ech wel

Beje in gebore

op ‘t Noordplein of Katendrech,

da keje van geen vreemde hore

daddie van Rotterdam wa zeg

De metro van vrijdagavond

Het gaat best goed, dat reizen met bus en metro. Behalve op vrijdagavond. Op vrijdag hebben wij koopavond in Rotterdam en dat betekent dus een lange dag voor mij. Om negen uur ’s avonds doe ik de deur op slot en tel ik mijn centen. Als het een flink bedrag is, wandel ik daarna moe maar voldaan naar de metro. Valt het bedrag tegen, dan wandel ik ook naar de metro, maar dan met een chagrijnige kop. In beide gevallen zakt mijn humeur sowieso onder nul, als de metro arriveert. Het kan niet anders of de baas van de metro heeft een gruwelijke hekel aan winkelen. Hij stelt de winkeliers en hun medewerkers verantwoordelijk voor het leed dat hij elke zaterdag en/of zondag meemaakt als hij met zijn vrouw gezellig de stad in moet. Rijden er de hele week lange metro’s van wel drie wagons aan elkaar, op vrijdagavond moeten we het doen met één schamel metrostelletje. Wij winkelwerkers staan dan samen met onze klanten samengepakt in de veel te kleine metrowagon. U zult begrijpen, dat ik mij nogal erger aan deze situatie en omdat ik assertief ben ingesteld, heb ik onlangs een mailtje gestuurd naar de RET. Ik heb hierin mijn verbazing uitgesproken over het feit, dat er op zaterdag- en zondagochtend metro’s ingezet worden van wel drie metrostellen lang, terwijl er dan bijna geen reizigers zijn en dat er op vrijdagavond, na een koopavond de kortst mogelijke metro over het spoor rijdt. Een paar weken later was het resultaat van mijn mailtje al merkbaar. Fijn zult u denken, dan kan je op vrijdagavond tenminste lekker zitten na zo’n lange werkdag. Mis! Op zaterdag- en zondagochtend zijn nu, net als op vrijdagavond, het tweede en derde metrostel afgekoppeld. Voor mij is het duidelijk. Mijn mailtje is terecht gekomen op het bureau van de baas van de metro, een krachtig leider die wel raad weet met zeikerdjes die altijd maar klagen. Zeker als blijkt dat het om een winkelier gaat. Hij twijfelt nog even om als wraakactie de vrijdagavondrit van kwart over negen uit de dienstregeling te schrappen. Zijn secretaresse weet hem nog net van dit onzalige plan te weerhouden, door hem snel iets lekkers in te schenken. Als de baas van de RET weer een beetje tot bedaren is gekomen, weet hij wat hij moet doen. Hij heeft namelijk tijdens zijn opleiding geleerd om altijd naar de klant te luisteren. “Die vent vertelt mij dat de metro op zaterdag- en zondagochtend leeg is? Mooi, dan rijden we op die dagen voortaan ook met één treinstel.” En zo is het gekomen. Namens alle reizigers van de vrijdagavond richt ik mij tot de vrouw van de metrobaas: “Lieve mevrouw, wilt u de komende tijd lekker met een vriendin gaan winkelen en uw man een poosje rust geven. Verwen hem bij thuiskomst een beetje met een lekker glas whisky en vraag over een paar weken eens, zomaar langs uw neus weg, of er op vrijdagavond niet eens een metrostelletje bij gehangen kan worden.” Alvast bedankt.

Feyenoord verplettert Heracles

Beste Feyenoord-vrienden,

Als Feyenoorder  ben je in de loop der jaren niet bijster verwend, maar vanmiddag werd aan alle (rand)voorwaarden voldaan om er een echt voetbalfeestje van te maken, Prachtig voetbalweer, een volle Kuip, een Feyenoord op dreef en een waar doelpuntenfestijn. Jaren geleden won Feyenoord ook al eens met 6-0 van Heracles, maar toen goot het de hele wedstrijd pijpenstelen. Mulder stond toen ook (voorshands eenmalig) onder de lat en Roy Makaay scoorde al na enkele seconden met een diagonale pegel de 1-0. Dit keer was het nog leuker, al was het maar omdat het zonnetje bijna doorlopend scheen, zij het niet al te uitbundig maar dat hoeft ook niet tijdens het voetballen.

