Feest en presentatie ‘Groot Rotterdams Molenboek’ bij ‘De Speelman’

OVERSCHIE – Het is alweer veertig jaar geleden dat molen ‘De Hoop’ van de Delftweg naar de Overschiese Kleiweg werd verplaatst en daar in gewijzigde vorm een nieuw leven begon. Zo werd hij ‘De Speelman’ genoemd, naar de familie die meer dan een eeuw de molen in eigendom had. In 1972 was de vernieuwde molen gereed en werd toen feestelijk in gebruik genomen. Dat was vooral te danken aan een initiatiefcomité onder leiding van mevrouw S.M. Krijgsman, toen voorzitter van de Wijkraad voor Overschie.

Het comité was daar niet in geslaagd als het niet veel steun uit het bedrijfsleven had gekregen. Zo was de firma Nederhorst, op dat moment bezig met de aanleg van het Kleinpolderplein, bereid om de fundering van de molen geheel voor rekening te nemen terwijl de gemeente Rotterdam de grond onder de molen in erfpacht ter beschikking stelde. De molen kreeg bovendien weer een monumentale status omdat grote delen van het uit 1712 daterende interieur en het maalwerktuig werden verwerkt in de nieuwe molenromp, opgetrokken van stenen van in Friesland gesloopte arbeidershuisjes. Dat gaf ook recht op subsidie van het Rijk. De molen is prachtig opgemetseld door de firma Schakel uit Exmorra. Vorig jaar kreeg ‘De Speelman’, die sinds de verplaatsing eigendom is van de vereniging ‘De Hollandsche Molen’, weer een nieuwe opknapbeurt. Ook toen sprongen veel stichtingen bij met een bijdrage in de kosten.

Op woensdag en zaterdag is het wiekenpand open voor de verkoop van meel(producten) en bezichtiging. Sinds 1983 heeft de exploiterende ‘Stichting tot behoud van molen De Speelman’ een contract met molenaar Ton Edixhoven, die alweer bijna 30 jaar de molen bemaalt. Hij wordt geholpen door Jaap de Jong en Hans van der Marel.

Het behalen van de mijlpaal is mede reden voor het samenstellen van een feestprogramma op Nationale Molendag 2012 op zaterdag 12 mei. Vanaf 09.30 uur is iedereen welkom om mee te helpen met het feestelijk optuigen van ‘De Speelman’. Wel graag een telefoontje vooraf met molenaar Edixhoven (0612-730551). Voor het in de vreugdestand zetten van de wieken bestaan veel oude gebruiken die de molenaar graag zal uitleggen. De Overschiese Starrenburg scouts zetten naast de molen een tent op, maar de organisatie rekent natuurlijk op mooi weer. Vanaf 12.00 uur wordt er een kopje koffie geschonken en een overheerlijke pannenkoek geserveerd en kunnen belangstellenden een boeiende rondleiding door het binnenste van de molen maken. De pannenkoeken worden gebakken en geserveerd door vrijwilligers van de molen. Gratis, maar een bijdrage wordt op prijs gesteld. Natuurlijk kan iedereen zich ter plekke laten inschrijven als begunstiger. Het onderhoud van dit brok cultureel erfgoed is en blijft een kostbare zaak.

Omstreeks 13.00 uur is de officiële opening van het programma door deelraadsvoorzitter Kees van der Meer en worden ballonnen opgelaten. De eigenaar van de ballon die verst komt krijgt een fraaie prijs. Aansluitend is de overhandiging van het eerste exemplaar van het ‘Groot Rotterdams Molenboek’ (deel I) waarin ruime aandacht wordt besteed aan het rijke Overschiese molenverleden. Ooit stonden tussen de oude dorpskern van Overschie en het Hofplein in Rotterdam meer dan twintig molens.  Het van prachtige foto’s voorziene boek wordt uitgegeven door Uitgeverij Voet te Capelle aan den IJssel en is van de handvan Hans van Krimpen en anderen. Molenkenner Hans vanKrimpen heeft met zijn medeauteurs meer dan een jaar naspeuringen gedaan in oude (foto)archieven om de kennis over de molens van het noordelijke deel van de Rotterdamse regio vast te leggen. Ze voeren de lezer langs een denkbeeldige tocht langs alle molens die ooit in het gebied gestaan hebben. Directeur Leo Endedijk van ‘De Hollandsche Molen’ neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Daarna is het voor iedereen te koop voor 27,95 euro.

