat spinnenbloed dus wit moet zijn, verlaat ik opgelucht de metro.

Eau de la Benzine (by Nafta Perfumes)

Het zal de Rotterdammer niet ontgaan zijn, de werkzaamheden en de uiteindelijke feestelijke opening van de Tweede Maasvlakte.
Ik kom er niet vaak en als ik er kom is het voor het strand in de warme zomeravonden. Die zijn schaars. Maar wanneer ik er ben kan ik intens genieten van de zonsondergang voor me en de Stad van Licht achter me.

Misschien een raar verhaal, maar naast de geur van de zee houd ik ook van de geur van de Botlek en de Europoort. Ook mogen ze van mij ‘Eau de la Benzine’ uitbrengen als Luxe herengeur.
Alles heeft een reden.

Dat ik van deze geuren kan genieten komt uit mijn jeugd.
Mijn vader was namelijk Oliecontroleur, heden ten dage heet dat: Marine Surveyor / Inspector Liquid Cargoes.
Dat vond ik een machtig interessant beroep!
Mijn vader draaide vol-continue diensten en had bij tijd en wijle ‘stand by’ diensten. Dan was hij thuis, maar moest bij de telefoon blijven, want hij kon opgeroepen worden. In die tijd waren er geen piepers of mobiele telefoons, dus hij kreeg dan thuisdienst. Wanneer hij werd opgeroepen moest hij soms helemaal naar Terneuzen of Delfzijl.

Daarnaast had hij een ‘auto van de zaak’, in de zeventiger jaren al.
In mijn herinneringen waren die wagens vooral lichtblauw en luxe, zonder reclame erop.
Wél standaard een witte veiligheidshelm op de hoedenplank. En altijd rammelend rijden als ‘de melkboer’, zoals wij thuis zeiden, altijd een rekje met lege monsterflesjes in de kofferbak.
Ik herinner me nog een Vauxhall Viva en een Ford Taunus XL, met Amerikaanse puntige achterlichten.
Hij had benzinebonnen van de zaak, wat nu tankpassen zijn.
En tijdens de oliecrisis in de 70-er jaren, gedurende de autoloze zondagen,  mocht mijn vader… rijden!

Wat ook stoer was, waren zijn speciale schoenen. Deze waren van vetleer en met chemie bestendige zolen. Die kon je niet zomaar overal kopen en waren erg duur, volgens mijn vader.
Dan droeg hij een Manchester pak, zoals hij zijn corduroy broek en colbert noemde, een hemd, een overhemd en in de winter een soort van donkerblauwe commandotrui.

Hij had verhalen over het werk in de Rotterdamse Petroleumhavens, zo wist ik al jong wat ‘de eeuwige vlam‘ was, en dat had niks met de Olympische Spelen te maken en wat ‘affakkelen’ betekende. Dat de grote olieopslagtanks een drijvende deksel hadden en hij via de trap erlangs naar boven ging, op het deksel ging staan en een monster nam. Dan weer naar beneden en naar de volgende…

Soms mocht ik mee naar zijn werk, op zondag bijvoorbeeld, en dan keek ik mijn ogen uit in het lab. Dat was echt net als bij Professor Balthazar van de televisie.

De verhalen over de Mammoettankers waren ook spectaculair. Die konden niet aanmeren en voor de lading werd overgepompt moest mijn vader daar de samples nemen en ter plekke met teststrookjes de lading controleren.
Het aantal ‘cuub’ moest kloppen, maar ook de kwaliteit.
Want… ik zou het niet kunnen verzinnen… sommige olietankers wilden economisch varen en probeerden brandstof besparen door hun lading te gebruiken, te verstoken, in plaats van in hun eigen brandstof te voorzien. Maar dan klopte de lading niet meer, dus lengden ze dat aan.
Dat kon mijn vader checken met bepaalde teststrookjes. Heel veel later begreep ik dat mijn vader Douane Bevoegd was. Hij had een hele stapel papieren in een map met stempels en handtekeningen waar al zijn bevoegdheden op stonden.
Op die tankers moest hij dat dan laten zien.
Soms ging hij naar zo een Mammoet met een Loodsboot, maar soms ook per Helikopter en dan lieten zij hem met een bootsmanstoeltje vanuit de heli op het dek zakken en haalden ze hem op die manier ook van boord.
Daarna was zijn transport naar de brug een vouwfiets. Iedereen fietste over het dek met een portofoon om zijn schouder. Zo groot waren die schepen. Zó stoer!