Heracles startte voortvarend en opende met een onschuldig schotje op onze goalie die geen krimp gaf. Al snel nam Feyenoord het initiatief en het was John Goossens die a la Pierre van Hooijdonk uit een vrije trap het doelpunt van de maand scoorde. Van iets buiten de zestien schoot hij de bal als een streep in de kruising. Doelman Pasveer was volstrekt kansloos. Pelle scoorde vervolgens even fraai een veldgoal die in dezelfde kruising eindigde. En nadat de Immer(s) zwoegende Lex uit een voorzet van Janmaat de 3-0 had laten aantekenen zorgde topscorer Graziano vanaf elf meter beheerst doch zeer beslist voor een 4-0 ruststand. In het AD en op de supporterssite staat nu dat Pelle met zijn  26 competitiedoelpunten de beste buitenlander ooit in Feyenoord-dienst is. Dit is volstrekte onzin want niemand minder dan mijn grootste held aller tijden, Ove Kindvall, haalde tijdens het seizoen 1967-1968 al een totaal aantal van 28 competitiegoals en was daarmee topscorer van de Eredivisie. Een jaar later werd hij zelfs met 30 treffers gedeeld topscorer met Dick van Dijk, toentertijd koningsschutter van FC Twente, maar meteen daarna overgestapt naar Ajax.

Niet Pelle, maar Kindvall is vooralsnog de meest productieve buitenlandse spits van Feyenoord in 1 seizoen, elke andere voorstelling van zaken is notoire geschiedvervalsing en daar heb ik als amateur historicus een hartgrondige hekel aan. Een en ander wil niet zeggen dat ik niet helemaal idolaat ben van wat Pelle ons allemaal voorschotelt. Een fantastisch aanspeelpunt, scorend vermogen, sterk in de lucht, volkomen onbaatzuchtig in zijn spelopvatting en een echte publieksspeler die ludiek reageert op momenten dat het Legioen hem verrukt toezingt, zoals vanmiddag in de eerste helft.

Overigens was bijna de hele ploeg in goeden doen, met uitzondering wellicht van BMI, die maar geen vrede heeft met de linksback positie, die hij nolens volens moet bekleden. Daarom was het wel leuk voor hem dat Ronald Koeman hem nog een poosje op zijn oude vertrouwde stekkie liet spelen, waarbij Miquel Nelom zijn plaats op de linker vleugel op degelijke wijze overnam. Op dat moment stond het al 5-0 door een doelpunten van Schaken, maar niettemin was de inbreng van Nelom hartverwarmend en van toegevoegde waarde. Mijn vaste treinmaatje uit Helmond zou het niet verbazen als Koeman volgende week in Leidschenveen Marthijsen bij wijze van uitzondering op de bank laat zitten en BMI en Nelom  als linker verdedigingsblok neerzet teneinde de snelle voorhoede van ADO Den Haag te ontregelen. Joris zou dan wel eens te langzaam kunnen zijn en de ruimte achter zich niet te groot willen laten worden, hetgeen ten koste zal gaan van de noodzakelijke druk naar voren..

Hoe dan ook, Feyenoord blijft in de race voor de tweede plaats. Ajax wordt volgend weekend fluitend kampioen tegen hekkensluiter Willem II en PSV heeft een makkie thuis tegen NEC. Feyenoord moet zien de drie punten uit het van Leidschendam-Voorburg ontvreemdde deel van Den Haag mee te nemen. Alleen bij volle winst is er een kans dat de tweede plek alsnog en dan dus in successie wordt veroverd. FC Twente zal dan op de laatste speeldag wel moeten en kunnen meewerken door de sportieve plicht te vervullen. Maar dat komt pas op 12 mei aan de orde. Eerst de troonwisseling annex inhuldiging en dan ADO Den Haag. Alles op zijn tijd!

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

onbewogen

Doodgaan is nie erreg

maar ‘t stil legge!

geboren Rotterdammer

Hij mot ome zegge

tege de Willemsbrug

en tante

tege ‘t poortgebouw

Schuitje varen, theetje drinken

Vanochtend was ik, met een bak koffie, de krant aan het lezen.

