Hoe zit dat?

Een paar dagen geleden had ik een afspraakje met twee aardige dames. Zij kwamen mij van mijn werk ophalen om daarna gezellig iets te gaan eten in de binnenstad van Rotterdam. De dames zijn oud collega’s van mij en we vonden het leuk om weer eens bij te kletsen. Het is maar dat u het weet. Dat u niet denkt: “Wat doet die Ronald na werktijd met twee vreemde vrouwen in de horeca van Rotterdam?”  We kwamen terecht in een niet al te duur en daarom druk restaurant. Er kwam wijn en bier op tafel en de oude koeien werden vrolijk uit de sloot getrokken. Toen mijn eerste glas leeg was, werd mijn aandacht getrokken door het stel dat aan een tafeltje naast ons zat. Het was een oudere heer. Ik ben slecht in leeftijden, maar hij was overduidelijk een stuk ouder dan ik. Laten we het er op houden dat hij achter in de vijftig was en daar komt hij dan nog goed mee weg. Tegenover hem zat een keurig verzorgde dame. Een stuk jonger dan hij, maar ook weer niet zo heel jong. Ik houd het er op dat ze ongeveer van mijn leeftijd was. Hij had zijn handen om die van haar gesloten en keek haar smoorverliefd aan. Het was bijna aandoenlijk om te zien. Ik was het gesprek aan ons eigen tafeltje inmiddels kwijt. Ik kan er niets aan doen, maar op zulke momenten gaat de fantasie met mij aan de haal, zeker als ik ook nog eens wat alcohol in mijn bloed heb. Ik vraag mij af waarom die twee zo verliefd zijn en waarom zij juist in dit restaurantje zitten. Hebben zij iets te vieren? Zijn zij vijfentwintig jaar getrouwd? Volgens mij niet, daar waren ze veel te klef voor. Na zo veel jaar huwelijkse trouw zijn de vlinders wel gevlogen, dacht ik zo. Is hij directeur en zij secretaresse en heeft hij haar eindelijk zo ver dat ze na werktijd met hem mee gaat? Maar als je je wilt uitsloven voor je secretaresse, dan ga je toch niet naar zo’n volksrestaurant als dit? Of hij moet een directeur zijn van een wel heel lullig bedrijfje. En wat heeft hij dan tegen zijn vrouw gezegd? Met overwerk kan je in deze tijd van recessie toch niet meer aankomen bij moeders de vrouw? Misschien maakt het hem allemaal wel niets meer uit, omdat zijn huwelijk toch al jaren geen klote meer voorstelt en wil hij wel eens bewijzen dat hij nog wel degelijk meetelt. Of zouden ze elkaar gevonden hebben via een dating-site? Misschien is hij gewoon een eenzame vrijgezel die een bureau heeft gebeld voor een avondje gezelschap met een lieftallige dame en sluiten ze de avond straks  nog even gezellig af, bij hem thuis.

Het vlees en de friet worden opgediend en ik bestel nog een biertje Mijn tafelgenootjes nemen fris. Het eten is lekker en we hebben plezier. We maken het niet zo laat en delen de rekening door drieën. We wandelen naar het station, alwaar wij met een paar zoenen op de wang afscheid van elkaar nemen. Het was gezellig en dat moeten we nog eens doen. Als ik in de trein zit denk ik nog even aan het stel naast ons. Het blijft mij bezig houden. Bij Vlaardingen Oost vraag ik mij ineens af wat de rest van het restaurant van ons tafeltje gedacht zal hebben. Eén iets te luidruchtige, kale man van middelbare leeftijd met twee mooie vrouwen aan een tafeltje. Hoe zit dat?

