Zuider Mavo Diplomaat

Van de brugklas weet ik me nog te herinneren dat t bij mijn allereerste lesuur al fout ging.
Op een goed uitgekozen plek achterin de klas druk bezig met agenda om te toveren tot stripboek en totaal niet in de gaten dat de leraar al bezig was…”KAN IEDEREEN ‘T GOED LEZEN?!” t zal wel dacht ik..Begint ie me toch op dat krijtbord klein te schrijven!Ik kon geen zak lezen!en iedereen stil in de klas!toch maar voorzichtig vinger opgestoken en aangegeven dat mijn bril nog niet klaar was..Dit was mijn allereerste promotie! van rij 10 naar 1 voor de leraar.

Het tweede jaar had ik mijn fiets toch mooi gepimpt! ‘n buddyseat,grote dingdongbellen,mistlamp,spiegels en met puchstuur ja alles goed afgekeken van de puch affiches met mooie meiden die toen boven en bijna in mn bed hingen. Ik had 6 dynamo’s om alle lampen te laten branden!!!!T lukte dan ook alleen maar t’ holletje af richting fietsenrek zo’n 10 meter fietsen!Maar…de meiden zagen me wel aankomen!verkering volgde!Ik was me verliefd op Anja!Helaas raakte ik haar snel kwijt aan mn beste vriend in de klas die dankzij zijn 4 oudere broers wat beter op de hoogte was van hoe en wat met een trukendoos om te gaan .Liefdesverdriet volgde met resultaat Aat zitten blijven.
Het derde jaar eerste les Aardrijkskunde. Nu maar eens helemaal n mooi plekje uitgekozen!
helemaal achterin bij t raam in t zonnetje!Ik had de leraar nog niet gezien maar begreep van sommige meiden die wat opgewonden waren dat t best weleens n leuke leraar kon zijn.
Nouw, forget it! Ik was de eerste les al weer de lul ! Ja weet je wat t was? denk ik nog steeds. Dit was voor mij nieuw een leraar die bruin zonder zon op zn kop had gesmeerd en volgens mij zag ie dat ik t doorhad!Ons oogcontact zat gelijk al fout. De les begon altijd met n Bijbelse boodschap en ik zat alweer n aardig tijdje af te dwalen..Begint ie me toch luid over vrouwen die hun vlees verkopen!Ik keek al achterom naar mn maatje wiens vader een slagerij had maar die was achterin de klas druk bezig met briefjes uitwisselen vriendin.
“Aat!Hoe zou jij t vinden als n vrouw jou versierde? in plaats van andersom!”Ik antwoordde totaal geen moeite mee hoor t lijkt me heerlijk!Als mijn zoektocht naar verkering vrouwen niet lukt zoeken de vrouwen maar naar mij! Bijbels tekstje toch?T werd me niet in dank afgenomen..
Aangezien ik deze dandy-achtige leraar voor 2 van de 6 vakken had voor mijn eerste poging einddiploma te halen nog sneller dan t geluid kansloos gezakt!…

Jaar 6 Een nieuwe wiskundeleraar Meester Voet met als bijnaam Poot waar ik heel veel aan te danken heb gehad!, werd op zijn eerste lesuur als beginnend leraar meteen voor de leeuwen geworpen!

Hij kwam op met n schoenendoos,en wie werd er weer naar voren geroepen?Aat! Wat is dit?ja k zag wel n liniaal diagonaal in die doos zitten maar…t juiste antwoord voor mij was: “N SCHOENENDOOS!” Krijg ik lachend een tikje met die doos op mn hoofd! Mn maatje die ooit Anja ingepikt had ging door t lint !Ja weet je ik zat altijd vol vreugde en hij vol woede n soort Yin en Yang vriendschap! Maar Poot is me toch met harde voet de klas uitgeschopt!Later wel Directeur geworden! dankzij ons wat steviger in t zadel gekomen voor de klas denk…..