Aansluitend is er voor jong en oud een afwisselend programma met diverse spelen en attracties en de start met een competitie strobalengooien. Die wegen 4.5 kilogram en moeten met een hooivork over een lat in de hoogte worden geworpen. Het is een spectaculaire sport die in diverse delen van het land al langer wordt beoefend. Ook zijn er nostalgische wedstrijden als kruiwagenraces en eierenvangen waaraan iedereen kan deelnemen. Natuurlijk zijn prachtige prijzen beschikbaar. Uiteraard is er een stand met allerlei consumpties tegen billijke prijzen. De prijsuitreiking en afsluiting van het feest zijn omstreeks 17.00 uur. Reserveren van het boek is mogelijk via 010-0102847362, arnoudvoet@online.nl of www.uitgeverijvoet.nl

Onder criminelen – Astrid van der Star

Dit boek is een zeer realistisch verslag van het leven en werken binnen een Justitiële Inrichting, in dit geval een Huis van Bewaring.

Ik kan dit beamen, omdat ik zelf in de 90-er jaren, net als de auteur, vele jaren op de ring heb gelopen, bewaarster was.

Niks zo gek in het boek, of het is waar.. het geeft een open blik naar binnen, waar het spanningsveld tussen personeel en gedetineerden soms echt voelbaar is. Maar ook de humor, leuke momenten, lieten me weer gniffelen.

Hier en daar zijn enkele tijd- dan wel locatiefouten te vinden, maar dat weten alleen diegene die erbij waren. Er gebeurt ook echt heel veel op een dag ‘binnen’.

Een aanrader!

Met Opa Bram door Rotterdam -4

De zon schijnt, ook op de Willem Buytewechstraat, waar ik naast Opa druk aan het struikelen ben over het kleurrijke, samengeperste, balletje ter grootte van een tennisbal. Het zit middels een lang maar dun elastiek om mijn enkel en het doel is om, al lopende, je ene been in de rondte te draaien en dan met je andere been over het elastiek te springen. Zo kan ik mijn energie kwijt, druk bezig zijn en ondertussen bijna niet vooruit komen, zodat Opa mij bij kan houden.
Opa wandelt, zoals altijd wanneer hij ‘los loopt’, met zijn beiden handen gevouwen op zijn rug. Kuieren heet dat.
We lopen niet ‘zomaar’, neeheeeee, we zijn op weg naar het Heemraadsplein. Het is Koninginnedag. Overal hangen vlaggen uit. De zon maakt het alleen maar feestelijker. Met oversteken mag ik even niet huppelen. Ik volg Opa op de voet, als altijd gekleed in een driedelig pak, met bretels en stropdas, en daar overheen een trenchcoat in een gedekte kleur. Greige, heet dat tegenwoordig. Op zijn hoofd zijn onafscheidelijke Stetson herenhoed, mikpunt van menige duif of meeuw. Vandaag hoeft er geen das om de nek, het is lenteweer.
We wandelen langs Piet Heijn, waar ik even los mag gaan met het balletje om het standbeeld heen, terwijl Opa oversteekt en een plasje gaat doen in het eerste openbaar urinoir op onze route. Dan vervolgen we onze weg, over de ‘enge’ brug naar de Lage Erf brug en dan via het korte stukje van de Nieuwe Binnenweg naar het Heemraadsplein.
Het is een fijn plein, met veel bankjes, waarop Opa kan rusten en speeltoestellen van ijzer, felgekleurd. Ik zit graag achter het stuur van de Brandweerwagen op het pleintje. Aan de andere kant van het plein, grenzend aan de Mathenesserlaan, is een restant van de oorlog, een Bunker, een Schuilkelder volgens Opa. Aangezien ik schuilen op dat moment associeerde met regen, vond ik het een spannend stukje plein.
Vandaag, op Koninginnedag, is het druk op het plein. Je kunt er stoepkrijten, blikjes gooien, snoep en toetertjes kopen. Ik haal het balletje van mijn enkel en kijk bij de krijtschilderijen.
In die dagen waren de winkels nog dicht op Feestdagen, dus geen Jamin vandaag. Daarom krijg ik een lollie, door Opa gekocht op het plein. “Niet lopen met de lollie!” zegt Opa en ik ga naast hem zitten op het bankje helemaal links op het plein aan de kant van de Nieuwe Binnenweg. Maar niet voordat Opa zijn zakdoek op het bankje heeft gelegd, zodat mijn jurkje niet vuil wordt.
We kijken nog wat naar de mensen, Opa doet nog een plasje, en wanneer mijn lollie op is, gaan we weer kuierend huiswaarts.
Zelfde weg terug, alleen nu aan de overzijde van de straat. Thuis aangekomen kom ik erachter, dat mijn elastieken balletje nog steeds in mijn jaszak zit…