Op de achterpagina stond een advertentie over Rijncruises en zo meer. Naar Keulen of over de Noord-Hollandse rivieren. Ik had een flashback naar de late 80’s, toen ik, met mijn toenmalige partner, met een gehuurde motorboot over de Friese Meren ‘survivelde’. Hij aan het roer, met een kapiteinspet op, ik met waterkaart, koffie, ontbijt/lunch/diner, aanmeren, afmeren, touwtje vast, touwtje los, op- en afspringen, uitglijden….oh ja en klompjes hengelen bij bruggen om te betalen.
Wat een ellende. Op vage eilandjes overnachten, want aanleggen in een haventje stond gelijk aan faalangst bij Captain Iglo. Dus beter doorvaren dan uitgelachen worden, was zijn credo.

Wat heeft dit met Rotterdam te maken, hoor ik u denken.
Niks, nog niet.
Nou, in ieder geval wel één ding: ik heb die week ervaren dat ik dingen kón, dingen die ik nog nooit gedaan had en die hij, mijn partner, niet kon.
Dit is de doorslag geweest om de baan te accepteren bij Justitie, in de P.I. de Noordsingel, waar ik een kleine 10 jaar heb rondgelopen op de Ring.
En het begin van het eind van onze relatie..
En tóch ga ik het niet over Hotel Traliezicht hebben…

Nee, ik ga het hebben over een wel heel leuke vaarvakantie, met mijn weekendvriendinnetje Ineke Sluyter.
Zij woonde in het weekend en soms in de vakantie op de 13e etage in dezelfde flat, bij haar oma en opa.
Dit omdat zij in het Stadscentrum van Rotterdam woonde en buitenspelen in die jaren geen optie was daar. Ze woonde echt in het centrum, in de buurt van waar nu het Schouwburgplein is. In een woonhuis, met zolder.

Qua leeftijd zat zij tussen mij en mijn middelste zus in. We hebben samen nog een Sinterklaas intocht meegemaakt en speelden vaak buiten.
Ik herinner me dat Ineke bij fris weer vaak een sjaaltje droeg. Herkenbaar, want wanneer het buiten 10 graden of kouder was, moest ik een Siberische bontmuts op, 3 maillots en 6 paar handschoenen aan. Ongeveer..

Inekes’ ouders hadden een Kruiser. Daar gingen ze in de vakantie mee varen.
En ik mocht een keer zomaar mee!
De boot lag op de Rottemeren, ergens in de buurt van een sluisje en aan wal, op het grasveld aan de dijk, stond een grote bungalowtent, voor verblijf bij onvaarbaar weer. Ergens in de buurt van Zevenhuizen, meen ik.
Daar voetbalden we soms op het grasveld of gingen een eindje wandelen.
Ome Toon voetbalde ook mee.. een man die zijn gebit in een ‘spijkerbakkie’  bewaarde en tijdens het voetballen soms ineens stil stond, zijn wijsvinger waarschuwend opstak, zijn ene been optilde en dan een knetterende scheet liet. Voor de jongens hilarisch, voor ons meisjes weerzinwekkend.
Vlakbij was een roeibootverhuur en daar maakte ik veel gebruik van. In mijn eentje, naar het eilandje aan de overkant, om een ijsje te kopen, en weer terug.
Het klotsen van het water, het plonsen van de roeispanen en de geluiden van ruisend riet en van watervogels gaf me in die tijd al een rustgevend en gelukkig gevoel. De natuur en ik, saampies. En het monotone naar voor-naar achter van de roeibewegingen. Meditatief!

Ze hadden ook een grote ‘poedel’. Die ging mee varen en als we dan op de boot sliepen, mocht ik in de punt slapen, met de hond naast me.
Jaaaaren later begreep ik, dat die poedel dus een grote bouvier was. Ik weet niet of ik dan zo rustig had geslapen als 11 jarige met een bouvier aan mijn voeten. Bouvier stond toen gelijk aan politiehond, gevaarlijk en bijtgraag.
Maar deze was zo lief!

Als we bij een eilandje aan de Rottemeren overnachtten met de boot, gingen we voor het eten nog spelletjes doen, badminton of jeu de boules of kegelen. In het gras.
Tijdens het varen mochten Ineke en ik zonnen op het voordek. En zwaaien naar andere boten!

Eigenlijk is dit de enige vaarvakantie die leuk was, de enige vakantie ervaring óp het water waar ik met plezier aan terug denk.
En mijn herinneringen aan Ineke, mijn weekend-vriendin, waar ik fijne tijden mee heb beleefd in mijn kindertijd.