Voordat meester Voet directeur werd hadden we voor hem meester Vos!Begon ook altijd zn les met de gruwelijkste bijbel verhalen over onreine vrouwen ik vond die verhalen prachtig!!! alleen als ik wat verhalen in gedachten af zat te maken en verder ging met tekenen in agenda had ie t door !Ook tijdens t bidden voor de les waren er maar twee die mekaar met open ogen aan keken!Ooit was ie zo kwaad dat ik niet luisterde tijdens de engelse les dat hij keihard in de klas zei “HAVE YOU GOT TOO MUCH HAIR BEFORE YOUR EARS???!!!”By the way hij was zelf kaal!..Heeft ie later wel spijt van gehad en goed gemaakt met mij voor school tegen betaling tekeningen te laten maken. Aardig wat mee verdiend toen! tekeningen op doorzichtig plastic van Mr and Mrs Brown speciaal voor een monitor met groot beeldscherm.
Juf Dijkstra zal ik nooit meer vergeten die had ik voor Duits. ‘N forse vrouw met ja ik was 17 pracht van n boezem!.Duits was geen taal voor mij en dat wist ze. Ik kwam ook altijd te laat binnen.. op een gegeven moment ging ze altijd expres met borsten vooruit in de deuropening op me staan wachten zodat ik toch maar op tijd kwam…
Mijn eindtentamen Duits voor eindexamen zat ik voor haar en moest in t Duits een verhaaltje vertellen,er was geen touw aan vast te knopen en hoefde t nog niet eens meer af te maken. Wat vind je er zelf van Aat? wat zou je zelf als cijfer geven? T was nog geen 2 waard maar ik zette in op 6…”5 dan maar?” Aldus de lieverd! Zo kwam ik met pijn en moeite op een voldoende .Er volgden wat spannende dagen…
Tot op een warme dag terwijl ik met mijn krantenwijk bezig was ineens meester Poot ik bedoel Voet met zijn fiets achter me stond!…”JIJ BENT DE EERSTE DIE IK GA FELICITEREN!”
Ik hield t even niet droog….Wel leuk dat ik hem ook kon feliciteren met zijn nieuwe baan als directeur!
Het was n onmogelijk taak om over een ieder die mij aan mijn diploma geholpen heeft te schrijven het had te lang geworden…

Rotterdammert

Rotterdammert

Ik ben geboren in Schiedam in 1977. Daarna zijn we naar Zeeland verhuist en toen naar Rotterdam. Mijn leven begon dus op de Statenweg 119 (zeg maar hoek Stadhoudersweg) op de derde en vierde verdieping. Lees meer

Gedicht: De Maasstad

De Maasstad

Van de Maasboulevard tot aan de Euromast,
loop ik en geniet van het uitzicht.
Van de Bergselaan tot aan de Statenweg,
in het donker zijn de straten verlicht. Lees meer

Gedicht: Oud en Nieuw Rotterdam

Oud en Nieuw Rotterdam

De echte gezelligheid is weg,
merkt ik als ik naar de plaatjes kijkt.
Plaatjes en prenten van Rotterdam,
vroeger en nu laten aan mij het verschil zien,
wat is er toch veel veranderd. Lees meer

Met Opa Bram…. verplicht door Rotterdam

Ja, het was fijn om met Opa door de Stad te banjeren. Alleen sóms…pfffff.  Dan was het niet zo erg leuk voor een klein Prinsesje. Dat waren de dagen dat Opa doelgericht op pad ging. Maar dat had ik altijd pas te laat door.

Het was dan een rondje apengapen gaar. Zelfs nu ik het neerzet moet ik geeuwen. En over het algemeen waren het ook uitstapjes waarbij het niet handig was mijn step mee te nemen.

Misschien vraagt u zich nu wel af, wat kan er in een bruisende stad als Rotterdam nu saai zijn. Nou, dat ga ik u haarfijn uitleggen.

