Bezoek de Ech Wel Web Winkel Klik Hier

Dit is een kort verhaal in verschillende delen waar ik mijn tijd voor neem. Alle namen van de personages en dit verhaal zijn tijdens het schrijven eigenlijk zo gemaakt dus mocht er iets overkomen alsof het echt was dan is dit toeval, behalve het stukje bij het Stadhuis dat ik van verschillende sites heb vernomen.


 

Ze vlogen over de stad. De mensen keken verschrikt op en snelden schuilkelders in of renden gebouwen in. Het lucht alarm ging minutenlang af waar het maar was en er was angst. Waar men ook opkeek, daar waren de vliegtuigen van de Duitsers. Rookpluimen vanuit het midden van de stad vertelden de mensen dat het moment daar echt was aangebroken. De Duitsers waren vier dagen eerder het zuiden van de stad al ingevallen en konden de bruggen maar niet overnemen. Nu was alles in een kwartier veranderd. Rotterdam was niet meer zoals het was. De bommen hadden alles vernietigt dat de zeshonderd jaar jonge stad had opgebouwd. Bijna de hele originele binnenstad was vernietigt.

Lijken lagen tussen het puin en er heerste angst. Er liepen mensen verdwaasd rond, niet wetende wat te doen. Anderen hielden hun overleden naasten vast in hun armen. Mensen kermden van de pijn terwijl andere mensen de gewonden hielpen en verplaatsten naar een veiligere plaats.


 

Ze renden door de straten. Overal lag er puin en was er een kabaal vanjewelste. De bommen waren overal gevallen en Junior kon niet veel zien door al het rook heen behalve wat vuur. Zijn moeder had hem stevig in haar armen terwijl ze hard rende achter het groepje mensen, hun buren, aan. Zelfs huilen lukte hem niet. Er klonk paniek.

“Kralingen! Daar moeten we heen! Ren naar de Coolsingel!” Riep een man luid naar de rest. En ze volgden de man door en langs de verwoestte gebouwen heen. Niets was herkenbaar meer. Tussen de brand- en stofwolken door zagen ze de Duitsers al lopen. “Stop!” Riep een vrouw en de rest van het groepje stopte direct. Ze keken hoe de soldaten de burgers lukraak neerschoten. Ze verscholen zich achter het puin. Junior voelde de hand van zijn moeder over zijn mond. Het was vies en hij proefde het stof en duwde de hand van zijn moeder van zich af maar ze hield vast. “Je moet nu heel stil zijn, kind. Echt heel stil.” De tranen schoten in zijn ogen maar wist dat hij nu moest luisteren.

Langzaam keek hij om en staarde voortdurend naar achteren, de angst sloeg hem in de keel. “Zit nou eens stil” fluisterde zijn moeder maar het mocht niet baten. Hij was bang en al snel voelde hij de hand van een andere man op zijn gezicht die hem forceerde naar hem te kijken. “Het komt goed, kind.” De man keek nog even om naar de dode vrouw die achter hun lag, in haar handen zaten de handen van haar kinderen. Er lagen stenen brokstukken van het gebouw over een groot deel van hun. De man schudde zijn hoofd en keek weer terug om te kijken of de Duitsers al weer verder waren gelopen zodat hun verder konden vluchten.

Maria had ook snel achterom gekeken maar keek snel weer terug. Ze leunde haar gezicht tegen het kleine met stof bedekte gezichtje van haar zoon. “Het komt goed, lieverd. Kijk maar niet meer naar achteren, kijk maar naar mij.” Hij deed zijn ogen dicht en rustte zijn voorhoofd tegen de hare. Ze gaf hem kleine kusjes op zijn neus. “Papa zal strijden tegen hun.” Zei ze heel zachtjes. Junior hield zijn mond maar de gedachte van zijn vader liet hem wel beter voelen.

“Als hun weg zijn, gaan wij achterlangs door” zei de man weer. “Maar Frits, als we achterlangs gaan dan lopen we dicht langs hen heen.” Zei een andere man. “Is het niet beter dat wij langs ginder gaan?” Hij wees richting de Hoogstraat. Maar Frits schudde zijn hoofd. “Die is al plat en de kans is groter dat we ze dan tegenkomen.” De andere man keek voorzichtig richting de Hoogstraat en zat toen weer op zijn hurken. “De beste kans is nu” Zei Maria, terwijl ze Junior vasthield in beide armen. “we hebben dan wat bescherming van de rookwolken.” Frits en de andere man knikten en ze liepen langzaam naar achteren, de rest van het groepje volgde al snel.

Half gebukt liepen en kropen ze richting het Stadhuis achter het puin langs. Het was het enige gebouw, naast de Laurenskerk, die nog rechtop stond. Plotseling moesten ze stoppen en Junior die achter zijn moeder liep, botste tegen haar op. Ze draaide zich snel om en zat met haar rug tegen het puin, trok Junior tegen haar aan en maande hem om stil te zijn. Ze hoorden de stemmen van de Duitse soldaten vlak achter hun.

