The Dutch Inn

Het is zondagmiddag en ik fiets richting huis, kom net terug van een gezellig familie bezoekje. Onderweg krijg ik een sms van een vaste klant van de Dutch Inn, het plaatselijke kroegje waar ik af en toe kom. ‘Kom je even langs? Zit in de Dutch Inn!’ ‘Oké’, sms ik terug, ‘half uur, dan ben ik er’. Ik fiets naar huis, omkleden en wat make up op doen; net even wat aanzetten om er weer pico bello uit te zien!

Bij binnenkomst werd ik overvallen door de stilte, slechts 3 heren en een bardame. Had toch minstens verwacht dat het gezellig druk zou zijn. ‘Heb je geen suiker buiten gestrooid?’ vraag ik de bardame bij het binnenlopen. ‘Ja Michaela, heb ik gedaan, maar ik geloof er niet in. ‘Nou dat is simpel!’ zeg ik, ‘dan gebeurt er ook niets!’. ‘Geef mij suiker, dan ga ik strooien.’ ik geloof er namelijk wel in.

Suiker buiten strooien is een oud ritueel in de horeca. Als het stil is in de zaak, strooit men suiker buiten, met de gedachte om gasten aan te trekken. De bardame overhandigt mij een paar zakjes suiker waarop ik naar de buitendeur loop gangetje door en naar de volgende buitendeur en de suiker over de mat strooi en ik zeg hardop in mezelf, binnen een half uur wil ik dat de Dutch Inn gasten heeft waardoor het gezellig druk is. Daarna loop ik terug naar binnen en dit allemaal binnen één minuut.

De mannen, vrouwelijke gasten waren er niet die dag, keken verdwaasd naar mij, waarom gaat ze nou suiker buiten strooien? Suiker??? Alle koppen draaide mijn kant op en ze bleven mij verbaasd aanstaren toen ik weer doodleuk door de deur naar binnen kwam met lege zakjes suiker.

Een van de mannen, die mij ge-sms’t had en die er bijna altijd is, namen noem ik niet, dat staat niet netjes, draait zich om en volgt mij met zijn grote blauwe ogen. Hij kan het niet geloven, heeft ze dat nou echt gedaan? Ik draai me om kijk hem recht aan. ‘Ja’, zeg ik, ‘ik heb het echt gedaan!’, als ik zijn verbazing lees in die grote blauwe ogen, en ik toon hem de lege zakjes. Zijn ogen, nog groter dan ze normaal al zijn, kijken nu naar de lege zakjes die ik in elkaar vouw en op de bar leg. Die ogen zeggen in een fractie van een seconde zo veel. ‘Neemt ze me nou in de mailing?’ en ‘Is ze gek geworden?’, maar ook, ‘Misschien werkt het wel, ze doet het zo overtuigd’, maar vooral ‘Het moet toch niet gekker worden!’ Hij draait zich om en bestelt voor ons beiden een biertje bij de bardame.

‘De klok wijst nu 3 uur, om half 4 verwacht ik dat het redelijk vol zit!’, zeg ik luid en duidelijk zodat iedereen het hoort. De bardame lacht: ‘als dat gebeurt, ha ha ha kom je dan iedere week?’. ‘Je gelooft er niet in hè’, vraag ik haar. ‘Nee’, zegt ze, ‘daar geloof ik niet in!’ ‘Waar kom je vandaan? Toch niet uit Nederland?’ ‘Nee’, zegt ze, ‘ik kom van Dominicaanse Republiek.’ ‘Daar hebben ze toch wel iets met (bij) geloof?’ ‘Ja, maar ik geloof niet in de suiker, sorry Michaela’. ‘Goed dat kan’, zeg ik.