Met Opa Bram door Rotterdam -3

Toen ik net zeven jaar oud was zijn papa, mama, mijn twee zusjes en ik verhuisd naar een nieuwbouwwijk in Rotterdam. Ik wilde helemaal niet verhuizen! Ik zou Marian dan nooit meer zien en ook Robbie Koek niet, waar ik heimelijk verliefd op was. Hij heeft nog wel eens straf gekregen op school van de broeders omdat hij het lint uit mijn haar had gepikt. Ons gezin kreeg eerst bezoek van de verhuurder, of wij wel netjes genoeg waren om in een van hun flats te mogen wonen. Daarna gingen we naar een modelwoning. Er was een flat al klaar, even verderop en op de galerij kon ik op mijn tenen een kamertje inkijken. “Dat wordt jouw kamer, Assie”, zei mijn moeder. Ik vond het maar een saaie kamer. In augustus 1970 ging het dus gebeuren, de verhuizing, met pijn in mijn maag. Nu kon ik niet meer zomaar de hoek om en naar Oma en Opa gaan. En een hele nieuwe school… zouden ze daar ook kinderen slaan als die vlekken maken met inkt en pen in hun schrift? Of op een potlood kauwden?
Die kamer, die leek helemaal niet op de modelkamer, gelukkig maar. Het was wel heel raar allemaal. De flat was nog niet af, de derde verdieping had nog geeneens een reling, of ‘balustrade’ zoals mij geleerd was door Opa. En heel vroeg in de ochtend was er overal herrie, van de heimachines. Wel rook het buiten lekker, naar hout en nat cement.
Na de grote vakantie ging ik naar de nieuwe school. Naar de tweede klas. De school had nog niet zoveel leerlingen, het was lekker rustig in de pauzes op het schoolplein. En we mochten met gewone pennen schrijven! Geen kroontjespen meer, geen vlekken meer! Geen slaag meer, zodat mijn brilletje door de klas vloog. Met sommige dingen was ik verder dan de andere kinderen in de klas. Zo kon ik al goed overweg met let-ter-gre-pen en moesten zij dat nog leren. Aan de andere kant had ik nog nooit van HOOFDLETTERS gehoord. We kregen muziekles in een apart lokaal en niet onder begeleiding van een traporgeltje, maar met een muziekleraar op een ontstemde piano. Tenminste, dat zei de muziekleraar, over die piano.
Ook fijn was, dat ik niet meer zo ver hoefde te lopen naar school. En de wandeling was ook wel fijn. Geen winkels en etalages, dat niet, maar wel een mooi weiland met slappe koeienvlaaien en een kleine boerderij met een boomgaard. Omdat het poldergebied was dat ontwikkeld werd tot wonen droegen alle kinderen groene rubberen kaplaarzen, waar aan de binnenkant je initialen stonden. In je laarzen droeg je dan een soort warmhoudslofjes met een ritsje bovenop. Die hielden we dan aan in school. De kaplaarzen gingen in de hal onder de kapstok.
Al met al ben ik met veel plezier naar deze school in Ommoord (ja daar was het) blijven gaan.
En het aller- aller- ALLERMOOISTE…. Toen de torenflat klaar was, kwamen Oma en Opa er ook wonen!

De weddenschap station Blaak

Het van een schooljongetje naar volwassen worden is me wat mij betreft toch wel met ’n hoop plezier gelukt… (Bang dat sommige mensen hier minder plezier aan beleefd hebben, maar dat terzijde..)

Na mn eerste mislukte verkering van n week (type meisje: gespreksstofloos, te dromerig, geen gevoel voor humor maar verder was ze toch wel…slaapverwekkend vooral!) Naast dat alles was t wel een kanjer om te zien! Maar ja, toch maar uitgemaakt… Of was zij nou degene die… Ach, maak nie uit!

Met het uiteenvallen van mn eerste serieuze relatie, begon de opbouw van een grote vriendenclub! En daarnaast ook het vermelden waard ; de ombouw van mijn slaapkamertje naar n heuse english pub, waar wij toendertijd het voordrinken uitgevonden hebben ben ik bang…

Ons eindpunt van n avond stappen was meestal de big ben op t stadhuisplein, waar de sfeer in mijn eigen pub/slaapkamer al steeds meer mee te vergelijken viel.