Mocht iemand mij voor mijn 2x 25e verjaardag komende week een midweek of weekend op een Rottemeers of Bergse Plas eiland cadeau willen doen, liefst inclusief roeiboot, u maakt mij er zeer gelukkig mee, en als mijn hond mee mag… perfect!

Doet ie het of doet ie het niet?

 

Beste Feyenoord-vrienden,

 

Vandaag staat voor ons dierbare Feyenoord de laatste topper van dit seizoen op het programma. Tegen Vitesse uit Arnhem. De club die ogenschijnlijk moeiteloos won in Eindhoven, Amsterdam en Twente. Dan moet je wel wat in huis hebben. Dat heeft Vitesse deze competitiejaargang dan ook. En de Arnhemse club heeft hem niet alleen in huis, hij houdt ook overal huis en overvleugelt als topscorer van de Eredivisie zelfs met gemak onze Italiaanse revelatie van dit seizoen.  De naam is Wilfried Bony. Hij versloeg bijna in z’n eentje de belangrijkste titelpretendenten in hun eigen veilig geachte vestingen. Hij deed ook Feyenoord de das om, weliswaar in het Gelredome en geheel tegen het wedstrijdbeeld in, maar hij zette ons in de laatste minuut niettemin een hak(bal). De vraag is of hij er vanmiddag bij zal zijn. Maar dan niet op de bank of de tribune, doch binnen de krijtlijnen van de Heilige maar gedateerde Kuip. Wordt hier een spelletje gespeeld door een onoverbrugbare blessure voor te wenden of is het een niet geveinsde realiteit? Bony is veruit de belangrijkste giftand van het Oost-Europese handelshuis aan de Veluwezoom. Nou ja, Veluwezoom, geografisch het stadion ligt in
Arnhem-Zuid, dus in het rivierengebied, derhalve niet tegen stuwwallen van de Veluwe maar in de Betuwe. Dat echter terzijde.

Of Bony mee zal doen of niet scheelt geen slok op een borrel, maar nagenoeg  de hele inhoud van de sterk alcoholische versnapering. Vitesse IS Bony en Bony is Vitesse. Zonder Wilfried Bony was Vitesse het bijna voorbije seizoen aanmerkelijk lager gerankt geweest, maar als hij niet aan de Afrika Cup had mee gedaan was Vitesse zeer waarschijnlijk voor het eerst sinds de invoering van het betaalde voetbal landskampioen geworden. Dus als ie in de late namiddag niet mee doet wordt het een uitgemaakte zaak wie er met de winst vandoor gaat? Nou, dat nu ook weer niet. Want Feyenoord is al een aantal wedstrijden niet meer in goede doen. Als je ten onrechte en dus met alle geluk van de wereld met een miezerige 1-0 thuis van VVV Venlo wint, als je uit volstrekt kansloos met 2-0 verliest van een toch niet al te indrukwekkend Heerenveen, als je niet verder komt dan een uiterst teleurstellende remise in de Langstraat tegen de Rooms-Katholieke Combinatie, dan ben je toch niet goed meer bezig. Dan zijn de Schwung, de  overtuiging en de fut eruit! Na de winterstop heeft Feyenoord het nog veel meer dan in het afgelopen najaar laten liggen op weg naar een mogelijke en zeer lang verbeide vijftiende titel.