De man die er met de grote blauwe ogen, is altijd vriendelijk en vooziet mij van een biertje. De bardame lacht om mijn rariteiten en ik praat gezellig met blauwoog. Dan is het half 4 en de Dutch Inn begint vol te stromen met mannen en vrouwen. De mannen, die er al waren, kijken verbaasd naar mij en één roept, ‘dat is jouw schuld, nu word het nog druk ook’, hij lacht erbij. De man met de grote blauwe ogen kijkt opnieuw naar me, ik zit pal naast hem en hij bekijkt me van onder tot boven ‘wel een apart geval die griet’, ik zie het hem denken. Weer komen er gasten in de Dutch Inn en weer begint er een van de 3 mannen er over, kennelijk wel onder de indruk van mijn overtuiging en wat ik teweeg heb gebracht.

Er word onderling druk gepraat, het zijn vaste klanten en oude klanten die de Dutch Inn bezoeken. De meesten ken ik niet, ik kom er nog niet zo lang en ook niet zo vaak. Men praat met iedereen, ik ook, wat erg leuk is. Een schaal met bittergarnituur gaat voorbij, heerlijke muziek, er word gelachen. Het is gezellig druk zo op een zondagmiddag in de Dutch Inn!

Na een paar uurtjes vertrek ik, maar niet zonder dat ik een afspraak heb gemaakt met de bardame. Zij werkt immers iedere zondag en vraagt of ik volgende week weer langs wil komen. ‘Is het zondagmiddag dan niet druk?’, vraag ik haar. ‘Niet zo’, zegt ze: ‘Ik kan wel wat klandizie gebruiken’. Ik beloof dat ik de volgende week even langs kom.

Een week gaat voorbij. Ik ben niet meer in de Dutch Inn geweest en ik weet ook niet of de mensen er over gesproken hebben. Wel kreeg ik een paar keer een sms of ik wilde komen. Ik had andere verplichtingen, zodat ik echt niet kon gaan.

Dan is het weer zondag. In mijn flat schijnt de zon in de woonkamer, ik ga langs bij mijn moeder aan het einde van de ochtend. Als ik aan de achterkant buiten kom is koud. Mijn voorkant van de flat is niet te vergelijken met de achterkant. Gelukkig heb ik een dikke jas aan, want grote dikke donkere wolken dreigen mijn kant op te komen. Onderweg overvalt me een plensbui, op de fiets. Daarom ben ik als een verzopen katje, als ik bij mijn moeder aan kom. Mijn make up, jas, broek en haren: alles is nat!

Na het bezoek moet ik naar huis om me om te kleden en op te kalefateren, immers ik word  om 3 uur weer verwacht in de Dutch Inn! Tenminste één van de vaste bezoekers is er. Dat weet ik, want met hem heb ik op facebook afgesproken om 3 uur in de Dutch Inn te zijn. De man die komt heeft ontzettend veel weg van één van de gasten van Maaskantje, hij heeft dezelfde lange blonde haren en hij vertelt me dat hij net zo’n aparte auto heeft als die gasten van Maaskantje hebben. Toch is hij best aardig en er komt geen raar woord of opmerking uit zijn mond, dus daarin herken ik Maaskantje niet.

De man met de grote blauwe ogen is er niet. Ik sms hem al eerder deze week, dat ik naar de Dutch Inn ga, maar hij heeft een feest en baalt!

Door de plensbui kom ik wat later binnen,  Maaskantje zit er al. Dezelfde bardame en ze is behoorlijk uitdagend! Ze gelooft het allemaal niet wat er gebeurd is vorige week, is allemaal toeval. Maar toeval bestaat niet! Gelijk overhandigt ze mij wel de suiker! Wat apart is, ze gelooft er toch niet in en toch overhandigt ze mij de suiker? Ik loop naar buiten en weer zeg ik hardop in mezelf, binnen een half uur zijn er hier gasten en is het gezellig druk. Als ik terug en naar binnen ga, kijk ik op de klok, rond 4 uur moet het gaan vollopen met gasten. Iedereen kijkt af en toe op de klok die vlak naast de deur hangt. Als het rond 4 uur is komen de eerste gasten binnen. Nu is ze wat gematigd:  ‘ja het kan wel natuurlijk’, zegt de bardame, ‘maar toch geloof ik het niet’. Weer komen er gasten en weer. ‘Het is ‘s zondags toch nooit druk?’ merk ik op tegen de bardame, ‘dat zei je de vorige keer toch?’, ‘Eerlijk gezegd niet’, zegt ze. ‘Maar ik geloof er nog steeds niet in hoor Michaela’, zegt de bardame behoorlijk luid in de zaak.