Begin Big-Ben-avond begon op station Lombardijen, meestal met het uit de automaat halen van een reepje Bros,Mars of Topdrop rolletje voor 50 cent… Bleef ik me toch een keer met mn vinger vastzitten om n verkeerd gevallen reep eruit te halen. Iedereen lachen… had ik mn vinger gelukkig los, bleef dat laatje voor aatje half openstaan en zag ik de volgende reep ook naar beneden zakken! Ook maar effe eruit gehaald en de rest van de repen volgden automatisch… Ik was er als de pinken bij met mn pinken zeg maar! Oh! De trein! Snel met volle zakken gratis brosrepen de trein in! Ongelofelijk hoe we het voor elkaar kregen, maar toch in de restauratietrein voor station Blaak allemaal snel nog een blikje bier, en… op tijd leeg! Met als gevolg deze weddenschap…

De oude spoorbrug Blaak, vlakbij de hoogstraat… Effe erop klimmen, naar je maatjes zwaaien en weer terug naar beneden… Voordat iemand de tijd had “ dat durft niemand!”
te zeggen zat ik al bovenop de historische treinbrug te zwaaien naar mn maatjes!
Al zwaaiend naar mijn maatjes, vroeg ik me af of ik van het klimmen nog zo trilde, of..een trein.. uitgesloten! ik had de borden snel en goed gelezen! aan beide sporen gedurende mijn heldhaftig optreden dit tijdstip geen trein!Begint me toch een hoop getril en gedonder!Kolere! niet bij stil gestaan op de borden geen vermelding olietreinen!

Hebbie wel eens een parend kikkerstelletje gezien? Die mekaar 4 dagen lang niet loslaat?
Zo hing ik dus aan die brug, daar ik niet berekend was op de olietrein die mijn kant op kwam denderen! ‘k Ben nie gauw bang, maar heeft me 10 minuten geduurd nadat de trein weg was, voor ik weer naar beneden durfde te zakken!

Beneden met trillende benen, maar wel als held ontvangen!
Eenmaal aankomst Big-Ben, merkte de op leeftijd zijnde toiletjuffrouw wel op dat ik wat witjes en stilletjes was, hoefde dit keer dan ook niet te betalen van de lieverd. Na wat halve liters gelukkig trillen en de schrik in mn benen over.. Versieren van een nieuwe vriendin die avond niet gelukt… Bij terugkomst station Lombardijen wel grappig; de automaatlade nog steeds half open… Toch effe hoor… lade dicht, 2 kwartjes…naar volgende lade..half open…2 pinken beide zijkanten en… mn hele vriendengroep weer voorzien van topdrop,bros,mars,dropstaafjes….

Met Opa Bram door Rotterdam -2

Ik ben zes jaar al en ga naar de ‘grote school’. Mijn school heeft een hele fijne naam: de Sint Nicolaas school. Het klinkt of het er altijd feest is. Eerst zou ik naar de Piet Heijn school, in de Coolhavenstraat, om de hoek, waar ook mijn oma en Opa wonen. Maar die school had een nieuw beleid, ging ‘anders doen’, zei mijn moeder, dus werd ik ingeschreven op een andere school. Inderdaad, niks nieuws daar. Behalve dat er in het jaar van mijn aanname voor het eerst meisjes op die school mochten komen. Een Katholieke Basisschool, met voornamelijk Broeders. Het klooster was ernaast gelegen.

Broeder Bernardinus was het schoolhoofd en hij had altijd lekkere dropjes in zijn jaszak. Ooit heb ik zelfs de kloostertuin mogen zien. Niemand mocht normaal door de poort in de muur om het schoolplein, maar ik wel! Ik heb niet veel van de tuin onthouden, alleen al om het feit dat ik hem mocht zien. Dat was het meest bijzondere. De derde klas had een ‘Meester’, een niet-broeder. De eerste klas een juffrouw. Juffrouw Hagendoorn. Een juf met saaie jurken.

Naar school gaan was niet echt een pretje. Ik woonde in de 1e IJzerstraat, de school was bij het Marconiplein. Ik had korte beentjes. Ik weet de route nog. IJzerstraat, hoekkie om, Willem Buytewegstraat uit naar de Kolk, waar een nieuw zogeheten bejaardenhuis was gebouwd. Over de brug, jeetje wat was ik bang voor die brug. Ik dacht altijd dat de brugwachter me niet zou zien en de brug zou opendoen als ik er nog opliep. Daarom huppelde ik altijd over de brug, dan was ik beter zichtbaar… Langs het pleintje met Piet Heyn, geheel ondergepoept door de meeuwen en dan de heeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeele Schiedamseweg af.  Langs de linkerkant en bij het kruispunt met aan de overkant Jamin oversteken. Dit om de speelgoedwinkel te vermijden, die had een belletje aan de buitenkant van de etalage en als je daarop drukte ging het treintje rijden achter het glas. Zo kwam je nooit op school aan.