Als je nagaat welke punten de concurrentie allemaal heeft laten liggen kun je jezelf toch best wel veel verwijten dat je 4 wedstrijden voor het einde van de huidige competitie al weer vrijwel kansloos bent geworden voor de meest begeerde schaal van voetbalminnend Nederland.  Maar dan moet je natuurlijk niet verliezen van een clubje als PEC Zwolle, te meer daar je vooraf was gewaarschuwd  door de uitschieter van de Zwolse blauwvingers aan de Mathildelaan in Eindhoven, direct  bij de aanvang van de tweede competitiehelft (1-3). Feyenoord is wel vaker kampioen geworden, niet altijd omdat het over het beste team beschikte, maar omdat de betere concurrentie het toch liet liggen. Het seizoen 1992-1993 is daarvan het meest aansprekende voorbeeld geweest. In het slot van  die jaargang liet het PSV van Romario plotseling een groot aantal punten liggen. Verloor bijvoorbeeld thuis met 0-3 van RKC en speelde gelijk in en tegen Dordrecht. Ook Ajax, dat in De Kuip met 0-3 en in Mokum met 5-2 Feyenoord aan de zegekar bond en voor de beker  in De Kuip zelfs met 0-5 liet zich bijvoorbeeld zo maar met 1-0 verrassen in Tilburg. Zo’n mooi seizoen had het nu ook kunnen worden, maar men miste de ruggengraat, de vastberadenheid en de verbetenheid van ECHTE mannen als John de Wolf en Henk Fraeser (= technische spelling). Er werd dit seizoen tegen dreumesen gelabbekakt en dan heb je ook geen enkel recht op de titel. Zelfs die tweede plaats zal na eventuele winst op Vitesse toch nog heel moeilijk gaan worden, nu PSV gisteravond betrekkelijk gemakkelijk Alcmaria Vitrix kon juichen tegen de mannen van GertJan Verbeek. Want nu hoeven de gesubsidieerde Zwartrokken uit de voormalige Lichtstad nog maar 1 echt lastige klip te omzeilen (in en tegen Twente) om alsnog in aanmerking te komen voor de voorrondes van de Champions League. Feyenoord had allang afstand kunnen nemen van de Eindhovenaren, hoewel dat andersom ook zeker het geval is. Maar PSV is in het eerste decennium van deze eeuw maar liefst zeven keer kampioen geweest en wij teren nog altijd op dat laatste kampioensjaar met ome Leo toen we ergens in april 1999 al naar de Goalsingel konden optrekken.

Ondanks alle teleurstellingen van dit seizoen blijft Feyenoord-Vitesse anno 2013 echter een wedstrijd om reikhalzend naar uit te kijken. En de prangende vraag daarbij luidt dus: ‘Doet ie het of doet ie het niet?’ Doet ie mee en zo ja, doet ie ons dan wederom de das om??

Ongeveer kwart over zes vanavond zullen we het beide weten.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

 

Het doek is gevallen

Beste Feyenoord-vrienden,

Niet dat ik zelf ook nog maar enige illusie koesterde, maar vanaf vandaag weten wij het weer zeker . Voor de veertiende keer geen landskampioen sinds Don Leo ons de laatste schaal bezorgde en op de Goalsingel Het Legioen beloofde er het jaar daaropvolgend weer voor te gaan. De beste man bedoelde het ongetwijfeld goed, maar maakte het seizoen 1999-2000 niet eens af. Na bittere thuisnederlagen tegen Sparta en FC Utrecht gaf hij de pijp aan Maarten of wierp de handdoek. Misschien wel allebei. In ieder geval stapte de grijze eminentie op. Henk van Stee zou voor even interimmen en wist de play-offs voor de Champions League te bereiken. Het was niet besteed aan zijn opvolger Bert van Marwijk, die in totaal en over twee periodes verdeeld vijf seizoenen aan het roer zou staan bij Feyenoord, maar nimmer een landstitel wist te veroveren. De reputatie van Bert is gered door die ene hoofdprijs van 8 mei 2002 en omdat Robben tijdens de WK-finale in 2010 alleen voor Iker Casillas faalde teert Bert nolens volens nog steeds op die geweldige triomf van elf jaar geleden. Na Berts eerste en tweede periode is een lange rij van trainers de uitdaging aangegaan om Feyenoord weer naar de absolute top van de Eredivisie te loodsen, doch alle pogingen waren vergeefs. De kwaliteit waarover Bert van Marwijk nog wel mocht beschikken ontbrak ten ene male.