De mannen zijn niet zo overtuigd dat het niet werkt, die steunen mij meer. Zij vinden het toch wel heel apart en kennen de Dutch Inn schijnbaar beter. ‘Je moet vaker komen!’, zegt een van de mannen, ‘dat is goed voor de omzet!’ Ik lach. Ik moet bekennen, dat ik weet hoe dit werkt, en dat ik het kan. Maar is dit uit te leggen? Nou ja, dan moet je begrijpen dat vertrouwen in iets werkt. De bardame vertrouwt niet, ik wel. Zo simpel werkt het. Er komen leuke gasten binnen, een man lijkt sprekend op Willem Ruys, echt een aardige kerel waar je ook nog om kan lachen en mee kan dansen, tenminste dat deden we, alleen hij kan het niet zo goed. Ach wat maakt het uit, we hebben lol.

Rond 19:00 uur besluit ik naar huis te gaan, ga lekker eten koken en een film kijken. Meerdere mensen nemen afscheid, we wonen ten slotte wel in Nederland hè?! Etenstijd en lekker banken.

‘Volgende week kom ik niet, dan zie je maar hoe het vanzelf verloopt!’, zeg ik tegen de bardame. ‘Is goed Michaela’, zegt ze luid. ‘Dan hoor je wel een week later hoe het is geweest’.

Nieuwsgierig als ik ben, wil ik wel weten hoe het die zondag in de Dutch Inn is: ik ben bijna in staat om te gaan gluren. Maar dat is niet mijn ding en ik doe het dan ook niet. Zal ik dan voorbij lopen of fietsen en binnen kijken zo rond 4 uur? Doe ik ook niet! Even dacht ik er aan, maar ik laat me niet verleiden. Misschien dat Maaskantje naar de Dutch Inn gaat en mij vertelt op facebook hoe het is geweest? Zo niet dan gewoon afwachten tot de volgende week zondag. En ik? Ik ga gezellig naar een vriendin toe. Afleiding werkt het beste!

Op donderdagavond, na mijn radio uitzending bij Radio Erasmus ga ik nog even een biertje drinken in de Dutch Inn. Ook Maaskantje komt langs, schreef hij op facebook. Bij binnenkomst zit de man met de grote blauwe ogen aan de bar, het is er heel erg rustig wat ik op donderdagavond niet zo gewend ben. Mogelijk komt dat door de herfstvakantie. Ik zit te kletsen met de man met zijn grote blauwe ogen als ook Maaskantje binnen komt lopen en naast me gaat zitten. Beiden mannen waren afgelopen zondag niet in de Dutch Inn, en de bardame is niet dezelfde van zondag, deze bardame werkt nooit op zondag. Nu weet ik nog niets, toch wachten tot de zondag….

Dan is het de zondag dat ik weer langs ga. Het is ook de zondag van Feijenoord – Ajax! Dat kan daarom allemaal anders verlopen, als Feijenoord wint zou het kunnen dat mensen het in de kroeg gaan vieren. Als Feijenoord verliest, zou het kunnen dat men chagrijnig naar huis gaan. Ze winnen en verliezen niet, ze spelen 2 -2 gelijk. Maaskantje vraagt of hij mij moet komen ophalen. Alhoewel ik vlakbij woon, klinkt dat als muziek in mijn oren, omdat het de eerste dag is dat het koud aanvoelt. Later dan eerst, komt mogelijk omdat de klok ook nog een uur achteruit ging, zijn we er rond 4 uur.