Pluk van de Petteflet in Rotterdam

De jaren ’60. Ik groeide op in Hillegersberg in een flat aan de Schubertlaan/van Beethovensingel. Het was met recht een onbezorgde jeugd te noemen.
Mijn school, de Hildegaertschool, was een kwestie van de straat oversteken en dat kon in die tijd nog zonder gevaar.
Uiteraard kende je alle buren in de flat en had je een bepaalde voorkeur voor mensen. In mijn jonge ogen was er natuurlijk de ‘boze’ buurman, de chagrijnige buurvrouw, de bijzondere buurjongen, het mooie buurmeisje, enz.
Toch leefden we gezamenlijk in feite onder hetzelfde dak in een harmonie. In die periode was er geen kommer en kwel en het ging een ieder voor de wind.
De mannen/vaders waren overdag aan het werk en de vrouwen/moeders wisten iedere dag hun weg naar elkanders sherry-flessen te vinden. ‘Toen was geluk nog heel gewoon’.
Op woensdagmiddag was je vrij en je spoedde je naar huis. In feite was dat een soort van ‘afmelden’, want binnen twee tellen ging je weer naar buiten om te spelen. Dit geschiedde altijd op nagenoeg hetzelfde tijdstip. Wij woonden in die periode nog op de derde verdieping van de flat en ik had het mij eigen gemaakt om op geheel eigen wijze het trappenhuis ‘af te dalen’. Slingerend van trap naar trap via de palen naar beneden. Het was natuurlijk de kunst om meer en meer vaardigheid in deze uitbundige manier van naar beneden gaan, onder de knie te krijgen. Hoe gevaarlijker, maar vooral ook hoe sneller, des te beter.
Zo ging ik op een woensdagmiddag op mijn manier zo snel mogelijk naar beneden, want ik wilde voetballen. Tijdens mijn afdaling botste ik bijna tegen een vrouw aan. Verschrikt keek ik haar aan. Voor mij stond een vrouw met een regenkapje en een, door de regen, beslagen bril. Ik had haar op een haar na weten te ontwijken met mijn gezwier en gezwaai richting de begane grond.
De vrouw kende ik niet en ik keek haar angstig aan. In mijn ogen was het een hele enge vrouw. Haar brillenglazen waren zo dik en ik constateerde dat haar handen bruin van het roken waren. Zelf zal ik een jaar of tien geweest zijn en het leek op dat moment een enge droom. Zij was het die de eerste woorden sprak; “Kijk je uit jongen, dadelijk gaat het fout en doe je je zelf nog pijn”.
Het enige dat ik op dat moment wilde, was zo snel mogelijk weg van deze
angstaanjagende vrouw met die ogen door die bril. Volgens mij was het enige dat ik op dat moment kon uitbrengen ‘sorry mevrouw’ was en weg was ik.
Exact een week later en natuurlijk op nagenoeg hetzelfde tijdstip, kwam ik haar weer in het portiek tegen. Nu kon ik haar iets beter ‘observeren’ en in mij opnemen en kreeg ik al een heel ander beeld van haar dan tijdens de eerste ontmoeting. Zij reageerde vriendelijk en ik voelde mij een stuk meer op mijn gemak dan de eerste keer.
In de weken die volgden kwam ik haar iedere woensdagmiddag in het trappenhuis tegen. Uiteraard werd ik als jochie nieuwsgierig wat zij in ‘onze’ flat kwam doen en ben ik een keer stiekem achter haar aan gegaan.
Ik zag dat zij bij mevrouw Begeer naar binnen ging. Mevrouw Begeer was nu net een van de buurvrouwen waar bijna niemand contact mee had. Het enige dat van haar bekend was, was dat zij Franse les aan huis gaf en dat zij ook een bril met enorme dikke glazen had. Kwam je haar tegen in het portiek, dan was er wel het plichtmatige gedag zeggen, maar dat was dan ook alles.
De eerstvolgende keer dat ik mijn mysterieuze dame op de trap tegenkwam, had ik de brutaliteit om te vragen of zij ook naar mevrouw Begeer ging om Frans te leren. Ze keek mij aan en antwoordde bevestigend. Zelf had ik ook net les in Frans op school en de taal sprak (en spreekt) mij enorm aan.
Zij maakte mij duidelijk dat het een hele mooie taal is om te leren en dat ik zeker mijn best moest doen op school.
Regelmatig bleven wij elkaar op de trap tegenkomen en altijd was er een kort praatje. Nooit te lang, want ik wilde naar buiten om te spelen.
Dan zit ik op een avond met mijn ouders naar televisie te kijken en wie zie ik
opeens; Mevrouw Annie M.G. Schmidt! Mijn mond valt open van verbazing.
Dit was dus die mysterieuze vrouw in het portiek. De eerste reactie van mijn moeder was natuurlijk; “ben je niet in de war met iemand anders?” Neen, dit was die mevrouw.
Uiteindelijk zou blijken dat het inderdaad Annie M.G. Schmidt was en zij volgde inderdaad Franse les bij mevrouw Begeer. De schrijfster was toen al druk doende met haar tweede huis in Frankrijk en zij wilde ook de taal zo goed mogelijk beheersen.
Of mijn jeugdige ontmoetingen in het trappenhuis van een flat ooit er toe hebben geleid tot “Pluk van de Petteflet” in 1968 weet ik niet, maar het blijven mooie herinneringen.
De verbintenis tussen Annie M.G. Schmidt en Rotterdam is dus bij deze bevestigd.