Ik had een klasgenootje, al sinds de kleuterschool en zij ging ook naar dezelfde grote school. Mijn moeder en haar moeder hadden, zeer vooruitstrevend, een soort wandelpool bedacht. De ene week was het mijn moeders beurt en de andere keer de moeder van Marianne Blaak. Marianne moest nóg verder lopen, zij woonde aan het Kerkepad, bijna bij de Pieter de Hooghweg.

Op een dag kon mijn moeder ons niet komen halen en zij had Opa gevraagd de honneurs waar te nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik was er opgewonden van, dit was wel heel bijzonder, dat mijn Held ons van school kwam halen. Na school hebben wij uuuuuren gewacht op Opa. Natuurlijk was dit misschien niet langer dan een kwartier. Toen besloten wij zelf naar huis te lopen, misschien was Opa wel verdwaald. We vonden het een goede oplossing, Marian en ik, en we hebben niet eens getreuzeld of bij de speelgoedwinkel op het belletje gedrukt.

Thuis aangekomen bleek, dat alleen Marian en ik het een goed idee vonden. Mijn moeder was ‘not amused’.

Opa had gewoon ergens anders op het schoolplein op ons staan wachten. Tsja, mobieltjes bestonden toen nog niet…..

Swingend shantykoor ‘Nieuw Zuid’ doet Alegria deinen

Lekker eten, af en toe nippen aan een drankje en al varend genieten van prachtige landschappen die voorbijglijden. Al na een paar uur lijkt het alsof we al weken aan boord zijn van cruiseschip Alegria. Gezelligheid is troef in de salon en op het bovendek, waar al direct na het vertrek van de Holland-Amerikakade wordt genoten van de zon en de bijzondere skyline van Rotterdam. Cruisemanager Eddy de Beus presenteerde zich als een onderhoudende gastheer. Ter hoogte van Dordrecht stelde hij de bemanning voor en vertelde welke regels aan boord gelden. Om de kennismaking te bekrachtigen serveerde het personeel een heerlijke cocktail voor het uitbrengen van een toost. Het ijs was gebroken en al helemaal tussen enkele stellen die met elkaar al eens eerder een cruise hadden gemaakt. De gesprekken kwamen los en de drankjes smaakten best. Dat gold trouwens ook voor het aansluitende diner, dat erin ging als de spreekwoordelijke koek. Complimenten werden gemaakt voor de correcte en snelle bediening door de jongens en meiden van het restaurant. Aan hen was niet af te lezen dat ze hun eerste reis maakten en nimmer eerder met elkaar hadden gewerkt. Nog leuker was het even later in de salon waar zich de verrassing van de eerste avond aan boord zich etaleerde in de aanwezigheid het veertigkoppige shantykoor ‘Nieuw Zuid’ uit Rotterdam onder leiding van dirigent Dick Vos. De veertien jaar bestaande en veelzijdige muziekgroep maakte er met bekende meezingliederen een schitterende avond van. Het duurde daarna lang voordat de laatste lichten aan boord werden gedoofd.