4 mannen zitten aan de bar, nou en daar word je niet echt vrolijk van. 3 mannen zitten in een diep gesprek met elkaar en 1 man zit er behoorlijk treurig bij. Ik ga aan de bar zitten, Maaskantje staat buiten te praten. ‘En?’, vraag ik de bardame, ‘was het vorige week druk?”, ‘Nee’, zegt ze, ‘ongeveer zoals nu!’ Stil dus. Maaskantje komt bijna naar binnen, de bardame geeft mij de suiker aan. Ik strooi buiten en zeg hardop in mezelf, laat de gasten maar komen! Ik kijk in het rond. Overal mogen ze vandaan komen! Ik ga weer terug naar binnen. Nu heeft niemand het gesprek gehoord. Maaskantje heeft een cola besteld en zegt tegen mij dat hij er zo vandoor gaat. Hij heeft met een vriend afgesproken om te gaan helpen, iets met computers.

Dan ga ik ook gelijk naar huis, het trekt mij niet aan om nog langer te blijven, op een of andere manier heb ik het gehad deze middag. Het gevoel om er even tussen uit te zijn was goed, maar het is niet zo dat ik zo graag vandaag van huis wilde. Thuis heb ik kip en aardappelen klaar staan, nog even de spinazie wassen en dan eten. Bij het idee alleen al krijg ik honger. Aan de bardame geef ik mijn telefoonnummer, sms mij maar hoe het geweest is gisteren. Dan vermeld ik dat wel in dit stuk hier. Niets meer gehoord van haar, van de bardame. Ik weet niet of dat nou kwam omdat ze het zo druk heeft gekregen of mij gewoon vergeten is… Laten we het er op houden dat ze er geen tijd voor had, hoe dan ook!

Goedkoop of voordelig?

Taal is en blijft iets boeiends. Niet alleen omdat onze taal ingewikkeld in elkaar zit met al z’n uitzonderingen, maar ook omdat onze taal leeft. Er komen bijna dagelijks nieuwe woorden bij en anders verzint de jeugd ze wel met hun snelle mediacommunicatie! Niet dat ik het daar over wil hebben, hoor. Ik moest het gewoon even kwijt. Nee, ik wil het met je hebben over woorden die al bestaan sinds mensenheugenis.

Van die woorden die zo door elkaar worden gebruikt dat je haast zou gaan denken dat ze écht hetzelfde betekenen. ‘Goedkoop’ en ‘voordelig’ zijn bijvoorbeeld van die woorden.

Nu is het wel zo dat als je op ‘een (goed)koopje’ uit bent, je op ‘een voordeeltje’ uit bent. En als iets voordeliger is, dan is het ook goedkoper, dus tot zo ver zou het kunnen kloppen dat we te maken hebben met twee synoniemen.

Anders wordt het als het als je er op je voordeligst uit wilt zien, hè dames? Je doft je op en probeert er zo mooi, aantrekkelijk, sexy, stoer en alles wat in deze categorie thuishoort, mogelijk uit te zien.
De desbetreffende dames zullen het me dan niet in dank afnemen als ik ze zeg dat ze er op hun ‘goedkoopst’ uitzien, toch? Alleen al de gedachten over wat mij dan ten deel zal vallen doet me bij voorbaat mijn levensverzekering verhogen.

Terwijl ik zo zit te denken over deze twee woorden, merk ik dat er eigenlijk best grote verschillen zijn. Niet dat ik me er goedkoop van af wil maken, maar als iets voordelig is, hoeft het nog niet goedkoop te zijn. Andersom is het ook waar: Iets wat goedkoop is, hoeft niet voordelig te zijn. Voel je het verschil?
Daarnaast is goedkoop meestal duurkoop terwijl voordelig daar zeker niet in dezelfde mate mee in verband wordt gebracht.
Nee, goedkoop heeft een zweem van ‘B –keus’ om zich heen. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de goedkope grappen van mijn vroegere buurman, terwijl de voordelige adviezen van mijn beleggingsadviseur mij geen windeieren hebben gelegd.
Tja, nu ik er zo mee bezig ben,  krijg ik haast de neiging om te stellen dat goedkoop eigenlijk de overtreffende trap van voordelig is; goedkoop is ‘te voordelig’, zou ik zeggen. En van huis uit heb ik geleerd dat overal waar ‘te’ voor staat niet goed is. Behalve ‘tevreden’ natuurlijk; en tequila.

Doe er je voordeel mee!