Opa droeg ‘confectiekleding’, oftewel, één keer in de zoveel tijd moest hij langs de kleermaker om een nieuw pak op maat te laten maken. Natuurlijk ging ik niet mee om mijn Opa in zijn ondergoed te zien, maar op een of andere rare manier heb ik nu het idee dat hij sokophouders droeg. Door mijn Opa’s  kleding ben ik denk ik ook in de war geraakt wat wiskundig inzicht betreft, ik herinner me nog een intensieve discussie met hem over de reden dat het overhemd niet los gedragen kon worden wanneer je bretels droeg.

Bretels, standaard bij Opa’s outfit. Net als zijn hoed. Niet zomaar een hoed, nee, een Stetson gleufhoed met de perfecte deuk erin gemaakt. Grijs. Lichtgrijs, donkergrijs, antraciet…grijs. Deze kocht Opa bij Heniger. Een voor een meisje van zes een zó niet interessante winkel met hoeden, dassen, sokken en zakdoeken. Veel donkerblauw, bordeauxrood en dennengroen. Wat wel gezellig was, was dat deze winkel vlak bij de Grote Mart was. En als Opa dan een bosje paling kocht, mocht ik weer thuis lekker een vers gestroopte paling samen met hem opsmikkelen. Maar, pech voor mij, meestal was het een bokking. Of een gestoomde makreel. Nog steeds houd ik mijn adem in op de markt wanneer ik langs de visafdeling kom.

Meestal werd deze activiteit gecombineerd met een bezoek aan de longarts. Ik herinner me de Mathenesserlaan hierbij, het stuk bij het Heemraadsplein. En zomerdagen, met een felgroene hemel van de hoge en brede bomen die elkaar bijna raakten met hun kruinen van de ene kant van de straat naar de andere kant.

Maar het kon nog erger! Op de Oude Binnenweg zat zijn lievelings viswinkel. Mijn definitie was: de ergst stinkende viswinkel. Na een minuut hield ik het daar al niet meer uit. Ik moest toch weer een keertje inademen. Gelukkig voor mij was er in de etalage een aquarium, waar verse vis in rondzwom.  Ook allemaal grijs. Grijs water, grijze vis. Maar in ieder geval stond ik buiten.

In combinatie met deze viswinkel was er dan vaak nog een spannende tussenstop bij de.. postzegelhandelaar. Dat ik daar nooit in slaap ben gevallen is me een wonder. Minder erg, over zegels gesproken, was een uitje naar de D.E.-winkel om oma’s gespaarde zegeltjes te verzilveren. Ik herinner me dat we via de Lombardkade liepen dan.

U begrijpt, dat ik nooit postzegels ben gaan sparen, geen bretels draag en ook niet veel op heb met vis. Wel heb ik nog steeds Oma’s D.E.-punten liggen. Misschien van de zomer maar eens een nostalgisch wandelingetje naar de winkel bij de Blaak in de buurt. Ze maar eens in te wisselen voor een mooie grote koffiemok. Neem ik gelijk lekker Turkse Fetabroodjes mee voor de lunch, van de Mart!

Het echte Rotterdam gevoel

Waarin ligt het echte Rotterdam gevoel? Ik kan het proberen te vertellen door het noemen van de voorbeelden. Het gaat over de Maastunnel, Blijdorp, Euromast, de Lijnbaan en de Metro en het gaat ook over de nieuwe stad met zijn prachtige Skyline, de Kop van Zuid en de Erasmusbrug. Eerst de rauwe stad zonder hart en nu de enige echte stad van Nederland. Waar steden als Amsterdam en Utrecht zijn blijven hangen in het verleden is Rotterdam een echte Metropool!

de Erasmusbrug

Dat Rotterdam gevoel laat zich niet uitleggen dat zit in je of dat zit er niet. Als je dat gevoel hebt kun je oeverloos blijven mijmeren over de specifieke Rotterdamse artikelen. Over verdwenen merken als Ter Meulen, Het Vrije Volk en van Nelle en over de bekende Rotterdamse gemeente-instellingen als de Roteb en de RET. Feyenoord of Sparta zitten diep in ons hart en als echte Rotterdammers blijven we onze club trouw. Ook als het een jaartje minder gaat blijven we naar onze club gaan. Die clubtrouw door dik en dun maakt ons trots. Wij zijn geboren en getogen Rotterdammers. Wij lopen over van het Rotterdam gevoel en dat gevoel willen we delen met andere Rotterdammers die begrijpen wat dat is!

