Vief & Vuig

Een bijzondere uitgaansgelegenheid in Rotterdam. Gevestigd in één gebouw, maar toch compleet anders wanneer je de trap naar beneden afdwaalt. Boven bevindt zich Vief; een knusse ruimte die zaterdagavond omgetoverd wordt van restaurant naar populaire bar en dansvloer. Beneden vind je Vuig; een donkere en mysterieuze ruimte waar je op een ‘underground’ manier los kunt gaan. Bij Vief & Vuig komt het uitgaansleven op zaterdag laat op gang. Zo zul je om 23:00 nog rustig een drankje kunnen doen zonder dat je claustrofobisch wordt van de mensenmassa om je heen.

Vief

Deze verdieping kun je vergelijken met de kroegjes op een paar meter afstand (Stadhuisplein). De muziek die je hier hoort, zul je ook vast wel vaker hebben gehoord. Het is een beetje een mix van recente hits en hip hop met een exotisch tintje. Typische dansmuziek, kun je wel zeggen. Als de tafels en stoelen aan het einde van de avond weg worden verruild door dansende mensen kun je hier prima dansen. De houten verhoging (meestal dienend als zithoek) heeft zowel voordelen als nadelen. Het nadeel is dat je geen gelijke vlakte hebt en dus ook een beetje ruimteverlies. Aan de andere kant heeft dit ook wel zijn charmes. Een beetje chaos is niet altijd mis. Bovendien heb je, als je bovenaan staat, een goed overzicht van het dansend publiek en zij automatisch van jou.

Vuig

Alsof je in een andere wereld terechtkomt, zo lijkt het wel. Als je de trap af loopt, kom je langzaam terecht in een donkere ruimte met blacklight effect. Trek vooral wit aan als je wilt oplichten. In vergelijking met de bovenverdieping is dit wel een gelijke ruimte die dan toch klein overkomt. Een mysterieuze sfeer hangt er en dat komt dan vooral door het magische donkere en de muziek. Bij Vuig zul je meer ‘underground’ muziek horen. Denk aan bijvoorbeeld techno. Toch zullen de ‘’vieffers’’ het niet heel erg vinden om even een kijkje beneden te nemen. De muziek is namelijk nog wel gangbaar (lees: geen snoeiharde techno).

De entreeprijs  op een zaterdag is een redelijke vijf euro en de toiletten zijn gratis. De (alcoholische) rankjes zijn, zoals overal in Rotterdam, prijzig  (bv. malibu cola: 7 euro). Heb je na een uurtje genoeg van de ‘kroegjessfeer’ dan kun je altijd nog naar beneden voor een totaal andere ervaring en dit toch wel de kracht van deze ietwat verstopte, maar erg fijne uitgaansgelegenheid.

 

Vief & Vuig

Kruiskade 26, Rotterdam 

www.viefrotterdam en www.vuigrotterdam 

MUZIKAAL MISLUKT IN ROTTERDAM

Muziek zit in de genen!Ja Ik voelde t al bij de eerste muziekles op de Zuider Mavo.
Of t nou toen al aan mijn rebelse hoofd lag weet ik niet maar iedereen kreeg een normaal instrument behalve.. ik kreeg namelijk een triangel!ja en dan rock n roll bloed in je donder hebben!
Een Surinaamse leraar had ik die met zijn gitaar altijd een gevoelig nummer zat te brabbelen.Ik was al overtuigd dat hij niet mn kruiwagen op weg naar muzikant zou gaan worden dus druk bezig met triangel.Ooit tijdens zo n slaapverwekkend nummer viel er een stilte en iedereen in de klas keek me aan..Ik moest een ting geven! ff stemmen riep ik nog…ondertussen had ik de triangel haast recht gekregen tot ie uit mn handen vloog richting leraar..vak muziekles kon worden geschrapt..
Als vechter tegen onrecht moest ik gelijk aan mijn allereerste lagere school vriendinnetje Anja denken die verplicht accordion moest leren spelen van haar ouders.
We hadden allebei een voorliefde voor piano en zij had ook iets beters voor ogen dan op de kermis staan met haar tante en n zware joekel van n accordion.
Ja ik moet zeggen altijd een zwak voor toetsen gehad,alleen niet die van school.