“Verdammtes mieses kleines arschvolk, das land gehoert jetzt uns!!” Hoorden ze de Duitsers zeggen. Frits wilde opspringen maar werd al snel tegengehouden door de anderen en er werd direct een hand op zijn mond geplaatst om hem stil te houden. Na wat lange minuten wachten kropen ze stil verder, nog verschrikt van wat de Duitsers zojuist hadden gezegd. Men hoefde de taal niet te kennen om te weten wat er gezegd was. Eenmaal ter hoogte van het Stadshuis stopten ze weer. Deze keer niet omdat de vijandige soldaten in de buurt stonden maar om wat er gebeurde aan de overkant van de Coolsingel. Er werden mensen tegen de muur gezet en door een peloton neergeschoten.

In alle stilte kropen ze weer verder terwijl een ieder dezelfde gedachte hadden; Wat een monsters zijn die Duitsers. Na ze aan het eind van de Coolsingel waren aangekomen zagen ze dat de kust vrij was om de straat, of wat er nog van over was, over te steken en richting de Delftsche Poort liepen. Na het bereikt te hebben stopte Maria en zat op haar hurken en keek Junior aan, haar ogen vol tranen. “Frans, ik wil dat jij mijn ketting krijgt. Het zal je beschermen tegen al het kwade dat ons nog te wachten staat.” Voordat hij kon spreken, haalde ze de ketting met het hangertje van de Davidsster van haar nek en hing het om zijn nek en stopte het onder zijn truitje.

Junior keek verschrikt naar zijn moeder. Het was immers de ketting die hij anders nooit mocht aanraken. “Mama?” Maar ze stond al snel weer op en pakte zijn hand en ze liepen verder richting het station. “Mama?” zei hij nogmaals maar ze trok hem mee. “Niet nu, lieve schat. Pas als we veilig zijn.” Frits pakte de vrije hand van Junior en gaf hem een glimlach. “Je bent een grote knul, stoer en sterk. Jij bent een echte man om zo stil te blijven met alles wat er gebeurt. Goed zo.” Junior keek naar zijn buurman en voelde zich trots. “En je bent net als je vader, ook trots en fier.” Zei Frits zachtjes.

Plots was er een lawaai dat Junior nog niet eerder had gehoord. Mensen schreeuwden en hij voelde de hand van zijn moeder nu stevig om de zijne en ze trok hem naar het puin, erover heen en dook bovenop hem. De anderen doken ook snel over het puin en lagen her en der op hun buik met hun handen op het achterhoofd. Junior hoorde schoten en luide knallen en sloot zijn ogen en kroop stijf tegen zijn moeder aan, die langzaam van hem af rolde. Hij hield haar vast en huilde luidkeels. Hij voelde de hand van iemand zijn hand vast houden. “Blijf liggen en wees stil.” Het was Frits weer, maar hoorde haast niets van zijn woorden, de schoten en het geknal waren te luid.

Maria lag op haar armen, haar kind onder haar. Ze voelde een steek van pijn in haar rug en benen nadat de laatste bom was gevallen en durfde niet om te kijken maar aan het gezicht van Frits wist ze al wat er gebeurt was. Ze voelde zich moe en moest met Junior praten. Ze leunde wat op haar armen, er prikte nu iets hard in haar rug maar het kon haar niet verdommen.

“Frans.. Ga met Ome Frits mee! Ik zal altijd van je houden, lieve schat. Jij bent mijn trots en mijn alles. Ik hou van je.” Junior keek op en zag bloed uit haar mond lopen. “m.. m.. Mama? Heb je auw?” Toen zag hij haar warme glimlach en haar ogen. “Nee schat, omdat jij in mijn hart zit zal ik nooit auw hebben.” Zei ze tegen hem.

Frits stond op en trok hem voorzichtig onder zijn moeder vandaan. “Zorg voor hem, Frits.” Zei Maria zachtjes. “Mama? Mama?” Riep Junior maar Frits tilde hem op, met zijn hoofdje over de brede schouders van Frits. “Dat beloof ik, Marie.” Ze legde haar hoofd neer en na een kreet van pijn was het stil. Frits liep weg, de tranen in zijn ogen en zwoor wraak te nemen.

“MAMA!!!” Gilde Junior nog naar zijn moeder maar ze bewoog niet meer. Hij zag een groot stuk steen op haar rug en benen. “MAMA!!” In alle bochten probeerde hij zich los te wringen van Ome Frits maar het lukte hem niet. “Even stil zitten.. We moeten vluchten.” Zei Frits terwijl Junior het uitgilde van verdriet. “MAMA!!!”


 

Jasmijn zat met tranen in haar ogen naar Opa te kijken en kon maar niet begrijpen dat hij daar zat met een glimlach. Alsof hij haar gedachten kon lezen schudde hij zijn hoofd zachtjes. “Deze ketting geeft me de kracht.” Hij liet de ketting met het hangertje aan haar zien. Ze gaf hem een knuffel en bleef even in zijn armen zitten.

Contact

Neem gerust contact met ons op. Bij voorkeur via het contactformulier.

Onze gegevens:

Echwel
Postbus 5162, 3008 AD Rotterdam

BTW nummer nl13438756B03
KvK nummer 61787833