Apetrots op Samenwerking Feyenoord en Blijdorp

 

De Echte Rotterdammert, of het nou een Feyenoorder is of niet, is APEtrots op de samenwerking tussen Feyenoord en Diergaarde Blijdorp.

Eens of Oneens?

 

Klik op de URL  hieronder en stem op de site

https://www.facebook.com/pages/Rotterdam-Discovery-Tours/156602797735006?fref=ts

 

trouwfoto van Frans en Thea

Wij zijn getrouwd op 18 juni 2004 in het landhuis de oliphant.
De auto die je ziet is een doge van 1921 voelde me toen echt een prinsesje

de trouwfoto van Jackie en Sebastiaan

Ik ben met mijn zeeman getrouwd op 07-08-09 in de speeltuin het oude Noorden. Het moest eerst door onze trouwambtenaar (Aad Stoop , wat een kanjer was dat) aangevraagd worden. We zijn de allereerste in Nederland die getrouwd zijn in een speeltuin. We zijn nog steeds laaiend verliefd en gek op elkaar.
Jackie en Sebastiaan van de Wijngaart.

trouwfoto van Bianca en Richard

op 18 september 2009 zijn wij in ons mooie stadje rotterdam getrouwd.. een stralende dag om te trouwen op de coolsingel..
we hebben een mooie fotoreportage laten maken in het zuiderpark(ziet ook de metro op de achtergrond)
ik en mijn man hebben mekaar leren kennen in mei 2003 in de metro van spijkenisse naar rotterdam.. ( ja ben geboren rotterdamse maar ook lang is spijkenisse gewoond) onderweg naar de hollywood voor een lekker avondje stappen.. en de vonk sloeg gelijk over en na een relatie van 5 jaar besloten te trouwen… in 2006 waren we al de trotse ouders geworden vna een prachtig mooi mannetje die ons bruidsjonkertje was.. we hebben enorm van onze dag genoten en we waren trots op een mannetje.. als 2 jarig ventje een wit pak aanhebben en niet vies worden…
daarna hebben wij ons trouwfeest gevierd in het mooie rotterdam airport hotel.. geweldige service en geen last van het vliegveld… kortom een geweldige dag in het mooie rotterdam…
groetjes bianca en richard norbruis