Kapitein Gerard Reijerman en zijn nautische team zetten het schip de andere morgen om zes uur in gang voor de vaartocht van honderd kilometer over de Beneden-Merwede en Waal naar Nijmegen. Plaatsen als Gorinchem, Woudrichem, het mooie slot Loevestein en Zaltbommel gleden links en rechts voorbij en de reisleider vertelde via de boordmicrofoon de bijzonderheden. In de salon werd opnieuw genoten van drankjes en nog eens het sfeervolle optreden van het shantykoor aangehaald. Ruim na de lunch doemde de stad van Keizer Karel op en  in de nabijheid van de Waalbrug ging de loopplank uit voor het maken van een wandeling. Het gure weer kon de meeste passagiers daar beslist niet van weerhouden. Andermaal gingen de trossen los, nu richting Maas-Waalkanaal om daarna – tijdens het diner – na schutten in de sluis van Wurth naar het pittoreske Cuyk in Noord-Brabant te varen. In een gezellige sfeer verliep in de salon de verdere avond en was het komende bezoek aan Floriade 2012 in Venlo onderwerp van gesprek. Een paar dagen eerder was deze wereldattractie geopend door koningin Beatrix. Precies op tijd stond de chauffeur Peter met zijn luxe touringcar bij de gangway en om het gezelschap in een half uur naar het enorme parkeerterrein van het 66 hectare omvattende complex te rijden. Voor de gasten van Adelle Cruises was dit uitstapje trouwens een primeur en ze zwermden individueel uit voor het bekijken van de bijzondere gebouwen en te wandelen langs fraaie de land- en tuinbouwexposities. Enthousiast, maar wel moe van het urenlange slenteren, zat iedereen op het afgesproken tijdstip weer in de bus. Het diner liet zich wederom voortreffelijk smaken en dat gold ook voor de drankjes in de salon, zoals steeds met een brede glimlach geserveerd door barman Menno van Suntenmaartensdijk. Om de sfeer nog uitbundiger te maken trad Eddy de Beus op als gelegenheidsdiskjockey, waarna voor de tweede nacht aan de kade van Cuyk schip en passagiers zich in duisternis en rust hulden. Dag vier begon triest en met regen. ,,Gelukkig is dat gisteren aan ons voorbijgegaan,’’ klonk het opgelucht tijdens het uitgebreide ontbijt. Er bleef vergeefse hoop op een fikse opklaring voordat later op de dag Arnhem in zicht kwam. Wellicht dat het gebakje bij de koffie hierdoor extra lekker smaakte.

Maar het bleef bij regen, regen en nog eens regen. Het vervolg van de dag was door toedoen van regengod Pluvius in Arnhem niet aangenaam. Wel prettig was voor een aantal passagiers dat de winkels in het stadscentrum voor een deel geopend waren.  Tussen het varen door even de benen strekken was wel zo aangenaam. Voor wie aan boord bleef was er thee in de salon en het uitzicht op de drukke Rijnkade. Voor één passagier verliep het minder prettig door een val van een stenen kadetrap. Direct werd haar eerste hulp geboden door de door passenten gewaarschuwde reisleider en de cruisemanager en werd gezorgd voor transport naar het ziekenhuis. Daar ging haar gebroken pols in het gips en werd ze behandeld aan diverse wonden. Daarna kwam ze terug aan boord, waar ook haar het diner voortreffelijk smaakte. Een filmploeg was ook aangeschoven in afwachting van het maken van een promotiefilm over het plezier en comfort aan boord. Extra leuk werd het toen in de salon de lokaal bekende zanger Johan zijn opwachting maakte. Hij vermaakte op heerlijk Nederlandse wijze het publiek dat meezong, danste en plezier beleefde van de bovenste plank. Het feest duurde tot in de kleine uren. Voor de cameraploeg was het dankbaar werken en het kan niet anders dan dat het een prachtige film heeft opgeleverd.

Onder een druilerige regen begon het varen over de Neder-Rijn in de richting van de Lek en Hanzestad Wijk bij Duurstede. De Alegria voer onder de kundige handen van kapitein Gerard Reijerman langs de Grebbeberg en Renkum en door de sluizen van Driel en Amerongen. In de salon was het al snel weer sfeervol en dat kwam ook door het humoristische levensverhaaltje dat Eddy de Beus elke morgen bij aanvang van het koffie-uur vertelt. Ook zijn quizvragen zijn leuk en pittig om op te lossen. Er vervoegden zich in de bibliotheek bij de rekken met boeken regelmatig deelmeers om de antwoorden te vinden. Wijk bij Duurstede kwam nog voor de lunch in zicht en gelukkig klaarde het weer een tikje op tot minder grauw. Met een VVV-gids voorop vertrok een groep voor een rondgang door het vestingstadje en enthousiast en propvol verbale informatie keerden ze terug. Het diner verliep sfeervol omdat het restaurant extra was opgetuigd voor de filmploeg en de inspanning van de kokstrio liet zich uitstekend smaken. Sfeervol en spannend verliep de avondbingo, op een leuke wijze gepresenteerd door Eddy de Beus. Pas diep in de kleine uren ging het licht uit. De zeventig vaarkilometers stroomafwaarts naar Schoonhoven verliepen snel met een kort oponthoud bij de sluis van Hagenstein. De filmploeg trof het met de plotselinge welwillendheid van de zon en de aanwezigheid van duizenden (nijl)ganzen op beide oevers. Schoonhoven was in zon gedompeld en dat maakte een wandeling door de Zilverstad best aangenaam. Ook het museum kreeg bootgasten over de drempel die op hun gemak bekeken waardoor de Lekstad bekendheid geniet. In de namiddag werd in de salon alvast afscheid genomen van de bemanning, maar daarmee zat hun werk er niet op. Er was nog een afscheidsdiner en een daverend afscheidsfeest te gaan. Het diner was ronduit geweldig en het toetje in de vorm van ijs met vuurwerk formidabel. In de salon was ondertussen shantykoor ‘Nieuw Zuid’ uit Rotterdam gearriveerd  en ook dat mondde uit in een geweldig feest tot in de kleine uren. Op de slotdag  sloegen de motoren om half zeven aan voor het finalevaart van Schoonhoven naar Rotterdam. Terwijl iedereen zich tegoed deed aan het ontbijt stuurde kapitein Gerard de Alegria door een dichte mistdeken naar het einddoel, dat omstreeks half tien was bereikt. Daarna afscheid en ontschepen op de Holland-Amerikakade tot besluit van een geweldige cruise. Dag Alegria en bemanning, wellicht tot een volgend keer als er weer iets te reisleiden en/of te gidsen valt.