Marcel P. Vaandrager (www.marcelvaandrager.nl)

Gemengde gevoelens

Beste Feyenoord-vrienden,

Gemengde gevoelens, dat is de beste omschrijving van de emotie waarmee ik op deze meer dan volwaardige klassieker terug kijk. Opgelucht dat te elfder ure toch aan een onverdiend verlies werd ontkomen, maar toch ook teleur gesteld dat het evenwicht aan gewonnen partijen in De Kuip, gespeeld  door de eeuwige aartsrivalen, niet werd hersteld.

Zoals zo vaak was het Ajax dat de leiding nam in De Kuip, maar tot twee keer toe wist Feyenoord de snel opgelopen achterstand, verdeeld over beide helften, te repareren. Het publiek kan zich geen moment hebben verveeld, want de clash tussen beide voormalige giganten was van het eerste tot het laatste fluitsignaal buitengemeen boeiend. Bij al dat sportieve positivisme was het dan ook bijzonder betreurenswaardig dat er toch weer een stelletje malloten vuurwerk afstaken en ook (voorafgaande aan de wedstrijd toen Peter Houtman bezig was Guidetti te huldigen) plastic bierglazen (contradictio in terminis) en andere voorwerpen op het veld gooiden. Een flesje trof onbedoeld de eigen speler Janmaat waar Babel

waarschijnlijk het mikpunt was. Dat ongelukkige en voor de speler nogal pijnlijke incident accentueert nog eens de grenzeloze dwaasheid van een stelletje ontspoorde en respectloze nepsupporters. Ik hoop van heler harte dat met behulp van de vele camera’s alle daders kunnen worden opgespoord en een levenslang stadionverbod krijgen.

Terug naar de wedstrijd. Wat een vondst en lef van toptrainer Ronald Koeman dat hij Jean-Paul Boetius (het trema op de e moet ik om technische redenen weglaten) in de basis durfde te laten starten. De jongeling behoorde in de eerste helft tot de absolute gang- en smaakmakers aan Feyenoord zijde. Hij beloonde het vertrouwen van de blonde Zaankanter met een schitterend doelpunt uit een voorzet van Wesley Verhoek. De assist was natuurlijk voor zijn Haagse maatje Lex Immers bedoeld, maar de Hagenees maaide finaal over de bal heen, zodat het ronde leder op de doeltreffende voet van Boetius belandde. De Kuip explodeerde.

Diep in de tweede helft was het Graziano Pelle die de opnieuw opgelopen achterstand weg wiste en daarmee werd dus ontsnapt aan een onverdiende nederlaag. De Italiaan toont steeds meer aan wel degelijk te kunnen scoren. Het was bovendien een goal van grote klasse. De teller staat inmiddels op vier en daarnaast maakt hij zich natuurlijk buitengewoon nuttig met het vast houden van de bal, zodat er kan worden aangesloten vanuit de tweede linie. De tweede gelijkmaker was de bekroning van een wedstrijd die misschien wel geen winnaar verdiende, maar waarop Feyenoord wellicht met miniem verschil het meeste recht op zou hebben gehad. Natuurlijk was het een botsing van twee verschillende spelstijlen, waarbij Ajax het beste combinatiepatroon op de mat legde en Feyenoord het vooral van inzet en het winnen van de persoonlijke duels moest hebben. Het kwartje had beide kanten kunnen oprollen maar het werd dus een remise.

Na de opmerkelijke triomf van de Mokummers op Manchester City waande men zich in de residentieloze hoofdstad vermoedelijk weer favoriet en De Boer deed er vooraf nog een schepje bovenop door te mekkeren over een penalty die Feyenoord in de vorige aflevering in De Kuip had gekregen. Nu zanikte hij weer achteraf over de rode kaart van Moisander. Een trainer van Ajax is wel de laatste die over zulke zeurthema’s zou mogen beginnen. Ajax voert niet voor niets het predicaat Lucky in het fictieve vaandel. Ik zou bladzijde na bladzijde kunnen vullen met voorbeelden van wedstrijden waarin Ajax op soms bijna schaamteloze wijze werd geholpen door de arbitrage en dat is zeker ook vaak genoeg in de klassiekers het geval geweest. Siem Wellinga en Dick Jol waren daar ooit eclatante voorbeelden van, maar er zijn veel meer metaforen. Blom bijvoorbeeld, die een klap van Suarez negeerde maar wel direct daarop rood gaf aan Babovic wegens een vermeende elleboogstoot. De Boer doet met zulke zure opmerkingen afbreuk aan zijn verdiensten als trainer.