De Perzik

Beste lezer, deze keer wil ik het hebben over een zeer speciale Rotterdammer, helaas is hij er niet meer, maar hij was jaren de smoel, de porum, van de Schiedamseweg.
Ja, ik kende de man via Opa. Wanneer Opa en ik voor een boodschap op de Schiedamseweg moesten zijn, of op de ‘Mart’ op het Visserijplein, zat er voor mij altijd een versnapering in. Soms een ijsje van Jamin, een andere keer een, wat men in die tijd dacht, gezondere snack. Fruit.
Het lekkerste vond ik het wanneer Opa een hele grote, rijpe, perzik kocht. Zo eentje die het sap over je kin laat lopen. Gelukkig had Opa altijd een grote zakdoek bij zich en zijn zakmes. Dan zochten we een bankje uit en sneed Opa de perzik in parten. Na het verorberen kon indien nodig mijn snoet worden gepoetst. Niet met moderne vochtige doekjes…nee… gewoon met een door Opa bespuugde punt van de betreffende zakdoek. Zo ging dat vroeger..
De man waar ik het over wil hebben is de eigenaar van de fruitstal. Algemeen bekend onder de naam Japie. Altijd vrolijk en zonnig, niks leek hem te veel. Ik vond het nooit erg daar op onze beurt te wachten. En dat duurde vrij lang, want: druk en…voor iedereen had hij een praatje klaar. Wat een gezellige man vond ik dat!
Jaren later wist ik dat Japie ‘meneer Querido’ heette. Hij kwam te wonen in dezelfde flat als waar ik woonde met mijn ouders en zussen. Ook hoorde ik zijn ‘verhaal’, niet van hem, van anderen, onder andere van mijn moeder. Een naar verhaal. Een 2e Wereld Oorlog verhaal. Een Kampgeschiedenis verhaal. Een ‘zoveel meegemaakt verhaal’ dat Japie onder de medicatie zat. Wegens een KZ-syndroom. Hij had geen fruitstal meer, maar praatjes nog wel. Wanneer men uit de flat kwam beneden en hij stond op de parkeerplaats, dan duurde het uren eer je boodschappen in huis waren. En nog steeds, altijd even opgewekt. Nou ja, eigenlijk medicinaal opgepept. Hij was altijd samen met zijn hondje. Die twee waren onafscheidelijk.
Nog steeds krijg ik een glimlach om mijn lippen wanneer ik denk aan zonnige dagen, lang wachten, vrolijk gekakel aan de fruitstal en het oppeuzelen van de sappige perzik op een bankje aan het Heemraadsplein.
Een glimlach om de zomer, om het samenzijn met Opa en de herinnering aan Japie Querido.
Ondertussen weet ik heel veel over de oorlog, de razzia’s in Rotterdam, het bombardement één dag voor mijn moeders’ verjaardag en wat er in de kampen is gebeurd.
Een postuum petje af voor Japie. De oorlog heeft hem op zijn knieën gekregen, maar hij is weer overeind gekomen en, al was het niet hard, door gegaan met lopen.

Historie Sint Franciscus Gasthuis vastgelegd in fraai boekwerk

Het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam heeft de respectabele leeftijd van 120 jaar bereikt. Voor  Aad Koster, Annemiek Kunen, Cees Commerell en Pierre Pijpers was dat reden voor het schrijven en samenstellen van een fraai boekwerk: ‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 – 1912’. Het eerste exemplaar is voor Zuster Agnita. De Augustinesse non was tot op het laatst van haar loopbaan verantwoordelijk voor de Eerste Hulp in het van oorsprong katholieke ziekenhuis.