Opa Henk

Daar zat hij in zijn stoel voor het raam. Het knusse huis aan de Walchersestraat in Rotterdam Zuid zat, zoals elke zondag, vol met bezoek en de sfeer van nostalgie hing in de lucht. Met zijn vinger in de lucht zat hij voorovergebogen een verhaal te vertellen. Hij vond het prachtig. Zijn vrouw rolde met haar ogen en maakte een sarcastische opmerking. Hij keek niet op of om en ging verder met zijn verhaal. Ik luisterde aandachtig en genoot van de beleving die hij in zijn verhaal lag. De verhalen raakten mij. Het ging vaak over de oorlog, over de gure tijden waarin hij had geleefd. Hij nam mij mee naar die tijd en liet me de dagelijkse beslommeringen even vergeten.

Even later nam hij plaats in de stoel aan de andere kant van de kamer voor de tv. Feyenoord moest spelen dus hij zat klaar. Zijn koptelefoon stond op maximale volume, want hij werd een beetje doof. Hij was Feyenoorder in hart en nieren. Ruim 80 jaar lang ging hij naar elke wedstrijd van Feyenoord aan de kromme zandweg in Charlois en in de Kuip. Hij was er bij in 1924 toen Feyenoord voor het eerst landskampioen werd. Drie stuivers telde hij voor die legendarische wedstrijd neer. Het spel van Puck van Heel en Adriaan Koonings had zijn liefde voor de ‘arbeidersclub’ uit Rotterdam voor altijd aangewakkerd. Met zijn broer en zijn vrienden zwierf hij over straat als Feyenoord moest spelen. Ze verzamelden zich voor de etalage van de sigarenhandel Van Twist, die bij elke goal de tussenstand op het krijtbord schreef, maar die tweede pinksterdag in 1924 móesten ze erbij zijn.

Hendrikus Johannes Lutgerus Geurtz, ofwel opa Henk. Mijn overgrootopa. Hij was een bijzonder mens met een passie voor zijn club Feyenoord. Op 5 november 2007 overleed hij op 95-jarige leeftijd. Tot een jaar voor zijn dood bezocht hij nog trouw elke wedstrijd van Feyenoord in de Kuip vanuit zijn eigen stoeltje. De eerste wedstrijd na zijn overlijden werd zijn stoel vrij gehouden. Iedereen in het vak kon Henk en Henk kon iedereen.

De beelden van de Feyenoord rellen deden mij aan hem denken. Hij zou voor altijd achter zijn club zijn blijven staan. Ik zie hem zo weer voor me, zijn ongeloof uitsprekend over de rellende jongeren. Met zijn vinger in de lucht zou hij dan zeggen: ‘Ik blijf voor altijd Feyenoorder!’ Ik ben trots dat ik lang heb mogen genieten van deze bijzondere man en met elke overwinning die Feyenoord behaalt, denk ik even aan hem met mijn vinger in de lucht.

In 2008 kwam het boek ‘Legioen!’ uit. Dit boek gaat over de eeuwige liefde voor Feyenoord 1908-2008. Een heel hoofdstuk is er aan opa Henk gewijd. Dit hoofdstuk gaat over die bewuste tweede pinksterdag in 1924. Hij vond het prachtig dat hij werd geïnterviewd, omdat hij niets liever deed dan praten over ‘zijn’ Feyenoord. Helaas heeft hij het boek nooit overhandigd gekregen. Hij was toen al overleden, maar ik weet zeker dat hij trots was geweest. Dit boek is een mooie nagedachtenis aan hem en brengt mooi in beeld wat Feyenoord voor hem betekende.