Volgende week wacht ons dierbare Feyenoord opnieuw een zware opgave, ditmaal tegen Twente. Vandaag hebben we twee punten ingeleverd ten opzichte van vorig seizoen, toen nog met 4-2 werd gewonnen. Ook volgende week zal het buitengewoon lastig zijn om niet nog meer punten in te leveren, want destijds werd met 0-2 gewonnen in het Arke stadion. Voor de helft van die score zou ik nu maar wat graag tekenen.

Café de ‘Oude Sluis’ hoopt alsnog op komst Máxima en Alexander

Bruiner dan de ‘Oude Sluis’ kan een café niet zijn. Niet sinds gisteren, maar al een volle eeuw. Wat ooit een wachtlokaal was voor schuttende schippers, is nu een volkscafé met een gemêleerd publiek dat niet alleen in Delfshaven woont.

,,Ze komen nog steeds overal vandaag,’’ weet de 70-jarige Willem Terlouw die van 4 oktober 1978 tot 1 april 2011 eigenaar was van het bekende etablissement op de hoek van Schiedamseweg en Aelbrechtskolk.

Af en toe slurpt hij nog een bakkie troost in het café dat hij vorig jaar vanwege zijn leeftijd overdroeg aan de compagnons Danny van der Kroef en vader en zoon Aad en Alex de Vries. De 48-jarige Danny werkt er al sinds 1990 als bedrijfsleider. Hij kent elke hoek van de zaak, terras en natuurlijk de klanten van haver tot gort. ,,Waar vind je in Rotterdam een café met terras dat zo schitterend ligt als aan de Aelbrechtskolk? Ook vanuit ons moderne rookhok heb je er een prachtig panorama op,’’ vult De Vries senior aan.

Als de muren van de ‘Oude Sluis’ konden spreken, zou dat bijzondere geheimen opleveren, roepen Willem Terlouw en Danny van der Kroef in koor. Willem: ,,Zoals het onderonsje dat we hadden met ‘de jongens met de oortjes’ van de Rijksvoorlichtingsdienst toen Willem-Alexander en Máxima op 15 oktober 2001 een kennismakingsbezoek brachten aan Delfshaven. Of zij in onze zaak een biertje konden drinken. Man, wat was ik vereerd. Alles werden gescreend en onder grote geheimhouding geregeld,’’ verkneukelt Terlouw zich weer als hij aan dat moment terugdenkt. ,,Ik had een speciaal likeurtje voor ze ingekocht ‘Hempje licht op’ en dat stond ingeschonken. Ze arriveerden met de tram, die voor de deur stopte. Helaas zijn ze niet verder gekomen dan de deur. Ze waren achter geraakt op het schema en kwamen – helaas voor ons – toch maar niet naar binnen. Jammer van alle moeite. Ik hoop dat het Koninklijk Paar die teleurstelling voor ons nog eens komt goedmaken.’’

Het nu monumentale pand van de ‘Oude Sluis’ is in 1911 gebouwd op het fundament van een uit de 16de eeuw daterende sluis tussen de Aelbrechtskolk en Delfshavense Schie. Later is deze door een nieuwe vervangen en de deuren daarvan zijn er nog steeds. Ze kunnen niet meer open omdat de buis van de metro er sinds de jaren tachtig is ingegraven. Overigens was het bouwen van de metrolijn (geopend op 25 april 1986) van en naar het Marconiplein bijna de doodklap voor de ‘Oude Sluis’. ,,Onze zaak was enkele jaren vrijwel niet bereikbaar en al helemaal niet voor toeristen,’’ weet Van der Kroef. Hij zegt het jammer te vinden nauwelijks profijt te ondervinden van passagiers die met grote cruiseschepen naar Rotterdam komen. ,,Zo af en toe stopt er een touringcar voor de deur en laten de mensen zich fotograferen, maar zijn gelijk weer foetsie. Van koffie met appeltaart op ons terras is geen sprake.’’