Wat jaartjes later na afloop een bezoek cafe “melief bender” werd ik me toch geraakt door een prachtig orgelgeluid op het doelenplein!eropaf!,bleek de in Rotterdam heel bekende Janine Wegman te zijn !. Ik zag iets vreemds maar kon t niet plaatsen.Muziek klonk te gek alleen die stem klopte niet..Later hoorde ik dat zij vroeger door t leven ging als Jan en zich had laten ombouwen tot vrouw,achternaam kon niet beter!”Weg man”.
De toegift van t optreden, ja ik vergeet t mn leven niet meer hete:”brilletje op brilletje af”.
Janine had n pruik en een bril voor best wel slechte ogen,maar tijdens dit laatste nummer deed ze elke keer bij de tekst “brilletje af” haar bril op haar pruik! met als resultaat de stekkers werden uit haar orgel getrokken door wat feestvierders en Janine zag niet wie t deed tot brilletje weer op neus..
Ik dacht toen dat t bij de act hoorde en lachte spontaan mee totdat Janine weer haar nummer hervatte en mij maar streng aan bleef kijken zonder haar brilletje af te zetten..
Op naar de “double diamond” k heb t nu wel gezien zeg ik nog tegen mn maat,nee!! blijf ik met mn puntschoen aan een snoer hangen die t orgel weer uitschakelt!
Krijg ik me toch een kwade Janine achter me aan!Best wel een boom van een vrouw!Gelukkig had hij een strakke lange rok aan en kon daardoor niet zo hard lopen..
Na wat uitgeraasde puberjaartjes kwam de synthesizer pop op in de jaren 80.Toch maar weer eens wat gaan proberen in de muziek,met Herman Brood in mn achterhoofd achter de toetsen!.
Ik kwam na 2 maanden oefenen niet verder dan 1 minuut foutloos het begin van “just can t get enough” van Depeche mode….
Maar desalnietemin wel ooit n succesje geboekt in een soort van voorprogamma van de britse band XTC tijdens een optreden in Eksit.
Ik stond vooraan bij de synthesizer en toen alle zaallichten doofden kon ik het niet laten..ja ik kon er net bij..de eerste noten van “just can t get..depeche mode” ik kreeg me een applaus!wel de zaal uitgezet en t concert gemist..
Als zanger ook best wel niet al te ver geschopt!Nieuwe binnenweg Rotown een optreden van Steve Mariott ooit zanger van de small faces mijn grote helden!.
Ik stond vooraan en zag dat Steve best wel trek had in nog wat biertjes die ik dan ook aangaf.Resultaat Aat mocht het nummer “All or nothing” op t podium meebrullen!,na 6 keer “all or nothing” zingschreeuwen moest ik van Steve het podium verlaten..
Toch gaf ik het niet op!.

Inmiddels had ik in Eksit best wel vrienden gemaakt die ook t zelfde doel voor ogen hadden namelijk:”money for nothing chicks for free!”.
Ik was er niet meer weg te slaan en sloeg geen optreden over,zeker de in engeland al doorgebroken bands niet.
De samehorigheid van de Rotterdammers tijdens die optredens was te gek!je voelde ondermekaar t gevoel van kom op jongens wat ze in London doen kenne wij ook hoor!!!
Zo begon er een Rotterdamse muziekscene op te komen.
Eerst opvaIlen wat uiterlijk betreft daar was ik snel achter!,muziek maken kon altijd nog later..
Bij Krokus een trendy kledingpunkzaak die alles uit engeland importeerde had ik een tweede hands glimmend jaren 60 pak aangeschaft en splinternieuwe zwart witte “mod”puntschoenen,bij Monroe nog ff n spierwitte “straycats kuif'”laten doen kortom ik was er ready for!!!!!