In mijn prille jeugdjaren telde de stad Rotterdam twee topploegen, Sparta en Feyenoord. Sparta komt de eer toe als eerste Rotterdamse club in het betaalde voetbal een landstitel te hebben veroverd. Dat gebeurde in 1959 na een 0-4 zege op het Amsterdamse DWS in het Olympisch Stadion. De derby was zowel op het Kasteel als in De kuip steevast uitverkocht. En op een of andere manier wist Sparta heel vaak in De Kuip te winnen, meerdere keren verloor Feyenoord met 0-3. En de oudere Rotterdammers onder ons zullen zich de 0-1 zege van Sparta in Schotland op Glasgow Rangers nog wel kunnen herinneren. Omdat eerder thuis werd verloren (2-3) was een derde (beslissings)wedstrijd nodig. Vreemd genoeg vond die in Londen plaats, niet echt een neutraal terrein.  Doet me denken aan die kampioenswedstrijd tussen Ajax en Feyenoord in 1960 in het Olympisch Stadion. Sparta verloor daar op Highbury uiteindelijk weer met 3-2 na een 0-1 voorsprong. Tinus Bosselaar scoorde nog uit een strafschop de aansluittreffer en de wedstrijd was via een rechtstreeks verslag via de radio te volgen. Sparta was toen naast enkele concurrenten toonaangevend in Nederland maar toch gleed de trots van Spangen  geleidelijk aan weg uit de vaderlandse top, waar Feyenoord zich juist steeds nadrukkelijker ging nestelen. De doelstellingen van Sparta werden ook steeds bescheidener. Eerst was het de bedoeling op de ranglijst zo dicht mogelijk in de buurt van de grote rivaal van Zuid te blijven.  Toen dat niet meer lukte ging het om behoud van de status van Eredivisionist. Uiteindelijk lukte ook dat niet meer.

Als men tegen een echte Sparta-Piet uit de Bloklandstraat of de Grote Visserijstraat in 1959 gezegd zou hebben dat Sparta nooit meer landskampioen zou worden, zou zo iemand voor gek zijn verklaard.  En wie in 1999 op de Goalssingel geroepen zou hebben dat Feyenoord in 2013 nog steeds niet zijn vijftiende landstitel aan de clubpalmares zou kunnen toevoegen zou evenzeer naar het spreekwoordelijke Deltaziekenhuis (voordien Maasoord en tegenwoordig Delta Psychiatrisch Centrum geheten)bij Poortugaal  zijn afgevoerd.

Net als de Spangense Sparta-Piet heeft de Feyenoord ForEver-supporter langzaam aan zijn acceptatiegrenzen verlegd. Toen Feyenoord in 1968 tweede werd en Ajax dus voor de derde achtereenvolgende maal landskampioen (er is niets nieuws onder de zon) werd baalden alle Feyenoorders als een stier.

In het begin van dat seizoen was Feyenoord voortvarend begonnen, versloeg ook Ajax door een doelpunt van Ruud Geels (1-0), won van ADO uit met 3-6 (Kindvall scoorde vier maal) en veegde DOS (samen met Elinkwijk en Velox de erflaters van FC Utrecht ) met   5-0 van de mat, waarbij Coentje Moulijn de laatste voor zijn rekening nam met de buitenkant schoen..

Feyenoord liep uit op het Ajax van Cruijff en Keizer met vijf punten (een overwinning leverde  toen nog 2 punten op. )Er werd een sticker uitgegeven met de wishful thinking tekst NIETS MEER AAN TE DOEN, FEYENOORD KAMPIOEN.

Toch eindigde Feyenoord na een pijnlijke terugval later dat seizoen met drie punten achterstand op Ajax. Vorig seizoen gebeurde ongeveer hetzelfde, we werden tweede en nu baalde er niemand maar werd er een pseudokampioensfeestje gevierd.

De acceptatiegrenzen zijn verlegd. Na de euforie van vorig seizoen hebben wij elkaar lange tijd wijs gemaakt dat het huidige seizoen zo fantastisch is verlopen, ondanks de kansloze uitnederlagen tegen PSV, Twente en Ajax, alle drie met 3-0. De eigen jeugd wordt bewierookt, maar is dat wel helemaal terecht? Wie  vandaag zo’n Boetius, De Vrij, Clasie, Martins Indi  en Vilhena bezig ziet, vooral bij dat doelpunt van Duits,  zal toch onwillekeurig wel eens achter zijn oor krabbelen. Het is niet leuk om het te memoreren, maar vergelijk dat nog eens met de jeugdspelers waarmee Van Gaal in 1995 de Champions League won. Zijn wij dat niet veel te snel tevreden of zelfs enthousiast?  Sommige spelers  lopen nu al naast hun schoenen omdat zij door diezelfde Van Gaal voor Oranje zijn uitverkoren en halen hun neus op voor een contractverlenging bij de club die hen opleidde. Zogenaamd omdat men zich (De Vrij) op het restant van de competitie wil concentreren. Nou, dat hebben wij vandaag gezien, laat me niet lachen.