Hubertus Kusters was er twaalf decennia terug de grondlegger van. De pater Franciscaan was als pastoor werkzaam in het centrum van Rotterdam. Hij opende het ziekenhuis voor arme rooms-katholieke zieken en zal toen niet hebben bevroed dat zijn initiatief zou uitgroeien tot een van de belangrijkste ziekenhuizen van Rotterdam en wijde omgeving. Menigeen zal nog herinneringen hebben aan het oude ziekenhuisgebouw aan de Schiekade met de hol klinkende gangen en de hoge plafonds in de verpleegzalen.

Oer-Rotterdammer Koos Postema schreef in het voorwoord dat de kerstnacht van 1997 in het doodstille ziekenhuis in zijn geheugen staat gegrift. ,,Op de afdeling waar baby’s ter wereld komen, werd de tweeduizendste van dat jaar verwacht – een kerstkind. Mijn microfoon van Radio Rijnmond had ik in de aanslag en het kind kwam in die historische nacht ter wereld. Het was een Turks kindje. Een mooi jongetje met gelukkige ouders, die geen Kerstmis kennen.’’

Over de reden van zijn voorwoord: ,,Ik woon al jaren niet meer in de buurt van Rotterdam, maar aan het Sint Franciscus Ziekenhuis heb ik heel wat onvergetelijke herinneringen. Ik kwam of kom er regelmatig op bezoek bij familie of kennissen. Daarnaast ook om te helpen bij de presentatie van feestelijkheden, zoals bij het afscheid van een directeur, maar ook bij de ingebruikname van een zeer uitgebreide dialyseafdeling.’’

Waarmee Koos Postema tegelijk aangeeft hoe het ziekenhuis, dat op 26 mei 1892 is begonnen met twaalf bedden aan de Oppert, is uitgegroeid tot een topklinisch en hoog gewaardeerd instituut in 2012.

Niet alleen de beperkte capaciteit van het Gasthuis aan de Oppert leidde naar het uitzien van een andere behuizing. Ook de kwaliteit van het gebouw en de bedompte omgeving lieten te wensen over. Een doordringende alcohollucht van de distilleerderij op de begane grond, evenals de hinder van ongedierte, lieten de verantwoordelijken zoeken naar andere huisvesting. In september 1892 viel de keuze op het pand Schiekade 64 met ruim uitzicht op de Schie. Nog voordat het nieuwe ziekenhuis in gebruik zou worden genomen, werd al besloten om op het bestaande pand een etage te bouwen. Hierdoor ging het nieuwe complex ruimte bieden aan vijftig tot zestig zieken en twintig zusters. De verhuizing daarheen van de Oppert was op 19 juni 1893 een feit.

In het boek komen in vier hoofdstukken chronologisch aan de orde de locaties van het Gasthuis door de jaren heen, de afdelingen, de impact van de Tweede Wereldoorlog en de belangrijke rol van de zusters Augustinessen in de ontwikkeling van de organisatie. Alle hoofdstukken worden geopend met foto’s van gebrandschilderde ramen uit de kapel van het voormalige gebouw aan de Schiekade. Bij de afbraak zijn deze zorgvuldig uit de sponningen gehaald en terug te vinden in onder meer de polikliniekgangen van het op 16 december 1975 geopende nieuwe ziekenhuis aan de Kleiweg.

Het boek geeft een ruime inkijk in de ontwikkeling van het ziekenhuis, zowel qua gebouwen als van de afdelingen. Extra inkijkjes zijn er van de Tweede Wereldoorlog. Het boek is een uniek naslagdocument voor elke rechtgeaarde Rotterdammer met belangstelling voor de historie van de stad.

Prof. dr. Paul van de Laar, bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zei na lezen: ,,Een verrassend document. Door de veelzijdigheid aan beeldmateriaal wordt een goed beeld geschetst van het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis door de tijd heen. Een aanrader voor elke liefhebber van de stad en geïnteresseerde in de ontwikkeling van de gezondheidszorg. Een boek om in te blijven bladeren.’’

‘Sint Franciscus Gasthuis 1892 -2012’ telt 128 pagina’s en 217 foto’s en illustraties. Prijs: 17,95 euro. ISBN 978.90.7364.7725. Vanaf 25 mei is het verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of via www.uitgeverijvoet.nl