Wanneer mijn vader echter een Naftakraker  had moeten checken, was het ‘feest’ wanneer hij thuis kwam. Voor die klussen had hij dan ook een gasmasker en die hing altijd in de kelderbox van de flat. Wanneer nodig nam hij die, inclusief filters, mee naar zijn werk.
Nafta heeft namelijk de nare eigenschap een kokhalsreflex op te wekken bij mensen.
Dus, wanneer hij thuis kwam, stonden zowel de voor-, tussen als balkondeur open en kleedde hij zich uit tot op zijn (lange) ondergoed, de kleding ging rechtstreeks naar het balkon om te luchten en hij de douche in, ons al kokkend achter te laten in huis.
Gelukkig kwam dat niet vaak voor.
Bijna had ik nooit columns geschreven voor Ech wel Rotterdams, want op een dag kreeg hij een baan aangeboden om voor zijn baas Surveyors op te gaan leiden in Houston, ik ben mijn ouders eeuwig dankbaar dat dat me bespaard is gebleven.

Ja, Shell Pernis, Paktank Botlek, Roodhoed, Blauwhoedenveen… ik ken het allemaal nog.
Mijn droom was om ooit Laborante te worden, Klinisch of Chemisch, maar pfff, exacte vakken waren voor mij zoiets als Chinees tijdens mijn Middelbare School jaren.
En, ach, uiteindelijk ben ik toch goed terecht gekomen. Ik weet zeker dat hij mij vanaf een wolk, met een pilsje in zijn hand, in gezelschap van ‘Horst’, trots bespiedt. Cheers!

Wat een bijzondere dame

Ze gaf zomaar haar pincode!

We hebben inmiddels een aardige schare fans bij WAAR in Rotterdam. Mensen die regelmatig even langskomen om paar ansichtkaartjes te kopen. Een paar molens vol humor staan er in de winkel en als het zonnetje schijnt staan er twee buiten. Zo ook vandaag.

Als mijn blik naar de deur draait, zie ik haar zitten, in de scootmobiel. Eén van onze fans. Het is een allervriendelijkste dame. Altijd keurig gekleed en dito gekapt. Niet zomaar een mevrouw, nee een dame. Ik schat een jaar of zestig. Altijd een glimlach, nooit klagen, dat de deur te smal en het stoepje te hoog is, waardoor ze niet naar binnen kan. Ik loop naar haar toe en vraag of ik de andere molens ook buiten zal zetten. Alleen die met de ansichtkaarten. Dat is voldoende. Op haar gemak en met af en toe een lachje om haar mond, zoekt zij een stapeltje bij elkaar. Als onze blikken elkaar kruisen, kom ik in actie. “Is het gelukt?” “Ja hoor. Ik vind het zo leuk om kaarten te sturen. Het zijn er twaalf.” “Dat is dan twaalf euro.” “Ik wil even pinnen.” Oei, denk ik. Dat wordt een hele operatie. “Dan zal ik u even naar binnen helpen. Zal ik uw krukken aangeven?” “Nee joh. Hier, mijn pasje. Mijn pincode is ….” Ik schrik een beetje. Ze geeft zomaar haar pas en pincode. “Wilt u echt dat ik met uw pas betaal?” vraag ik nog. “Ja hoor, haal er maar meteen €1.200,00 af”’, grapt ze.  Een beetje zenuwachtig toets ik de pincode in die de dame mij gaf. Geslaagd, lees ik in het venster. Met de kassabon en de kaarten in een zakje, loop ik weer naar buiten. “Alstublieft mevrouw, uw kaarten en de bon. “Die bon hoef ik niet.” “Maar wilt u niet even controleren of ik niet te veel gepind heb?” “Ja, zo zie je er echt uit. Gooi die bon nou maar weg. Bedankt hè. Tot de volgende keer.” “U ook bedankt mevrouw en een fijne dag.” Een beetje beduusd til ik de derde kaartenmolen weer naar binnen. Hoe kun je nou zo veel vertrouwen hebben in mensen? Zou het nooit mis gaan bij die mevrouw? Ik denk het niet. ‘t Is gek, maar bij haar ben ik daar niet bang voor. Wat een bijzondere dame. Ik zie haar wegrijden en mijn dag is goed. Zij krijgt een plaatsje in mijn galerij van mooie Rotterdamse mensen.