Het gekke is dat Feyenoord nog steeds tweede kan worden, met dank aan het eveneens falen van de concurrentie. En hoewel wij helemaal niets hebben te zoeken in de Champions League en zelfs niet in de Europa League kunnen we daardoor toch weer in aanmerking komen voor de voorrondes.  Het is de enige troostprijs die ons rest, maar zeker de moeite waard. Echter, dan zal er volgende week wel uit een ander vaatje moeten worden getapt in de thuiswedstrijd tegen Vitesse. En een mannetje bovenop Bony moeten worden gezet. Wat dat betreft kon je in zijn tijd Piet Romeijn als mandekker om een boodschap sturen, maar hebben we nu nog wel zo iemand in huis??? Het is aan Ronald Koeman, die zijn ploeg de laatste tijd niet meer zo goed kan inspireren, om die vraag te beantwoorden.

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

 

Voor het stoplicht

Dagelijks reis ik vice-versa van Vlaardingen naar Rotterdam. Dat is van het westen naar het oosten. Regelmatig doe ik dat op de fiets en dat is best lekker. Behalve als de zon schijnt. Zoals u weet komt deze elke ochtend in het oosten op en gaat in het westen weer onder.  Zowel ’s morgens als ’s avonds fiets ik dus met mijn gezicht in de zon. En  ja, dat is ook lekker, daar hoort u mij niet over. Het wordt pas minder prettig als je tijdens zo’n ritje in de zon verkeerslichten tegen komt. En op mijn route staan er nogal wat. De uitvinder van het stoplicht moet haast wel een Duitser geweest zijn. Die jongens fietsen namelijk niet. Herr Doktor Ampel, zal zijn naam wel zijn. Een nare man. Als je als voetganger voor het rode licht staat, is er niets aan de hand. Het licht staat aan de andere kant van de weg, ver genoeg om je blik niet omhoog te hoeven richten om te zien of je al mag oversteken. Maar als ik op de fiets voor het rode licht sta, is het wel even anders. Met mijn snufferd vlak voor de paal sta ik naar boven te turen, want de lampen van het rood oranje en groen zijn hoog boven op die paal gemonteerd. En laat nou precies achter die lichten die koperen ploert aan een strak blauwe hemel staan te branden. Verblind door het felle licht zie ik dus geen moer. Waarom is er geen burgemeester die gewoon dwars tegen Herr Doktor Ampel in gaat en de stoplichtenfabriek opdracht geeft om die palen een flink stuk in te korten, zodat de fietslichten gewoon op ooghoogte komen te hangen? Maar er zitten toch wel eens “verklikkertjes”, van die mini verkeerslichtjes, op de paal, zult u zeggen. Inderdaad, die kom ik ook wel eens tegen, maar altijd op palen waar een hele grote boom achter staat, die het stoplicht mooi in de schaduw zet. En als er geen boom staat, dan is het wel een hoog gebouw die mijn ogen beschermen tegen het felle schijnsel van de zon. Let er maar eens op als u op de fiets zit. Bij mooie grote open kruispunten vindt u nooit een verklikker. Nee, zo’n ritje in de zon is niet zo prettig als u zou denken.  De eerste echte lentedag zit er op en ik ben er nu al weer klaar mee. Ik verlang naar donkere wolkenluchten, zodat ik tenminste weer veilig kan oversteken.

Stadionverbod

Jaren geleden was is in de Kuip te gast in een skybox.
Leuk, warm, echt bier en bitterballen.
En opvallend voor een skybox, er waren echte supporters.
Deze mensen kwamen voor de wedstrijd en niet om te netwerken.
Na afloop beneden tussen alle bobo’s en oud spelers een drankje drinken.
Gezellig.
Ik sta ( toevallig ) vlak bij de bar en ik zie Coen Moulijn een drankje gaan halen.
Dan komt er een of andere yup aanlopen van een jaar of 25 ( duidelijk teert op de centen van papa ) en die loopt zo Coun Moulijn omver.
En die lul reageert niet eens.
Ik stap op die kwal af en zeg. ” Kan je niet uitkijken, weet je wel tegen wie je aanloopt?”
Je zag aan dikke pofkop dat hij geen idee had wie Coen Moulijn was.
En dat soort figuren zitten dus ook in de kuip.
Komen niet voor het voetbal, weten helemaal niets van de club.
En lopen iconen omver.

Dat soort figuren moet je een stadionverbod geven.