Ronald en Wil

Hierbij onze trouwfoto en trouw kaart.Inmiddels is dit bijna 25 jaar geleden.

Wie zijn wij; Ronald Brunings en Wil de Wildt

getrouwd op 27 mei 1988

Handige Harry

We staan op het punt om weg te gaan, als mijn vrouw opmerkt dat het slot van de buitendeur rammelt. Of ik weet wie we daar eens voor kunnen bellen. “Maar schat, daar gaan we toch niet voor bellen. Dat moet snel opgelost worden. Ik laat mijn vader echt niet met een rammelend slot op zijn voordeur zitten. Ik regel dat wel even. Ze noemen mij niet voor niets Handige Harry. Pa, heb je een schroevendraaier voor mij?” Ergens diep in het huis verscholen staat een klein handig bakje met wat gereedschap. Er zit ook een schroevendraaier in, maar niet van het type kruiskop en die heb ik nou juist nodig. Het gezellige avondje met mijn vrouw zie ik in duigen vallen. Dit geintje vraagt meer tijd dan ik had ingeschat. Ik verwerk de tegenslag razendsnel en stel mijn vader voor dat ik nu met mijn vrouw naar huis ga en zodadelijk op de fiets weer terug kom, met mijn eigen complete schroevendraaierset. Een half uur later schroef ik het degelijke lipsslot uit de voordeur. Met goed gereedschap is dat zo gebeurd en twee tellen later sta ik met het slot in mijn handen en constateer ik dat de cilinder nog steeds los zit. Ik zie nog wat schroefjes en besluit deze maar eens los te draaien. Een juiste beslissing, blijkt. Als ik het afdekplaatje verwijder zie ik twee kleine schroefjes waarmee het rammelende onderdeel vast hoort te zitten. Ik heb mij goed voorbereid en pak het kleinste schroevendraaiertje waarmee ik, tussen de veertjes door, de schroefjes aandraai. Kijk, dat heb ik weer even snel gefikst. Ik draai het slot, zodat ik de sleutel kan proberen. Een fatale fout! Drie losse onderdeeltje met onbestemde vormen vallen op de deurmat. Sodeju, dat is niet zo mooi. Ik probeer ze snel terug te plaatsen in het slot, zodat het lijkt of er niets gebeurd is. Maar de vraag is in welke volgorde ze terug moeten en op welke plek. Ik heb een hekel aan spelletjes en al helemaal aan puzzelen. Ik probeer alle mogelijke opties. Het lukt niet. Het zweet breekt mij uit. Ik kan mijn vader niet achter laten met een buitendeur zonder slot. Zal ik de deur barricaderen en dan via de keuken en de steeg het pand verlaten? Zal ik het slot uit mijn eigen voordeur schroeven om te kijken hoe het zit? Rustig nou Roon, niet in paniek raken, het zijn maar drie onderdeeltjes. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Mijn oude vader komt aangesloft en vraagt of het lukt. “Ja hoor pa, ga maar lekker naar binnen. Ik ben bijna klaar.” Ik besluit het over een heel andere boeg te gooien. Alle logica gooi ik over boord. Ik ga out of the box. Het werkt! Ik draai de sleutel om en de vierkante tong van metaal wordt uitgestoken. Ik draai de sleutel de andere kant op en jawel hoor, het kleine tongetje trekt zich terug. Nu voorzichtig Roon. Het plaatje er op en het hele zakie weer op zijn plek in de deur schroeven. Ik steek de sleutel nog een keer in het slot en draai hem rond. Het werkt! Er gaat een siddering van geluk door mijn lijf. Dit voelt als klaarkomen na een hele lange vrijpartij. Heerlijk.

Parkeerbon

“Ik heb niet zo’n leuke verrassing voor je. Het ligt op tafel.” Met deze boodschap heet mijn vrouw mij welkom als ik thuis kom van mijn werk. Op tafel zie ik een soort uit de kluiten gewassen kassabon liggen. “Ik heb hem vanmorgen onder je ruitenwisser vandaan gehaald”, voegt mijn vrouw er aan toe. “Je hebt gisteren niet betaald.”

Wat zullen we nou beleven! Ik bestudeer het velletje papier en het blijkt een Naheffingsaanslag Parkeerbelasting te zijn, oftewel een bekeuring. Het is geprint op maandag 25 maart om 17:31 uur, Nieuwe Binnenweg, Rotterdam. Ik heb daar inderdaad geparkeerd, maar ook betaald om tot ruim over zessen te blijven staan.

“Dat heb je er van Pa, als je niet betaald”, merkt mijn zoon sarcastisch op, zonder op te kijken van zijn telefoon. Maar ik heb wel betaald. Ik weet het zeker. Ik kan het bewijzen. Ik heb het parkeerbonnetje nog  van het dashboard gehaald toen ik uitstapte. Maar waar heb ik het gelaten? Ik moet het vinden. Het asbakje in de auto? Leeg! Het bakje er onder. Veel bonnetjes, maar niet met de datum 25-03-2013. Denk goed na Roon. Toen ik uitstapte had ik het bonnetje dus in mijn hand. En toen? Het meest logische antwoord op deze vraag is: Weggegooid. Prullenbakken leeghalen dus. Op mijn werkkamertje, geen bonnetje. In de keuken: Niet dus. De vuilnisbak dan? Ik graai met mijn blote handen door de resten nasi en  satésaus. Gatver. Nog steeds geen bonnetje. Alle jaszakken en broekzakken onderwerp ik aan een grondige inspectie. Ik vind onverwachte zaken, maar geen parkeerbonnetje. Waar heb ik het bonnetje gelaten? “Alzheimer, Pa?” hoor ik weer van achter een telefoon.

En dan is daar mijn lieve vrouw ineens met het parkeerbonnetje. “Waar heb je dat nou vandaan?” “Gewoon, uit de vuilnisbak. Je had het in een leeg dropzakje gedaan en daarna weggegooid.”

Het bonnetje is nog helemaal schoon en ongeschonden. Hard bewijs van mijn goede gedrag. Zou ik onbewust geweten hebben, dat ik het nog wel eens nodig zou kunnen hebben? Zou ik daarom het bonnetje veilig in het lege Venco-zakje gedaan hebben, voordat ik het weggooide? Weer een bewijs van mijn paranormale gaven. Of klopt de theorie van mijn vrouw, die zegt dat mannen gewoon niet kunnen zoeken?