Feyenoord tuimelt weer in oude valkuil

Beste Feyenoord-vrienden,

Vanmiddag was  het weer het oude liedje.  Vorige week hadden we wat extra aandacht getrokken van de media, daar Feyenoord als enige ploeg uit de top zes de volle winst in de wacht had gesleept. Tja, en dan kun je de klok erop gelijk zetten dat er meteen daarop in een lastige uitwedstrijd de volledige winst weer wordt ingeleverd, tot grote vreugde van de concurrentie. Feyenoord tuint dus weer in een oude valkuil, waar het eerste elftal in het verleden al zo vaak in is beland. Gerard Cox schreef niet voor niets voortdurend zijn mantra in de Feyenoord-krant dat je niet voor je lol Feyenoorder bent. Dat euvel wil je als supporter graag en snel vergeten, maar nota bene je eigen favorieten helpen je er ieder seizoen weer meedogenloos aan herinneren. Vandaag stond  Feyenoord tegen de minst presterende thuisploeg van de Eredivisie en dat met zo’n beetje de hele Oranjeverdediging in de achterste linie, met uitzondering van de weer eens opzichtig falende doelman. Maar niettemin leek de wedstrijd al na zeven minuten gespeeld en bleef de Kuipploeg ook hardnekkig volharden in Jan Salie voetbal, waarbij de lamlendigheid ervan afdroop. Tot die bizarre twee minuten, een klein kwartier voor de rust, waarin Feyenoord razendsnel  weer langszij kwam door twee fraaie treffers van Pelle. Toen leek alles weer anders, maar schijn bedroog helaas. Feyenoord bleek daarmee meteen zijn kruit te hebben verschoten. Willem van Hanegem waarschuwde er vanmorgen bij Harry Mens in Business Class nog voor dat de wedstrijd tegen de Zwolse blauwvingers geen eitje zou zijn, maar dat soort hartenkreten zijn aan Feyenoord niet besteed, als zij al zouden worden gehoord, laat staan beluisterd. Als oude supporter ben ik niet meer te verrassen door dit soort wanprestaties , de laag eelt op mijn rood-wit-zwarte ziel is na al die jaren centimeters dik geworden. We zijn en blijven de – net niet – club, die in zijn beste seizoenen een bandbreedste bestrijkt van de vierde  tot de tweede plaats, waarna in of rond de Kuip een feestje wordt gevierd als zijn we met een straatlengte verschil kampioen geworden.

 

Wat mij telkens zo tegen de borst stuit zijn de irritante uitspraken, regelmatig op hoge toon gedaan door spelers die net komen kijken en als senior nog nooit een prijs hebben gewonnen. Maar ook de oudere en meestal nutteloze Wesley Verhoek droomt hardop van de Goalsingel, waar heeft die buitenspeler die never nooit niet zijn man kan uitspelen het in vredesnaam over? En dan zijn oude groengele maatje, die altijd zo geroemd wordt om zijn harde werken, maar voor het doel gekomen al sinds de winterstop geen deuk meer in een schaal met Haagse bluf kan schieten. Vandaag miste hij weer tenminste 1 echt niet te missen droomkans, maar gedeelde smart is halve smart, want ook Pelle liet het na zijn drie  treffers waarvan 1 in eigen doel hopeloos afweten.  Maar een grote en ongedeelde smart treft echter de supporters, die hun geld, tijd en energie in uitwedstrijden steken, waar dit seizoen al vijf keer heel weinig plezier aan te beleven was, nog afgezien van bijna even teleurstellende remises zoals die bijvoorbeeld tegen NAC werd gespeeld.  Ik heb er veel respect voor dat die trouwe aanhang het vaak 17 keer per seizoen kan opbrengen om  hun club buiten de eigen Kuip aan te moedigen, terwijl daar soms maar bitter weinig voor wordt terug ontvangen.

 

Het hoogst haalbare is wellicht toch de derde plaats, omdat Twente nog meer ongecontroleerd aan het zwalken lijkt dan Feyenoord. Waar de onzen zowaar hun uitwedstrijd bij Willem II wonnen, daar verzaakten de Tukkers zelfs in eigen huis tegen de tricolores. Maar zij lieten zich vorige week in Zwolle, in tegenstelling tot ons, maar voor de helft in de luren leggen.