Enorme bruine panelen sieren het interieur van de ‘Oude Sluis’. Ze beelden allemaal ‘drinkgelag’ uit en zijn gemaakt door Italiaanse terrazzowerkers die in het begin van de vorige eeuw in Delfshaven woonden en werkten. Volgens de overlevering was het maken van de van gips en gaas geboetseerde kunstwerken onderdeel van het betalen van drinkschuld aan café-eigenaar Piet de Nijs senior die vanaf 1911 de zaak gedurende 66 jaar binnen zijn horeca-imperium hield. Hij verkocht de zaak aan John Brummen, die er na anderhalf jaar de brui aan gaf, waarna Willem Terlouw de nieuwe eigenaar werd. Hij maakte er een kleurrijk café van waar studenten, academici, mensen van het conservatorium en ‘Jan met de Pet’ zich thuis voelen. ,,Er zijn klanten die al meer dan veertig jaar over de vloer komen.’’

Overigens zijn de in verval geraakte wandpanelen in restauratie en zo blijft ook die herinnering aan de rijke geschiedenis levend. Tot de viering van Oud en Nieuw biedt de ‘Oude Sluis’ een feestprogramma van honderd dagen met artiesten als Joris Lutz, Pierre van Duyl en The Amazing Stroopwafels. Zie voor het gehele programma:www.cafedeoudesluis.nl

BED

Het klinkt misschien een beetje verwarrend als je op zaterdagavond zegt drankjes te gaan drinken in bed. Wat je niet verwacht, is dat bed een superhip café is met een uitstraling van een club. Al 10 jaar is dit café te vinden in Rotterdam, maar sinds januari is bed verhuisd van de Meent naar de Coolsingel. Daarmee is bed er flink op vooruit gegaan. Met maar liefst drie verdiepingen kunnen er flink wat mensen in en dat is maar goed ook. Op de zaterdag is het behoorlijk en staat er een rij om naar binnen te mogen. In de kelder bevindt zich een knusse ruimte met LED verlichting aan het plafond. Je kunt er terecht voor live optredens en comedy avonden, maar  dus ook voor een dansje en een drankje. Op de begane grond bij de ingang stap je in de grootste ruimte met een enorme glazen ruit uitkijkend op de rij buiten. Op de bovenste verdieping kun je ook rustig even zitten en een drankje doen. Het is er wat rustiger en je kunt er op adem komen terwijl je naar het dansende publiek beneden kijkt. Ook kun je op het dakterras uitkijken over de Coolsingel, ook al is dit misschien niet de mooiste plek in Rotterdam.

Na 03:00 neemt de rij overigens wat af en wordt het wat rustiger, voor die tijd sta je vrij knus te dansen. Omdat bed een connectie heeft met een internationale studievereniging is dit ook de ideale plek voor buitenlandse studenten om te socializen met Nederlanders. Op de dinsdagavond zijn er speciale studenten avonden waarbij het bier maar €1,50 kost. Ideaal voor studenten dus. Helaas is dit op de zaterdagavond wel iets anders en betaal je voor een drankje de, naar mijn mening te dure, normale prijs. Maar dit zullen uiteraard alle jongeren zeggen over de prijzen.

Het deurbeleid is streng, maar dit zorgt er wel voor dat de sfeer vrij gemoedelijk is en dat er best wat hippe mensen komen. Als je aantoonbaar dronken bent, kom je er bij voorbaat al niet in en dat is alleen maar fijn. Gemoedelijk uitgaan is lang niet verkeerd. Ook een pluspunt is het feit dat er niet gerookt wordt binnen. Meestal nemen de bezoekers en het personeel het niet zo nauw met de regeltjes, maar in café bed is het zo goed als vrij van rook. Hierdoor stinkt je kleding na het uitgaan niet. Voor vijf euro sta je binnen en voor nog één euro kun je je jas kwijt. De muziek is variërend van top 40 tot af en toe een klassieke meezinger. Een goede prijs dus om een nachtje in bed door te brengen en daar bedoel ik niet je eigen bed mee, als je begrijpt wat ik bedoel.