Bij veel platenzaken was ik inmiddels ook geen onbekende,ja je babbelt wat af zo over muziek.
Zo kwam ik in contact met muzikanten die op zoek waren een band te vormen.
Tijdens een concert van “THE JAM” in Eksit kwam ik in gesprek met Peter.
Hij wilde net zo n soort band gaan vormen en vond mij uitermate geschikt!, voor n prikkie mocht ik dan ook een hele dure basgitaar van zijn broer overnemen maar wel zo snel mogelijk aan de slag! echter wel vergeten te vragen of ik wel kon spelen..
De eerste repetitie verliep dan ook niet helemaal vlekkeloos.
Mn maat die al mijn gepruts in t leven altijd met veel plezier volgt voelde dat ie erbij aanwezig moest zijn,dus mijn chauffeur.
Ervoor nog eventjes een biertje gedaan in “Melief Bender” Ik had me een succes!!! en nog geen noot gespeeld!ja een gitaarkoffer doet wonderen!
Sta ik met Ger Sax te praten de saxofonist van Jules Deelder vergeet ik me toch..snel!!!
Peter zat al n aardig tijdje achter zijn drumstel met geluiddimdoekjes over de trommels.
Plug maar in Aat! Wat waar in ? Ik heb alleen maar n gitaar!
Peter..zat ie niet in de koffer?Snel naar mn broer!ja en ik snel achter de drums!doekjes eraf en gaan!!!te gek dat drummen klonk best wel aardig!Na een politiebezoek vanwege geluidsoverlast voordat t snoer met Peter arriveerde gelukkig alles nog met een sisser afgelopen. De band met Peter was einde verhaal.
Grappig genoeg werd ik een week later gevraagd als gitarist voor de Rotterdamse band “CHATTERBOX”,die al een optreden achter de rug hadden in Eksit dus ik was best wel vereerd!Ik kende al wat bandleden maar na wat nachtmerries vanwege t niet kunnen gitaar spelen toch maar de knoop doorgehakt.
Ja joh je kan t beste maar gewoon eerlijk zijn…Jammer!,net bezig met een eigen band en nu te stoppen en met jullie verder te gaan kan ik niet maken tegenover mijn andere bandleden……
Af en toe nog wel succes in een karaokie bar ver weg van Rotterdam dat dan wel weer…..

Rotterdam is echwel internationaal

Er zijn zo van die momenten dat ik blij ben Nederlander te zijn en (natuurlijk) in het bijzonder Rotterdammer.

Onlangs, met onze vakantie in Scandinavië, had ik weer regelmatig van die momenten. Ik zal je vertellen waarom.

Tijdens onze reis via Odense, Kopenhagen, Varberg , Trollhӓtten en nog meer van die plaatsnamen die je vroeger met aardrijkskunde hebt geleerd en waarbij je er nu achterkomt dat die aldaar heel anders worden uitgesproken (maar daar over later in deze column) viel het mij bij de eerste plaats al op dat er heel weinig staat aangekondigd in een andere taal als waar je bent. Niet bij campings, niet bij restaurants en zelfs niet bij een beroemde attractie als Tivoli in Kopenhagen. Alles alleen maar in de locale taal. Als buitenlander zoek je het maar lekker zelf uit!

Bizar, als je er eventjes over nadenkt dat er miljoenen buitenlandse toeristen Scandinavië jaarlijks bezoeken en het koeterwaalse taaltje (want ik maak er echt niets van) niet machtig zijn.
Zelfs in de restaurants die wij bezochten (en het maakte niet uit of dat op de camping was of in een heus restaurant) waren de menu’s alleen in de landstaal.

Voor mij extra bizar omdat ik me realiseer dat er in Rotterdam de laatste decennia altijd wel ergens in een deelgemeente de discussie wordt gevoerd om algemene (openbare) mededelingen ook nog in het Koerdisch, dan wel andere verre talen te publiceren.

Kijk, dat maakt in essentie waarom wij een internationale wereldstad zijn en de steden in Scandinavië  minder of niet. In Rotterdam kan je op bijna elke hoek van de straat in vele talen wijs worden gemaakt. Toen ik desgevraagd door een Zweedse journalist het serieuze antwoord kreeg dat hij ook niet begrijpt waarom zoveel buitenlanders zijn land en Scandinavië bezoeken ‘waar niet zo veel te beleven is’, begrijp je dat de oorzaak ligt in het niet trots zijn op je eigen land, stad en streek. Nou, dat is met Rotterdammers wel anders, toch? Wij zijn trots op de stad en het land waarin we wonen, ook al hebben we er wel elke dag commentaar op; dat hoort er gewoon bij.

Ik had het zojuist al over de (voor ons) onuitsprekelijke talen die daar worden gesproken. Wat zeg ik? Niet alleen onuitsprekelijk, maar ook onlogisch. Lezen wat er staat is er echt niet bij. Sowieso wordt daar in de meeste gevallen de ‘V’ als een ‘W’ uitgesproken, maar er worden daar ook klanken bij verzonnen die helemaal niet in het woord voorkomen.