Te koop boek “ode aan de vader”

De Kunsthal viert Moederdag (zondag 12 mei) met een ode aan vaders. Aanleiding vormt het fotoboek ‘Ode aan de Vader’ van Kees Spruijt waarin hij 23 vaders van tussen de 25 en 54 jaar oud portretteert. De portretten vormen een persoonlijk relaas van deze vaders, met een knipoog naar de moeders. Spruijt verbaast zich “over de manier waarop vrouwen het moederschap uitdragen”, mannen staan veel minder bekend om hun vaderschap. De Kunsthal toont bovenaan het Auditorium een tiental portretten van deze bijzondere serie.

De ondergewaardeerde rol van vaders begint volgens Spruijt al tijdens de zwangerschap. “Vanaf het moment dat vrouwen zwanger raken, lijkt er nog maar één gespreksonderwerp mogelijk: het kind”. Spruijt portretteert de vaders daarom in ‘zwangere pose’, de mannen geven zich letterlijk bloot. Ze houden hun, soms grote, vaderlijke buiken vast tegen een fel baby-roze of blauwe achtergrond. De foto’s doen daarmee denken aan zogenoemde ‘pixi photos’, cliché (familie)portretten die sinds de jaren ’50 veel gemaakt werden in warenhuizen. De neutrale setting van de foto’s geeft weinig vrij over de geportretteerden, enkel hun lichamen geven iets van hun identiteit prijs. In begeleidende interviews vertellen ze openhartig over hun vaderschap en de band die zij zelf hebben met hun vader. Hoezeer de mannen ook van elkaar verschillen, de liefde voor hun kinderen staat voorop. “Stiekem verheug ik me al op de dag dat ik opa word” (Paul).

Kees Spruijt
Werk van Spruijt (1964) was al eerder te zien in de Kunsthal, met de fotoserie ‘Kameraden’ (2008), een serie portretten van de harde kern supporters van Feijenoord. Spruijt is sinds 1990 freelance fotojournalist en won in 2004 de tweede prijs bij de Zilveren Camera in de categorie dagelijks leven. Hij heeft een voorliefde voor sociale fotografie, waarin onder andere de zelfkant van de maatschappij centraal staat.

Binnenkort kunt U dit boek bestellen in onze webwinkel, kunt U niet wachten en wilt U dit boek nu bestellen, stort 19.50 inclusief verzending op bankrekening 97.11.62.123 t.n.v. ROPE theater op maat.
Vergeet niet uw adres te vermelden.

Verschil Feyenoord thuis en uit, verschil van dag en nacht

Beste Feyenoord-vrienden,

Vandaag werd het andermaal bevestigd: het verschil tussen Feyenoord thuis en uit is dat tussen de dag en de nacht, de hemel en de hel, de zomer en de winter, de jeugd en de ouderdom. En je weet het van tevoren, dat de onzen weer gaan labbekakken. En ook dat het groen gele gevaar al weken op de loer ligt en al vijf wedstrijden lang niet kon winnen. Alles gericht op de gehate rivaal uit Rotterdam-Zuid, die ook veel klanten trekt uit de regio Haaglanden. Ook de aanwijzing van Liesveld voor deze wedstrijd past naadloos in het scenario. De man die er persoonlijk zorg voor droeg dat niet NEC, maar Ajax onze tegenstander werd in die ridicule dubbele bekerfinale van 2010. Je weet het allemaal vooraf, je houdt er heel serieus rekening mee en dan gebeurt het ook. Selffulfilling prophecy? Nee, de situatie is niet foutief gedefinieerd en supporters hebben het bovendien totaal niet in de hand. Als het aan de trouw, de betrokkenheid en het geloof van Het Legioen af hing werd Feyenoord elk jaar kampioen.

Het is gewoon een karakterloze ploeg die veel minder trouw aan het Legioen is dan omgekeerd het geval is..