Café BED Rotterdam

Coolsingel 18

www.Bedrotterdam.nl

Unieke haven- en schepenfotografie van Cornelis Nieuwland

‘Cornelis Nieuwland – Haven- en schepenfotografie Rotterdam 1905-1930’ is de titel van een indrukwekkende boek dat deze maand van de pers kwam en dat bij menig haven- en schepenfanaat het hart sneller doet kloppen. Het is een unieke verzameling foto’s die een bijzonder stuk Rotterdamse en maritieme geschiedenis blootlegt. Schepen uit alle windstreken van de wereld en in allerlei soorten en maten, deden de havens van Rotterdam en die van het Waterweggebied aan. Dit magnifieke en levendige beeld was de inspiratiebron voor fotograaf Cornelis Nieuwland. Duizenden schepen trokken aan de lens van zijn camera voorbij. Nieuwland was voor zover bekend de enige schepenfotograaf in Rotterdam in de eerste helft van de twintigste eeuw. Zijn nalatenschap vormt een uniek fotoarchief over de spectaculaire groei van de havens.

Cornelis Nieuwland vertoeft al 45 jaar niet meer in het land der levenden. Dat kan ook niet omdat hij in 1882 in Den Helder werd geboren en met zijn ouders verhuisde naar het Rotterdamse schiereiland Katendrecht tussen de Rijn- en Maashaven. Zijn vader was fondsbode (in de volksmond ‘borstbode’) en haalde aan de deur geld op voor onder meer de begrafenisverzekering. Al snel na de vestiging begon Cornelis Nieuwland als 18-jarige omstreeks 1900 met het fotograferen van havens en schepen die de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg bevoeren. Gelukkig is zijn bijzondere levenswerk bewaard gebleven. Uitvalsbasis van de ras-Katendrechter waren de studio’s die hij achtereenvolgens had aan de Sumatraweg, Rechthuislaan en Atjehstraat.

Tot 1930 fotografeerde hij duizenden sleepboten, zeetjalken, passagiers-, stoomvracht-, rader- en zeilschepen. Niets ontging hem. De vaak onzichtbare en daardoor geheimzinnige lading, de soms wonderlijke scheepsnamen als Hector, Mars, Fyglia, Ekaterina of Themisto en hun exotische herkomst prikkelden zijn fantasie en dat is vandaag de dag bij velen nog steeds het geval.

Cornelis Nieuwland fotografeerde vanaf levendige kades en vanuit een motorboot waarmee hij langs steden als Schiedam, Vlaardingen en Maassluis tot Hoek van Holland voer. Vermoedelijk werkte hij in opdracht van onder meer rederijen. Over het leven van Cornelis Nieuwland is nauwelijks iets bekend, van wie hij het vak geleerd heeft evenmin. Wel bekend is zijn deelname aan de Katendrechtse middenstand en het oppikken van een bijzondere gebeurtenis als een grote brand op het stoomschip ‘Sommelsdijk’ in de Maashaven. Het waren zijstappen in zijn carrière. Dat gold ook zijn fotostudio aan huis voor portretfotografie en de verkoop van prentbriefkaarten van schepen. Uit de collectie van ruim duizend bewaard gebleven glasnegatieven is door documentairemaker Joop de Jong van uitgeverij Diafragma het fotoboek samengesteld. Hij kreeg medewerking van maritieme kenners als Marien Lindenborn, Frits Gierstberg en Ben Maandag. Het is de eerste uitgave van een serie fotoboeken over onbekende Rotterdamse fotografen.

Dit boek telt 128 pagina’s met ruim negentig foto’s en is sinds 8 november verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijdiafragma.nl Isbn: 7989490631093. Het kost 22,50 euro, maar er is ook een speciale uitgave met een keuzeprint 40 bij 30 cm. van één van de unieke Nieuwlandfoto’s en deze kost 100 euro.