Ik geef en voorbeeld:

We kwamen langs een plaats die ‘Tvaaker’ heet, alleen dan op allebei de ‘a’s zo’n klein rondje dat niet op mijn toetsenbord zit. Nou had ik inmiddels geleerd dat een ‘a’ met zo’n rondje erboven als een ‘è’ wordt uitgesproken, en soms als een ‘otje’. Omdat ik twee van die ‘aas’ wel heel vreemd vond heb ik gevraagd hoe je ‘Tvaaker’ uitspreekt.
Nou, hou je vast, want ook ik geloofde mijn eigen oren niet.

Tvååker  (jaha, ik heb het rare ‘aatje’ uiteindelijk toch weten te ontdekken op mijn laptop)
wordt uitgesproken als : ‘Twoo- ùh- Ke- ùh- ke’.  Dat moet je vloeiend als één woord uitspreken. En als je het daarbij dan ook nog heel ‘droog’ zegt zoals een echte Hagenees dat doet, dan komt het behoorlijk in de buurt.
Nou, je kunt me veel vertellen, maar dat staat er echt niet: Tvååker! Dat spreken wij heel anders uit, toch?

We zijn uiteindelijk één camping in de plaats Habo bij het Vӓtterenmeer tegengekomen die meertalig was. Een niet al te grote  gezellige  camping met alles erop en eraan op honderd vijftig meter afstand van het op één na grootste meer van Zweden. Zelfs bij de ingang werd je verwelkomd in vele talen, waaronder (jawel) het Nederlands. Je raadt het al; de eigenaren zijn Nederlanders. Een camping om te onthouden trouwens. Voor jong een speelplaats met skelters en zwemmen in het meer en voor de ouderen een mooie omgeving om te bezoeken of te wandelen/fietsen, schoon sanitair en een eenvoudig, maar compleet ingerichte keuken om (gratis) te koken en een (betaalde) mogelijkheid om te wassen/drogen.

Na alle belevenissen en de schitterend mooie gebieden die we hebben bezocht, ben ik altijd ook weer blij thuis te zijn, waar ze Rotterdam gewoon uitspreken als ‘Rotterdam’!

Dank U Sinterklaasje !!!!

Eén van de spannendste dingen in een kinderleven is het Sinterklaasfeest.
Natuurlijk is 5 december zelf de apotheose van de voorpret, maar nog voor de aankomst van Sinterklaas loopt de spanning hoog op.

Op de scholen worden in, wat nu geheten,  groepen 1 en 2 en de onderbouw van het basisonderwijs al liedjes geoefend om luidkeels Sint en zijn Pieten te kunnen verwelkomen en strakjes bij de schoen te kunnen zingen, natuurlijk uit volle overtuiging.

Zelf was ik het type kind, en nog steeds wel,  van: een kinderhand is snel gevuld. Dat was ook zo met mijn schoentje. Ik ben snel tevreden.

Wij hadden al een gashaard in Delfshaven terwijl oma en opa nog een kolenkachel hadden.
De gashaard was handig voor meer dan verwarmen. Zo ‘streek’ mijn vader op de ronde hoeken mijn satijnen haarlinten op de kachel en kon de soep erop warm gehouden worden. Ook was het een mooi apparaat om bovenin je kleurpotloden in de kachel te laten vallen om daarna naar het verbrandingsproces te kijken achter de ruitjes.
Mijn moeder vond dat niet zo leuk en eigenlijk heeft het verbieden ervan mijn ontwikkeling in Bèta-vakken gestagneerd.

Maar wij, mijn zusjes en ik, zongen uit volle borst naast onze schoenen, voor de kachel, met een wortel en een glaasje water voor het Paard.
In pyjama en pantoffels. Buiten al donker, dus daarna naar bed .. naar bed.

We sliepen met zijn drietjes op de ‘halve’ zolder. De andere helft was van de buren en Jenny en Cocky sliepen daar.
Helaas hadden mijn ouders gedacht aan een babyfoon.. een intercomsysteem destijds… waar regelmatig uit klonk “Slapen, NU!” wanneer er weer eens een wedstrijdje trampolinespringen op de spiralen bed bodems aan de gang was.
Ook in de weekenden hadden wij veel lol wanneer we wakker werden en speelden we uitgelaten, wachtend op mama die ons zou roepen. Aangezien wij luiken voor de ramen hadden (enkel glas daar en op de 3e etage)  hadden we geen idee of het 4 uur in de ochtend was of ‘al weer’ 8 uur….

Maar ik dwaal af….

Schoen gezet.. de volgende ochtend was erg spannend. Wachten op mama, dan mochten we mee naar beneden. – probeer dat nu eens als ouder, met kids die in het weekend al om 6 uur voor de televisie zitten, stilletjes, kijkend naar Cartoon Network of Zappelin-. Mijn ouders hadden alle tijd om een verdieping lager de wortel te doen verdwijnen en het glas leeg te gooien.

In onze schoen zat altijd iets leuks. Of lekkers. Of allebei. Ik was blij met wat ik kreeg van Sinterklaas. Hij kon niet weten dat ik misselijk werd van grote suikerbeesten en gevulde chocomuizen. Maar een mandarijntje was al goed.

En je schoen vol betekende dat je lief bent geweest.

Op een dag was het die avond weer ‘schoenzetten’.
Het was een druilerige dag, maar dat hoort bij Sinterklaas.
Mijn twee jaar jongere zus en ik gingen buiten spelen. ( bij gebrek aan PC, 399 televisiezenders, Wii’s, Playstations, DS’sen etc., etc.)

Wij konden heel goed buiten spelen daar, want we konden heel ver weg op straat, zonder over te hoeven steken.
Hoe we op het idee kwamen… ik kan het me niet meer herinneren, maar we gingen ‘een rondje doen’.

De deur uit lopen, rechtsaf langs van der Ven groenten en fruit, hoekkie om de Coolhavenstraat in en dan langs de Piet Heijn school, de poort van de kleuterschool voorbij, nog een stukje doorlopen en dan de Schoonderloostraat in, op de hoek van de Coloniastraat.

Aan het einde van de Schoonderloostraat kon je de Willem Buytewechstraat weer op.
Maar dat ging niet zomaar… De Havenstraat en de Schoonderloostraat lagen aanzienlijk lager dan de Willem Buytewechstraat en de 1e IJzerstraat.
Om weer boven te komen was er aan het eind van de Schoonderloostraat ,die dus dood liep, een straatbrede stenen trap met heel veel treden met – -voor een kind-  erg grote ‘stappen’.
En zwaar verboden voor mijn zus en ik. Dus… terug of.. op avontuur.

Wij kozen voor het laatste.
En begonnen de trap te bestijgen. Met kriebels in onze buik omdat we wisten dat we iets deden wat niet mocht.

We waren al halverwege, het ging niet snel, want de ijzeren leuning was wel erg hoog en moeilijk vast te houden en we moesten hele grote stappen nemen. Ik weet niet meer wie van ons twee het eerst alarm sloeg, maar aan het begin van de Schoonderloostraat zagen wij onze vader naderen… dát was niet goed!! Snel draaiden we om, en probeerden snel, voor hij ons zag, verder naar boven te klimmen, maar tot onze ontzetting keken wij in het gezicht van Opa Bram, die boven aan de trap stond..
Ingesloten! Be’trapt’…

Moeder en Oma in paniek.. overstuur en de mannen eropuit gestuurd.

Die avond zongen wij extra hard. Om Sinterklaas te laten geloven dat wij héle lieve kindertjes waren.
En ja, de volgende ochtend waren ook onze schoenen gevuld….
De één had een roe… de ander een zakje zout…

Dank U Sinterklaasje !!!

Polder Perikelen

Nee…geen Alexander POLDER…

Ik wil iets anders met u delen. Namelijk mijn ongeveer drie jaar in de Polderbuurt op Rotterdam Zuid.

Ik woonde op de Noordpolderstraat 9a, een benedenwoninkje dat nu is gesloopt en herbouwd. De nummering in de straat klopt ook niet meer.

Het was een soort van Poppenhuisje. Altijd fijn om bij me te komen eten, want afwassen hoefde niet, in je eentje kon je er de kont niet eens keren.

Wel beschikte ik part-time over een hele grote tuin, met de buren hadden we de schutting eruit gehaald en in het midden een vijver geplaatst. Ook gebruikten we één heel lange waslijn saampjes, de buurvrouw en ik. Hilarische momenten wanneer we allebei de spijkerbroekenwas hadden gedaan. Stond je ‘s ochtends vroeg jezelf in een te kleine jeans te frommelen. Had je de broek van de tiener-buurjongen ook van de lijn gehaald.

Om 06:00u in de ochtend is dat niet iets dat je begrijpt hoor, neem dat maar van me aan! En maar afvragen waar die overnight kilo’s vandaan kwamen…

 

Het was wel een hele rare tijd. En een gekke buurt, op het leuke af dan. Nou ja, meestal.

Recht tegenover me, vanaf de voordeur gezien, stond het alco-huis. Op de eerste etage woonde een man, die zichzelf elke dag thuis onder zijn eigen tafel dronk. Overdag reed hij op de ziekentaxi.

Er boven woonde een jonge meid, met rode koontjes en een fris gezichtje. En een stiekeme drinkster. Ze zei eens tegen mij dat dat onschuldige uiterlijk haar geheim goed in stand hield. Ik had zo mijn visioenen dat die twee elkaar dagelijks de trap op en af hielpen.

Schuin tegenover me, in de Zuidpolderstraat, woonde destijds Rudy Koopmans, ja, de beroemde bokser. Hij woonde daar met zijn vriendin, ik meen dat haar naam Eunice was, een Miss Holland. Ik kwam haar wel eens tegen bij de slager op de hoek. Of bij de kruidenier/groenteboer, Kooren. Je kon daar nog ‘poffen’, ik heb het over de jaren 80, dat was uniek. En in mijn geval, ook soms wel zo handig.

Op de ‘knik’ van de Noordpolderstraat, nummer 3 of 5, was een hoekpandje. Daar verbleef een tijdje een groep Rastavrienden en met mooi weer gingen de stoeltjes naar buiten en de drums en trommels ook en hadden we in de straat een heerlijk ritmisch en gratis concert.

En op de hoek die de Noord- en Zuidpolderstraat in tweeën deelde woonde een meneer, die een oogje had op mijn vriend. Hij woonde alleen, met zijn drie honden, allemaal collies. Aramis en Athos zijn twee van de namen van de honden die ik me nog herinner.

Ik was zo jong en, jaja, onbevangen,  dat ik dacht dat ze naar herenparfums waren genoemd…

Mijn toenmalige vriend kwam niet verder dan Blue Stratos after shave, dus neem me niet kwalijk.

 

Het mooiste pandje was verderop in de straat, op de volgende hoek. De Winkel en Werkplaats van Ferry Ferbrache.

In de etalage stond een spierwitte Harley, een fatboy of lowrider, customized in ieder geval, en als de winkel dicht ging, ging in de etalage de blacklightspot aan… Zoiets moois heb ik later nooit meer gezien.

Op een gegeven moment had ik een ‘jongens-‘ brommer, een Kreidler. ‘Rood’ stond op het verzekeringspapiertje bij kleur. Nou, ik denk, dat als je echt ging zoeken je misschien 5 cm² rood ergens onder het zadel kon vinden, verder was ‘ie helemaal verchroomd. Mijn schakelpook was afgezaagd, zodat je lekker plat ‘boggies kon trekken’… en mijn stuur was plat en zo breed, dat ik niet zonder zig-zaggen tussen 2 rood/witte fietspad paaltjes door kon. Opgevoerd was ‘ie ook, maar niet harder dan 90 km/u, want anders zou het frame krom trekken.
Ik had nog nooit een schakelbrommer gereden, dus eerst rondjes Noordpolderstraat-Polderlaan maken. Eerst met één kick starten dan gas geven en dan op het hoekkie stond Ferry in de deuropening. Wanneer ik daar langs reed riep hij heel hard: “NU schakelen!!!”.

Zo heeft Assie brommer leren rijden. Met dank aan Ferry.

Het was een leuk huisje, klein, maar knus. Slapen aan de straatkant. Een douche ruimte als een pijpenla, tegenwoordig is dat trendy, een inloopdouche. In de woonkamer rieten platen aan de ene muur, houten schrootjes aan de andere. Blacklightposters aan de muur. Gatenplanten en citroengras, als het maar groot en groen was.

Nadat krakers het benedenhuis ernaast in de brand hadden gestoken, zijn we verhuisd. Naar de Aelbrechtskade. Uitzicht op Delfshaven. Back to my roots!