 

Hendrikus Johannes Lutgerus Guertz 5 februari 1912 – 5 november 2007 

Met Opa Bram door Rotterdam -1-

Ik ben drie jaar oud en al een echte dame. Mijn papa en mama en mijn pasgeboren zusje en ik natuurlijk wonen in de 1e IJzerstraat, naast Groenteboer van der Ven en tegenover van der Meer & Schoep.

Opa en oma, de ouders van mijn moeder, wonen om de hoek, in de Coolhavenstraat, boven de schoenmaker en zijn vrouw. Winkel voor, woonhuis achter. Verderop in die straat staat de Piet Heijn school met daarnaast een poort die toegang geeft tot het pad naar de kleuterschool, waar ik volgend jaar naar toe zal gaan.

Opa is mijn held. Ik geloof alles wat hij mij vertelt. Opa weet ook alles, lijkt wel. Soms zit ik op zijn schoot, met mijn rug naar hem toe, in zijn leunstoel. Om de zoveel tijd steekt hij beide armen recht vooruit, voor mijn gezicht. Dan lik ik aan de plakrand van zijn vloeitje en draait hij zijn sjekkie af om het daarna bij de eerder gedraaide sjekkies in een blikje te doen.

Opa is mijn held, maar ik ben zijn prinsesje. Wat heeft hij mij verwend en ook voor de mannenmarkt later verpest. Mijn stoel wordt aangeschoven, deuren voor mij opengehouden, mijn jas aangegeven en opgehouden…

Maar van dat alles weet ik nog niets. Wat ik weet is, dat Opa niet meer kan werken. Dat hij schuin achter het raam in zijn fauteuil zit, met zicht op het spionnetje. Zo kan hij zien dat de kolenboer eraan komt. Dat het druk is bij de slager op de hoek. Hoe de auto’s geparkeerd staan. Ik weet dat Opa graag een ommetje maakt. En dat Opa álle urinoirs in de Stad kent. Van buiten én van binnen.

Opa is een Rotterdammer, maar dat hoor je niet. Hij was loodsbaas in de haven vroeger. Opa leest graag en Opa gebruikt hele rare woorden. Chique woorden.

Toen ik dus die dag bij Oma en Opa was keek ik ook in het spiegeltje de straat op. Ik zag een agent van politie, zo noemde Opa dat, bij een auto stil staan, nadenken, naar zijn borst- en broekzak  gaan en dat hij begon met schrijven. Daarna stopte hij het briefje onder de ruitenwisser van de auto in kwestie.

Opa! Opa! Kijk die meneer krijgt een bon!!! Nee, meisje, dat heet geen bon maar een ‘proces verbaal’. Zeg maar na: Proces Verbaal. “Posesse baal” zei ik braaf. “Goed zo meisje” en ik kreeg een aai over mijn bol.

Zo, nu heeft u een beeld van Opa en Opa en mij. Ik zal mijn avonturen met mijn Opa in Rotterdam hier met u delen. Van Stadswandelingen tot een bokkum kopen op de ‘Mart’. En alles daar tussenin.

Chris van Abkoude

Wie kent ze niet “Pietje bell” en “Kruimeltje”

De bekendste boeken van de Rotterdamse schrijver Chris van Abkoude.

Al zijn ze geschreven in 1914 en 1922, nog steeds geven vaders en moeders de boeken van Chris door.

Bij mij staan verschillende uitgaven in mijn boekenkast.

Chris van Abkoude is gaan schrijven omdat hij de meeste kinderboeken in zijn tijd te saai voor woorden vond. En heeft meer als veertig titels op zijn naam staan.

De kappersoon, ging eerst al onderwijzer aan de slag, maar emigreerde al vrij jong naar Amerika om daar als pianist bij stomme films zijn geld te verdienen.

En schreef ook gewoon verder.

In Amerika verander hij zijn naam in Winters, omdat de Amerikanen zijn naam niet konden uitspreken.

Ondanks zijn succes duurde het jaren voordat zijn boeken in de Bibliotheek werden opgenomen, want men vond de streken van Kruimeltje en Pietje Bell, maar opruiend.

Staan ze bij jou ook in de boekenkast, Kruimeltje en of Pietje Bell?