Talent is niet alleen in potentie goed kunnen voetballen en die gave door

(laten) ontwikkelen. Talent is ook geloof in eigen kunnen en een onbuigzame wil om te winnen. Mannen als Theo Laseroms, John de Wolf, Paul Bosvelt en Pierre van Hooijdonk, die met hun, mondiaal gezien, toch ietwat beperkte capaciteiten boven zichzelf konden uitstijgen en zwaar de pest in hadden als zij een keer aan het kortste end trokken.  Die stuk voor stuk een winnaarmentaliteit hadden. Die met overtuiging hun tegenstanders bij de strot grepen en niet meer los lieten tot die verslagen ineen zegen.

Martin van Geel zal daar toch eens wat beter op moeten gaan selecteren. En de nieuwe baas van de jeugdopleiding zal zich daar eveneens meer op moeten gaan focussen. Op een winnaarmentaliteit! Want goed kunnen voetballen is bij lange na niet genoeg om prijzen te gaan pakken. Met de wind in de rug van een enthousiast Legioen lukt het allemaal nog wel, maar zodra de grote teen buiten de deur wordt gestoken gaat het mis. Dit seizoen gebeurde dat maar liefst 8 keer en in de meeste gevallen werd zelfs niet gescoord. Het valt niet mee om het te constateren, maar in dit opzicht heeft Ronald Koeman ernstig gefaald. Bijna de helft van het aantal uitwedstrijden werd verloren en daar waren behalve alle toppers dus ook een aantal middenmoters bij en een clubje dat op de dertiende plaats bivakkeert, diep in het rechter rijtje. De voormalige wereldvoetballer slaagt er maar niet in om zijn ploeg ook in uitwedstrijden zodanig op te laden dat vanaf het eerste fluitsignaal de mouwen worden opgestroopt en alle zeilen worden bijgezet om de winstgevende zilvervloot op sleeptouw te nemen en naar de eigen veilige thuishaven te dirigeren. Niets van dat alles, in uitwedstrijden wordt de ene zeperd op de andere gestapeld.

Uiteindelijk werd het 2-0 en Pelle miste tot overmaat van ramp nog een penalty op de valreep. Zelfs het redden van de eer was aan dit grillige elftal dus niet besteed. Het zou ook niets meer hebben uitgemaakt.

Feyenoord heeft in de voorrondes van de Champions League helemaal niets te zoeken en ik vrees dat dit voor de Europa League evenzeer het geval zal zijn. Dat is namelijk ook al jaren zo, terwijl dat toernooi elf jaar gelden nog op zo roemrijke wijze werd gewonnen.  Daarna raakte de club in een vrije val en ging bijna ten onder aan de rente van zijn schulden.

Jorien van de Herik vertelde mij kort voor zijn ondergang  tijdens een toevallige ontmoeting in de trein nog vol trots dat hij in het begin van de negentiger jaren Feyenoord van een faillissement had gered. Hij vergat erbij te vertellen dat dit onder zijn bewind op dat moment al weer bijna het geval was. En na zijn vertrek heeft het nog lang geduurd eer Feyenoord financieel gezien de weg naar boven heeft gevonden, min of meer synchroon aan de sportieve prestaties. Mario Been bracht ons in zijn eerste seizoen naar de vierde plaats en die hopeloze dubbele bekerfinale. Zijn tweede seizoen verliep rampzalig. Nog voor het nieuwe seizoen opende zegden de spelers in meerderheid het vertrouwen in hem op. Zijn kompaan Leo Beenhakker was al eerder de laan uitgestuurd.  Na de periode B + B hebben we dus het tijdperk Van Geel – Koeman ingeluid en dat leidde in hun eerste seizoen meteen al naar de tweede plaats. Dit seizoen zijn we evenwel weer een stukje gedaald in de ranking. We zijn en blijven een subtopper en eerlijk gezegd zou ik niet weten hoe dat op korte termijn zou moeten veranderen. Ik sluit dus af zoals zo vaak met vast te stellen dat het niet anders is en dat we het ermee moeten doen. Volgende week de afrondende wedstrijd, zogenaamd om de derde en vierde plaats, maar wat mij betreft is het slechts om des keizers baard.

 

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart