Hoe mama kon toveren

Ja, ik ben er weer. Deze Juf had even een schrijfvakantie. Veel regen, beetje zon, maar lekker uitgerust.

Vandaag wil ik het hebben over een toverkunstje van mijn moeder. Haar vader is Opa Bram, dus ze heeft het niet van een vreemde.

Jullie moeten weten dat ik dan wel goed gebekt ben, maar mijn oogjes doen het niet zo goed. Ik denk dat het de schoolarts was die daar achter kwam net voor ik naar de basisschool zou gaan. Ik bleek een brilletje met niet al te veel sterkte nodig te hebben om goed mee te kunnen komen op school ‘strakjes’. Voornamelijk voor TV kijken, lezen en borduren. Dat laatste is nooit een talent van mij geweest en ik heb me erbij neergelegd dat het zelfs geen verborgen talent is. Maar goed, dan kan ik ook niet met een naald in mijn oog steken, ik draag sinds mijn 13e al contactlenzen namelijk. En het stadium van dunne glazen ben ik al een eeuwigheid gepasseerd. Elk oog -12,5 is behoorlijk kippig!

Nu is dit alles wel leuk om te lezen, maar heeft niks met de toverkunsten van mijn moeder te maken, ik ben de enige met zulke slechte ogen in de familie, dus misschien kon mijn moeder ook niet zo goed borduren. Joost mag het weten!
Wanneer ik al wandelend en huppelend door Rotterdam doolde met Opa Bram, kwam het eens in de zoveel tijd voor, dat ik wel erg vaak zwikte, struikelde, dan wel tijdens het balanceren op een smal muurtje er vanaf duvelde. Met een kapotte maillot en bloedende knieën tot gevolg.  Dan was het tijd voor… sterkere glazen. Daar kon je de stationsklok op gelijk zetten.

Dus, mijn moeder maakte een afspraak met de Poli van het Oogziekenhuis.  De wachtlijst was enorm. Soms wel een half jaar. De wachttijden ook, maar daarover straks meer.

Ik vond het verschrikkelijk om daarheen te gaan. Aan de ene kant van de straat was het daadwerkelijke ziekenhuis en aan de andere kant de polikliniek. Een paar traptreden op -hoe kóm je erop!- en dan kwam je in een portiek met posters aan de muren. Die kon ik dan weer wel goed zien. Traumatische affiches over vuurwerk en oogletsel waar nog net geen vuurpijl uit een oog stak.
Dan kwam je in de grote hal. In die hal waren allemaal hokjes. In elk hokje zat een oogarts ‘verstopt’ en bij elk hokje waren wachtkamer-stoeltjes geplaatst.
Het was er altijd erg druk. Je kreeg te horen bij welk hokje, ze hadden allemaal een nummer, je plaats kon nemen. Sommige mensen wachtten op hun beurt, anderen hadden druppels in hun ogen gekregen en moesten dat laten inwerken.

Of de duvel ermee speelde, altijd wanneer ik bijna aan de beurt was, werd er niemand meer opgeroepen. Ja hoor, de dokters hadden koffiepauze! Of lunchpauze. Altijd, echt altijd, als ik bijna aan de beurt was.  En allemaal tegelijk. Uitgestorven!

Dan, eindelijk, was ik aan de beurt. Ik mocht het hokje binnen en trof er altijd een soort van darkroom aan. Tegenwoordig weet ik dat ik lichtelijk nachtblind ben, maar toen nog niet, dus ik was mijn oriëntatie compleet kwijt en was blij als ik in de stoel zat. In al die jaren heb ik veel leeskaarten voorbij zien komen, eerst die met het autootje, dan met alleen de letter ‘O’ en mocht ik zeggen aan welke kant er een opening zat, later de letterkaart.
Daarna begon het feest van de wel, écht waar, 50 kilo wegende ijzeren bril op je neus en de veel te snel wisselende glaasjes. Eén..of Twee? Eén of Twee..? Soms wist ik het echt niet meer. Maar maillot-technisch gezien was het handig wanneer ik juist antwoordde.  Anders zat ik er over een jaar weer!

Kortom… enorm frustrerend, veel hoofdpijn en lang wachten. En stilzitten…als kind. In die tijd waren er geen ballenbakken of legotafels in wachtkamers.

Maar.. dan ging mama toveren. Op het moment dat we weer buiten waren, liepen we richting de Coolsingel, om, daar waar nu een hoog flatgebouw op de hoek staat, een lunchroom in te lopen en samen een broodje te eten.
Dat was Feest! Zomaar, alleen met mama, aan een tafeltje, samen een broodje eten. Met een glaasje melk. Mijn hoofdpijn was weg, alles wat daarvoor gebeurde, was vergeten. Met de tram terug naar Delfshaven, of met Bus 37 later naar  Ommoord. Huppelend.

Want mama kan toveren. Zij maakt van een nare dag een fijne dag!!!

 

Hulptroepen in de Horeca

Een van de meest getroffen sectoren in deze tijd is volgens mij de horeca. Ja, ik heb het over het huidige ondernemersklimaat en wacht maar af, het gaat leuk worden.

Zeker nu het pas heel laat is gaan zomeren is het, zal ik maar zeggen, behoorlijk buffelen om de bedrijfsvoering in menig horecabedrijf goed draaiende te houden. Ik was deze week in Hoek van Holland en ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat alle strandtenten extra hun best deden om de klant te behagen. Op zich niks mis mee hoor, maar ik bedoel maar.

Zo waren we deze week ook in een restaurant aan het water waar we om 19.00 uur aanschoven op het zonnig terras. Onder de parasollen (of is het parasols?) was het goed toeven en zo met de ondergaande zon die de lucht zachtroze tot dieprood kleurde, mocht je je in een ver oord wanen.
Het was zo’n restaurant waar je je echt een welkome gast voelt. Zo’n restaurant waar je wordt voorgegaan naar je tafel en waar je nog net niet je stoel aangeschoven voelt worden. Waar niet alleen de gerechten goed op elkaar zijn afgestemd en alle warme gerechten ook worden geserveerd op voorverwarmde borden, maar waar de gerechten ook nog eens worden gepresenteerd in een mooie compositie qua kleur, vlakverdeling en lijnenspel. Elke gang een schilderij om op te eten zal ik maar zeggen.

Ja, ik hoor u al denken: ‘waar blijven die hulptroepen uit de titel nou?”
Nog even geduld, want ik probeer eerst te zorgen dat u het juiste plaatje op het netvlies hebt. En als u haast heeft, sla dan gewoon de vier volgende alinea’s over.

In dit restaurant wordt bij elke gang verteld wat er aan keur van op elkaar afgestemde lekkernijen op het bord liggen. Ik had het verrassing- viergangen menu en elke keer werd door het bedienend personeel buitengewoon bekwaam en gedetailleerd verteld wat er op mijn bord lag. Ik kan het niet zo mooi omschrijven, maar ik zal proberen om het nagerecht te beschrijven, want daar gaat het om.

Op een mooi groot rechthoekig plateau (want het woord ‘bord’ is hier niet op zijn plaats) lagen in een diagonale lijn de volgende lekkernijen:

Twee stuks, in een mooie ellips gevormde, softijs-achtige aardbeienmousse  op een bedje van gesuikerde geroosterde gebroken nootjes, drie grote glanzend zuiver ronde  afgeplatte kegels aardbeienbavarois met daar bovenop een kleine heldere halve bol donkerrode zoete aardbeiengelei. Het plateau was mooi aangekleed met een lichtrode aardbeiensaus en als contrast werd het geheel extra mooi geaccentueerd door het witte plateau, stukjes luchtige maïsgele cake, muntblaadjes en nog wat groene blaadjes waarvan ik niet meer weet wat dat was. Kortom, een plaatje!

Nu was me al opgevallen dat er ook bedienend personeel rondliep dat enorm voorkomend, gastvrij en vriendelijk was, maar (volgens mij) niet tot het ‘standaard’ bedienend personeel behoorde. Nu, met de drukte door het plotselinge goede zomerweer, waarschijnlijk ingezet voor andere taken dan waarvoor ze waren aangenomen, zal ik maar zeggen. Nogmaals; uitermate vriendelijk, gastvrij, behulpzaam en voorkomend hoor, maar ook hier geldt: ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Een kok is uiteindelijk goed in het kok-zijn en niet noodzakelijkerwijs in het bedienen of de bedrijfsvoering, toch?

Nou, een van de ‘ik-ben-geen-bedienend-personeel’ mensen brengt het zojuist beschreven voortreffelijk mooie nagerecht. Het wordt keurig voor mij op tafel geserveerd. En op het moment dat ik verwacht dat er mooi beschreven wordt wat ik aanschouw, wordt mij een genoeglijk eten gewenst. Wanneer ik vervolgens informeer wat er nu weer voor moois wordt geserveerd is  het even stil en ik meen aan de blik in de ogen van de bediende te zien: “Dat zie je toch!”
Na deze korte stilte herpakt de zichtbaar uit het veld geslagen bediende zich (chapeau!) en meldt mij in keurige taal ‘Aardbeien met saus, meneer. Eet u smakelijk’.
Nu ik dit schrijf, heb ik er weer veel plezier in. Ter plekke hebben we er (nadat de bediende uit het zicht was) vreselijk om gelachen.

Een daggie niet gelachen is een daggie niet geleefd. Humor ligt gewoon op straat, je hoeft het alleen maar te zien en op te rapen.

Ik ga u  niet vertellen waar het was. Daarentegen adviseer ik u in deze verlate zomer eens uit eten te gaan en wellicht aanschouwt u hetzelfde. Als u gaat en er valt u niets soortgelijks op is het in ieder geval goed voor de (horeca)economie en u heeft een avondje niet zelf hoeven koken.

Eet smakelijk!

Bijvoeglijk Rotterdam

Nu de zomer van 2012 eindelijk doorbreekt trekken we er  weer op uit, lekker op vakantie. Moeten we trouwens wel snel doen, want voor je ’t weet is het alweer voorbij, toch?
Maar goed, als je dan zo aan het rondtrekken en aan het ontdekken bent, vallen er altijd wel van die dingen op die je aan het denken zetten; “Plaatsnamen” in mijn geval dit jaar. En dan vooral hun bijvoeglijk gebruik.

Kijk, wij in Rotterdam zijn daar heel duidelijk in. Je bent Rotterdammer of Rotterdamse, je houdt van de Rotterdamse haven en onze Marathon heet gewoon ‘Rotterdam Marathon’.
Neen, wij zijn niet zo van de ‘Rotterdammer Marathon’, of wat ze daar dan ook in andere plaatsen van maken. 

Ik  moet wel bekennen dat ik het allemaal ook niet zo snap, die bijvoeglijke vervoegingen; waarschijnlijk niet op zitten letten toen dit op school werd behandeld. Maar ja, zoals gezegd, ik snap het ook gewoon niet. Waarom heet het niet gewoon Edamse kaas? Waarom moet dan nou Edammer kaas heten?
Wij zeggen toch ook niet: ‘Rotterdammer haven’?
En wat dacht je van de overbekende haarlemmerolie? Jaha, dat mag gewoon aan elkaar geschreven worden en neen, ik ben niet vergeten om het met een hoofdletter te schrijven; dat mag niet! Sneekermeer mag ook aan elkaar, evenals Mokerhei, maar dan wèl weer allebei met een hoofdletter. Nou, gooi het maar in mijn pet hoor. 

Leuker (of onbegrijpelijker, kiest u zelf maar) vind ik de verwarring worden die kan ontstaan met de inwoners van plaatsen. Zo is de inwoner van Kampen een Kamper. Nou daar krijgen wij hiero een heel ander beeld bij, hoor. En waarom heet een (ook mannelijke) inwoner van Lemmer een ‘Lemster’?

Als je over de grens op vakantie gaat (jaha, want daar hadden we het over) wordt het allemaal nog veel leuker. Hoe denk je dat een inwoner van Hamburg heet?  Nou, die vind je zelf wel denk ik. Kwalijker in mijn beleving wordt het als je nog verder weg gaat. Zo ontdekte ik dat een inwoner van Boedapest een Boedapester heet.
Een Boedapester, hoe verzinnen ze het!
Klinkt in mijn oren goed genoeg voor een vervolging wegens smaad of discriminatie.

Maar goed, wist je dat er ook plaatsen zijn die (gelukkig) geen bijvoeglijke vervoeging hebben. Nee, echt waar! Vaticaanstad kent geen officiële benaming voor de inwoners. De inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten trouwens ook niet, hoor. Ik heb bij die laatste nog zitten denken aan een ‘Emiratelaar’, maar dat deed mij zo goeroe-achtig aan, dat ik eigenlijk wel blij ben dat ze daar niks voor hebben verzonnen, want dat blijft het toch in mijn ogen en oren.

De ‘gaafste’ in Nederland vind ik trouwens een inwoonster van Weesp: een “Weespse”.
Moet je eens proberen dat tien keer achter elkaar foutloos te zeggen ……..

Ja, ik wacht wel, hoor.

En? Lukt niet hè?

Ben ik tot slot toch weer blij gewoon als Rotterdammer te zijn geboren. Ech wel!

13 mei 1940 – Deel 2

Dit is een kort verhaal in verschillende delen waar ik mijn tijd voor neem. Alle namen van de personages en dit verhaal zijn tijdens het schrijven eigenlijk zo gemaakt dus mocht er iets overkomen alsof het echt was dan is dit toeval, behalve het stukje bij het Stadhuis dat ik van verschillende sites heb vernomen. Lees meer

Gedichtjes voor bij het kampvuur…

Komkommertijd heerst nu het vakantie is, vandaar wat (in de stijl van Toon hermans) kleine hersenspinseltjes van mij voor de late vakantiegangers onderons.  Maak een gezellig kampvuur, huur een guitaar, zet de marshmellows op een sateprikker en vertel met gedempte toon de volgende gedichtjes…. Fijne vakantie iedereen!!

Gedichtje..

ik zag een gat in mijn muur

ik heb het gedicht

Poezie..

de een heeft een hondenalbum

de ander een poezie

Jalouzie..

de een heeft het

de ander weer nie

Jalouzie

de zon binnen laten

of juist weer nie

dan moet je hem sluiten

Ziek..

er was eens een muisje uit Hang

die was ongelooflijk bang

ook al had hij de griep

en gaf dat aan met veel gepiep

niet voor de koorts

die was dan wel 40 graden

maar meer voor de thermometer

dat kunt u wel raden

Rust..

een mier met slaap problemen

wilde zijn nachtrust claimen

waar moest hij te rade gaan

een nachtwaker sprak hem daar op aan

doe nu eens net als de rest

en ga slapen in je mierennest

Oplossing..

een giraf uit Sneek

had hoogtevrees al hij naar beneden keek

daar moest wat aan worden gedaan

van de ene naar de andere dokter gegaan

na zo vaak te zijn doorverwezen

konden ze hem nog niet genezen

hij vond het toen wel genoeg

trouwde met een mol uit de plaatselijke kroeg

nu is hij gelukkig weer helemaal gezond

want hij leeft nu met zijn vrouw onder de grond

Wreed..

abrikoosje, manderijn of banaan

snoeppie, suikertje of droppie

al die lieve woordjes gaan

niet over jou verlopen koppie

Pervers..

een lieve oude man

viel bij de buurt goed in de aarde

hij liet zover als het kan

iedereen in zijn waarde

het rare dat kwam later pas

toen menigeen begon te gillen

hij opende zijn regenjas

en toonden aan hun zijn billen

Heldendicht..

ik zag zojuist een edelweiss

die wilde ik gaan plukken

het was iets te hoog gegrepen..dus

loop ik nu op krukken

WILLEMSWERF

In volstrekt willekeurige volgorde en zeker niet compleet hebben Linda de Mol, Monique van de Ven, Jackie Chan, Louise Lombard, Ron Smoorenburg, Victor Low, Jan Declair, Jeroen Krabbe, Ed Nelson, Willeke van Ammelrooij, Sieb van der Ploeg en Sophie Hilbrand korte of langere tijd in Willemswerf doorgebracht.
Ikzelf een iets te lange tijd….

Ooit het kantoor van de koninklijke nedlloyd.Ik weet nog goed dat er wel eens wat extra beveiliging was met t oog op n mystery guest!Bleek later Prins Bernhard!, die wat zakgeld op kwam halen vanwege t naamgebruik “Koninklijke” Nedlloyd.
Na boven een factuur te zijn wakker geschud door mn maatje heb ik wel eens een heel dure wagen voorzien van een koninklijk vlaggetje weg zien rijden…

Jaren later..werd ik weer eens wakker! k heb me toch n partij zitten tekenen tussen slaapverwekkende kantoorwerkzaamheden door!Me moeten verzetten weer wat aan kunst te gaan doen,maar gelukt!ja ze zeggen weleens een kunstenaar die lijdt maakt de mooiste dingen!,hopelijk geld dit niet voor mij…te veel naar mijn zin nu na mijn kantoorverleden..

Maandagochtend.
Vrijdag ervoor een jaarlijks beoordelingsgesprek gehad met mn manager wat meestal niet langer duurt dan 10 minuten.Ja weet je, ik heb t niet zo op zinloze gesprekken en zeker niet als ik weer mn gemiddelde cijfer van net n zesje krijg zoals elk jaar!
By the way wel leuk dat achter hem een groot schilderij van mijn hand hing wat hij niet wist! luister je nog Aat? je zit maar naar dat schilderij te staren! Jaja ik wil wat verbetering ! Heel goed Aat!op de goede weg!Alsnog n fijn weekend en je mag altijd reageren als je t ergens niet mee eens bent!
Mijn manager stond erom bekend dat ie meer tijd op de WC doorbracht dan achter zijn bureau.
Ik plas niet veel maar altijd als..rook ik al die smerige aftershave lucht!,het doortrekken en morgu Aat!
Het was zelfs bekend dat ie weleens werk op t toilet meenam!
Dus tijd voor n actie als reactie op mijn beoordeling!
De maandag maar eens een uurtje eerder begonnen en heb op 4 afdelingen alle WC deuren met n klein schroevedraaiertje aan de buitenkant op rood gedraaid!,wel de hele afdeling voor aankomst manager ingelicht dat t hier n oefening ontploffingsgevaar betrof..
Later van de meiden kantine gehoord dat ie billeknijpend gesmeekt heeft voor t gebruik personeels toilet..N jaar later kreeg ik de beste beoordeling ooit.
Dezelfde ochtend op weg naar mn bureau werd ik door een paar meiden geroepen.
Aatje!!!!morguh!we hebben wat leuks voor je neergelegd!echt iets voor jou!
Op mn bureau de”METRO” met op de voorpagina:”DE POLITIE GAAT ONDERZOEKEN of er bij verscheidene Chinese kappers meer gebeurt dan alleen wassen en knippen.De laatste tijd verschijnen op internernet berichten dat er ook gemasseerd wordt en dat het zelfs daar niet bij blijft.”
Mijn haar al n tijdje kleurloos en kon best wel een knipbeurt gebruiken!nou dat was bij de dames niet onopgemerkt gebleven,sommigen wilden zelfs spontaan geld inzamelen.
Deze ochtend stond in het teken van de chinese kapper!met in de hoofdrol…
In de luchpauze met twee collega vrienden toch maar eens op onderzoek naar aanleiding van het metro artikel.
Aangekomen op de Lijnbaan zagen we in een zijstraat het bord van de krantenfoto!.De prijslijst was n beetje warrig,daar werden we niet veel wijzer van dus maar naar binnen!
Jij als eerste Aat!waarom altijd ik?nou bellen dan maar,na de derde beldruk een hoop chinees gebrabbel zeer moeilijk te verstaan door t lachen mn maatjes,ook zie ik boven de deur een camera richting mijn harses draaien!De deur ging langszaam open en op t zelfde moment wordt ik ook nog eens overvallen door vliegend reporter Jack Kerklaan~van RTV Rijnmond!Zat in zijn wagen te wachten op een klant voor een intervieuw.Kom jongens dan gaan we met zn allen naar binnen!Jack had ook duidelijk zin om te lachen.
Op weg naar boven kreeg waarschijnlijk een beveiligingscamera Jack’s opname apparatuur en microfoon in beeld want alle deuren klapten dicht,een hoop geschreeuw,gehijg stopte,en massage geluiden na wat zachte tikken ook over.
Er verscheen een woordvoerster van de kapsalon die wat vragen wilde beantwoorden.
Op de vraag of wij de kapsters aan t werk mochten zien werd geantwoord dat ze allen aan de lunch waren,volgens mij toch niet hoor..ik hoorde duidelijk een klant die zachtjes uit de knoop geholpen moest worden.Jack ook,later buiten nog even de tape afgeluistert en nog veel meer leuke dingen gehoord!Bijpunten mn haar is er niet van gekomen,wel met zijn allen een slappe lach..
Mijn maat had t kantoor via zijn mobieltje ingelicht dat wij om 14.00 op de radio te horen zouden zijn.Terug op de Willemswerf nog net op tijd om de laatste minuten te horen!
Mn manager die traditiegetrouw ze eigen weer had zitten drukken zag wat commotie rond de radio en erop af,ja op dat moment lag de hele afdeling stil,dus even erbij aanwezig zijn.De stem van die goser met die rare vragen lijkt veel op die van Aat zeg! hoor ik m nog zeggen…..

‘t Fust

Op het Stadhuisplein in Rotterdam zit een unieke uitgaansgelegenheid. Uniek, omdat dit het oudste café is in heel het rijtje. Ik heb het over ’t Fust, die in 1961 haar deuren opende. Een plek waar mijn ouders vroeger wel eens kwamen en nu heb ik het uitgaansleven daar ook ontdekt. In de middagen en avonden kun je hier terecht voor wat te eten en drinken, maar wat mij interesseert, is de sfeer van het uitgaansleven, de prijs van de drankjes, de mensen die er komen, de muziek enz.

Elke vrijdag en zaterdag kun je tot in de late uurtjes los gaan in ’t Fust. Waar je echter wel blut van kan raken zijn de drankjes en de toiletten. Voor een shotje betaal je ongeveer 3,50 euro en met een safari cola van 7 euro is het al snel gedaan met je geld. Als je dan ook nog eens een paar glaasjes neemt en vaak naar het toilet moet, wordt het een duur avondje. Voor een hoog nodige boodschap moet je namelijk 50 cent neertellen. Moet je jezelf dan inhouden om een leuke avond te hebben in ’t Fust? Beslist niet. Als je langs loopt, klaar om uit te gaan, staan er mensen met kaartjes en op die kaartjes staat altijd wel een gratis drankje.

In ’t Fust is het op een zaterdagavond druk, maar niet te druk. Er is genoeg ruimte om te dansen en dat wordt ook op grote schaal gedaan. Overal zie je mensen die hun dansjes showen, goede dansjes compleet met het betere voetenwerk. De sfeer is er ongedwongen en je hebt niet het idee dat er constant dronken mensen aan je hangen. Het is een typisch bruin café met oude houten vloeren en balken en dit zorgt ook voor de gezellige sfeer. Op de bekende klanken van de top40 met af en toe een ’80 of 90’s remix kun je hier een ‘rustig’ stapavondje beleven en dat is wel eens fijn.

Geen rij, ongedwongen sfeer en dansen zonder botsingen? Dat kan bij ’t Fust.

 

Uitgaan: vrijdag (- 03:00) en zaterdag (- 05:00)

Stadhuisplein 21

010-4129841

Vakantie

De vakantie staat weer voor de deur en dat is ook weer reden voor inpakstress. Blijf je in Nederland, dan neem je extra handdoeken mee en veel regenkleding inclusief kaplaarsen. Maar in het buitenland moet je al snel naar de korte broeken en de jezus sandalen gaan zoeken. Vroeger werd het je gemakkelijk gemaakt, je ouders pakten je koffer in. Nou ja, meestal was moeders daarvoor. We hadden nooit veel kleding dus dat was snel gepakt. Je kreeg wat bij elkaar geraapte kleding mee op kamp en daar moest je het dan maar meedoen. Kampen met de Arend en de Zeemeeuw, de  gezinskampen en het kamp van de zondagsschool waren mijn vakanties. Zelfs een weekend op Eiland van Brienenoord was een belevenis. Eventjes uit het grijze straatbeeld verdwijnen in een groene omgeving deed je als stadskind goed. De horrorverblijven van mijn broer over zijn sanatorium achtige weken in Rockanje zijn mij gelukkig nooit toebedeeld. Dat was vroeger schijnbaar de gewoonte om ondervoede kinderen daarheen te sturen. Ben even vergeten hoe ze dat noemden. Aan het eiland heb ik wel goede herinneringen, alleen de voettocht erheen en weer terug waren minder. We liepen dan vanuit de Stampioenstraat, de hedendaagse woonboulevard af, maar toen was het enkel een muurlange straat waarop de zon behoorlijk weerkaatste. Eenmaal aangekomen was je eigenlijk al doodop en dan moest je nog de hele dag rond rennen en spelen. De afstanden leken uit kinderogen bekeken mijlenlang. Zelfs op het eiland van begin tot het eind vond je een pokkeneind. Even tot rust komen op het pontje, die nog voortgetrokken werd aan een ketting of zelfs touw. De pontman was een enge chagerijnige oude man, van mij mocht hij het heen en weer krijgen. Maar je moest er mee overvaren want er was toen nog geen brug, dus kroop je maar het liefst zover mogelijk bij hem vandaan. Tegenwoordig kan je er leuke wandelingen maken met een gids. Sommige dingen zijn er verdwenen of zodanig afgetakeld dat je het niet meer herkent. Maar het blijft een stukje mooi Rotterdam. Nog een week en dan pak ik zonder stress mijn regenkleding in want mijn vakantie staat voor de deur. Je raad het al, ik blijf in de buurt. Lekker kamperen in Zele (Belgie). Fijne vakantie iedereen…..!

Verhalen gezocht over Overschiese buurtschappen Zweth en Kandelaar

Als het uit 1853 daterende pand ‘De Hoop’ van voormalige bierbrouwerij ‘W’(ijnaendts) in buurtschap de Zweth aan de Delftweg kon praten, zou er een boekwerk van te maken zijn. Maar een pand, hoe fraai gerestaureerd ook, kan dat niet. Willemina Suzanna (Ineke) de Hoog – Deurloo (65)) echter wel. Ze heeft levendige herinneringen aan het pand, waar ze sinds haar vierde jaar een deel van bewoont. Eerst als kind en tiener en vervolgens getrouwd met Pieter Antonie (Piet) Deurloo én moeder van dochters Monique en Suzanna, nu 38 en 35 jaar.

In begin 1900  kochten de gebroeders Cornelis ( Cees) en Willem de Hoog ‘De Hoop’ en vestigden er hun timmerbedrijf in wat later uitgroeide tot een aannemersbedrijf. Vanwege tegenstrijdige karakters hielden ze het samen niet uit. Willem vertrok naar de Ludolf de Jonghstraat elders in Overschie en begon daar zijn eigen bedrijf. Onderling hielden ze elkaar wel aan het werk.

Opa Cees de Hoog ontwierp als architect/aannemer woningen, onder meer voor de Rotterdamse Rijweg. Ook het ontwerp voor een rijtje panden aan het Saenredamplein kwam uit zijn koker en toen dat gereed was betrok het gezin Johannes de Hoog – zoon van Cees de Hoog – er een van en daar werd dochter Ineke geboren. Maar ze groeide er niet op, want dat gebeurde aan de Delftweg in Zweth, samen met haar oudere broers Cornelis (Cok) en Willem Arie (Aad). Ineke bezocht vanuit Zweth de Emma-kleuterschool in de Rodenburgstraat en aansluitend de lagere Wilhelminaschool. Haar vervolgopleidingen deed ze in Delft en Rotterdam.

,,Ik heb een heerlijke jeugd gehad,’’ vertelt ze aan een grote tafel in de voormalige bierkelder van de brouwerij waar alleen de geur van verschaald bier en vaten ontbreken om je er helemaal in sferen van 150 jaar geleden te wanen. De ruimte is prachtig strak gerestaureerd zonder de contouren van toen geweld aan te doen. Dat geldt trouwens ook voor de rest van het pand, waar door vlijtige vakmensen ooit ook doodskisten en houten wielen voor koetsen en sleperswagens werden gemaakt.

,,Met buurtkinderen  als Yvonne Lam, Nel Otting en Dirja Zandbergen struinden we door de polder en sprongen over slootjes. Soms er ook in en dan kwam je boven met bloedzuigers op je arm of been. Het gaf allemaal niks, we genoten van vrijheid en blijheid.’’ En: ,,Ook had ik een vlot in de Delftse Schie en roeide – zonder gevaar te zien – tussen de passerende schepen door. Ook klommen we in een roeiboot die achter een binnenvaartschip hing en voeren een stukje mee naar Delft. Op een keer verloor ik mijn badpak en moest terug in mijn blote billen.’’

Over de Delftse Schie voeren ook de (roei)veerpontjes van Willem Bijl (Kandelaar-Zweth) en Jan Groenenwegen van der Weijden (Ketelsekade-Schouwgat-Overschie). Vele voetgangers en fietsers hebben er vele decennia – tot in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw – gebruik van gemaakt.

Vrijwel altijd is het overvaren in goede harmonie gegaan met de toch wel drukke scheepvaart op de Delftse Schie. Maar niet in 1927 toen de veerboot door een hoge golfslag van een passerende binnenvaarder omsloeg en alle passagiers in het water vielen. Wonder boven wonder hield niemand er iets aan over, behalve dan het natte pak.

Wim Kerkhof van de Amazing Stroopwafels brengt een ode aan de veerman van de Kandelaar op zijn cd ‘Strooptocht’, uitgebracht in januari 2007.

De buurtschap in het noordoosten van Schiedam is een samenraapsel van huizen en boerderijen en is in de loop van eeuwen ontstaan. De eerste groep huizen ligt tegenover de Oude Hofweg, waar nu de begraafplaats en het crematorium Hofwijk in Overschie zijn. De eerste indruk is dat het leven er eeuwen stil heeft gestaan, maar dat rustieke beeld gaat verloren door veel te snel langsrazende auto’s over de geasfalteerde Kandelaarweg tussen Schiedam en Delft. De andere straat in het gehucht is de Kethelsekade, het voormalige jaagpad langs de Delftse Schie.

Verderop was er bij de Lage Brug – in het centrum van het oude Overschie – ook de veerverbinding van Jan Groenewegen van der Weijden en zijn vrouw Jaan tussen het Schouwgat en hun in 1767 gebouwde Veerhuis aan de Kethelsekade. Tot 1923 was het een veerdienst van Delft en na het afstoten van de voorziening door die gemeente werd het een particulier veer dat op afroep passagiers overzette.

Het ouderlijk huis van Eric, de in 1938 geboren zoon van Johannes Adriaan Augusteijn, staat aan de Schiekade tegenover de voormalige Scheepswerf ‘De Hoop’, zo’n vijfhonderd meter ten westen van het monumentale Veerhuis. Vanaf het Veerhuis passeerde men in westelijke richting de in de jaren zestig van de 20ste eeuw gesloopte boerderij en café ’s Gravenhuize. Dan was men overigens de grens met Schiedam al gepasseerd en heette de weg verder Schiekade. Café ’s Gravenhuize is nog een tijd gepacht door Augusteijn senior, die er ‘Hof van Cyrene’ als naam aan gaf.

De gemeente Rotterdam had voortschrijdende plannen met die hoek van de Oost-Abtspolder. Er moest een verbindingsweg komen vanaf het viaduct naar het nieuwe industrieterrein, dwars door het oude dorp en over het Veerhuis, dat Johannes Adriaan Augusteijn in 1949 voor 8500 gulden had gekocht. Rotterdam bood in 1962 aan om het Veerhuis van hem te kopen voor hetzelfde bedrag dat er voor was betaald, door inflatie inmiddels opgelopen tot 12.000 gulden.

,,Mijn vader weigerde, maar na lange procedures werd het Veerhuis in 1966 toch eigendom van de gemeente Rotterdam. Tot aan de sloop zou hij het mogen huren.’’ En legt uit: ,,Toen ons huis in 1949 werd onteigend ten behoeve van plannen voor de Oost-Abtspolder, kocht mijn vader noodgedwongen het Veerhuis. Dat was uit voorzorg om toch te kunnen wonen als onze eigen woning ontruimd zou moeten worden. Dit is echter nooit gebeurd, ons oude huis staat er nog altijd. Mijn ouders zijn er tot hun dood (vader in 1972, moeder in 1992) blijven wonen.’’
Nadat Augusteijn in 1949 het Veerhuis had gekocht, mochten de oorspronkelijke huurders er blijven wonen. Eric Augusteijn: ,,Dat was veerman Jan Groenewegen van der Weijden (iedereen kende hem als Jan van der Weijden) met zijn vrouw Jaan in het linker deel van het pand en Aart Beijer met zijn vrouw in het rechter gedeelte. Dagelijks werden wij door Van der Weijden of Beijer in een roeiboot overgezet om in Overschie naar school te gaan, samen met de kinderen Bijl van de in 1632 gebouwde boerderij ‘s Gravenhuize, de kinderen Klein Hesselink van scheepswerf De Hoop en de kinderen Beijer, neefjes en nichtje van Aart Beijer, die woonden op een schip naast ‘De Hoop’.
Na het overlijden van veervrouw Jaan Groenewegen van der Weijden trok de weduwe T.C. (‘tante’ Truus) Havelaar-Ouwerkerk bij weduwnaar Jan in huis, eerst als huishoudster en later als zijn partner. Na Jan’s overlijden in 1956 werd ‘tante’ Truus hoofdbewoonster van het linker deel van het Veerhuis en Arie Helsemans trok bij haar in. ‘Tante’ Truus bleef huurster tot haar dood in 1972, het rechter deel werd na het vertrek van de Beijers door diverse huurders bewoond. Na hun vertrek gebruikte Augusteijn het Veerhuis als cultureel centrum/streekmuseum.’’
Zijn zoon Eric herinnert zich: ,,In het rechter deel werden recepties, concerten en tentoonstellingen georganiseerd. Vader deed al het mogelijke om ervoor te zorgen dat de sloop niet zou doorgaan. Na zijn dood werd zijn initiatief overgenomen door stichting Het Veerhuis, waar ik voorzitter van was, met Overschieënaars Jan Vleesenbeek als secretaris en Piet Snaathorst als penningmeester. In 1974 besloot de gemeente dat het Veerhuis toch niet gesloopt zou worden. De weg ging niet door en een strook woningen in Overschie aan Voorom, De Lugt en Overschiese Dorpsstraat was voor niets gesloopt. Uiteindelijk is de stichting opgegaan in museum Oud-Overschie ‘De Hoop doet Leven’, toen geleid door John van den Berg. Die heeft het Veerhuis voor een symbolisch bedrag kunnen verwerven. Het is in 2008 gerestaureerd door de bekende Overschiese aannemer Ouwendijk en kort geleden aan een particulier verkocht.’’

In de toekomst is, binnen plannen voor bochtafsnijding van de Delftse Schie, wellicht een nieuwe culturele en recreatieve functie voor het Veerhuis weggelegd. Deze en nog meer verhalen over Zweth en De Zweth komen in deel 4 van ‘Momenten uit de Overschiese samenleving’. Reacties, aanvullingen en of foto’s zijn welkom via overschieboek@telfort.nl

Taalnomaden in Rotterdam

Je zou het niet verwachten in een grote en ontwikkelde stad als de onze, maar onlangs zijn er taalnomaden neergestreken in Rotterdam. En wel op Zuid.

Oké, nou niet gelijk denken aan diverse onderzoekers die alarm hebben geslagen over het zorgwekkend aantal analfabeten en laaggeletterden in Rotterdam. Dat zijn er trouwens zo’n negentig- tot honderdduizend. Da’s grofweg wel één op vijf!  (Dus als u de volgende keer  iemand wat wil laten lezen die ‘per ongeluk’ zijn leesbril niet bij zich heeft, bent u gewaarschuwd; u kunt zo maar te maken hebben met een laaggeletterde.)

Maar goed, taalnomaden.
Ik neem u even mee naar zaterdag 23 juni, naar de gezellige en goed georganiseerde festiviteiten van Bazar Bizar op de Charloisse Kerksingel. Een combinatie van een kleinschalig festival met optredens, een uitgebreide gezellige markt met kraampjes voor (vooral )jong en oud, de gebruikelijke eet- en drinkplaatsen en vooral een gemoedelijke gezellige sfeer die wijkoverstijgend was.  Heeft u het plaatje voor u?
Nou, dit geslaagde festijn (ik  schreef eerst ‘feestijn’, want dat was het, maar dat accepteerde mijn spellingscontrole niet) was tevens de start van een nieuw schrijvers- en dichterspodium. En, u raadt het al, De Taalnomaden.
Nou heb ik waarschijnlijk net als u een ander beeld bij Taalnomaden. Aan de andere kant, het blijft wel hangen, toch?

Genoeg dichters
Vanaf 13.00 uur werd er letterlijk op de spreekwoordelijke zeepkist voorgedragen door diverse dichters. Er was een rijke variëteit aan dichters qua leeftijd, gedichten en inhoud. Maar dat hoort ook bij een dichterspodium met een deels open karakter. Voor elck wat wils en een ieder moet de bühne kunnen betreden.
Het podium had van tevoren een aantal dichters gevraagd die al dan niet (locale) bekendheid genieten. Onder hen was ook Rieneke Minderman. Een tengere volksdame met stijl uit Oud-Charlois die de zestig ruim gepasseerd is. Voor haar een thuiswedstrijd dus.
Ik mag Rieneke graag horen. Ze heeft een afwijkende, maar zeer positieve en humoristische stijl van dichten, die gewoon bij haar hoort. Ze is altijd herkenbaar aan een keurige geheel roze outfit. En als ik zeg ‘roze outfit’, bedoel ik haar complete  uiterlijk, tot aan de bril en de roze strikken om haar dichtrollen.
Ik zal een voorbeeld van haar humor geven.  Rieneke droeg  onder andere ‘De concubine’ voor. Dat ging als volgt.

Ik wil nu graag het volgende gedicht voordragen. Dat heet ‘De Concubine’. Het gaat over mijn overgrootvader die een concubine had. Ik ga er van uit dat u allemaal weet wat een overgrootvader is. “

En vervolgens begint ze het gedicht.
Kijk, zo’n intro trekt langdurig de mondhoeken omhoog, toch?
Dus, als u een keer in de gelegenheid bent om Rieneke Minderman te zien voordragen, kan ik het u aanraden. Evenals een warme aanbeveling voor De Taalnomaden en een bezoek aan de volgende Bazar Bizar.
Allemaal Rotterdams en allemaal ‘Op Zuid’.