 

Vanmiddag demonstreerde die akelige Braamhaar ook weer eens zijn voorliefde voor de thuisclubs. De man naaide ons ooit opzichtig een oor aan bij Heerenveen. Hij schonk Lurling toen een gestolen strafschop, maar weigerde die later in de wedstrijd glashard aan Feyenoord toen doelman Vonk koningsschutter Pierre van Hooijdonk meedogenloos torpedeerde. Na afloop veinsde hij dat hij het verkeerd had gezien en een pingel had moeten geven. De komediant! Vanmiddag gaf hij voor allerlei lichte overtredinkjes categorisch aan PEC Zwolle het voordeel van de twijfel. Het zou echter te ver gaan deze zwakke en onbetrouwbare scheidsrechter de schuld voor de nederlaag in de gemankeerde schoenen te schuiven, Daarvoor faalden onze voorwaartsen te rigoureus, evenals de achterhoede, maar die vooral bij spelhervattingen. Daarmee werden de bescheiden kampioenskansen weer eens op onnavolgbare wijze te grabbel gegooid en verkwanseld.

 

ForLife en ForEver

Rood-wit-zwart

Feyenoord-hart

Trouwfoto van Leo en Els

Na 25 jaar verloofd te zijn geweest, vonden wij het tijd om te gaan trouwen. En wel op de mooie datum van 06-06-’06.

Wij zijn bij Landhuis ‘de Oliphant’ in Rotterdam Charlois getrouwd. En wel in een koets. Dit was een hele mooie dag in ons leven. Inmiddels zijn wij op de dag 6 jaar getrouwd, 31 jaar samen, en nog heel gelukkig.

 


Soppen

Het is drukker dan normaal op zaterdagochtend. Ik loop door het metrostel op zoek naar twee lege stoelen. Dat is de etiquette in het openbaar vervoer. Eerst alle dubbele plaatsen opmaken en dan pas op een stoel naast iemand anders gaan zitten. Net voor de heer die van de andere kant nadert, bereik ik de twee lege stoelen. Ik zit, sla mijn boek open op de plek waar ik gisteren ben gestopt en begin te lezen. Om mij heen vinden behoorlijke gesprekken plaats. Ik blijk plaats genomen te hebben tussen een groep van een stuk of zes dames uit Hoogvliet of Spijkenisse, want daar komt mijn metro vandaan. Zij hebben de pensioengerechtigde leeftijd reeds ruimschoots overschreden. Zo zien zij er tenminste uit. Na twee zinnen stop ik met lezen. Het lukt mij niet. Zoals u wellicht weet, ben ik snel afgeleid en zo ook deze ochtend. Ik staar naar de bladzijden in mijn boek en volg het gesprek.

“…. dan ga ik soppen.”

“Soppe?”

“Ja, als ik mij verveel, dan ga ik soppen. Het huis moet bij mij altijd schoon zijn. Als ik bij jou binnen kom, dan ruikt het altijd. Je ruikt gewoon dat er gerookt wordt.”

“Logisch. In m’n aige huis rook ik een sigaretje wanneer ik dat wil. Mag ‘t?”

“Ja, maar je ruikt het gewoon en dat vind ik smerig.”

“Nou ik rook gewoon en dan ga ik niet gelijk soppe.”

“En elke week zeem ik de ramen.”

“Elleke week?”

“Ja, elke week. Dat doe ik al zo lang ik mij kan herinneren.”

“Je lijkt wel gek. Soppe als je je verveel. Elleke week ramen lappe. Weet je wat jij mot doen? Een leuke vent zoeke, dan heb je tenminste reden om te soppe. 

Schiedam, we motte d’r uit en das maar goed ook, want ik wil een sigaretje.”

Ik heb nog vijf haltes. Precies genoeg om mijn hoofdstukje uit te lezen

Alle beetjes helepe

Alle beetjes helepe

Zeej ‘t muissie

ennie piste in de Maas